Zit er auteursrecht op een octrooi?

28 april 2008, 8:20 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Octrooien

Auteursrecht en octrooirecht zijn twee heel verschillende dingen. Auteursrecht krijg je automatisch op elke tekst die je schrijft, terwijl je alleen octrooi krijgt op uitvindingen die nieuw en inventief zijn, en dan ook nog eens alleen op aanvraag. En daar zit nog een interessante kronkel in de wet: is de tekst van een octrooi auteursrechtelijk beschermd?

De tekst van een octrooi moet namelijk in detail uitleggen hoe de uitvinding werkt, zodat anderen weten welke uitvinding beschermd is en hoe ze die (na afloop van het octrooi) kunnen namaken. De eerste vraag is dan of die tekst wel het “stempel van de maker” draagt. Vorig jaar werd bijvoorbeeld nog geen auteursrecht op een offerte erkend, omdat de tekst van die offerte uitsluitend functioneel en zakelijk was. De tekst beschreef de huidige en historische toestand van een bedrijfsgebouw en haar omgeving. Ik denk alleen niet dat dat hier opgaat. Neemt u van mij als octrooigemachtigde aan dat het behoorlijk wat creativiteit, woordkeuzes en afwegingen vergt om een goede octrooitekst te maken.

Maar zelfs als de tekst puur functioneel en zakelijk geacht zou worden te zijn, dan is er nog steeds de geschriftenbescherming. Octrooiteksten zijn immers schriftelijk en bestemd om openbaar gemaakt te worden.

Bij de aanvraagprocedure stuurt de uitvinder (of zijn octrooigemachtigde) die tekst naar het Europees Octrooibureau (EOB) of het Octrooicentrum Nederland (OCNL). Het EOB onderzoekt de aanvraag en publiceert het octrooi als alles in orde is. OCNL doet geen inhoudelijk onderzoek en publiceert de ingediende tekst simpelweg na 18 maanden als octrooi, ongeacht of er nu aan de eisen voor octrooi is voldaan.

Zowel EOB als OCNL zou je kunnen zien als overheidsinstanties, en dan zijn er een paar beperkingen in de Auteurswet (inmiddels zonder 1912, weet u nog?). De eerste is dat op “wetten, besluiten en verordeningen” geen auteursrecht rust. Maar een octrooi is geen van die drie, dus daar hebben we niet zo veel aan.

Een octrooi is daarentegen wel een “door of vanwege de openbare macht openbaar gemaakt werk”, en volgens artikel 15b Auteurswet mag je het dan kopiëren en verspreiden tenzij het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden. Maar dan moet wel de openbare macht de maker of rechtverkrijgende zijn van de tekst, en dat is niet het geval - de octrooigemachtigde die de tekst schreef, is geen medewerker van de overheid, en bij indiening van een octrooiaanvraag hoef je ook nergens je auteursrecht over te dragen.

Een octrooischrift is dan ook gewoon auteursrechtelijk beschermd.

Toch hoeft dat geen probleem te zijn. Wie een octrooiaanvraag indient, weet dat dit als octrooi zal worden gepubliceerd en dan in allerlei octrooidatabanken over de hele wereld te lezen zal zijn. Door dus toch de aanvraag in te dienen, geeft de uitvinder een licentie om dat alles te mogen doen.

Lastiger is het voor uitgevers van boeken zoals Patenten op de 20e eeuw. Wie zijn eigen tekst schrijft over beroemde of waardevolle octrooien, mag daar best als beeldcitaat een tekening uit het octrooischrift bij laten zien. Maar sommige van die boeken bestaan vrijwel geheel uit samenvattingen en tekeningen van octrooien, en dat kun je geen citaat meer noemen.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Tags: ,

Gerelateerde posts

10 Reacties

  1. Volgens mij is een octrooi niet auteursrechtelijk beschermd. Een octrooi wordt door de openbare macht openbaar gemaakt, dus daarmee treedt artikel 15b weldegelijk inwerking. Gezien het octrooi specifiek met dit doel wordt geschreven, om zo de octrooirechtelijke bescherming op een uitvinding te krijgen, speelt overdracht van auteursrechten geen rol.

    Verder is het ook nog eens zo dat het octrooirecht tot doel heeft om een uitvinding te beschermen, maar ook er voor te zorgen dat een uitvinding openbaar wordt gemaakt, zodat anderen er iets aan hebben. Het is daarmee feitelijk de handleiding voor het produceren van de uitvinding en om dat goed te kunnen doen moet je in staat zijn om die kennis te vermenigvuldigen, wat bij auteursrechtelijke bescherming tot inbreuk daar op zou leiden. De bottom line is dat er voor het goed functioneren van het octrooirecht geen auteursrecht op octrooien kan rusten.

    Reactie door Arnout Veenman — 28 april 2008 @ 19:32

  2. Arnout, ik ben het eens met je conclusie, maar de auteursrechten op de tekst liggen toch echt bij de uitvinder of octrooigemachtigde die de tekst schrijft. Artikel 15b geldt alleen wanneer “de openbare macht de maker of rechtverkrijgende is”. Herpublicatie door het Octrooicentrum is nog geen overdracht van auteursrecht, want dat moet in een akte (art. 2 lid 2 Auteurswet).

    Voor kennisverspreiding van (voorheen) geoctrooieerde uitvindingen zou een licentie genoeg zijn. Waarom moet het werk vrij van rechten zijn? Octrooien kun je kopiëren, verspreiden en herpubliceren, dat is toch genoeg?

    Reactie door Arnoud Engelfriet — 28 april 2008 @ 19:49

  3. Tot 20 januari 2006 was dit eenvoudig, want voor die dag stelde art. 15b Auteurswet 1912 niet de eis dat de overheid maker of rechthebbende was.

    Vóór 20 januari 2006 gepubliceerde octrooischriften lijken mij nog steeds vrij van auteursrecht, of zie ik dat verkeerd?

    De wetgever lijkt bij de wetswijziging niet te hebben stilgestaan bij het auteursrecht op octrooien. Een octrooischrift is inderdaad geen wet, maar heeft er toch wel veel van weg. Het is zelfs strafbaar om opzettelijk inbreuk te maken op een octrooi. De conclusies van een octrooi lijken mij daarom vergelijkbaar met strafbepalingen.

    Reactie door bona fides — 29 april 2008 @ 1:08

  4. @bona fides: die wijziging had ik even over het hoofd gezien. Maar wezenlijk is het niet. Let wel dat art. 15b slechts de verveelvoudiging en openbaarmaking van het werk toestaat, en niet het auteursrecht in zijn geheel laat vervallen. Alleen wetten, verordeningen en besluiten zijn (art. 11 Aw) vrij van auteursrecht. Een voorlichtingsfolder van Defensie is dus auteursrechtelijk beschermd, hoewel je deze mag kopiëren en verkopen.

    Ik vraag me nog af wat er auteusrechtelijk geldt als een beschermd kunstwerk op een postzegel van het toen-nog-staatsbedrijf PTT was verschenen. Een postzegel is ook een publicatie door de overheid tenslotte, en ik zie geen auteursrechtvoorbehoud op die dingen.

    Hoe dan ook, met het oude artikel 15b kom je m.i. tot dezelfde conclusie. Je mag octrooien kopiëren en verspreiden, en zelfs verkopen. Voor de conclusies zou je nog kunnen betogen dat ze uitsluitend zakelijk geformuleerd zijn om de beschermingsomvang van het octrooi vast te leggen. Daarmee ontbreekt de voor auteursrecht vereiste creativiteit.

    Maar voor een ontlening van beschrijving en figuren in een boek als “Patenten van de 20e eeuw” zie ik ook onder het oude artikel 15b weinig ruimte.

    Reactie door Arnoud Engelfriet — 29 april 2008 @ 8:12

  5. @Arnoud, volgens mij moet je het als volgt zien. Met je octrooiaanvraag verzoek je de overheid octrooi te verlenen op een uitvinding die beschreven is met een bepaalde tekst. Als de overheid op basis daarvan octrooi verleent, moet die verlening worden gezien als een beschikking waar de tekst van het octrooi onderdeel vanuit maakt. Artikel 11 Auteurswet stelt dat er op besluiten (waaronder beschikkingen) geen auteursrecht bestaat.

    Reactie door Arnout Veenman — 29 april 2008 @ 13:12

  6. @Arnout: dat is een hele mooie. Inderdaad, een octrooi verlenen is een besluit in de zin van de AWB. Mijn enige tegenargument zou dan zijn dat het besluit het stukje papier is dat ik van Octrooicentrum Nederland krijg en de octrooitekst daar geen onderdeel van is. Maar daar zou ik geen miljoen van een cliënt op durven zetten. :)

    Reactie door Arnoud Engelfriet — 29 april 2008 @ 14:57

  7. @Arnoud: je hebt natuurlijk gelijk t.a.v. art. 15b, het auteursrecht blijft er gewoon op zitten. Dan zie ik trouwens ook geen verschil meer tussen octrooischriften die voor of 20 januari 2006 zijn gepubliceerd (qua juridische status nu).

    Maar Arnout heeft zeker een goed punt. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar je tegenargument durf ik nog niet zonder meer aan de kant te schuiven…

    Reactie door bona fides — 29 april 2008 @ 21:51

  8. Uit de conclusie bij NJ 1968, 276 meen ik op te mogen maken dat art. 11 Aw vóór 7 januari 1973 niet alleen gold voor wetten en besluiten, maar meer algemeen voor alle stukken die “door of vanwege de openbare macht” waren openbaar gemaakt.

    Als dat klopt lijken in ieder geval de octrooien die vóór 7 januari 1973 zijn gepubliceerd vrij van auteursrecht te zijn (waarbij ik aanneem dat de wijziging van 7 januari 1973 geen nieuw auteursrecht deed ontstaan op oude publicaties).

    De Nederlandse Bank treedt bij het uitgeven van bankbiljetten volgens de Hoge Raad niet op “vanwege de openbare macht”, zodat DNB kon optreden tegen kopieën van bankbiljetten (die voldoende afweken om niet strafrechtelijk verboden te zijn).

    Ik vind nog een relevante passage in de noot bij dit arrest:
    “Zie voor art. 11 in het algemeen nog De Beaufort, Auteursrecht (1932), blz. 79-84, Drucker-Bodenhausen-Wichers Hoeth (1966), blz. 172. Zie ook Mr. Ir. D. Hijmans, NJB 1964, blz. 280 vlgg. en Hirsch Ballin, Staatskopijrecht-heden, NJB 1965, blz. 313 vlgg., beiden in zake auteursrecht op Nederlandse octrooischriften en octrooi-aanvragen.”
    (Die artikelen gaan natuurlijk wel over het oude art. 11.)

    Reactie door bona fides — 29 april 2008 @ 23:48

  9. @bona fides: gold dat ook voor stukken die de openbare macht openbaar maakt en waar rechten van derden op zaten? Het lijkt mij toch onwenselijk dat een tekstschrijver of fotograaf zijn rechten kwijt is als een overheidsinstantie zijn werk gebruikt.

    Reactie door Arnoud Engelfriet — 30 april 2008 @ 9:35

  10. In BIE 1998, 73 oordeelde de president van de rechtbank Breda dat bijsluiterteksten van goedgekeurde medicijnen deel uitmaken van administratieve beslissingen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, omdat die teksten op grond van de wet onderdeel uitmaken van de toelatingsprocedure. Mede om die reden kon Roche geen beroep doen op het auteursrecht. (De president vond dat ook het beroep van Centrafarm op art. 15b slaagde.)

    Annotator Quadvlieg was het bepaald oneens met deze uitleg van art. 11 en 15b, maar als ik het goed zie vooral ten aanzien van het “deel uitmaken van”. Op deze manier zouden ook dagboeken, foto’s en kunstwerk al snel deel uitmaken van een rechterlijk vonnis.

    In NJ 1966, 86 vond de president van de rechtbank Amsterdam dat gedingstukken slechts vrij zijn van auteursrecht voor zover ze zijn verwerkt in de rechterlijke uitspraak.

    Voor art. 11 lijkt het dus geen eis te zijn dat de overheid de maker is van het geopenbaarde materiaal of ooit de rechten heeft verkregen. (Een eis dat de overheid de rechten zou moeten hebben verkregen zou toch al niet werken. De maker kan immers niet de morele rechten en de rechten op toekomstige wijzen van exploitatie overdragen.)

    Reactie door bona fides — 30 april 2008 @ 12:47

RSS feed voor comments op dit bericht. TrackBack URI

Plaats een reactie

Let op: uw reactie wordt gepubliceerd. Voor privé-reacties gebruik het contactformulier.

XHTML: U kunt deze HTML-codes gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress