Privacyschending op website: ook provider aansprakelijk
De website Kleinkind onbereikbaar schendt de privacy van de (klein-)kinderen wiens naam, geboortedatum, woonplaats en dergelijke zonder hun toestemming op deze site waren gezet. Dit levert reputatieschade op voor die kinderen en kleinkinderen. Dat blijkt uit een vonnis van afgelopen donderdag. Opmerkelijk daarbij is de reden om de website-beheerder aansprakelijk te houden: de E-commercerichtlijn zegt dat de bescherming voor providers niet geldt voor privacyzaken.
De site Kleinkind onbereikbaar is bedoeld voor grootouders die hun kleinkind niet meer kunnen zien, vanwege een geschil met de ouders. Wie op die site zijn of haar verhaal kwijt wil, kan dat doen via een speciaal formulier. Na screening door de beheerders wordt het verhaal dan geplaatst. En daarbij werd de volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, woonplaats en nationaliteit, alsmede de naam van de moeder en van de vader van het kleinkind vermeld op een open deel van de website. Dat was ook expliciet de bedoeling:
Door de gegevens van uw kleinkind op internet te publiceren – dat doet u bij het invullen van de gegevens bij “mijn kleinkind”- komen die gegevens beschikbaar voor zoekmachines, en zo hopelijk bij uw kleinkind of diens omgeving terecht. … Dit werkt het beste als u zoveel mogelijk gegevens – foto’s, teksten, namen – invult. Het is hierbij van belang dat u zich realiseert dat dit persoonsgegevens betreft. U bent zelf verantwoordelijk voor wat u invult
Deze manier van werken acht de kortgedingrechter onrechtmatig. Er wordt “op grove wijze inbreuk op de privésfeer van de kleinkinderen en de ouders wordt gemaakt”. Dat bleek ook uit het feit dat de (klein-)kinderen in kwestie in hun dagelijks leven werden aangesproken op wat er op deze site stond. Bovendien:
Ook het gevaar van commerciële belangstelling is niet denkbeeldig. Zo is bijvoorbeeld denkbaar dat de persoonsgegevens interessant zijn voor gerichte reclame, zoals bijvoorbeeld voor mediationdienstverleners, gezien het doel van de website om de verstoorde familierelatie te herstellen.
Maar waarom was de websitebeheerder nu aansprakelijk? Volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens is hij degene die het doel en de middelen voor deze “verwerking van persoonsgegevens” vaststelt. Daarmee is hij de ‘verantwoordelijke’ en daarmee degene die je moet aanspreken als er geen toestemming of noodzaak tot publicatie is. Op zich denk ik wel begrijpelijk: de beheerder screende vooraf en bepaalde wat hij online zou zetten.
Daarmee is denk ik ook wel duidelijk dat deze beheerder geen aanspraak op art. 6:196c BW kan maken; hij biedt niet slechts een platform maar plaatst zelf de berichten.
Update (12:15) de beheerder van de site vroeg me deze reactie van hem toe te voegen:
De uitspraak is inderdaad opmerkelijk. Zeker ook omdat ik NIET de inhoud vooraf, tijdens of achteraf controleer(de). het enige wat ik wel verifieerde is wie ik toegang verleen, met daarbij uitdrukkelijk uitleg over wat wel en niet kan. Dus volgens mij wel bescherming ex. 6:196c.
De rechter vond echter nog een andere reden: de WBP gaat boven de bescherming van internettussenpersonen, omdat artikel 1 lid 5 van Richtlijn 2000/31/EG (waarin deze bescherming is geregeld) expliciet zegt dat deze niet van toepassing is op diensten die onder de privacyrichtlijnen 95/46/EG 97/66/EG vallen. Dat is bij mijn weten de eerste keer dat een rechter deze redenering hanteerde.
In de Martijn-zaak ging ook de privacy boven de bescherming van de beheerder, maar dat was expliciet vanwege het bijzondere karakter van die website. De rechter in die zaak verklaarde dat vereniging Martijn een extra zware verantwoordelijkheid had tegen privacyschendingen: “anders dan wellicht [bij] eigenaren of beheerders van websites die door hun aard niet op dergelijk misbruik en onbedoeld gebruik bedacht behoeven te zijn”.
Maar moeten sitebeheerders zich nu zorgen gaan maken? Ik denk het niet. Het gaat in artikel 1 lid 5 om kwesties in verband met diensten die onder de privacyrichtlijn vallen. Zo’n dienst kan bijvoorbeeld zijn een elektronisch adresboek (telefoongids of e-mailgids). Wie zo’n dienst aanbiedt, kan geen aanspraak maken op de uitsluiting van aansprakelijkheid voor providers. Maar als de dienst zelf niet het verwerken van persoonsgegevens is, dan lijkt dit artikel me niet van toepassing.
Een forumbeheerder die aangesproken wordt op publicatie van iemands naam in een forumbericht bijvoorbeeld kan gewoon de bescherming van art. 6:196c claimen: het bericht moet aangepast maar voor schade is die beheerder niet aansprakelijk. De dienst “online forum” is geen dienst in de zin van de privacyrichtlijn.
Arnoud

Bij discussies over aansprakelijkheid voor makers van software of diensten komt regelmatig de analogie met auto’s of messen langs. “We gaan makers van messen toch ook niet aansprakelijk stellen voor mensen die worden neergestoken”? Ik zit me af te vragen of ik daar niet eens een paar wetten over moet formuleren (”Eerste wet van internetrecht: elke discussie over online auteursrecht bevat een vergelijking met auto’s. Tweede wet van internetrecht: de vergelijking gaat niet op. Derde wet: de helft van de discussie gaat vervolgens
Lage prijzen & hoge service, een nieuwe tas of een
Stel, je wilt adverteren op Google voor een bedrijf dat cruisereizen biedt. Wat doe je dan? Dan koop je Adwords voor het trefwoord “cruise travel”. En wat doet het bedrijf Cruise Travel dan? Dat doet je een proces aan omdat je hun merk en handelsnaam misbruikt. Het overkwam het bedrijf Cruise Factory en internetbedrijf Perplex, en op verzoek van hun advocaat Daniel Corbeek mocht ik ze juridisch bijstaan. En ze hebben gewonnen, jeuj!
