Toegang tot een mailbox na overlijden?

Tweet
17 juli 2009, 8:18 | Beveiliging | 12 reacties

Een lezer mailde me:

Wie is eigenaar van een zakelijke mailbox wanneer de werknemer ontslag neemt of komt te overlijden. Kunnen nabestaanden de inhoud claimen? Mogen wij als bedrijf daarin kijken? Wat moet je doen met mail die na vertrek of overlijden nog binnenkomt?

Dit is een lastige situatie. In oktober 2007 blogde ik over een artikel van advocate Eva Visser over de contractuele situatie als de eigenaar van een e-mailaccount komt te overlijden. Waarschijnlijk kun je dan als erfgenaam aanspraak maken op voortzetting van het contract, zodat je de toegang tot de mailbox kunt eisen.

Hier ligt het iets anders: het gaat om een zakelijke mailbox, en er is dus geen contract dat je als erfgenaam zou kunnen overnemen. (Een arbeidscontract eindigt automatisch bij overlijden van de werknemer.) Toegang eisen tot privémails uit deze mailbox lijkt me dus iets moeilijker. Ik denk dat je hier eigenlijk alleen op de coulance van het bedrijf kunt gooien.

Een ander punt is wat collega’s mogen doen met die mailbox. Er komen tenslotte zakelijke mails op binnen en het bedrijf moet nu eenmaal verder. Ik adviseer bedrijven altijd dat je dan wel in de mailbox mag kijken, maar dat je wel heel zorgvuldig moet zijn met wat je aantreft. De collega die erin kijkt moet met andere woorden strikt vertrouwelijk omgaan met wat hij in de mailbox aantreft, en het liefst alles weggooien wat niet zakelijk relevant is.

Ik moet nog steeds een lijstje maken met accounts, wachtwoorden en wie te contacteren als ik kom te overlijden. Jullie ongetwijfeld ook. Maar waar begin je met zoiets? En wil je wel dat bv. je ouders in al je mailboxen kunnen om je vrienden te mailen dat je dood bent? Want dan lezen ze wellicht ook mails die ouders niet zouden moeten lezen.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Vereffening nalatenschap hoeft niet in Staatscourant of krant gepubliceerd

Tweet
16 juli 2009, 8:38 | Internetrecht | 2 reacties

oude-krant.jpgDe nabestaanden van Karst T. hoeven de afwikkeling van diens nalatenschap niet te publiceren in de Staatscourant en twee dagbladen, meldde BNR Nieuwsradio dinsdag. De kantonrechter in Arnhem vond dat het in niemands belang zou zijn om hen op kosten te jagen door een dergelijke dure procedure te verplichten, nu er geen geld in de boedel blijkt te zitten.

In de beschikking (geen vonnis!) bleek dat T. een negatief saldo had, en de erfgenamen dit (natuurlijk) niet wensten te aanvaarden. De rechter moest dan ook zoeken naar een afwikkeling tegen zo min mogelijk kosten. Punt daarbij was dat een en ander bekend gemaakt moet worden (art. 4:209 BW). Volgens art. 4:206 BW zou dat moeten gebeuren in de Staatscourant plus twee landelijke dagbladen. Maar:

De kantonrechter is van mening dat bekendmaking op internet een even goede, misschien zelfs betere mogelijkheid geeft aan iedere belanghebbende om op de hoogte te komen van de financiële situatie van de nalatenschap. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De vindplaats zal in dit geval algemeen bekend worden gemaakt met een persbericht. De bekendmaking van de beschikking zal plaats vinden op rechtspraak.nl / uitspraken onder het LJN-nummer dat in het persbericht zal worden genoemd.

Het persbericht heb ik nog niet gezien, maar hoe dan ook is dit een zeer positieve ontwikkeling. Nu waren de omstandigheden hier nogal bijzonder; zou de uitspraak bijvoorbeeld anders zijn geweest als er wel een batig saldo zou zijn geweest?

Verder vraag ik me af of het handig is om deze zaken via Rechtspraak.nl te gaan publiceren. De Staatscourant is immers per 1 juli jl. alleen nog elektronisch beschikbaar. Waarom niet gewoon daar een aparte sectie voor dit soort gegevens opnemen? Dan blijf je bij het aangewezen medium, en verplaats je alleen de manier van aanbieden. Of zou SDu nog steeds geld vragen voor advertenties in de Staatscourant?

Update (7 februari 2010): de rechtbank Breda doet het nu ook in andere zaken.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Open source databanken: de OpenDatabankLicentie versie 1.0

Tweet
15 juli 2009, 8:28 | Open source, Auteursrecht | 3 reacties

Al eerder gemeld, maar nu is het definitief: de nieuwe open source licentie voor open en vrije databanken. Databanken bevatten vooral feitelijke data, en er komt zelden creativiteit aan te pas. Bestaande open source licenties zijn eigenlijk vooral bedoeld voor software, en ook de Creative Commons-licenties passen niet goed bij databanken. Vandaar deze nieuwe licentie.

De licentie noemt expliciet drie rechten: auteursrecht, databankenrecht en het recht op toegang tot de databank. Recht op toegang? Ja, wie een database publiceert, of algemener gezegd wie een dienst aanbiedt met een server, kan op grond van zijn eigendomsrecht op die server regels stellen over het gebruik van die dienst. Daar hoef je uiteindelijk helemaal geen intellectueel eigendomsrecht voor te hebben. Slim gevonden dus.

Ik heb al een paar keer (deel 1, deel 2, deel 3) aandacht besteed aan de vraag hoe het zit met afgeleide werken, kaarten die gemaakt worden op basis van de OpenStreetmap-databank. Ik kom volgende week met deel 4 trouwens, beloofd.

De ODBL is speciaal geschreven voor dit soort situaties. De definities bevatten de term “Produced Work”, en die luidt als volgt:

a work (such as an image, audiovisual material, text, or sounds) resulting from using the whole or a Substantial part of the Contents (via a search or other query) from this Database, a Derivative Database, or this Database as part of a Collective Database.

En het is natuurlijk de bedoeling dat zo’n Produced Work net zo vrij beschikbaar is als de oorspronkelijke brondatabase. Vandaar:

If You Publicly Use a Derivative Database or a Produced Work from a Derivative Database, You must also offer to recipients of the Derivative Database or Produced Work a copy in a machine readable form of:

a. The entire Derivative Database; or
b. A file containing all of the alterations made to the Database or the method of making the alterations to the Database (such as an algorithm), including any additional Contents, that make up all the differences between the Database and the Derivative Database.

Onder “Use” wordt dan weer verstaan “alles wat normaal onder auteursrecht of databankenrecht valt, maar in ieder geval kopiëren, verspreiden, openbaar maken etcetera”. En “publicly” wil hier zeggen “naar personen die niet voor jou werken”.

Kort gezegd: wie een kaart maakt van een ODBL-databank, en deze kaart online aanbiedt aan het publiek, moet de databank erbij doen inclusief alle wijzigingen die hij op de databank heeft doorgevoerd.

En dat geldt zelfs als blijkt dat je helemaal geen recht hebt op grond van je auteurs- of databankenrecht om zoiets te eisen: het is immers een gebruiksvoorwaarde om toegang te krijgen tot de site. Op zich is dat slim bedacht, hoewel ik me afvraag in hoeverre dat ook echt werkt. Tegenover de persoon die dit accepteert en de site bezoekt lijkt het me wel rechtsgeldig. Die gaat het contract aan, en kan daar in principe aan gehouden worden. Uit het XS4All/Ab.Fab-arrest van de Hoge Raad blijkt dat je als eigenaar van een site in principe elke voorwaarde aan het gebruik mag stellen die je wilt. Maar tegenover derden? Dat kan nog een hele interessante worden.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Het mensenrecht op downloaden?

Tweet
14 juli 2009, 8:49 | Auteursrecht, Meningsuiting | 8 reacties

satelliet-schotel-ontvangst-meningsuiting-informatievrijheid-restrictie-prikkeldraad.jpgEen verbod op downloaden is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, zo las ik gisteren in Trouw. Hendrik Rood van van Stratix zegt in dat artikel namelijk:

In [het EVRM] is vastgelegd dat een inwoner van Europa niet belemmerd mag worden bij het ontvangen van informatie. Overheden mogen die ontvangst niet blokkeren en ook bedrijven mogen dat niet. Dit recht op informatie is sindsdien herhaaldelijk door de Europese Unie herbevestigd.

Inderdaad, artikel 10 EVRM bepaalt dat “een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting” en rekent daar ook het ontvangen van inlichtingen of denkbeelden onder. De overheid, maar ook private partijen, mogen je niet zomaar hinderen bij deze ontvangst. Vandaar dus dat een woningbouwvereniging of vereniging van eigenaren niet zomaar het ophangen van satellietschotels aan je gehuurde appartement kan verbieden.

Maar om daar nu uit te concluderen dat downloaden dus te allen tijde mag gaat me ook weer te ver. Lid 2 van dit artikel biedt namelijk wel degelijk mogelijkheden om grenzen te stellen aan de uitoefening van dit mensenrecht. Eén van die mogelijkheden is “de bescherming van de rechten van anderen”, en het auteursrecht is een voorbeeld van zo’n recht.

Het Scientology-arrest is bij mijn weten de enige keer waar een hogere rechter zich moest uitlaten over de vraag of het mensenrecht van artikel 10 EVRM boven het auteursrecht kon gaan. Het antwoord was “ja mits”, en de mits legde hier een hoge drempel. Belangrijk aspect in die zaak was namelijk dat Scientology a) geen commercieel doel had met haar auteursrechten en b) “met hun leer en organisatie de verwerping van democratische waarden niet schuwen”. Daar kwam bij dat de teksten al openbaar waren via de Amerikaanse rechtbank.

Dus ja het kán maar het is wel zeer uitzonderlijk. Er zal een zeer zwaarwegende reden moeten zijn, bijvoorbeeld politieke discussie of een belangrijk maatschappelijk debat, op grond waarvan auteursrecht opzij gezet kan worden. “Gewoon willen downloaden” is ben ik bang niet genoeg daarvoor. Zoals professor Hugenholtz het in 1999 formuleerde (Word-file):

[T]he European Commission has been reluctant to accept freedom of expression and information arguments in cases where property rights in information are merely exercised to ensure remuneration, and the flow of information to the public is not unreasonably impeded. For European legislatures the message is clear: as long as licenses are made available under reasonable conditions, or statutory licenses apply, the European Court is unlikely to find that copyright and Article 10 collide.

Dat stukje over “statutory licenses” oftewel in goed Nederlands “heffingen” intrigeerde me. Aan de thuiskopie-exceptie zit immers al langer een heffing gebonden, tenminste als je downloadt of kopieert naar CD’s, DVD’s en dergelijke. Met even doorzoeken vond ik dan ook dit artikel van Robert Jacob Danay over peer-to-peer informatieverspreiding versus auteursrecht. Hij past het EVRM strak toe: de hoofdvraag is hierbij altijd of het gehanteerde middel om de meningsuiting of informatiegaring te beperken wel het minst inbreukmakend is. In plaats van iets keihard verbieden zou je het ook in beperkte vorm kunnen toestaan bijvoorbeeld.

Als je dat vertaalt naar downloaden en filesharen, dan wordt de vraag dus: is er een maatregel te verzinnen die ontvangst van informatie minder belemmert dan een verbod? En het antwoord daarop van Danay is: jazeker, je kunt ook gewoon heffingen instellen. De bekende “internet tax” of downloadtoeslag dus. Hiermee worden rechthebbenden ook gecompenseerd, en de informatievrijheid wordt minder aangetast dan bij een keihard verbod. En die toeslag geldt dan dus voor down- én uploaden.

Terugkomend op het artikel in Trouw: Rood heeft dus gelijk dat het kan, maar er zal wel iets aanvullends nodig zijn in de wet om dit op een juiste manier te regelen.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Onze domeinnaam lijkt op de naam van een concurrent, wat nu?

Tweet
13 juli 2009, 8:11 | Domeinnamen, Merken | 7 reacties

no-name-street-naam-handelsnaam.pngEen lezer mailde me:

Wij hebben een claim gekregen over onze domeinnaam. Deze zou te veel lijken op de naam van een concurrent. En op zich klopt dat denk ik wel: zij hebben een naam van de vorm “iets4iets.nl” en wij gebruiken “iets-iets.nl” dus zonder dat cijfer. Ik heb gezocht maar ik kon geen merk vinden bij het Benelux Merkenbureau. En in het colofon staat duidelijk dat onze BV een andere naam heeft. Kan die ander nu toch onze domeinnaam opeisen?

Bedrijfsnamen zijn ook zonder merkregistratie beschermd als handelsnaam. Het enkele feit dat je je bedrijf zo noemt, is al genoeg om bescherming voor je naam te hebben. En dat geldt zelfs als de naam beschrijvend is. “Bakker Piet” is dus een geldige handelsnaam.

Een concurrent mag dan niet diezelfde bedrijfsnaam hanteren, maar ook geen bedrijfsnaam die verwarrend veel lijkt op de handelsnaam. Eén cijfer vervangen door een streepje lijkt me niet genoeg om verwarring te voorkomen. Het zal een beetje afhangen van de werkelijke woorden achter de ietsen, maar in het algemeen zou ik zeggen dat dit wel handelsnaaminbreuk zou zijn.

Als je echter die naam niet als handelsnaam gebruikt, dan is er niets aan de hand. Een domeinnaam is niet perse hetzelfde als een handelsnaam: daarvoor moet het echt de bedrijfswebsite zijn. Een domeinnaam voor een productnaam bijvoorbeeld is geen inbreuk op een handelsnaam. Wil de ander daar wat aan doen, dan moet hij echt een merk geregistreerd hebben. Let dus niet alleen op de domeinnaam maar ook op hoe de website wordt gepresenteerd.

Het aparte hier is wel dat voor domeinnaamarbitrage een merk en een handelsnaam hetzelfde worden behandeld. Dat lijkt mij niet helemaal terecht; een merk is sterker maar wordt daarom ook inhoudelijk getoetst op onderscheidend vermogen.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Wat is fair bij fair use? (Nee, dat andere fair use)

Tweet
11 juli 2009, 8:18 | Contracten | 35 reacties

spareribs-onbeperkt-buffet-banket-eten-fair-use.jpgAfgelopen week kreeg ik diverse mails van lezers die zich afvragen hoe het nu zit met fair use, en dan bedoel ik niet het auteursrechtelijke begrip maar de kreet van internetproviders: Onbeperkt internetten (fair use policy van toepassing). Wanneer is onbeperkt internetgebruik unfair?

Dat is een goeie vraag, waar nog steeds niemand over heeft geprocedeerd zodat het antwoord nog wel even op zich laat wachten. In februari vorig jaar blogde ik dat dit wel eens een oneerlijke handelspraktijk kan zijn omdat je essentiële informatie weglaat bij je aanbod. Je vertelt je klant namelijk niet hoe veel data hij mag downloaden - of erger nog, je zet hem op het verkeerde been omdat je heel hard ONBEPERKT roept maar met een vage term in kleine letters wat anders meldt.

Er is trouwens nog iets mis met de fair use policy: het is de provider die eenzijdig vaststelt of je “te veel” downloadt. En omdat daar geen objectieve criteria aan zitten, is dat een onredelijk bezwarend beding:

Onredelijk bezwarend is een beding dat de beoordeling van de vraag of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten aan hem zelf overlaat

Ik krijg zin om hier eens een proefproces van te maken. Maar het belang van zo’n zaak is natuurlijk minimaal: welke schade lijdt je doordat je provider je afknijpt nadat je 700GB hebt gedownload terwijl bleek dat 400 het maximale was dat je had mogen gebruiken? Worden er echt mensen door hun provider afgesloten wegens te hard downloaden?

Arnoud

of lees de 35 reacties

Eurocommissaris bepleit één Europese heffing op films

Tweet
10 juli 2009, 8:11 | Auteursrecht, Innovatie | 10 reacties

Eurocommissaris Viviane Reding (Informatiemaatschappij en Media) wil dat de filmindustrie stopt met het heffen van aparte rechten voor landen. las ik in de NRC. Het toegankelijker maken van digitale content heeft de hoogste prioriteit, omdat daarmee de piraterij moet worden teruggedrongen, voegt Tweakers daaraan toe. Eindelijk eens een strategisch voorstel over auteursrechten waar ik het mee eens kan zijn.

In het voorstel verklaart zij:

Today, right holders and online service providers need to spend far too much time and money on the administration of rights, instead of investing this money in attractive services. And consumers often cannot access online content if uploaded in another Member State. For online content in a single market of 27 Member States, economies of scale and consumer-friendly solutions will require a much simpler and less fragmented regulatory framework than the one of today. We had a similar problem when commercial satellite TV started more than 30 years ago. As right clearance for this per se cross-border service became increasingly complex, Europe developed the Cable and Satellite Directive and introduced a simplified system of rights clearance for the whole of Europe. I believe it is now time to develop similar solutions for the evolving world of online content.

Of zoals NRC het samenvat: “Iemand die in een onlinewinkel te horen krijgt dat die film of dat liedje niet in zijn land verkrijgbaar is, zal het de volgende keer zelf wel zoeken.”

Reding snapt waar de pijn zit bij de contentindustrie: het rechten clearen is zo duur dat niemand het aankan, omdat het allemaal individueel moet. Alleen als rechten collectief en ineens afgekocht kunnen worden, bestaat er een mogelijkheid om de concurrentie met gratis aan te gaan. Een uitstekend initiatief dus, dat wat mij betreft liever vandaag dan morgen nog wordt ingevoerd.

Kijk mevrouw Gerkens, zo kan het dus ook: een wetgever die een wettelijke regeling verzint om een vastgelopen markt op gang te helpen, in plaats van alleen maar maatregelen voor repressie te bedenken.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Koop op afstand versus de blisterverpakking

Tweet
9 juli 2009, 8:49 | Contracten, Webwinkels | 19 reacties

zakmes-blister.pngWie iets via internet koopt, mag dat binnen zeven werkdagen ruilen. Ook als het uitgepakt en geprobeerd is. Maar soms is het heel moeilijk om een product uit te proberen, bijvoorbeeld omdat het in een blisterverpakking zit. Wat dan?

In principe lijkt het mij dat de winkelier dan pech heeft: je hebt het recht om het product uit te proberen, dus ook om het uit de verpakking te halen. Dat die verpakking lastig te openen is, is dan ook voor rekening van de winkelier.

Maar nu wees een meelezende webwinkelier me erop dat dit bij geheugenkaartjes soms tot rare situaties kan leiden:

Regelmatig gebeurt het dat een klant zomaar een geheugenkaart besteld, hem openknipt (het zijn flinke blisterverpakkingen waar een degelijke schaar aan te pas moet komen) en de kaart dan terugstuurt omdat die niet past. Maar vaak kan de klant reeds aan de buitenkant van de verpakking zien dat de kaart een andere vorm heeft. Dus waarom dan nog openknippen? Moet ik ook dan de klant het geld teruggeven?

De consument-koper moet zorgvuldig met het product omgaan zolang de retourtermijn nog bestaat. Doet hij dat niet, dan mag de winkelier een vergoeding vragen voor de schade die aan het product is toegebracht.

Als je al aan de verpakking kunt zien dat de kaart evident niet gaat passen in het product, dan lijkt het mij wel verdedigbaar dat de klant voor de opengeknipte verpakking zal moeten betalen. Maar hoe bewijs je dat dat de reden van retour was?

Arnoud

of lees de 19 reacties

Nieuw op Ius mentis: Naar een passend beschermingsregime voor forumbeheerders en bloggers

Het wettelijk regime voor internetdienstverleners is aan een update toe. In dit artikel (eerder gepubliceerd in Tijdschrift voor Internetrecht pleit ik voor een genuanceerder beschermingsregime van beheerders van forums en blogs. Als zij afdoende modereren, behoren ze niet aansprakelijk te zijn voor wat er nog doorheen komt.

De Richtlijn 2000/31/EG bevat een voor internetdienstverleners belangrijke uitsluitingsgrond van aansprakelijkheid. Kort gezegd zijn zij niet aansprakelijk voor wat hun gebruikers op de website plaatsen. Pas wanneer ze feitelijk weten dat bepaalde inhoud is geplaatst die juridisch gezien evident niet door de beugel kan en ze weigeren deze weg te halen, verandert dat.

Een recente trend lijkt echter te zijn dat rechters deze uitsluitingsgrond niet van toepassing achten op moderators of forumbeheerders bij bijdragen van gebruikers. Op 12 maart jl. vonniste de rechtbank Amsterdam dat de beheerders (moderators) van de site www.internetoplichting.nl onrechtmatig handelden door de discussie over online modewinkel Trendylaarzen niet te verwijderen. Eerder werden vergelijkbare vonnissen gewezen in de zaken Showbiznewz en Martijn. In het kader van strafrecht werd de forumbeheerder van de extreem-rechtse Nationale Alliantie veroordeeld.

Deze vonnissen laten zien dat het regime uit de Richtlijn maar moeizaam past bij de huidige praktijk van forums en blogs. In een artikel in Tijdschrift voor Informatierecht pleit ik dan ook voor een genuanceerder beschermingsregime voor beheerders van interactieve diensten met betrekking tot inhoud van gebruikers. Hieronder een samenvatting van het artikel.

Lees verder in Naar een passend beschermingsregime voor forumbeheerders en bloggers op Ius mentis.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Indexeringsites en auteursrechten, een spanningsveld? (gastpost)

Tweet
7 juli 2009, 8:31 | Auteursrecht, Zoekmachines | 34 reacties

Vandaag een gastbijdrage van Maarten van Amerongen, student Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier. Deze bijdrage is een ingekorte versie van zijn afstudeerscriptie.

Er zijn honderden websites met een index aan eD2k-links, torrents en NZB’s, er hun aantal lijkt voortdurend toe te nemen. Voor mijn masterscriptie heb ik onderzoek gedaan naar drie P2P netwerken en evenzoveel websites die om verschillende redenen interessant zijn voor de behandeling van de problematiek rond de indexeringsites. Geclaimde massale inbreuken via zulke sites en gestelde miljoenenverliezen voor de rechthebbenden, een actueel probleem wereldwijd met in Nederland een tweestrijd tussen, voornamelijk, auteursrechtenbeschermer Stichting Brein en de beheerders van de indexeringsites. Veel indexeringsites worden door Stichting Brein als eendrachtig en inbreukmakend beschouwd maar de verschillen zijn zoveel interessanter.

In de loop van het afgelopen decennium is de werkwijze van Stichting Brein tegen indexeringsites en hun bezoekers veranderd. Ook de geleerden, rechterlijke macht en overheid lijken niet goed te weten wat men met de indexeringsites aanmoet. Zo haalde rechtenprofessor D.J.G. Visser in een artikel in Computerrecht 2001 de P2P dienst Napster aan. Destijds achtte hij Napster niet aansprakelijk voor auteursrechteninbreuk, wel leverde de dienst een onrechtmatige daad op. In een P2P dienst zónder centrale database zag hij geen probleem, het zijn dan uitsluitend de gebruikers die de auteursrechtelijk relevante handeling verrichten. Nu, enkele jaren later, staat Visser Stichting Brein bij in een procedure tegen de bittorrentindexeringsite Mininova. Een site die slechts torrentbestanden host voor het gedecentraliseerde Bittorrent netwerk en daarbij een streng Notice-and-takedown beleid voert. De inhoud van de procedure Stichting Brein/Mininova veronderstel ik als bekend.

De Stichting Brein voert keer op keer procedures tegen ISP’s of websitehouders om indexeringsites van het internet te krijgen. Hierbij verwijst Stichting Brein maar al te graag naar een paar behaalde matige successen uit het verleden. Relevante uitspraken die de stichting minder behagen worden doodgezwegen. De status van de indexeringsite is hierdoor, mijns inziens onterecht, op een hellend vlak gekomen waarbij de onrechtmatigheid van dergelijke websites dikwijls onterecht en steeds maar sneller wordt aangenomen, veelal door de voorzieningenrechter en zonder degelijk inhoudelijk feitenonderzoek. Een onterechte gang van zaken. Er mag vanuit worden gegaan dat de stichting weliswaar representatief is op het gebied van piraterijbestrijding maar dat hun zelfuitgeroepen expertise en oordeel in redelijkheid niet als waarheid overgenomen mogen worden in rechtelijke procedures. Ze zijn belangenbehartiger met een opinie en géén (onafhankelijk) expert, ook al profileren zij zich wel als zodanig. Een aanwezigheid van medewerkers van Stichting Brein bij doorzoekingen van woningen door de politie naar aanleiding van verdenkingen van intellectuele eigendomsfraude is derhalve volstrekt overbodig en ongewenst voor een deugdelijk onderzoek.

Hoe dan om te gaan met de indexeringsites? Naar mijn opvatting bestaat reeds afdoende wetgeving in de vorm van artikel 6:196c BW om de indexeringsite uit het juridische ‘grijze gebied’ te halen. Een indexeringsite vormt in zekere zin een dienst van de informatiemaatschappij waarbij van de beheerder een vorm terughoudendheid van verlangd mag worden als het gaat om de controle van de inhoud van de door bezoekers geplaatste hashcodes, links of andersoortige data. Controle leidt immers te snel tot een ongewenste vorm van censuur.

In de lijn van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie valt op te maken dat een beheerder van een website binnen het kader van de bescherming van artikel 6:196c BW valt indien hij adequaat optreedt bij meldingen van rechthebbenden inzake verwijzingen naar onrechtmatige data. Een dergelijke toepassing van art. 6:196c BW geeft een rechthebbende naar mijn mening in een procedure een sterke positie indien een beheerder weigerachtig blijft om links te controleren en verwijderen.

Het ligt derhalve voor de hand aan te nemen dat een beheerder van een indexeringsite in redelijkheid verplicht is informatie in de vorm van links, torrents, NZB’s etc. te verwijderen zodra hij wordt geïnformeerd door de rechthebbende over de onrechtmatigheid van de bestanden achter de verwijzing. Echter totdat de beheerder is geïnformeerd meen ik te kunnen concluderen dat de -mijns inziens ongefundeerde- klaagbeden van de nationale en internationale rechthebbendenorganisaties over de enorme verliezen die jaarlijks geleden zouden worden als gevolg van het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal als gevolg van links die opgenomen zijn bij de P2P indexeringsites, genegeerd kunnen worden. Ik zie in beginsel, en onder voorbehoud van speciale omstandigheden, weinig tot geen juridische problemen in het bestaan van dergelijke sites.

Maarten van Amerongen is student Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier. Zijn scriptie is begeleid door mw. prof. mr. drs. M. de Cock Buning. Na het behalen van zijn masterdiploma ambieert hij een functie in de advocatuur, richting IT/IE.

of lees de 34 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress