In eigen tijd gemaakte software kan toch van uw baas zijn
Een oud gezegde luidt: als je van je hobby je werk maakt, heb je geen hobby’s meer. En je bent ook nog het auteursrecht op je hobbywerk kwijt, zou ik daar aan willen toevoegen. Veel mensen denken, als je iets in privétijd maakt met je eigen materiaal, dan heeft je baas daar niets over te zeggen. Maar dat is niet waar.
In een recent vonnis (update 2/7: LJN BD5822) las ik over een werkgever (het ministerie van Binnenlandse Zaken) die werd verrast door een aantal copyright notices, aangebracht door een ontevreden werknemer in de uitvoer (HTML-pagina’s) van een aantal webapplicaties. Die werknemer was namelijk van mening dat de rechten op een deel van de applicatie bij hem lagen, omdat hij gebruik maakte van in eigen tijd ontwikkelde software en bovendien niet schriftelijk opgedragen was dergelijke software te maken. Hij gaf daarbij aan dat
het door hem vermelden van “copyright 2006 X” in de bronvermelding van bovengenoemde producten en het niet beschikbaar stellen van de broncode mede het gevolg is van het feit dat hij, ondanks veelvuldig aandringen, de werkzaamheden waarvan hij vindt dat ze niet binnen de functie vallen, niet als opgedragen taken schriftelijk bevestigd kan krijgen.
Met andere woorden, hij erkende zelf dat hij de opdracht had gekregen. En als je iets maakt in opdracht, ligt het auteursrecht bij je werkgever. Ook als het totaal niet tot je werkzaamheden behoort om het te maken. Je zou de opdracht kunnen weigeren omdat het niet tot je werk behoort, maar als je de opdracht aanvaardt, dan is het deel van je werk en dan liggen de rechten bij je werkgever. Je kunt niet een opdracht van je werkgever aanvaarden en dan auteursrecht op delen van het resultaat claimen.
Zoals de rechter het motiveert in het vonnis:
Het is innerlijk tegenstrijdig om enerzijds te erkennen dat hem (programmeer- en ontwikkel)taken zijn opgedragen als gespecificeerd in zijn eigen e-mail van 13 maart 2006, maar bij uitblijven van de verlangde schriftelijke bevestiging daarvan door zijn werkgever (…) opeens te stellen dat het geen opgedragen taken betrof. Alleen omdat hij meende dat deze taken zijn functie te buiten gingen, heeft hij in dit aldus escalerende arbeidsconflict naderhand opeens gesteld deze als niet langer opgedragen te beschouwen en is hij zich vervolgens op eigen auteursrechten van de applicaties gaan beroepen.
Artikel 7 van de Auteurswet zegt dat de werkgever het auteursrecht toekomt op alles wat je maakt dat past binnen je functieomschrijving. Of dat nu thuis is of op het werk, op je eigen PC of de laptop van de zaak is niet relevant. Wil je dat niet, dan moet je daar goede afspraken over maken met je werkgever.
Zie voor meer informatie mijn Spoedcursus auteursrecht: Eigendom van een beschermd werk.
Je kunt natuurlijk ook een hobby kiezen die niets met je werk te maken heeft.
Zijn jullie hier wel eens tegenaan gelopen? Of wat voor afspraken heb je met je werkgever over dingen die je maakt en die in de buurt komen van het werk?
Arnoud
Tags:




Ook werkgevers lezen je blog Arnoud
In de overeenkomsten die wij sluiten met werknemers staat dat het bedrijf ervan uitgaat dat de code die zij inbrengen in het bedrijf onbezoldigd kan worden gebruikt. Deze zin is wat krom door de bocht maar ik kan me de exacte tekst niet herinneren. Wat wij willen voorkomen is dat (in een conflict situatie) een medewerker zichzelf wil indekken en een soort auteursrechtelijk trojaans paard naar binnen brengt. Bijvoorbeeld een module die hij in de avonduren heeft geschreven en een generieke toepassing kent. Met die formulering kan hij zich dan niet later niet beroepen op auteursrecht. Het wordt lastiger als hij code inbrengt van een derde. Als hij dit echter bewust doet gaat hij ook nat met die bepaling. Opzet blijft natuurlijk lastig aan te tonen. Het is maar de vraag of een werkgever een werknemer aansprakelijk kan stellen voor geleden schade omdat hij code heeft ingebracht waarop rechten van anderen rusten die het ons onmogelijk maken het onbezoldigd te gebruiken. Ik denk dat het arbeidsrecht zich wellicht niet leent voor een dergelijke aansprakelijkheid van een medewerker. Maar ik ben geen expert.
Reactie door Bram — 8 maart 2008 @ 9:24
Ik denk dat dat heel lastig wordt. Volgens artikel 6:170 BW is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor die schade bij de auteursrechthebbende. De fout was vergroot door de opdracht (jij liet hem software schrijven) en jij had zeggenschap over de gedraging in kwestie. Dat jij er niets aan kon doen, of zelfs dat jij het verboden hebt, helpt jou niet. De rechthebbende kan het op jou verhalen. Hij kan het ook op de werknemer verhalen, die pleegde tenslotte de voorbehouden handelingen zonder geldige licentie. Maar daar is meestal minder te halen.
Jij kunt de schade alleen verhalen op je werknemer als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van zijn kant.
Reactie door Merijn de Weerd — 8 maart 2008 @ 9:43
Je schrijft “Artikel 7 van de Auteurswet zegt dat de werkgever het auteursrecht toekomt op alles wat je maakt dat past binnen je functieomschrijving. Of dat nu thuis is of op het werk, op je eigen PC of de laptop van de zaak is niet relevant.”
Als ik dat artikel opduikel, lees ik dit: “Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, […], dan wordt, […], als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.”
Als ik dit lees, lees ik iets in de zin van “Als je iets maakt in dienst van een derde, dan is die derde de auteursrechthebbende.” Ik kan daaruit niet halen wat jij schrijft, namelijk dat als ik iets maak in mijn vrije tijd en voor mijzelf, dat ook van die werken het auteursrecht bij mijn werkgever zou komen te liggen als mijn hobby overeenkomt met mijn werk.
Blijkbaar interpreteer ik die wettekst verkeerd. Op welk punt?
Reactie door Rejo Zenger — 8 maart 2008 @ 10:29
Arnoud,
aan mijn vorige werkgever vroeg ik af en toe of ik stukjes code die bruikbaar waren mocht publiceren onder de GPL. Hij ging daar altijd mee akkoord. Helaas schreef ik niet zo veel nuttige dingen in die dienstbetrekking.
In mijn huidige baan ligt het iets anders: daar is het vastgesteld in de arbeidsvoorwaarden dat alle door mij geschreven code onder de GPL wordt gepubliceerd en dat de copyright wordt “toegeschreven” aan de Free Software Foundation.
Reactie door Anoniempje — 8 maart 2008 @ 10:45
@Rejo: als de software te zien is als “arbeid in dienst van een ander”, dan ligt het auteursrecht bij je werkgever. De vraag is dus wanneer de software die jij maakt, als zodanig te zien is. En daarvoor geldt het criterium van je functieomschrijving (behoort het tot je werk) of de specifieke opdracht (jij deed het, dus werd het deel van je werk).
Is het onderdeel van je werk om Linux werkend te krijgen op de apparaten van je baas, en je gaat in het weekend patches naar linux-kernel sturen, dan heeft je baas een heel goed verhaal dat hij het auteursrecht op die patches heeft en niet jij. Moet je Windows-applicaties ontwikkelen, dan wordt het iets twijfelachtiger of je baas nog steeds een claim heeft op die Linux patches.
Stel je bent programmeur met als hobby fotograferen. Je foto’s zijn dan copyright jijzelf, behalve wanneer je baas vraagt “ach maak jij even de foto’s bij het personeelsfeest”. Als je dat doet, ligt het auteursrecht bij het bedrijf.
@Anoniempje: dat is een interessante constructie! Het enige wat ik me dan afvraag, is of jullie een overeenkomst met de FSF hebben waarin zij dit accepteren. Je kunt iemand niet eenzijdig met auteursrechten opzadelen, daar is een schriftelijke (of electronische) overdracht voor nodig.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 8 maart 2008 @ 11:00
Ja, er is een overeenkomst met de FSF (die heeft daar speciale formulieren voor). De code die ik schrijf komt namelijk ten goede van een GNU project.
Reactie door Anoniempje — 8 maart 2008 @ 11:08
Maar dan toch alleen die foto’s van dat bedrijfsfeestje, hoop ik?
Het zou me vreemd lijken dat ál mijn foto’s plots van de baas zijn als in één keer in opdracht van de baas een foto maak…
Reactie door Martijn — 8 maart 2008 @ 16:18
Dat verbaasd me. Het begin van dat artikel 7 luidde immers:
Die patches zijn op zichzelf niet “in dienst van een ander verricht”. Ik ben bijvoorbeeld een niet-fatale bug tegen gekomen. Op het systeem van mijn werkgever zorg ik voor een work around zodat die bug niet getriggerd wordt.
Omdat mijn werk mijn hobby is (of was het nou andersom? :)) laat het me ook in de avonduren niet met rust en ik zoek uit wat het probleem precies is en ik schrijf een bigfix. Heeft mijn werkgever dan het auteursrecht op die patch?
Reactie door Rejo Zenger — 8 maart 2008 @ 16:45
Rejo, ik zou zeggen van wel. Het behoort kennelijk tot jouw werk om dat soort bugs te fixen. Het maakt dan niet uit of je het onder werktijd doet of ’s avonds. Je moet dus dat “in dienst” niet zo letterlijk lezen als “onder werktijd” maar als “binnen de taakomschrijving van het dienstverband”.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 8 maart 2008 @ 20:42
Arnoud, ik heb eenzelfde constructie, maar ik ben confused. Mijn systeembeheerscripts schrijf ik als hobby maar zet ik voor mijn werkgever in. Mijn werkgever heeft me toestemming gegeven deze scripts onder de GPL te publiceren. Kan hij dit later terugdraaien [aangezien de GPL in Nederland bij mijn weten nog niet onder de hamer is geweest]?
Reactie door Anon2 — 8 maart 2008 @ 22:31
Anon2, dat is een goede vraag. Ik heb het nog nooit aan de orde gezien. De GPL is een licentieaanbod: u mag de software aanpassen en verspreiden onder de volgende voorwaarden. Wie dat aanvaardt, heeft een licentie en raakt die niet meer kwijt (tenzij hij de voorwaarden schendt). Aan bestaande licenties kan je werkgever dus niets meer doen.
Voor nieuwe licenties ligt het iets gecompliceerder. Wie een aanbod doet, mag dat intrekken zolang de ander dat nog niet aanvaard heeft. Haal jij de software weg van je site (of vervang je de GPL door een andere licentietekst) dan kan ik niet langer een licentie onder GPL eisen van jou.
De crux zit hem in dat “van jou”. In de GPL staat namelijk dat als Pietje de software van jouw werkgever (de maker) krijgt, en ik van Pietje, dat jouw werkgever mij dan ook de GPL licentie zal geven. Hij heeft dus aan Pietje beloofd dat zijn afnemers (ik dus) een licentie zullen krijgen. En daar kan hij niet meer op terugkomen.
Of de GPL een geldige licentie is, maakt daarbij niet zoveel uit denk ik. Dat lijkt me trouwens sterk; er zitten geen hele rare dingen in. Hooguit zullen bepaalde begrippen naar Nederlands recht misschien beperkt worden uitgelegd (het ‘afgeleide werk’ concept bijvoorbeeld) of misschien zelfs worden doorgehaald (zoals de volledige uitsluiting van aansprakelijkheid). Maar dat maakt de GPL niet ongeldig, er komt dan alleen een nuancering bij de toepassing.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 8 maart 2008 @ 22:59
Als het werk wat je in prive tijd maakt van je baas is, kan het dan ook zijn dat (ander) werk dat je in de baas z’n tijd maakt van jou is?
Reactie door Alex — 9 maart 2008 @ 1:56
Alex, zie http://iusmentis.com/auteursrecht/nl/vvv/maker/#werkgever
Reactie door Anoniempje — 9 maart 2008 @ 3:03
Arnoud, wat jij beweert volgt volstrekt niet uit de tekst van de wet, en de rechtzaak die je aanhaalt lijkt zich met een randgeval bezig te houden (de werknemer had een opdracht van de baas gekregen; dat hij die dan thuis of op kantoor uitvoert, lijkt niet zo’n verschil uit te maken — in beide gevallen gaat het om werktijd waar hij loon voor krijgt). Heb je wellicht links naar jurisprudentie die jouw bewering ondersteunt?
Reactie door Branko Collin — 9 maart 2008 @ 10:41
Branko, het is toch echt zo, al zal het vaak lastig zijn om te bepalen of een concreet werk nog onder “in het kader van je dienstverband” valt. De nachtportier die uit verveling een roman schrijft en de PR-medewerkster die op zondagmiddag een persbericht schrijft, zijn de twee extremen. Alles daartussen is een grijs gebied.
Uit het handboek Spoor/Verkade/Visser, pagina 42:
Verderop op pagina 44 formuleren zij het criterium dat je baas je opdracht had kunnen geven tot het maken van dat werk onder werktijd. De PR-medewerkster had opdracht kunnen krijgen voor dat persbericht, maar de portier niet voor de roman.
Jurisprudentie aangehaald onder noot 69 op pagina 44.
Contractueel kun je altijd andere afspraken maken. Bijvoorbeeld dat alles van jou wordt, of alles van je werkgever behalve je werk aan een bepaald open source project. Of, zoals de persoon hierboven, dat al je werk copyright Free Software Foundation wordt.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 9 maart 2008 @ 11:27
Vanwege een zuiderbuur-lezer, en dit louter ter info:
In België is het niet zo dat de auteursrechten op werken (in het algemeen) van de werknemer automatisch worden overgedragen aan de werkgever wanneer deze werken worden vervaardigd in verband met de arbeidsovereenkomst. Artikel 3 §3 van de Wet van 20 juni 1994 (Belgische Auteurswet, “BAW”) vereist immers dat de overdracht van auteursrechten in het kader van een arbeidsovereenkomsten uitdrukkelijk moet worden gestipuleerd. Met andere woorden, in België zet je best een overdracht van rechten in je arbeidsovereenkomsten. Verder is de overdracht -als die al is voorzien in de arbeidsovereenkomst- wettelijk beperkt tot werken die “binnen het toepassingsgebied” van de overeenkomst valt; en voor de overdracht van rechten die betrekking hebben op “exploitatievormen die op het ogenblik van het sluiten van de arbeidsovereenkomst onbekend waren” moet een percentage van de opbrengst aan de werknemer-auteur worden toegewezen.
Voor software is er een uitzonderingsregime voorzien: hier is het wél zo dat de overdracht automatisch gebeurt. Artikel 3 van de Wet op de Rechtsbescherming van Computerprogramma’s stelt immers: “Tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, wordt alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma’s die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever.” Het geven van de opdracht of het uitoefenen van taken in verband met de arbeidsovereenkomst is hier dus het criterium.
mvg,
Kristof
Reactie door kristof — 9 maart 2008 @ 15:05
Ik ben het met Rejo eens dat het zo duidelijk niet is dat het auteursrecht op die patches van de baas is.
In het vonnis wordt niet bewezen geacht dat het werk thuis is verricht, en speelt het een grote rol dat er een specifieke opdracht was gegeven voor precies dat werk. Als je thuis iets doet dat op zichzelf genomen ook wel past in je functieomschrijving, dan blijft het auteursrecht mijns inziens gewoon bij jezelf.
Een fotograaf die voor zijn werk foto’s maakt van voetbalwedstrijden en in zijn vrije tijd zonder specifieke opdracht op de voetbalclub van zijn zoontje foto’s schiet, heeft het auteursrecht op die foto’s.
Het stuk uit Verkade/Spoor/Visser heeft volgens mij betrekking op werken vervaardigd tijdens werktijd.
Reactie door bona fides — 9 maart 2008 @ 18:39
Voor mij is het duidelijk wat de auteurswet zegt, maar niet altijd waar de grens ligt van het kader van het dienstverband. Bij de fotograaf zou het de vraag zijn of zijn baas hem naar jeugdwedstrijden zou kunnen sturen. Zo ja, dan kan de baas wel degelijk het auteursrecht op de foto’s claimen. Fotografeert hij Eredivisiewedstrijden, dan zijn de foto’s van de jeugdwedstrijd zijn eigendom.
Waar jij je uitlating over Spoor/Verkade/Visser op baseert, is me trouwens een raadsel. Niet op de tekst van het boek in ieder geval. Pagina 43 zegt expliciet dat het auteursrechtelijk irrelevant is of de werknemer werken tijdens zijn arbeidsuren maakt. Zie ook Kort begrip pagina 434 en de daarin geciteerde HR 19 januari 1951, NJ 1952, 37 (Van der Laan/Schoonderbeek), hoewel dat meer ging over de vraag of er “bepaalde” werken gemaakt moesten worden. Ik begrijp dat dat discussie oplevert bij academici: zijn die aangenomen om papers en proefschriften te maken, of om onderzoek te doen? In het eerste geval kan de universiteit het auteursrecht daarop opeisen.
De wetgever heeft m.i. juist gekozen voor het taakcriterium omdat mensen ook buiten werktijd werken maken die passen binnen hun werk. Kan de persfotograaf-werknemer die ’s nachts om drie uur een nieuwsfoto maakt vanuit zijn slaapkamerraam het auteursrecht daarop claimen? Ik dacht het niet. Het is zijn werk nieuws te fotograferen, hij doet dat, dus het auteursrecht ligt bij de krant.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 9 maart 2008 @ 19:09
Spoor/Verkade/Visser heb ik hier niet, ik baseer me slechts op de tekst die jij citeert van p. 42. Die passage geeft m.i. aan dat van werken vervaardigd onder werktijd die niet meer binnen de functieomschrijving vallen, het auteursrecht bij de werknemer blijft. Je kunt dat niet zomaar uitbreiden tot activiteiten buiten werktijd: activiteiten in tijd waarin de werknemer naar verkeersopvatting niet met zijn werk bezig is.
De persfotograaf die midden in de nacht die nieuwsfoto maakt zou inderdaad heel goed “aan het werk” kunnen zijn. Dan is het een foto gemaakt in dienstverband. Maar dit lijkt mij echt op het randje.
Privétijd is in beginsel gewoon geen werktijd, en daar gelden niet dezelfde maatstaven voor als voor werktijd. Het zou mij verbazen als Spoor/Verkade/Visser echt ongeclausuleerd schrijven dat het “irrelevant” is of een werk in privétijd is gemaakt. Dat is pas zo wanneer al vaststaat dat het werk “in dienst van een ander” is gemaakt. Om vast te stellen of een werk “in dienst van een ander” is gemaakt, is de factor wel/niet onder werktijd m.i. zeker relevant. Net als wel/geen specifieke opdracht.
Het zou vreemd zijn als je onder art. 7 Aw uit zou kunnen komen door je werk naar huis te nemen. Die truc werkt dan ook niet. Maar dat betekent niet dat alle privéactiviteiten die onder je functieomschrijving vallen gelijk ook “in dienst van een ander” worden verricht.
Reactie door bona fides — 9 maart 2008 @ 19:33
Bedankt voor de link, maar nu ben ik wel heel nieuwsgierig naar pagina 43.
Reactie door Branko Collin — 9 maart 2008 @ 19:37
Stel een programmeur werkt op maandag en dinsdag bij werkgever A en op donderdag en vrijdag bij werkgever B. Beide banen hebben een identieke functieomschrijving. Is werkgever B nu rechthebbende op het auteursrecht op code die de programmeur op maandag inklopt?
Reactie door bona fides — 9 maart 2008 @ 19:45
Op pagina 43 noemt het boek een voorbeeld van een laborant die onder werktijd iets schrijft over proeven die hij doet. De man wil publiceren, en de vraag is of hij daarmee het auteursrecht van zijn werkgever schendt (even afgezien van geheimhoudingsverplichtingen). De vraag die het boek formuleert is of de arbeid bestaat in het ’schrijven over proefnemingen’ (onder verwijzing naar Pres. Rb. Breda 22 november 1977, BIE 1978, nr. 19, p. 84). En dat is de terechte toets.
Het feit dat de publicatie onder werktijd geschreven wordt, wordt als irrelevant terzijde geschoven: dat is hooguit een wanprestatie naar de werkgever toe. Als het voor de ene kant op (eigen werk ondanks onder werktijd) irrelevant is, is het dat automatisch ook voor de andere kant op (werkgeversauteursrecht ondanks niet onder werktijd).
Belangrijk is ook dat je niet vergeet dat creatief werk niet begint om half negen en ophoudt om vijf uur. Een schrijver is geen fabrieksarbeider. Je kunt dus niet zo hardlijnig naar de klok kijken om te bepalen of sprake is van arbeid in dienstverband.
Je komt nu ineens met verkeersopvattingen, waar baseer je dat op? Ik wil best geloven dat uit redelijkheid en billijkheid de uitleg van wat het dienstverband inhield kan worden aangepast, maar je zult toch wat meer moeten laten zien dan alleen “er gelden andere maatstaven”. Artikel 7 is de maatstaf. Welke basis in de wet zie jij voor je andere maatstaven?
Je voorbeeld van de programmeur met twee identieke bazen is me net iets te gezocht. Maar goed: in dat geval heeft de werknemer een probleem. Van wie is volgens jouw maatstaven het werk dat de werknemer op woensdagavond thuis maakt en dat valt binnen zijn functieomschrijving? Laten we zeggen dat hij werkt als probleemoplosser voor bepaalde applicatiesoftware (b.v. Microsoft Word). Nu zit hem een fout in die applicatiesoftware op beide werkplekken al lang dwars. Hij typt de oplossing die avond op zijn eigen laptop omdat hij daar toevallig ook die software heeft staan.
Ik zou zeggen dat hij in een onmogelijke positie zit. Daar helpt alleen 6:248 BW misschien nog. Jij zou zeggen dat het van hem persoonlijk is omdat het woensdagavond is?
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 9 maart 2008 @ 20:22
Dat voorbeeld op p. 43 gaat dus precies over het criterium dat wordt besproken op p. 42. Het gaat niet om de vraag “in dienst van een ander verricht”, maar om de vraag of de arbeid “bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken”. Dat is een heel ander criterium (waar uitaard óók aan moet worden voldaan om onder art. 7 te komen).
Pagina 42 en 43 zijn dus irrelevant voor de vraag of er sprake is van “in dienst van een ander”.
Criteria voor art. 7 Aw zijn:
1. in dienstverband. Dit is hetzelfde dienstverband als in art. 7:610 BW. Nodig zijn arbeid, loon en een gezagsverhouding.
2. arbeid bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken. Dit is criterium wordt op p. 42 van Spoor/Verkade/Visser uitgewerkt.
Aan beide criteria moet zijn voldaan.
Niet om flauw te doen, maar nu je argument mbt p.42/43 is ontkracht, is er dacht ik geen argument meer dat wijst op jouw uitleg van criterium 1. De woorden “in dienst van een ander verricht” duiden in ieder geval niet op jouw uitleg. Voor “in dienst van verricht” is het nodig dat het werk in een gezagsverhouding is verricht. Dat wordt weliswaar flexibel uitgelegd, maar het is niet zo dat een werknemer tijdens het hobby-en steeds onder gezag van zijn werkgever staat.
Dat creatief werk niet om 5 uur ophoudt zodat wat je thuis afmaakt ook nog aan je werkgever toebehoort ga ik wel in mee. Het voorbeeld van de linuxpatch ligt wat mij betreft dicht bij het grens van “in dienst van”.
Maar wat jij stelde is: “Artikel 7 van de Auteurswet zegt dat de werkgever het auteursrecht toekomt op alles wat je maakt dat past binnen je functieomschrijving. Of dat nu thuis is of op het werk, op je eigen PC of de laptop van de zaak is niet relevant.”
En dat is alleen waar als het ook zou gelden voor mijn programmeur met twee werkgevers. Maar dan krijg je met jouw uitleg een probleem, zoals je zelf aangeeft.
Zo gezocht vind ik mijn voorbeeld trouwens helemaal niet. Het voorbeeld zet de situatie op scherp en is juist daarom een heel goed voorbeeld om jouw uitleg van het criterium “in dienst van” op te testen.
(Het persfotograaf-voorbeeld zet de situatie juist niet op scherp. Het voorbeeld haalt jouw uitleg weliswaar niet onderuit, maar bewijst daarmee nog niet dat jouw uitleg klopt.)
Reactie door bona fides — 9 maart 2008 @ 21:15
Ik heb nog even naar Rb. Breda 22 november 1977, BIE 1978, 19 gekeken. De rechtbank overweegt in kort geding t.a.v. art 7 dat de laborant rechthebbende is omdat
- zijn werkgever het tegendeel niet beweert,
- hij zelf aangeeft de lijst in privétijd te hebben gemaakt, en
- het tegendeel niet aannemelijk is gemaakt.
(De werkgever was hier overigens zelf geen partij.)
Verder valt mij op:
“Als het voor de ene kant op (eigen werk ondanks onder werktijd) irrelevant is, is het dat automatisch ook voor de andere kant op (werkgeversauteursrecht ondanks niet onder werktijd).”
Dit volg ik niet, want uit “als A dan B” volgt nog niet “als B dan A”. Dat je onder werktijd eigen werk kunt maken impliceert logisch niet dat buiten werktijd vervaardigd werk van de werkgever kan zijn.
(Zoals eerder aangegeven kan dat laatste wel het geval zijn, bijv. als een specifieke opdracht is gegeven die toevallig thuis is uitgevoerd, maar een logische implicatie van “onder werktijd eigen werk” is dat zeker niet.)
Het is zaak om hier niet uit “in een randgeval kan aan je baas in privétijd gemaakt werk toekomen” af te willen leiden dat wel/niet onder werktijd er nooit toe doet.
Reactie door bona fides — 9 maart 2008 @ 22:43
Arnoud, voor wat het waard is, het voorbeeld van “bona fides” is niet eens zo ver gezocht. Ik ken verschillende mensen in mijn omgeving waar het voorbeeld (twee werkgevers en bij elke een praktisch gezien gelijke functieomschrijving) van toepassing op is. Soms omdat ze part-time een eigen bedrijf runnen en daarnaast bij een “echte” werkgever werken, soms omdat ze simpelweg twee part-time banen combineren.
Verder:
En nog zoiets. In een van mijn vorige arbeidsovereenkomsten stond, met betrekking tot de inhoud van mijn werkzaamheden, enkel vermeld dat ik in dienst zou treden “in de functie van systeembeheerder” (en dat laatste woord in bold :)). Zou het schrijven van een patch voor een Linux kernel daar onder horen?
Reactie door Rejo Zenger — 10 maart 2008 @ 0:13
@bona fides: Je stelt dat mijn argument ontkracht is, maar je licht nergens toe hoezo dan. Integendeel, je noemt de twee criteria die ik de hele tijd ook al noem en verwerkt nergens “onder werktijd” in die criteria. De rest van je betoog kan ik dus maar moeilijk volgen.
Dat er situaties zijn waarin een criterium lastig toepasbaar blijkt (twee gelijke heren dienen), betekent nog niet dat het criterium dus onjuist is. Voor dat soort randgevallen hebben we de mogelijkheid van de billijkheidscorrectie. En misschien dat in dat kader het feit dat het onder werktijd bij werkgever A is gedaan, meegenomen moet worden.
De vraag bij de laborant ging precies over het criterium dat ik al de hele tijd noem: was er sprake van werk in het kader van de arbeidsovereenkomst? Het was bij die analyse irrelevant of het werk onder werktijd was verricht. Als in zijn arbeidsovereenkomst had gestaan “het doen publiceren van onderzoeksresultaten”, dan had men niet naar de rechter gehoeven. Ook niet als hij de publicatie op zondagmiddag op zijn eigen typemachine (1977, nietwaar) had geschreven en met een zelfgekochte postzegel naar de redactie had verzonden.
En ik vind het jammer dat je nog steeds niet uitgelegd hebt wat jij nu ziet als de maatstaf wanneer iets onder werkgeversauteursrecht valt. Het herhalen van “dienstverband” en “bepaalde werken” uit art. 7 helpt natuurlijk niet echt als je wilt weten hoe je die begrippen moet toepassen. Waarom heeft het persbureau auteursrecht op de om drie uur ’s nachts gemaakte foto’s uit het slaapkamerraam van haar fotograaf-medewerker, maar de onderzoeksinstelling niet op het om drie uur ’s nachts geschreven manuscript van haar laborant-medewerker?
@Rejo: ok, daar heb je een punt. Het lijkt me zeer verstandig om dan dingen op schrift te zetten zodat beide werkgevers weten waar ze aan toe zijn. Niet alleen om auteursrechtelijk alles te regelen, maar ook om ruzie over “gestolen know-how” en dergelijke te voorkomen. Een software-optimalisatie bij bedrijf A geeft A een commercieel voordeel over B. Maar de werknemer zou deze ook best bij B kunnen installeren als die gelijkaardige systemen hebben. Dat past binnen zijn werk bij B, maar A vindt het vast niet leuk.
En de vraag is dus of “het schrijven van patches voor de Linux kernel” volgt uit de functieomschrijving “systeembeheerder”. Die laborant van de beruchte pagina 43 had als taakomschrijving “onderzoek”, viel daar ook onder het schrijven van artikelen over zijn onderzoek?
De wet eist dat het maken van bepaalde werken tot je functieomschrijving behoort. Bij de laborant was dat klaarblijkelijk niet zo, en daarom viel het auteursrecht gewoon aan hemzelf toe. Bij een fotograaf die in dienst treedt bij een krant, is het maken van “foto’s van nieuws” onderdeel van de functieomschrijving en daarom ligt het auteursrecht op die foto’s bij de krant”. Het hangt er natuurlijk ook vanaf hoe je je functieomschrijving op papier zet. Als er bij die laborant “het doen van publicaties over onderzoek” in de arbeidsovereenkomst had gestaan, hadden ze niet naar de rechter gehoeven.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 10 maart 2008 @ 9:51
Arnoud, je mag best kritiek hebben op mijn argumentatie, maar doe dan wel een eerlijke poging te begrijpen wat ik bedoel. Dat doe ik andersom immers ook. Ik garandeeer je dat wat ik schrijf geen onzin is. Aan jou of iemand anders die meeleest om te bepalen of en waar ik de fout in ga.
Om niet af te dwalen, het draait om jouw uitleg van art. 7 Aw. Jij zegt: “Artikel 7 van de Auteurswet zegt dat de werkgever het auteursrecht toekomt op alles wat je maakt dat past binnen je functieomschrijving. Of dat nu thuis is of op het werk, op je eigen PC of de laptop van de zaak is niet relevant.”
Meerdere personen hier vragen zich af of dat nou wel klopt. De tekst van art. 7 geeft namelijk een andere indruk.
Jouw argumenten zijn tot nu toe volledig gebaseerd op p.42,43,44 van Spoor/Verkade/Visser. Maar die passages hebben slechts betrekking op één aspect van art. 7 Aw. Er is nog een ander aspect.
Het auteursrecht op een werk komt de werkgever toe als:
1. het werk het resultaat is van arbeid verricht in dienst van een ander, én
2. die arbeid bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken, waarbij het werk zo’n bepaald werk is.
Dit is gewoon de tekst van artikel 7.
Lees de geciteerde passage op p.42 Spoor/Verkade/Visser nog eens goed. Het begint met “De arbeid van de werknemer moet bestaan in, of mede bestaan in het maken van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst.” Het gaat hier om criterium 2. Het gaat hier NIET om criterium 1!
Lees nu ook wat je schrijft over p.43: “De vraag die het boek formuleert is of de arbeid bestaat in het ’schrijven over proefnemingen’”. Het gaat nog steeds alleen om criterum 2. (De laborant die onder werktijd schrijft voldeed al aan criterium 1.) Idem voor p.44.
Jouw argumenten ter onderbouwing van “wel/niet onder werktijd is irrelevant” gaan over criterium 2 en zeggen dus niets over criterium 1. Maar juist voor criterium 1 is “wel/niet onder werktijd” relevant.
Criterium 2 komt inderdaad neer op “valt onder functieomschrijving of specifieke opdracht”. Inderdaad is “wel/niet onder werktijd” hiervoor irrelevant.
Criterium 1 zegt dat het werk tot stand moet zijn gebracht in dienst van de werkgever. Dat wil zeggen tegen betaling van loon en onder gezag van de werkgever.
Onder werktijd en op je werk voldoe je denk ik automatisch aan criterium 1. Ook als je als portier een roman schrijft, maar die roman valt niet onder criterium 2.
In privétijd voldoe je normaal gesproken juist niet aan criterium 1. En het voldoen aan criterium 2 maakt nog NIET dat je aan criterium 1 voldoet! Als je thuis iets doet dat op zich onder je functieomschrijving valt, maakt dat nog niet dat je “in dienst van” aan het werken bent. Het thuis binnen de taakomschrijving geproduceerde werk voldoet wel aan criterium 2, maar (meestal) niet aan criterium 1.
Criterium 1 wordt trouwens op p. 40-42 behandeld, misschien kan die paragraaf je wel overtuigen. Zie anders Vz. Rb. Arnhem 12 maart 2007, LJN BA2032, rov. 4.7:
“Enerzijds blijkt dat [betrokkene 2] voor die uren door Metafoor achteraf is betaald, anderzijds wordt daarin een onderscheid gemaakt tussen uren gewerkt voor Heijmans (opdrachtgever) en privé-uren en blijkt daaruit dus dat [betrokkene 2] in zijn eigen tijd en zonder zeggenschap van Metafoor aan het systeem heeft gewerkt.”
De voorzieningenrechter geeft duidelijk aan dat het er toe doet of het werk tegen loon en onder gezag van is verricht, criterium 1 dus. (Ja, er staan ook overwegingen over criterium 2. Het één en ander versterkt elkaar in die uitspraak.)
En zoals ik al aangaf geeft ook BIE 1978, 19 aan dat wel/niet onder werktijd er toe doet.
Nogmaals: “onder werktijd” is irrelevant voor criterium 2, maar zeer relevant voor criterium 1. Het is dus zeker relevant voor de toepasselijkheid van art. 7 Aw. Dat wel/niet onder werktijd relevant is voor “in dienst van” had ik overigens in al mijn eerdere reacties al aangegeven.
Wat betreft het verschil tussen fotograaf-medewerker en laborant-medewerker thuis om drie uur ’s-nachts. Het verschil is dat je bij de fotograaf kunt verdedigen dat hij de foto in dienstverband schiet. In zijn geval kan het normaal zijn dat hij 24u per dag alert is op mooie foto’s voor zijn baas (en voor die tijd ook krijgt betaald). Verder zal hij als fotograaf veel vrijheid hebben om zijn werk zelf in te richten, zodat het gezagscriterium hier soepel moet worden uitgelegd. Maar je kunt ook wel beargumenteren dat hij om drie uur ’s-nachts helemaal niet “in dienst van” foto’s schiet, hoor. Een randgeval wat mij betreft.
Reactie door bona fides — 10 maart 2008 @ 22:12
Jij zegt “in privétijd voldoe je normaal gesproken juist niet aan criterium 1″, of in je eerste bericht “privétijd is in beginsel gewoon geen werktijd”. Oftewel, wat je in privétijd doet is per definitie privé en dus kan de baas daar niets over zeggen, zodat er geen sprake kan zijn van een gezagsverhouding.
Maar daarbij ga je wel erg makkelijk voorbij aan precies het punt dat ik aan de orde stel: de vraag is of je werkgever de gezagsverhouding kan uitoefenen in je privétijd. Niet om flauw te doen (sic), maar dat “onder werktijd” noem je niet bij de criteria van in bericht 23. Vandaar dat ik je redenering niet kon volgen. En uit je eerdere berichten haalde ik vooral dat jij het bestaan van een gezagsverhouding gelijkstelde aan de vraag of er onder werktijd gewerkt werd.
Voor een fabrieksarbeider wil ik best geloven dat de baas de boom in kan na vijf uur ’s middags, maar voor een creatieveling zoals een journalist, fotograaf of zelfs een advocaat gaat dat lang niet altijd op. Zeer zelden, zou ik zelfs durven zeggen. In die beroepen is het zeer gebruikelijk dat je ’s avonds of in het weekend doorwerkt, en dat je ook op eigen initiatief dingen doet die voor het werk belangrijk zijn. Niet alleen van negen tot vijf en na schriftelijk dienstbevel.
Met andere woorden: je hebt gelijk dat als je buiten de gezagsverhouding valt, de werkgever niets meer kan claimen (criterium 1). Maar voor mensen die van hun hobby hun werk maken en ook nog eens werken waar proactiviteit, eigen initiatief en doorwerken na vijf uur gebruikelijk zijn, is het toch echt heel slim om afspraken te maken om geruzie over bij wie het auteursrecht ligt, te vermijden.
Ik zie niet in waarom dat bij een laborant anders zou zijn dan bij een fotograaf. Ook laboranten kunnen gedreven zijn en ’s avonds laat nog aan een paper typen omdat ze dat graag af willen hebben. Net zoals bloggers die om 22:34 met reaguurders in discussie gaan.
Arnoud
Reactie door Arnoud Engelfriet — 10 maart 2008 @ 22:34
@bona fides: Beetje rare manier van discussieren heb jij! Ik lees nu een tijdje mee en dit is de eerste keer dat je helder uitlegt wat je standpunt is. Tot nu toe zag ik je vooral Arnoud’s standpunt tegenspreken zonder echt veel argumentatie. Afgezien van “dat staat volgens mij niet in Spoor/Verkade/Visser” (reactie 17), wat je niet eens gelezen had (reactie 19). Vervolgens herhaal je je standpunt in bericht 23, en concludeert dat je daarmee Arnoud’s argument hebt ontkracht. Maar iets drie keer zeggen maakt het nog niet waar. Al helemaal niet als je er “niet om flauw te wezen” voor zet - dat is juist een teken dat je inhoudelijk weinig te melden hebt.
Reactie door Merijn de Weerd — 10 maart 2008 @ 22:59
Als ik “normaal gesproken” en “in beginsel” schrijf, bedoel ik dus niet “per definitie”
Wat onduidelijkheid kan hebben gegeven is wat we met “onder werktijd” bedoelen. Officiële werktijd, of de tijd dat je “aan het werk” bent. In mijn vorige bericht bedoel ik met “onder werktijd” de officiële werktijd, dus de niet-privétijd. In bericht 19 schreef ik “aan het werk” waar “in dienst van” duidelijker zou zijn.
Maar ik zie dat je je stelling nu hebt afgezwakt. Dan zijn we het eens, wat mij betreft. Natuurlijk kun je over ieder randgeval eindeloos discussiëren, maar het ging er mij om dat “in dienst van een ander verricht” in art. 7 een criterium is dat strikter is dan “je hebt een werkgever”. En “in dienst van” betekent dus niet “binnen de taakomschrijving van het dienstverband” zoals je in bericht 9 schreef. Binnen de taakomschrijving heeft betrekking op “bepaalde werken”.
De advocaat-medewerker die in het weekend voor zijn buurman een bezwaarschrift schrijft, is de maker van dat werk. Schrijft hij vervolgens een bezwaarschrift voor een cliënt van zijn werkgever, dan zal de werkgever voor dat werk m.i. als maker gelden.
Reactie door bona fides — 10 maart 2008 @ 23:20
@Merijn: het is altijd lastig om zeker te weten dat wat je schrijft ook voor anderen helder is. Ik dacht dat mijn bericht 23 heel duidelijk was, maar blijkbaar vergis ik mij daarin.
De laatste zin uit reactie 17 is puur gebaseerd op mijn rechtsgevoel tav. art. 7 Aw (en lezing van het artikel). Als aansporing van Arnoud om beter te lezen wat er staat. Ik geef het toe, dat is geen onderbouwing. Echter was ik van mening dat het vooral Arnoud was die iets te onderbouwen had; zijn “het is toch echt zo” in bericht 15 in reactie op herhaalde protesten is ook niet bepaald overtuigend. De tekst van art. 7 sprak ook niet voor zijn standpunt. In reactie 17 geef ik overigens wel aan dat ook het vonnis uit de blogpost niet vóór Arnouds standpunt spreekt.
Kortom, de “bewijslast” lag m.i. bij Arnoud. Dat ik pas in reactie 23 kan aangeven hoe Spoor/Verkade/Visser wel moet worden gelezen komt doordat ik dat boek nog eens moet kopen en het mij pas uit reactie 22 duidelijk werd. Helaas blijk ik dan in reactie 23 niet duidelijk te zijn geweest, dat is jammer. (Maar lees reactie 23 nog eens in combinatie met reactie 9. Arnoud zegt daar iets over crit. 1, naar later blijkt op basis van p.42-44 Spoor/V/V, maar dat blijkt over crit. 2 te gaan.)
Hoe dan ook, het moge duidelijk zijn dat dit subtiele materie is die niet eenvoudig goed onder woorden is te brengen in een beperkte editor.
Het woord “flauw” had ik inderdaad beter weg kunnen laten. Was een reactie van mijn kant op het als “gezocht” afdoen van mijn voorbeeld.
Reactie door bona fides — 10 maart 2008 @ 23:52
Ik heb meegemaakt dat mijn leidinggevende persoonlijk (dus niet namens de werkgever) de rechten opeiste van software die ik VOOR aanvang van het dienstverband als zelfstandige had ontwikkeld.
Reactie door Guido den Broeder — 9 april 2008 @ 21:52