Google Chrome bevat LGPL videosoftware, mag dat?

9 juni 2009, 8:59 | Open source, Octrooien | 8 reacties

google-chrome.pngGoogle Chrome, de minimalistische browser van het advertentie- en zoekmachinebedrijf bevat veel open source. Recent bleek de browser echter ook de open source FFMPEG videosoftware te bevatten om zo filmpjes op webpagina’s beter te kunnen afspelen. En dat is opvallend, omdat FFMPEG onder de LGPL 2.1 open source licentie is uitgebracht. De verhouding tussen LGPL 2.1 en de MPEG-octrooilicenties is op zijn zachtst moeilijk te noemen.

Wie MPEG-functionaliteit aan zijn product wil toevoegen, heeft octrooilicenties nodig. Organisaties als MPEG-LA verstrekken dergelijke licenties, uiteraard tegen betaling. Daarbij geldt de eis dat je alleen voor je eigen producten kunt betalen: maakt de klant een kopie, dan moet die zelf een nieuwe licentie komen halen. Iets dat moeilijk ligt bij open source software, omdat het daar juist de bedoeling is dat klanten het ook weer kopiëren en verspreiden.

De LGPL bevat namelijk een aantal clausules die bedoeld zijn voor deze situatie. De belangrijkste is artikel 10:

You may not impose any further restrictions on the recipients’ exercise of the rights granted herein. You are not responsible for enforcing compliance by third parties with this License.

Oftewel: u mag anderen geen beperkingen opleggen op de rechten die u zelf krijgt van de LGPL. Deze clausule maakt het, zo werd altijd aangenomen, erg moeilijk om open source te gebruiken als daarvoor betaalde octrooilicenties van derden nodig zijn. Maar, wat zegt nu Google’s open source program manager Chris DiBona:

(a) Party A gives Party B a library licensed under the LGPL 2.1
(b) Party B gets a patent license from Party C
(c) Party B then distribute the library under the LGPL 2.1

This situation is *not* prohibited by the LGPL 2.1 (see the LGPL 3.0 for a license that does deal with this situation). Under the LGPL 2.1, the fact that Party B may have a patent license with an unrelated third-party is irrelevant as long as it doesn’t prevent Party B from granting people the rights LGPL 2.1 requires they grant them (namely, only those rights it in fact received from Party A).

Oftewel (ik krijg er ook hoofdpijn van): het “further restrictions” gaat om restricties die de verspreider van de software oplegt, terwijl de MPEG-licentie een restrictie van een derde is. Google kan er niets aan doen dat derden een betaald licentieprogramma hebben op de software die zij van FFMPEG hebben gekregen.

Meer to-the-point is DiBona’s collega Daniel Berlin verderop:

Nowhere in the LGPL 2.1 are we required to grant you patent rights that we may have.

Dat is op zijn minst een originele interpretatie te noemen. In artikel 11 van de LGPL staat namelijk:

If you cannot distribute so as to satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you may not distribute the Library at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the Library by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Library.

De gebruikelijke interpretatie van dat voorbeeld is dat een octrooilicentie gratis voor de hele wereld moet zijn, wil de licentienemer in staat kunnen zijn de software onder LGPL te mogen verspreiden. Maar Google komt nu met de creatief gevonden interpretatie dat de MPEG-licentie haar niet verbiedt de software onder de LGPL te verspreiden. Helaas krijgen afnemers geen MPEG-licentie, maar dat is niet verplicht volgens de LGPL.

In Google’s visie moet de MPEG-licentie zeggen “U dient ervoor te zorgen dat uw afnemers geen kopieën maken van de MPEG-software” voordat haar verspreiding de LGPL zou overtreden. Maar dat doet deze niet - er staat alleen “u moet betalen per kopie die u verspreidt”. En zolang Google dat maar braaf doet, is er weinig aan de hand. Chrome-gebruikers mogen de MPEG-functionaliteit gebruiken. Alleen, als ze kopieën gaan maken is dat geheel op eigen risico.

Helaas loopt de discussie een beetje snel dood nadat Håkon Lie zich erin mengt met terechte en kritische vragen - Lie is van Chrome-concurrent Opera. Het is namelijk een zeer fundamentele vraag.

Persoonlijk zou ik het Google-standpunt niet snel durven verdedigen, hoewel ik er niet meteen grote gaten in kan schieten. Het is evident de bedoeling van de LGPL om dit soort uitzonderingsposities tegen te gaan. Maar aan de andere kant, er waren hele lappen tekst GPLv3 nodig om het op te schrijven dus het staat er niet expliciet. En als de bedoeling er niet staat, heeft over het algemeen de licentiegever pech.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Mag je van de Telecomwet bij een prijsverlaging je abonnement opzeggen

8 juni 2009, 8:52 | Contracten | 14 reacties

telefoon-opzeggen1.jpgVia een lezer kreeg ik de interessante tip over een discussie bij iPhoneclub of je je telecomabonnement kunt opzeggen als de provider een prijsverlaging doorvoert. Dat lijkt een gekke reden, maar het kan natuurlijk zijn dat je al een tijdje van je abonnement afwilt en dan is zo’n prijswijziging immers een mooi excuus. iPhoneclub zocht het na in de algemene voorwaarden:

Het korte antwoord: bij Vodafone kan het wel, bij T-Mobile en KPN niet.

Maar de wet heeft daar ook wat over te zeggen. Artikel 7.2 Telecommunicatiewet zegt namelijk:

1. Ten minste vier weken voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:

a. biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst de abonnee de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen.

Daar staat wijziging en een prijsverlaging is ook een wijziging. Dus het zou moeten kunnen. Dacht ik.

Want wat blijkt de toezichthouder OPTA te zeggen in een om onverklaarbare redenen tegen citeren beveiligd document te zeggen:

Het beëindigingsrecht van artikel 7.2 Tw geldt alleen voor een wijziging die niet aantoonbaar in het voordeel is van de abonnee. … Het college interpreteert artikel 7.2 Tw namelijk in het licht van de bedoeling van dit artikel, namelijk bescherming van de abonnee. In dit verband ligt het niet voor de hand om een abonnee het recht te geven zijn overeenkomst te beëindigen als hij een wijziging van de contractsvoorwaarden krijgt voorgehouden die aantoonbaar in zijn voordeel is, bijvoorbeeld in het geval van een tariefsverlaging van de geboden dienst.

Men volgt hierbij de uitleg van de minister over de bedoeling van dit wetsartikel. Die verklaarde in 2003 namelijk:

En een redelijke uitleg van dit artikel brengt naar mijn oordeel met zich mee dat abonnees niet het recht hebben om de overeenkomst te beëindigen indien een aanbieder alleen voorstelt om tarieven te verlagen. In zo’n situatie kan een abonnee zich niet op dit artikel beroepen.

Daarmee vrees ik dat je met een beroep op de wet nergens zult komen als je bij een prijsverlaging van je telefoonabonnement af wilt. Je bent dus echt afhankelijk van de algemene voorwaarden en de welwillendheid van de telecom-operator.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Haal hyperlinks weg met het misbaksel dat ex parte beschikking heet

6 juni 2009, 8:35 | Aansprakelijkheid | 12 reacties

geenstijl-ex-parte.pngIk begin een steeds grotere hekel aan het misbaksel van de “ex parte beschikking” te krijgen. Het Algemeen Dagblad wist met deze bijzondere maatregelen shockblog GeenStijl te dwingen om een screenshot van enkele cijfers en een hyperlink naar een kopie van de jaarlijkse Misdaadmeter van de krant weg te halen. Deze waren te vroeg al online in te zien - het AD had ze pas vandaag willen publiceren maar deed iets doms waardoor anderen er al bij konden.

Normaal zet GS alles online waarmee men bedreigd of lastiggevallen wordt, maar net deze beschikking blijft offline. Jammer, want zo blijft het voor iedereen speculeren wat nu precies de achtergrond was. Maar gezien de inhoud van die Misdaadmeter moet het wel het databankenrecht zijn, nog zo’n gewéldig geslaagd juridisch instrument. Een beschermde databank geheel of gedeeltelijk overnemen mag niet zomaar. Maar wat heeft GeenStijl nu eigenlijk gedaan? Een screenshot gemaakt en een link naar een bron elders neergezet.

Bij Webwereld citeert men Solv-advocaat Menno Weij over het screenshot met

Dat is een klinkklare inbreuk van het databankenrecht. Of je het nou overtypt of er een foto van maakt, in beide gevallen hang je, want je maakt inbreuk op andermans database.

Ook Menno’s collega Douwe Linders ziet weinig kans voor GeenStijl, zelfs als ze deze beschikking aan zouden vechten. Solv is overigens het kantoor dat destijds hetzelfde middel inzette tegen 925.nl, en het verbaast me hogelijk dat Webwereld dat niet meldt.

Daar denk ik toch echt anders over. Het gaat hier om een zeer beperkt gedeelte van de databank, en dat mag gewoon. Pas wanneer je dit “herhaald en systematisch” doet, en je ook nog eens “ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen” van de producent, ligt dat anders. Eénmalige publicatie van een screenshot is herhaald noch systematisch.

Ok, het AD heeft er schade door (want ze is haar primeur kwijt) maar is dat ongerechtvaardigd? Nee. Het AD zat zelf fout door haar systemen niet goed af te stellen. En bovendien kan GeenStijl zich als persmedium beroepen op artikel 10 EVRM (informatievrijheid/vrije meningsuiting) op grond waarvan ze mag citeren uit bronnen in het kader van verslaggeving over actuele zaken. Dat is dan de rechtvaardiging waar de Databankenwet het over heeft.

En dan die link. Linken is geen openbaarmaking in het kader van het auteursrecht, en dus ook geen herpublicatie van de databank in de zin van de databankenwet. Zou het AD werkelijk hebben betoogd van wel? Sjonge, hoe kun je dat opschrijven als advocaat. (Iets waar Weij het bij Webwereld gelukkig met me eens lijkt te zijn.)

Daarnaast lijkt het me zeer sterk dat er überhaupt een databankrecht op deze Misdaadmeter zit. Deze is immers afgeleid uit openbare bronnen. Ik geloof er niets van dat het AD kan aantonen dat ze de vereiste substantiële investering hebben gedaan om het databankrecht te kunnen claimen.

Alles bij elkaar een zeer slechte zaak voor de persvrijheid. Ik hoop dat GS een advocaat inhuurt die een schadevergoeding weet los te peuteren van het AD voor deze evident onrechtmatige beschikking.

Arnoud
(Op de foto de gewraakte ex parte beschikking, ziet u ook eens hoe zo’n ding eruit ziet; bron GeenStijl)

of lees de 12 reacties

Regelen, dwingen en alles daar tussen in (gastpost)

5 juni 2009, 9:00 | Contracten | 4 reacties

rules-broken-cones-pilonnen.pngDe doorsnee consument heeft doorgaans een verkeerde opvatting over de rechten en plichten van de tegenpartij en zichzelf. Grofweg zijn er twee groepen consumenten. De eerste groep consumenten neemt klakkeloos aan dat ze aan alles gebonden is wat de wederpartij opgenomen heeft in de algemene voorwaarden. En daarbij maakt het niet uit hoe onredelijk de wederpartij is. De tweede groep consumenten weet wel beter, maar zij hebben weer de opvatting dat de wederpartij aan iedere wetsartikel gebonden is, oftewel daar nooit vanaf mag wijken. Om duidelijk te maken dat dit niet zo is, heb ik deze keer een stukje geschreven over het verschil tussen regelend en dwingend recht.

Nederland kent een contractuele vrijheid voor haar burgers. Dat houd in dat partijen de vrijheid hebben om zelf te bepalen met wie en onder welke voorwaarden ze handelen. Als partijen over een bepaald onderwerp geen voorwaarden hebben afgesproken dan gelden de wettelijke bepalingen, die als geheel regelend recht genoemd worden. De contractuele vrijheid wordt begrensd door het half-dwingend recht en het dwingend recht en zo wordt misbruik van onderhandelingspositie tegengegaan. Dwingend recht wil zeggen die wettelijke bepalingen waar nooit van afgeweken mag worden, terwijl bepalingen waar enkel onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken bekend staan als half-dwingend.

Consumentenrecht

Voor het burgerlijk wetboek geldt dat wetsartikelen onder regelend recht vallen tenzij is aangegeven dat er niet of slechts onder bepaalde voorwaarden van mag worden afgeweken. Een voorbeeld:

Noch van de artikelen 231-244, noch van de bepalingen van de in artikel 239 lid 1 bedoelde algemene maatregelen van bestuur kan worden afgeweken. De bevoegdheid om een beding krachtens deze afdeling door een buitengerechtelijke verklaring te vernietigen, kan niet worden uitgesloten.

Dit artikel komen we tegen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek onder artikelnummer 246. Het is een voorbeeld van dwingend recht omdat dit artikel er voor zorgt dat er onder geen enkele voorwaarde mag worden afgeweken van de artikels alsmede de algemene maatregelen van bestuur waar naar verwezen wordt. Een voorbeeld van half-dwingend recht komen we tegen in artikel 6 van boek 7; de eerste twee leden vermelden:

  1. Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
  2. Lid 1 is niet van toepassing op de artikelen 11, 12, 13, 26 en 35, doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt.

    In die gevallen waar de consument een product koopt bij een bedrijf mag er niet van dit deel van de wet worden afgeweken, tenzij dit in het voordeel van de consument is of, in het geval van vijf van deze uitzonderingen, dit in de overeenkomst gebeurt.

    De vijf uitzonderingen regelen dat de verkoper:

    • verantwoordelijk is voor het product totdat dit bij u is bezorgd,
    • de kosten van het transport moet betalen,
    • wanneer kosten voor het transport of andere werkzaamheden in rekening mogen worden gebracht,
    • welk deel van de aankoopprijs als voorschot mag vragen en
    • of hij zomaar de aankoopprijs mag verhogen.

    Deze regels hebben enige overlap met het dwingend recht omtrent de algemene voorwaarden. Zo staat het verhogen van de prijs binnen drie maanden op de zwarte lijst onder nummer i. Voor de volledigheid meld ik dat er voor de wet koop op afstand aanvullende regels gelden en deze vallen onder half-dwingend recht vanwege artikel 7:46j BW.

    Naast het regelen van (half-)dwingend recht in een apart wetsartikel, komen we ook situaties tegen waarin dit gedaan wordt in het betreffende wetsartikel zelf. In dit geval wordt dat in een apart lid geregeld, zoals we dat o.a. kennen van het regresrecht dat winkeliers beschermt, of in de tekst zelf van een bepaling.

    Arbeidsrecht

    Het arbeidsrecht kent de grootste variantie op dit gebeid. Het kent ook driekwart- en tweederde dwingend recht. Hiervan mag wel worden afgeweken maar alleen als dit door een groep wordt gedaan. Van driekwart dwingend recht mag alleen worden afgeweken indien dit in een collectieve arbeidsovereenkomst of door een daarvoor bevoegd bestuursorgaan. Van tweederde dwingend recht mag worden afgeweken door middel van afspraken met de ondernemingsraad of de medezeggenschapsraad. Zoals je vast geraden had geeft de breuk aan hoe sterk dit recht wordt geacht. Als een afwijking van een tweederde dwingend recht strijdig is met driekwart dwingend recht, dan prevaleert de laatste.

    Zo kunnen werkgever en werknemers collectief dwingend regelen dat er niet mag afgeweken worden van de afspraken die collectief tot stand zijn gekomen. De wet op Collectieve Arbeidsovereenkomst maakt dit mogelijk middels artikel 12 dat het volgende omvat:

    1. Elk beding tusschen een werkgever en een werknemer, strijdig met eene collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beiden gebonden zijn, is nietig; in plaats van zoodanig beding gelden de bepalingen der collectieve arbeidsovereenkomst. (sic.)
    2. De nietigheid kan steeds worden ingeroepen door elk der partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst.

      Tot slot nog een voorbeeld waar het dwingende karakter blijkt uit de tekst van de bepaling zelf. Hiervoor kunnen we kijken naar art 7:613 BW:

      De werkgever kan slechts een beroep doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

      Dit moet wel onder dwingend recht vallen, want anders zou je met een beding in de algemene voorwaarden hier heel gemakkelijk van afwijken. Je neemt dan simpel weg als voorwaarde op dat je er van af mag wijken en wijkt daarna er direct vanaf.

      Alex de Kruijff
      Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

      of lees de 4 reacties

      De gemeente versus de internetwinkel vanuit huis

      4 juni 2009, 8:54 | Webwinkels | 7 reacties

      lottefie.pngKledingverkoop uit vanuit een woonhuisgarage mag niet in Nijkerk, zo las ik bij Textilia. De Nijkerkse eigenares van kindermodewebwinkel Lottefie kreeg van het Nijkerkse College van Burgemeester en Wethouders te horen dat ze in strijd handelt met het bestemmingsplan voor haar buurt.

      De eigenaresse bood klanten de gelegenheid om bestellingen af te halen bij haar huis, en ze ontving daar ook zendingen van leveranciers. Een buurtbewoner vond dat overlastgevend en verzocht de gemeente om handhavend op te treden. Deze bepaalde daarop dat zij op 30 juni deze activiteiten moet staken, op straffe van een dwangsom van duizend euro per week (met een maximum van tienduizend euro).

      De overlast was volgens Lottefie minimaal: de openingstijden waren beperkt en de klanten konden op eigen terrein parkeren. Bovendien werden de meeste bestellingen gewoon per post bezorgd en niet afgehaald. Maar dat mocht niet baten. Bestemmingsplan is bestemmingsplan, en ook kleinschalige verkoop aan huis is daarmee in strijd.

      Tsja. Op zich klopt het, maar ik vraag me wel af hoe je dan een internetwinkel kunt runnen vanuit je huis. Het lijkt me toch niet dat je een bedrijfspand moet nemen omdat je regelmatig pakjes ontvangt of afhaalklanten langskrijgt.

      Arnoud

      of lees de 7 reacties

      De Mininova-zitting: van vinkjes en filters

      3 juni 2009, 8:44 | Auteursrecht, Innovatie | 29 reacties

      Jaja, daar zit je dan in je mooie “You wouldn’t download a car” shirt in de rechtszaal bij de Mininova-bodemprocedure. Verder was iedereen keurig gekleed, dus ik detoneerde slechts een heel klein beetje.

      De zitting kende twee delen: het voorlezen van de pleitnota’s (waarom dat moet is me een raadsel) en het vuurwerk. Lees de pleitnota van Mininova of die van Brein online. Hieronder geef ik een impressie van wat me zoal opviel tijdens de zitting. Lees ook het verslag van Anne Jan Roeleveld trouwens.

      Torrentbestandzoekmachine
      Al vanaf de opening ademde het pleidooi van advocaat Dirk Visser (inderdaad, van mijn favoriete boek) de bekende BREIN-retoriek. Ik hoorde binnen 3 minuten al de bekende kreten “leeuwendeel van het aanbod” en “faciliteren”. Plus de nieuwste in de stal, het “verspreiden van entertainmentinformatie” waarmee denk ik de torrentbestanden bedoeld worden. Dat was overigens de enige keer dat torrentbestanden als zodanig benoemd werden. De rest van het pleidooi had namelijk net zo goed geschreven kunnen zijn voor een website die zelf de content host en verspreidt.

      En dat vond ik jammer: Mininova’s positie als torrentbestandzoekmachine is een wezenlijk andere dan die van een zelfhostende website, en de juridische aansprakelijkheid daarvan is mij in ieder geval een stuk minder duidelijk. Iets waarvan Visser in de repliek aangaf schoon genoeg van te hebben: al die bijdehante IT-ers bedenken moeilijke technische processen met allerlei stappen die afzonderlijk allemaal heel ondoorzichtig doen en daardoor zijn het altijd anderen die je als rechthebbende moet aanspreken. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Mininova is de hoofdpersoon in dit hele proces, zij biedt de toegang, het startpunt van het proces en via Mininova gaan mensen het vinden. Aldus Visser, die zich tegen het einde van zijn repliek zo druk leek te maken dat me de opmerking “Denk aan je hart Dirk!” te binnen schoot.

      (Overigens vind ik het al langer een interessante gedachte dat veel van de technische innovatie op dit gebied een gevolg is van de vele juridische procedures tegen ongeautoriseerde verspreiding van content. Zonder MPAA en consorten was Bittorrent nooit uitgevonden.)

      Dienstverleners van de informatiemaatschappij
      Het verweer van Solv-advocaten Vita Zwaan en Wanda van Kerkvoorden hierover ging uit van de bekende uitsluiting voor aansprakelijkheid voor internetdienstverleners. Die geldt namelijk niet alleen voor de klassieke webhosters, maar ook voor forumbeheerders en chatboxaanbieders, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis rondom deze Europese regel. En Mininova is niets meer of minder dan een beheerder van een platform, waar gebruikers zelf torrentbestanden, verwijzingen naar informatie elders plaatsen. Net zo min als een webhoster aansprakelijk is voor content van klanten is Mininova dat. Zie bijvoorbeeld de Franse Dailymotion-zaak, waar de Franse filmpjesdeelsite werd vrijgesproken onder dit regime.

      BREIN’s standpunt kwam uiteindelijk neer op de stelling dat Mininova haar verantwoordelijkheid moet nemen en gewoon preventief moet gaan filteren. Uiteraard op eigen kosten. Maar om toch Mininova tegemoet te komen, was BREIN bereid om een lijst met 7000 trefwoorden aan te leveren (digitaal ook nog eens) waar Mininova dan makkelijk op kon filteren.

      Wie nu denkt Napster, heeft helemaal gelijk: net als bij Napster is die lijst alleen maar bedoeld om de zoekfunctie van Mininova dusdanig onbruikbaar te maken dat het aantal bezoekers dusdanig terug zou vallen dat Mininova effectief failliet gaat, tenzij ze zich weet om te vormen tot een Linux-distributeur of zo. Want natuurlijk kun je (net als bij Napster gebeurde) wel dingen heel l33t g44n sp3llen, maar dan kan niemand meer vinden wat hij zoekt.

      aXXo-actie
      Op de publieke tribune ontstond nog enige consternatie toen BREIN begon over torrent-uploader aXXo, die door Mininova bedankt zou zijn “voor zijn mooie torrents” en daarvoor ook een VIP-status zou hebben gekregen. Wie me een bron kan aanwijzen voor die twee zaken krijgt een gratis exemplaar van mijn boek én het bekende t-shirt. Update (5 juni): JoG meldde in de comments twee berichtjes op Mininova waarin ene ‘moxin’ deze uitspraken doet. Moxin is voor zover ik kan nagaan een moderator van Mininova maar of hij ook directeur/medewerker is, weet ik niet.

      Speciaal voor de publieke tribune
      BREIN’s uiteindelijk eis was dat Mininova zou worden veroordeeld om op basis van die lijst van 7000 trefwoorden te gaan filteren, met een dwangsom als stok achter de deur. Men had nog meer eisen maar koppelde daar geen dwangsom aan, in de verwachting dat die lijst genoeg zou zijn om Mininova effectief de nek om te draaien.

      Overigens, “speciaal voor de publieke tribune” meldde Visser nog dat dit een uniek aanbod was dat alleen gold voor Mininova. Andere torrentsites moesten niet verwachten dat ze met rust gelaten zouden worden als ze maar beloofden die 7000 trefwoorden te gaan hanteren.

      Mininova’s filter trial
      Zwaan en Van Kerkvoorden gaven nog toelichting op het filter dat Mininova eerder vrijwillig installeerde. Dit blijkt een stuk uitgebreider dan verwacht. Ik dacht eerst dat men alleen op de hashcode in de torrentbestanden zelf filterde, maar als ik het goed begrepen heb dan zit er in de VS werkelijk een club mensen die torrents aan te klikken, de achterliggende content te downloaden en te kijken of daar werkelijk MPAA-inhoud aan vast zit. Zo ja, dan gaat de torrent van de site en op een zwarte lijst. Dit hele systeem implementeren zou Mininova een kleine 50.000 euro hebben gekost inclusief menskracht - een substantieel deel van de inkomsten van de site.

      BREIN doet echter niet mee aan deze trial. Naar eigen zeggen omdat zij ook andere belanghebbenden dan alleen de filmindustrie (de MPAA, Motion Picture Ass. of America) vertegenwoordigden. De muziek- en softwareindustrie had geen zin in dit soort filters maar wil (concludeer ik dan maar) gewoon die sites dicht.

      Vinken en modjes
      To filter or not to filter? Of beter, how to filter or how not to? Dat was uiteindelijk de grote vraag. En daarbij speelt de verdeling van de werklast een grote rol. Mag BREIN achterover zitten en van Mininova verwachten dat die al het werk doet? Of kan Mininova juist achterover blijven zitten tot BREIN een middag gaat “vinken”, om pas dan de aangevinkte torrents te verwijderen? Volgens de Solv-advocaten was het laatste de geëigende weg: de handhaving van auteursrechten is de taak van de rechthebbende, dus die moet zelf in actie komen als hij inbreuken bespeurt. Visser draaide de stelling om: bij zo’n grootschalige inbreuk kan dat niet het uitgangspunt zijn.

      Naast trial en de notice-en-takedownprocedure die Mininova hanteert, zijn er ook moderators actief op de site. Deze vrijwilligers hebben als taak het netjes (family-friendly) houden van de site, door op te treden tegen bv. politieke teksten of pornografie. Volgens de Mininova-directie en tot kennelijk ongeloof van BREIN is deze club slechts vijf persoon sterk trouwens.

      Afijn, dat roept de vraag op waarom de modjes wel kunnen constateren dat iets racistisch of pornografisch is en niet dat iets een Hollywoodfilm of Microsoftofficepakket is. “Wil je nu met droge ogen beweren dat je dat niet ziet” aldus een man uit de zaal. Tsja. Ik weet niet precies hoe actief die modjes zijn, maar ik kan me voorstellen dat ze alleen optreden op klachten en die komen er natuurlijk heel wat minder bij een geslaagde aXXo-upload dan bij een beloofde Disneyfilm die een laten we zeggen zeer volwassen vervolg op Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen (NSFW) blijkt te zijn.

      De rechtbank had hierover nog een goeie vraag: kan Mininova iets terugzetten nadat de modjes het hebben weggehaald? Jazeker, dat was technisch mogelijk. Het zou me niets verbazen als dat terugkomt in het stuk over false positives bij de discussie over filteren in het vonnis. Wie gaat filteren op “Office” om de bekende Britse comedyserie of het pakket van Microsoft buiten de deur te houden, sluit immers ook OpenOffice.org buiten. En veel thuisfilms over de Veelvraat zullen er ook niet meer doorheen komen als het filter op “Wolverine” actief is. Maar dat probleem is een heel stuk kleiner als Mininova “gewoon” onterecht weggehaalde torrentbestanden weer terug kan zetten, vermoed ik dat de rechtbank zal zeggen als zij een filterplicht voor Mininova op wil leggen.

      Hoe nu verder?
      Afijn, er is nog veel meer gezegd maar dit waren volgens mij wel de belangrijkste punten. Het pleidooi van Visser was enigszins oppervlakkig en deed vooral een appèl op het gevoel: het is toch gewoon duidelijk dat Mininova profiteert van structureel illegaal aanbod, dat kan toch niet zomaar. Ik hoorde weinig jurisprudentie of argumentatie (ok, afgezien van zeven “BREIN versus” kortgedingvonnissen) en dat vond ik jammer.

      Het pleidooi van Zwaan en Van Kerkvoorden was inhoudelijk sterker en zeer grondig opgebouwd als het ging om de jurisprudentie. Volgens mij is letterlijk elke zaak over tussenpersonen sinds 1996 wel een keer genoemd, plus nog een berg arresten over vrije meningsuiting. Maar moest je nou écht al die tekst voorlezen?

      Eerlijk gezegd heb ik nog geen idee wat de rechtbank zal doen. Het voorstel van BREIN om alleen het filteren op basis van de 7000 trefwoorden afdwingbaar te maken met een dwangsom klinkt aanlokkelijk, omdat het relatief weinig werk lijkt en toch redelijk zou zijn gezien de belangen van BREIN. Maar het is natuurlijk het begin van het einde. BREIN kondigde al aan die lijst wekelijks te zullen herzien, en reken maar dat “herzien” net als bij uw energieprijs altijd “verhogen” betekent.

      Het notice-en-stay down idee spreekt me persoonlijk aan (zie ook mijn artikel hierover) omdat het het beste past binnen de Europese wet. Rechthebbenden constateren inbreuken, melden dit en het werk wordt aan een filter toegevoegd zodat dat nooit meer online kan komen.

      Uitspraak volgt naar verwacht 15 juli.

      Arnoud

      of lees de 29 reacties

      De (il)legaliteit van audio/video codecs

      media-player-classic-video-audio-codec.pngOp het NedLinux forum mailde men mij over een interessante vraag:

      De vraag is alleen (wat me bezig houdt), in hoevere is de codecs die niet officieel aangeschaft zijn illegaal ? Ik bedoel…. hoe is dat geregeld in Nederland ? Ik zie dat Frankrijk al erg moeilijk doet als je VLC gebruikt of Mplayer.

      Een codec is een stuk software waarmee audio of video ge(de)codeerd kan worden. Wie alleen naar de radio luistert en DVD’tjes koopt in de winkel en die afspeelt op zijn DVD-speler, heeft daar niet zo veel mee te maken. Maar als je muziek en films gaat downloaden dan kom je allerlei rare formaten tegen en moet je de bijbehorende codecs gaan installeren. Sommige codecs zijn makkelijk te vinden, voor anderen moet je op vage Russische sites rondspeuren.

      Maar mag dat nou zomaar? Dat is een moeilijke vraag, want er spelen een heleboel aspecten mee.

      Auteursrecht op de codec
      Ten eerste is er de vraag of die codec zelf (de DLL dus) wel legaal verspreid mag worden. Er zijn gevallen genoeg bekend van simpelweg gestolen codecs: mensen kopen software waar codecs bij zitten en zetten die gewoon op internet. Zo zijn er complete collecties met Windows Media A/V codecs, die echter gewoon uit de C:\Windows\System directory van iemands Windows-PC afkomstig zijn. Ook enkele Quicktime-codecs zouden op die manier verkregen zijn.

      Wordt een codec op die manier verspreid, dan is het niet toegestaan om die te downloaden en te gebruiken. De thuiskopie-uitzondering geldt niet voor software en dus ook niet voor codecs. Dat je toevallig ergens een Windows-licentie hebt liggen, verandert daar niets aan lijkt mij; die hoort bij jouw aangeschafte Windows en kun je niet zomaar van toepassing verklaren op alle Microsoft-software die je downloadt.

      Octrooien op de algoritmen
      Ten tweede implementeren veel codecs namelijk beschermde algoritmen. De octrooihouders hebben geen licenties gegeven voor die codecs, zodat vrije verspreiding niet zomaar mogelijk is. Voor persoonlijk niet-commercieel gebruik hoef je je geen zorgen te maken, octrooi-inbreuk is alleen mogelijk als je commercieel bezig bent.

      Ik hoor nu een aantal mensen “jamaar softwarepatenten zijn niet geldig in Europa” denken. Nou is dat een heel grijs gebied, maar als we het hebben over audio/video-coderen zit je toch aan de witte kant van dat gebied. Het manipuleren van audiovisuele signalen is een vorm van technologie en valt daarmee onder de octrooiwetgeving. Er zijn dan ook genoeg octrooien op dit gebied, die in rechtszaken ook gewoon overeind blijven. Het verkopen van audio/video-afspeelsoftware of apparaatjes met zulke codecs erin betekent dus dat je een octrooilicentie moet kopen.

      En ja, open source codecs hebben daar een probleem. Want de meeste van die octrooilicenties voorzien niet in de mogelijkheid dat de licentienemer de codec gaat doorleveren aan derden die ook weer kopieën van de codecs gaan maken. En de GPL heeft weer een bepaling dat die octrooilicentie daar wél toestemming voor moet geven, anders mag je de software in het geheel niet verspreiden. Een soort van Mexican standoff dus.

      Kopieerbeperkingen omzeilen
      Ten derde willen sommige codecs nog wel eens kopieerbeperkingen negeren. Het beroemdste voorbeeld is DeCSS, waarmee de beveiliging op DVD-inhoud omzeild kan worden. Nu is dat strikt gesproken geen codec, maar als je een codec voor DVD content wilt gebruiken, kom je niet ver zonder deze functionaliteit.

      Het omzeilen of uitschakelen van “effectieve” kopieerbeveiligingen is verboden, net als het verspreiden van hulpmiddelen die daar speciaal voor gemaakt zijn. Volgens een Finse rechtbank zou DVD-beveiliging CSS niet effectief zijn omdat het zo eenvoudig te breken bleek. Daarom was DeCSS niet verboden.

      Oh ja, dat verbod geldt zowel in Amerika (onder de DMCA) als bij ons in Europa onder de Auteursrechtenrichtlijn en artikel 29a Auteurswet.

      Sommige codecs voor Windows Media (WMV/WMA) omzeilen de DRM-functies die Microsoft er in gebouwd heeft. Dat was in één geval in ieder geval aanleiding voor Microsoft om een rechtszaak te beginnen, maar een jaartje later trokken ze die weer in. Overigens zonder uit te leggen waarom, dus dat schiet niet erg op.

      Er is dus niet een duidelijk ja/nee-antwoord te geven op deze vraag. Het hangt af van de codec, waar deze vandaan komt en welk algoritme er gebruikt wordt. Codecs die bv. bij Fluendo te koop zijn, mag je legaal gebruiken. Die zijn door het bedrijf zelf ontwikkeld, zodat je voor auteursrechtschendingen niet bang hoeft te zijn. Die codecs komen ook met een octrooilicentie en omzeilen geen kopieerbeveiligingen.

      Ook de Ogg Vorbis- en Theora-codecs zijn legaal, om dezelfde redenen. Al heeft niemand ooit kunnen bewijzen dat deze technieken octrooivrij zijn.

      Download je van voornoemde vage Russische site een gratis exemplaar van de commercieel verkochte DivX-codecs, dan zit je in het donkergrijs tot zwarte gedeelte van dat grijs gebied. En heb je waarschijnlijk ook een Trojan of drie op je PC.

      Arnoud

      of lees de 17 reacties

      Adam Curry wil geld van Privé om Flickr-foto

      1 juni 2009, 9:00 | Auteursrecht | 5 reacties

      adamcurry-creativecommons.pngDéjà lu: Adam Curry is boos op roddelblad omdat dit een foto van zijn Flickr-site heeft gebruikt zonder op de Creative Commons-licentie te letten. Deze keer gaat het om de Privé, zo meldde het AD vrijdag. Het blad publiceerde

      Evert Santegoeds, hoofdredacteur van Privé, verwacht dat de kwestie voor de rechter zal worden uitgemaakt. ,,Ik vind dit niet zo maar een foto, maar eentje die er wel degelijk toe doet in het publieke debat. Daarvoor zullen we naar de rechter moeten.” Ik ben heel benieuwd: het auteursrecht kan opzij gezet worden door een beroep op de vrije nieuwsgaring, maar dan hebben we het wel over heel bijzondere gevallen. “Adam Curry lijkt een joint te roken in een vliegtuig” lijkt me niet van dat niveau van nieuwswaarde.

      Curry vraagt 5000 euro schadevergoeding, die moet worden betaald aan Warchild. Ook daar ben ik heel benieuwd over: in die eerdere zaak tegen Weekend won hij weliswaar, maar kreeg hij nul euro schadevergoeding omdat “de commerciële waarde van de vier foto’s is echter gering te achten, nu zij reeds op internet voor eenieder toegankelijk zijn”.

      Opmerkelijk is nog dat ook GeenStijl de foto publiceerde en daar mondeling (per voicemail) alsnog een licentie voor kreeg. GS is natuurlijk ook een commercieel medium en kan zich dus ook niet op Curry’s “NonCommercial-ShareAlike” licentie beroepen. Maar mondelinge licenties zijn rechtsgeldig, dus daar komen ze goed weg.

      Arnoud

      of lees de 5 reacties
      « Vorige Pagina
      De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
      Of een van de andere boeken over internetrecht!

      Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress