Gratis internet in de trein hacken, mag dat?

7 maart 2009, 8:17 | Beveiliging, Hacken | 9 reacties

ns-kpn-onlineindetrein-binnendringen.pngDe draadloze internettoegang, die momenteel als proef gratis wordt aangeboden in de trein tussen Groningen en Leeuwarden, blijkt slecht beveiligd te zijn, las ik bij Tweakers. De verbindingen zijn standaard niet versleuteld, waardoor iedereen mee kan lezen met het netwerkverkeer. Ook blijkt de router gewoon de fabriekswachtwoorden te gebruiken. Dit ontdekte NOS Headlines dat “met de internettrein” reisde.

Dankzij dit aftappen wist de NOS ook het wachtwoord van een e-mailaccount te achterhalen, waarna men op het account inlogde en de eigenaar benaderde. Bij Security.nl werd al gemeld dat dit computervredebreuk zou zijn. Bij het aftappen van de verbindingen wordt het juridisch interessanter. Hoewel het “opzettelijk en wederrechtelijk opnemen of aftappen van gegevens die niet voor hem bestemd zijn” strafbaar is (art. 139c Strafrecht), is er een uitzondering voor “door middel van een radio-ontvangapparaat ontvangen gegevens”. Op grond van de informatievrijheid (art. 10 EVRM) is het namelijk toegestaan om radiosignalen op te vangen en te gebruiken, zolang je daarbij geen ‘bijzondere inspanning’ hoeft te verrichten.

De NOS heeft dus computervredebreuk gepleegd toen men op dat e-mailaccount inlogde. Haar rechtvaardiging zal zijn dat sprake was van nieuwsgaring: men wilde aantonen dat draadloos internet in de trein veel onveiliger was dan mensen dachten. Het plegen van misdrijven in het kader van vrije nieuwsgaring is een dubieuze kwestie. Zoals ik al bij de hack van staatssecretaris Jack de Vries schreef, ook journalisten mogen de wet niet breken, zelfs niet om aan te tonen dat sprake is van een misstand. (Hier was het strikt gesproken een derde die voor de camera liet zien hoe hij het systeem hackte.)

Er moet wel een bijzonder zwaar nieuwsbelang zitten aan zo’n wetsovertreding wil je ermee weg kunnen komen. Bij de hack van Jack kon ik die niet bedenken, en ook hier heb ik er moeite mee. Draadloos internet is onveilig want mensen kunnen meelezen. Is dat nieuws? Voor mij niet echt, maar voor veel gebruikers waarschijnlijk wel - zoals blijkt uit de ophef over dit stukje. Het stond trouwens wel keurig in de voorwaarden maar ja, wie leest die nou?

Trouwens, het nut van aparte internetvoorzieningen in de trein snap ik nog steeds niet. Er is toch HSDPA dat landelijke dekking zou moeten leveren? Zorg er dan liever voor dat die dekking ook echt landelijk is, want onder ‘landelijk’ versta ik ook “buiten de ring A10″ en dus ook “op het spoor tussen Best en Geldermalsen”. Oh ja, en hang stopcontacten in alle treinen. Wat jullie?

Arnoud

of lees de 9 reacties

Koeienletters (gastpost)

6 maart 2009, 8:40 | Contracten | 1 reactie

Zo rond september 2008 kopte het AD met “Bril met geld toe: hoe werkt dat?”. Nu wil het toeval dat ik een bril draag, en dit dus mijn aandacht trok. Eveneens een toeval is dat mijn vorige bril gekocht was bij Eye Wish Groeneveld, die, als ik het me goed herinner, zo rond deze tijd op TV was met een reclame waarmee ze de strijd aankondigt tegen de kleine lettertjes. Op haar website is in ieder geval het volgende te lezen: “Ga met ons de strijd aan tegen de kleine lettertjes en download de Koeienletters. Hiermee behoren kleine lettertjes tot het verleden!”

De boodschap die de winkelketen wil overbrengen is uiteraard dat de consument bij hen geen monsters in de algemene voorwaarden zal aantreffen. Dat klinkt goed, dus ga ik op weg naar de winkel om een bril te kopen. Ik krijg een gratis en vrijblijvende oogmeting, daarna kan ik op mijn gemak een montuur uitkiezen, en vervolgens wordt de overeenkomst gesloten. Ik kies er op dat moment voor om ook maar gelijk een verzekering voor twee jaar af te sluiten. De verkoopster print de bonnen uit en ondertekent deze. Ik betaal, zonder zelf een krabbeltje te hoeven zetten, en krijg dan de bon met een foldertje waarin de polisvoorwaarden staan.

Thuis ga ik op mijn gemak rustig de voorwaarden lezen. En het eerste wat mij opvalt is dat die koeienletters van hen eigenlijk best klein zijn afgedrukt. Ze zijn voor mij slechts pas comfortabel te lezen vanaf 20cm en dat doet mij denken aan de algemene voorwaarden van Canal Digital, die door de rechter niet van toepassing zijn verklaard. De polisvoorwaarden zijn wel goed leesbaar.

Eenmaal op zoek naar monsters valt mij op dat de algemene voorwaarden veel weg hebben van het regelend recht, d.w.z. partijen zijn vrij om af te spreken iets anders te doen dan wat de wetgever redelijk vind. Bovendien wijken ze in een aantal gevallen in mijn voordeel af van wat wettelijk is vast gelegd in al dan niet regelend recht. Toch heb ik een monster kunnen vinden.

12. Garantie
3. Onverminderd het hiervoor bepaalde, moeten klachten over direct waarneembare gebreken van goederen binnen veertien dagen, doch uiteindelijk binnen twee maanden, na aflevering, dan wel na het verrichten van de desbetreffende diensten, bij de ondernemer zijn ingediend. Klachten over niet zichtbare gebreken dienen binnen veertien dagen, maar tenminste binnen twee maanden, nadat het gebrek is geconstateerd of geconstateerd had kunnen worden, te zijn ingediend. Bij het overschrijven van vermelde termijnen vervalt het recht om te reclameren, tenzij de consument van het overschrijden hiervan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. (…)

Dit beding heeft veel weg van art. 7:23 BW. Het artikel maakt onderscheid tussen consumenten en niet-consumenten. Dit artikel heb ik voor beide doelgroepen reeds eerder besproken in “bijna goed is helemaal fout” (voor consumenten) en “De algemene voorwaarden van Robin Hood”. Van dit wetsartikel mag niet in het nadeel van de wederpartij worden afgeweken, wat de winkel hier toch doet.

De wetgever schrijft voor dat consumenten minimaal twee maanden hebben - en zelfs langer als het overschrijden daarvan de consument niet kan worden toegerekend. Die termijn begint te lopen vanaf het moment dat ze het gebrek hebben ontdekt, dus niet wanneer ze het gebrek hadden kunnen ontdekken. De wetgever heeft daarbij geen onderscheid gemaakt tussen gebreken die direct waarneembaar zijn en gebreken die niet zichtbaar zijn. Ik verwacht wel dat de rechter gemakkelijk te overtuigen zal zijn dat de consument het gebrek al eerder had ontdekt als dat direct zichtbaar was, maar dat is iets dat aan de rechter moet worden overgelaten.

De zinsnede “geconstateerd had kunnen worden” wijst op een onderzoeksplicht. De consument zou de bril dan moeten (laten) onderzoeken op mogelijke gebreken, juridisch advies in moeten winnen en dan klagen bij de winkel. Het probleem met dit beding is dat een dergelijke voorwaarde verboden is als deze aan consumenten worden opgelegd. En deze algemene voorwaarden is specifiek voor consumenten geschreven, dus het verweer “het geldt alleen voor niet-consumenten” gaat niet op.

En had ik al gezegd dat ik deze voorwaarden pas kreeg nadat de overeenkomst was gesloten? De hoofdregel voor algemene voorwaarden is dat deze vóór of bij het sluiten van de overeenkomst aan de koper gegeven moeten zijn. Dit geldt ook voor de polisvoorwaarden, omdat ook die bestaan uit voorwaarden die zijn schreven om in een aantal overeenkomst op te nemen.

Op deze hoofdregel zijn twee uitzonderingen (zie ook deze blogpost van Arnoud). De ene is enkel van toepassing op het internet. En de ander zegt dat de verkoper mag volstaan met een verwijzing naar de algemene voorwaarden voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan de hoofdregel te voldoen. Tja, wanneer is iets redelijkerwijs niet mogelijk?

Een heel duidelijk geval hiervan is de verkoop over de telefoon. Om aan de hoofdregel te voldoen zou de verkoper twee gesprekken moeten voeren en dat is erg omslachtig. Een ander geval is een de supermarkt, zij zouden een medewerker aan de ingang moeten parkeren enkel en alleen voor het uitdelen van de algemene voorwaarden. Uiteraard is het weer wel redelijkerwijs mogelijk om de algemene voorwaarden vooraf te geven indien de klant, al dan niet verplicht, een lidmaatschapspasje afsluit. Als de winkel de voorwaarden wijzigt, kan deze de ledenadministratie gebruiken om de algemene voorwaarden op te sturen.

In het geval van mijn aankoop gaat dit beroep eveneens niet op. Bij het kopen van de bril heb ik veel persoonlijke aandacht gehad, bovendien gaat het om een prijzige aankoop die je niet dagelijks doet. De winkel keten lijkt dit zelf ook te realiseren want onder aan de factuur staat “Door de ondertekening van deze orderbon aanvaardt de consument de op de achterzijde van deze bon afgedrukte algemene voorwaarden.”.

Deze praktijk steekt mij eigenlijk nog het meest met de verzekering die ik heb afsloten. Nu vind ik het uit principe al onwenselijk dat de verzekering alvast loopt terwijl de bril nog door de winkel gemaakt moet worden, maar om daar pas na de koop achter te komen vind ik onjuist.

Verder valt op dat er in de algemene voorwaarden iets niet staat. Er is geen kopje “Aansprakelijkheid” waaronder de aansprakelijkheid wordt beperkt. Dat is maar goed ook, want Dell kreeg een tik van de rechter toen ze de aansprakelijkheid wilde beperken.

Tot slot vind ik het wel zo netjes om tevens te melden dat ik over de service zeer tevreden ben, met als hoogtepunt het moment waarop mijn tien jaar oude bril gratis gemaakt werd.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de eerste reactie

Pas op met merknamen bij kritieksites

5 maart 2009, 8:42 | Domeinnamen, Merken | 4 reacties

Als je kritiek op een bedrijf wil leveren, kun je dat maar beter niet doen met een domeinnaam met de merknaam erin. Dat is al snel een vorm van merkinbreuk, omdat je dan afbreuk doet aan de reputatie van het merk. Dat blijkt uit een vonnis (via Boek9.nl) van afgelopen week over de domeinnaam Gedupeerdenvanwijsenvanoosterveen.nl, dat de eerdere jurisprudentie op dit gebied bevestigt.

Het bedrijf Wijs & Van Oostveen verhandelde zogeheten Dutch Power Notes (niet te verwarren met Dutch Power Cows) die door het inmiddels failliete Lehman Brothers waren uitgegeven. De beleggingsconstructie zelf snap ik niet, maar dat terzijde. Waar het om gaat, is dat ene meneer Veleke deze dingen op advies van Wijs & Van Oostveen had gekocht vlak voordat Lehman failliet ging en vervolgens zijn geld kwijt was. Veleke begon dan ook een website over deze affaire en deed dat onder de naam www.gedupeerdenvanwijsenvanoosterveen.nl.

Wijs & Van Oostveen waren daar niet blij mee, en eisten op grond van hun merkrecht dat deze domeinnaam niet langer gebruikt zou worden. Ook als je geen goederen of diensten verkoopt, kun je merkinbreuk plegen. Artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE verbiedt namelijk gebruik van een merk als dat afbreuk doet aan de reputatie van het merk of als de gebruiker daarmee ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het merk, terwijl je geen geldige reden hebt voor dit gebruik. En dat “geldige reden” wordt in de praktijk uitgelegd als “strikte noodzaak” waar niet snel aan voldaan wordt.

Je zou zeggen, als je kritiek hebt op een organisatie, of medestanders zoekt in je conflict met die organisatie, dan mag je de naam van die organisatie noemen. Toch blijkt het merkenrecht de merkhouder toch vaak gelijk te geven bij dit soort websites. Al eerder verloor bijvoorbeeld iemand die boos was op Constance Sars omdat de

aandacht die hij op Constance Sars vestigt, buitenproportioneel [is], nu tot gevolg heeft dat Constance Sars via de diverse zoekmachines te pas en te onpas aan searchers wordt gepresenteerd.

Een andere bekende zaak op dit gebied was INjeHOLLAND, waarbij een boze INHOLLAND-student zich kritisch uitliet over de hogeschool.

[De vrijheid van meningsuiting] brengt nog niet met zich dat gedaagde een geldige reden heeft om dat te doen met gebruikmaking van een teken dat afbreuk doet aan de reputatie van het merk van eiseres. Van een dergelijke reden is niet gebleken, nu het gedaagde vrijstaat op haar website de naam INHOLLAND refererend te gebruiken maar geen enkele noodzaak bestaat om dat te doen onder een teken als het thans gewraakte INJEHOLLAND.

En precies diezelfde redenering zien we terug in het Gedupeerdenvanwijsenvanoostveen.nl-vonnis:

[Een en ander] laat onverlet het recht van Veleke c.s. om kritiek te uiten op Wijs & Van Oostveen, maar zij heeft niet het recht om zich daartoe het woordmerk van Wijs & Van Oostveen toe te eigenen.

En op grond van deze overweging mocht Veleke niet langer de domeinnaam gedupeerdenvanwijsenvanoostveen.nl en .com gebruiken. Ook mocht hij geen AdWords-advertenties meer tonen voor zijn gedupeerden-site op het trefwoord “Wijs en Van Oostveen”.

Maar de vrije meningsuiting dan? Die weegt de rechter af tegen het het belang van Wijs & Van Oostveen dat zij “niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan lichtvaardige en onterechte verdachtmakingen”. Nou is dat belang op zich terecht, maar opmerkelijk vind ik dat de rechter even verderop bepaalt dat de uitlatingen van Veleke niet onrechtmatig zijn omdat ze “slechts zijn persoonlijke verhaal omvatten waarin hij zijn frustratie uit over zijn ervaringen met Wijs & Van Oostveen”. Als dat niet onrechtmatig is, waarom is het dan wel onrechtmatig om dat te doen op een site waar je de naam van je wederpartij in opneemt?

Zoals Wolfgang Sakulin al schreef, vonnissen als deze creëren een afschrikkend effect en schaden daarom de bereidheid van mensen om hun meningsuitingen op een effectieve manier vorm te geven. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed en mag alleen worden ingeperkt als dat absoluut noodzakelijk is om andermans recht of belang te beschermen. De merkenwet heeft echter een precies omgekeerd criterium: merkgebruik in je kritiek mag alleen als dat absoluut noodzakelijk is voor je meningsuiting. En dat wringt.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Creative Commons met een plusje

4 maart 2009, 8:40 | Auteursrecht, Contracten | 2 reacties

creative-commons-commercial-license-button.pngZou er iets in het water hebben gezeten deze week of zo? Niet alleen komt er een OpenDatabaseLicense maar ook de Creative Commons-jongens hebben weer eens wat nieuws bedacht: CCPlus. CCPlus is geen licentie, maar een afspraak hoe je extra afspraken aan een Creative Commons licentie kunt hangen. CC met een plusje dus.

Waarom zou je dat willen? Nou, er zijn een hoop mensen die één van de beperkte Creative Commons licenties kiezen, met name door commercieel gebruik te beperken. Het idee daarachter is dat je dan een aparte licentie voor commercieel gebruik kunt verkopen aan mensen die je werk commercieel willen inzetten. En met de CCPlus-constructie kun je dat dan geautomatiseerd doen. Tenminste, daarmee kun je een browser geautomatiseerd laten ontdekken met welke hyperlink je bij die aparte licentie uit kunt komen.

CCPlus komt namelijk neer op het volgende:

Permissions beyond the scope of this license may be available at <a xmlns:cc="http://creativecommons.org/ns#" rel="cc:morePermissions" href="http://somecompany.com/revenue_sharing_agreement">somecompany.com</a>.

Dat ‘rel=cc:morePermissions’ biedt een browser (of plugin zoals MozCC) de mogelijkheid om die hyperlink te herkennen als zijnde de plek waar de pluslicentie te vinden is. De opzet van de pluslicentie zelf is (nog?) niet gestandaardiseerd, er moet tenslotte wel werk overblijven voor al die juristen nietwaar.

Ik snap waarom men het doet, maar een goed idee vind ik het niet. Het blijft het beeld bevestigen dat Creative Commons eigenlijk maar een speeltje is, iets dat je gebruikt voor je gratis lokkertjes op je site. Als het serieus wordt, dan is er kennelijk toch meer nodig. En dat vind ik de verkeerde boodschap voor Creative Commons om uit te dragen.

(Bedankt, Marco!)

Arnoud

of lees de 2 reacties

OpenStreetMap gaat naar OpenDatabaseLicense

3 maart 2009, 8:24 | Open source, Auteursrecht | 2 reacties

openstreetmap-logo.pngAlweer een nieuwe open source licentie. Deze keer niet voor software, en ook niet voor teksten of foto’s, maar voor kaartmateriaal. Het OpenStreetMap-project gebruikte al jaren een Creative Commonslicentie maar omdat die in de praktijk toch wat onduidelijk bleek voor de geografische gegevens, heeft men nu een nieuwe licentie ontworpen (via LWN; bedankt Armijn). Op zich een goed idee, maar het is duidelijk nog een bètatekst.

Waarom nu een nieuwe licentie? Creative Commons en ook de open source softwarelicenties zijn geschreven voor auteursrechtelijk beschermde werken. Het is niet bepaald een uitgemaakte zaak dat op een databank met kaartgegevens als zodanig ook auteursrecht rust. Alleen dat al maakt het wat onhandig om een auteursrechtlicentie in te zetten om mensen de kaartdata te laten gebruiken. Er zit wel een databankrecht op die verzameling, maar de CC-licenties zeggen niets over een licentie onder databankenrecht.

Ook had men gekozen voor de ‘Share-Alike’ licentie, die vereist dat afgeleide werken ook weer gedeeld moeten worden onder dezelfde Creative Commonslicentie. Maar wat is nu een afgeleid werk van een kaartendatabank? Een aangepaste kaartendatabank, oké, maar ook elke kaart die je ermee maakt? Of ook alle software die die kaart inzet om bijvoorbeeld een navigatiedienst te leveren?

Vanwege al deze onduidelijkheden heeft het OSM-project besloten toch maar een eigen licentie op te stellen. Deze is generiek opgezet en bedoeld voor elke databank die à la logiciel libre aangeboden wordt. De OpenDatabaseLicense verleent expliciet rechten onder auteursrecht en/of databankenrechten voor gebruik van de databank. Men blijft wel in de spirit van de ShareAlike-bepaling door de eis dat afgeleide databanken onder dezelfde licentie geplaatst moeten worden. Wie de data in een grotere databank (een verzamelwerk) verwerkt, moet deze eis alleen naleven voor het OSM-gedeelte van die grotere databank.

Nieuw is de bepaling over wat men maar Produced Works heeft genoemd: werken die het resultaat zijn van gebruik van de databank, bijvoorbeeld door er tekst of afbeeldingen mee te genereren, al dan niet in combinatie met andere bronnen. Denk aan het maken van een kaart of het uitrekenen van een routebeschrijving. Dit mag, mits de maker van zulke Produced Works (”voortbrengsels” lijkt me wel een aardige vertaling) maar netjes een bronvermelding geeft. Het voortbrengsel valt niet onder de ShareAlike-verplichting.

De intentie is duidelijk, maar een en ander kan nog wel wat scherper. Zo lijkt het mij dat een voortbrengsel in de vorm van een kaart of routebeschrijving wel te zien is als een afgeleid werk van de kaartgegevens. Dit is niet de bedoeling, maar dat zou men er dan even expliciet bij moeten zetten. Je weet immers nooit met die conservatieve bedrijfsjuristen die straks deze licentie moeten evalueren voor hun werkgevers.

Waar ik heel erg over twijfel, is of je op grond van je databankenrecht wel kunt optreden tegen iemand die je databank gebruikt om een kaart mee te genereren. De Databankenwet spreekt van “hergebruiken”, maar de definitie daarvan lijkt alleen over de databank zelf te gaan. Is het maken van een kaart een vorm van hergebruiken van een databank met locatiegegevens?

Opmerkelijk is nog dat men expliciet opmerkt dat de licentie een contract is. Met name bij Amerikanen is dit altijd een leuk punt van discussie (is een licentie per definitie een contract?), en ik vermoed dat de meer Europees geörienteerde juristen die discussie buiten de deur wensten te houden.

Al met al een goed idee, en ik ga eens kijken of ik ergens een plekje kan vinden om mijn commentaar te kunnen deponeren.

Arnoud

of lees de 2 reacties

De waarde van de blafbrief

2 maart 2009, 8:08 | Internetrecht | 8 reacties

blafbrief-boze-hond.pngHalf februari ontdekte About:Blank dat collega-blog Spraakloos in zijn geheel offline was gegaan. Spraakloos bleek een aanvaring met de Orde der Transformanten te hebben gehad, waarbij het blog door de advocaat van de orde aansprakelijk werd gesteld voor reacties op de blog. Naar aanleiding hiervan schreef ik een gastbijdrage voor About:Blank in hun Linkdump revisited, die ik maar even hier herpost.

Arnoud, stel dat je een brief van een advocaat krijgt, zoals bij Spraakloos gebeurd is, waarin je gesommeerd wordt je weblog te sluiten, alles over een bepaald onderwerp offline te halen of waarin gedreigd wordt dat je hoge sommen geld moet gaan betalen, kan je zo’n blafbrief beter meteen gehoorzamen of heb je nog tijd om eerst een en ander uit te zoeken?

Ah, blafbrieven. Altijd leuk, zo’n rijtje met juridische clichés.

“Tot mij wendde zich de heer X, cliënt”. “Hierbij verzoek - en voor zover nodig sommeer - ik u om”. En de mooie afsluiter “onder behoud van alle rechten en weren” waarvan geen advocaat eigenlijk meer weet waarom hij nodig is. Het klinkt bijzonder dreigend, en dat is ook precies de bedoeling. Wie wel eens een brief heeft gehad met zulke teksten erin, weet waar het om gaat: er is iemand boos en er is een advocaat op gezet. De eerste stap die zo’n advocaat neemt is het uitsturen van een blafbrief, een brief in boze juridische taal, waarmee hij hoopt de ontvanger zo bang te maken dat deze meteen doet wat er staat.

In theorie is een blafbrief bedoeld om de ontvanger een kans te geven om tot een minnelijke schikking te komen, om zo een voor beide partijen dure en tijdrovende rechtszaak te kunnen voorkomen. Helaas blijkt dat sommige advocaten misbruik maken van de status van hun briefhoofd en hun kennis van imposante juridische frases om nergens op gebaseerde eisen neer te kunnen leggen.

Waar je blafbrieven vaak aan herkent, is het gebruik van algemene verwijzingen naar generieke wetsartikelen. Een juridisch steekhoudend argument is te onderbouwen met feiten en specifieke wetsartikelen. Een argument waarbij alleen een algemeen wetsartikel wordt genoemd, is dan ook verdacht. “Uw domeinnaam is in strijd met artikel 5a Handelsnaamwet, omdat zij slechts één letter verschilt met de handelsnaam van cliënt en u in dezelfde branche actief bent” is een sterk argument. “Uw uitlating schendt de privacy van cliënt, welke krachtens wetten, Grondwet en internationale verdragen beschermd is (o.a. art. 8 EVRM)” is dat niet.

Een ander typisch kenmerk zijn de korte deadlines. Wie in een zwakke positie staat als blafbriefschrijver kiest vaak voor een korte deadline, liefst gevolgd door vage dreigementen. Daarmee hoopt de schrijver dat de ontvanger eieren voor zijn geld kiest en de eis maar gaat uitvoeren, in plaats van eerst juridisch advies in te winnen. Geen rechter die je echter zal aankijken op het niet halen van een onredelijk korte termijn.

Verder ontbreekt vaak iedere ruimte voor onderhandeling. Als je een geschil snel wilt oplossen, geef je de wederpartij de mogelijkheid om zelf met een oplossing te komen. Een goede jurist denkt ook mee met de tegenpartij. Botte eisen, zoals het moeten sluiten van een website of het weghalen van een hele pagina, nodigen niet uit tot onderhandelen. Dergelijke eisen kun je dus in eerste instantie gewoon naast je neerleggen en beantwoorden met een tegenbod dat je zelf redelijk voorkomt.

Een brief van een advocaat is trouwens bij lange na geen vonnis. Papier is geduldig, ook met duur briefhoofd met vijf lange achternamen en een Vrouwe Justitia erop. Het is dus zeker geen uitgemaakte zaak dat de advocaat gelijk heeft met zijn claims of eisen. Blijf dus altijd kritisch en win juridisch advies in voordat je inhoudelijk reageert. Dat recht heb je, en korte deadlines of welk argument dan ook veranderen daar niets aan.

De grap over blaffende advocaten mag u zelf invullen, maar ik hoop hiermee een beetje verduidelijkt te hebben dat een boze brief van een advocaat lang niet altijd zo dwingend is als ze zelf doen voorkomen. Laat je niet overbluffen en blijf kritisch.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Mijn nieuwe boek! Nou ja, ongeveer

1 maart 2009, 8:03 | Open source, Iusmentis | 8 reacties

open-source-software-en-standaarden.jpgTsja, ik had wat tijd over en dacht, laat ik nog eens een boek doen. Maar deze keer heb ik het bij 1 hoofdstuk gehouden hoor.

Onlangs verscheen het boek Open Source software en standaarden onder redactie van Jo Lahaye. Het is bedoeld voor studenten die een ICT-gerelateerde opleiding volgen, en biedt praktische informatie over open source software, open standaarden en open content. Het boek bespreekt praktische elementen zoals licenties, auteursrechten, keuzeprocessen en businessmodellen.

Samen met Walter van Holst schreef ik het hoofdstuk over Auteursrecht en licenties (had u iets anders verwacht?). Daarnaast worden ethische, politieke en maatschappelijke aspecten behandeld, zoals transparantie, vrije marktwerking en gelijke kansen. Aanrader dus!

Meelezende scholieren en studenten: leren ze jullie iets over open source?

Arnoud

of lees de 8 reacties
« Vorige Pagina
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress