Eigendom van een weblog, volgens de CAO

30 november 2009, 8:45 | Auteursrecht, Contracten | 13 reacties

labor-werk-werknemer-arbeid-arbeidsovereenkomst.pngVan wie is deze blog eigenlijk, vroeg biblioblogger Gerard Bierens zich afgelopen week af. Hij was bij een seminar geweest waar was verkondigd dat “alle materiaal wat door de medewerkers geproduceerd wordt, of dat nu gebeurt onder werktijd of op de camping” eigendom zou worden van de HBO-instelling waar men werkzaam was. Dit zou zo in de HBO-CAO (Sinterklaastip: dat rijmt) vermeld staan. Dus kan een in vrije tijd onderhouden weblog dan toch ineens van de onderwijsinstelling zijn?

De tekst van de CAO (zipfile) vermeldt hierover

Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom
De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
  • het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
  • het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
  • het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet
komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Dit lijkt sterk op de regels die al in artikel 7 van de Auteurswet zelf staan, namelijk dat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

De vraag wanneer nu sprake is van “het vervaardigen van bepaalde werken”, is een lastige. Er zijn twee makkelijke situaties: (1) het behoort tot je taakomschrijving dat je die werken zult maken, en (2) je krijgt een specifieke opdracht om die werken te maken. Maar hier is de situatie niet zo makkelijk: er is geen opdracht gegeven om te bloggen, er staat niets in het arbeidscontract over bloggen maar de blog heeft wel enige binding met het werk. En misschien wordt er wel eens geblogd onder werktijd. Dat geeft een groot grijs gebied.

Het is dan verstandig om aanvullende afspraken te maken. Dat kan individueel (als bijlage bij je arbeidsovereenkomst) maar ook collectief. Het is dus op zich rechtsgeldig om in een CAO te bepalen waar de auteursrechten komen te liggen. Echter, het criterium “ten behoeve van de werkgever” is wel erg breed, breder dan wat de Auteurswet zelf bepaalt in ieder geval. Alles dat positief afstraalt op de werkgever kan wel ten diens behoeve zijn.

In februari hadden we een vergelijkbare discussie over de TU/e, waarin mij verweten werd “alleen maar vanuit de student” te redeneren bij de vraag of de TU/e auteursrechten van studenten kan opeisen bij het inschrijvingsformulier. Immers -en ik citeer Alfons Laudy van Octrooicentrum Nederland: “Voor de universiteiten is van belang dat het onderwijs hanteerbaar blijft. En dat komt bij projectonderwijs onder druk te staan als de rechten van (deel)uitvindingen bij studenten liggen.”

Door alle rechten bij de instelling te leggen, blijft het inderdaad allemaal zeer hanteerbaar voor die instelling. Maar een zo algemene regel doet geen recht aan de situatie van vandaag waarin werknemers en studenten steeds meer werken zelf publiceren naast hun dienstverband. Het is eenvoudigweg niet meer redelijk om als instelling of werkgever alles toe te eigenen (met hooguit “er kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt” want de bureaucratie is daar niet op ingesteld en de onderhandelingspositie van de werknemer te zwak). Een regeling zoals deze HBO-CAO verdient een expliciete uitzondering voor bloggen en andere duidelijk eigen activiteiten.

Arnoud

of lees de 13 reacties

Nieuw op Ius mentis: Geschiedenis van het auteursrecht

28 november 2009, 8:34 | Iusmentis | 4 reacties

Het auteursrecht van vandaag heeft zijn basis in de 19e eeuw. Maar ook daarvoor waren er al diverse juridische rechten voor auteurs en vooral voor uitgevers van werk. Met name de boekdrukkunst heeft economische rechten voor deze partijen een impuls gegeven. Met dank aan juriste Amanda van Rij heb ik eindelijk eens een stuk online dat ingaat op deze vroege geschiedenis.

Het auteursrecht vindt zijn oorsprong in het kopijrecht/drukkersprivilegerecht, dat is ontstaan in de tijd waarin het mogelijk werd om originele creaties, zoals handschriften en later muziekwerken, veelal middels kostbare apparatuur, zoals drukpersen, te vermenigvuldigen. Dit oorspronkelijke kopijrecht benadrukte met name het economische belang van de bescherming van het recht tot verveelvoudigen van originele geestelijke creaties, dat meestal door de drukker-uitgever van de auteur werd gekocht.

Bij de omzetting van het kopijrecht naar auteursrecht in het begin van de 19de eeuw werd het eigendomsrecht van de oorspronkelijke auteur meer benadrukt. Over het algemeen wordt het bestaan van het kopijrecht en het daarvan afgeleide auteursrecht onderbouwd vanuit dit “natuurlijke” eigendomsrecht (the natural rights argument) van de auteur, maar ook vanuit de gedachte dat de creaties ten behoeve van de samenleving (the utilitarian argument) en de economische ontwikkeling (the economic argument) dienen te worden aangewend.

Lees verder in Geschiedenis van het auteursrecht op Ius mentis.

Arnoud

of lees de 4 reacties

“Roken schaadt de garantie”

27 november 2009, 8:54 | Contracten | 20 reacties

sigaret-apple-appel.pngApple trekt de betaalde garantie voor Macs in als blijkt dat er in de buurt van de computer is gerookt, want reparatie is volgens Apple dan te ongezond, zo stond op Webwereld. Amerikaanse site Consumerist had een aantal klachten verzameld van rokende Macgebruikers die hun reparatie geweigerd zagen:

Did you know, that smoking isn’t good for your computer, either? It’s true, at least according to Apple. Two readers in different parts of the country claim that their Applecare warranties were voided due to secondhand smoke. Both readers appealed their cases up to the office of God Steve Jobs himself. Both lost.

Kan dat zomaar? Ik denk dat je van een iPhone mag verwachten dat deze ook werkt als de gebruiker een roker is. Het zou dus tegen de conformiteitseis zijn als een apparaat daardoor stukgaat. Oftewel Apple moet dan gratis repareren of vervangen.

Maar het lijkt erop dat het argument niet zozeer is dat het apparaat niet tegen rook kan: het is de reparateur die niet tegen rook kan. Of beter gezegd, Apple wenst haar reparateurs te beschermen tegen meeroken en wil ze dus niet verplichten een naar rook stinkend apparaat te repareren.

Natuurlijk is het zo dat je als werkgever een veilige omgeving moet creëren voor je werknemers, en ook meer algemeen ervoor moet zorgen dat je werknemers niet nodeloos in gevaar moeten komen. In Nederland hebben we ook nog artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, dat eist dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Op grond daarvan zou je kunnen eisen dat de reparatieruimte vrij blijft van naar rook stinkende apparatuur van klanten. Maar is dat altijd redelijk?

Ik heb de Voedsel- en Warenautoriteit gevraagd hoe dit zit: kun je als werkgever iemand verplichten om met sigarettenrook in aanmerking te komen? Op het gebied van computers schoonmaken is daarover niets bekend, maar het probleem is in het algemeen wel bekend. Veel cafés hebben namelijk een rookruimte, en ook die moet schoongemaakt worden. Zo las ik in het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten deze passage over rookruimten:

Niet-rokers hoeven deze ruimten in beginsel niet te betreden. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn die in de rookruimten werkzaamheden moeten verrichten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan schoonmaak- en onderhoudspersoneel. Ook wanneer zij hun schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden verrichten wanneer er niet wordt gerookt in de rookruimten, dan nog zal er sprake zijn van blootstelling aan tabaksrook.

De werkgever kan een schoonmaker wel degelijk verplichten om de rookruimte te reinigen. Wel dient de werkgever dan alle mogelijke maatregelen te nemen om hinder en overlast te beperken. Bijvoorbeeld dat de werknemer de rookruimte betreedt na openingsuren of als er niet wordt gerookt.

Naar analogie lijkt het me dan ook dat je als reparateur kunt worden verplicht een naar rook stinkende computer schoon te maken. Wel denk ik dat je dan kunt eisen dat er een afdoende afzuiging wordt geplaatst, of dat je buiten mag werken. Of wat je maar kunt doen om die sigarettenstank te vermijden.

Arnoud
Foto afkomstig van Consumerist.

of lees de 20 reacties

Op LEGO passende steentjes namaken mag, mits

26 november 2009, 8:20 | Octrooien, Innovatie | 16 reacties

lego-mega-bloks-blokken-steentjes-nabootsing.pngHet maken van steentjes die op Lego-steentjes passen, is toegestaan. Wel moet je daarbij zo veel mogelijk je best doen om te zorgen dat er geen verwarring kan ontstaan over wiens steentjes het nu eigenlijk zijn. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad (via Boek 9) van vorige week, dat een arrest van het Gerechtshof uit 2007 bevestigt. En ik ben benieuwd of we hier nog een voor ICT relevant aspect uit kunnen slepen.

Een hoofdregel in het recht is dat namaken en imiteren van slimme dingen van anderen toegestaan is. Alleen als er een specifiek recht (zoals auteursrecht, octrooi of merkrecht) aan te wijzen is, komt dat anders te liggen. Je mag dus een slimme verkooptruc of schrijftechniek zomaar overnemen. De Hoge Raad trekt (al jarenlang trouwens) de grens bij ’slaafse nabootsing’, het zonder goede reden heel dicht naast een concurrent gaan zitten met je eigen product of dienst. Je moet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat er gevaar voor verwarring ontstaat.

Nu zijn er tientallen manieren om blokjes te maken die je met elkaar kunt koppelen via knopjes en buisjes, maar er is maar één manier om dat zo te doen dat die blokjes passen op Legoblokjes. En als je die ene manier nadoet, dan is er zeker verwarring mogelijk. Betekent dit dat je dus geen passende blokjes mag maken? Nee, zegt de Hoge Raad:

Onder omstandigheden kan een bij afnemers van de producten bestaande behoefte aan standaardisatie evenwel een rechtvaardiging zijn voor het verwarringwekkend nabootsen van een product

Die verwarring ontstaat immers door de vereiste plaatsing en hoogte van de koppelelementen op de blokjes. Als je die ergens anders neerzet, past het niet meer. Hoewel je nog steeds alles moet doen wat redelijkerwijs nodig is om verwarringsgevaar te voorkomen, is het niet redelijk dat je dan maar niet-passende blokjes moet gaan maken. Als er behoefte is aan passende blokjes, dan mag je die maken.

Zag u het verschil tussen de twee blokjes in het plaatje hierboven trouwens? Volgens de rechtbank, en bevestigd door de Hoge Raad, zijn deze verschillen genoeg om verwarringsgevaar te voorkomen.

Arnoud

of lees de 16 reacties

“Minder openbare” websites bestaan niet

25 november 2009, 8:52 | Meningsuiting | 15 reacties

Semi-openbare websites bestaan per definitie niet, zo ging NRC Handelsblad gisteren kort door de bocht. Het Gerechtshof Amsterdam had namelijk in hoger beroep een man veroordeeld die op Polinco.net discriminerende teksten had achtergelaten. Eerder had de rechtbank hem vrijgesproken omdat lezers niet onverhoeds tegen de uitingen aan zouden kunnen lopen en daarmee de uiting niet als “in het openbaar” te zien zou zijn.

De uitspraak is op zich geen verrassing; al eerder oordeelde ditzelfde Hof dat internetpublicaties per definitie openbaar zijn vanwege de grote reikwijdte van het medium. En in een ander recent arrest werd een afgeschermde Hyve ook als min of meer openbaar aangemerkt.

Het kort-door-de-bocht gaande van NRC zit hem in de “bestaan per definitie niet”: in al deze zaken ging het om publicaties die in principe een onbeperkt publiek kunnen bereiken. Ok, bij die afgeschermde Hyve lag dat wat onduidelijker maar ook daar kon iedere Hyvesvriend bij de tekst. In haar eerder arrest wijst het Hof zelf al op het feit dat “[n]iet gebleken is dat de website bijvoorbeeld met een wachtwoord was beschermd” als aanwijzing dat de website openbaar zou zijn. Dus wat nu als ik de publicatie achter een wachtwoord zet dat alleen enkele kennissen weten? Of een besloten forum met beperkte toegang voor enkele geregistreerde gebruikers?

Arnoud

of lees de 15 reacties

Journalistieke hack van Revu legaal

24 november 2009, 8:08 | Beveiliging, Hacken | 26 reacties

revu-hacken-mailbox.pngDe Revu wordt niet gestraft voor het infecteren van 14.000 computers en het hacken van de mailbox van de geanonimiseerde Staatssecretaris van Defensie, zo las ik gisteren bij Security.nl. De politierechter vond dat het nieuwsfeit dat de mailbox te kraken was, belangrijk genoeg is om de hoofdredacteur vrij te spreken van het strafbare feit. De auteur van het artikel werd ook vrijgesproken, omdat hij niet betrokken was bij het daadwerkelijke inbreken. Hij kreeg de informatie achteraf en maakte daar een artikel van.

Ik heb hier grote moeite mee. Journalisten staan niet boven de wet en hebben niet het recht om 14.000 pc’s te infecteren om daarmee aan te tonen dat een wachtwoord te raden is door die pc’s er lekker veel te laten proberen. Ik heb sterk het vermoeden dat de politierechter onvoldoende rekenschap heeft gegeven van wat er nu feitelijk is gedaan. Als het nieuwsfeit was geweest “Voordeur huis staatssecretaris blijkt met bulldozer te forceren”, dan was het vonnis volgens mij heel anders uitgevallen.

De overwegingen uit het vonnis wijzen er namelijk sterk op dat de rechter zich heeft laten overtuigen door het beveiligingsaspect van de zaak. Immers, zo staat in het vonnis:

Hierbij wordt voorop gesteld dat de vraag of de privé emailboxen van bewindslieden voldoende beveiligd zijn tegen inbraken van buitenaf, op zichzelf een zaak is die het algemeen belang raakt. … Verdachte heeft betoogd dat het plegen van de onderhavige strafbare feiten noodzakelijk was voor de onderbouwing van de stelling in het artikel dat het schortte aan die beveiliging.

Nu wil ik best geloven dat beveiliging van zulke mailboxen op zich een belangwekkend iets is voor journalisten, maar dat betekent nog niet dat elk hackje daarmee nieuwswaardig is. Zeker niet als het hackje gewoon een lompe brute force aanval is. Iedereen weet dat je met genoeg proberen elk wachtwoord weet te raden.

Bovendien -en dit is een juridische blog- lijkt het vonnis me in strijd met wat de Hoge Raad tot nu toe steeds zegt over dit soort “nieuwsmaak”-acties. Zoals ik vorig jaar december blogde, in 1995 luidde het oordeel nog dat een vervalste aanvraag voor een rijbewijs niet onder de vrije nieuwsgaring valt, ook niet als je wilde aantonen dat aanvragen voor een rijbewijs onder valse naam mogelijk zijn (27 juni 1995, NJ 1995/711, niet online). En in december 2006 oordeelde de Hoge Raad hetzelfde in een zaak over een ‘gat’ in het bancaire systeem van automatische incasso.

In die laatste zaak citeerde men instemmend het Gerechtshof, dat had bepaald:

Nu het aan de verdachte ten laste gelegde het doel van zijn onderzoek (publiekelijk bewijs te vergaren voor zijn stellingen) voorbij is geschoten en hem andere, minder verstrekkende methodes ten dienste stonden, oordeelt het hof de jegens verdachte ingezette strafvervolging ter voorkoming van (soortgelijke) strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen, meer in het bijzonder van die van bovenaangegeven (rechts)personen, zowel passend als geboden.

Bij de incassozaak had de journalist een groot aantal incasso-opdrachten verstuurd voor soms substantiële bedragen van rekeningen van volslagen onbekenden. Hij had ook kunnen volstaan, aldus het Hof, met 1 grote incasso van een betrokken partij (bv. de directeur van de betrokken bank). En die analogie kun je zonder moeite doortrekken naar hier: was het nu echt nodig om 14.000 pc’s te infecteren om aan te tonen dat je met genoeg pc’s een wachtwoord kunt kraken?

En feit blijft (zoals Brenno de Winter al schreef) dat Revu het echte nieuws gemist heeft.

Anders nieuwswaardig feit is dat Hyves kennelijk goed functioneert als distributieplatform voor het verspreiden van virussen die een botnet bouwen. Gebruikers vertrouwen de website, terwijl nu blijkt dat er zeer kwaadaardige content op kan staan. Ook dit werd niet als nieuwswaardig feit gesignaleerd.

Waar ik nu heel bang voor ben, is dat al die scriptkiddies die eerst riepen “ik bewijs mensen een dienst door de beveiliging te checken” nu gaan roepen “oh ik ben journalist want ik onderzoek maatschappelijke misstanden door onvoldoende beveiliging”.

Arnoud
Afbeelding afkomstig van Revu.

of lees de 26 reacties

Hoe word ik rijk met mijn idee?

23 november 2009, 8:36 | Innovatie | 20 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb een idee bedacht dat volgens mij echt super origineel en waardevol is. Het moet alleen nog worden uitgewerkt. Dus nu dacht ik, ik laat het vastleggen en dan kan ik het verkopen voor veel geld. Maar wat is de beste manier, en hoe promoot ik het idee?

Deze vraag, in diverse varianten, krijg ik zo ongeveer elke week de laatste tijd. Ik snap waarom mensen het vragen, maar ik ben toch wel erg skeptisch over de achterliggende gedachte.

Een idee heeft op zichzelf nul waarde, hoe origineel of creatief het ook is. En nee, een depot voegt daar niks aan toe. Van een idee naar een uitgewerkt concept kost een hoop tijd en geld, en het is en blijft een open vraag of dat concept ook echt een succes gaat worden. In de situatie van de vraagsteller worden alle risico’s in feite bij de koper gelegd, en die mag daar nog geld voor betalen ook. Ik zie werkelijk niet in waarom dat een aantrekkelijke deal is.

Als je je idee uitwerkt, dan ligt er een concreet iets waar potentiële kopers wat van kunnen vinden. Het kan dan zeker een commercieel aantrekkelijke deal zijn om te betalen voor die uitwerking, want dat spaart je tijd en geld die je anders nodig had gehad om die uitwerking zelf te maken.

Rijk worden van een idee alleen kun je dus wel vergeten.

Arnoud

of lees de 20 reacties

OPTA: Afknijpen internet is reden voor opzeggen contract

21 november 2009, 8:03 | Netneutraliteit, Contracten | 11 reacties

Enige tijd geleden werd bekend dat internetprovider UPC haar klanten nog wel eens ‘afkneep’, de internetsnelheid sterk terugbracht als klanten te veel downloaden. De telecomtoezichthouder heeft dit onderzocht en publiceerde gisteren haar oordeel: dit is een contractswijziging, en klanten hebben het recht om dan op te zeggen. Alleen nu niet, want UPC heeft het heel snel weer ongedaan gemaakt.

OPTA baseert haar oordeel op artikel 7.2 Telecommunicatiewet, dat bepaalt dat een consument het recht heeft om bij een wijziging van het contract door de provider het contract op te mogen zeggen. Hoewel de tekst van het artikel alleen spreekt van ‘wijziging’, moet het wel gaan om een voor de consument nadelige wijziging.

Volgens OPTA is afknijpen zo’n nadelige wijziging:

Het college oordeelt dat een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten in zijn algemeenheid een wijziging van een beding in de overeenkomst is, die niet aantoonbaar in het voordeel van de abonnee is. De vraag of het een wijziging van een schriftelijk of niet-schriftelijk overeengekomen beding betreft, doet daarbij niet ter zake.

In dit geval ziet men het knijpen door de vingers, meldt Webwereld, omdat UPC “de wijziging zeer snel ongedaan heeft gemaakt”. Het oeps-sorry-overactieve-stagiair excuus dus.

Mooi om te weten dat ik van mijn UPC-abonnement af kan als ze dit nog eens doen.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Aansprakelijk voor niet ontvangen bestelling

20 november 2009, 8:14 | Webwinkels | 44 reacties

Een lezer vroeg me:

Op veel consumentenforums is het gebruikelijk, als een pakje niet aankomt met een bijvoorbeeld op Marktplaats gekocht artikel, dat de verkoper verantwoordelijk wordt gehouden voor vergoeding van het hele aankoopbedrag, al of niet met de verzendkosten. In hoeverre is dit eigenlijk billijk? Er kan misbruik worden gemaakt door beide partijen: wie zegt dat het pakje wel is verzonden en wie zegt dat het pakje niet is aangekomen?

Wanneer het gaat om professionele verkopers (bv. webwinkels) die leveren aan consumenten, dan is de wet duidelijk: verzending is voor risico van de verkoper (art. 7:11 BW). Komt het product niet aan, dan moet de verkoper het nog een keer versturen. Hij draagt het risico en moet dus ook de kosten voor herverzending dragen. En de bewijslast dat het pakket wel is aangekomen, ligt bij hem als verkoper.

Hier gaat het echter om niet-professionele verkopers (in het jargon: c2c). Artikel 7:11 geldt dan niet. Je moet dan terugvallen op de algemene regels voor koop en verkoop. De verkoper had beloofd het artikel te verzenden, en het is niet afgeleverd. Dat is een tekortkoming, en die geeft de koper in principe het recht om te ontbinden (6:265 BW). Ook als het niet-aankomen gevolg is van overmacht (staking post, diefstal door bezorger, noem maar op). De verkoper moet dan het geld terugbetalen.

Als de tekortkoming niet het gevolg is van overmacht, kan de koper schadevergoeding eisen (6:74 BW). Schadevergoeding lijkt me alleen lastig liggen bij gevallen als deze. Welke schade heb je doordat je bestelling (nog) niet aangekomen is? En is het redelijk dat de verkoper die moet dragen? Bij een bruidsjurk die te laat komt, kan ik me daar iets bij voorstellen, maar bij een boek of dvd via Marktplaats eigenlijk niet. Of het moet heel expliciet besproken zijn dat de leverdatum cruciaal is, maar dan kun je je afvragen waarom de koper dan instemde met levering via een onbetrouwbaar verzendkanaal zoals de gewone post.

De bewijslast dat er overmacht was, ligt bij de verkoper. Hij zal dus moeten bewijzen dat hij het pakketje netjes heeft verstuurd, en dat het kwijtraken niet aan hem te wijten is. Lukt hem dat niet, dan kun je als koper die schadeclaim indienen - mits je natuurlijk weet te betogen dat je schade hebt en dat met bonnetjes kunt bewijzen. (Emotionele schade claimen voor een misgelopen pakketje gaat je niet lukken in Nederland.)

Als de koper echter expliciet om verzending via TNT Post heeft gevraagd, dan kan dit nog wel eens anders uitpakken. Het lijkt me wat raar dat je eerst de allergoedkoopste (en dus minst betrouwbare) verzendmethode kiest en vervolgens je geld terugvraagt als het pakket verloren is gegaan. Ik kan me goed voorstellen dat de rechter het kwijtraken voor jouw rekening laat komen. Je bent dan dus je geld kwijt.

Arnoud

of lees de 44 reacties

Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

19 november 2009, 8:49 | Auteursrecht | 4 reacties

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan.

Maar wat nu precies overgenomen was en waarom dat inbreuk zou zijn, bleek niet uit die brief. De gedaagde vroeg om verduidelijking: om welke teksten of passages zou het gaan en dan zou ze dat aanpassen. Het antwoord: woef, maar dan juridisch - u moet alle teksten weghalen binnen een week anders gaan we aangifte doen en een rechtszaak beginnen.

Uiteindelijk kwamen er dan toch twee stukjes tekst boven tafel die inbreukmakend zouden zijn. Die werden verwijderd, en toen (woef!) kwam er een schadeclaim van 2000 euro voor de overname en 1785 euro aan kosten voor juridische bijstand.

Daar maakt de kantonrechter in zijn vonnis gelukkig korte metten mee. Allereerst staat niet vast dat de betreffende teksten auteursrechtelijk beschermd zijn. De gebruikte woorden en frases (geluk, hoop, liefde, verdriet, etc) zijn zo gebruikelijk bij dit soort diensten dat er geen stempel van de maker (pardon, eigen intellectuele schepping) in de overgenomen tekstjes te herkennen is.

Belangrijker: de blaffende jurist krijgt zijn kosten niet vergoed. Want:

Om voor vergoeding in aanmerking te komen is het criterium of het maken van die kosten redelijkerwijs verantwoord was. De kantonrechter verstaat onder redelijkerwijs ondermeer dat men aan de wederpartij duidelijk maakt wat men van haar verlangt en haar in de gelegenheid stelt daaraan te voldoen voordat men kosten gaat maken. Uit de gang van zaken blijkt dat [gedaagde] zich van het begin af aan bereid heeft verklaard om de teksten aan te passen, maar dat [Eiser], nog voordat zij aan [gedaagde] had duidelijk gemaakt wat zij gewijzigd wilde zien de zaak ter behandeling aan [jurist] had overgedragen. Daar komt bij dat de eerste twee brieven van [jurist] wel dreigementen bevatten maar geen duidelijkheid gaven hoewel [gedaagde] daar uitdrukkelijk naar had gevraagd.

De eiser mag dus zelf de 2000 euro voor deze jurist betalen.

Een goeie zaak, wat mij betreft. De regels voor proceskostenvergoeding bij auteursrechtzaken is me al lang een doorn in het oog. In tegenstelling tot ‘gewone’ rechtszaken krijg je als verliezer bij een auteursrechtzaak namelijk de werkelijke rekening van de advocaat van de andere partij gepresenteerd. En dat pakt zuur uit bij veel bloggers die (al dan niet uit onwetendheid) een plaatje of tekst overnemen. Hoewel de schadevergoeding misschien beperkt kan worden vanwege bv. het kleine aantal bezoekers, blijven de advocaatkosten torenhoog. Dit maakt het bijzonder moeilijk om tot een fatsoenlijke schikking te komen. Elk uur onderhandelen is immers voor je eigen rekening als inbreukmaker.

Arnoud

of lees de 4 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress