Linken is geen openbaar maken, roep ik al een hele tijd. B/S roept al een hele tijd het omgekeerde. En zo af en toe komt er een vonnis langs dat de discussie weer eens lekker stimuleert. Boek 9 bericht over een ex parte beschikking (een vonnis-zonder-wederhoor, een juridisch onding dat op zich een blogpost of tien waard is) waarin wordt bepaald dat de site MyP2P zelfstandig openbaarmakingshandelingen verricht. Dit omdat zij verwijst naar peer-to-peer streams waar je live televisie kunt kijken.
In de beschikking trektvolgt de rechtbank de eiser in haarde analogie met hotelgasten die televisie kunnen kijken. In het Hotelkamers-arrest ging het Europese Hof van Justitie in op de vraag of de distributie van een signaal door middel van televisietoestellen aan klanten die in hotelkamers logeren, een mededeling aan het publiek (wat de Nederlandse wet een “openbaarmaking” noemt) in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 vormt.
In die richtlijn staat dat deze term breed moet worden uitgelegd om “een hoog beschermingsniveau voor onder meer de auteurs te verwezenlijken, zodat dezen met name bij een mededeling aan het publiek een passende beloning voor het gebruik van hun werk kunnen ontvangen”. Het Hof ziet daarom geen problemen om het installeren en laten gebruiken van televisietoestellen in hotelkamers als nieuwe openbaarmaking te zien.
het doorgeven van een signaal door middel van televisietoestellen door een hotel aan de gasten die in zijn kamers verblijven, ongeacht de gebruikte techniek van doorgifte van het signaal, [vormt] een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van deze richtlijn.
De meer klassiek opgevoede auteursrechtdeskundigen doet dit denken aan het HR-arrest 30 oktober 1981 (CAI Amstelveen). Daar werd doorgifte via de kabel van vrij te ontvangen televisiesignalen ook als een nieuwe openbaarmaking gezien. Het HvJEG hanteert dezelfde redenering als onze HR in 1981: je boort een nieuw publiek aan met die doorgifte op je eigen netwerk, en dat valt onder openbaar maken.
In deze beschikking zegt de rechtbank:
Myp2p verricht vergelijkbare handelingen als het hotel in bovengenoemd arrest. Immers: Myp2p is een andere organisatie van wederdoorgifte dan de oorspronkelijke. Zij verricht haar handelingen ten behoeve van een ander, nieuw publiek. Het nieuwe publiek bestaat uit mensen die niet aan een van de officiële partners van Verzoeksters betaald hebben voor het zien van de wedstrijden. (…)”
Nu is het absoluut waar dat MyP2P een andere organisatie is, en ik geloof onmiddellijk dat zij een nieuw publiek aanboort ten opzichte van de klassieke televisiekijkers. Ik wil best aannemen dat dat nieuwe publiek ‘bestaat uit’ mensen die niet willen betalen voor televisie (hoewel je je kunt afvragen hoe die streams dan het P2P netwerk binnenkomen, maar ok).
Maar op één cruciaal punt zit er een wezenlijk verschil: MyP2P geeft geen signalen door van de televisieprogramma’s.
MyP2P verwijst naar de plek waar je die signalen kunt ontvangen, maar biedt zelf geen faciliteiten of een afnamepunt voor de signalen. In eerdere zaken over MP3-zoekmachines, torrentsites en dergelijke wordt dan ook steeds geoordeeld dat dergelijke links, hashcodes, torrents en hoe ze allemaal ook mogen heten geen openbaarmaking zijn. Het is vaak wel onrechtmatig om zulke links, hashcodes etcetera aan te bieden omdat je er iemand willens en wetens schade mee toebrengt, maar dat is een heel andere uitkomst.
En ja, dat verschil is belangrijk: als iemand inbreuk op auteursrecht pleegt, kun je maatregelen nemen met zo’n ex parte beschikking (zonder wederhoor) en de volledige proceskosten vergoed krijgen van de inbreukmaker. Bij een gewone schadeclaim kan dat allemaal niet. Bovendien kan B/S komen afrekenen bij mensen die inbreuk maken op auteursrechten van hun leden.
Kan iemand me uitleggen waarom de rechtbank een verwijzing naar een P2P-stream als hetzelfde zit als in hotelkamers televisies ophangen en aan je kabelaansluiting koppelen?
(Oh ja, deze beschikking is geen jurisprudentie maar ik voel het echte vonnis al aankomen.)
Arnoud