Content-centrische netwerken
Het internet gaat aan haar eigen succes ten onder. Hoewel er steeds meer kabels gelegd worden en steeds grotere datacentra, blijft het netwerk kwetsbaar. Dat komt door een fundamentele beperking in de opzet van internet: elk stukje informatie moet van één bron komen. En als die verstopt of onbereikbaar wordt, gaat het fout.
Caches en mirrors (of hulpnetwerken zoals Akamai) zijn een gedeeltelijke oplossing. Meer fundamenteel is een nieuwe opzet van het internet: zet de data centraal, niet de computers waar het vandaan komt. Iedereen doet mee aan de verspreiding, zodat er altijd genoeg bronnen zijn om de data te pakken te krijgen die je wilt. Technisch haalbaar, maar alle wetten over aansprakelijkheid, auteursrecht en aanverwante zaken kunnen het raam uit.
Het internet zou gebouwd zijn om gedurende een nucleaire oorlog te blijven werken. Dat is een mythe. Het internet is allerminst robuust. Deze kaart van de Guardian (via ZBDigitaal) laat zien hoe weinig verbindingen er eigenlijk zijn tussen de continenten:

En het gaat ook vaak genoeg mis. Eén kabelbreuk blijkt al genoeg om het halve Midden-Oosten zonder internet te laten zitten (complottheorieën te over trouwens). In december 2006 zorgde een zeebeving voor een grote internetstoring in Zuid-Oost Azië. Vietnam zat in juni 2007 zonder internet door diefstal van kilometers glasvezelkabel.
Raar eigenlijk, want op zich is er netwerkcapaciteit genoeg in die landen, en de meeste pagina’s, filmpjes en andere content die de mensen daar wilden zien was ook ongetwijfeld allang aanwezig op de harde schijven op de miljoenen computers aldaar. Maar toch moest iedereen per se naar de originele server om zijn eigen kopie van die pagina’s of filmpjes op te vragen. Onzin eigenlijk, maar ja, zo is internet nu eenmaal gebouwd.
Bittorrent is een voorbeeld van hoe het ook anders kan. Net als bij elk file sharing netwerk worden bestanden van computer naar computer verspreid. Het unieke aan Bittorrent is dat er niet één persoon is die het hele bestand verstuurt. Elk bestand wordt in delen opgehakt, en elk deel wordt afzonderlijk verstuurd. Zodra iemand een deel heeft, deelt hij dat deel ook weer met iedereen die op zoek is naar dat bestand.
Deze techniek is een eenvoudige versie van wat in de wetenschappelijke wereld bekend staat als content-centric networking, content disseminatie netwerken of swarming.
Deze video-uitleg van Van Jacobson legt heel duidelijk uit waar het over gaat. Iedere computer die een stukje data langs ziet komen, bewaart daar een kopietje van. Als deze vervolgens een verzoek langs ziet komen voor dat stukje data, stuurt hij zijn kopietje in plaats van het verzoek door te geven aan de mogelijk heel ver weg staande oorspronkelijke server.
Deze netwerktechnologie heeft vérstrekkende gevolgen, ook voor het internetrecht. Als er geen centrale bron meer is die de content “op internet zet”, wie moet je dan aanspreken als de publicatie onrechtmatig is? En zelfs als je de eerste plaatser van de content vindt, hoe kan deze dan de publicatie stopzetten? Ben ik aansprakelijk als mijn computer iets bewaart en doorgeeft dat in Koeweit illegaal is?
Of wat dacht je van de vraag hoe je een stuk content vindt? Als er geen “officiële” site meer is, en content overal vandaan kan komen, kan ik het verschil niet meer zien tussen een geautoriseerde en een ongeautoriseerde publicatie.
De oplossing zal op een of andere manier uitgebreid gebruik moeten maken van encryptie en digitale handtekeningen. Vervalsing van data is immers triviaal, als iedereen antwoord mag sturen op elk verzoek. Met een digitale handtekening kan de ontvanger dan nagaan of hij echt de voorpagina van NU.nl heeft gekregen of een neppagina. En voor veel data (zoals e-mail of chatgesprekken) is het niet de bedoeling dat iedereen meeleest, dus daar is encryptie cruciaal.
Via de digitale handtekening op content zou je dus de plaatser kunnen achterhalen. Maar dat is een lastige: hoe weet je welke digitale handtekening gezet is door welke persoon? Wie is de echte Disney?
En om dan de content te kunnen verwijderen, is nog heel wat meer nodig. Youtube heeft nu al problemen genoeg om een film weg te halen als ze daar een bevel toe krijgen.
Kortom, genoeg stof om over na te denken. Onlangs kocht ik het boek The Big Switch van Nicholas Carr, een aanrader over dit onderwerp!
Arnoud

Kent u dit icoontje nog? Inderdaad, Nedstat, de
In september schreef ik in
De Buma gaat
Het is toegestaan om te achterhalen hoe dingen werken. Heb je een mooie grafische kaart gekocht, en wil je weten welke signalen deze afgeeft, dan mag je gerust met je multimeter aan de slag. Wil je zien hoe je televisie er van binnen uitziet, veel plezier met de schroevendraaier. De garantie vervalt natuurlijk wel, maar dat terzijde.
Afgezien van octrooien is het reverse engineeren van de werking van hardware dus legaal. Dat is erg handig voor bijvoorbeeld
Sorry, ik zat vrijdag even niet op te letten. Toen
Desondanks kunnen forumbeheerders of moderators niet zomaar elk bericht om elke reden verwijderen of aanpassen. Iemands meningsuiting is beschermd, en er moet dus een geldige reden zijn om dat te doen. Bij illegale bijdragen (belediging, racisme, inbreuk op andermans rechten) is er evident zo’n geldige reden aanwezig. Reclame mag ook zomaar verwijderd worden. En berichten die off-topic zijn, kunnen verplaatst of eventueel verwijderd worden. Maar inhoudelijk ingrijpen bij on-topic discussies zou zeer uitzonderlijk moeten zijn.
Een blij verraste lezer mailde me:

Microsoft wil internetbedrijf Yahoo 

