Engelse woorden als merknaam
Het gebruik van Engelse woorden is in Nederland tegenwoordig zo normaal dat je niet meer kunt zeggen dat een woord een merk (of handelsnaam) is omdat het Engelstalig is. Tot die conclusie kwam de kortgedingrechter eind december in de zaak van het Runner Hardloopcentrum (vonnis bij Volledig bericht, pardon Boek 9). In deze zaak draaide het onder andere om de woorden “Run” en “Runner” voor producten voor hardlopers. In 1993 vond de rechtbank nog dat “Runner” een onderscheidende naam was voor zulke producten, zodat het bedrijf bescherming had voor deze naam als handelsnaam.
Dit soort discussie speelt ook vaak bij domeinnamen. Het gebeurt nogal eens dat iemand een bestaand woord vastlegt als domeinnaam, waarna een merkhouder komt klagen omdat zij dat woord gebruiken voor hun product of dienst. Nu kan op zich een gewoon woord best een merk zijn, zolang het maar onderscheidend is voor de producten waar de merkhouder het voor gebruikt. “Apple” is onderscheidend voor muziekverkoop via internet, maar niet voor een fruitstal, om eens wat te noemen.
Een voorbeeld is de site Ouders Online, waarvan uitgeverij Spaarnestad vond dat die naam te veel leek op hun tijdschrifttitel “Ouders van nu”. Echter, gezien de doelgroep was het feit dat beiden het woord “Ouders” gebruikten, onvoldoende om merkinbreuk aan te nemen.
De Telegraaf had echter met haar merk Speurders® meer succes. Hoewel “speurder” nogal algemeen klinkt, is het in de context van advertenties een bekend begrip. De site speurder.nl (zonder s) moest de domeinnaam dan ook afstaan. Hetzelfde gold voor Mijnspeurder.nl.
Een wat eigenaardige uitspraak was die inzake het Juridisch Loket. Een stichting die juridisch advies gaf, had “juridischloket.info” geregistreerd. Dat mocht niet, omdat het in strijd was met de handelsnaam waaronder de stichting het Juridisch Loket opereerde. Dit was opvallend omdat “juridisch loket” nogal beschrijvend lijkt voor de dienst van het verstrekken van juridisch advies. Bij handelsnamen is de eis van een “onderscheidend” woord echter niet zo streng als bij merken. Bovendien kun je ook hier betogen dat mensen ondertussen de kreet “juridisch loket” associeren met Het Juridisch Loket en niet zomaar een raampje met daarachter een jurist.
Arnoud

Op 11 december 2007 publiceerde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de
Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).
Otto hoeft geen lcd-televisies te leveren voor 99 euro, ook al stond de tv eind 2006 voor deze prijs op de website. Dat
Nee, aldus het Hof. OTTO stuurde die mail alleen maar omdat ze van de e-commerce wetgeving (art. 6:227c BW) verplicht zijn ontvangstbevestigingen van geplaatste bestellingen te sturen. Dat is dus geen “opdrachtbevestiging” of bewijs van een totstandkoming van een overeenkomst. Het Hof vindt dan ook bewezen dat OTTO niet gewild heeft deze LCD-televisies voor 99 euro te verkopen.
Spellenmaker Hasbro is een rechtszaak begonnen om de online variant 
In dit geval zal het bewijs vrijwel altijd een verklaring van een getuige-deskundige zijn. Een getuigenverklaring is “wettig bewijs” (art. 339 Strafvordering). Logfiles en andere aanwijzingen zijn op zichzelf meestal niet duidelijk genoeg om meteen als bewijs te dienen. De getuige-deskundige moet dan uitleggen wat voor elektronische aanwijzingen hij heeft gevonden op de PC en het thuisnetwerk van de verdachte, en of daaruit redelijkerwijs blijkt dat er sprake was van een indringer van buitenaf.
Stel je vindt op zolder een doos met oude foto’s van je overgrootvader. Die foto’s behoren tot het 

