Kan Wilders’ film preventief verboden worden?

5 maart 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Meningsuiting - 7 reacties

Het kabinet heeft verkend of de anti-Koranfilm van Geert Wilders vooraf kan worden verboden. Dat melden bronnen rond de ministerraad volgens de Telegraaf (via Nu.nl). Maar een voorafgaand verbod is toch censuur, en censuur is toch verboden in Nederland? Niet per se, zoals ook Christiaan Alberdingk Thijm betoogt in zijn column op Nu.nl.

De vrije meningsuiting is niet onbeperkt. Zo is het verboden iemand te beledigen, of smaad of laster over iemand te verspreiden. Je publiceert, en als iemand zich beledigd of belasterd voelt, spant hij een proces aan. Wint hij dat proces, dan krijgt hij schadevergoeding. En misschien moet de publicatie uit de winkel of van de site gehaald worden. Maar dat is iets dat pas achteraf gebeurt.

Niemand heeft voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud van zijn meningsuiting, zo blijkt uit artikel 7 van de Grondwet. Een voorafgaande vergunning mag alleen worden geëist op grond van niet-inhoudelijke criteria. Zo mag het folders uitdelen in een winkelstraat op zaterdagmiddag worden verboden zonder vooraf verstrekte vergunning. Maar dat verbod moet dan voor alle folders gelden: reclame, politieke boodschappen en de Hare Krisna.

Toch blijkt het wel degelijk mogelijk om een uitzending of andere publicatie te verbieden. Hoogleraar Gerard Schuijt schreef in 2003 hierover het artikel Het censuurverbod in de Nederlandse grondwet en de rechtspraak. Een voorafgaand verbod is mogelijk, maar alleen als het gaat om een werk waarvan de strijdigheid met de wet vaststaat. De inhoud moet bekend zijn en getoetst kunnen worden door de rechter.

Pieter Storms verloor hierom ooit een proces aangespannen door iemand die hij met draaiende camera had ‘overvallen’. Hij wilde zijn gelijk aantonen door de ruwe montage van de geplande uitzending aan de rechtbank te laten zien. Na het zien van de beelden concludeerde de rechtbank echter juist dat uitzending onrechtmatig zou zijn. Dit was volgens de Hoge Raad aanvaardbaar.

De rechter kan iemand echter niet verplichten langs te komen met ongepubliceerde beelden om zo te kunnen toetsen of uitzending mag. Schuijt noemt (p. 9) een zaak uit 1993 waarin de eis om een ongepubliceerd manuscript in te mogen zien om te kijken of er iets onrechtmatigs in stond, werd afgewezen. Het enige doel van die eis, aldus de rechtbank, was om gedaagden in de situatie te brengen dat zij voorafgaand verlof nodig zouden hebben voor publicatie. En dat is in strijd met de Grondwet. Wacht maar tot publicatie en kom dan terug, was de boodschap.

Ook vergelijkbaar is de rechtszaak over deel twee van Ayaan Hirsi Ali’s film Submission. Ook hier werd de eis afgewezen om deze film voorafgaande aan uitzending voor te leggen aan de rechtbank of aan een door de rechtbank te benoemen deskundige.

De grondwet is niet de enige plek waar meningsuiting beschermd wordt. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkent het recht op vrijheid van meningsuiting “zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.” Maar ook dit Europese grondrecht is niet onbeperkt: er kunnen bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties worden opgelegd, mits deze maar bij wet zijn bepaald, een legitiem doel dienen en niet verder gaan dan absoluut noodzakelijk is in een democratische samenleving.

In dit verdrag staat geen eis dat zo’n voorwaarde of beperking pas na publicatie mag worden opgelegd. In de Wingrove-zaak werd een mogelijk blasfemische film bijvoorbeeld preventief verboden door de Engelse Board of Film Classification, een overheidsorgaan voor filmkeuring. Dit mocht van het Europese Hof voorde Rechten van de Mens, omdat het verbod zou passen binnen de Engelse normen en waarde van de tijd. In de Murphy-zaak werd een radioverbod voor religieuze reclameboodschappen toelaatbaar geacht, omdat de boodschap via de radio een groot publiek in het religieus verdeelde Ierland zou bereiken en daar grote gevolgen zou kunnen hebben.

Bij beide zaken was er echter een wettelijke verplichting om de meningsuiting vooraf te laten keuren door een overheidsinstantie. Een dergelijke club hebben wij niet. Wil je iets op televisie laten verschijnen, dan moet je een omroep zien te overtuigen dat dat een goed idee is. Maar een omroep is geen overheid en mag dus zelf kiezen of ze daaraan mee willen werken. Wil geen enkele omroep het uitzenden, dan is dat helaas voor Wilders - maar geen censuur.

Ook het feit dat zijn film niet past in de Zendtijd Politieke Partijen (de PVV heeft maar 3 minuten zendtijd), maakt het nog geen censuur. De overheid is immers niet verplicht om politieke partijen zendtijd op de televisie te geven.

Het zal er dus waarschijnlijk op neerkomen dat Wilders zijn film op Youtube zal publiceren. Daar is geen toestemming van welk Nederlands overheidsorgaan voor nodig. En zolang Geert Wilders niet vrijwillig met zijn film naar de rechtbank komt om te laten zien wat hij wil vertonen, zie ik niet hoe hem nog vóór publicatie een verbod kan worden opgelegd.

Natuurlijk kan Youtube de film binnen 10 seconden na publicatie blokkeren. De Youtube Community Guidelines verbieden hate speech. Youtube is erg makkelijk in dingen als hate speech aanmerken als er klachten komen. En reken maar dat die er zullen komen.

Ook is het goed mogelijk dat de publicatie tot rechtszaken wegens haatzaaien of godslastering. Beiden zijn namelijk strafbaar: de beledigende uitlating over een groep mensen op basis van godsdienst of levensovertuiging staat in artikel 137c en het aanzetten van mensen tot haat op die basis is verboden in artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht. Een WODC studie uit 2006 hierover concludeert:

Het strafrecht biedt, althans gezien de huidige stand van de jurisprudentie, geen volledige bescherming tegen krenking in de godsdienstige gevoelens. Indien religiekwetsingen nodeloos grievend zijn, uitsluitend het kwetsen als doel hebben en (dus) geen functie hebben in het maatschappelijk debat, behoeft het strafrecht niet tandeloos toe te zien. Ook indien bepaalde kwetsingen de openbare orde serieus in gevaar brengen, bieden de antidiscriminatie-bepalingen voldoende aanknopingspunten voor toepassing.

Er zijn dus genoeg aanknopingspunten om achteraf strafrechtelijke vervolging wegens haatzaaien of discriminatie in te stellen tegen Wilders. Ook kunnen mensen die schade ondervinden als gevolg van de film Wilders hiervoor civielrechtelijk aansprakelijk stellen. En niet alleen schadevergoeding voor belediging of discriminatie, maar ook heel plat voor hun in brand gestoken auto vanwege relletjes die het direct gevolg zijn van de vertoning.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Tiscali VideoClub gaat dicht: credits kwijt?

4 maart 2008, 8:17 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

Een teleurgestelde lezer wees me op het sluiten van de Tiscali VideoClub. Daar werd kennelijk nauwelijks nog gebruik van gemaakt, en dus heeft men besloten om met ingang van 1 april 2008 deze dienst niet meer aan te bieden. Helaas voor mijn lezer. Maar hij zat nog met een stapeltje ‘credits’ van dertig euro. Wat moest hij daar nu mee doen? Want Tiscali schreef:

Let op:
Na 1 april 2008 kunt u geen gebruik meer maken van de Tiscali videoclub. Hebt u nog credits? Maak deze dan op voor 1 april 2008. Na deze datum komen uw credits automatisch te vervallen.

Maar mijn lezer heeft toch echt recht op een vergoeding van de waarde van die credits.

Een duurovereenkomst zoals deze mag je ontbinden als instandhouding niet langer redelijkerwijs gevergd kan worden. Mijn lezer kan moeilijk van Tiscali verlangen dat ze speciaal voor hem die hele infrastructuur in de lucht houden.

Alleen, bij ontbinding moet je wel de schade vergoeden die de wederpartij lijdt doordat je niet nakomt. Dat staat keihard in de wet: artikel 6:277 BW. De lezer had films willen kijken, en daarvoor credits gekocht. Het geld daarvoor is hij nu kwijt, en door de ontbinding per 1 april krijgt hij ook geen films meer te zien. Hij lijdt dus schade, ter waarde van het geld dat hij in de credits had gestoken. Die moet Tiscali hem dus vergoeden.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Nederland moet wetgeving sportweddenschappen aanpassen, eist Commissie

3 maart 2008, 8:55 - Geplaatst onder: Internetrecht - Geen reacties

Nederland moet haar Wet op de Kansspelen aanpassen om te zorgen dat buitenlandse aanbieders van sportweddenschappen effectieve toegang krijgen tot de Nederlandse markt. Ook als dat via internet gaat. Dit eiste de Europese Commissie afgelopen donderdag. Als Nederland binnen twee maanden geen bevredigende reactie geeft, kan de Commissie naar het Europese Hof van Justitie stappen om zo af te dwingen dat dit gebeurt (dat staat in art. 226 EG-Verdrag).

Het gaat dus niet om het legaliseren van internetgokken in het algemeen, zoals b.v. Tweakers of Planet schrijven. Emerce en Elsevier hebben het wel goed.

Volgens artikel 49 EG-Verdrag mogen lidstaten geen beperkingen opleggen aan grensoverschrijdende diensten. Wie in Spanje een loterij wil organiseren, mag niet door de Nederlandse of Spaanse overheid worden gehinderd bij het werven van Nederlandse deelnemers. De enige uitzondering hier is als een lidstaat op grond van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid kan rechtvaardigen dat die beperking toch moet worden opgelegd. De beperking mag dan niet verder gaan dan noodzakelijk voor het doel en mag bovendien niet discrimineren.

In het Gambelli-arrest bepaalde het Europese Hof dat een verbod op online gokken mag wanneer dat noodzakelijk is om gokverslaving of het witwassen van zwart geld tegen te gaan. Maar zo’n verbod is niet ‘noodzakelijk’ wanneer de overheid zelf kansspelen aanbiedt. Letterlijk zegt het Hof:

Welnu, wanneer de autoriteiten van een lidstaat de consumenten aansporen en aanmoedigen om deel te nemen aan loterijen, kansspelen of weddenschappen opdat de schatkist er financieel beter van zou worden, kunnen de autoriteiten van deze staat zich niet op de met de beperking van de gelegenheden tot spelen gediende maatschappelijke orde beroepen ter rechtvaardiging van maatregelen als die in het hoofdgeding.

Het vergunningenstelsel uit de Wet op de Kansspelen was in overeenstemming met dit arrest, oordeelde de Hoge Raad in 2005 in een zaak aangespannen door het Engelse gokbedrijf Ladbrokes. Nederland mag zelf voor een groot deel bepalen hoe zij gokverslaving bestrijdt, en als zij een Staatsloterij of Holland Casino een nuttig onderdeel vindt van die bestrijding, dan mag dat. Door dat beperkte legale aanbod is er een uitlaatklep zodat gokkers niet de illegaliteit in hoeven met alle risico’s van dien.

De Europese Commissie denkt daar anders over. Zij is niet overtuigd dat er effectief beleid is om gokverslaving ook echt te bestrijden. Bovendien mag de Lotto sinds kort als enige sportweddenschappen via internet aanbieden. En daarmee discrimineert Nederland: waaarom de Lotto wel en Ladbrokes niet? Zoals Jan Kabel al schreef, als je zoiets gaat toelaten, loop je de kans op Europeesrechtelijk afgedwongen liberalisering van de interactieve kansspelenmarkt.

Wie komt met de flauwste grap a la “de uitkomst blijft een gokje” of “wedden dat er geen zaak van komt”?

Arnoud

als eerste

De toekomst van reputatie

2 maart 2008, 13:46 - Geplaatst onder: Privacy - Geen reacties

Via ZB Digitaal vond ik het prachtige e-book “De toekomst van reputatie” van professorDaniel Solove, over privacy in relatie tot technologie en het web. Het boek is nu onder Creative Commons licentie (By-NC) uitgebracht.

Mooi leesvoer voor de regenachtige zondagmiddag!

Arnoud

als eerste

[Powerpoint zondag] Neem de ruimte met je sheets

2 maart 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Presenteren - 1 reactie

Powerpoint zondag: een serie artikel over hoe je op een effectieve manier van Powerpoint gebruik kunt maken.

Wees niet bang om veel sheets te gebruiken. Liever twee of drie sheets met een paar elementen, dan eentje die volgebouwd zit met van alles. Toon dus één concept of idee per sheet. Heb je twee concepten, maak dan gewoon twee sheets. Dit was mijn introductie bij een presentatie over open innovatie:

Elke sheet blijft dus maar kort in beeld, want veel meer dan de tekst op de sheet valt er niet te vertellen. Omdat de tekst zo kort is, is dat geen probleem. Sterker nog, dat soort kernachtige boodschappen blijven juist beter hangen door een sheet te laten zien met alleen die boodschap er op. Als ik die twee zinnen als bolletjes onder elkaar had gezet, was dat een stuk minder krachtig geweest.

Dat werkt ook goed als je twee dingen wilt contrasteren, zoals hier het verschil tussen gesloten innovatie (“wij doen alles zelf”) en open innovatie (“wij werken samen”):

Heb je meerdere elementen die iets gemeenschappelijk hebben, visualiseer dan op basis van dat gemeenschappelijke thema. Bij een presentatie over merken wilde ik laten zien wat de drie waardevolste merken zijn. Dat kan met een lijstje, maar het kan ook zo:

Arnoud

of lees de eerste reactie

Het computergrondrecht

1 maart 2008, 10:47 - Geplaatst onder: Privacy, Internetrecht - 2 reacties

Het Duitse Grondwettelijk Hof erkent een “grondrecht op het waarborgen van de vertrouwelijkheid en de integriteit van IT-systemen”, meldt Nu.nl. Dit grondrecht was de reden om een wet van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen te vernietigen waarin de politie uitgebreide bevoegdheden kreeg om computers van burgers te doorzoeken. Uit het arrest van het Bundesverfassungsgericht blijkt dat men dit grondrecht als onderdeel van het Persönlichkeitsrecht, het recht van de burger om zich persoonlijk te ontplooien en ontwikkelen zolang dat maar de rechten van anderen niet schendt. Dit recht is in Duitsland expliciet in de Grondwet vastgelegd.

De Nederlandse grondwet heeft zo’n bepaling niet. Artikel 10 van onze Grondwet bevat wel een bepaling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en deze bepaling zou een persoonlijkheidsrecht omvatten. En dat artikel 10 geldt ook op internet. De persoonlijke levenssfeer geldt niet alleen thuis, maar ook op de openbare weg, en eigenlijk in het hele openbare leven. Je hebt dus ook privacy op internet. Natuurlijk zitten daar wel grenzen aan. Om eens wat te noemen: wat je zelf publiceert op een openbaar medium, is nauwelijks nog als privé-informatie te beschouwen.

Het lastige in Nederland is dat je niet altijd een direct beroep op de Grondwet kunt doen. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter te toetsen of een wetsbepaling in strijd is met de Grondwet. Maar dat gaat alleen over wetsbepalingen: een gemeentelijke APV, een bevel van een politieagent of een andere regeling die geen “wet in formele zin” (aangenomen door het parlement) is, mag wel worden getoetst aan de Grondwet.

De rechter mag wel een wet toetsen aan verdragen zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 8 van het EVRM bevat ook een privacyregeling. Een Nederlandse wet die regelt hoe de politie je computer mag doorzoeken, mag niet in strijd zijn met dit artikel 8 EVRM. Blijkt dat toch zo te zijn, dan mag de rechter het wetsartikel niet toepassen.

Arnoud

of lees de 2 reacties
« Vorige Pagina

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress