Virtueel centen oprapen loont?

Toen ik een hele tijd geleden een Google Adsense account opende, maakte Google 79 cent naar me over om te verifiëren of mijn bankrekeningnummer klopte. Toch leuk als eerste inkomsten. Er zijn meer diensten die dat doen, onder andere Schwab en E*Trade. Kun je rijk worden van die centjes? Ene Michael Largent (sic) heeft het geprobeerd, las ik op NU.nl. De truc:

Largent schreef een computerscript dat hem automatisch vele malen aanmeldde. Zo opende hij zo’n 58 duizend beleggingsrekeningen, waarop de kleine bedragen binnenkwamen. Ook van Googles betaaldienst Checkout wist hij op vergelijkbare wijze ruim achtduizend dollar los te peuteren.

Op zich is dat legaal. Alleen, die bedrijven houden natuurlijk bij wie er een account opent, dus je zult heel veel bedrijven moeten vinden om hier rijk mee te worden. Of je neemt natuurlijk een valse naam aan met een eveneens vals rekeningnummer. En dat heet fraude.

Wie weet er legale trucs om rijk te worden met Adsense of andere internetdiensten?

Arnoud

of lees de 6 reacties

De ondernemer op de Marktplaats.nl

30 mei 2008, 8:10 | Internetrecht, Webwinkels | 6 reacties

Een lezer verkoopt regelmatig producten via Marktplaats.nl, en vroeg zich af wanneer hij nu te maken zou krijgen met de wettelijke regels voor consumentenkoop. Hoe veel producten moet hij daarvoor verkopen? Of welk ander criterium geldt er om te bepalen of hij zich aan deze regels moet houden?

Bij een consumentenkoop gaat het om de verkoop van een product aan een consument. Maar de verkoper moet dan wel handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”, zoals de wet (artikel 7:5 BW) dat noemt. Het lastige is alleen dat de wet daar geen definitie voor geeft. Er is dus geen duidelijk criterium waarmee dit eenduidig vast te stellen is.

Je kunt kijken naar bijvoorbeeld een inschrijving in het handelsregister. Als die er is, dan handelt de verkoper bedrijfsmatig. En als hij een BV of andere rechtsvorm heeft opgezet, is het ook duidelijk. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Wat te denken bij bijvoorbeeld iemand die een Tupperware-party organiseert bij haar thuis? Volgens de Tekst & Commentaar is dat ook bedrijfsmatig handelen. De Tupperware-lady zal dus bijvoorbeeld moeten bewijzen dat een defect aan een product dat binnen zes maanden optrad, de schuld is van de koper (7:18 lid 2 BW, zie ook Alex’ gastpost over conformiteit).

In een zaak uit november 2007 kwam deze vraag aan de orde bij een hondenfokker. De koper had een pup gekocht van deze fokker, maar de pup bleek chronische nierfalen te hebben. De koper beriep zich op zijn wettelijke bescherming als consument, en de verkoper verweerde zich dat hij geen professionele fokker was. Hoe ging de rechter hiermee om?

Wil sprake zijn van beroeps- of bedrijfsmatig fokken, dan dient sprake te zijn van het in een zekere omvang en anders dan incidenteel fokken. … Het hof neemt als uitgangspunt dat ten aanzien van de vraag of de verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient aldus van geval tot geval te worden beoordeeld.

Vervolgens toetst het Hof een hele serie criteria, en komt tot de conclusie dat geen van allen een conclusie rechtvaardigen dat de verkoper bedrijfsmatig bezig was. Ik loop ze even langs:

  • Een fokkerij hebben: een bedrijfsmatige fokkerij kan natuurlijk, maar niet elke fokkerij is een bedrijf.
  • Een naam voeren: de klant noemde dit een handelsnaam, maar bij ook bij pure hobbyfokkers is het gebruikelijk om je kennel een naam te geven. Als uit de naam iets zou blijken dat een professionele activiteit suggereert, zou dat misschien anders zijn (denk aan woorden als “professional”, of “services”).
  • Adverteren: de verkoper adverteerde in een clubblad met haar dekreu en pups, maar omdat het blad alleen op hobbyisten gericht was, en een kleine oplage had, was de advertentie nog geen bewijs van professioneel handelen. Ook consumenten adverteren producten en diensten die zij willen leveren.
  • Een website hebben: goed, het speelde in 2004, maar ook toen al hadden genoeg consumenten en hobbyisten websites. Een fokker die trots is op zijn kennel, kan daar dus een website voor maken en daarop melden dat hij een dekreu heeft waar anderen tegen betaling gebruik van mogen maken.
  • Een betaalde kracht hebben: de verkoper betaalde iemand om te helpen in de kennel. Dat kunnen ook consumenten doen (bijvoorbeeld de hulp in de huishouding). Ook dat zegt nog niet dat je een bedrijf hebt dus.
  • Deskundig en ervaren zijn: de verkoper deed dit al jaren, maar ook hobbyisten kunnen zeer deskundig en ervaren zijn. Wederom geen bewijs dus.

Geen van de genoemde criteria afzonderlijk, noch de combinatie daarvan, overtuigde het Gerechtshof dus dat sprake zou van beroeps- of bedrijfsmatig handelen door de verkoper.

De Belastingdienst hanteert andere criteria. Zij kijken naar tijd die je in de activiteit steekt, of je financieel risico loopt, of je jezelf naar buiten presenteert als onderneming en natuurlijk of je winst maakt. Daarover kwam in deze zaak niets aan de orde. Maar het lijkt mij dat iemand die door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, voor het consumentenrecht als “verkoper die handelt uit beroep of bedrijf” gezien zal worden.

Update (20 februari 2011) zie ook deze zaak waarin

De advertentie op het Internet was gesteld op naam van [bedrijf 1] (r.o. 4.1. onder a), de eenmanszaak van [appellante]. [echtgenoot appellante] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat “ons bedrijf” [bedoeld is: het [bedrijf 1] van [appellante]; toev. hof] zo’n 30 à 40 paarden binnen heeft staan, waarvan enkele merries die ieder jaar een veulen krijgen waarvan sommige worden verkocht. [appellante] bood met enige regelmaat onder haar bedrijfsnaam paarden te koop aan op het Internet. Dit alles leidt het hof tot de conclusie dat de verkoop van Pubertha aan [geïntimeerde] is geschied in het kader van het bedrijf van [appellante].

Met dank aan Rechtenforum.nl.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Aansprakelijk voor organisatie forumborrel?

Telt de organisatie van een forumborrel ook als internetrecht? Een lezer was lid van een forum dat weer eens een bijeenkomst/borrel wilde organiseren. Altijd lastig om vrijwilligers te vinden natuurlijk, maar gelukkig wierp een nieuw lid zich op als organisator. Hij zou sponsors gaan zoeken, de zaal regelen, sprekers inhuren en een leuke aangeklede borrel met broodjes en nootjes laten aanrukken. U voelt hem al aankomen:

Die man heeft flink uitgepakt. Zalen gehuurd, catering, sprekers, alles van de bovenste plank. Uiteindelijk zijn er voor rond de 12.000 euro aan afspraken gemaakt. Vervolgens blijkt dat de “sponsors” helemaal niet bestaan of maar een heel klein bedragje betalen, terwijl hij altijd heeft gezegd dat er geld genoeg was. De verhuurders, cateraars en sprekers komen nu met hun rekening. Het forumlid heeft geen cent en zegt dat de forumbeheerders verantwoordelijk zijn, het is tenslotte ‘hun’ forum. Klopt dat?

Het forum is zelf geen stichting, vereniging of andere rechtspersoon. Het forum kan dus zelf niets kopen of huren. Alleen de individuele leden kunnen dat. Ze mogen er gerust bijzeggen dat het foor het forum is, maar juridisch is dat niet relevant. Zij zijn zelf aansprakelijk en verantwoordelijk voor hun eigen aankopen.

Deze organisator heeft waarschijnlijk gezegd namens het forum de zaken te huren/kopen. Juridisch zou je hem dan kunnen zien als vertegenwoordiger of gemachtigde van de beheerders. De verkoper of verhuurder kan dan de beheerders aanspreken, als die de indruk hebben gewekt dat die persoon inderdaad hen vertegenwoordigde. Bijvoorbeeld doordat de bevestigingsmail naar de beheerder is gestuurd en die een positieve reactie hebben gestuurd.

Is die indruk niet gewekt, dan heeft de organisator de dingen zelf gekocht of gehuurd en dan moet hij betalen aan de verkopers/verhuurders. Hij moet dan bewijzen dat de beheerders van het forum hem beloofd hadden dit te vergoeden, maar dat zal niet meevallen omdat het waarschijnlijk de bedoeling was dat de sponsors dit zouden doen. Dan kom je bij de vraag wat men zou hebben gewild dat er zou gebeuren als de sponsors niet over de brug zouden komen, en dat is een hele lastige.

Met een stichting schep je helderheid over wie of wat het forum nu eigenlijk is. Maar nog steeds heb je dan het probleem dat mensen zich kunnen opwerpen als organisator, en dan namens de stichting dingen gaan kopen of huren. Blijken die dan de stichting met een grote schuld op te zadelen die binnen hun bevoegdheid viel, dan draait de stichting daarvoor op. Wel kan de stichting dan de schade verhalen op die persoon, want die had gegarandeerd dat er sponsors waren en dat klopte niet. Maar ja, of daar dan veel te halen valt?

Mocht iemand behoefte voelen om een blogborrel voor deze blog te organiseren: dat mag, maar je krijgt wel eerst een contract van tien pagina’s voor je neus natuurlijk. :)

Arnoud

of lees de eerste reactie

Verslag ICT, Recht en Vertrouwen-bijeenkomst in Den Haag

28 mei 2008, 8:21 | Internetrecht | 2 reacties

Volstaat ons juridisch kader nog voor alle nieuwe technologische ontwikkelingen? Over die vraag werd gisteren het ECP.nl-congres ICT, Recht & Vertrouwen gehouden in Den Haag. Dit in het kader van het project “Vertrouwen 2.0“, dat zich tot doel stelt een ‘roadmap’ te maken voor vertrouwen in de informatiemaatschappij. Hierbij een verslag.

Na een korte introductie van dagvoorzitter Bart Schermer van ECP.NL mocht Rogier van Laar van Logica CMG beginnen met een inleiding in de techniek en toepassingen. Hij onderscheidt vijf trends:

  1. Privacy als nieuwe valuta. Datamining en koppeling van persoonsgegevens is centraal voor veel nieuwe businessmodellen. Gratis profielen, adresboekdiensten, sociale netwerken of zelfs mobiele telefonie - in ruil voor gedetailleerde informatie over jezelf. Daarmee betaal je feitelijk met je privacy voor die dienst.
  2. Encryptie wordt gemeengoed. Nu is encryptie vaak nog een optie, maar het is veel meer aanwezig dan vroeger. Moest je lang geleden nog moeilijk doen met PGP plugins, vandaag is het een gemakkelijk te installeren Thunderbird extensie. En straks misschien zelfs standaard aanwezig zodat zelfs mijn moeder het gebruikt. Een open vraag blijft in hoeverre ook identiteiten (IP-adressen) beschermd zullen worden.
  3. Broadcasting identity. Iedereen kan meedoen, en iedereen lijkt dat ook te doen. Dit schept een behoefte aan redactie, controle en rubriceren.
  4. Ideologie als technische maatstaf. Niet langer mag alles wat kan, steeds meer landen, instanties en personen eisen blokkades of verwijdering van bepaald materiaal. Denk aan blokkades van Wikipedia of Youtube in Brazilië of China, de filters van Comcast bij peer-to-peer verkeer en het Belgische SABAM-vonnis.
  5. “Digital dragqueens”. Deze aandachttrekkende term verwees naar het feit dat zo’n 5% van de avatars van een ander geslacht is dan de speler. Mensen bouwen een ander personage op online dan ze offline zijn. Dat kan onverwachte complicaties hebben, zoals wanneer de Ierse belastingdienst je een aanslag stuurt op basis van wat je in je Hyvesprofiel beweert te bezitten.

Kees Stuurman (Van Doorne en UvT) besprak de ontwikkelingen in het juridisch kader. In de afgelopen tien jaar is er veel gereguleerd, vooral op Europees niveau. We hebben al uitgebreide regels voor elektronische handel, handtekeningen en aansprakelijkheid. De komende jaren zal er meer en ruimere regelgeving verschijnen, bijvoorbeeld voor online verzekeringen en elektronische akten. Het uitgangspunt is daarbij steeds meer verschoven van het oude “wat offline geldt, moet ook online gelden” naar “online moet er nog veel meer gelden”. Er is nu regelgeving te verwachten over bijvoorbeeld elektronische transacties tussen consumenten onderling (zoals op Marktplaats of eBay).

Daarna was het de beurt aan Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV. Hij ging dieper in op de implicaties voor de auteurswet. Waar de wet steeds meer rechten toekent aan de exploitant, blijkt in de praktijk de consument, de afnemer van werk juist steeds meer te kunnen en te willen. Het achterliggende idee was dat rechthebbenden en afnemers graag op individueel niveau zouden willen onderhandelen over licenties en toegestaan gebruik. Vandaar DRM en kopieerbeveiligingen: dat zou deze afspraken juridisch afdwingbaar en controleerbaar maken.

Na de pauze besprak Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden en Bird & Bird) de privacywetgeving. Zwenne is kritisch over de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze gaat veel te ver en verbiedt allerlei doodnormale verwerkingen, zoals een smoelenboek op intranet of een cookie van een Japanse website. Zo zou ik deze blog moeten aanmelden omdat u uw naam achterlaat in de comments. Tegelijkertijd hoefde bijvoorbeeld Air France KLM vrijwel niets te doen toen de Amerikaanse justitie afgifte van passagiersdata eiste. Zwenne pleit voor een realistischer benadering. Kijk naar de risico’s, en niet alleen naar de theorie. Ontwerp privacy mee in nieuwe systemen (”privacy by design”).

Arno Lodder (Computer Law Institute) mocht praten over “realiteit 2.0″, de virtuele realiteit waar hij al eerder het boek Recht in een virtuele wereld over uitgaf. Aan de hand van aansprekende voorbeelden zoals de Habbo-diefstal en de Amerikaanse zaak van Bragg vs. Linden Labs liet Lodder zien welke problemen er in virtuele werelden allemaal spelen. Interessant wordt nog de zaak van Hernandez vs. IGE over gold farming.

Als laatste vertelde Cyril van der Net van wederom SOLV over handhaving van de wet op internet, in het bijzonder de auteurswet (waar Van der Net als wetgevingsjurist in 2004 bij betrokken was). Dat auteursrecht onder druk staat, is een open deur natuurlijk. Wat zou een oplossing kunnen zijn? Cyril zag een mogelijkheid voor collectief rechtenbeheer: net zoals de BUMA voor muziek en Stichting de Thuiskopie voor, inderdaad, de thuiskopie zou er bijvoorbeeld een beheersorganisatie voor rechten op internet kunnen komen. Ook zou een gespecialiseerde bemiddelaar of arbitrage-instantie voor auteursrechtgeschillen een goed idee kunnen zijn.

Na een paneldiscussie over mogelijke oplossingen. werd het tijd voor de borrel.

Alles bij elkaar een leuke bijeenkomst, vooral die borrel. Inhoudelijk was het vooral een nuttig overzicht van de bestaande problemen. De volgende keer zou het wel nuttig zijn om meer aandacht aan oplossingen te geven.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Mag ik alleen jongens in mijn clan?

27 mei 2008, 8:40 | Internetrecht | 9 reacties

Ok, deze is origineel. Een speler van Runescape was een clan begonnen en wilde daar geen meisjes bij. Eén van de geweigerde meiden was kennelijk juridisch onderlegd, want zij kwam met de Wet Gelijke Behandeling aanzetten. Als een werkgever een sollicitant niet mag weigeren omdat ze vrouw is, waarom deze clanleider dan wel?

De Wet Gelijke Behandeling verbiedt onderscheid op geslacht in veel gevallen. Wie een dienst aanbiedt of een aanbod tot een overeenkomst doet, mag in principe geen ongeoorloofd onderscheid maken (art. 7 lid 1 WGB). Dat geldt ook voor natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, als zij het aanbod in het openbaar doen.

Je zou kunnen zeggen dat een clan, een samenwerkingsverband tussen spelers in een virtuele wereld, een soort van dienst is. Of in ieder geval een samenwerkingsovereenkomst. Je belooft elkaar te helpen en je samen in te zetten voor de clan. Zolang zo’n clan beperkt blijft tot een klein groepje waar je alleen op uitnodiging lid van kunt worden, staat de WGB toe dat de leider op elke grond die hij wil mag kiezen of iemand lid mag worden of niet.

Wordt het aanbod in het openbaar gedaan, dan ligt het moeilijker. De enige redding voor deze jongen is dan nog de uitzondering dat het onderscheid mag als het gaat om “eisen die gelet op het privé-karakter van de omstandigheden waarop de rechtsverhouding ziet in redelijkheid kunnen worden gesteld.” (artikel 7 lid 3). Dat zie ik niet zo snel opgaan in deze situatie.

Van een andere orde is als de exploitant van het spel een dergelijk onderscheid zou maken. Dat speelde in 2006 bij datzelfde WoW toen een speler een ‘guild’ voor homoseksuele en lesbische spelers wilde opzetten. Exploitant Blizzard verbood dat omdat het aanleiding zou geven tot gescheld en geruzie van andere spelers.

Wat zal ik deze jongen adviseren? Wees blij dat er meisjes meedoen? :)

Arnoud

of lees de 9 reacties

Wat kan een hosting provider eisen in een licentie?

26 mei 2008, 8:47 | Contracten | 5 reacties

Omdat het hosten en verspreiden van tekst, audio en video normaal inbreuk op het auteursrecht is, moet je een website zoals Youtube of Flickr toestemming geven om je materiaal te verspreiden. Dit regelen deze sites meestal vooraf in de gebruiksvoorwaarden voor de site, zodat daar niet apart overhandeld kan worden. Die voorwaarden kunnen erg ver gaan.

In maart 2008 kwam Adobe in het nieuws over de voorwaarden voor haar online fotobewerkingsdienst ‘Photoshop Express’. Die bepaalden dat Adobe een onbeperkte en eeuwigdurende licentie kreeg om alles te doen met foto’s van gebruikers. Tot en met het verkopen van muismatten met de foto erop, bijvoorbeeld. Op zich mag dat, maar het was niet echt netjes om dat alleen in de kleine lettertjes aan te geven. Adobe heeft snel de voorwaarden ingeperkt tot die rechten die nodig waren om de dienst uit te kunnen voeren.

Sommige sites gaan nog verder: die eisen simpelweg het auteursrecht op. Dat kan niet zomaar. Voor overdracht van auteursrecht is een akte nodig, een ondertekend geschrift met handtekening van de maker. Hoewel ook een elektronische akte rechtsgeldig is, zijn algemene voorwaarden uit een gebruiksovereenkomst nog geen akte.

Vorig jaar september maakte ik me nog boos over de exclusieve licentie van MaakJeZo. De tekst uit hun licentie gaf hen als enige het recht om het werk van hun gebruikers te mogen gebruiken. Dat is een leuke truc om om die beperking over overdracht van auteursrecht heen te komen. Want zelfs de licentiegever, de maker dus, mag niets meer doen met het werk dat hij in exclusieve licentie aan een ander geeft. Maar netjes is het niet.

De voorwaarden van Hoedoe.nl (door ICTRecht geschreven) eist geen exclusieve licentie, maar wel iets anders:

7.5. Door akkoord te gaan met deze Algemene Voorwaarden machtigt Gebruiker Applinet om op te treden (waaronder het nemen van juridische stappen) tegen onrechtmatig gebruik van zijn Hoedoe(s) in andere media.

Deze constructie is erg handig voor Hoedoe, zeker wanneer een tekst door meerdere gebruikers is geschreven (denk aan Wikipedia). In dat geval is het niet altijd duidelijk wie kan optreden tegen schendingen van de licenties van de site. Door deze clausule is Applinet, het bedrijf achter Hoedoe, in staat om dat zelf te doen, zelfs als de gebruiker later onvindbaar blijkt.

Wie nog gekke dingen in die voorwaarden ziet, mag ze hieronder kwijt. De vinder van de raarste clausule of grootste fout krijgt 10% korting bij zijn eerstvolgende opdracht bij ICTRecht. :)

Arnoud

of lees de 5 reacties

Zenmoment voor de zondagmiddag

25 mei 2008, 13:50 | Grappig | 2 reacties

In de categorie “zei ze dat écht”:

In het algemeen kan gesteld worden dat commerciële reclame een stuwende rol speelt bij de ontwikkeling van het internet. De mogelijkheden hiervoor moeten in principe niet beperkt worden.

Bron: minister Jorritsma in 2000, naar aanleiding van Kamervragen over e-mailspam verzonden door Nederlandse bedrijven.

Gelukkig is de wetgeving tegenwoordig toch zo streng dat de mogelijkheden voor ongevraagde commerciële e-mail wel heel erg beperkt zijn.

Met dank aan de onbekende maar intrigerende bona fides die nog meer post dan ik.

Arnoud

of lees de 2 reacties

AutoCAD tweedehands verkopen mag - of niet?

24 mei 2008, 10:26 | Contracten | 8 reacties

Mag je in de winkel gekochte software doorverkopen, zelfs als de EULA dat verbiedt? Deze al jaren lopende discussie is nu onderwerp van een rechtszaak tussen AutoDesk, de makers van AutoCAD, en ene meneer Vernor die tweedehands exemplaren van AutoCAD verkocht via eBay. Eergisteren liep er nog een aardige draad over bij Tweakers, en gisteren verscheen een tussenvonnis in kort geding dat zegt dat het mag.

Het doorverkopen van een legaal aangeschaft exemplaar van een auteursrechtelijk beschermd werk is legaal, zo staat letterlijk in de Amerikaanse auteurswet (17 USC 106). Natuurlijk mag je geen kopieën maken en die verkopen, dit recht is beperkt tot het ene legaal gekochte exemplaar. Softwareleveranciers stellen echter al jaren dat dit recht niet opgaat voor software: je koopt geen software zoals je een boek koopt, maar je sluit een gebruiksovereenkomst. En als je software niet koopt, heb je geen “legaal aangeschaft exemplaar” en dan valt er niets door te verkopen.

In principe mag dat. Niet elke transactie waarbij je in ruil voor geld iets in je bezit krijgt, is een koop. Je kunt iets huren, lenen of tijdelijk in gebruik nemen. En zeker voor software had de Amerikaanse wetgever ook voorzien dat dat moest kunnen, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis en uit de schaarse jurisprudentie. Uit de al wat oudere zaak United States v. Wise concludeert de rechter dat het gaat om de vraag hoe lang de licentie geldig is. Als deze eeuwigdurend is, is het een koop. Moet je na een zekere periode de zaak teruggeven, of vervalt de licentie na zekere tijd, dan was het een gebruiksrecht.

Echter, daar staat een hele trits recentere uitspraken tegenover die zich baseren op de tekst van de licentie. Als daarin staat dat de transactie geen koop is, dan mag de transactie niet als koop gezien worden. De rechter gaf in dit vonnis (via Cadcamnet) toe dat hier een levensgroot conflict zat. Hij ging daarom af op de oudste jurisprudentie. Je moet wat, nietwaar. Zijn uitspraak zou hoe dan ook in tegenspraak zijn met een deel van de jurisprudentie, geeft hij zelf toe. De bedoeling is natuurlijk dat AutoCAD in hoger beroep gaat en zo de hogere rechters dwingt om de knoop eens door te hakken.

Via Slashdot.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Opheffen van meerdere accounts, wanneer moet dat?

Een meelezende forumbeheerder mailde me:

Wij hebben geconstateerd dat een gebruiker meerdere gebruikersnamen in gebruik bleek te hebben (laten we zeggen: A, B en C). Dat is in strijd met ons forumreglement. Ik heb gebruiker A daarom aangeschreven. A heeft gereageerd en ontkende B en C in gebruik te hebben. Nu eist A in een e-mail verwijdering van zijn gebruikersnaam en al zijn berichten. Ook eist hij hetzelfde voor B en C.

Iemand die zijn account op een website of forum wil opheffen, kan opheffing eisen bij de beheerders. Dat blijkt uit de privacy-richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. Berichten van die persoon moet je dan ook verwijderen, tenzij dat de structuur en begrijpelijkheid van de discussie zou verstoren. In dat geval moet je ze zo veel mogelijk anonimiseren.

Hier is het lastige dat persoon A eerst ontkent eigenaar te zijn van accounts B en C, en vervolgens eist dat ze opgeheven worden. Als het beheer zelf overtuigd is dat B en C inderdaad door dezelfde persoon gebruikt worden (bijvoorbeeld omdat ze op hetzelfde moment vanaf hetzelfde IP-adres gebruikt zijn), dan zou het verzoek geen probleem moeten zijn.

Wel moet je natuurlijk controleren dat het echt A is die de mail met het verzoek stuurt. Ik zou zeggen dat zo’n verzoek vanaf het gebruikersaccount moet komen dat moet worden opgeheven (via een privébericht naar beheer bijvoorbeeld). Niet vanaf een Hotmail- of Gmail-account. de beheerder mag er vanuit gaan dat iemand die het wachtwoord heeft van een account, de eigenaar ervan is.

Dat lost meteen het probleem op met B en C: als meneer A daar ook de eigenaar van is, kan hij probleemloos drie pb’s sturen vanaf elk van de accounts en dan is het beheer keurig ingedekt.

Arnoud

of lees de 17 reacties

Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?

22 mei 2008, 8:59 | Aansprakelijkheid | Geen reacties

Voor Marketingfacts schreef ik een column over aansprakelijkheid van hosters en forumbeheerders:

“Die Engelfriet heeft raar haar.” Als iemand dat op Marketingfacts zou schrijven, zou ik hem of haar een proces aan kunnen doen wegens smaad. Het is tenslotte een aantasting van mijn eer en goede naam, ook al is het misschien wel waar. Maar ja, vind die anonieme reaguurder maar eens. Een e-mailadres kun je niet dagvaarden. Marketingfacts zelf is makkelijker te vinden, en ze hebben nog geld ook. Dan pak ik die wel, zij zijn tenslotte medeplichtig door die reactie openbaar te maken.

Heel ver zal ik daarmee niet komen, want M! geniet wettelijke bescherming. Zij zijn niet aansprakelijk voor opmerkingen over raar haar van haar gebruikers, of voor schendingen van privacy, inbreuken op auteursrecht of andere rare dingen die die gebruikers uithalen. Tenminste, wanneer de redactie ingrijpt als er een klacht komt over zo’n opmerking, en die klacht blijkt “onmiskenbaar onrechtmatig” (juridisch voor “wanneer die reactie echt niet kan”). Maar wanneer kan iets nou echt niet? Hoe raar ís mijn haar?

Lees verder in Wat moet Marketingfacts met klachten over mijn haar?.

Arnoud

als eerste
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress