Ja, een licentie is een contract!

19 februari 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Open source, Auteursrecht, Contracten - 16 reacties

Naar Nederlands recht is een licentie een contract. Helaas voor PJ, maar zo is het toch echt. In Nederland dan; naar Amerikaans recht kun je er over twisten, zeker als de licentie niet voor geld wordt verstrekt.

Deze discussie speelt nogal eens bij open source en Creative Commons, en werd hier zaterdag nog opgerakeld bij mijn blogbericht over het effect van CC. Ik vond het onderwerp te belangrijk om alleen maar in de comments te hebben staan, vandaar dat ik er een nieuwe post aan wijd.

Licentie is een duur Latijns woord voor toestemming (licere) om iets te mogen doen. Als je voorwaarden wilt stellen aan de verstrekking of scope van je licentie (kopiëren mag, maar alleen met broncode er bij bijvoorbeeld), dan kan dat niet eenzijdig. Je kunt immers iemand niet eenzijdig dwingen zich aan bepaalde voorwaarden te houden.

De enige manier om iemand bepaalde voorwaarden op te leggen is middels een overeenkomst. Zo biedt de supermarkt mij elke zaterdag een overeenkomst aan: u krijgt een licentie tot binnentreden, mits u een mandje of winkelwagentje meeneemt. Ik kan die overeenkomst aangaan of niet. In het laatste geval moet ik buiten blijven. Ga ik naar binnen zonder mandje of wagentje, dan kan men mij (proberen te) dwingen er eentje te gebruiken, of de overeenkomst ontbinden wegens wanprestatie en mij buiten zetten. Ik pleeg dan immers lokaalvredebreuk.

Zo ook met software. Je moet als gebruiker natuurlijk akkoord gaan met de voorwaarden waaronder je de licentie geboden wordt. Bijvoorbeeld de prijs betalen, broncode van afgeleide werken publiceren of een bronvermelding doen. Wil je dat niet, dan ben je niet aan de voorwaarden gebonden want dan heb je het aanbod afgewezen.

Natuurlijk verlies je de aangeboden rechten als je de voorwaarden niet wenst te aanvaarden. Je valt dan terug op de wettelijke rechten aangaande software: als rechtmatige verkrijger mag je de software op 1 PC draaien (art. 45j) en een backup maken (art. 45k). Wie dus software legaal downloadt, hoeft geen EULA te aanvaarden om deze te mogen gebruiken.

Arnoud

of lees de 16 reacties

Een ringtone van Joran van der Sloot, mag dat?

18 februari 2008, 8:09 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Privacy - 2 reacties

Parodie op filmposter I know what you did last summerSlechte smaak is niet verboden, al zou je soms willen van wel. De affaire-Joran van der Sloot maakte de nodige ‘creativiteit’ in mensen los. Nou mag er in principe een hoop bij zo’n actuele gebeurtenis met grote media-aandacht. Citeren uit de verborgencameraopnamen van het programma van De Vries, of het gebruik van een klein fotootje van Van der Sloot bij je eigen blogbericht over de affaire is bijvoorbeeld toegestaan - met bronvermelding uiteraard.

Dat hoeft natuurlijk niet 100% serieus te zijn allemaal. De poster hiernaast is een aardig voorbeeld van een toegestane parodie. Hier worden weliswaar portretten gebruikt, maar dat is geen inbreuk op het portretrecht. Wie zo in de schijnwerpers van de publiciteit staat, moet zich dit soort gebruik van zijn of haar portret laten welgevallen.

Het parodiefilmpje op YoutubeDe bekendste grap is denk ik wel dat parodieliedje “Ik heb een boot” van DJ Sven van Radio Veronica. Ook dat mag gewoon. Zelfs als je er, zoals o.a. in dit Youtube-filmpje, een videoclip bijzet met de portretten van Van der Sloot, Van der Eem en De Vries.

Waar het twijfelachtig wordt, is wanneer er commerciële motieven een rol gaan spelen. Want bij elke gebeurtenis zijn er wel grapjassen die geld ruiken. Zo was er een zoekmachinemarketeer die zijn diensten aanprees via een Google-advertentie met als tekst “Eindig niet als Natalee - Wilt u wel gevonden worden?”. Moreel verwerpelijk maar legaal.

Over de grens gaat het t-shirt met die tekst “I know what you did” en een foto van Joran. Ze zijn trouwens niet meer te krijgen zie ik net (Google cache). Die shirts zijn puur als handel bedoeld, en iemands portret zo gebruiken om je tshirts te verkopen, is in strijd met het portretrecht.

Ook ringtones verkopen die gebaseerd zijn op dat liedje kunnen juridisch niet door de beugel. De Reclame Code Commissie is hier streng in: gebruik van iemands naam of gezicht in een commercial is vrijwel altijd verboden als die persoon daar geen toestemming voor heeft gegeven. Ook in de rechtspraak wordt commercieel gebruik van iemands portret of stem niet altijd toegelaten. Als je portret commercieel wordt gebruikt, kun je dat tegengaan met een beroep op je portretrecht. Het is immers aan jou om te beslissen aan welke reclames jij mee wilt werken.

Wie zich trouwens afvraagt hoe het zit met de legaliteit van de actie van Peter R. de Vries, verwijs ik graag naar de discussie bij Rechtenforum.nl.

Arnoud

of lees de 2 reacties

zibb.nl - Arnoud Engelfriet

17 februari 2008, 17:44 - Geplaatst onder: Iusmentis - 8 reacties

ZibbSinds kort ben ik expert bij Zibb. Zibb.nl is het ondernemersplatform van Reed Business Information. Zibb.nl biedt nieuws, praktische informatie, tools en diensten voor zakelijke beslissers.

Leest allen mijn advies! Tenminste, als u het niet al op deze blog voorbij hebt zien komen, want ze vertonen nogal wat gelijkenis met blogposts :)

Arnoud

of lees de 8 reacties

De merkenwet versus de meningsuiting

17 februari 2008, 11:02 - Geplaatst onder: Merken, Meningsuiting - 3 reacties

Wilders vs MarlboroDeze posters (rechts) bevatten een meningsuiting over Geert Wilders. Dat mag, het is een politieke mening en die heeft een hoge mate van bescherming. De inbeslagname half januari was dus onterecht. Minder duidelijk is de vraag of Philip Morris, eigenaar van het merk Marlboro, iets kan doen tegen deze meningsuiting. Zij is niet betrokken bij de discussie, maar haar merk wordt wel gebruikt om die mening te onderstrepen. Mag dat zomaar?

Merkenrecht is in principe bedoeld om de handel te reguleren. Het is niet eerlijk als iemand zijn producten kan verkopen onder andermans merk, of onder een eigen merk dat verwarrend veel lijkt op het origineel. Je mag dus geen sigaretten verkopen die Malboro heten. Het Benelux-verdrag voor de Intellectuele Eigendom verbiedt echter niet alleen commercieel gebruik van een merk, maar ook nietcomercieel gebruik

indien door dat gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk

Die “geldige reden” wordt streng getoetst. Er moet een strikte noodzaak zijn om het merk te gebruiken. Het noemen van een merknaam bij kritiek op het bedrijf is meestal wel een strikte noodzaak. Bij een persiflage of parodie wordt het al twijfelachtiger. En het gebruik op deze posters is nog verder weg van het merk. Waarom nou net Marlboro, zal de rechter vragen. Het gaat toch om de vergelijking met die sticker “kan de gezondheid ernstige schade toebrengen”, moet daar dan perse de layout van de Marlboro-pakjes ook nog bij?

Wolfgang Sakulin schreef hierover een commentaar in NRC Handelsblad. Hij signaleert terecht dat hier een botsing met de vrije meningsuiting optreedt. Een inbreuk op de vrije meningsuiting mag namelijk alleen als dat “in een democratische samenleving noodzakelijk is”. Ook dat is een strenge eis. En die botst met de strenge eis dat je alleen een merk mag gebruiken bij je meningsuiting als dat “strikt noodzakelijk” is.

Een merk is namelijk meer dan alleen de aanduiding van een product of bedrijf, zo schrijft hij:

Bekende merken dragen vaak meerdere lagen van betekenis in zich. Het zijn niet alleen commerciële, maar ook sociale en politieke symbolen. HEMA of McDonald’s zijn commerciële merken, maar staan daarnaast ook synoniem voor de Nederlandse consumptiecultuur, respectievelijk de mondialisering of het Amerikaans Imperialisme. Bij internationaal opererende bedrijven vervangen merken steeds vaker personen als gezicht van het bedrijf en als dragers van de macht. Het Marlboro merk representeert bijvoorbeeld de macht en invloed van Philip Morris en van de sigarettenindustrie in het algemeen. Zulke sociale en politieke betekenissen mogen niet exclusief toebehoren aan de merkhouder.

Wanneer een merk dus een dergelijke sociale of politieke bijbetekenis heeft, zou men er eerder gebruik van mogen maken in het kader van discussie of andere meningsuiting. Daar kan ik me wel in vinden, zolang het maar gaat om een ‘echte’ meningsuiting en niet om verkapt commercieel gebruik zoals bij die zogenaamde parodieën van Adidas, McDonald’s en dergelijke op t-shirts.

Wat vinden jullie? Moet dit kunnen, of kan Philip Morris terecht protesteren tegen de ongewenste associatie met het Wilders-debat?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Creative Commons: een teleurstelling?

16 februari 2008, 11:46 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie - 11 reacties

Jonathan Bailey, Creative Commons-gebruiker sinds 2003, is teleurgesteld in het concept. Niet omdat mensen nu zijn werk stelen (dat doen ze toch wel), maar omdat CC gebruiken hem niets oplevert. Het probleem met CC, zo schrijft hij, is dat mensen niet goed snappen wat nu de bedoeling is.

Ergens heeft hij wel een punt. Auteursrecht betekent “afblijven van dat werk”, zo wordt ons via allerlei reclamecampagnes ingeprent. Nu krijg je ineens Creative Commons dat zegt “u mag kopiëren en verspreiden, mits”. Dus er zit geen auteursrecht op? Ja, dat wel, maar het werkt anders dan gewoon auteursrecht. Zo breng je mensen inderdaad in verwarring. Je ziet dat ook mooi bij Wikipedia, dat gebruikers waarschuwt: “Gebruik nooit materiaal dat beschermd is door auteursrecht!”

Bailey krijgt, net als ik, regelmatig mailtjes van mensen die beleefd vragen of ze zijn werk mogen gebruiken. De grote Creative Commons-banner is kennelijk niet duidelijk genoeg, of mensen weten niet wat ze daar nu mee aan moeten. En dat terwijl de uitleg in principe heel eenvoudig is. Alles mag, maar laat de naam van de auteur staan. Als er “NC” bij staat, mag je het gebruiken maar er geen geld mee verdienen. Als er “ND” staat, mag je het werk niet aanpassen. Ok, “SA” is iets minder eenvoudig. Maar goed.

Ik ken maar weinig plekken waar mijn werk geheel conform de CC licentie wordt hergebruikt. Met een beetje geluk blijft mijn naam staan (zeker nu ik die bij de artikelen middenin de tekst heb geplakt), maar vermelding van de licentie, vergeet het maar. Heel erg vind ik dat niet: men verspreidt zo mijn teksten en dat levert mij weer leuke dingen op.

Het idee van Creative Commons was echter dat er een commons, een gemeenschappelijke bron van creatieve werken zou ontstaan waar iedereen uit kon putten. Maar daar merk ik maar bar weinig van.

Wat denken jullie, mede-CC gebruikers? Wordt jullie werk wel netjes hergebruikt volgens de licentie?

En hoe stimuleren we die commons?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Opzegtermijn van een dienstverlening op afstand

15 februari 2008, 8:44 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

Wie iets koopt via internet, mag binnen zeven werkdagen na ontvangst van het product de koop ongedaan maken. Hij moet het product dan terugsturen (en zelf de verzendkosten betalen), en krijgt uiteraard zijn geld terug. Maar hoe zit dat bij het afnemen van diensten via internet? Denk aan een betaalwebsite of een via een 0900-nummer afgesloten abonnement.

Zeven werkdagen na sluiten overeenkomst
De Wet Koop op Afstand zegt dat de bedenktijd van zeven werkdagen “van overeenkomstige toepassing” is op overeenkomsten voor dienstverlening (art. 7:46i BW). Dat betekent dat je binnen zeven dagen na de dag dat de overeenkomst wordt gesloten, deze mag ontbinden (art. 7:47i lid 6 BW). De dag dus dat de klant op de “Akkoord” of “Bestel”-knop drukt. Niet per se de dag dat je de bevestigingsbrief van de leverancier krijgt.

Alleen, art. 7:46c lid 2 eist dat de dienstverlener bepaalde informatie schriftelijk verstrekt bij de nakoming van de gesloten overeenkomst. Vanaf ontvangst van die brief heb je ook een zevendagentermijn om op te zeggen. In de meeste gevallen krijg je de brief natuurlijk pas enkele dagen later dan de dag waarop je de overeenkomst sloot, dus “zeven dagen vanaf de bevestigingsbrief” is een aardige vuistregel. Op tentamens E-commerce op juridische faculteiten krijgt dat antwoord echter niet het volledig aantal punten.

Als de dienstverlener vergeet de brief te sturen, of er onjuiste informatie in zet, dan verandert deze termijn in een driemaandentermijn. De leverancier heeft dan nog één redmiddel: hij kan de ontbrekende informatie nasturen, en dan heeft de klant ineens weer een termijn van zeven werkdagen na ontvangst van die informatie. De driemaandentermijn komt dan dus te vervallen.

Gratis proefabonnement?
Nu lijkt het of je met deze bepaling bij elke dienst zeven dagen lang een gratis “proefabonnement” kunt nemen. Maar zo werkt het niet altijd. Art. 7:46i sub 5 BW zegt dat het ontbindingsrecht niet geldt voor dienstverleningen die met instemming van de klant zijn begonnen voordat de termijn is verlopen. Wie bijvoorbeeld een webhostingabonnement neemt, dezelfde dag nog inlogcodes krijgt en zijn website uploadt, kan zeven dagen later niet meer gebruik maken van de wettelijke opzegtermijn.

Als de leverancier vergeet te vertellen hoe het zit met de opzegtermijn, dan heeft de klant wel een bedenktijd en wel van drie maanden. Ook als hij meteen op dag één van de dienst gebruik kon maken. Ook hier kan de leverancier dan maar beter zo snel mogelijk de ontbrekende informatie nasturen: dan mag de klant binnen zeven werkdagen beslissen of hij er alsnog onderuit wil. Een zware sanctie voor de dienstverlener misschien, maar het is natuurlijk erg belangrijk dat de consument goed wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van de geleverde dienst.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Verplicht leesvoer: Digitale muziekcultuur en de veranderende muziekindustrie

14 februari 2008, 8:50 - Geplaatst onder: Innovatie - 4 reacties

Als Marco het zegt, dan is dat zo. Verplicht leesvoer dus, die afstudeerscriptie van Maarten Brinkerink (MA, Utrecht, Nieuwe media en digitale cultuur). Ik las ‘m in één ruk uit en dat zou u ook moeten doen.

De titel CyberIndie: Digitale muziekcultuur en de veranderende muziekindustrie belooft al veel goeds. Deze keer geen doorwrochte analyse over de toepasselijkheid van artikel 12 auteurswet op embedded players of de vraag of een torrentbestand onrechtmatig is, maar de veel belangrijker en veel fundamentelere vraag: “Hoe beïnvloedt de opkomst van digitale technologie de distributie en exploitatie van muziek?”

In het eerste hoofdstuk bespreekt Brinkerink de opkomst van de digitale muziekcultuur. Digitale muziek is fundamenteel anders: elke kopie is identiek aan het origineel. Is er dan nog wel een origineel? Ook de productie en distributie van muziek zijn fundamenteel veranderd door de digitale mogelijkheden. Met name de voorheen passieve consument wordt veel actiever: hij deelt muziek en maakt (of mixt) die ook zelf.

Wat dit betekent voor de gevestigde muziekindustrie, blijkt in hoofdstuk twee. Haar exclusiviteit in productie en distributie staat onder grote druk door deze nieuwe digitale cultuur. Je kunt dan wel met auteurswetten gaan zwaaien, maar werkt dat nog wel? Brinkerink betoogt overtuigend van niet. De klassieke businessmodellen voor muziek, en daarmee ook de auteurswet, zijn gebaseerd op schaarste en exclusiviteit, precies de twee zaken die volstrekt afwezig zijn bij digitale muziek.

Deze traditionele exploitanten van muziek trachten via wetgeving en rechtszaken de “bedreigende innovatie” binnen de digitale muziekcultuur via de auteursrechtelijke weg in de illegaliteit te plaatsen en zo onschadelijk te maken. Tel daar DRM bij op en je kunt je afvragen of de balans tussen informatievrijheid en recht op geestelijke prestaties (inderdaad, ius mentis!) nog wel juist is.

Hoe moet je daarmee omgaan? Brinkerink verwijt de industrie maar ook de wetgevers een gebrek aan visie:

Niet alleen ontkennen zij de fundamentele en onstuitbare aard van de opkomst van de digitale muziekcultuur, maar daarnaast slagen zij er niet in om adequaat aan te sluiten op zowel de maatschappelijke als de politiek-economische mogelijkheden die deze ontwikkeling met zich meebrengt.

Op zoek naar een antwoord belandt Brinkerink in hoofdstuk drie bij de open cultuur. Het model van open source software (vrij delen van broncode en voortbouwen op elkaars ideeën) is dankzij initiatieven als Creative Commons overgeslagen naar andere culturele uitingen: open content.

Open content licenties bieden artiesten -niet de industrie- de flexibiliteit die zij nodig hebben om optimaal gebruik te kunnen maken van de digitale mogelijkheden. Hierdoor, aldus Brinkerink, kan een gemêleerd muzikaal landschap ontstaan, waarin muzikanten niet langer genoodzaakt zijn om artistieke concessies te doen en subculturele vormen van muziek een groter bestaansrecht krijgen.

Hoofdstuk vier brengt alles bij elkaar. Eerst schetst Brinkerink de opkomst van de “culturele industrie”, met de verrassende conclusie dat

mensen de culturele producten van de massa-industrie niet [consumeren] vanwege een oprecht individueel verlangen, maar vanwege de prominente aanwezigheid van deze producten binnen de massamedia.

Vervolgens analyseert hij de ‘ondergrondse’ muziekstromingen, de indies (independents) en hoe deze langzaam maar zeker ‘mainstream’ werd. Dit was onvermijdelijk omdat zonder het “machtsmonopolie van de gevestigde muziekindustrie” het publiek nauwelijks te bereiken was. Maar dat ligt nu anders. Nu hebben onafhankelijke muzikanten en bands de mogelijkheid om zelfstandig, via digitale technieken, zichzelf aan een wereldwijd publiek te presenteren: de cyberindies waren.

Uit de conclusie:

CyberIndie stelt muzikanten middels een open exploitatiemodel tegelijkertijd in staat om (indirect) geld te verdienen met hun muziek. Nieuwe (internet)platformen voor muziek zijn van cruciaal belang voor de ontwikkeling van CyberIndie, als promotiekanalen en innovatieplatformen om de positie van deze nieuwe muzikale subcultuur binnen de muziekindustrie positief te beïnvloeden. Momenteel pionieren online muziekgemeenschappen met wat het toekomstig primaire consumptie- en distributiekanaal van muziek zal worden, door muziekliefhebbers de mogelijkheid te bieden om hun weg te vinden in een gemêleerd muzikaal landschap, met een omvangrijker en diverser muzikaal aanbod dan voorheen het geval was. Netlabels en andere nieuwe internetplatformen experimenten met steeds succesvollere open exploitatiemodellen voor muziek en tonen daarmee de meerwaarde van open distributie voor muzikanten aan.

Deze zeventig pagina’s tellende scriptie is zeer, zeer de moeite van het lezen waard.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Wat wil Microsoft met Yahoo!?

13 februari 2008, 9:17 - Geplaatst onder: Innovatie, Zoekmachines - Geen reacties

Waarom wil Microsoft zo graag Yahoo! overnemen? Die cruciale vraag, die meer dan 40 miljard dollar waard is, stellen een hoop mensen zichzelf. Het beste antwoord tot nu toe vond ik bij Roughly Drafted, dat Microsoft en Yahoo uitgebreid op een rijtje zet en tot de conclusie komt dat die aankoop er alleen toe zal leiden dat Microsoft haar monopoliekracht kwijtraakt - wat Google de grote winnaar van het hele spel maakt.

With Microsoft increasingly unable to expand or even maintain its monopoly powers, or successfully use them to force the adoption of its own products, what benefit would there be in buying up Yahoo and attempting to use it as an expanded version of the same online strategies that currently aren’t working?

A cynic might suggest that such a brutal merger might provide just what the world needs: a dramatic reduction in Microsoft’s power and a disassembly of the largely ineffective Yahoo in order to better use the resources that it currently sits upon. At the same time however, such a consolidation threatens to put too much power in one place. While Google has complained that Microsoft’s Yahoo bid might result raise antitrust issues, the biggest problem created might be the elimination of any check to Google itself.

Lees verder in Why Does Microsoft Really Want Yahoo? bij RoughlyDrafted Magazine.

Arnoud

als eerste

Nederland in top 5 illegale contentverspreiders

12 februari 2008, 8:35 - Geplaatst onder: Beveiliging - Geen reacties

Suske en Wiske en de Sinistere SiteNederland behoort tot de vijf landen die de meeste illegale content via het internet verspreiden, meldt Security.NL. Dit blijkt uit een aanstaand rapport van X-Force. De term “illegale content” moet breed worden uitgelegd: hiermee bedoelt het rapport niet alleen aanbod van software, films of muziek dat inbreuk maakt op het auteursrecht, maar ook websites die worden gebruikt voor computercriminaliteit, illegale drugs, malware of die gewelddadig en extremistisch van aard zijn. Tsja. Om dat nou allemaal over één kam te scheren?

Ditzelfde definitieprobleem zie je wel vaker bij cybercrime: de kreet “misdrijven die met een computer gepleegd worden” is zo breed dat volgens sommige definities ook iemand de hersens inslaan met een laptop onder computercriminaliteit valt. Zijn sites van een coffeeshop sites die gebruikt worden voor illegale drugs?

Bron: 2007 X-Force report

Arnoud

als eerste

Wie van u heeft er verstand van internationaal recht?

11 februari 2008, 9:09 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 1 reactie

Mag ik bij deze gebruik maken van uw collectieve kennis van het internetionaal privaatrecht? Hoewel de meeste onderwerpen op mijn site Nederlands recht betreffen, krijg ik ook veel vragen over grensoverschrijdende zaken. Welk recht geldt voor een website die fysiek in Japan staat, Engelstalig is en levert aan Nederlandse bedrijven? Maakt het uit of het dan om merkrecht, auteursrecht, smaad of schending van privacy gaat?

Ik zou hier graag een artikel over schrijven, maar dit is een verschrikkelijk lastig onderwerp waar ook nog eens weinig overzichtsliteratuur over lijkt te zijn. Ik was al begonnen in het proefschrift van Van Eechoud, maar dat is geen lectuur voor maar één regenachtige zondagmiddag.

Wie heeft een suggestie voor nuttig leesvoer?

Uw artikelen hierover publiceer ik natuurlijk ook graag! Zolang het niet al te veel een infomercial wordt, bent u welkom! :)

Arnoud

of lees de eerste reactie
« Vorige PaginaVolgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress