Hoe bescherm ik mijn idee tegen mijn programmeur?

Tweet
17 september 2009, 8:39 | Contracten | 23 reacties

Een lezer vroeg me:

Al een tijd werk ik aan een internetspel. Het concept is uniek en de uitwerking heb ik in de vorm van schetsen en een draaiboek. Maar nu moet de site worden gebouwd, en daar heb ik een designer/programmeur voor nodig. Alleen: ik ben bang dat die er vandoor gaan met mijn idee. Hoe kan ik dit spel nu vastleggen zodat dit niet mogelijk is?

Een idee, zoals een spelconcept, is moeilijk te beschermen. Hoe verder het is uitgewerkt, hoe meer bescherming mogelijk is. In dit geval is er een duidelijke uitwerking: schetsen van het spelverloop en een draaiboek met spelregels en andere concrete zaken. Dat is waarschijnlijk wel genoeg om auteursrecht te kunnen claimen op het spel. En daarmee kan de vraagsteller anderen verbieden het idee te kopiëren.

Of beter gezegd, verbieden zijn uitwerking te kopiëren. Want als die ander het idee achter dat spel neemt en daar zijn eigen draaiboek bij maakt, is dat geen inbreuk op het auteursrecht. Ideeën zijn vrij, ook als je het idee tegenkwam in een auteursrechtelijk beschermd werk. Wel moet je als overnemer natuurlijk uitkijken dat je werkelijk het idee en niet de uitwerking overneemt.

Als je iemand inhuurt om werk voor de realisatie van het spel te doen, is er meer mogelijk. Je kunt dan in het contract vastleggen dat hij geheimhouding over het spelconcept zal betrachten, dat de realisatie jouw eigendom wordt en bovendien dat hij geen concurrerende spellen zal ontwikkelen gedurende een zekere periode. Natuurlijk is de andere partij vrij om die eisen af te wijzen, maar dan krijgt hij de opdracht niet. En tekent hij wel, dan zit hij er aan vast.

Arnoud

of lees de 23 reacties

Mag een site mij zomaar verbannen?

Tweet
16 september 2009, 8:14 | Internetrecht | 29 reacties

Een lezer vroeg zich af:

Welke wettelijke regels gelden er voor het ‘bannen’ of blokkeren van bepaalde bezoekers? Kun je zomaar iedereen weigeren, of zul je een geldige reden moeten aandragen voordat je een IP-adres mag blokkeren of account mag opzeggen?

Hier zijn ben ik bang geen duidelijke regels voor. Het zal afhangen van het soort site en de mate van openheid voor anderen. Hoofdregel is dat een site-eigenaar zelf mag bepalen wat hij doet met zijn site (of blog of forum of wat dan ook). Maar als je bepaalde verwachtingen wekt bij bezoekers, dan kun je daaraan gehouden worden. En als je mensen lid laat worden en een registratie met gebruiksreglement laat doorlopen, dan zit je zelf natuurlijk ook vast aan wat in dat reglement staat.

Als er een geldige reden is, dan mag je natuurlijk mensen blokkeren of verwijderen. Maar als er geen reden is, zou ik zeggen dat je zeer terughoudend moet zijn voordat je een IP-ban uitdeelt. En nee, “ik had hoofdpijn dus vette pech voor deze meneer” is geen geldige reden. Vind je iemands gedrag irritant, deel dan altijd eerst een waarschuwing uit. Je hebt daarna dan immers de reden “luistert niet naar waarschuwingen” en die lijkt me in principe geldig.

In het MultiMediaMachines-arrest werd bepaald dat je de gebruiker van een forum niet zomaar zonder reden kunt verwijderen. En belangrijker, als je iemand verwijdert en je meldt op het forum waarom, dan zal die reden wel moeten kloppen. In die zaak bleek de reden onjuist, en de gebande persoon kon dus eisen terug te mogen komen.

Stelling van de dag: hoe groter/belangrijker een site, hoe terughoudender een beheerder moet zijn met het verwijderen van personen. Die ontzeg je daarmee immers een belangrijk platform voor hun mening, en dat kun je niet zomaar maken.

Arnoud

of lees de 29 reacties

TROS Radar hoeft forumdraad over “boevenbende” niet op te schonen

Tweet
15 september 2009, 8:39 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 11 reacties

trosradar-boevenbende.pngTros Radar hoeft op haar forum de discussies over een controversiële websitebouwer niet op te schonen. Hoewel daarbij zware woorden vielen (”oplichter”, “boevenbende” of “bandieten”), was het uit de context duidelijk dat mensen daar stoom afblazen. En gezien de achtergrond van het bedrijf zijn de uitlatingen niet onrechtmatig. Dat vonniste de Amsterdamse kortgedingrechter vorige week.

Het bedrijf noemde de discussies op het Radar-forum een “hetze” met als enige doel haar bedrijf kapot te maken. Maar daarvan was geen sprake volgens de rechter:

Bij nadere beschouwing van de inhoud van de berichten en gezien het aantal, ook in andere media geuite, klachten moet immers worden geconcludeerd dat het gaat om reële klachten, die zich stelselmatig voordoen. Weliswaar zijn de op het Forum geplaatste berichten anoniem, althans zijn de namen van de afzenders door Proximedia niet te traceren, maar de verhalen staan in een zodanige context dat ze authentiek aandoen en dat niet aannemelijk is dat ze van niet klanten of van concurrenten afkomstig zijn.

Het gaat er bij een beoordeling als deze dus niet om of de berichten werkelijk waar zijn (dat is immers niet of nauwelijks na te gaan) maar of de klachten authentiek overkomen. Dat is een belangrijke voor forumbeheerders: die kunnen immers ook vaak niet weten of een klacht over een bedrijf echt is. Deze overweging speelde ook mee in de beslissing om het Trendylaarzen-vonnis om te keren, omdat “Trendylaarzen tenminste de schijn van oplichting tegen had”.

Er werd dus met harde woorden gegooid, maar dat acht de rechter begrijpelijk:

[Uit de context] blijkt dat de desbetreffende termen zijn gehanteerd door mensen die zich ernstig gedupeerd voelen, in het vuur van de discussie. Onder die omstandigheden moet het bezigen van dergelijke termen anders worden beoordeeld dan bijvoorbeeld in een journalistiek artikel, een juridische context of een consumentenonderzoek. De gehanteerde termen moeten in dit geval niet al te letterlijk worden genomen.

Wel wordt de Tros gemaand om actiever op te gaan letten en haar huisregel (”houd het forum beschaafd, informatief, aangenaam en interessan”) strakker te gaan handhaven door moderatie achteraf. Ook krijgt ze de hint mee dat ze over een tijdje moet gaan kijken of de reputatie van het bedrijf verbeterd is. Zo ja, dan zou het topic kunnen worden gearchiveerd of opgeschoond. Immers:

Als er daadwerkelijk verbetering in de werkwijze optreedt is het in het belang van Proximedia en haar medewerkers om niet tot in lengte van jaren met oude klachten te worden geconfronteerd.

Op zich een terechte. Je ziet immers soms jaren oude klachten als je zoekt op een bedrijf, en dat kan tot verkeerde beeldvorming leiden waar niemand mee gebaat is.

Al met al een mooie uitspraak, ik begon me al ernstig zorgen te maken over de positie van forumbeheerders na uitspraken zoals bij Trendylaarzen en Mininova.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Linkedin versus het relatiebeding

Tweet
14 september 2009, 8:58 | Internetrecht | 10 reacties

linkedin-connecties-contacten.pngEen lezer mailde me:

Linkedin lijkt in veel opzichten op het visitekaartjesboek dat iedere commerciële man vroeger bijhield. Niets zo handig als je klanten en relaties daarin bijhouden. Maar wat nu als je weggaat bij je huidige bedrijf, moet je dan je Linkedin-profiel opschonen? Of kan je baas zelfs eisen dat je het profiel moet opheffen?

Veel arbeidscontracten hebben een zogeheten relatiebeding, een clausule die je verbiedt om gedurende een zekere tijd met relaties (klanten of opdrachtgevers) van je werkgever in zee te gaan. Hier zitten grenzen aan, maar in principe mag een werkgever zo’n eis stellen. Wel moet het relatiebeding schriftelijk afgesproken zijn (art. 7:653 BW).

Het lijkt mij dat als je afspreekt je “oude” relaties niet meer te benaderen na ontslag, je dat ook niet via Linkedin (of Hyves of Xing of Facebook) mag doen. Het technisch middel doet er niet toe, waar het om gaat is wat jij als ex-werknemer doet: probeer je oude relaties mee te nemen naar je nieuwe werk? Zo ja, dan overtreed je het relatiebeding.

Natuurlijk wil contact via Linkedin niet automatisch zeggen dat je ze weghaalt bij je ex-werkgever of opdrachten bij ze probeert los te krijgen. Koen Roozen wijst er bij Ikki bijvoorbeeld op dat “een online profiel updaten iets heel is anders dan het ‘actief en stelselmatig benaderen van zakelijke relaties’.” Je status aanpassen bij Linkedin, of je nieuwe werkgever in je profiel zetten, lijkt me nog geen overtreding.

Maar afhankelijk van hoe het beding is geformuleerd, kan zo’n contact toch een overtreding van het relatiebeding zijn. Iedereen een mailtje sturen met de mededeling dat je weg bent maar bij je nieuwe werk dezelfde kwaliteit werk wilt leveren zou ik bijvoorbeeld riskant vinden. De ondertoon is “kom met me mee” en dat is nu net wat een relatiebeding bedoelt tegen te houden.

Bouw je dus tijdens een dienstverband een Linkedin-netwerk op, en heb je een relatiebeding in je arbeidscontract, ga dan goed na of dat netwerk daaronder valt. En zo ja, dan zou ik daar expliciete afspraken over maken met je werkgever. Je zou bijvoorbeeld tegen het einde van je dienstverband kunnen aanbieden dat hij door je netwerk heen mag lopen en zijn belangrijke klanten eruit kan laten halen, zodat hij gerustgesteld wordt dat jij die niet meteen zult benaderen. En als je dat op schrift zet, kan hij achteraf moeilijk nog protesteren als je de rest van je netwerk gaat benaderen.

Update (21:09) in het Financieel Dagblad staat een stuk van Astrid Helstone en Eva Visser (advocaten bij Stibbe) waarin ze onder andere betoogt dat het enkele updaten van een Linkedinprofiel geen schending van een relatiebeding is onder Nederlands recht. Importeren van de CRM-database naar je Linkedinprofiel is daarentegen wel verboden.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Studenten gezocht voor stage bij ICTRecht

Tweet
12 september 2009, 8:33 | Iusmentis | 2 reacties

Heb jij affiniteit met ICT en ben je in staat om juridische analyses te vertalen naar concreet advies voor ondernemers? Dan willen wij je graag een stageplaats bij juridisch adviesbureau ICTRecht in Amsterdam aanbieden. ICTRecht is dé specialist als het gaat om juridisch advies op het gebied van ICT. Wij leveren ondernemers van groot tot klein advies waarmee ze direct aan de slag kunnen. Dankzij onze technische en juridische achtergrond zijn wij in staat om elk ICT- of internetvraagstuk juridisch te analyseren.

Wij hebben ruimte voor één of twee studenten die een juridische ICT-casus willen uitzoeken. Wij zijn allereerst op zoek naar een student die de jurisprudentie rond domeinnaamgeschillen in kaart wil brengen (zoals hier). Doel hiervan is het vertalen van de vele uitspraken van de afgelopen jaren naar een concreet document waarmee ondernemers en merkhouders hun kansen kunnen inschatten. Het document wordt op internet gepubliceerd.

Daarnaast willen wij graag enkele ‘wizards’ ontwikkelen voor het genereren van privacystatements en compliance documenten voor bijvoorbeeld de Wet Koop op Afstand. Dit betekent het vertalen van wet- en regelgeving naar stroomdiagrammen en beslisbomen om snel in concrete situaties tot een advies te kunnen komen.

Heb je zelf een voorstel voor een innovatieve ICT-klus, dan horen we graag van je!

De stageperiode is twee tot drie maanden. Je ontvangt een stagevergoeding van 500 euro per maand. Wij zijn gevestigd in Amsterdam (Panamalaan 6b). Tijdens je stage draai je actief mee met het bedrijf en krijg je de gelegenheid met klanten te werken.

Voor meer informatie over deze vacature, neem contact op met Arnoud Engelfriet of bel 0251-501000.

of lees de 2 reacties

Opzegtermijn van een dienstverlening op afstand (2)

Tweet
11 september 2009, 8:41 | Contracten, Webwinkels | 11 reacties

Een lezer had via internet een telefonieabonnement afgesloten, maar na het lezen van de bevestigingsbrief wilde hij er toch maar weer vanaf. Geen punt zou je zeggen, bij diensten op afstand kun je binnen zeven werkdagen opzeggen immers. Dat deed de lezer dan ook, maar het bedrijf accepteerde dit niet:

De wettelijke herroepingstermijn is zeven werkdagen vanaf de dag dat u de overeenkomst sloot, oftewel de dag dat u op “Bestellen” klikte op onze website. U bent daar zeker een week overheen, dus u kunt hier geen gebruik meer van maken.

De klacht dat hij de brief pas na die zeven werkdagen in huis had gekregen, mocht niet baten. Volgens de wet is het zeven werkdagen na klikken op “bestellen”, en wanneer de brief komt maakt niet uit. Aldus het bedrijf.

Nou, dat is dus fout.

In art. 7:46i BW staat: “[bij een dienst op afstand] lopen de in art. 46d lid 1, 1e en 2e volzin, bedoelde termijnen vanaf het sluiten van de overeenkomst”. Die twee zinnen gaan over de hoofdregel van het herroepingsrecht bij een koop op afstand: zeven werkdagen na ontvangst van het bestelde.

De hoofdregel is bij diensten dus: zeven werkdagen vanaf het sluiten van de overeenkomst. En dat zie je ook overal terug: in voorlichtingsbrochures over koop op afstand en in vonnissen (zoals deze of deze).

Maar 7:46d lid 1 kent nog een derde volzin, en die lijkt niemand ooit gelezen te hebben:

De eerste zin is van overeenkomstige toepassing vanaf de voldoening binnen de in tweede zin bedoelde termijn aan alle in art. 46c lid 2 gestelde eisen.

En deze volzin is ook van toepassing op diensten op afstand. Eén van de eisen uit art. 7:46c lid 2 BW is dat er een brief gestuurd moet worden met daarin informatie over het herroepingsrecht. Vanaf het moment van ontvangst van die brief loopt er dus ook een zevenwerkdagentermijn!

Oftewel, een dienstverlener kan het herroepingsrecht niet weigeren als iemand binnen zeven werkdagen na de bevestigingsbrief aangeeft de overeenkomst te willen annuleren.

Het zou ook wel een beetje raar zijn als verkopers wel en dienstverleners niet gestraft zouden worden voor het laat sturen van de bevestigingsbrief.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Gebruiksvergoeding bij ontbinding koop op afstand verboden

Tweet
10 september 2009, 8:43 | Contracten, Webwinkels | 25 reacties

Als je een koop op afstand annuleert, mag het bedrijf geen gebruiksvergoeding of andere kosten in rekening brengen voor de periode dat je het product hebt kunnen gebruiken. Alleen de kosten van het terugzenden (zeg maar de postzegels) kan hij voor jouw rekening laten. Dat bepaalde het Europese Hof van Justitie in haar arrest in zaak C‑489/07 vorige week.

In deze uit Duitsland afkomstige zaak had een consument een (tweedehands) laptop gekocht bij een bedrijf. Na zo’n acht maanden(!) bleek deze kwalitatief onder de maat. De consument beriep zich op zijn herroepingsrecht, en dat mocht omdat het bedrijf vergeten was de brief met informatie daarover mee te sturen. Bij ons heb je dan drie maanden vanaf de datum van koop, in Duitsland is die periode oneindig totdat die brief eindelijk eens komt.

Het bedrijf accepteerde op zich wel dat ze de laptop terug moest nemen, maar rekende wel een vergoeding van 316,80 EUR voor de acht maanden gebruik van de laptop (let wel: aanschafprijs 278 euro). De consument stapte daarop naar de rechter, die het Europese Hof erbij haalde omdat de wet immers zegt

Aan de consument kunnen, voor de uitoefening van zijn herroepingsrecht, ten hoogste de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen worden aangerekend.

Net als in het Quelle-arrest uit 2008 (over gebruiksvergoeding bij reparatie) oordeelt het Hof hier dat er geen gebruiksvergoeding mag worden gevraagd wanneer iemand een wettelijk recht tot ontbinding inroept. Een recht is een recht, en geld vragen als iemand dat uitoefent is -ongeacht de reden voor dat geld- in feite een beperking van dat recht. Daarom oordeelt het Hof:

Ook zou afbreuk worden gedaan aan de doeltreffendheid en effectiviteit van het herroepingsrecht, wanneer de consument enkel vanwege het feit dat hij het middels een overeenkomst op afstand verworven goed heeft gekeurd en uitgeprobeerd een compenserende vergoeding zou moeten betalen. Aangezien het herroepingsrecht nu juist tot doel heeft de consument deze mogelijkheid te bieden, mag het feit dat hij hiervan gebruik heeft gemaakt niet tot gevolg hebben dat de consument dit recht enkel kan uitoefenen op voorwaarde dat hij een vergoeding betaalt.

Het Hof laat de deur op een klein kiertje staan: als blijkt dat de consument bijvoorbeeld te kwader trouw zaken koopt bij webwinkels of zich schuldig maakt aan ongerechtvaardigde verrijking, dan zou een compensatie voor de webwinkel wel kunnen. Denk bijvoorbeeld aan situaties dat een consument zegt: “oh, ik wil alsnog korting anders ontbind ik het contract” of als iemand op zijn Hyves zet dat hij gratis een week in een dure jurk heeft kunnen lopen.

Op zich een terecht vonnis, hoewel ik me wel afvraag hoe relevant het voor Nederland is. Omdat de meeste webwinkels wel zo’n brief meesturen, zal het in de meeste gevallen gaan over zeven werkdagen gebruiksrecht. Wat voor vergoeding zou je daarvoor kunnen vragen? Bij de driemaandentermijn (als er geen of geen kloppende brief is meegestuurd) is het iets waarschijnlijker maar nog steeds vraag ik me af wat een reële vergoeding zou kunnen zijn.

Arnoud

of lees de 25 reacties

EU-land mag online gokken verbieden

Tweet
9 september 2009, 8:19 | Internetrecht | 14 reacties

Een nationale overheid mag bedrijven verbieden om kansspelen op internet aan te bieden, meldde Nu.nl dinsdag. Het Europees Hof van Justitie heeft dat dinsdag bepaald in haar arrest C‑42/07 waarin een gokbedrijf de Portugese overheid verweet het vrij verkeer van diensten te hinderen.

Het EU-verdrag bepaalt echter dat lidstaten het vrij verkeer van diensten wel degelijk mogen beperken, mits ze dit doen voor een legitiem doel en de beperking ook nog eens het meest gepast (proportioneel) is om dat doel te bereiken. Bij gokken is dat doel meestal het bestrijden van gokverslaving, maar de Portugese regering betoogde dat haar staatsmonopolie bedoeld was om gokgerelateerde misdrijven zoals fraude en oplichting te kunnen bestrijden. Bij het staatscasino zul je niet worden opgelicht, zeg maar.

Het Hof accepteert deze redenering:

[T]he fight against crime may constitute an overriding reason in the public interest that is capable of justifying restrictions in respect of operators authorised to offer services in the games-of-chance sector. Games of chance involve a high risk of crime or fraud, given the scale of the earnings and the potential winnings on offer to gamblers.

En vanwege dit hoge risico heeft de staat een zwaarwegend belang om de goksector te reguleren. Het instellen van een monopolist is een acceptabele manier om die regulering uit te werken, aldus het Hof. Zo kan men toezicht houden en de burger garanderen dat er geen fraude of oplichting plaatsvindt.

Gevolg daarvan is wel dat ook internetcasino’s van buitenlandse bedrijven onder het verbod mogen vallen. Want wil je een monopolie bieden, dan moet je ook internetconcurrenten tegenhouden. En dat mag.

Wat betekent dit nu voor Nederland? Die legt de nadruk bij haar rechtvaardiging meer op gokverslaving, iets waar de Europese Commissie over viel in maart vorig jaar nog over viel: je kunt moeilijk volhouden dat je gokverslaving bestrijdt als het land vol hangt met reclames voor Holland Casino en de staatsloterij.

Met dit arrest staat de regering nu iets sterker, hoewel het geen uitgemaakte zaak is: het Hof zegt dat het mág, maar uiteraard blijft wel de eis gelden dat je effectief beleid moet uitvoeren om gokgerelateerde misdaad of gokverslaving te bestrijden.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Aansprakelijk voor de website van je kind?

Tweet
8 september 2009, 8:22 | Auteursrecht, Aansprakelijkheid | 38 reacties

U herinnert zich misschien nog de Cruijffclaim-zaak, over een vijftienjarige voetbalenthousiasteling die een foto van Johan Cruijff op zijn site opnam en uiteindelijk € 2.420 schadevergoeding en € 1.647,93 aan proceskosten moest betalen. Nou had deze jongen dat geld niet, en gesprekken over een mogelijke betalingsregeling liepen ook op niets uit. De jurist van de fotograaf, Luc Verkoren, nam toen een opmerkelijke stap: klaag de ouders aan.

Immers, ouders zijn toch aansprakelijk voor wat hun kinderen doen? Nou ja, ongeveer. De wet (art. 6:169 BW) zegt dat als iemand minstens veertien maar nog geen zestien jaar is, de ouders aansprakelijk zijn voor zijn handelen

tenzij [de ouders] niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet.

Dat wil zeggen, je bent als ouder van een veertienplusser niet per definitie aansprakelijk (voor een veertienminner wel). Je bent pas aansprakelijk als blijkt dat jij als ouder in had moeten grijpen maar dat hebt nagelaten. En de bewijslast ligt bij jou als ouder: jij moet bewijzen dat je niet in had moeten grijpen, oftewel dat dit gedrag van het kind binnen zijn normale vrijheid valt en daarom alleen de schuld van het kind is.

De kantonrechter legt in het vonnis (PDF, 1.8MB) uit waarom hij dat niet het geval acht bij een website die het kind zelf onderhoudt:

Het gaat kennelijk om een handige jongen - zoals zoveel kinderen tegenwoordig zeer handig zijn in het omgaan met internet en alles wat met computers te maken heeft - die op deze wijze zijn liefhebberij mede vorm geeft. Dat is tegenwoordig niets bijzonders. Er zijn veel kinderen van (ongeveer) deze leeftijd die een website hebben. Het onderwerp van de site -voetbal- is onschuldig: volstrekt normaal voor een jongen van 15 jaar.

Nu bleek de site een KvK-registratie te dragen. Dus toch commercieel, zou je zeggen. Dit was echter het gevolg van sponsoring door een enthousiaste kennis die de site (”leuk initiatief”) via zijn bedrijf wilde steunen.

Daarna las ik nog een voor veel vaders herkenbare verzuchting:

[De vader] heeft verklaard dat zijn zoon veel meer van computers afweet dan hij en dat hij geen bemoeienis met de site had en heeft.

Mede gezien die omstandigheid ziet de rechtbank geen reden om de ouders aansprakelijk te houden voor deze inbreuk. De vrijheid om een website te bouwen is voor een vijftienjarige “normaal” en de ouders zijn “niet tekort geschoten in hetgeen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze van hen kon worden gevergd.”

De claim richting de vijftienjarige blijft gewoon staan; de komende twintig jaar (de verjaringstermijn voor vorderingen uit vonnissen) zal dat geld er dus moeten komen - uit zijn zakgeld, wel te verstaan.

Arnoud

of lees de 38 reacties

Opt-out: zo moet het dus niet!

Tweet
7 september 2009, 8:40 | Internetrecht | 69 reacties

Per 1 oktober worden zakelijke mailings aan banden gelegd. Commerciële, ideële en charitatieve mails aan zakelijke e-mailadressen mogen dan alleen nog met voorafgaande en ondubbelzinnige toestemming. Jaja, zult u denken, dat wisten we allemaal al (waarom het 1 oktober moest worden in plaats van de toegezegde 1 juli weet ik nog steeds niet).

Dat het adressenbestand van allerlei mailinglijsten nu opgeschoond moet worden, begint ondertussen bij veel bedrijven ook door te dringen. Maar lang niet iedereen lijkt door te hebben dat je expliciet toestemming moet vragen. Stilzwijgen is geen toestemming. Lijkt mij logisch, maar toch zie ik (via diverse lezers, waarvoor dank) regelmatig mails als de volgende:

Ja, ik wil in de toekomst op de hoogte gehouden worden: klik hier.

Nee, ik wil in de toekomst niet op de hoogte gehouden worden: klik hier.

Na het maken van uw keuze ontvangt u per omgaande een bevestiging per e-mail. Mochten wij voor 15 september geen reactie van u hebben ontvangen, dan gaan wij ervan uit dat u onze berichten op prijs stelt.

Mooi is dat. Ik ga er vanuit dat deze lezer een spamklacht indient bij de OPTA na 1 oktober en dat dat zal leiden tot een leuke boete.

En het is “er vanuit“.

Arnoud

of lees de 69 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress