Ja, ik doe het nog steeds. Vorig jaar rond deze tijd schreef ik over waarom ik al mijn werk gratis weggeef. Dat gaf aardig wat reacties, waaronder een paar van ongeloof: hoe ga je rondkomen als je je werk gratis weggeeft? Nou, ik ben er nog steeds en over inkomsten heb ik niet te klagen. Nee, niet uit royalties, maar uit exposure, spreekbeurten, boekverkopen en gewoon betaalde opdrachten voor mijn bedrijf.
En dat was dan ook het bezwaar van een freelance auteur die me een tijd geleden mailde: “jij bent geen professioneel schrijver, want je verdient geen geld door je werk te verkopen”. En daarom zou mijn betoog over je werk gratis weggeven niet opgaan voor professionele auteurs, fotografen of muziekmakers. Dat leek me een beetje een cirkelredenering: professionele schrijvers verdienen geld per verkocht exemplaar, ik stel voor om royalties per exemplaar af te schaffen, dus mijn model kan niet werken voor professionele schrijvers.
Maar na enige verdere discussie kwamen we op iets diepers uit. Schrijven is niet mijn primaire bezigheid, maar een nevenactiviteit naast mijn werk als juridisch adviseur. Als ik ophoud met schrijven, krijg ik nog steeds opdrachten. Een romanschrijver die ophoudt met romans schrijven, heeft niets anders meer op terug te vallen. Het deed me denken aan de opmerking dat “Creative Commons alleen voor hobbyisten” zou zijn.
Hobbyisten is niet het goede woord, maar er zit wel een kern van waarheid in. Geld verdienen per exemplaar, per kopie van je werk is geen optie meer nu er via internet gratis en voor niets oneindig veel kopietjes gemaakt kunnen worden. Je moet dus op zoek naar een ander model, en dat zal betekenen dat je ander werk moet gaan doen naast het maken van je werken. In mijn geval is dat dus opdrachten voor mijn bedrijf binnenhalen, maar het kan ook dichter bij het scheppend werk zijn: denk aan die spreekbeurten of seminars waar je over je werk kunt vertellen.
Hoe denken jullie dat er geld te verdienen is als je vooral goed bent in schrijven, fotograferen, musiceren of filmen?
Arnoud



Als schrijver ben je iemand die schrijft. Het schrijven is je vak, niet het verkopen van schrijfsels. Als jij de activiteit zichzelf kunt laten bedruipen, zie ik niet waarom je ook nog eens voor het product geld zou moeten vragen. Als andere schrijvers dat wel doen, dan heb jij een prima methode gevonden om middels loss-leaders je concurrentiepositie te verstevigen. Dat maakt jou in mijn ogen meer een professional dan de schrijver die hardnekkig weigert om over de zakelijke kant van zijn werk na te denken.
Dus jij: professionele schrijver. De freelance auteur die jou daarop aansprak: veredelde amateur.
De Canadese science-fiction-schrijver Cory Doctorow geeft trouwens een uitstekende verklaring voor deze methode in ?Ebooks: Neither E, Nor Books?. Verplichte literatuur voor wie in deze tijd zaken wil doen.
Ha, ik wilde ook al refereren aan Doctorow. Hij heeft een aantal keer geschreven dat zijn boeken prima verkopen, ondanks het feit dat ze ook onder CC worden uitgegeven op internet (hij denkt zelfs beter).
Er zijn bedrijfjes die al hun code onder GPL uitgeven. Dit werkt omdat er mensen zijn die behoefte hebben aan een bepaald stuk software en daarvoor willen betalen. Ik heb geen rede om aan te nemen dat zo iets alleen voor programmeurs zou opgaan. Dit model is wel beter toepasbaar voor een fotograaf of iemand die korte stukjes schrijven dan iemand die een heel boek schrijft. Waarom zou een fotograaf die betaalt wordt om foto’s van de bruiloft te maken, vervolgens ook nog eens auteursrechten op die foto’s moeten hebben?
@Dirkjan: mijn boek is ook onder CC, en ik heb er al 700 verkocht. Niet slecht voor een nonfictieboek in Nederland, zo heb ik van een paar uitgevers begrepen. Dus ook daar zie ik het risico niet.
Ongetwijfeld gaan mensen het boek kopi?ren en doorgeven, maar dat houd ik toch niet tegen. Dan legaliseer ik dat liever en wacht ik op de spin-offs die het mij gaat opleveren.
Ik kan Arnoud hier wel volgen. Hoe moet een componist geld verdienen met CC als hij gewoon een goede componist is en niet perse een goede live show kan geven of leuk kan bloggen of presenteren? CC lost zeker een aantal problemen op maar is zeker geen heilige graal wat mij betreft..
@Ard: CC is zeker geen heilige graal. Ik zie het als een nuttige (en misschien wel noodzakelijke) eerste stap op weg naar een nieuw businessmodel. Internet maakt vrij verspreiden door iedereen makkelijk, en als je daarvan wilt profiteren dan moet je als eerste zeggen dat iedereen je werk vrij mag verspreiden.
Vervolgens is de grote vraag: en dan? Hoe verdien je geld? En ja, dat is lastig als je ‘alleen maar’ kunt componeren en niet erover kunt bloggen of kunt optreden met je eigen werk.
Een optie is dan iemand inhuren die reclame voor je maakt, zodat je opdrachten krijgt om muziek te maken voor bij andermans werk (reclame, films, websites). Je wordt dan betaald voor het maken van muziek op verzoek, net als een programmeur die maatwerk maakt of een fotograaf die een specifieke opdracht krijgt.
Gaat het hier om het gratis weggeven van je werk, of om het te koop aanbieden van je werk onder vrije licentie? Ik denk dat het van belang is om onderscheid te maken.
Er zullen natuurlijk altijd wel mensen blijven die op morele gronden of simpelweg om redenen van gemak bereid zijn te betalen voor het werk van een schrijver die zijn geschriften onder een vrije licentie te koop aanbiedt. Ik gok dat gemiddeld genomen een nog onbekende schrijver op die manier zijn bekendheid kan vergroten, en een reeds bekende schrijver op die manier financieel inlevert. Het lijkt mij dat het een ieder vrij staat om te kiezen voor het een of het ander (en dat het niet nodig is om iemand op basis van zijn keuze van een bepaalde kwalificatie te voorzien).
Maar een schrijver die op geen enkele manier probeert met zijn schrijfwerk geld te verdienen, kan duidelijk niet zijn brood verdienen met het schrijversvak. Het geven van spreekbeurten of seminars, het doorknippen van lintjes en het deelnemen aan realityshows valt in mijn ogen in ieder geval niet onder het schrijversvak. Wel kan schrijven zonder een poging met dat schrijven geld te verdienen natuurlijk andere doelen dienen, zoals het maken van reclame voor jezelf of voor je deskundigheid.
@bona fides: dat is dus precies de cirkelredenering, wat is het “schrijversvak” dan? Geld verdienen per verkocht exemplaar?
Het schrijversvak is geld verdienen aan of met je schrijfwerk. Dat hoeft dus niet per se per verkocht exemplaar, het kan ook per geschreven werk (bijv. freelance journalist) of door schrijven in loondienst (bijv. journalist in loondienst).
Het schrijven van stukken zonder de pretentie om met schrijven geld te verdienen is natuurlijk wel schrijven, maar lijkt me geen uitoefening van het schrijversvak.
Voor zover je schrijft om jezelf te promoten (maar niet als schrijver), oefen je mijns inziens niet het schrijversvak uit. Voor zover je betaald schrijfwerk verricht of schrijft om betaalde schrijfopdrachten te verwerven oefen je wel het schrijversvak uit. Zou ik zeggen.
Vergelijk het met een half vergeten zanger die gaat dancen-with-the-stars om zijn zangcarri?re een nieuwe impuls te geven. Die persoon oefent niet het dansersvak uit maar blijft zanger.
Afgezien van de boeken die je verkoopt heeft de freelance auteur die je aanschreef denk ik gelijk dat je geen professioneel schrijver bent. En de exemplaren van je boek die je verkoopt geef je niet weg.
Waarom gebruik je eigenlijk de CC-licentie, als die vervolgens zegt dat iedereen er alles mee mag doen wat ze willen ?
Je mag er niet helemaal alles mee:
1) je moet mijn naam bij elke publicatie vermelden
2) je moet je gewijzigde versie ook weer als CC publiceren
Met 1 bereik ik mijn voornaamste doel, publiciteit voor mezelf. Zo weten mensen wie de tekst geschreven heeft, en komen ze bij mij omdat ze meer willen weten of een opdracht voor me hebben.
Met 2 bereik ik dat mensen gaan meedoen aan het systeem van auteursrechten dat ik voorsta. Ik doe CC, en ik wil dat iedereen dat ook doet. Hergebruik je mijn werk, dan moet jij voor wat het hergebruik betreft ook CC gaan gebruiken. En hopelijk stimuleert je dat om dat met je andere werk ook te doen.
Meer algemeen: als je niets zegt, mogen anderen (vrijwel) niets doen met je werk. Je zult dus hoe dan ook een licentie op je werk mogen plakken als je wilt dat het breed gebruikt wordt.
Eduard Douwes Dekker was een ambtenaar die in zijn vrije tijd bijkluste als schrijver, dus het fenomeen is allesbehalve nieuw. Hij verkocht het auteursrecht op Max Havelaar voor vier gulden aan Van Lennep. Dekker overleed op 57-jarige leeftijd in Duitsland als een berooid man, hoewel zijn schrijverschap inmiddels wel gewaardeerd werd.
Is het een aanlokkend perspectief om fotografen, filmers, auteurs en muzikanten hun intellectueel/creatieve rechten te ontnemen zodat ze gedwongen worden om in hun levensonderhoud te voorzien met ‘normaal’ werk? Krijgen we betere foto’s, films, verhalen en muziek als die gemaakt worden door schnabbelende advocaten?
Of kunnen we de nieuwe distributietechnieken (internet) zo inrichten dat de makers van gewaardeerde foto’s, films, verhalen en muziek voor een miniem bedrag per gebruiker beloond worden voor hun werk?
Dit hele vraagstuk is primair een morele kwestie. Ik snap niet waarom Engelfriet triomfeert over het gratis weggeven van zijn werk. Zijn bijklussende Philips-werknemers en pedante juristen de maatstaf voor de rest van de maatschappij?
Sorry, triomferen? Waar slaat dat nu weer op? Ik ben enthousiast over een nieuw model, ik zie wat voor films en muziek er nu door ‘vrijwilligers’ gemaakt worden, en vraag me af in hoeverre het oude model nog stand kan houden. Of beter: waarom we dat nog in stand zouden moeten houden. Waarom zou je als auteur niet je geld kunnen verdienen met lezingen en trainingen over, zeg, proximity marketing?
En ik ben al een tijd weg bij Philips, als je dat bedoelt.
Misschien “triomfeer” je niet, maar je vraagt je wel hardop af waarom we het oude model nog in stand zouden moeten houden. Misschien vat ik dat verkeerd op, maar het wekt een beetje de indruk dat er mogelijk iets moreel verwerpelijks zou kunnen zijn aan het oude model. En in reacties van sommige anderen lijkt ook zoiets door te klinken.
Waarom zou je als auteur niet je geld mogen verdienen met schrijven?
Of over een andere boeg: waarom zou je als auteur anderen kunnen verplichten je naam bij iedere publicatie te vermelden?
De ??n gebruikt zijn auteursrecht voor dit, de ander voor dat. Ik zie geen reden om daar iets aan te veranderen. En dat er schrijvers zijn die het best gedijen en het mooiste werk produceren als zij zich puur kunnen concentreren op hun schrijven en niet op andere activiteiten, lijkt me gewoon een feit dat we voor waar moeten aannemen. Dit geldt inderdaad niet voor alle schrijvers, maar iedere schrijver is nu eenmaal anders.
Ook kun je je afvragen waarom iemand geld zou moeten verdienen aan het geven van spreekbeurten en trainingen.
Het is het morele dat ik niet begrijp. Ik pleit voor een verandering, maar doe dat omdat ik denk dat die beter aansluit bij de huidige maatschappij. Is dat een moreel oordeel? Ik vind van niet. Ik zeg nergens dat ik het huidige model dom of verwerpelijk of wat dan ook vind, het werkt gewoon niet goed meer. Als ik mijn oude koelkast vervang, spreek ik toch ook geen moreel oordeel uit over het ding?
Hoe je je geldt verdient, is inderdaad helemaal aan jou. Maar op het moment dat er een wet aangenomen wordt die een bepaald model ondersteunt, vind ik dat je die wet moet wijzigen als een ander model beter aansluit bij de maatschappij. En wat jij voorstaat is om het oude model in stand te houden, want de huidige wet gaat uit van een verbodsmodel en verkopen van licenties per exemplaar. Ik wil daar vanaf.
En je moet geen geld verdienen met spreekbeurten en trainingen, het is een mogelijkheid. Weet je wat beters/anders, ook goed natuurlijk. Maar stap af van het idee “dit jaar zijn er 3000 exemplaren verspreid, dus ik heb recht op 3000 keer geld”.
Verbodsmodel? Niemand weerhoudt jou als jurist om te schrijven, te publiceren en je werk gratis ter beschikking te stellen. Het auteursrecht geeft jou de vrijheid om je werk onder condities van jouw keuze te verspreiden. Dat recht is echter ook ingericht om auteurs die een andere keuze maken enigszins te beschermen, vooral tegen gebruik door derden die geen toestemming vragen voor gebruik – anders dan prive.
Welk model het beste werkt, kan de markt bepalen. Als professionele content minder goed is dan non-professionele content, sterft de eerste variant vanzelf uit. Daar heb je helemaal geen ander auteursrecht voor nodig. Er zijn bij mijn weten geen professionele filmers, fotografen, muzikanten en auteurs die het gratis publiceren van andermans films, foto’s, muziek of tekst willen verbieden. Er zijn wel veel professionals die bezwaar maken tegen het gebruik van hun werk zonder toestemming.
Welk businessmodel professionals hanteren, wordt door vraag en aanbod bepaald – en de mogelijkheden van de markt. Als auteur van een boek, krijg je doorgaans tien procent van de opbrengst van alle verkochte boeken. Als fotograaf krijg je een vast bedrag. Acteurs en auteurs idem dito. Muzikanten werken weer voor een percentage van de verkoop. In vrijwel alle gevallen ontvangen de makers slechts een fractie van de opbrengst; het merendeel is nodig voor productie, distributie en marketing. Daar kunnen nog enorme prijsreducties gerealiseerd worden.
De twee basisvragen zijn: gunnen we makers een inkomen uit hun werk en vinden we daarom dat ze beschermd moeten worden tegen namakers en kopieerders? Het afschaffen van die bescherming en het zodoende wegnemen van inkomen heeft niet zoveel te maken met de vrijheid van andere makers om hun werk gratis weg te geven. De suggestie dat het laatste model beter is dan het eerste, is pedant. Kijk mam, ik doe het voor niks!
Als jij in je vrije tijd lekker kookt en dat eten weggeeft, ga je toch ook niet pleiten voor verplichte vergratisering van restaurants. De markt kan prima bepalen waar het eten beter is. Hetzelfde geldt voor muziek, foto’s, films en tekst. Verschil is echter dat de makers van deze zaken geconfronteerd worden met luie kopieerders, en daar is het auteursrecht vanouds tegen gericht. Daar is in principe toch niet zoveel mis mee.
Arnoud, waar zijn eigenlijk de specs van je nieuwe koelkast?
Het morele snap ik ook niet, maar ik wist niet hoe je het anders kon bedoelen. Nu wel:
Het huidige model werkt niet meer? Laat je je niet te veel leiden door je eigen ervaringen? In werkelijkheid worden er nog steeds boeken verkocht en wordt daar geld mee verdiend.
De nieuwe technologie?n laten nieuwe modellen toe en wie daar handig gebruik van kan maken moet dat vooral doen, maar daarmee is het oude model nog niet maatschappelijk achterhaald.
En jouw model kan ook alleen maar bestaan dankzij het auteursrecht. Je wilt immers jouw naam vermeld zien bij jouw werk. Of kijk naar open source-licenties. Het auteursrechtmodel is zo levend als maar kan.
Dat idee heb ik nooit gehad. Waar ik aan denk is: “dit jaar heb ik 3000 exemplaren verkocht, dus ik heb 3000 keer geld verdiend”. Niets mis mee.
@Ren?: het ding is helaas closed-source, de opensourcejongens zijn nog niet zo ver. Maar als je een keer in de buurt bent en iets koel wilt leggen, dan kan dat.
@bona fides: ik pleit niet voor afschaffing van auteursrecht maar voor een andere invulling daarvan. Ik wil van het automatische en volledige verbodsrecht af. Grof gezegd: ik wil dat iedereen bij publicatie verplicht zijn werk onder CC-BY-SA plaatst.
Dat model verhindert niet dat je boeken verkoopt en daar geld voor vraagt – dat is precies wat ik doe met mijn boek, bijvoorbeeld. Het verhindert alleen dat je mensen kunt verbieden je werk door te geven. Dat verbodsrecht is nergens meer voor nodig en hindert alleen maar de technologische en economische innovatie, zoals de muziek- en filmindustrie mooi hebben laten zien de afgelopen jaren. Blijf niet hangen aan het ouderwetse idee van platen verkopen, maar verzin een nieuw verdienmodel bovenop het onder CC weggeven van je werk.
Dus omdat een deel van de bloggers het zo gezellig vindt om teksten met elkaar te delen, moet voortaan Harry Mulisch zijn boeken onder CC-BY-SA uitgeven???
De beschaving kan overboord, want we hebben nu “Web 2.0″?
Ik neem aan dat op dezelfde manier het succes van Linux voldoende reden is om Microsoft de GPL op te dringen, en dat wegens de populariteit van amateurfilmpjes op YouTube Hollywood gedwongen moet worden van het huidige model af te stappen?
Ik weiger je voorstel serieus te nemen.
Ik had van jou toch wel inhoudelijke argumenten verwacht in plaats van dit. “De beschaving kan overboord”, sjongejongejonge. Er is nooit enig werk van betekenis uitgegeven tussen de 1884 van de Berner Conventie en nu? Shakespeare is doodgegaan van de honger omdat hij geen royalties kreeg voor zijn werk? Wat een onzin!
Auteursrecht is geen natuurrecht maar een uit economische motieven ingegeven keuze van de wetgever om een bepaald bedrijfsmodel te ondersteunen. (Jaja, persoonlijkheidsrechten, maar die staan los van de economische rechten).
Op het moment dat de grondslagen van het auteursrecht (met name: hoge investeringen nodig voor het uitgeven van boeken) komt te vervallen (internet: lage investeringen in uitgeven en met name verspreiden), wordt het tijd om de wet te herzien. Als jij alleen maar binnen de wet wilt blijven kijken, en elke poging tot herziening afdoet als gezellig gepraat van een stelltje bloggers, dan zijn we verder klaar ja. Lees Free culture eens voordat je met zo’n oprisping een hele beweging opzij schuift. Bah!
Ik geloof zeker dat er een hele beweging is die het auteursrecht graag om zeep wil zien, maar die hele beweging representeert niet de maatschappij. Er worden nog steeds boeken gedrukt, verkocht en gelezen.
Het mooie van het auteursrecht is dat het “Free culture”-aanhangers vrijlaat om hun werk vrij van rechten uit te geven. Ok, dat is niet helemaal waar. Een tijdje terug zagen we dat het niet voor 100% mogelijk is om afstand te doen van het auteursrecht. Wat mij betreft mag d?t veranderen, maar verder is het niet nodig om de wet te herzien. Iemand die van het “oude model” gebruikmaakt, kan onmogelijk personen die volgens het “nieuwe model” hun werk uitgeven in de weg zitten.
Bij het octrooirecht is dat anders: jij kunt een uitvinding doen en die publiceren in plaats van patenteren, maar dat sluit niet uit dat octrooirechten van derden verhinderen dat ik jouw uitvinding kan gebruiken. Softwareoctrooien kunnen programmeurs die volgens het “open source”-model werken dus daadwerkelijk in de weg zitten. Het auteursrecht kan dat niet.
Persoonlijk sympathiseer ik met tegenstanders van zuivere softwareoctrooien, maar ik kan minder begrip opbrengen voor een al te eenzijdige benadering van het octrooirecht. Wie met simplistische argumenten betoogt dat het hele octrooirecht moet worden afgeschaft, wekt op mij de indruk dat hij puur uit persoonlijk “winstbejag” zijn gezond verstand opzij zet. Maar in ieder geval begrijp ik nog wat zo’n persoon drijft: hij wil kunnen programmeren zonder last te hebben van octrooien, en door het octrooirecht af te schaffen kan hij dat bereiken. Zijn doelstellingen zijn legitiem.
Maar wie onder CC wil schrijven en uitgeven kan dat nu al. Niets houdt hem tegen. Het auteursrecht hoeft daar niet voor te worden afgeschaft.
Het standpunt van de “Free culture”-aanhangers (tenminste, als ik mag aannemen dat dat samenvalt met jouw standpunt) is blijkbaar dat wat goed is voor hen, ook goed is voor iedereen. Dat vind ik getuigen van een ongezonde pretentie. Het spijt mij, maar ik ben er niet van overtuigd dat “Free culture” meer is dan een blogger-subcultuur. En die groep wil haar wil opleggen aan de rest van de mensheid? Dat is niet “free”, dat is fundamentalistisch.
Alle lof voor wie zijn werk weggeeft en voor wie anderen kan overtuigen van de voordelen van dat model, maar doe niet alsof “Web 2.0″ de verlossing van de wereld is.
Het standpunt van de antieke Auteurswet-aanhangers is dat wat goed is voor hen, ook goed is voor iedereen. Dat vind ik getuigen van een ongezonde pretentie. Het spijt mij, maar ik ben er niet van overtuigd dat dat model meer is dan een uitgevers-subcultuur. En die groep wil haar wil opleggen aan de rest van de mensheid?
Waar het om gaat, is niet of mensen zelf willen publiceren onder CC of onder het standaard verbodsmodel. De vraag is wat het beste is voor de maatschappij. En het antwoord op die vraag is niet hetzelfde als het antwoord dat in 1886 (Berne) dan wel 1912 (Aw) werd gegeven. Jij gaat er zo te lezen volautomatisch vanuit dat dat wel het geval is. Waarom? Is er een economische of politieke reden waarom het verbodsrecht van de Aw beter is dan het systeem dat CC voorstaat?
(En houd op met zeggen dat auteursrecht moet worden afgeschaft. Dat is een stroman die niemand hier verdedigt.)
Waarom kunnen de twee maar moeilijk naast elkaar bestaan? Omdat ze op een fundamenteel niveau met elkaar botsen. CC met haar GelijkDelen-constructie gaat uit van de commons, de gemeenschappelijke bron van werken waaruit iedereen kan putten en waarop iedereen voort kan bouwen. De Aw gaat uit van een model waarin ieder in zijn eigen kasteeltje zijn eigen werken bouwt, met hooguit een enkel citaatje of een kopie voor strikt eigen oefening, studie of gebruik.
Die twee naast elkaar laten bestaan betekent dat in feite het CC model marginaal zal blijven. Je moet moeite doen om je werk onder CC te plaatsen, en je loopt tegen allerlei problemen aan die ‘ouderwetse’ auteursrechthebbenden niet hebben. Bovendien kun je niet voortbouwen op werk dat niet expliciet onder CC is geplaatst, hetgeen een ernstige beperking oplevert voor CC.
Vandaar dat ik naar een model wil waarbij toestemming voor hergebruik expliciet de hoofdregel wordt. Dat model zal het maken van creatieve werken meer stimuleren dan het huidige model.
Geen probleem. De hoofdregel is dat kopi?ren mag. De bijregel wordt dan onvermijdelijk dat kopi?ren alleen onder voorwaarden mag. Zo zit CC ook al in mekaar. Dat geeft mij als filmer, fotograaf, muzikant of auteur de mogelijkheid om beperkingen te stellen aan bijvoorbeeld kopi?ren voor commercieel gebruik.
Zo redeneert Lessig ook in Free Culture. Hij signaleert dat steeds meer auteursrechten in handen komen van grote concerns die vervolgens lobbyen voor verlenging van de termijn (Disney) en fair use onmogelijk maken door gebruikers kapot te procederen. Lessig beschrijft een krachtenspel van de wet, de markt, de technologie (die reproductie en distributie goedkoper maakt) en de mores (gij zult niet kopi?ren – daar heb je die morele kwestie weer)en hij pleit voor aanpassing van de wet om dat krachtenspel dienstbaar te maken aan het maatschappelijk belang: cultuur is van ons allemaal.
Lessig beweert echter niet dat filmers, fotografen, muzikanten en auteurs hun werk gratis moeten weggeven om reclame te maken voor hun podiumoptredens, advieswerkzaamheden en trainingen – wat de insteek van bovenstaand verhaal was. In tegendeel.
Hij stelt voor om het auteursrecht op te strakken (fair use) en korter te maken. Lessig suggereert bovendien een soepeler omgang met gebruik voor prive-doelen (peer-to-peer). En last but not least raadt hij aan om advocaten massaal te ontslaan, want die verdienen een fortuin aan de misere van filmers, fotografen, muzikanten en auteurs. (zie http://www.oldenhuizing.com/2007/09/02/lawrence-lessig-free-culture/)
Kijk, dat plaatst het gratis weggeven van verhaaltjes om juridische adviesdiensten te verkopen ineens in een ander licht.
Maar weer serieus. Je stelt “Grof gezegd: ik wil dat iedereen bij publicatie verplicht zijn werk onder CC-BY-SA plaatst.” Dat zou dan je hoofdregel zijn. Wat ruimte laat voor bijregels. Dus ben ik benieuwd welke toevoegingen je mogelijk acht, of rechthebbenden commercieel gebruik van jou mogen beperken en tenslotte of we daarmee uiteindelijk niet in precies dezelfde situatie belanden. De verbodsregel ‘het mag niet tenzij’ wordt dan immers ‘het mag mits’ en ik kan nog steeds voorwaarden stellen aan gebruik, en kopieerders aanpakken.
Met een scrabbleclaim voor punitive damage (3 x compensatory award – volgens )
Ter aanvulling. Lessig [haalt] ondermeer Macaulay aan, die in 1841 reeds opmerkte dat het auteursrecht als het ware een tijdelijke vergunning aan auteurs is om belasting te heffen op het gebruik van hun werk als beloning voor hun inspanning. Macaulay is tegen overbodige belastingen, maar als het maatschappelijk voordeel van de beloning (een incentive voor filmers, fotografen, muzikanten en auteurs) groter is dan het maatschappelijk nadeel van zo’n belasting (betalen voor kennis en amusement) dan is het auteursrecht een goede zaak. Macaulay wil daar in 1841 zelfs meer voor betalen.
Lessig ondersteunt deze visie: “Taxes are awful, but necessary. Let’s have them where necessary, but only when necessary.” En later: “My simple argument has been that copyright is about creative incentives.”
-edit- <a>-tag weggehaald want had geen href…
Arnoud:
Ik schreef toch heel duidelijk:
(…)
Maar wie onder CC wil schrijven en uitgeven kan dat nu al. Niets houdt hem tegen.
Iemand die CC wil gebruiken moet dat vooral niet laten! Ik heb daar niets op tegen.
Je doet net alsof ik mensen die onder CC schrijven ervan zou betichten de markt te verzieken of zo, maar dat doe ik dus niet. Sterker, ik schreef “alle lof”.
We leven hier niet onder het communisme. Dit kan uitstekend worden overgelaten aan de vrije markt. Als je gelijk hebt dat het oude model achterhaald is, dan zal het vanzelf wegkwijnen.
Waar is de botsing? Je schrijft kan putten en kan voortbouwen. Bedoel je misschien moet?
Dan is het oude model blijkbaar nog volop levensvatbaar.
In jouw verplichte model zullen de meeste personen die nu hun brood verdienen met het produceren van werken ander soort werk gaan doen. De hoeveelheid kwalitatief hoogwaardige nieuwe content zal enorm afnemen. Maar dat zie je waarschijnlijk niet als probleem.
Wat is er mis met alle “Free culture”-aanhangers op hun eigen eiland? Zij hebben het grote geluk dat dat gewoon mogelijk is. Als ik met een groepje anderen bedenk dat een ander model van belastingheffing veel beter zou zijn, dan gaat het me niet lukken om met dat groepje volgens dat nieuwe model te gaan leven (zonder een boorplatform buiten de territoriale wateren op te kopen). Maar “Free culture”-aanhangers kunnen dat gewoon vanuit hun luie stoel. Ze boffen maar.
Dat kan niet, omdat het oude model profiteert van wettelijke steun in de vorm van de huidige Auteurswet. Het blijft daardoor mogelijk om geld te vragen voor elke kopie, zodat het CC-gebaseerde model geen kans krijgt voor die werken.
Dus Mulisch zal ophouden met schrijven als hij niet meer per exemplaar kan afrekenen? Onzin. Hoe kom je daarbij?
Waarom maken mensen nu films als Star Wreck in the Pirkinning om die vervolgens gratis weg te geven? Is dat geen hoogwaardige content? (Leuke steek onder water trouwens, ‘hoogwaardig’. Alsof alle CC-content nu laagwaardig is. Je wordt bedankt.) Waarom geeft een Cory Doctorow zijn boeken als CC weg? Let wel, dit zijn mensen die, gegeven de keuze, naar CC zijn gestapt.
Verder gaat het niet alleen over productie, maar ook over hergebruik. Ik zou best wel eens wat Mickey Mouse-cartoons willen zien die minder zoetsappig zijn dan wat Disney produceert. Of een Superman versus Spiderman-film. Kan nu allemaal niet gemaakt worden dankzij het auteursrecht. Waren die films CC, dan kon dat wel. Dus er komt dan een hele stapel nieuwe hoogwaardige (jaja) content bij.
En bedoel je met “we leven niet onder het communisme” dat wetten niet ten doel hebben de maatschappij te verbeteren? Is een wet over gordels dragen ook communistisch?
@Toine: ik maak geen onderscheid tussen commercieel en nietcommercieel (sommige CC-licenties doen dat wel, maar mijn keuze niet). Ik zie het probleem namelijk niet langs die lijn – wil iemand geld verdienen met verkopen van content, dan moet hij dat vooral proberen. Het gaat erom dat je geen hergebruik kunt verbieden, zodat je creatiever moet worden in hoe je je content uitbrengt en presenteert en hoe je daarmee geld gaat verdienen.
Als iemand leuke films bij elkaar verzamelt en die in een bioscoop vertoont, dan lijkt het me volkomen gerechtvaardigd dat hij daar geld voor mag vragen. Alleen: als een ander een betere bioscoop heeft, dan kan die dezelfde films vertonen en minder geld vragen (of meer natuurlijk). Dan heb ik als consument de keuze waar ik ga kijken, in plaats van dat ik voor film X verplicht naar Pathe moet.
Je hebt wel gelijk dat er iets geregeld zal moeten worden voor rechtenschenders. Daarom hamer ik ook zo op het feit dat niemand auteursrecht wil afschaffen, want dan krijg je inderdaad een chaos waarin iedereen elkaars werk misbruikt zonder ergens rekening mee te houden. Onder die omstandigheden zou een vast boetebedrag een werkbare oplossing zijn denk ik, hoewel ik bepaald niet voor boetes in het civiele recht ben. Maar je moet iets.
Tegenvraag: als we bij het huidige systeem blijven, hoe gaan we dan afrekenen voor al die kopie?n die op internet rondzwerven?
Waarom heeft het CC-model de werken nodig van mensen die er niet aan mee willen werken?
En wat is het effect: wie niet zelf wil meewerken, die gaat wat anders doen. Schiet het CC-model daar wat mee op?
Veel schrijvers zouden nooit de werken hebben geproduceerd die ze nu hebben geproduceerd als ze met hun werk niet hun brood hadden kunnen verdienen.
Daarop is jouw reactie kennelijk “hoe kom je daarbij”. Daar kan ik niet veel mee.
Schrijvers hebben brood nodig om te kunnen schrijven. Brood kost geld. Tuurlijk, je zou van overheidswege brood kunnen verstrekken aan broodschrijvers. Maar dan komen we op communistisch terrein. (Ja ik weet het, er zijn schrijvers die subsidie krijgen. Maar het idee is dan of behoort dan te zijn dat deze schrijvers op termijn zichzelf kunnen bedruipen.)
Dat schrijvers dan spreekbeurten kunnen geven is een drogreden. Schrijvers zijn geen spreekbeurtgevers, en de tijd die ze aan spreekbeurten besteden besteden ze niet aan schrijven. Je kunt net zo goed zeggen dat spreekbeurtgevers gratis moeten werken en dat ze hun geld dan maar met schrijven moeten verdienen.
Zou Philips geld in research steken zonder octrooirecht? Of zou de overheid al het onderzoek moeten financieren?
Ik kom nog even terug op een eerder argument dat volgens mij net zo goed een drogreden is:
Met de hoge investeringen die zijn vervallen doel je op de kosten van het produceren en distribueren van de fysieke boeken, neem ik aan. Waarom zou dit een grondslag voor het auteursrecht zijn?
Zonder auteursrecht heb je die kosten nog steeds, en kunnen uitgevers dus op dit gebied met elkaar concurreren. De beste uitgever werkt het goedkoopst en kan de laagste prijzen vragen. Wel hebben de schrijvers een probleem: als die zo gek zijn om een jaar lang aan een verhaal te werken, kan iedere uitgever dat verhaal gebruiken om zijn boeken mee te vullen.
Wat is er nu veranderd? Fysieke kosten zijn wellicht weggevallen (toch lezen verreweg de meeste mensen nog steeds liever uit een boek dan van een scherm, maar dat telt kennelijk niet). Wat hebben de schrijvers daar nu aan?
Waarom is het wegvallen van de fysieke druk- en distributiekosten een argument om schrijvers te verplichten onder CC uit te geven? Ik zie het echt niet. Waarom hebben schrijvers nu geen brood meer nodig, of waarom kunnen ze nu opeens w?l spreekbeurten geven en vroeger niet?
(Stiekem zie ik het wel. Het is helemaal niet zo dat er geen boeken meer worden gedrukt, verkocht en gelezen. Maar het is wel zo dat al die informatie eenvoudig in digitale vorm is te brengen en dan vrijwel kosteloos over het internet kan worden verspreid. Wat er is veranderd zijn de mogelijkheden om inbreuk te maken op het auteursrecht. Hierdoor is in zekere zin een handhavingstekort ontstaan. D?t kan een argument zijn om het auteursrecht dan maar af te schaffen, zodat ook het handhavingstekort verdwijnt. Maar dan moet je nog steeds afvragen of zo’n radicaal medicijn niet veel erger is dan de kwaal. Belasting betalen is niet leuk, maar als niemand belasting betaalt is dat nog minder leuk. Het eigendomsrecht is maar lastig als het om andermans eigendom gaat, maar het is wel prettig dat ik zelf kan profiteren van wettelijke steun in de vorm van het eigendomsrecht. Maar jij komt niet verder dan “hoe kom je erbij dat Mulisch minder zou hebben geschreven als hij niets aan zijn boeken had kunnen verdienen”. Duh!)
Waarom niet? Je onderbouwt dit nergens, maar verlangt van mij wel een onderbouwing van het tegendeel. Jij komt dus net zo min als ik ‘verder’ met je argumentatie. In een welles-nietes heb ik niet zo veel zin.
“Waarom zou dit een grondslag voor het auteursrecht zijn?” Nou ja, omdat dat het is. Het 19e-eeuwse auteursrecht is ingevoerd om dure investeringen in het ontdekken en uitgeven van auteurs mogelijk te maken. Schrijf een boek, en vraag geld voor elk exemplaar. Dat is low-risk voor de uitgever, want als je niet verkoopt, is hij weinig geld aan je kwijt. Het verbodsrecht geeft de auteur en uitgever dan weer een veilig uitgangspunt tegen roofdrukken die de verkoopcijfers kunnen aantasten. Je vaste en vooral je variabele kosten komen in gevaar als een ander onder jouw duiven schiet. Met een verbodsrecht voorkom je dat die ander dat doet, zodat je zeker weet dat jij (bij voldoende vraag uit de markt) je investering terugverdient. Zie bv. The prehistory and development of intellectual property systems (ISBN 0421580305) of Copyright in historical perspective (ISBN 0826513735). Landis en Posner (ISBN 0674012046) is ook een goeie, maar erg Amerikaans geori?nteerd. Als je referenties hebt die een ander uitgangspunt betogen, dan lees ik dat altijd graag. Ik ken ze niet.
Jij lijkt uit te gaan van het eigendomsmodel, getuige je “Het eigendomsrecht is maar lastig als het om andermans eigendom gaat”, maar dat is dus expliciet nergens (dat ik kan vinden) als basis voor auteursrecht. De term intellectueel eigendom is wat dat betreft misleidend – en precies de reden om mijn site Ius mentis te noemen trouwens. IE is geen E. Het zijn monopolierechten die met een economisch doel verstrekt worden. Eigendomsrechten dienen niet of nauwelijks een economisch doel maar hebben veeleerder een natuurrechtelijke motivatie. En zijn zo’n 6.000 jaar ouder dan auteursrecht.
De kosten van druk en distributie zijn dusdanig gekelderd dat je je kunt afvragen waarom we die investering nog zouden willen beschermen. Voor een paar tientjes kun je elk boek on-demand printen. Waarom heb ik daar nog een uitgever voor nodig, of beter gezegd waarom zou zo’n printer nog een exclusief recht nodig hebben?
De investeringen in selectie en presentatie blijven, dat is waar. Maar ze gaan wel omlaag als iedereen uitgever/selecteerder kan worden. Zeg maar net zoals de handvol tijdschriften nu concurrentie krijgen van stapels bloggers. Ik weet zeker dat bv. Boek 9 meer lezers heeft dan de helft van de juridische tijdschriften over IE. En hoe veel juridische tijdschriften hebben trouwens meer dan 18.000 lezers? Mijn investering: een paar tientjes per jaar voor de domeinnaam, en verder bergen met tijd om alles te schrijven. Idem voor Boek 9.
Dus leg me dan nog eens uit waarom die tijdschriften zo’n streng auteursrecht nodig hebben? Waarom kunnen die niet hetzelfde als Boek 9 of als ik? Ik h?b een jaar aan deze blog gewerkt, plus een goed half jaar aan mijn boek. Iedere uitgever kan dat gebruiken om zijn boeken mee te vullen. Ik heb een bedrijfsmodel waarbij dat niet erg is, sterker nog waarbij ik dat graag zou willen. Laten meer auteurs eens na gaan denken over zo’n model voor hen.
En over “waarom heeft het CC-model de werken nodig van mensen die er niet aan mee willen werken”: dat is nu precies wat in Free culture staat. Lessig noemt het de ‘remix cultuur’, cultuurgoederen komen tegenwoordig in overwegende mate tot stand door het mixen, aan elkaar plakken en hergebruiken van bestaande werken. Daarvoor is het dus nodig dat je dat kunt. Immers, als je niet kunt copy&pasten valt er weinig te remixen. Uiteindelijk komt dit neer op “het is goed als we met Disney kunnen doen wat Disney met de gebroeders Grimm heeft gedaan”.
(Erg jammer vind ik het als dat model wordt weggezet als “je wilt alleen maar ongestraft andermans films downloaden” want dat is wel erg makkelijk.)
Ik onderbouw dit wel. Dat het je niet opvalt komt waarschijnlijk doordat het zo vanzelfsprekend is:
- schrijvers hebben brood nodig, brood kost geld, dus schrijvers moeten geld verdienen.
- schrijvers die geld verdienen met spreekbeurten geven, kunnen de tijd die ze aan het geven van spreekbeurten besteden niet besteden aan schrijven.
- voor andere activiteiten geld uiteraard hetzelfde.
Schrijven kost tijd, tijd is geld. Misschien kom je nu met voorbeelden van nobelprijswinnaars in de literatuur die voldoende andere bronnen van inkomsten hadden, maar van ge?soleerde voorbeelden raak ik niet onder de indruk. Dat het van belang is dat schrijvers op ??n of andere manier geld kunnen verdienen aan hun schrijfactiviteiten wordt volgens mij ook door de meeste tegenstanders van het huidige auteursrecht erkend. Maar tot nu toe wek je niet de indruk een alternatief systeem van compensatie voor te staan.
Wat betreft de grondslag van het auteursrecht, jij lijkt die zuiver in de bescherming van de uitgever te zien. Dat is volgens mij niet de meest voor de hand liggende grondslag. E?n grondslag voor het auteursrecht is de rechtvaardigheid: een beloning voor de inspanning van de auteur in de vorm van een tijdelijk monopolie. Een andere grondslag is het maatschappelijk nut: het stimuleren van creatieve prestaties (Van der Kooij en Mulder, Hoofdzaken intellectuele eigendom). Ik zie niet hoe het wegvallen van de fysieke kosten hier aan afdoet. (Daarnaast ben ik het dus niet eens dat die fysieke kosten zijn weggevallen. Wat doen al die boeken om me heen?) Zie ook Wikipedia; de bescherming van de uitgever lijkt slechts in de prehistorie van het moderne auteursrecht de grondslag te zijn geweest.
Hoe dan ook, als je nog steeds de uitgever wilt beschermen is het auteursrecht nu volgens mij harder nodig dan ooit tevoren. Je argument lijkt zich dus vooral tegen de rol van de uitgever te richten. Ik ben het eens dat het internet de macht van de uitgever aantast. Daarvoor is het echter niet nodig om het auteursrecht te wijzigen, tenzij je bestaande werken uit de klauwen van de uitgevers wilt “bevrijden”. Het aantasten van bestaande rechten komt echter neer op onteigening en is (zonder volledige schadeloosstelling) in strijd met art. 14 Grondwet en art. 1 van het 1e protocol bij het EVRM.
In #28 bedoelde ik met “eigendomsrecht” het echte eigendomsrecht op zaken, niet het “intellectuele eigendomsrecht” (ik zie nu dat je het anders kunt lezen). Bij nader inzien niet de beste analogie, want wie geen zaken bezit profiteert niet duidelijk van de eigendomsrechten waar anderen over beschikken. Bij het auteursrecht is dit anders: ik profiteer als niet-schrijver van het auteursrecht, omdat een hoop boeken anders niet waren geschreven (wegens de behoefte aan brood van schrijvers).
Overigens is het auteursrecht wel degelijk een eigendomsrecht in ruime zin. Het is een exclusief recht (het verbodsmodel), net als andere eigendomsrechten.
Het is toch duidelijk dat ik aan de schrijvers en niet de uitgevers denk? Ik zou graag zien dat schrijvers hun geld kunnen verdienen met schrijven. (Natuurlijk als ze voldoende goed kunnen schrijven, en dergelijke.)
Wat vinden anderen van mijn stelling?
Een waarheid als een koe, of een uit de lucht gegrepen bewering die zonder nadere onderbouwing van de hand kan worden gewezen? Of iets daartussen?
Voor zover je je tot mij richt vind ik het erg jammer dat je mijn argumenten volkomen verkeerd weergeeft.
Ook die zogenaamde steek onder water is nogal gezocht. Ik baseer alles op de stelling in mijn vorige bericht, en daar volgt uit dat het wegvallen van een geldelijke beloning zal leiden tot minder nieuwe hoogwaardige content. (Iemand die geld verdient aan schrijven mag toch wel geacht worden hoogwaardige content te produceren. Of in ieder geval content die door een groep mensen op prijs wordt gesteld.)
Ik durf zelfs te stellen dat er bij het verplicht stellen van CC personen zullen zijn die niet langer meer onder CC zullen publiceren (en dus helemaal niet meer publiceren maar iets anders gaan doen). Op dit moment kan CC helpen om bekendheid te verwerven, zodat uitzicht ontstaat op een professioneel schrijversschap.
“Ik onderbouw dit wel. Dat het je niet opvalt komt waarschijnlijk doordat het zo vanzelfsprekend is:”
Tsja, ik zat misschien meer te denken aan bronnen die je stelling onderbouwen met onderzoek of iets dergelijks. Je redenering vind ik wat erg kort door de bocht. Het is niet automatisch zo dat alle tijd die in nevenactiviteiten gaat zitten, als verloren inkomsten dienen te gelden. Je moet in het klassieke model ook bv. contracten onderhandelen, de uitgever achter de broek zitten, je royalties incasseren, noem maar op. Los daarvan geven veel auteurs ook nu al voorleesbeurten, signeersessies en ga zo maar door.
Ik ben trouwens benieuwd of er veel auteurs zijn die ?berhaupt rond kunnen komen van royalties op hun boeken. Afgezien van Mulisch dan. Ik weet dat het in de nonfictie niet bepaald eenvoudig is, zeker niet binnen het Nederlands taalgebied. 1000 exemplaren verkopen is een knappe prestatie voor een computerboek. Met 5% – 10% royalties op de verkoopprijs kun je niet bepaald luxe uit eten.
Voor tijdschriftauteurs is het al helemaal huilen met de pet op. Voor 200 euro bruto per bladzijde mag je in je handjes knijpen. De vaktijdschriften betalen vaak helemaal geen vergoeding, en er zijn tijdschriften waar je voor moet betalen om in te mogen staan. Maar gelukkig hebben onderzoekers een andere bron van inkomsten.
“Schrijven kost tijd, tijd is geld.” Da’s natuurlijk waar, maar het impliceert niet noodzakelijkerwijs afrekenen per verkocht exemplaar. Shakespeare kreeg geld van bezoekers van de toneelstukken die hij schreef, en kon daar kennelijk van rondkomen. Je moet genoeg verdienen om van rond te komen. Maakt het dan uit of het 2000 euro is voor een paar spreekbeurten of 2000 euro aan royalties?
“jij lijkt die zuiver in de bescherming van de uitgever te zien. Dat is volgens mij niet de meest voor de hand liggende grondslag”
Ja nou ja, daar kan ik dus niets mee. Lees die boeken, dan snap je waarom ik dat ‘lijk te vinden’. Je wuift hier stapels literatuur weg en komt met je eigen verklaring die jou evident juist voorkomt, hoe moet ik daarop reageren? Hoofdzaken IE onderbouwt die stelling niet bepaald. En de stelling dat auteursrecht creativiteit stimuleert, is ook lastig te onderbouwen. Hoe toon je dat aan? Je kunt geen controlegroep ernaast houden.
De steek onder water ging over dat ‘hoogwaardig’, omdat jij professionele schrijvers tegenover bloggers zet, en het nut van de CC-licenties alleen voor bloggers lijkt te zien. Daarmee impliceer je dat bloggers geen hoogwaardige content produceren. Maar goed, laat maar.
“Ik durf zelfs te stellen dat er bij het verplicht stellen van CC personen zullen zijn die niet langer meer onder CC zullen publiceren”.
Onderbouw dat eens?
Veel fictieschrijvers hebben een interne drang om te schrijven, en die schrijven dus omdat ze moeten. Waarom blijven er anders zo veel schrijvers in armoede worstelen om gepubliceerd te worden, terwijl ze ook bij wijze van spreke stratenmaker kunnen worden?
Er zijn weinig schrijvers die rond kunnen komen van hun royalties. Daarom ook al die signeersessies, spreekbeurten en andere secundaire voorwaarden. Je moet wel, anders wordt het droog brood deze maand. De vraag is dus of van weinig royalties naar geen royalties een groot verschil gaat opleveren voor wat betreft die secundaire bezigheden.
Oh, nog een leuke quote:
En toen groef ik nog even door naar wat je als schrijver verdient, en vond ik dit (2002, maar toch). “Vanaf 4.000 exemplaren krijgt de auteur 12,5 procent (was 10 procent tot 5.000 exemplaren). Boven de 100.000 verkochte boeken stijgen de royalties naar 17,5 procent (was maximaal 15).”
Dus stel je boek kost 20 euro (lijkt de mediaan bij Bol.com te zijn bij romans). Je verkoopt er 4.000, dan verdien je dus 2,50 per boek oftewel 10.000 euro per jaar. Verkoop je er 10.000, dan heb je een bestseller en dat levert je 25.000 euro op. Het bruto modale inkomen is volgens het CPB in 2008 ??? 30.500 (vakantietoeslag meegerekend). Dus met elk jaar een bestseller en een extra boekje zit je op een modaal inkomen als schrijver. Maar dat lijkt me nogal onrealistisch. Je moet ook dus ook nu al als schrijver nevenactiviteiten ontwikkelen.
@Arnoud: je zoekt een niche op in de discussie over het auteursrecht waarin je waarschijnlijk weinig medestanders vindt. Lessig, waar je herhaaldelijk naar verwijst, houdt er helemaal zulke extreme standpunten niet op na. Hij noemt Disney als voorbeeld omdat de ouwe Walt veel geleend heeft van de Grimms en anderen, terwijl de Disney Corporation nu juist alles in werk zet om het auteursrecht op Micky Mouse tot in de eeuwigheid te verlengen en fair use te beperken.
Het gebruik van de sprookjes van Grimm past echter prima in de fair use-doctrine, vandaar dat Lessig pleit voor versoepeling van hergebruik – niet voor afschaffing van het auteursrecht, ziehier. “I continue to believe copyright is important, primarily for economic reasons. But that again is precisely why we wanted to create a simpler copyright, for the many many creators who either are not creating for economic ends, or who believe that control over their creativity is not a necessary means to their economic success. Free law is the tool we created. A tool to enable people to achieve something at the legal layer, just as iChat enables people to achieve something at the application layer. But as iChat isn’t for everyone, or at least, for everyone for any end, neither is CC. I would not advise Britney to put her music under a CC license, but I would advise Gilberto Gil to.”
Essentie is dat zelfs veel critici van het huidig auteursrecht nog steeds geloven in een systeem dat beloning van makers mogelijk maakt, simpelweg omdat voor veel mensen de incentive tot publiceren anders wegvalt. Nee, niet al die bloggers. Maar wel de broodfilmers, acteurs, muzikanten, regisseurs en schrijvers die van hun werk leven. Kopi?ren vergt geen inspanning of investering, maar het eerste exemplaar van een boek of film kost enorm veel tijd. Niet de productiemachines worden beschermd door het auteursrecht, maar de makers. Althans, zo zou het moeten zijn. Alleen zou fair use breder toegepast moeten worden en kan de duur van dat auteursrecht bekort worden. Dat bevordert free (as in libre, not gratis) culture.
Het huidig Nederlands auteursrecht biedt trouwens behoorlijk veel ruimte voor hergebruik. Iedereen mag samenvatten, parafraseren en citeren, je kan alleen niet domweg kopi?ren – tenzij de nieuwsexceptie van toepassing is. Zelf maken, niet kopi?ren: dat is een stimulans voor creativiteit, zoals we op de lagere school al leren. De kopieerders moeten creatiever met de bestaande en nieuwe mogelijkheden omgaan; niet de mensen die nu reeds nieuwe dingen maken.
Die discussie loopt nu waarschijnlijk ook in de Stichting Copyright en Nieuwe Media waar je bij betrokken bent. Ik zag dat een van je medebestuurders ontdekte dat haar column over bijzonder jenevergebruik gekopieerd was door Hooghoudt en dat ze prompt op hoge poten een vergoeding is gaan eisen. Mixen mag, maar niet met Hooghoudt? Saillant is dat zij een blogster is die onder een CC-licentie publiceert, maar de non-commerci?le variant. Je zult dus ook in eigen kring nog wat harder moeten evangeliseren voor totale vrijstelling.
Accepteren we dat een zekere bescherming gewenst is, dan komt de vraag van handhaving om de hoek. Cinner roept al een jaar dat haar vergrijp te vergelijken is met fietsen zonder licht. Ik stel daar tegenover dat het een gestolen fiets was waarmee ze nietsvermoedend op de digitale snelweg reed. Da’s vragen om problemen. Maar als we haar redenering volgen zou een waarschuwing passen (bij particulier copy-paste) en vervolgens een boete.
De pijn zit ‘m natuurlijk niet in particuliere bloggers (hoewel particulier hergebruik in de muziek- en filmindustrie wel een kwestie is) maar bij bedrijven/uitgevers die teksten en foto’s stelen. Da’s dankzij internet een stuk makkelijker. Voordeel van de nieuwe media is echter ook dat zulk ‘hergebruik’ nu veel sneller opgespoord kan worden. Google was een tijdje geleden bezig met een Claim Your Content-service, waarmee al te enthousiast hergebruik opgespoord kan worden. Op grond van de Digital Millennium Copyright Act kunnen bovendien links naar kopi?rende websites uit zoekmachines verwijderd worden, wat voor institutionele copycats behoorlijk pijnlijk is.
Verder zie je nu ook vakbonden, beroepsorganisaties en nieuwe intermediairs actief worden in dit domein. Dat riekt een beetje naar de bekende ambulance chasers, maar te voorzien is dat dit allemaal wat gestructureerder wordt en dat er meer jurisprudentie komt. Met name op het gebied van punitive damages bestaat er veel onduidelijkheid. Ik kan me voorstellen dat rechters mild zijn bij particuliere kopieerders, maar institutionele kopieerders verdienen een fikse pets op de vingers. Meer scrabbleclaims voor degenen die van twee walletjes eten.
Ook ben ik benieuwd wat er gebeurt wanneer geen schadevergoeding geeist wordt, maar de verdiensten van de kopieerder ingevorderd worden – wat volgens mij mogelijk is binnen het huidige auteursrecht. Het zou een goede zaak zijn wanneer de vertegenwoordigers van de creatieve industrie hun krachten bundelen om commercieel misbruik structureel tegen te gaan, in het bijzonder door jurisprudentie af te dwingen en deals in de openbaarheid te brengen.
Met geld heeft dat allemaal niks te maken. Althans niet direct. Het fundamentele probleem is dat er geen level playing field meer is wanneer (nieuwe) media die zich wel aan de kopieermores houden beconcurreerd worden door media die dat niet doen. Voor zover media nog in staat zijn inkomsten te genereren, verschuift dat geleidelijk van creatie naar copiraterij. Praat met uitgevers en ze zijn vaak bezig om de kosten van content te drukken, onder andere door gebruik te maken van wat vrij beschikbaar is. Reden te meer om duidelijk onderscheid te maken tussen free (as in gratis) content en free (as in libre) content. Een mix culture is prima, maar in die cultuur moet wel plaats blijven voor originele ingredi?nten en onafhankelijke journalistiek.
@bona fides.
Je verdedigt de onuitgesproken stelling dat het auteursrecht een noodzakelijk kwaad is om het voort bestaan van auteurs te garanderen. Dit is volgens mij niet alleen onjuist, maar daarmee sla je mijn inziens ook nog eens de plank mis.
De centrale vraag zou moeten zijn of we wetgeving willen gebruiken om het voort bestaan van een bestaande praktijk te garanderen. De kruidenier op de hoek heeft ook plaats moeten maken van de supermarkt. Dat is normale marktwerking en zou m.i. dus geen reden mogen zijn om het auteursrecht op een bepaalde manier in te kleden.
Ja. Voor dat het octrooirecht werd ingevoerd was er ook research.
Je lijkt uit te gaan van de volgende stellingen:
1. Er is een behoefte aan goede schrijvers.
2. Goede schrijver gedijen alleen als ze voldoende geld kunnen verdienen (met het schrijven).
3. Voldoende geld kan alleen worden verdient als er een wettelijke bescherming is.
Je conclussie is vervolgens dat wettelijke bescherming wenselijk is om in de behoefte te voorzien van goede schrijvers. Maar volgens mij kunnen deze stellingen niet alle drie naast elkaar bestaan.
Als er een behoefte is aan goede schrijvers, dan zie ik niet in waarom dat niet aan marktwerking kan worden overgelaten. Als er geen behoefte is aan goede schrijvers, dan zie ik weer niet in waarom we er in zouden voorzien.
Het auteursrecht beschermt professionele filmers/fotografen/schrijvers niet tegen onbetaalde collega’s; het beschermt desgewenst wel iedereen tegen kopieerders. Creatieve professionals kunnen prima concurreren met vrijwilligers, maar ze kunnen niet opboksen tegen mensen die hun werk kopi?ren.
Dat de huidige auteurswet het openbaren en vermenigvuldiging aan banden legt was me wel duidelijk.
Opboksen tegen mensen die hun werk kopi?ren klinkt leuk, maar wat houd dat in? Ik vermoed dat deze leus geen betekenis heeft.
Leuk dat de discussie blijkbaar ook door anderen nog wordt gelezen
Ik zie dat er m??r in mijn stelling wordt gelezen dan ik ermee heb bedoeld. Ik wil bijvoorbeeld niet beweren dat veel of zelfs de meeste schrijvers helemaal niet zouden hebben geschreven zonder royalties.
Mijn stelling is vrij beperkt: veel schrijvers niet de werken hebben geproduceerd die ze nu hebben geproduceerd als ze met hun werk niet hun brood hadden kunnen verdienen. Lees er vooral niets m??r in! Ik beweer dus niet dat schrijvers niet zouden schrijven, en ik zeg ook niet dat er per se royalties moeten worden betaald.
Aan voor wat onderzoek denk je dan? Empirisch onderzoek gaat niet lukken; een vergelijking met de periode v??r de invoering van het auteursrecht zal hoe dan ook scheef zijn. Ik ben weliswaar geen econoom, maar volgens mij werkt een heel groot deel van de theoretische economie met redeneringen binnen kwalitatieve of kwantitatieve modellen. Denk aan Adam Smith’s “invisible hand”.
Je hebt gelijk dat het te gelde maken van het auteursrecht ook tijd kost die niet kan worden besteed aan schrijven. Het lijkt me echter redelijk om ervan uit te gaan dat de tijd die wordt besteedt aan het te gelde maken, over het algemeen meer dan wordt gecompenseerd door de inkomsten die hierdoor worden gegenereerd. (En schrijvers waarvoor dit niet geldt zouden vroeg of laat moeten beseffen dat ze de tijd die ze besteden aan commerci?le aspiraties verdoen.)
Of de gemiddelde schrijver van alleen zijn schrijfwerk rond kan komen maakt voor mijn stelling niet uit.
En let op: het gaat mij ook niet om de vorm van betaling (royalties, subsidie, wat dan ook). Ook universitaire onderzoekers verdienen in mijn opvatting geld met schrijfwerk: het genereren van publicaties is een integraal onderdeel van het werk van zo’n onderzoeker. Als de universiteit geen salaris zou betalen voor dat deel van het werk, dan zou ik verwachten dat veel onderzoekers niet dezelfde publicaties zouden genereren als nu het geval is. Onderzoekers zouden veel meer (onbetaalde) vrije tijd hebben, waarin ze wellicht toch die publicaties gaan schrijven, maar vermoedelijk ook een deel van de tijd bij McDonalds hamburgers gaan flippen om hun karige loon aan te vullen. Met het auteursrecht heeft dit inderdaad helemaal niets te maken, maar in mijn stelling noem ik het woord auteursrecht ook niet. (Wel betrek ik de stelling om mijn standpunt ten aanzien van de auteursrecht te formuleren, maar dat is iets anders.)
Wat betreft de grondslag(en) van het auteursrecht. Ik haalde het vrijwel letterlijk uit Hoofdzaken IE, 4e druk, p. 94 en 5e druk, p. 82.
Precies, je kunt geen controlegroep ernaast houden dus empirisch onderzoek zal ook deze stelling uit Hoofdzaken IE niet kunnen staven. De vraag lijkt mij wederom: wat is er dan nodig om jou ergens van te overtuigen? Het idee is dat wie een wortel krijgt voorgehouden, harder gaat lopen. Ontbijtkoek kan ook. Wil je daar een wiskundig bewijs van zien? Dat heb ik niet. Het idee is dat het vooruitzicht van een tijdelijk monopolie voor de gemiddelde persoon met enige creatieve gaven een bewuste of onbewuste reden kan zijn om die gaven (vollediger) uit te buiten. Op mij komt deze stelling in ieder geval heel plausibel over.
(Wel zou ik de stelling liever formuleren als “het auteursrecht stimuleert creatieve prestaties”. Ik denk niet dat het auteursrecht een geestverruimende werking heeft!)
Zie #33. Ik vermoed dat er personen zijn die ervoor kiezen om onder CC te publiceren om exposure te krijgen, niet om in beeld te komen voor het geven van spreekbeurten, maar om in beeld te komen voor betaald schrijfwerk. Een te gewaagde veronderstelling? Vergelijk het met vrijwilligerswerk voor een liefdadigheidsinstelling, met het idee een CV op te bouwen voor later. Maar in feite is het slechts een zeer kleine variatie op jouw model, dus waarom zou ik naar andere voorbeelden zoeken.
@Merijn(#35, #36): mijn stelling gaat niet over royalties.
@Alex(#38): mijn stelling gaat niet over het auteursrecht.
Ik stel dat het wenselijk is dat schrijvers op ??n of andere manier geld kunnen verdienen aan of met hun schrijfwerk. Daarmee bedoel ik niet dat iedereen die schrijft daarvan moet kunnen leven of zo. Het gaat mij om “het is mogelijk om schrijftalent te verzilveren” tegenover “wie schrijftalent heeft en daar wat mee wil doen, moet ook leren om spreekbeurten te geven”. (Dat laatste geeft mij het beeld van een schrijver met zijn eigen agent, waarbij de agent betaalde spreekbeurten verzorgt om het schrijven van de schrijver te financieren. Als algemeen model klopt er voor mij iets niet aan.)
Vervolgens kun je je afvragen wat voor modellen er bestaan om schrijfwerk geldelijk te belonen. Wie een goed alternatief compensatiesysteem weet mag het zeggen. Ik kan overheidssubsidies en liefdadigheid bedenken, maar erg aantrekkelijk lijkt me dat niet.
Blijkbaar helpt de wortel die hen wordt voorgehouden. De droom van een betaald schrijverschap doet hen schrijven. Natuurlijk kunnen deze schrijvers beter wijs worden en op internet onder CC publiceren, want wie weet slaat hun werk aan (en vindt een uitgever hen).
@Alex(#40):
Daar kun je je toch wel iets bij bedenken? Denk aan een eerste tv-zender die zelf programma’s produceert en uitzendt, terwijl een tweede tv-zender die programma’s met 1 seconde (satelliet)vertraging integraal kopieert en uitzendt. Welke zender kan de goedkoopste reclametijd aanbieden?
Hopelijk geeft het voorbeeld van de kopi?rende tv-zender ook op een eenvoudige en inzichtelijke manier aan wat de implicatie zou zijn van invoering van een “verplicht CC”-model? Of moeten we sowieso af van reclame op tv?
@Alex(#38): wat je schrijft over marktwerking kan ik niet goed volgen, maar ik merk op dat een huizenmarkt alleen bestaat dankzij een wettelijke bescherming in de vorm van het eigendomsrecht. (Goed, er is een niet-wettelijk alternatief: bescherming met de eigen wapens.)
Wat betreft het octrooirecht en Philips, in ieder geval hoefde Philips de gloeilamp niet zelf uit te vinden. Verder is NatLab opgericht in 1914, dus na de herinvoering van een octrooistelsel, en volgens Wikipedia:
Het verbaast me dat je dat zegt, want je haalde het eigendomsrecht in een vergelijking aan.
Wat is je punt?
Ook zonder een eigendomsrecht is er een behoefte naar huizen. Het bestaan van de markt is niet gekoppeld aan het in eigendom hebben. Zo’n markt zal er uiteraard anders uitzien, maar een afwezigheid van eigendomsrecht houd niet
Verder is een discussie over het eigendomsrecht en octrooirecht toch andere discussies omdat er andere argumenten gelden of de argumenten moeten op z’n minst anders gewogen moeten worden.
De redenering is dat de wettelijke bescherming nodig is omdat schrijvers anders niet kunnen bestaan. Ik vind het iets hebben van dat er een wet tegen supermarkten had moet komen omdat de kruideniers er anders niet tegen hadden kunnen opgebokst. Er wordt geen argument gegeven die iets over de legitimatie van de wet zegt.
@Alex. Opnieuw: het auteursrecht beschermt auteurs niet tegen concurrenten, het beschermt auteurs tegen kopieerders. Kruideniers worden ook beschermd door de wet als supermarkten hun schappen vullen met gestolen levensmiddelen. Free Record Shop betaalde vorig jaar 50.000 euro boete aan het Openbaar Ministerie voor de verkoop van illegale gekopieerde cd’s. Daarmee kocht FRS vervolging af. De afkoopsom is waarschijnlijk hoger dan de inkomsten die FRS met verkoop gegenereerd heeft en de schade die door rechthebbenden geleden is (punitive award), maar ik weet niet of het OM de rechthebbenden vergoed heeft….
@Toine: Ik maakte de vergelijking omdat geen reden zie waarmee getracht wordt de legitimiteit van de wet te onderbouwen. Dat kopieerders geen concurrenten zijn maakt de wet nog niet legitiem. (Dat vrouwen geen mannen maakt het niet legitiem om hen het stemrecht te onthouden.) Dat er gehandhaafd wordt evenmin.
Dat moet natuurlijk zijn: Dat vrouwen geen mannen zijn maakt het niet…
@Alex:
Dan lees je een andere draad dan ik…
Kun je trouwens concreet aangeven wat je met legitimiteit bedoelt?
@Alex(#44):
Lees de draad nog eens na. Ik reageer op jouw #38, jouw #38 reageerde op mijn #32, neem ik althans aan. Daarin noem ik het auteursrecht niet. Zie #41 voor een meer volledige uiteenzetting.
Tja, lees gewoon waar ik op reageer. Ik reageerde op jouw suggestie dat Philips ook research zou doen zonder octrooistelsel. Welnu, ik citeer een bron die een andere kant op wijst.
Je zin is niet af, misschien omdat je de redenering ook niet kon rondkrijgen?
Het is toch echt zo hoor, als je een huis niet voor jezelf kunt houden (eigendomsrecht) ga je er ook niet voor betalen.
Eigendomsrecht op zaken is inderdaad wat anders dan het auteursrecht, maar jij probeerde iets met marktwerking tussen schrijvers. Ik beweer dat je daar geen logisch coherent verhaal van kunt maken zonder een vorm van wettelijke bescherming. Probeer het maar.
Maar wat vind je nu van het voorbeeld van de kopi?rende tv-zender?!
Met legitimiteit doel ik op een redenering waarmee men aangeeft waarom een bepaalde wet noodzakelijk of wenselijk is.
Auteurs moeten (tot 70 jaar na de dood) het alleen recht op openbaringen en verveelvoudigen hebben, omdat….. De indruk die ik hier krijg is dat deze afgemaakt wordt met “ze anders kunnen ze niet bestaan”. Dat vind ik niet sterk en vandaar mijn vergelijking met de
kruidenier.
Je kunt net zo goed schrijven: gunnen we kruideniers een inkomen uit hun werk en vinden we daarom dat ze beschermd moeten worden tegen supermarkten?
per definitie in dat er dan geen markt dus geen zal bestaan.
Nu maakt je gebruik van een drogreden waarbij gebruik wil maken van een omgekeerde bewijslast. Als jij beweerd dat het allemaal niet kan zonder een wettelijke bescherming, dan verneem ik graag van jou daar een onderbouwing voor.
Dat vind ik een goed voorbeeld. TV series zouden niet gemaakt kunnen worden Als de financiering berust op uitzendrechten. Als er een andere bron van financiering kan worden gevonden kan het weer wel. Maar misschien zou serie als heroes wel gefinancierd kunnen worden door de kijkers. Obama heeft tijdens de verkiezen op soort gelijke manier zijn campange gefinancierd. En dat werd voor die tijd ook voor onmogelijk gehouden.
Zoals ik al twee keer aangetoond heb: kruideniers worden inderdaad beschermd tegen supermarkten die hun schappen vullen met gestolen artikelen.
Maar we zanikken de verkeerde kant op. In deze hele discussie wordt gesuggereerd dat er tegengestelde belangen zijn tussen filmmakers, fotografen, muzikanten en auteurs, en diegenen die hun werk waarderen. We hebben nu een prachtige infrastructuur om de verspreiding van origineel werk te bevorderen. Me dunkt dat de meeste mensen graag bereid zijn een kleine vergoeding te betalen voor muziek, films en goede verhalen – als ze op die manier hun favoriete filmers, fotografen, muzikanten en auteurs in staat kunnen stellen meer werk te produceren. Me dunkt dat er business-modellen zijn waarmee al dat werk voor grijpstuivers of zelfs voor niks ter beschikking gesteld kan worden. Veel filmmakers, fotografen, muzikanten en auteurs experimenteren daar al mee. Maar om om hen nou te verplichten hun werk gratis ter beschikking te stellen en als cyber busquer of elektronische troubadour door het leven te gaan, is een brug te ver.
“Veel schrijvers zouden nooit de werken hebben geproduceerd die ze nu hebben geproduceerd als ze met hun werk niet hun brood hadden kunnen verdienen.“
De eerste vereiste aan een stelling is dat deze enige zeggingskracht heeft, en daar ga je al volledig de mist in.
Veel schrijvers zouden nooit de werken hebben geproduceerd die ze nu hebben geproduceerd als ze …
… nooit naar de Efteling waren geweest
… niet Karel hadden geheten
… linkshandig waren geweest
… er geen maandag in een week had gezeten
… de kleur van de lucht groen was geweest
Het is allemaal waar.
Wat wil je nu eigenlijk zeggen?
Dat financi?le compensatie een belangrijke motivatie is om te schrijven? Kan wel zijn, maar wat heeft dat met deze discussie te maken? Het is niet de enige motivatie, en het schrijfproduct is niet het enige product waarmee de schrijver geld kan verdienen. Laat dat nou net hetgene zijn wat Arnout beweert.
Of wil je zeggen dat het auteursrecht nodig is, omdat dat die compensatie mogelijk maakt? Mogelijk wil echter nog niet zeggen dat die compensatie er komt of moet komen. In de praktijk hebben van sommige soorten schrijvers er 90% echt werk, om daarnaast maar te kunnen schrijven. Misschien is het inderdaad zo dat schrijvers een overspannen verwachting hebben van het geld dat ze kunnen krijgen met schrijfwerk, maar dan vraag ik me af of we wel het soort maatschappij willen hebben waar een groot deel van een beroepsgroep gefopt wordt ten bate van tussenpersonen (uitgevers) die er met de buit vandoor gaan.
De (vermeende) zwakke ondernemingsgeest van auteurs en aanverwant artistiek, dus niet-ondernemend grut is in elk geval een fraai argument dat keer op keer gebruikt kan worden om het auteursrecht nog ruimer en nog langduriger te maken. Kijk maar naar de recording rights-discussie: er wordt al lang niet meer besproken of er uberhaupt wel een speciaal recht voor een speciaal type arbeider moet zijn, maar er wordt wel door voorstanders van verlenging op gewezen dat die arme sessiemuzikanten destijds niet in staat waren een fatsoenlijke vergoeding te bedingen. Omdat sommige creatievelingen niet kunnen onderhandelen moet er dus maar een extra belasting in het leven worden geroepen? Over hoeveel muzikanten hebben we het eigenlijk? Zou het niet goedkoper zijn als de EU al die “slachtoffers” een bedrag ineens te geven?
Misschien dat het tijd is het vermeende gebrek aan handelsgeest onder artistieke types eens op een andere manier een plaats in het recht te geven. Want zoals het nu gebeurt, zijn het nog altijd, na vierhonderd jaar auteursrecht, derden die er met het been vandoor gaan.
Sorry, ik dwaal een beetje af. De vraag staat: wat wil je nou eigenlijk zeggen?
@bona: Ik heb soms wat moeite met geschreven taal. Nog een poging.
Ook zonder een eigendomsrecht is er een behoefte naar huizen. Het bestaan van de markt is niet gekoppeld aan het in eigendom hebben. Zo???n markt zal er uiteraard anders uitzien, maar een afwezigheid van eigendomsrecht houd niet per definitie in dat er dan dus geen markt zal bestaan.
Okay, een andere vergelijking. Wat we nu op internet meemaken, is een confrontatie tussen de nieuwe cultuur van digitale hunters & gatherers en de bestaande cultuur van cultural farmers. De eerste groep bestaat uit een nieuwe generatie internetgebruikers die redeneert: ik sprokkel op het web mijn eigen behoeften wel bij mekaar. De tweede groep bestaat uit cultuurboeren die reageert: prima, maar niet van mijn akker.
Welke redenering wint? Volgens mij is het niet zo ingewikkeld om te constateren dat een sprokkeleconomie veel minder voortbrengt dan een bouweconomie. Het landbouwmodel vergt echter bescherming van de farmer tegen de forager. Het heeft immers niet zoveel zin om te investeren een een boomgaard als daar een horde peer-to-peer kopieerders op losgelaten wordt.
Er zijn ook wel moderne varianten van het sprokkelmodel. Walden (de commune van Frederik van Eeden) werd geplaagd door gezeur over arbeidsindeling en beloning) en een grootschaliger experimenten met sprokkellandbouw in Rusland, China, Cambodja en Vietnam kenden ook geen goede afloop. Er lijkt een relatie tussen beloning en opbrengst, met andere woorden: de boer die niet beloond wordt voor hard werk zal niet geneigd zijn om veel te produceren.
Als we nu over een auteursrecht praten dat aansluit bij de digitale cultuur, dan valt er waarschijnlijk heel veel te winnen met een landbouwmodel waarin delen voorop staat. Ook hiervan vinden we voorbeelden in de historie, denk aan ondelinge verwerkingsbedrijven, cooperatieve inzet van kapitaalgoederen, waterschappen, zaadbanken en zelfs het klassieke poldermodel. Maar in dat poldermodel is geen plaats voor sprokkelaars. Althans geen vrijplukkers die de complete oogst weghalen.
Een gratis proefpeertje kunnen ze altijd komen ophalen.
@Toine(55). De vergelijking in de eerste alinea is niet meer dan een oude vergelijking (eigendom met IE) in een nieuw jasje gegoten.
De vergelijking met communistische landen is een vals dillema. De onderliggende stelling is hier dat er gekozen moet worden tussen een verbod (verbod op het maken van een kopie) dat door de overheid opgelegd wordt en ander verbod (verbod op het maken van meer winst) dat door de overheid opgelegd wordt. Er is nog een derde mogelijkheid: namelijk geen verbod op het een of het ander van de overheid.
Als ik Heroes wil zien zal daar in geinversteerd moeten worden, dus heeft het voor mij zin om daar in te inversteren ongeacht of er een horde peer-to-peer kopieerders op wordt losgelaten. Die horde peer-to-peer kopieerders vinden heroes misschien ook wel leuk. Zie #51.
Alex, jouw oplossing is met andere woorden: vooraf betalen. Vind ik ook best. Geef ik jou een paar peertjes gratis en dan kom ik vervolgens jouw bijdrage aan mijn boomgaard ophalen.
Werk dat nou eens uit een in business-model voor cultuurproducten. Tienduizend fans van Anouk schuiven allemaal vijf euro voor een uur muziek, en die songs gaan vervolgens de vrije distributie in. Kun je nu al mee beginnen. Het auteursrecht vormt geen enkele belemmering.
Dat is reeds gedaan met een Nederlandse film (ik geloof de lift) omdat ze anders de financiering niet rond kregen.
@Alex:
Toch is dat niet waar het mij om gaat. Ik redeneer vanuit het algemeen belang, niet dat van een individueel schrijver. Dat goede tv-series gemaakt blijven worden lijkt me bijvoorbeeld in het algemeen belang.
Ik gaf al aan waarom het schrappen van het eigendomsrecht een einde zou maken aan de huizenmarkt die wij kennen. Misschien is er een manier om zo’n markt op een andere manier op te zetten, maar dan mag jij mij vertellen hoe.
Je kunt van mij niet verlangen dat ik bewijs dat zo’n manier niet bestaat. Als partij A een wetswijziging voorstelt en partij B aannemelijk maakt dat die wetswijziging aanzienlijke problemen met zich mee lijkt te brengen, dan is het niet aan partij B om te bewijzen dat die problemen onoplosbaar zijn. Het is aan partij A om aan te tonen dat die problemen hetzij niet zullen optreden, hetzij door weer andere maatregelen kunnen worden opgelost.
Maar we hebben het inderdaad vooral over het auteursrecht en Arnoud’s voorstel.
Mooi! Je bent het dus eens dat het vervangen van de huidige auteurswet door Arnoud’s voorstel redelijk wat implicaties zou hebben. Als we willen dat tv-series blijven bestaan, moet invoering van Arnoud’s voorstel dus samengaan met een alternatief financieringsmodel. Dit heb ik overigens ook al een paar keer gesuggereerd.
Ik heb zelf geen idee hoe zo’n alternatief en werkbaar financieringsmodel kan worden opgezet, en ik heb hier ook geen voorstellen voor gezien. Ik zeg niet dat zo’n financieringsmodel niet te vinden is, maar zolang we het niet hebben gevonden kunnen we Arnoud’s voorstel niet invoeren.
“Maar misschien zou serie als heroes wel gefinancierd kunnen worden door de kijkers.” Denk je aan het donationware model? Als algemene oplossing ben ik er vrij sceptisch over, maar wie weet.
In ieder geval is het tv-serie voorbeeld eenvoudig uit te breiden tot andere werken. Als we het eens zijn dat ??n of andere vorm van financiering nodig blijkt, moet het duidelijk zijn dat vervanging van de huidige auteursrecht door een “verplicht CC”-model enorm veel aanpassingen vergt op allerlei terreinen. Misschien is dat mogelijk, misschien niet. Je kunt je in ieder geval afvragen of het huidige zeer flexibele verbodsmodel, dat deze financieringsmodellen aan de vrije markt overlaat, nu echt zo slecht is. Misschien is het beter om te proberen iets te doen aan de echte excessen van het huidige model dan om het huidige model radicaal de nek om te draaien zonder de garantie te hebben dat de wereld die we kennen wel blijft draaien?
@Branko:
(meer van hetzelfde)
Ik heb geen behoefte om in te gaan op dit soort reacties.
Misschien denk je aan dit bericht? Niet over De Lift uit 1983, maar over een eerbetoon aan die film:
Dit lijkt mij een voorbeeld van het Street performer protocol.
Een interessant artikel is An Economic Analysis of Copyright Law. In punt 6 op bladzijde 87 wordt Arnoud’s argument behandeld en verworpen, grappig genoeg juist omdat de kosten van het kopi?ren tegenwoordig richting nul gaan.
Het hele artikel is gebaseerd op het idee dat het voorhouden van een wortel als een incentive werkt. Wie dat idee verwerpt zal ook door dit artikel natuurlijk niet worden overtuigd.
En deze is ook nieuw voor mij: artikel 27, tweede lid, van de Universele verklaring van de rechten van de mens:
Landis en Posner hebben natuurlijk een punt. Als kopi?ren makkelijk en gratis is, zoals nu met internet het geval is, dan ontstaat er een behoefte om niet-kopieerbare zaken te ontwikkelen. Er zullen meer geheimhouding en meer contractuele afspraken komen. Daarmee heb je dan nog steeds je unieke positie en dus je gegarandeerde inkomsten. Een terecht argument, maar het gaat wel uit van het idee dat je hoe dan ook geld moet verdienen met het verkopen van kopietjes. Ja sorry, dat is nu net het punt hier. Is dat de enige/beste manier? Zijn er andere wortels dan de royalty-inkomsten?
En uit de UVRM volgt niet dat er een exclusief recht moet komen. De CC licenties beschermen ook mijn geestelijke en materi?le belangen op mijn werken.
Moral rights in a remix culture? Je wil de auteur het recht ontnemen om een vergoeding te vragen voor gebruik, maar je gunt hem nog wel het persoonlijkheidsrecht: dat rijmt niet. Hoe ga je dat dan handhaven? Opsporingsdiensten die geen geld komen halen maar wel vertellen dat een bepaalde song niet als achtergrond bij een homevideo op YouTube gebruikt mag worden. Dat is the worst of both worlds.
Volgens mij is de ontwikkeling nu juist andersom. Mix wat je wil, merde a l’auteur, maar betalen zul je! Zie wat Attributor en Auditude nu uitrollen, combineer dat met Franse initiatieven zoals de Loi Hadopi waar nu ook een Britse equivalent van voorbereid wordt, en je snapt dat dezelfde technologie die kopi?ren vergemakkelijkt ook het traceren mogelijk maakt.
Als je connected wil zijn, zal je buigen voor de mores van het copyright.
Persoonlijkheidsrechten zijn naamsvermelding en kunnen optreden tegen een verminking van het werk die je reputatie aantast. Waarom rijmt dat niet met vrij weggeven? De wet zegt nu al “zelfs nadat de maker zijn auteursrechten heeft afgestaan” bij de persoonlijkheidsrechten. Ik kan dus ook nu al optreden tegen een verminking terwijl ik in het geheel geen auteursrecht heb! Waarom zou het dan anders zijn wanneer ik mijn werk onder CC zet?
@bona fides(59)
Bewijzen dat iets niet bestaat is natuurlijk niet te doen. Ik heb toch de indruk dat jouw stelling verder gaat dan de ander niet geloven. Jouw stelling staat op zichzelf en dat deze een negatieve formuliering heeft ontslaat jouw niet van de morele verplichting om dat te onderbouwen. Dat je beweerd dat iets niet kan is niet meer waar dat als je beweerd dat iets wel kan. Dat jezelf geen boom hebt zien vallen in het regenwoud, wil nog niet zeggen dat de boom niet gevallen is.
Er zijn keuzes die er gemaakt kunnen worden en die keuzes hebben consequenties. Waar de balans gevonden kan worden hangt van deze keuzes af. Door de consequenties van een keuze een probleem nemen geef je er toch een subjectieve kleur aan de discussie, die er m.i. niet hoort te zijn. Uiteindelijk komt het er neer dat ik Arnoud in deze discussie sterker vind staan.
Arnoud verzuimt echter te reageren op mijn vraag welke bijregels hij mogelijk acht naast de hoofdregel: Gij sult delen, tenzij…
Delen dient onder de CC-BY-SA voorwaarden te gebeuren. Wie zich daar niet aan houdt, mag niet delen. Ik weet niet welke bijregels je nog meer zoekt. CC impliceert bescherming van persoonlijkheidsrechten (in ieder geval naamsvermelding). Wel heb je het probleem wat je doet met overtreders: verbied je die verder delen of leg je ze alleen een boete op? Daar ben ik nog niet uit. Hier heel ver boven noemde jij het idee van gefixeerde (statutory) boetes, wat een oplossing kan zijn.
“Wie zich daar niet aan houdt, mag niet delen.” Wordt dat oude verbodsmodel via de achterdeur toch nog vervangen door een nieuw verbodsmodel.
Het oude model staat verschillende varianten toe, jouw nieuwe model beperkt zich tot ??n variant. Lijkt me eerder een beperking van de mogelijkheden dan een verruiming.
Tsja, je zult een stuk achter de deur moeten hebben om bepaald gedrag af te dwingen. Waarom dit nu een argument tegen mijn voorstel is, ontgaat me echter. Als de voorgestelde variant de maatschappij meer oplevert dan de huidige variant, zie ik het probleem niet.
(Sterkere consumentenbescherming beperkt ook de mogelijkheden voor winkeliers, maar toch vinden we dat OK want die bescherming is in het algemeen belang.)
Wat voor financieringsmodel stel jij voor?
Een mogelijkheid is via het heffen van nieuwe belastingen. Maar is het niet eerlijker om de gebruikers (lezers, kijkers) te laten betalen? Per kopie is een mogelijkheid, maar het kan ook per view, of per abonnement. Het verbodsmodel maakt dit mogelijk.
Hoe beschermt CC-BY-SA de materi?le belangen van de auteur?
Klopt. Maar Toine was volgens mij ook niet van mening dat er met een verbodsmodel iets mis was. Sterker nog, de huidige auteurswet implementeert een zeer flexibel verbodsmodel.
Alex, de situatie is volgens mij als volgt:
De huidige auteurswet is misschien niet de “best mogelijke”, maar functioneert in mijn ogen toch heel redelijk. Er zijn en worden veel boeken geschreven, er wordt muziek gecomponeerd, er worden tv-series, films en games gemaakt.
Voor veel van deze werken valt of staat de huidige manier van financiering met het bestaan van het huidige verbodsmodel. Als jij een boek uitgeeft onder een CC-BY-SA licentie, kan ik dat boek gratis kopi?ren en zelf gaan verkopen. Ik werk dan effici?nter dan jij (want ik hoef geen tijd te besteden aan het schrijven). Idem voor de gebruikelijke financieringsmodellen voor de meeste soorten andere werken.
In punt 2 hebben we gezien dat de huidige manier van financiering niet meer zal voldoen onder Arnoud’s voorstel van een “verplicht CC”-model. Zolang het niet duidelijk is dat er alternatieve financieringsmodellen zijn die onder een “verplicht CC”-model goed zullen werken, is er alle reden om kritiek te hebben op een “verplicht CC”-model.
Tot nu toe heeft Arnoud een aantal maal geopperd dat schrijvers hun geld kunnen verdienen met het geven van spreekbeurten. Iets algemener kan een schrijver inderdaad CC-BY-SA gebruiken om reclame te maken voor andere talenten. Maar is de met een tv-serie verkregen exposure inderdaad voldoende voor de producent van die tv-serie om de investering door middel van heel andere activiteiten weer terug te verdienen? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Het “exposure”-financieringsmodel werkt voor Arnoud zelf en vast en zeker niet alleen voor hem, maar is naar mijn mening geen volwaardige vervanging.
Misschien zijn er andere financieringsmodellen die wel breed toepasbaar zijn? Voorstellen zijn welkom. De alternatieve modellen die ik heb gezien lijken op het eerste gezicht niet te voldoen. Het donatiemodel werkt misschien voor Wikipedia, maar om algemeen toepasbaar te zijn moet worden aangetoond dat de negatieve effecten van het Free-riderprobleem zich niet zullen voordoen.
Het is binnen deze discussie, net zoals in de politieke arena, aan de voorstander van het donatiemodel om te beargumenteren dat de negatieve effecten van het Free-riderprobleem zich niet zullen voordoen.
Dat is juist, maar als jij beweert d?t er een boom is gevallen is het toch niet te veel gevraagd om die boom aan te wijzen? Zeker als die boom een noodschakelijke schakel is in jouw voorstel. (Of onderbouw anders waarom die schakel niet noodzakelijk is, dat kan natuurlijk ook.)
Interessant. Ik bega een morele overtreding als ik een vergaande consequentie van een voorstel als “probleem” bestempel? Dat klinkt een beetje als censuur. Als ik een bepaalde consequentie als probleem bestempel, terwijl die consequentie in jouw ogen futiel of zelfs juist wenselijk is, dan kun je dat toch ook gewoon zeggen? Maar erken dan wel dat die consequentie er is (of geef aan waarom die consequentie er niet is). Op die manier komen we er (eindelijk) achter wat nu precies het meningsverschil is. Het is natuurlijk mogelijk dat de ??n een radicaal andere maatschappij voorstaat dan de ander, bijv. een maatschappij zonder dure tv-series. Dan weten we tenminste dat we er niet uit zullen komen.
Ik beweerde niet dat er een boom was gevallen, jij beweerde dat er geen boom was gevallen en vervolgens kom je met iets als “ik kan geen foto maken dat iets niet gebeurt is”.
Het zou censuur zijn als het een wettelijke overtreding was. Ik geef gewoon aan dat je op een andere golflengte zit te praten.
Nee, wat ik aangeef is dat ik het prettig vind om eerst de verschillende opties op een rij te zetten, met de consequenties er bij, voordat ik een keuze maakt.
Tegenstanders die beweren dat het donatiemodel negatieven effecten heeft moeten dat in de politieke arena evenmin beargumenteren. Als ze dat niet kunnen moeten ze die bewering niet uiten. Deze tegenstanders kunnen ook alle bomen tellen om met die gegeven te onderbouwen dat er geen boom gevallen is. “Ga jij maar tellen”, vind ik niet sterk.
Nou, op welke reactie van mij doel je dan? Volgens mij vraag ik je steeds aan te wijzen waar die omgevallen boom ligt.
Zucht. Als jij het donatiemodel naar voren schuift, en ik wijs op het goed gedocumenteerde probleem van de free-riders, dan heb ik gedaan wat van mij verwacht kan worden.
Echt, ik weet heus wel hoe een standpunt moet worden beargumenteerd. Maar wat ik al wel vaker heb opgemerkt: voor een echt goede discussie is het nodig dat beide partijen elkaars argumenten op een objectieve manier benaderen. Wat hier gebeurt is gepingpong als “het auteursrecht stimuleert creatieve prestaties” met als reactie “hoe kom je daarbij?”, en nu dus “het donatiemodel kent (zoals bekend) het free-ridersprobleem” met als reactie “als je dat niet kunt beargumenteren moet je die bewering niet uiten”. Wie niet eens erkent dat het door hem voorgestelde model issues heeft die schreeuwen om een antwoord, heeft oogkleppen op.
Even terug naar af. Arnout begint met de stelling: als jurist kan ik mijn schrijfsels gratis weggeven omdat ik zo reclame maak voor mijn eigen toko, en hij vraagt anderen waar zij desnoods van kunnen bestaan als het auteursrecht zo aangepast wordt dat er voor kopie?n geen vergoeding gevraagd kan worden.
Het geheel is een verhuld pleidooi voor verplichte vrijgave omdat dat volgens Engelfriet gunstig uitpakt voor de samenleving. Verspil geen tijd met het najagen van kopieerders/namakers maar deel films, foto’s, muziek en teksten (en wellicht ook uitvindingen) en haal je inkomsten uit afgeleid werk. Hij stelt het fundament onder intellectueel eigendom ter discussie en vraagt zich af of de beloning voor creatief werk niet iets anders kan zijn dan een tijdelijk monopolie.
Tegenvraag is: wat gebeurt er wanneer er geen directe inkomsten meer te halen zijn uit de explo?tatie van origineel werk. Komt dat de samenleving als geheel ten goede, of krijgen we een verschuiving waarbij het topje van de creatie- en kennispiramide uit de openbaarheid verdwijnt om alleen nog in besloten kring beschikbaar gesteld te worden?
Die laatste ontwikkeling is al een tijdje gaande. Bekende bands vragen veel meer geld voor live optredens omdat die inkomsten beter te beschermen zijn dan de verkoop van muziek. Gevolg is tevens dat jong talent nu contracten moet tekenen waarbij de platenmaatschappij zich een deel van neveninkomsten uit optredens, merchandise en endorsements opeist. Volgens mij zijn zulke voorbeelden ook elders te vinden.
Ik kan mij allerlei vraagtekens voorstellen bij het auteursrecht en de exploitatie door grote ondernemingen zoals Disney, maar ik vraag mij desalniettemin af of Engelfriet met het badwater niet ook het kind weggooit. Me dunkt dat veel film- en muziekliefhebbers en zelfs bloggers met gezond verstand en goede wil de makers van origineel werk hun waardering en beloning niet misgunnen. Uiteraard is iedereen vrij om van beloning af te zien, maar moeten we daarvoor degenen die van hun werk proberen te leven verplichten deel te nemen aan een free-beer culture? Bedenk dan liever een nieuw model waar content-sharing wordt geruild voor revenue-sharing – daar biedt internet toch een prachtige infrastructuur voor. Zo’n deeleconomie lijkt me een stuk aantrekkelijker dan een kopieereconomie.
opeist of zich toeeigent…
en het moet Arnoud zijn (komt door die friet)
Arnoud Engelfriet schreef:
“De kosten van druk en distributie zijn dusdanig gekelderd dat je je kunt afvragen waarom we die investering nog zouden willen beschermen. Voor een paar tientjes kun je elk boek on-demand printen. Waarom heb ik daar nog een uitgever voor nodig, of beter gezegd waarom zou zo???n printer nog een exclusief recht nodig hebben?”
De kosten van het schrijven worden dan buiten beschouwing gelaten. Schrijven (en het voorafgaande denk- en ander voorbereidingswerk) kost tijd en tijd is geld.
Inderdaad. Het is dan ook de auteur en niet de uitgever die het exclusieve recht heeft.
Het feit dat uitgevers niet meer nodig zijn (geen monopoliepositie meer hebben) verzekert bovendien dat uitgevers nu ook niet langer auteurs kunnen “dwingen” hun auteursrecht over te dragen. Mocht zo’n “dwang” tot overdracht echter nog steeds aanwezig zijn, dan moet de oplossing worden gezocht in het overeenkomstenrecht. Zie ook p. 434 van Spoor/Verkade/Visser:
Maar zoals gezegd heeft de moderne techniek er nu juist voor gezorgd dat zo’n bescherming van de auteur tegen de uitgever niet meer of in ieder geval veel minder nodig is.
De grote vraag is en blijft waarom mijn loodgieter een vast uurtarief krijgt voor het aanleggen van mijn badkamer en de maker van de foto’s daarvan geld per kopie van de foto’s. Beiden zijn professionals wiens uren geld kosten, maar de afrekenstructuur is erg verschillend.
Inderdaad. Overigens werken loodgieters niet altijd per uur: het is ook mogelijk fixed-price een bedrag af te spreken per (deel)project. Kwestie van wie welke risico’s draagt.
Veel dingen worden niet rechtsstreeks betaald, maar via een omweg.
Ik vergelijk het vaak met een supermarkt: ik hoef niet bij de ingang meteen toegang te betalen als bijdrage voor de winkelhuur, de afschrijving van de koelmeubels en de stroomkosten. Toch kost dat allemaal veel geld. Ook hoef ik bij de kassa niet een toeslag te betalen voor het salaris van het kassameisje. En op de productprijzen zit ook geen zichtbare transporttoeslag. Enz. enz.
Zo bezien is het ook niet raar dat een jurist gratis uiteenzettingen schrijft, die indirect betaald worden via lezingen en binnengehaalde opdrachten.
Maar dat een schrijver per boek verdient en een fotograaf per in de krant geplaatste foto, dat is ook niet raar. Het zijn inderdaad allemaal afrekenstructuren, anders gezegd verdienmodellen. Als het ene model werkbaar blijkt, zijn daarom niet alle andere meteen verkeerd.
Daarom ben ik persoonlijk voor het handhaven van de Auteurwet 1912, maar vind ik tegelijk initiatieven als Creative Commons heel boeiend. Maar zoiets dwingend in de wet opnemen, zoals Arnoud voorstaat (als ik hem goed begrepen heb), daar ben ik beslist tegen.
Gaat ook niet snel gebeuren, want niet alleen zou daar een meerderheid in de Tweede Kamer voor nodig zijn, ook kan Nederland niet zomaar internationale verdragen en conventies (al zijn ze antiek, bijv. uit 1886) naast zich neerleggen zonder grote gevolgen voor de economie.
Ik blijf het raar vinden, Ruud. Want als die loodgieter zou zeggen “ik hoef geen uurtarief, betaal maar 50 cent per keer douchen” dan zouden we hem vierkant uitlachen. Waarom is het bij hem raar en bij een fotograaf normaal?
De reden dat de CC-aanpak in combinatie met uurtje-factuurtje voor makers beter vind, is omdat je dan een hoop praktische problemen oplost die we nu zien op internet.
Best een goed idee eigenlijk! Hoewel, ook 50 of 70 jaar na de dood van de loodgieter nog steeds aan de erven van de loodgieter betalen? Na verkoop van het huis betalen ook de nieuwe eigenaars, of zowel oude als nieuwe? Als de nieuwe eigenaars de badkamer lelijk of verouderd vinden, en dus een andere laten plaatsen, betalen ze dan toch nog steeds jarenlang per douchebeurt ook voor de inmiddels gesloopte badkamer?
Kunnen de erven loodgieter bezwaar maken tegen het slopen wegens persoonlijke rechten?
Het heeft ook te maken met risico’s:
Als een freelance roddelfotograaf een week lang in de bosjes gaat liggen in de hoop net die ene schokkende royaltyfoto te maken, dan wil waarschijnlijk niemand hem daarvoor een uurtarief (met ongemakkelijkheidstoeslag!) betalen. Want niemand weet of het iets oplevert. Maar als hij die foto onverhoopt wel weet te maken, dan betalen sommige bladen misschien opeens tienduizenden euro’s/ponden/dollars, omdat ze verwachten dat hun lezers ervan smullen, zodat ze dus massaal 4,50 per blad willen betalen.
Als een goeie loodgieter een week of wat aan de slag gaat, mag je toch verwachten dat er een redelijke badkamer resulteert, en niet dat hij na twee weken zegt “sorry, ik had een loodgietersblock, het is niks geworden, ik stop ermee. Maar ik factureer wel de uren, OK?”.
Bij schrijvers ligt dat weer anders, die hebben misschien na een jaar peinzen over een plot plus uitwerking toch geen goed boek, of juist wel een briljant boek maar niet een dat ook verkoopbaar is. Wie draagt die risico’s? Wie geeft aan wie een voorschot, of toch maar liever achteraf twee euro per verkocht boek?
Die verschillen hou je altijd, met wat voor auteurswet dan ook, 1912 of 2012, maakt niet uit. Er is niet ??n oplossing voor alle situaties.
Ik zeg dan met een vorige spreker: laat de markt dat maar beslissen. De wet moet diverse modellen mogelijk maken en niet in de weg zitten, maar niet dwingend opleggen.
Een plummer’s block, dus, had beter geklonken.
Ik zie ook niet in dat alleen dingen als Creative Commons het voortbouwen op anderen mogelijk maken.
Bijvoorbeeld in de wetenschap bouwen mensen voortdurend voort op het werk van eerdere anderen. Men doet een onderzoek dat iemand anders suggereerde maar niet uitvoerde. Men herhaalt onderzoeken om ze zien of de resultaten bevestigd worden. Men combineert en preciseert. Men pakt idee?n op en voert die verder. De hele wetenschap steunt daarop. Elk proefschrift zit er vol mee.
Daarvoor is het recht om korte citaten te gebruiken, zoals nu al wettelijk vastgelegd, voldoende. Niemand hoeft hele bladzijden uit een wetenschappelijk artikel over te nemen om te kunnen voortbouwen op eerder wetenschappelijk werk.
In de cultuur, bijvoorbeeld de muziek, idem: interview een willekeurig artiest en vraag of andere artiesten een inspiratiebron waren. Dat levert altijd lange, interessante antwoorden op. Voortbouwen op het werk van anderen, maar plagiaat is daarbij helemaal niet nodig.
Arnoud, ik vind je eigen beslissing om je werk onder Creative Commons te publiceren boeiend en sympathiek. Maar wat is de praktische betekenis? Waarom zou iemand je heldere artikelen in boekvorm gaan uitgeven, of ergens anders op een website zetten, als diezelfde artikelen al op je eigen site op internet staan? Een link aan iemand geven of ergens posten is wel handig. Maar teksten overnemen of bewerken? Het mag dus onder CC-BY-SA, maar waarom zou iemand dat willen? De naam van de oorspronkelijke auteur moet er terecht altijd bij staan, maar iemand die op die basis dingen gaat herpubliceren afficheert zich dan wel als een loser die zelf niks weet te formuleren. Dan gaat een concurrerend auteur op dezelfde onderwerpen toch liever hetzelfde beweren als jij, maar dan wel met een geheel eigen indeling en formulering? Maar dat mag al, ook onder de bestaande Auteurswet 1912 en zonder Creative Commons. Wat is dan nog de meerwaarde van CC? Vroeger zou het zin gehad hebben, toen dingen verspreid werden met stencils of drukpers. Maar juist nu, door internet, is een eenvoudige URL wereldwijd voldoende om het origineel te lezen. Wie liever op papier leest, gooit het desgewenst zelf op de printer, of downloadt het naar het e-book-apparaatje. Zelfs dat mag al onder de bestaande antieke wet: de kopie voor eigen gebruik of studie.
Dit zijn eenvoudigweg de resultaten van onderhandelingen. Een loodgieter heeft geen natuurlijk “recht” op een uurloon of iets dergelijks. Hij spreekt het gewoon zo af.
Je eigenlijke vraag is: waarom kan een fotograaf bij de onderhandelingen zijn auteursrecht inzetten. Het antwoord is: omdat hij dat heeft. Je volgende vraag is: waarom heeft hij dat auteursrecht.
Welnu, dat auteursrecht heeft hij niet voor situaties waarin hij op min of meer gelijke voet opereert met een loodgieter, zoals de situatie waarin een fotograaf plaatjes schiet van een bruiloft waarin alleen het bruiloftspaar is ge?nteresseerd. In zo’n situatie is het auteursrecht ook vrij waardeloos, al kan het wel gebruikt worden om een niet oplettend bruidspaar een poot uit te draaien. Niet de bedoeling, maar ook een kwaadwillende loodgieter heeft natuurlijk zo zijn trucjes om na?eve klanten uit te wringen.
Het auteursrecht is er voor situaties waarin meer dan een kleine groep personen potentieel ge?nteresseerd is in een werk en dan vooral in het geval het werk relatief moeilijk te maken is, maar relatief eenvoudig te kopi?ren.
Het staat iedere auteur vrij om voor die aanpak te kiezen. Het kan echter lastig zijn om een persoon te vinden die voor dat factuurtje wil opdraaien (beseffend dat de rest van de wereld gratis kan meelezen).
Wie er niet in slaagt zo’n mecenas te vinden, kan dankzij het huidige auteursrecht ook andere businessmodellen beproeven om zijn werk te financieren. Met een “auteursrecht is CC en niets anders”-model zal zo’n persoon niet met zijn schrijven brood kunnen verdienen.
Dit geldt natuurlijk niet alleen voor zelfstandige schrijvers, maar ook voor auteurs van andere soorten werken en voor bedrijven die werken produceren. Het wegvallen van iedere juridische rem op het overnemen van andermans werk zou zeer drastische gevolgen hebben. Weldra zouden kranten en boeken alleen nog uitkomen in een formaat dat technisch niet goed valt te kopi?ren. Nieuwe software nodig? Je zult er de special purpose hardware bij moeten kopen. Tenzij je het geluk hebt dat er al een min of meer standaard en volledig gesloten systeem bestaat dat nog niet gekraakt is, want dan kan de software daarop worden uitgebracht.
Waarom vinden we die situaties zo belangrijk dat er een aparte wet voor moet komen? We kunnen ook zeggen “tsja, verzin maar een ander businessmodel want wat je nu doet is niet handig.”
@Ruud: mijn werk wordt anders genoeg gekopieerd, vooral door mensen die de informatie graag op hun eigen site aanbieden of er alleen relevante delen uit willen overnemen. Misschien zit ook daar je antwoord: niet “losers” die zelf niet kunnen schrijven, maar redacteuren die een boek/tijdschrift/site te vullen hebben en dat nu gemakkelijk kunnen.
Daarnaast is er het ‘voortbouwen’ zoals je ook bij Wikipedia ziet. Mensen kunnen mijn teksten kopieren en van eigen toevoegingen voorzien, bv. een hoofdstuk over hun eigen situaties of een verbetering (hoop ik dan maar) op iets wat ik schreef. Dat is dus veel meer dan citeren: je mag mijn hele tekst bewerken, vertalen of herschrijven zoals jij interessant vindt.
De manier waarop er verdient wordt staat los van het wel of niet hebben van auteursrecht. Dat heeft te maken met vraag en antwoord. Als er vraag is naar dit soort foto’s dan wordt er ook wel voor betaald zonder auteursrecht. Immers heeft de fotograaf de feitelijke macht over de foto.
Alex, naar aanleiding van vraag en aanbod: Waarom is de prijs voor een exclusieve licentie (veel) hoger dan die voor een niet-exclusieve licentie? Het idee is dat wanneer een foto eenmaal in de Spits heeft gestaan, consumenten geen Playboy meer kopen voor een tweede kopie van dezelfde foto. Het uitsluitingselement van het Auteursrecht is een integraal onderdeel van de markt voor “creatieve werken”.
“Verzin maar een ander businessmodel” is veel te makkelijk. Wie met scheppend werk zijn brood niet meer kan verdienen kan ook gewoon iets anders gaan doen. Niemand kan hem dat verbieden.
Het gaat niet om de auteurs, maar om wat die auteurs maken. De maatschappij stelt belang in de schepping van nieuwe werken.
Dit antwoord was je toch al bekend?
@Alex:
Kun je uitleggen hoe de fotograaf na verkoop van de foto verhindert dat zijn foto door alle roddelbladen en roddelsites wordt overgenomen zonder enige vergoeding? Ik zie namelijk niet in hoe de fotograaf dit op enige wijze in zijn feitelijke macht heeft.
En kun je uitleggen waarom een roddelblad (als eerste en laatste) zou betalen voor een foto als de concurrentie die foto binnen een minuut en zonder te betalen overneemt? (Waardoor die concurrentie veel lagere kosten maakt en dus minder hoeft te rekenen voor abonnementen en/of advertentieruimte, en zo een beslissend concurrentievoordeel verkrijgt.)
(Voor een weekblad kan een voorsprong van een week natuurlijk voldoende zijn om voor de foto te willen betalen, maar in het internettijdperk wordt die week een minuut. Het belang van het auteursrecht wordt dus juist groter door de beschikbaarheid van nieuwe technieken.)
Piet:
> Het belang van het auteursrecht wordt dus juist groter door
> de beschikbaarheid van nieuwe technieken.
Dat is inderdaad een goed punt.
@Piet(95): het antwoord is bekend maar onbevredigend. De stap van “de maatschappij wil creatieve werken” naar “er moet per kopie worden afgerekend” is veel en veel te groot. Daarbij komt dat afrekenen per kopie in het digitale tijdperk een ontzettend grote hinderpaal opwerpt, veel groter dan 100 jaar geleden toen lang niet elk gebruik een kopie vergde, laat staan dat iedere burger kopie?n kon maken.
En over #96: mensen betalen om het werk te krijgen waar zij op zitten te wachten. Je kunt vast wel gratis werk vinden maar dat is dan zelden precies wat je zoekt. Dus dan moet je toch de maker inhuren om het aan te passen of om iets nieuws te maken dat beantwoordt aan je eisen.
Er zijn genoeg programmeurs die als zelfstandige werk verrichten dat onder open source licenties beschikbaar komt. De concurrent van hun opdrachtgevers krijgt dus toegang tot dat werk, maar moet maar afwachten wat er zoal komt. Wil je weten wat je krijgt en wanneer, dan kost het geld.
Je betaalt met andere woorden voor schaarste, en de Auteurswet introduceert kunstmatige schaarste door kopi?ren aan banden te leggen. De vraag is of die kunstmatige schaarste nog wel voldoende nut heeft om dat te rechtvaardigen, oftewel of er geen andere meer vanzelfsprekende bronnen van schaarste zijn waar makers van kunnen profiteren.
Je kunt bv. zeggen: het tijdschrift betaalt omdat ze dan de foto’s krijgen als die gemaakt worden. Als concurrent moet je maar afwachten wat er komt, je hobbelt dan permanent achter andermans primeurs aan. Zo’n me-too site is niet echt interessant.
Neem nu eens Spits, Metro en De Pers. Zij nemen het nieuws af van ANP, niet gratis natuurlijk maar er zitten geen exclusiviteitsbeperkingen op en iedereen betaalt hetzelfde dus netto kunnen we hun bronnen als gratis beschouwen. Dit is dus precies de situatie die jij schetst: de auteur levert en iedereen publiceert. Waarom zou ANP hem betalen? Of waarom zou Spits het ANP betalen?
Geen enkele auteur wordt door de Auteurswet gedwongen tot “er moet per kopie worden afgerekend”.
Als afrekenen per kopie nadelen heeft, zullen andere afrekenmodellen dankzij de vrije markt vanzelf naar boven komen.
Zie de eerdere discussie over de loodgieter. Voor de bijzondere gevallen waarin je de maker moet inhuren en waarin anderen geen of nauwelijks interesse hebben in het geproduceerde werk is het auteursrecht dus niet bedoeld.
De werken waarvoor per kopie wordt betaald zijn doorgaans juist wel interessant voor een grotere groep van personen.
Die me-too site heeft een kostenvoordeel en kan er dus voor zorgen aantrekkelijker te zijn. Met het bespaarde geld kan goedkoper advertentieruimte worden aangeboden, de site kan programmeurs inhuren voor leuke features en desnoods kunnen er onder bezoekers prijzen worden verloot. De ene minuut achterstand in nieuwe content zal het verschil toch niet uitmaken.
Ik twijfel er niet aan dat je zelf het antwoord kunt geven. Waarom doe je dat niet?
ANP betaalt de fotograaf omdat de fotograaf de foto’s anders niet levert.
Spits betaalt ANP omdat Spits de foto’s niet zonder te betalen mag overnemen (hoewel dit technisch wel kan).
Als Spits en concurrentie ANP niet meer zouden betalen, zou ANP uiteindelijk de fotograaf niet meer kunnen/willen betalen, en zou de fotograaf uiteindelijk geen foto’s meer nemen.
Het is uiteindelijk in het voordeel van Spits en concurrentie om w?l te betalen, maar zolang de anderen betalen zou Spits er voordeel van hebben om niet te betalen. Een variant van de tragedy of the commons.
Voor het ene werk wordt 1x veel betaald voor in ruil voor exclusiviteit, voor het andere werk voor veelvuldig een beetje betaald in ruil voor een niet-exclusieve kopie of een niet-exclusief recht. Verschillende categorie?n van werken vragen om verschillende businessmodellen.
Gebruikers worden wel degelijk dankzij de Auteurswet gedwongen tot afrekenen per kopie. Auteurs hebben de mogelijkheid gekregen van de wetgever en maken daar grootschalig gebruik van. Waarom ook niet? Het levert hen het meeste geld op.
Andere modellen krijgen daardoor geen kans tenzij auteurs vrijwillig van het snelle geld afzien en kiezen voor bijvoorbeeld werken op uurtarief of tegen vast bedrag (of in dienst treden bij een opdrachtgever).
Enne, “het meeste geld voor de auteur” is niet hetzelfde als “meeste nut/waarde voor de maatschappij”.
Het feit dat 1 iemand het bestelt, betekent nog niet dat anderen geen interesse hebben. Waar het om gaat is dat het die ene iemand zo veel waard is dat hij ervoor betaalt, ook al weet hij dat daarna de concurrent er ook mee vandoor kan gaan. Dat kàn betekenen dat er geen concurrent is, maar ook dat hij de investering er al uit heeft tegen de tijd dat de concurrent er ook mee aan de slag gaat. (Zeg maar het beurskoersen-model: gratis met 20 minuten vertraging of betaald maar realtime.)
Jammer dat je met je puntige wedervragen steeds om het punt heendraait. Zo komen we er nooit.
Het voorbeeld met ANP en de kranten laat zien dat exclusiviteit niet altijd noodzakelijk is. Jij gaf eerder (#96) aan dat roddelbladen niet zouden betalen als ze gratis konden overnemen. Spits en Metro kunnen gratis overnemen uit dezelfde bron, en toch kunnen beiden bestaan (beschouw de vergoeding aan ANP even niet als royalties maar als uurtarief voor verrichte werkzaamheden of zo).
Gebruikers kunnen met de auteur of rechthebbende onderhandelen over een andere vorm van afrekenen of desnoods een auteur inhuren om een specifiek werk te produceren. Of ze betalen een bedrag dat relatief laag kan zijn, doordat andere gebruikers ook betalen.
In dat geval geldt wat voor de auteur geldt, voor de opdrachtgever (maar die wordt dan ook als maker gezien door de Auteurswet).
Schrijf ik dat ergens? De inkomsten van de auteur interesseren me in het geheel niet. Het gaat er alleen om dat de auteur werken blijft scheppen, doet waar hij goed in is. Dat geld hier als een goed smeermiddel werkt is duidelijk, maar dat is ook precies de maatschappelijke functie van geld. Geld is maatschappelijk gezien geen doel op zichzelf.
Ook de loodgieter zal proberen zijn winst te maximaliseren. De prijs die de loodgieter kan vragen wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van zijn werk en door de concurrentie die hij ondervindt. Hetzelfde geldt voor de prijs die een auteur kan vragen.
Dat soort situaties bestaan, maar zijn niet de regel. En ook in dat soort situaties is het economisch effici?nter als de concurrentie een (lagere) vergoeding betaalt voor het nut dat zij van het werk heeft (zodat de opdrachtgever minder hoeft te betalen).
Het auteursrecht is er voor situaties waarin meer dan een kleine groep personen potentieel ge?nteresseerd is in een werk en dan vooral in het geval het werk relatief moeilijk te maken is, maar relatief eenvoudig te kopi?ren.
Nee dat klopt niet. De auteursrecht is als eerste ingevoerd in Engeland om de auteurs te beschermen tegen een kleine groep drukkers waar auteurs niet zonder konden. Het gevolg was dat ze uitgebuit werden. Die situatie speelt al lang niet meer.
@piet(96): Ik bedoelde voor de verkoop.
Op software gebied zijn er genoeg bedrijfjes die software maken en dat onder een BSD of GPL licentie verspreiden. Dat werkt omdat er iemand die iets wil hebben wat nog niet bestaat. Dat een ander het vervolgens gratis gebruik kan maken van dat werk is blijkbaar niet een echte reden om opdracht te geven om die software te maken. Dat is ook logisch want de persoon die opdracht geeft heeft er op een ander moment weer profijt van als hij software wil hebben dat wel beschikbaar is.
Dat werkt met roddelbladen precies zo. Het niet zo dat een roddelbladen met het verdwijnen van de auteurswet op eens geen roddelblad meer willen zijn. Eeuwen lang hebben we zonder auteurswet gezeten. Dan gaat er bij mij niet in dat er er zonder geen handelsmodel meer mogelijk zou zijn.
@Aroud(101):
Op dit punt ben ik het toch meer eens met Piet.
Wedervraag? Bedoel je dat ik af en toe suggereer dat je ook zelf het voor de hand liggende antwoord wel kunt geven?
De reden dat we rondjes blijven draaien is misschien wel dat het auteursrecht gewoon een nuttige functie vervult…
Nee, maar soms dus wel. Dat is het mooie van het verbodsmodel: zeer flexibel.
Het is trouwens maar hoe je het bekijkt. ANP heeft wel exclusiviteit en verdient aan die exclusiviteit. Het zal dan ook in de eerste plaats ANP zijn die boos wordt als anderen zonder toestemming overnemen.
Eh nee, Spits en Metro betalen, dus Spits en Metro nemen niet gratis over. Misschien betalen ze voor een abonnement en niet per foto, maar dat bevestigt alleen maar dat het verbodsmodel allerlei afrekenstructuren mogelijk maakt. Jij bent het die het verbodsmodel steeds gelijkschakelt aan “royalties per kopie”, niet ik.
Wat ik zeg, is dat ANP en de fotograaf een probleem hebben als Spits zijn ANP-abonnement kan opzeggen en de ANP-foto’s gratis van bijv. internet zou kunnen plukken. Want niet alleen Spits zou dat kunnen, maar ook iedere andere abonnementhouder.
(En alvast mijn excuses, maar dit antwoord kan je toch niet verrassen?)
Kom op, je gelooft toch niet werkelijk dat ik niet snap waarom Spits en Metro aan ANP betalen. Ik probeer een analogie te trekken en jij gaat daar niet in mee. Dan schiet de discussie niet op.
Jouw argument was dat concurrenten die gratis mogen overnemen, dat massaal gaan doen waardoor de hele markt instort. Ik reageer daarop door te wijzen op Spits en Metro die gratis* overnemen uit dezelfde bron (ANP) en jij gaat dan betogen dat dat is omdat Spits niet gratis mag overnemen omdat er auteursrecht op die teksten zit. Tsja, dan houdt het even op hier.
@Alex:
Misschien is mijn formulering “meer dan een kleine groep” niet helemaal gelukkig. Ook bij een kleine groep van ge?nteresseerden kan het auteursrecht nuttig zijn. Waar ik aan dacht was dat de auteur bij een kleine groep van ge?nteresseerden zijn belangen vaak ook langs contractuele weg veilig kan stellen, maar dat is erg afhankelijk van de precieze situatie.
Maar eenmaal verkocht en gepubliceerd is de foto als werk uit de feitelijke macht van zowel de fotograaf als de koper. En de koper weet dit, en zal hier dus rekening mee houden bij zijn beslissing om wel of niet te kopen. En de fotograaf weet dit ook, en zal hier dus rekening mee houden bij zijn beslissing om wel of niet een week in de struiken te liggen. (Niet dat de maatschappij veel verliest als zo’n paparazzi-foto niet wordt gemaakt, maar dat is nu de discussie niet
.)
En dat is mogelijk dankzij het verbodsmodel! Zonder verbod is geen licentie nodig.
We hebben ook eeuwenlang zonder boekdrukkunst gezeten.
Roddelbladen op papier kunnen wellicht zonder auteursrecht dankzij hun actualiteitswaarde. Dit geldt nog meer voor papieren kranten. Maar verschijnen dit soort publicaties op internet, dan blijft er van dit tijdsvoordeel zo goed als niets over.
Of kijk naar werken zonder grote actualiteitswaarde. Waarom zou een uitgever een schrijver betalen om een boek te schrijven als hij gratis het nieuwe werk dat bij een concurrerende uitgever verschijnt kan overnemen? Of waarom zou een uitgever die schrijver betalen als hij weet dat zijn concurrent datzelfde boek binnen een week ook op de markt brengt, maar zonder de schrijver ervoor te betalen?
Of als je uitgevers en fysieke boeken doorstreept: waarom zou een lezer een schrijver betalen voor een kopie van een nieuw maar reeds geschreven boek als hij het boek ook gratis kan downloaden?
Of waarom zou je als lezer een schrijver betalen voor een nog te schrijven boek als je eigenlijk wel weet dat voldoende anderen zullen betalen? Inderdaad, sommigen zullen toch betalen en het boek wordt misschien ook wel geschreven. Het werkt voor Wikipedia. Niets mis mee natuurlijk in de gevallen waarin het werkt, maar het lijkt mij geen volwaardige vervanging van het verbodsmodel.
Ik zeg toch juist dat ik dat niet geloof?
Dan begrijp ik niets van je analogie.
Jouw argument geeft slechts aan dat het “afrekenen per kopie”-model niet in alle gevallen noodzakelijk is. Ik ben de laatste die dat ontkent.
ANP maakt gebruik van het verbodsmodel. Eens of oneens?
Streep je het verbodsmodel door, dan zal het ANP-model niet meer werken zoals het nu werkt. Eens of oneens?
Ik betoog in de eerste plaats dat Spits helemaal niet gratis overneemt. Spits betaalt om “gratis*” over te mogen nemen! Hoe is dat gratis?!
Dus een muziekcd die voor iedereen hetzelfde kost is gratis? Een internetabonnement op een krant dat voor iedereen hetzelfde kost is gratis?
Daarom zei ik dus: doe even of de kosten voor het ANP-abonnement niet op grond van auteursrechten zijn, want dat vertroebelt alleen maar de discussie. Ik kan werkelijk niet begrijpen dat jij mijn analogie oppakte als een serieuze vraag van mij waarom er betaald wordt aan ANP, vandaar dat ik je reactie opvatte als een sarcastische.
Jij leek het erg te vinden dat een fotograaf zonder auteursrecht niet zou kunnen verhinderen “dat zijn foto door alle roddelbladen en roddelsites wordt overgenomen zonder enige vergoeding?” Die bladen kopi?ren de foto dan gewoon gratis van de concurrent, en daarom zou geen enkel blad meer foto’s kopen.
De kranten Metro, Spits en De Pers drijven allemaal op content die identiek is aan die van de concurrent. Omdat ze allemaal hetzelfde bedrag betalen (aan ANP) aan die content, wilde ik dat bedrag even buiten beschouwing laten. Alle drie deze kranten nemen dezelfde content af – wat ik dan maar even gelijkstel aan “van elkaar overnemen”. Of je het nu van de ANP-feed haalt of van de site van je concurrent, het effect is hetzelfde.
Waarom kunnen die kranten bestaan ondanks die overlap in content, maar kunnen de roddelbladen dat volgens jou niet?
(Dat de fotograaf een ander inkomstenmodel moet zoeken, is een andere discussie.)
De roddelbladen zien dit aankomen, en de fotograaf ziet dat weer aankomen. De fotograaf weet dus dat hij niet veel geld zal ontvangen voor de foto en zal dus geen week in het struikgewas liggen om de foto te maken. Dat is wat erg is, dat de fotograaf zijn foto niet maakt.
En het ANP-model zonder verbodsrecht leidt net zo goed tot een fotograaf die geen foto zal maken.
Ah, nu begrijp ik je. Goed, de ANP-foto’s zijn voor de kranten inderdaad vergelijkbaar met inkt, papier, computers, etc. De ANP-foto’s zijn niet het punt waarop kranten zich onderscheiden van andere kranten die ook ANP-foto’s gebruiken. Kranten onderscheiden zich door de tekst van de artikelen die exclusief voor de krant zijn geschreven en door de foto’s die exclusief voor de krant zijn geschoten.
Kranten die volledig putten uit ANP-materiaal kunnen zich alleen nog onderscheiden op effici?ntie van het drukproces, de fysieke distributie, de sluwheid van de advertentieruimteverkopers, etc. Deze kranten zijn mogelijk doordat zij het nieuws eenvoudig kunnen inkopen van ANP. Dit inkopen is mogelijk doordat ANP dankzij het auteursrecht in staat is exclusief nieuws(materiaal) aan te bieden.
Roddelbladen kunnen op dezelfde manier blijven bestaan als er een ANR (Algemeen Nederlands Roddelbureau) bestaat dat roddelmateriaal aanbiedt aan betalende abonnementhouders. Dat ANR zal echter voor zijn bestaan afhankelijk zijn van auteursrechtelijke bescherming op dat materiaal (of in ieder geval moeten voorkomen dat niet-abonnementhouders evenveel kunnen profiteren van het materiaal als abonnementhouders).
Mijn punt is dus niet dat een krant of roddelblad niet kan bestaan zonder exclusief materiaal. Mijn punt is wel dat de maker van de content moet worden betaald en dat hiervoor ergens in de keten sprake moet zijn van exclusiviteit. Verdwijnt die exclusiviteit (door afschaffing van het verbodsmodel, onmogelijkheid van een contractuele oplossing en het ontbreken van technische middelen om de exclusiviteit te waarborgen), dan verdwijnt een groot deel van de nieuwe content. Op die manier komt alsnog het bestaan van die kranten en roddelbladen in gevaar.
Voor het gemak zie ik hierbij over het hoofd dat kranten en roddelbladen kunnen profiteren van hun actualiteitswaarde. Zoals al een paar keer opgemerkt vervalt dit voordeel op het internet. Daarnaast is die actualiteitswaarde voor veel werken in veel mindere mate van belang. Een dure film kan het niet hebben van de bioscoopbezoekers die niet een dag of twee willen wachten tot de kaartjes nog maar de helft kosten in een bioscoop die ergens een goede kopie vandaan haalt en niet wordt gehinderd door een verbodsauteursrecht.
Wat mij betreft is dat juist wel de discussie.
De rest van deze discussie bestaat slechts uit voorbeelden ter illustratie van steeds hetzelfde principe.
Op software gebied zijn er genoeg bedrijfjes die software maken en dat onder een BSD of GPL licentie verspreiden.
En dat is mogelijk dankzij het verbodsmodel! Zonder verbod is geen licentie nodig.
Piet, het lijkt alsof je slecht reactief reageert en daardoor mijn punt niet ziet. Of je moet niet door hebben dat BSD en GPL licenties open source zijn. Jouw veronderstelling was dat er niet verdiend kon worden aan het maken van werken zonder dat de auteur openbaring en vermenigvuldiging zou kunnen verbieden. Als dit waar zou zijn dan zouden bedrijven het zich niet kunnen veroorloven om werken aan te bieden onder voorwaarden waarbij ze van hun verbod mogelijkheid afstand doen. Jouw aanname klopt niet getuigen het feit dat deze bedrijven wel bestaan.
Je suggeerd nu een oorzakelijk verband waar er geen is. De komt van de broekdrukkunst is niet een gevolg van het in het leven roepen van de auteurswet, maar van het ontstaan van diverse technologieen.
In plaats van met argumenten komen waarmee je jouw stelling onderbouwd, maak je met wedervragen een omtrekkende beweging. Bovendien had ik al gereageerd op een soortgelijke vraag, waarmee dit een herhaling van zetten is.
Deze vragen zijn irrelevant voor je stelling. Ook wanneer lezers niet zouden willen betalen dan nog betekend dan volgt daar logische wijs uit wat op je lippen ligt. Op internet is gratis de norm en toch zijn er bedrijven die er aan verdienen.
Ik daag je uit om nu eens met drie argumenten te komen die jouw stelling onderbouwen.
Die kaats ik terug: vertel nu eens waarom dat roddelblad zou betalen? Met BSD of GPL zal dat toch niets te maken hebben? Een open source roddelblad, hoe werkt dat?
Je geeft antwoord door met een mogelijke analogie te komen, en laat het aan mij over om die analogie uit te werken? Dat is geen antwoord op mijn vraag. Het lijkt me beter als jij die analogie uitwerkt en terugvertaalt naar de roddelbladsituatie. Waarom zou het roddelblad betalen?
Nee hoor. Ik suggereer dat de auteurswet is ontstaan door de opkomst van kopieertechnieken. Precies andersom dus. Zolang je niet eenvoudig kunt kopi?ren, is er geen behoefte aan een wet die dat verbiedt.
Syntax error.
Welke stelling heb je op het oog?
Er is al zoveel geschreven. Ik heb niet de illusie dat ik hier iemand kan overtuigen.
Piet, het is evident dat als de auteurswet veranderd men niet meer kan werken zoals men gewend is, maar verandering houd niet per definitie in dat de hele markt massaal zal instorten.
De realiteit is dat film al lang te gratis kopieren zijn. Feit is dat het auteursrecht die ontwikkeling niet kan tegen houden en dat het voor de rechter dagen van je klanten verliesgevend is en goodwil kost.
Producenten van film hebben een heel goed handelsmodel. Dezelfde film wordt op een stuk of tien manieren aangeboden. De bios, verhuur, pay-per-view, omroepen, ect. Naar de bioscoop gaan draait niet om zo zeer de film, maar om de beleving van naar de bois gaan. Pay-per-view draait niet om de film, maar om het gemak.
Napster is zo’n twintig jaar geleden ontwikkeld en de film industrie is er nog altijd. Kennelijk kan de film industrie bestaan ondanks de mogelijkheid om de film te gratis te downloaden.
Er zal gezocht worden naar technieken om het kopi?ren te voorkomen. Content zal niet meer via vrije systemen worden verspreid. Verder zal worden probeerd zoveel mogelijk contractueel dicht te snoeren. Waar dit niet lukt, zal de markt vermoedelijk grotendeels verdwijnen, omdat er geen geld meer mee is te verdienen.
Natuurlijk zullen er altijd foto’s, films, muziek, etc. worden blijven gemaakt, maar dat zijn werken die nu ook wel worden gemaakt.
Dit is mijn versie. Kom gerust met jouw versie, maar vermijd aub gemeenplaatsen als “dat gaat er bij mij niet in”.
Natuurlijk is film nu ook al technisch te kopi?ren. Het auteursrecht kan dat niet tegenhouden. Natuurlijk wordt film nu ook gekopieerd, met name in de thuisomgeving. Maar ik ken geen reguliere bioscoop die zonder toestemming gemaakte kopie?n vertoont. Jij wel? En weet je waarom die bioscopen er niet zijn? Enkel en alleen omdat de Auteurswet dit verbiedt.
Het auteursrecht functioneert in zoveel scharnieren van de huidige maatschappij op zo’n natuurlijk manier als smeerolie, dat jij en vele anderen dat niet eens zien.
Piet,
Ik vind dat de discussie vertroebelt door de focus zo te leggen op een fotograaf. Het auteursrecht is niet niet alleen voor fotografen. Een meer algemene stelling zoals “Auteurs kunnen prima hun brood verdienen zonder auteursrecht” zou daarom prettig zijn. Die stelling verdedig ik wel. En het argument dat ik daarvoor heb aangedragen is het praktijkvoorbeeld van software bedrijven. Deze bedrijven krijgen opdrachten om software te maken die ze vervolgens als open source vrij geven. Zoals ik zo langzamerhand drie keer heb aangegeven willen de opdrachtgevers daarvoor betalen omdat die software niet bestaat en zij die willen hebben. Die vraag blijk je teksten maar herhalen, maar het antwoord heb je al lang kregen. Dat begint nu vervelend te worden.
Zoals in het recht geld “wie eist bewijs” geld in politieke discussies “wie stelt onderbouwd”. De fotograaf heeft zijn entree gemaakt in bericht 85 en in 105 schaar jij er achter door aan te geven dat de fotograaf zonder het auteursrecht een probleem heeft. Jij vind kennelijk dat een roddelblad fotograaf zijn brood niet zou kunnen verdienen zonder het bestaan het auteursrecht. Dan is het aan jou om met argumenten te komen. Aan anderen vragen om aan te geven dat dit wel kan is geen argument, maar een zwaktebod. Als je voor jouw stelling c.q. de stelling die jij verdedigt niet drie argumenten kun verzinnen, dan neem ik ook wel genoegen met twee argumenten.
Er bestaat geen techniek die niet gekraakt kan worden. Er zijn in zo’n team een stuk of twintig personen die deze bedenken, terwijl daar miljoenen hackers tegen overstaan die proberen de techniek te kraken. Iedere keer roepen ontwikkelaars dat hun techniek een stuk veiliger is waarop kort daarna de techniek gekraakt wordt. Dit zag je ook met de OV-chikkaart of de passen.
Bovendien heeft de entertainment industrie deze vlucht reeds geprobeerd. Het product dat ze leveren is er alleen maar door onaantrekkelijk geworden. En men is er inmiddels dan ook al op teruggekomen.
Welke argumenten heb je voor die stelling?
Ik hoef jouw visie toch zeker niet klakkeloos over te nemen?
Zonder een auteursrecht zouden leveranciers met een soort geheimhoudingsbeding kunnen werken. Daardoor zou de film niet gratis beschik zijn in de kwaliteit die benodigd is voor een bioscoop. Er is geen vraag naar bioscopen die hun films van het internet af halen omdat de kwaliteit dan erg slecht is.
Wat ik en vele anderen zien is dat er vanuit deze industrie steeds op dezelfde manier gereageerd wordt op innovatie. Eerst negeert men het, vervolgens gaat men het bestrijden en tot slot aanvaard men het. Dit gold voor de automatische piano, de viderecorder, de radio en ook het internet. Het lijkt wel het referendum over de grondwet. De voorstanders trachten daarbij de burgers te overtuigen door hen een doomsenario voor te houden. Ons was belooft dat het licht uit zou gaan en er oorlog zou uitbreken.
Het auteursrecht is er ??k voor fotografen. Wie afschaffing van het verbodsmodel beoogt, zal ook onder ogen moeten zien wat dit voor fotografen voor gevolgen heeft. En wat dit voor schrijvers voor gevolgen heeft. En wat dit voor films voor gevolgen heeft.
Leuk, maar die algemene stelling gaat dus niet op zodra de stelling voor auteur=fotograaf al niet werkt..
Jij onderbouwt een heel algemene stelling met ??n specifiek voorbeeld, maar keurt het af als ik de stelling ondergraaf met ??n specifiek voorbeeld?
Dan ben je niet erg logisch bezig!
Het werkt natuurlijk juist andersom. Een algemene stelling kun je ondergraven met ??n tegenvoorbeeld, maar kun je niet bewijzen met ??n voorbeeld als dat voorbeeld geen duidelijke generalisatie heeft. GPL en BSD en open source in het algemeen generaliseren zeker niet op eenvoudige wijze naar films en foto’s.
Maar goed, dan herhaal ik nog maar eens, voor de zoveelste keer. Ik ga uit van potenti?le kopers die hun eigen belang voorop stellen.
een fotograaf die foto’s maakt die voor meerdere personen interessant zijn, zal normaal gesproken geen of slechts slechtbetalende kopers vinden als kopers een eenmaal gepubliceerde foto kunnen overnemen. (Uitzonderingen: foto’s met een zeer grote actualiteitswaarde en foto’s die slechts waarde hebben voor ??n persoon of groepje van personen.) Kopers kun je ook vervangen door abonnementhouders en dergelijke.
een filmmaker die films maakt zal geen bioscoop vinden die veel geld betaalt om die film te mogen draaien als iedere andere bioscoop binnen twee dagen een kopie van die film voor niets kan vertonen. Die filmmaker zal zijn film om dezelfde reden ook niet voor een fatsoenlijk bedrag aan videotheken kunnen slijten.
Begrijp je de redenering tenminste? Ik schrijf niet zomaar poep, om het maar eens zonder stijl te zeggen.
Van jou heb ik volgens mij nog geen inhoudelijke reactie op deze redenering gezien. Arnoud houdt het geloof ik op “dan moet de fotograaf c.q. filmmaker maar een anders businessmodel verzinnen”.
Moet ik nu alle businessmodellen behandelen die ik kan bedenken en ook die ik niet kan bedenken?
Dat zal ik niet bestrijden. De conclusie: “Waar dit niet lukt, zal de markt vermoedelijk grotendeels verdwijnen, omdat er geen geld meer mee is te verdienen.”
Zie wat er achter “omdat” staat.
Ik zeg dan ook: kom gerust met jouw versie.
Kijk, daar hebben we iets. Jouw suggestie doet me sterk denken aan een combinatie van contractueel dichtspijkeren en technische middelen, ofte wel wat ik eerder al schreef. De bioscoopkopie?n zullen bijvoorbeeld gewatermerkt moeten worden om te verhinderen dat een bioscoop van zo’n kopie nieuwe kopie?n maakt en die ongemerkt aan andere bioscopen doorverkoopt. Helaas zijn al dat soort technieken te kraken, dus lang zal dit niet werken. Dit is dus geen blijvende oplossing.
Voor videotheken gaat het al helemaal niet werken, want contracten en aparte watermerken voor alle individuele consumenten die een kopie afnemen is geen doen, en het systeem zal dus sowieso snel gekraakt worden. Binnen de kortste keren is er een dvd in omloop die vrij kopieerbaar is. Verstandige videotheken zullen (volledig legaal!) die dvd verhuren voor een heel zacht prijsje in plaats van dure dvd’s in te kopen.
Ach, bij de videorecorder was het toch ook niet nodig om het auteursrecht af te schaffen? Geef die industrie gewoon wat tijd om passende businessmodellen te ontwikkelen, gebaseerd op het verbodsmodel. Zonder verbodsmodel wordt dat alleen maar buitengewoon moeilijk en (DRM-)vervelend.
Is het erg om voor content te betalen? Ik zeg nee. Wat wel nodig is, is dat zo veel mogelijk content op een zo eenvoudig mogelijke manier via nieuwe technieken beschikbaar komt. De variabele kosten kunnen naar bijna nul, en dat zou ook moeten gebeuren. Het verbodsmodel kan dan dienen om de ontwikkelkosten van kwalitatief voldoende goede content terug te verdienen plus een mooie winstbonus.
De tijd is rijp voor innovatieve betaalmodellen, bijvoorbeeld een kostprijs die met terugwerkende kracht afneemt naarmate het aantal verkochte exemplaren toeneemt (eenvoudig te implementeren met elektronische betaalmethoden). Niet een geheel evenredig afnemen, maar op zo’n manier dat zowel de koper als de verkoper profiteren van grote verkoopaantallen. De koper zal dan gemiddeld genomen de voorkeur geven aan werken die volgens deze prijsstructuur worden aangeboden boven werken die voor een vaste prijs worden aangeboden (vast in de zin van: latere prijsdalingen hebben geen terugwerkende kracht). Want die vaste prijs moet hoog genoeg zijn om bij een relatief tegenvallende verkoop nog uit de kosten te komen.
Om nog eens terug te komen op:
Je voorbeeld is niet eens een voorbeeld van je stelling. Open source draait nog steeds om licenties, en die licenties berusten op het auteursrecht.
Freeware is een beter voorbeeld. Gesloten objectcode die wordt weggegeven. Ik ken niet veel freeware waarvan de maker is betaald en die zonder bijbedoelingen wordt weggegeven. Ik ben benieuwd of er veel programmeurs zijn die hun brood verdienen met het programmeren van freeware. Ken jij zo iemand? (En ik bedoel dus niet drivers die door een hardwarefabrikant gratis worden weggegeven, of clients die door de exploitant van een server worden weggegeven, etc.)
Het idee van open source is dat er iets voor terugkomt: verbeteringen en uitbreidingen gemaakt door andere mensen. En wie voortbouwt op GPL-code is zelfs verplicht (auteursrecht!) om zijn code weer vrij te geven. Die persoon krijgt dus iets (waarop hij voortbouwt) en geeft daar iets voor terug.
“Open source draait nog steeds om licenties, en die licenties berusten op het auteursrecht.”
Gaap.
Ja, wat een dooddoener he. Toch blijkt het nodig dit op te merken… Ook Stallman schrok zich een hoedje toen hij hoorde dat een Zweedse piratenpartij het auteursrecht wilde afschaffen.
Geen dooddoener, meer een sterk belegen redeneerfout.
Om te beginnen is Stallman niet van de Open Source, maar van de Vrije Software. Open Source draait om broncode, niet om licenties. Microsoft doet bijvoorbeeld ook aan Open Source, Shared Source noemen ze dat geloof ik. Dat is wel kijken, maar niet kopi?ren.
Vrije Software draait weliswaar om licenties, maar licenties zijn daar een middel. Het doel is een publiek-domein-achtige ecosysteem te krijgen. In een wereld zonder auteursrecht krijg je dat vanzelf.
Dat Stallman zich zo’n zorgen maakt, is omdat hij in een wereld met auteursrecht leeft. Als sommige auteurs hun werk voor niets zouden doen, en andere auteurs zouden dat werk mogen kopi?ren, aanpassen en achter een auteursrecht opsluiten, dan ontneem je de eerste categorie voor een deel de motivatie om zelf nog te innoveren.
Maar merk op dat de GNU-licenties dit voor een groot deel gewoon toestaan. Ik mag jouw GPL-programma nemen, sterk verbeteren, en vervolgens met die verbeterde versie rijk worden. Die verbeteringen hoef ik niet weer met jou te delen. Die eis geldt pas op het moment dat ik het aangepaste programma ga verspreiden.
Vertel eens hoe ze dat doen: wel kijken, niet kopi?ren?
Misschien met een licentie?
Heb ik dat ontkend? Ik schreef “draait om licenties”, en dat zijn de woorden die jij nu ook gebruikt. (En dan kom jij met je zeer volwassen “sterk belegen”, tja.)
Auteursrecht is sowieso geen doel maar een middel.
Dat is een vergissing voor zover je aan Vrije Software denkt. Zonder auteursrecht heb je de broncode van Windows nog niet (en zal Microsoft er niet over piekeren om anderen te laten “kijken”).
Voor zover je aan andere werken denkt. Ja, zonder auteursrecht is alles publiek domein. Dit zal echter niet de enige consequentie zijn van afschaffing van het auteursrecht (of van het verbodsmodel).
Piet schreef:
Alex de Kruijff | 31 december 2009 @ 1:35:
De laatste tijd nog wel eens ergens een cd-winkel gezien? Die er nog zijn (bijv. Free Record Shop) verkopen voornamelijk dvd’s (omdat dvd-branders tot voor kort nog geen gemeengoed waren), spelletjes, gadgets, elektronica en boeken. Bol.com en amazon idem.
Er worden nog wel cd’s gemaakt, maar vooral van klassieke muziek en gevestigde artiesten, met een trouw en wat ouder publiek, dat toch liever “the real thing” koopt. Voor de rest is door het kopi?ren en downloaden de cd-markt wel degelijk om zeep geholpen.
Piet:
Ja. En dan zal je als prima fotograaf maar net GEEN begenadigd spreker zijn. Dan geen inkomsten uit lezingen. Dus: zonder auteurswet komen allen veelzijdige talenten nog aan de bak, maar wie helaas maar ??n kunstje kan (en dan misschien wel heel goed), die heeft het nakijken.
Bovendien: als software, muziek en boeken gratis te kopi?ren zijn, waarom zou ik voor een lezing dan wel toegang moeten betalen? Dat is ook cultuur en informatie, dat hoort toch gratis te zijn? En de bus en de tram moet ook gratis! En rechtsbijstand, niet te vergeten! Dus Arnoud kan zijn betaalde advocatenopdrachten ook vergeten, als we doorredeneren.
Ik ben er allemaal voor, alleen zal uiteindelijk iemand het toch weer moeten betalen. In 1995 ging het steeds meer richting “gratis internet” (mijn dochter maakte er als eerste html-oefening nog eens een siteje over), maar 15 jaar later dragen we toch allemaal maandelijks keurig onze 20 ? 40 euri’s af voor ADSL/kabelinternet? Raar eigenlijk, want die kabels lager er al 40 of 50 jaar, dus die zijn allang afgeschreven!
Inderdaad, en het is evenzo een schande dat destijds niets geregeld is voor stokers en drukpersbedienend personeel.
Wat Arnoud zegt is dat je best per uur werk betaald mag worden, maar dat afrekenen per kopie onzinnig is als kopieen zeer eenvoudig en onbeperkt gemaakt kunnen worden.
@Piet:
Dat is net andersom. Met dit voorbeeld kwam ik op de proppen om een algemene stelling te ondergraven.
Als ik dit wat generaliseer staat hier: een auteur kan zijn werken niet meer verkopen voor een redelijke vergoeding inden de kopers moeten vrezen dat deze werken zonder vergoeding door derden zullen overgenomen worden. De vraag die dan bij mij opkomt waarom hebben software bedrijven die hun werken onder een open source licentie aanbieden daar dan geen last van?
De vraag naar dergelijke werken zal blijven bestaan. Bioscoop bezoekers gaan naar een bioscoop vanwege de ervaring die dat mee brengt. Als het de bezoekers enkel en alleen om de film te doen was dan is de vraag waarom de bioscoop en niet de videoteek, pay-per-view of een van de vele andere handelsmodellen. De bioscoop kan er dus aan verdienen. De bezoekers willen niet steeds dezelfde film zien, en dus zal de bioscoop wel moeten inversteren in films.
De markt is een spel van vraag en aanbod. Anders geformuleerd stel je dat consumenten films willen zien vanwege het verbod op verspreiding. En dat is niet zo. Consumenten willen films zien omdat ze dat leuk vinden om in hun vrije tijd te doen.
Dat kan een andere bioscoop niet, omdat de bioscopen die de film wel hebben de film niet zullen mogen weggeven vanwege een voorwaarde in het contract. Het zelfde geld voor de videotheken, al zijn hun eisen aan een film wat minder dan die van de bios. Men zal de keuze tussen een gratis film in slechte
Laat ik het anders formuleren: waarom kan men volgens jou geen geld meer verdienen? Werk dat een van A tot Z uit. Tot zover zie ik enkel een aanname. Jij gaat er van uit dat er geen geld te verdienen in in een markt waarin men legaal werken kan kopieeren.
Zoals Branko terecht opmerkt draait het daar niet om. De gedachte achter open source is dat mensen het auteurswerk gratis kunnen zien, aanpassen en verspreiden. Dat daar een licentie voor nodig is slechts een bijzaak, niet het hoofddoel. Jij ziet alles in kader van de auteurswet en dat is precies jouw zwakte. Jij kan de waarde van mijn voorbeeld niet zien omdat je niet voorbij de auteurswet kan zijn. En dus zie je iets als economische basis beginselen niet. De vraag is er niet omdat er een auteurswet is. Eerst was er de vraag en later is de auteurswet pas gekomen, maar in jouw redenatie lijkt het wel alsof dit andersom was. Ook zonder de auteurswet zal er vraag zijn en kan er dus verdient worden aan het aanbod.
@Ruud:
Dit het steriotype post hoc ergo propter hoc drogreden. Hiervoor constateert men dat verschijnsel B zich voordoet nadat verschijnsel A zich heeft voorgedaan. Daarop wordt onterecht de gevolgtrekking gemaakt dat verschijnsel B zich voordoet vanwege verschijnsel A. Wie op het platteland woont weet dat de zon opkomt nadat de haan kraait, maar dat betekent nog niet dat de zon niet meer op komt als de haan mag aanschuiven bij het avondeten.
Voor de CD waren er platen en die zijn ook zo goed als verdwenen. Dat de verkoop van een bepaald medium verdwijnt kan dus ook komen door iets anders. Bijvoorbeeld de economische recessie. Als je naar de inkomsten kijkt van de entertainment industrie dan valt de dip altijd samen met een economische recessie, en altijd roept men moord en brand.
De ene keer heeft de automatische piano het gedaan, dan weer de video recorder (die door de Amerikaanse vertegenwoorders destijds vergeleken werden met de top criminelen in Amerika) en de laatste uitvinding van deze PR mensen is dat de markt omzeep wordt geholpen door Napster, Kazza en dergelijke innovaties. House zou zoeken naar een oorzaak die alle sympthomen verklaart, maar de entertainment industrie is opzoek naar manier om de oude macht te blijven houden.
De auteurswet is er overgens niet om er voor te zorgen dat verkopers werk blijven houden of dat fabrikant CD kunnen blijven produceren. Vroeger waren op het land veel werknemers nodig voor de arbeid en zij zijn vervangen door machines. Dat is een normaal verschijnsel dat dus ook opgaat voor verkopers in de entertainment.
@Alex,
Platen zijn nog steeds populair. Immers, er zijn tegenwoordig platenspelers die je op de USB poort kunt aansluiten. Ze worden ook nog steeds gepubliceerd, maar wel in beperkte mate. Volgens mij is er in Amsterdam nog steeds ergens een winkel die de ouderwetse platen verkopen. Platenspelers zelf worden ook nog steeds verkocht. O.A. Akai en Lenco maken nog platenspelers.
In een winkelcentrum vlak bij mij is ook een CD-winkel met een enorm uitgebreid aanbod. Deze is niet aan de Free Record Shop verbonden en verkoopt ook geen DVD’s. (Er zit namelijk een vestiging van Videoland naast deze zaak waar ze toch niet tegen kunnen concurreren.) Naast mijzelf zijn er nog genoeg andere mensen die gewoon een CD’tje kopen om af te kunnen spelen in een Diskman of op de autoradio. En ja, diskmans bestaan nog steeds, simpelweg omdat sommigen van mening zijn dat de geluidskwaliteit van een CD vele malen beter is dan een MP3′tje. Zelf zou ik het niet weten want ik ben half doof.
De MP3 markt zal vroeg of laat instorten, deels doordat de muziek via MP3′s te duur wordt aangeboden. Daarnaast hebben velen een hekel aan de DRM die er vaak op zit en dus de mogelijkheid beperkt om de muziek b.v. op een CD’tje voor in de auto te branden. Zolang muziek ook op een fysiek medium verkocht wordt zal dit fysieke medium populair blijven. Simpelweg omdat een fysiek object aanvoelt als eigendom en een gedownloade MP3 als een licentie met een honderdtal beperkingen…
Ruud Harmsen:
Alex de Kruijff:
Ok?. Maar waarom zijn de cd-winkels d?n verdwenen? Mensen vonden muziek niet echt cool meer?
Door het internet zijn er veel nieuwe bedrijven bij gekomen. Ik denk aan web-designers, IT-bedrijven, en heel veel winkels en bedrijven die nu via het internet klanten kunnen bedienen.
Aan de andere kant zijn er bedrijfstakken die zijn verdwenen. Denk even aan ‘het telegram’. Of de klassieke post! Niemand (behalve de koningin) verstuurd meer een ‘telegram’ en verder heeft e-mail en webloggen het zakelijke en priv? postverkeer behoorlijk teruggedrongen – vraag maar na bij PTT Post! (of hoe ze nu ook maar heten, dat wisselt elke paar jaar!).
Zo gaat dat met nieuwe technieken, winnaars en verliezers. Alleen heeft de ‘entertainment-industrie’ een ijzersterke lobby. Ik bedoel, de PTT is het nooit gelukt om e-mailen “illegaal” te maken of een heffing op emails te krijgen. Met campagnes dat de postbode zo nuttig is, dat hun harde werk een eerlijk inkomen verdient, “Goed geregeld post fijner” en dat soort ‘gejank’!
Alles verandert, het heeft weinig zin om daar tegenin te gaan…….
Ze niet helemaal verdwenen, maar worden niet meer in de oude volumes verkocht. Ik gebruik nog steeds 1,44 MB floppies.
Volgens jou zijn ze verdwenen, maar volgens W.A. ten Brink niet. Sterker nog hij merkt op dat er winkels zijn die alleen in CD’s handelen.
De verkoop van CD loopt terug, net als de verkoop van audio. Daarin heeft de recessie een groot aandeel. De entertainment industrie doet ons graag anders geloven, maar het is echt geen toeval dat over de decenia heen iedere keer wanneer de economie in een recessie kwam de verkopen terug liepen.
Er zijn diverse onderzoeken, inclusief van een Canadese platenmaatschappij, waaruit blijkt dat p2p geen grote negatieve invloed heeft op de verkoop van audio. Die uitkomsten waren er nooit geweest als de terugloop het zo duidelijk door het downloaden veroorzaakt werd.
Alex de Kruijff:
Ca. zeven tot drie jaar terug zag ik de cd-winkels ook al allemaal overschakelen op andere producten en vervolgens meestal toch het loodje leggen. Toen hadden we nog geen crisis. (Nu volgens mij ook nauwelijks, maar dat is weer een ander verhaal.)
De vinyl plaat zal nog vrij lang populair blijven, al is het alleen al om het nostalgische gevoel dat mensen er van krijgen. Zo zijn er ook velen geinteresseerd in antiek en oude literatuur. Het gevoel van vroeger, daar gaat het om. Om diezelfde reden zullen mensen ook nog steeds blijven kamperen met een tentje en weinig luxe, gewoon om het primitieve gevoel of het verlangen naar vroeger te voldoen. Daarnaast kreeg je bij vinyl platen ook een mooie, sierlijke hoes die erg mooi staat aan de muur. Vroeger werden veel kamers versierd met deze hoezen, iets wat je met de huidige CD-jewelcases niet makkelijk doet. Nu is er best een interessante MP3 markt, maar ik mis die kunstwerkjes op de CD-cases of de platenhoes. Een MP3′tje verdwijnt gewoon in de massa van MP3′s op mijn PC. Maar een CD behoudt zijn uniekheid, zijn identiteit. Ik denk dan ook dat er nog lang muziek verkocht zal worden op fysieke media.
Maar de opvolger van de CD wordt misschien wel het SD kaartje in read-only modus. Een mooi boxje eromheen om een identiteit te geven aan de muziek en bruikbaar in alle apparatuur die een kaartlezer bevat. En daar gaat het bij de fans ook om. Een muziekliefhebber verzamelt MP3 bestanden om lekker veel muziek te hebben. Maar een ware fan van een popgroep gaat voor de fysieke identiteit. De fan wil de toegevoegde waarde van een mooi verzorgd medium. En daar kunnen volgens mij veel artiesten hun winst behalen. Geef de muziek maar weg, want daarmee maak je fans. Maar biedt extra’s aan zoals CD’s, vinyl platen of SD kaartjes met een mooi boxje eromheen om een identiteit te winnen en de echte fans zullen je steunen en betalen.
Natuurlijk zakt de CD markt in. De MP3 speler begint enorm populair te worden voor de generieke muziek-liefhebber. Maar iedere muziekliefhebber zal zich betrokken voelen tot een bepaalde popgroep (zo vind ik Roxette gewoon te gek) en voor die groep ook de fysieke extra’s aanschaffen, zolang het nog enigszins betaalbaar is.
Dat klinkt allemaal nogal erg subjectief. De economische cijfers laten een ander beeld zien. Vanaf 2001 hadden we een recessie, en hetzelfde geld vanaf 2007.
@Alex, Toch klopt het deels dat de verkoop van CD’s afneemt. Hoewel, een belangrijk deel van de verkoop wordt momenteel overgenomen door webwinkels, waar het een stuk eenvoudiger is om meerdere CD’s te bestellen maar vooral ook om prijzen te kunnen vergelijken. Zelfs moeilijk te verkrijgen muziek is op die manier toch te vinden. Zo overleed bijna drie jaar geleden mijn vader en mijn moeder wilde graag dat er een nummer van Percy Sledge werd gespeeld tijdens de crematie. (“When a Man Loves a Woman” heet het nummer.) Maar die muziek had mijn moeder op vinyl maar niet op CD. En de begrafenis-ondernemer kon alleen muziek op de originele CD aan. (Copyrights, maar ook kwaliteit van de muziek was belangrijk.) Dus op het Internet gezocht naar een CD met het nummer er op, gevonden en binnen twee dagen in huis, net op tijd voor de crematie. Ik kon ook alle CD winkels in de buurt langs gaan en als die hem niet hadden gewoon verder zoeken en bellen en zo, maar via het internet was het zoeken een stuk eenvoudiger. En het maakte mij niets uit dat de uiteindelijke webwinkel in Belgie zat. Ze hadden de CD die ik zocht en konden deze zeer snel opsturen. Wat belangrijker was, de CD was vrijwel identiek aan de originele vinyl plaat…
@Alex(#128):
De algemene stelling dat hele markten gaan verdwijnen ondergraaf je met een voorbeeld dat – op zijn best – suggereert dat er nog steeds open source software zal worden gemaakt.
Dus als de markt voor open source software in stand blijft, of zelfs de markt voor software in het algemeen, dan is het dus verder geen punt dat afschaffing van het verbodsmodel alle andere markten om zeep brengt?
Heel veel zin heeft het deze discussie niet, want het blijft ontzettend geneuzel. De grote lijnen pik je al dan niet opzettelijk gewoon niet op.
Je generaliseert mijn op foto’s toegesneden argument, specialiseert naar open source software, en concludeert dat mijn arugment niet kan kloppen?
Een mooie illustratie van de zinloosheid van verdere discussie met jou. Er is een minimum aan logische coherentie nodig.
Voor zover de verkoop van CD’s is vervangen door de verkoop van mp3′s is er niet veel aan de hand. Jammer voor de platenzaak natuurlijk, maar dit is inderdaad een natuurlijk proces. Mp3′s zijn nu eenmaal handiger dan CD’s (in ieder geval tegenwoordig; ik neem aan dat CD-R’s uiteindelijk ook wel zullen verdwijnen). Bovendien zijn de distributiekosten veel lager.
CD-verkopers zijn goed in het verkopen van CD’s, maar aan die vaardigheid is geen maatschappelijke behoefte meer. Ze zullen dus een andere bezigheid moeten zoeken. (Wie van mening is dat er nog wel behoefte aan is: ook goed, dan is er blijkbaar nog een markt voor CD’s en zullen de beste CD-verkopers overleven.)
Het verdwijnen van de behoefte aan CD’s betekent echter niet dat de behoefte aan het werk van de componisten en uitvoerende artiesten ook verdwijnt. Die behoefte blijft gewoon bestaan, maar nu in de vorm van een behoefte aan mp3′s. Het auteursrecht blijft dus een nuttige functie vervullen door de creatie van nieuwe mp3′s te stimuleren, in ieder geval niet anders dan zoals het voorheen de creatie van nieuwe CD’s stimuleerde.
Zoals de videorecorder heeft geleid tot de commerci?le verhuur en verkoop van films op videobanden, zorgt het internet ervoor dat het normaal wordt dat muziek (en natuurlijk ook andere content) commercieel via internet wordt aangeboden (via download of streaming of wat je maar kunt bedenken). Voor zover platenmaatschappijen met hun houten koppen (en denkend aan hun eigen hachje) dit proberen tegen te houden, zijn ze natuurlijk gedoemd te falen. Dit kan echter alleen goed werken als het nieuwe businessmodel (muziekdistributie via internet) op voldoende juridische bescherming kan rekenen.
Kunnen de tegenstanders van het auteursrecht of van het verbodsmodel aangeven of zij voor of tegen het comercieel aanbieden van muziek (en andere content) via internet zijn? Hierbij denk ik niet per se aan “afrekenen per nummer”, maar aan alle denkbare afrekenstructuren als mogelijk resultaat van vrije onderhandelingen tussen auteur en consument.
Wie tegen het commercieel aanbieden van muziek via internet is, hoe zou de toekomst er dan moeten uitzien? Mogelijkheden die ik kan bedenken:
- de auteurs (componist, uitvoerende artiest) krijgen nooit iets betaald voor hun werk, ze moeten hun inkomsten maar uit andere activiteiten halen;
- de auteurs moeten het hebben van een soort liefdadigheid: op de ware liefhebber rust de morele plicht om hun favoriete auteur voldoende geld te schenken om hem ertoe te bewegen nieuwe werken te blijven maken;
- de auteurs krijgen geld uit een gemeenschappelijk potje, via een belastingheffing of zo. (In dit geval ben ik benieuwd naar idee?n over een verdeelsleutel);
- “wat interesseert mij dat nou, als ik mijn muziek maar voor niets kan blijven binnenhalen”.
Welke mogelijkheden zie ik over het hoofd?
Wie tegen het verbodsmodel is, maar v??r het commercieel aanbieden van muziek via internet is (met als afrekenstructuur een resultaat van vrije onderhandelingen tussen auteur en consument), die moet naar mijn mening zijn positie nog eens goed heroverwegen. De weerzin tegen het verbodsmodel lijkt mij in dat geval namelijk niet op rationele gronden te berusten.
De mensen die software maken en deze gratis weggeven aan het publiek onder voorwaarden waardoor zij in staat zijn om op basis daarvan afgeleid werk te maken en dat te verspreiden maken open source software. Het afschaffen van het verbodsmodel werpt daarvoor geen enkele drempel op. Branko had dit eerder ook al aangegeven.
Dat je hierover begint doet vermoeden dat jij daar anders overdenkt. Maar ik lees geen drie, geen twee en zelfs nog ??n tegenargument dat ook maar de lichtste twijfel over dit standpunt werpt.
Ten eerste is er volgens mij slechts ??n markt voor software. Binnen deze ene markt concurreren open en gesloten software met elkaar. De doorsnee consument zal het niet uitmaken of de code van een internet browser vrij verspreid mag worden of niet.
Ten tweede is het een aanname van je dat alle andere markten kopje onder zouden gaan indien het verbodsmodel zou worden opgeheven. Achter deze aanname zit de premisse dat betaalde diensten niet kunnen concurreren met gratis diensten. De leer van deductie stelt deze premisse dan altijd waar moet zijn. Of in je eigen woorden: “Een algemene stelling kun je ondergraven met ??n tegenvoorbeeld, maar kun je niet bewijzen met ??n voorbeeld als dat voorbeeld geen duidelijke generalisatie heeft.”
Als er ??n markt waarvoor deze premisse niet opgaat dan is de premisse onjuist. Hier is sprake van een contradictio in terminis: je verdedigt de premisse, maar verwerpt de conclusie. Als er ??n markt is die kan bestaan in de afwezigheid van het verbodsmodel dan is het mogelijk dat daar best meer markten daar toe instaat zijn.
Ten derde is dit een stelling in vermomming. Je geeft er mee blijk van dat jij het belangrijk vind dat op de auteurswet gebaseerde markten blijven bestaan, maar schrijft er niet waarom je dat zo belangrijk vind. Dat er geen CD meer verkocht worden vind je niet erg. Waarom vind je het wel erg als er geen muziek meer gemaakt zou worden, en niet als er geen CD meer verkocht worden?
Het mogelijk om zowel inductie als deductie toe te passen. Ik heb inductie toegepast in een poging om jouw een algemene premisse te achterhalen. En die weerlegt door deductie toe te passen. In dit bericht pas ik inductie ??k toe om tot een andere algemene premisse te komen.
Je focust je nogal op de details en verlangt van mij kennelijk dat ik de grote lijnen daaruit pikt. De consequentie hiervan is dat ik noodgedwongen inductie moet toepassen. Als ik vervolgens de onjuistheid van die rode lijn wil beargumenteren dan moet ik wel deductie toepassen.
Zou je mij a.u.b. willen uitleggen hoe ik de rode draad moet oppikken, zonder te generaliseren? En hoe ik moet beargumenteren dat je standpunt inname niet klopt zonder te specialiseren?
Nee Alex, ik heb het opgegeven. Het heeft gewoon geen zin.
In Europa werd vanaf het jaar 1300 boeken gemaakt met een techniek genaamd blokdruk. Vanaf 1450 werden loden letters geintroduceert in Europa waardoor de pers een groei spurt doormaakten. De rolpers is in 1843 geintroduceerd.
Het Engelse bedrijf ‘Stationers Company’ is opgericht in 1403. Op dit moment waren er al boekverkopers, illuminatisten en boekbinders. Het bedrijf had van rechtswege de monopoly op de boek productie totdat de eerste auteurswet ingevoerd werd in het jaar 1710 in Engeland met de titel ‘The statue of Anne’. Een auteur had 14 jaar auteursrecht, en deze termijn kon met nog eens 14 jaar verlengt worden.
De opkomst van kopieertechnieken was vele eeuwen voor de opkomst van de eerste auteurswet. Ik zie daar dus geen relatie tussen. De nadruk van de auteurswet lag een het meer idealistischer het aanmoedigen van leren, terwijl daarvoor de nadruk vooral lag op controle.
Tegenwoordig is de nadruk weer op controle komen te liggen, maar dit keer controle van auteurs. En nu voelen auteurs zich in de steek gelaten als de Nederland de termijn van naburige rechten niet wil verlengen van 50 jaar tot 95, een een ‘compromis’ (steeds een beetje meer) van 70 ook niet bespreekbaar is. Rob de Nijs van het te gek voor woorden dat hij over een paar jaar geen inkomsten meer heeft voor drie uurtjes arbeid van bijna 50 jaar geleden.
http://www.nvpi.nl/nvpi/pagina.asp?pagkey=104806
@Alex, Rob de Nijs zal toch eerst dood moeten gaan voordat het auteursrecht vervalt. En dan nog duurt het zo’n 70 jaar dus als Rob vandaag nog dood neervalt komt zijn werk pas in 2080 vrij. Het gaat hioerbij wel om de dood van de daadwerkelijke auteur. Je kunt dus niet als auteur het recht doorgeven aan je nakomelingen zodat die het eeuwig in stand kunnen houden. (Wat ook wel eens wordt geprobeerd met hele oude werken.)
Overigens is het auteursrecht een extreem complex geheel door de vele kleine lettertjes tussen de regels. Zo is het auteursrecht op nieuws en actualiteiten van enorm korte duur. Je mag als nieuwsmedium dus een nieuwsbericht van een ander nieuwsmedium vrijelijk gebruiken, mits je maar aan bronvermelding doet. Let op: je dient dus wel zelf een nieuwmedium te zijn.
Ook interessant is dat je voor eigen gebruik alles mag kopieren waar auteursrechten op gelden. Je mag deze kopieen alleen niet weggeven. Ze blijven een onderdeel van het origineel. Dit geldt dus niet alleen voor de CD’s in je collectie maar ook voor boeken en foto’s. Je mag dus kopieen maken van tekeningen in een boek die je kinderen vervolgens als kleurplaten kunnen gebruiken. Sterker, je kunt een geheel kleurboek net zo vaak kopieren als je wilt om je kinderen van kleurplaten te voorzien. Maar je mag deze kleurplaten niet aan je neefjes en nichtjes geven zodat ze die mee kunnen nemen naar huis. (Ze moeten deze eerst bij jou inkleuren en daarna is het een afgeleid werkstuk en zijn ze zelf mede-auteurs geworden.)
Ten minste, ik meen dat ik hiermee gelijk heb, maar ben geen rechten-specialist.
Alex haalt de Wet op de naburige rechten en de Auteurswet door elkaar. Misschien bedoelt hij dat uitvoerende artiesten (zoals Rob de Nijs, en dus niet auteurs) zich in de steek zouden voelen gelaten, maar dan is het niet duidelijk wat voor punt hij wil maken over de Auteurswet.
Alex ziet geen relatie tussen de boekdrukkunst en de introductie van het auteursrecht. Daarmee geeft Alex blijk van een gebrek aan inzicht in de materie.
Eigenlijk tegen beter weten in, maar lees dit verhaal eens. Waarom was een vorm van copyright niet nodig in het Romeinse Rijk? Omdat kopi?ren heel duur was.
Er ontstond vraag naar boeken en de boekdrukkunst maakte de productie mogelijk. Het auteursrecht vervulde vervolgens de rol van smeerolie.
Moeten wij misschien weer terug naar de tijd dat de auteur afhankelijk is van “book curses”?
Geheel in lijn met mijn argumenten:
Wie mij niet horen wil, wil misschien wel luisteren naar Lessig:
Lawrence Lessig warns against abolishing copyright
@W.A. ten Brink: Het gaat in het geval van Rob de Nijs om liedjes die hij niet zelf heeft geschreven.
@Piet: Ik begin het zo langzamer goed zat te worden dat jij steeds je tegenstanders verbaal besmeurt.
Zoals ik in mijn vorige bericht uiteen heb gezet zit tussen de uitvinding van de movable type, die massa kopieeen mogelijk maakte, en de eerste auteurswet drie eeuw. En in Nederland zelfs vijf eeuwen.
Ik zou verwachten dat de wetgevers veel eerder met de auteurswet zouden zijn gekomen indien dit een reactie was op deze uitvinding.
Wat is nou je punt? Dat het ontstaan van het auteursrecht niets te maken heeft met de uitvinding van de boekdrukkunst en andere kopieertechnieken?
Als je dat werkelijk meent, zie dan mijn vorige reactie: deze mening getuigt van een fundamenteel gebrek aan inzicht in deze materie.
Het wordt nu onvriendelijk. Discussie gesloten.