Moet piloten laseren echt apart strafbaar gesteld worden?

Tweet
18 augustus 2009, 8:32 | Aansprakelijkheid | 15 reacties

lasergun.pngEen lezer vroeg me:

Ik las net Piloten willen laserstraal strafbaar stellen bij Nu.nl en vraag me dan af of er nu echt voor elke vandalistische actie een compleet nieuwe wet verzonnen moet worden alvorens het strafbaar is? Er zijn toch zeker wel algemene wetten (”gij zult het leven van anderen niet onnodig in gevaar brengen”) van toepassing op dit soort zaken?

Nee, er zal toch echt een apart wetsartikel moeten komen dat zegt “Het is verboden bestuurders van een vliegtuig met een laserstraal aan te stralen” voordat de politie hiertegen kan optreden. Het uitgangspunt van strafrecht is dat iets alleen strafbaar is als het expliciet in de wet staat. Dit heet “lex certa” oftewel rechtszekerheid; je moet kunnen opzoeken of iets verboden is.

Natuurlijk is het strafbaar om een vliegtuig neer te laten storten. Maar niet elke laserstraal leidt tot een neergestort vliegtuig. En zelfs als je het gooit op “poging tot laten neerstorten” zul je moeten bewijzen dat de dader die intentie had. Met een apart wetsartikel specifiek over laseren is de bewijslast een stuk eenvoudiger. Om diezelfde reden is er een expliciet artikel dat het vasthebben van een mobiele telefoon in de auto strafbaar stelt, hoewel er al een algemeen artikel is dat zegt dat je het verkeer niet in gevaar mag brengen.

Afhankelijk van de formulering zou dit wel eens als bijeffect kunnen hebben dat piloten niet meer mee mogen doen aan lasergame-wedstrijden. :)

Arnoud

of lees de 15 reacties

CC op een BBQ

Tweet
17 augustus 2009, 8:53 | Auteursrecht | 8 reacties

barbecue.pngJaja, ik ben weer terug van vakantie. En om in de vakantiesfeer te blijven, beginnen we met een vraag over CC op de BBQ, oftewel Creative Commonsmuziek op de bedrijfsbarbecue. Een lezer mailde me:

De instelling waar ik werk organiseert een barbecue en heeft mij gevraagd om de muziek te verzorgen. Nu hebben wij geen budget voor Buma/Stemra, dus leek het mij slim om Creative Commonsmuziek te gebruiken. Maar kan ik zomaar alle muziek draaien? Of moet ik bijvoorbeeld de NietCommercieel muziek weglaten?

Inderdaad, als je Creative Commonsmuziek (creativecommonsmuziek?) gebruikt, heb je niets te maken met Buma/Stemra. (Er vanuit gaande dat de muziek echt Creative Commons is natuurlijk.) Maar dat wil niet zeggen dat zomaar alles mag.

CC-licenties hebben toch diverse eisen waar je rekening mee moet houden. Omdat hier de muziek in originele vorm wordt afgespeeld, en dus niet wordt bewerkt, is eigenlijk de enige relevante eis die van commercieel gebruik. Een CC-licentie kan commercieel gebruik namelijk toestaan maar ook verbieden.

De term “commercieel” betekent in dit geval dat de aanbieder van de barbecue direct of indirect financieel voordeel haalt uit de muziek. Als je bv. een concert geeft en toegangskaartjes vraagt, dan is dat commercieel. Met zo’n bedrijfsbarbecue verdient de instelling geen geld lijkt me, dus dan is het geen probleem.

Er zijn natuurlijk altijd grijze gebieden: als klanten of prospects worden uitgenodigd, dan zou je kunnen zeggen dat hier indirect gehengeld wordt naar nieuwe opdrachten en dat zou het commercieel kunnen maken. Maar dat lijkt me nogal vergezocht.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Intellectueel eigendom versus de mededinging

Tweet
13 augustus 2009, 8:02 | Internetrecht | 11 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik las een artikel op jouw site over mededinging en toen kwam het volgende in mij op. In de Europese Gemeenschap is oneerlijke concurrentie/monopolie posities verboden. Maar intellectuele eigendomsrechten zijn ook een vorm oneerlijke concurrentie dan wel (oneerlijke) monopolie posities. Hoe verhouden intellectuele eigendomsrechten zich dan tot het mededingings/monopolie recht? Staat er soms een uitzondering het het EG verdrag dat IE rechten uitzondert van de algemene verboden?

Een intellectueel eigendomsrecht geeft je inderdaad een monopolie. Maar: in de EU is het toegestaan om een monopolie -beter gezegd, een machtspositie in de markt- te hebben. Je mag er alleen geen misbruik van maken. Je mag dus met je auteursrecht verbieden dat iemand je werk gebruikt, of een octrooi inzetten tegen een concurrent die een vergelijkbaar product op de markt brengt. Normaal kun je concurrenten niet verbieden om je productaanbod na te maken of dezelfde dienst te introduceren, maar met een IE-recht kan dat wel. Een verbod eisen is op zichzelf geen misbruik van een machtspositie.

Maak je echter misbruik van je octrooi of auteursrecht, dan kan daar met een beroep op de Mededingingswet of artikel 81 EG-verdrag (bij Europawijd misbruik) tegen worden ingegrepen. De vraag is dan natuurlijk: wat is misbruik? Al in 1966 oordeelde het Hof van Justitie (in het Grundig-Consten arrest) dat IE-rechten gewoon kunnen worden gehandhaafd ondanks het mededingingsrecht. Wel geldt daarbij de belangrijke regel van uitputting: als iets legaal op de markt is gekomen, kan de rechthebbende dit niet meer tegenhouden met een beroep op zijn merk, auteursrecht, octrooi of ander recht. Zo wordt een soort van balans getroffen.

In het kader van octrooien is een en ander verder uitgewerkt in de verordening 772/2004 over technologie-overdracht, die bijvoorbeeld van belang is als je gezamenlijk met een aantal andere bedrijven een technologie-standaard opzet. Zo’n standaard kan de mededinging hinderen (omdat alternatieve technologieën geen kans meer krijgen) maar kan ook erg nuttig zijn. Deze verordening werkt dan ook uit hoe je dit op een legale manier kunt doen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat je iedereen die daarom vraagt een licentie geeft op “reasonable and non-discriminatory” (RAND) voorwaarden. Daarmee wordt willekeur voorkomen, en willekeur kan wijzen op misbruik.

Als je misbruik blijkt te maken van een machtspositie en je IE-rechten spelen daarbij een rol, dan kunnen die IE-rechten worden ingeperkt of kun je worden verplicht deze te licentiëren. Dat ondervond Microsoft in 2007 toen zij werd veroordeeld wegens misbruik van haar machtspositie in de markt voor besturingssystemen. Zij moest verplicht de Application Programming Interfaces (API’s) documenteren en vrijgeven, en de bijbehorende IE-rechten licentiëren zodat anderen deze konden gebruiken. Het is trouwens alweer een tijdje rustig aan dat front, weet iemand waar we staan ondertussen?

Hoe dan ook, misbruik van IE-rechten lijkt een zeldzame zaak in het mededingingsrecht. Dat komt wellicht ook doordat de mededingingsautoriteiten maar beperkte capaciteit hebben en dus niet snel kunnen optreden tegen één auteursrechthebbende die iemand op oneerlijke gronden licenties weigert.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Toegankelijkheid van websites voor gehandicapten

Tweet
11 augustus 2009, 8:25 | Internetrecht | 19 reacties

invaliden-toilet-beneden.pngEen lezer wees me op de schikking tussen warenhuis Target en de National Federation of the Blind in de VS. De laatste had een collectieve rechtszaak aangespannen omdat de webwinkel van Target niet met screenreaders te gebruiken was. In de schikking zijn maatregelen afgesproken om hier een eind aan te maken. En nu is natuurlijk de vraag: kan dat ook in Nederland?

In de VS hebben ze de Americans with Disabilities Act, en in Nederland hebben we een veel grotere mond vol: de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze verbiedt het maken van onderscheid tussen personen op grond van een werkelijke of vermeende handicap of chronische ziekte in bepaalde gevallen. (De tekst van de wet lijkt sterk op de algemene Wet gelijke behandeling, en dat is natuurlijk geen toeval.) Artikel 2 van de Wgbogvhocz biedt in principe een mogelijkheid om concrete maatregelen te eisen:

Het verbod van onderscheid houdt mede in dat degene, tot wie dit verbod zich richt, gehouden is naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen.

Het belangrijkste “excuus” om een aanpassing niet door te voeren is dat de aanpassing “naar gelang de behoefte” moet zijn. Dat wil zeggen, er moet een concrete situatie zijn op grond waarvan de aanpassing nodig is. Dit artikel is geen generieke verplichting om voor alle mogelijke handicaps preventief alvast maatregelen te nemen.

Maar dit artikel, en eigenlijk de hele Wgbogvhocz, geldt maar in een beperkt aantal situaties. Met name is niet genoemd het sluiten van overeenkomsten in het algemeen of het bezoeken van bedrijven. Daarmee is volgens mij deze hele wet niet van toepassing op websites van private partijen (particulieren en bedrijven).

We hebben nog wel artikel 429quater uit het wetboek van strafrecht, dat bepaalt:

Met [hechtenis van ten hoogste 2 maanden of geldboete van de derde categorie] wordt gestraft hij wiens handelen of nalaten in uitoefening van ambt, beroep of bedrijf zonder redelijke grond, ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat ten aanzien van personen met lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap de erkenning, het genot of uitoefening op voet van gelijkheid van rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.

Kort gezegd dus: discriminatie in het sociaal-economisch verkeer op grond van een handicap is strafbaar. En ook het nalaten van bepaalde aanpassingen voor gehandicapten kan een vorm van verboden discriminatie zijn.

Voor zover ik kan nagaan, moet het “handelen of nalaten” hier in dezelfde lijn als hierboven gezien worden: het maken van aanpassingen die “naar gelang de behoefte” van de wederpartij zijn en die in dat geval redelijkerwijs gevergd kunnen worden van de websitebouwer. Wanneer daar sprake van is bij een website, vind ik een hele lastige. Ik zou zeggen, wie niet opzettelijk dingen doet om screenreaders te hinderen zou weinig te vrezen moeten hebben. Ik geloof niet dat je als private partij gedwongen kunt worden om actief accessibility-features toe te voegen aan je site.

Arnoud

of lees de 19 reacties

De (on)geldighed van EULA’s (gastpost)

Tweet
7 augustus 2009, 9:00 | Contracten | 112 reacties

Binnen het softwarewereldje is het gebruikelijk dat de softwaremaker een overeenkomst met de eindgebruiker sluit. Dit is over komen waaien uit Amerika waar deze overeenkomsten EULA’s worden genoemd, wat staat voor “End User License Agreements”. De gebruikelijk weg die door softwaremakers bewandeld wordt, is om tijdens de installatie de inhoud van de EULA te laten zien en zonder een akkoord de vervolgstappen van de installatie te weigeren. De installatie wordt gestart op het moment dat de eindkoper de computer voor het eerst gebruikt.

In andere landen staat de rechtsgeldigheid van EULA’s ter discussie. En dus is het niet verwonderlijk dat Arnoud al een artikel over de rechtsgeldigheid van software-EULA’s heeft geschreven. In dat artikel wordt de EULA een Algemene Voorwaarden jasje aangemeten. Doorgaans is er spraken van één overeenkomst en dan geldt dat de meeste EULA’s vernietigd kunnen worden omdat ze aangeboden worden na de koop.

In een aantal EULA’s wordt echter gemeld dat het gaat om een nieuwe, tweede, overeenkomst die tot stand komt tussen de eind gebruiker en de software maker of de hardware fabrikant. De EULA’s kunnen dan niet vernietigd worden op grond dat ze na de koop zijn aangeboden, maar het probleem van de koper is er niet minder om. De koper mag de software niet gebruiken en de verkoper zal de software niet terugnemen omdat de verzegeling op de CD verbroken is. Dit is aanleiding om te onderzoeken of die tweede overeenkomst wel geldig is.

De wetgever heeft niet alleen eisen gesteld aan de toepasbaarheid van algemene voorwaarden, maar ook eisen gesteld aan de totstandkoming van overeenkomsten. Het hangt van de artikelen 3:33 en 3:35 BW af of er een geldige overeenkomst is gesloten. Als de koper zich op de eerste beroept dan kan de fabrikant dat te niet proberen te doen door een beroep op het laatste artikel te doen.

Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. (art. 3:33 BW)

Het is niet voor niets dat een overeenkomst ook wel eens een wilsovereenkomst wordt genoemd. Wie een overeenkomst sluit, moet dit wel uit eigen vrije wil doen. De koper kan aanvoeren dat hij deze overeenkomst eigenlijk niet had willen sluiten, maar daar toe gedwongen wordt gezien het alternatief. Dus zal menigeen iets te haastig concluderen dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. De softwaremaker heeft echter nog een ontsnappingsartikel:

Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil. (art 3:35 BW)

De wetgever is een ambtenaar dus dit artikel is een beetje lastig te lezen. Het artikel komt hier op neer dat wanneer iemands verklaring of gedraging redelijkerwijs mocht worden opgevat als zijnde gedaan met de wil om rechtsgevolg te hebben, de andere partij geen beroep meer kan doen op het ontbreken van die wil. Wie “ja” knikt op een veiling, zit daaraan vast ook al bedoelde hij “nee” te schudden. De overeenkomst is in die gevallen dan toch tot stand gekomen.

Nu de softwaremaker de hoofdschuldige is aan de ontstane omstandigheden kan hij geen beroep doen op dit artikel. De softwaremaker had behoren te weten dat hij de koper op deze manier in een onmogelijke positie dwingt. Bovendien mocht de koper er van uitgaan dat de softwaremaker reeds zijn toestemming voor gebruik had verstrekt op grond van dit zelfde artikel. Dit argument kan onderbouwd worden met art. 45i45j van de Auteurswet.

Tenzij anders is overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12, beschouwd de verveelvoudiging, vervaardigd door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van eerder genoemd werk, die noodzakelijk is voor het met dat werk beoogde gebruik. De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.

Wie nu denkt dat de waarde van EULA gelijk is aan de waarde van oud papier heeft het mis. In een Italiaanse zaak oordeelde de rechter oordeelde dat HP de aankoopprijs van de voor-geïnstalleerde software moest vergoeden aan de koper. In de EULA stond namelijk dat dit een overeenkomst betrof tussen de fabrikant en de gebruiker van de software. En dat als hij deze overeenkomst niet wenste te sluiten recht had op zijn geld terug. En ook naar Nederlandsrecht mag de eind gebruiker conform art. 3:35 BW daar redelijkerwijs van uitgaan: dan had de fabrikant dit product maar niet zo moeten verkopen!

Update: Uit de discussie komt naar voren dat een beroep op art. 3:33 BW niet zal slagen, maar in plaats daarvan een beroep op art. 3:44 lid 1 BW, dat misbruik van omstandigheden tegen gaat, wel kans van slagen heeft. Tevens is de verwijzing art. 45i Aw aangepast naar art. 45j Aw.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 112 reacties

“Piratenpartij kan open source ernstige schade toebrengen”

Tweet
4 augustus 2009, 8:37 | Auteursrecht, Innovatie | 42 reacties

Wie het auteursrecht gaat hervormen, loopt het risico daarbij onbedoeld de open source beweging ernstige schade toe te brengen. Dat betoogde Richard Stallman vorige week, hoewel hij het natuurlijk over vrije software had. Specifieke aanleiding was het voorstel van de Zweedse Piratenpartij (de op twee na grootste politieke partij in Zweden) om de duur van het auteursrecht te beperken tot vijf jaar, in plaats van de “levenslang plus zeventig jaar” periode die nu geldt.

Open source licenties zoals de GPL zetten het auteursrecht op zijn kop. Het is juist wél toegestaan werken te verspreiden, te gebruiken en openbaar te maken. Ook mag je de werken aanpassen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Maar er zit wel een specifieke eis bij: breng je wijzigingen en uitbreidingen op open source op de markt, dan moet je deze zelf ook weer open source maken.

Het is nu juist die eis die in gevaar komt als het auteursrecht wordt veranderd zoals de Piratenpartij wil. Immers, die eis kan alleen worden afgedwongen via het auteursrecht, omdat het aanpassen en verspreiden van een werk toestemming van de maker behoeft. Die toestemming is in de GPL alleen gegeven aan mensen die het aangepaste werk onder de GPL verspreiden. Wie aanpassingen op een andere manier verspreidt, pleegt dus inbreuk op het auteursrecht.

Maar als een werk al na vijf jaar in het publiek domein valt, kan er geen sprake meer zijn van inbreuk op auteursrechten. De GPL-eis wordt dan onafdwingbaar en allerlei partijen kunnen de software ‘kapen’. Waarschijnlijk is dit niet de bedoeling van de Piratenpartij, schrijft Stallman, maar hier moet wel een oplossing voor komen.

Ik vraag me echter af of er werkelijk een tegenstelling is tussen de doelstelling van de Piratenpartij en Stallman. Beiden hebben volgens mij hetzelfde doel: werken beschikbaar laten zijn voor iedereen, en iedereen in staat stellen om daar vrij mee aan de slag te gaan.

Stallman’s oplossing is in feite een beter uitgewerkte oplossing dan “het wordt publiek domein”, omdat in zijn voorstel (de GPL) niet alleen rechten maar ook plichten voor gebruikers staan. Het traditionele publiek domein heeft namelijk één nadeel: wie eruit put, heeft alleen voordelen en geen nadelen. Dit levert de bekende tragedy of the commons op, waarbij iedereen pakt wat hij wil en niemand iets teruggeeft. De GPL verplicht teruggeven en omzeilt daarmee dit probleem.

Misschien wordt het dan ook tijd om een aantal eisen aan het publiek domein toe te voegen? Een digitale kopie in een open gestandaardiseerd formaat dient beschikbaar te zijn, bijvoorbeeld? Geen idee hoe je dat af zou kunnen dwingen, maar zo voorkom je wel het probleem dat werken opgesloten raken terwijl ze publiek bezit zouden moeten zijn.

Arnoud

of lees de 42 reacties

Mag de baas privée-mail op het werk lezen?

Tweet
1 augustus 2009, 8:02 | Privacy | 13 reacties

Een lezer mailde me:

Ik stuur een e-mail naar een kennis bij een groot bedrijf. Heeft de meerdere binnen dat bedrijf recht om mijn e-mail aan die persoon te lezen? En zo ja, gaat dit ook op als ik specifiek in het onderwerp “privé” zet?

Privacy bestaat ook op het werk. Een manager mag niet zomaar de mails van werknemers gaan lezen, daar zal een dringende reden voor moeten zijn.

Een reden kan zijn dat de werknemer ziek, overleden of ontslagen is. Maar, zoals ik bij dat blogbericht al schreef, je mag dan wel in de mailbox kijken, maar je moet wel heel zorgvuldig zijn met wat je aantreft.

Als het onderwerp van een mail al aangeeft dat deze privé is, dan zou ik zeggen dat de manager die eigenlijk gewoon niet mag lezen. Hoewel, dit is recht dus er zijn altijd uitzonderingen. Ok, niet, tenzij een heel dringende reden waarbij zo goed als zeker is dat die mail iets belangrijks voor het bedrijf bevat. Al zou ik niet weten wat.

Het beste is en blijft om het privéadres van de medewerker te gebruiken voor privézaken. Wat volgens mij vandaag geen probleem meer zou moeten zijn; of zijn er nog bedrijven die Hotmail, Gmail en dergelijke blokkeren?

Arnoud

of lees de 13 reacties
« Vorige Pagina
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress