Auteursrecht op schaakproblemen

Tweet
16 december 2009, 8:17 | Auteursrecht | 13 reacties

schaken-schaak-stukken-bord-probleem.jpgEen lezer vroeg me:

Voor onze schaakclub wil ik graag een boekje maken met partijen en schaakproblemen als studiemateriaal. Nu zijn er tientallen sites op internet waar je die materialen kunt vinden, maar vaak staat onderaan dat er copyright zit op die pagina’s. Kan ik ze dan toch overnemen?

Zo’n copyrightnotice onderaan een webpagina zegt over het algemeen weinig. Die wordt door de webdesigner in het template opgenomen en staat er dus altijd, ongeacht of deze nu terecht is. Maar goed, zo’n notice hoeft ook niet om auteursrecht te hebben. Waar het om gaat, is of het verslag het stempel van de maker draagt, pardon een eigen intellectuele schepping van de auteur is.

Bij een verslag van een werkelijk gespeelde partij kan ik me dat moeilijk voorstellen. Je noemt dan alleen de gedane zetten, en dat is een puur feitelijke manier van beschrijven. Een wedstrijdverslag (”Na tien minuten staren ging zijn trillende hand naar de e-pion, maar zodra hij deze gezet had bleek uit zijn houding dat dat een kapitale fout was”) is daarentegen wel auteursrechtelijk beschermd natuurlijk.

Of zouden de schakers auteursrecht hebben? Immers, als een zanger auteursrecht heeft op wat hij zingt, waarom een schaker dan niet op wat hij speelt. In het verleden is hierover geprocedeerd en de consensus lijkt te zijn dat dit toch niet opgaat. In Nederland concluderen Spoor/Verkade/Visser uit de literatuur dat auteursrecht op overzichten van zetten uit een schaakspel niet mogelijk is. En als het al kan, dan kan men vrijwel altijd via het citaatrecht toch nog de lijst met zetten weergeven.

Bij een schaakprobleem zou het wel eens anders kunnen liggen. Een schaakprobleem is een verzonnen stelling waarbij men bv. binnen 5 zetten mat of remise moet bereiken. Het verzinnen van die stelling is een creatief denkproces, net als het maken van een kruiswoordpuzzel of cryptogram. Je zou dus kunnen zeggen dat dat je eigen intellectuele creatie is van de puzzelmaker. Opmerkelijk genoeg zegt de British Chess Problem Society, de oudste schaakproblemenvereniging ter wereld, echter zonder voorbehoud:

There is no copyright on chess problems. But do acknowledge its composer and where it was first published (its source).

Ik zou zeggen dat dat wat te kort door de bocht is. Helaas kan ik geen bronnen vinden specifiek over dit onderwerp, maar ik zie niet in waarom een puzzel maken geen beschermd werk zou opleveren.

Een ander punt zijn de collecties van schaakproblemen of -partijen. Een individueel probleem of partijverslag is dan misschien publiek domein, maar iemand die er een hoop bij elkaar brengt, kan zijn eigen intellectuele creatie scheppen door de keuze van welke partijen hij neemt en welke volgorde hij hanteert. Je mag dan niet zomaar die collectie overnemen, ook al zijn de individuele elementen daaruit publiek domein.

En nou kan ik nergens dat citaat kwijt dat “schaken alleen een sport is als de stukken elk 50 kilo wegen.”

Arnoud

of lees de 13 reacties

Is een website inclusief domeinnaam?

Tweet
15 december 2009, 8:49 | Domeinnamen, Contracten | 10 reacties

Een lezer vroeg me:

Stel een partij A heeft een website (inclusief domeinnaam) ontwikkeld en verkoopt deze aan B. Er is geen verkoopcontract, maar ze hebben op MSN gezegd dat B de website mag overnemen. B heeft betaald en de logingegevens gekregen. Nu, een maand later, wil B dat de domeinnaam ook op zijn naam komt te staan, maar A zegt dat dat niet bij de koop zat. Een site is wat anders dan een domeinnaam zegt hij. B zegt dat de website zonder die domeinnaam niks waard is, omdat iedereen de site kent onder die naam.

Een verkoop via MSN is ook rechtsgeldig, want er zijn geen eisen aan hoe je een contract (overeenkomst) sluit. Het probleem is alleen dat je dan niet alle afspraken netjes op een rijtje hebt met handtekeningen als bewijs van akkoord eronder.

Nu komen onduidelijkheden wel vaker voor, en er zijn dan ook regels in het recht om te bepalen wat er nu eigenlijk afgesproken is. Juristen kennen dit als de Haviltex-formule. Uitgangspunt is dat niet alleen de tekst van de overeenkomst zelf bindend is, maar dat je ook moet kijken naar welke betekenis de partijen aan de tekst gaven en wat ze over en weer van elkaar mochten verwachten.

In dit geval komt dat dus neer op de vraag wat A en B voor ogen hadden toen ze het contract sloten. Was het de stilzwijgende bedoeling dat de domeinnaam mee zou gaan? Of had B wel door dat A de domeinnaam wilde houden?

Om die vraag te beantwoorden, kun je bijvoorbeeld kijken in de e-mails, chats en dergelijke wat er gezegd is over de site. Heeft B gezegd dat het zo’n mooie domeinnaam is, dan zou dat een aanwijzing kunnen zijn dat de domeinnaam bij de koop zit. Heeft A gezegd dat hij van de site afwil omdat die niet past bij de domeinnaam, dan lijkt me dat een sterke dat de domeinnaam er niet bij hoort.

Een belangrijke aanwijzing kan zijn wie verzocht om de domeintransfer. Als dat A was, dan blijkt daaruit dat hij destijds meende dat B de domeinnaam zou krijgen. (Hoe kan B het eigenlijk overzetten als A geen autorisatie daarvoor geeft?)

Ook kun je kijken naar wat gebruikelijk is in de branche. Als “iedereen” vindt dat de domeinnaam erbij hoort, dan heeft A pech. Op de veemarkt koop je pas een koe als er handjeklap is gedaan, ook al staat de afspraak op papier en ligt dat bij de notaris.

Afijn, de wijze les is dus alles tot in detail op papier zetten. Of laten zetten door een gespecialiseerd jurist kuch :)

Arnoud

of lees de 10 reacties

Verslag najaarsvergadering NVvIR “E-overheid: het rechtsgeldige digitale document”

Tweet
14 december 2009, 8:16 | Internetrecht | 4 reacties

nvvir-logo-vergadering-verslag.pngAfgelopen donderdag was ik bij de najaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Informatie technologie en recht. Het onderwerp deze keer was E-overheid: het rechtsgeldige document.

Voorziet de e-overheid in voldoende maatregelen en waarborgen om het vertrouwen in de rechtsgeldigheid van digitale documenten en procedures in stand te houden, of zijn er indicatoren dat van de overheid een bredere zorgplicht mag worden gevraagd?

Digitale documenten zijn in het recht en bij de e-overheid nog relatief “nieuw”. Regels en beleid zijn afgestemd op papieren, schriftelijke stukken maar er is steeds meer behoefte om met digitale documenten te gaan werken. Dit is echter lang niet zo makkelijk te regelen als bij het rechtsverkeer tussen personen en bedrijven onderling.

Digitale archieven en het digitaal depot
Als eerste was de beurt aan Jacqueline Slats (Nationaal Archief) over het digitale depot (Powerpoint). Bij digitale archieven staan integriteit (intact en niet aangetast qua betekenis/functie) en verificatie (ontstaanscontext en beheer na te gaan) centraal. Dit geldt zeker voor de overheid, die op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur of de Archiefwet digitale archieven moet ontsluiten voor het grote publiek. Er is nu 2TB aan digitaal archief beschikbaar, en er staat nog 17TB te wachten op digitalisering en ontsluiting.

Jacqueline signaleerde dat medewerkers elektronische documenten (e-mail, Word-bestanden) vaak bij zichzelf houden en niet zoals papieren documenten netjes laten archiveren en beschikbaar maken. Een bekend verschijnsel, ik doe het zelf ook, al heb ik geen idee waarom eigenlijk. Het is te veel gedoe een e-mail netjes te archiveren, maar een stuk post inscannen en opbergen is dan weer doodnormaal. Daar komt bij dat gegevens steeds moeten worden overgezet op nieuwe dragers, én in nieuwe bestandsformaten om ze leesbaar te houden. Mooie quote: “Old bitstreams never die - they just become unreadable” (Jeff Rothenberg, 1999). Misschien via ISO 14721?

Het rechtsgeldige digitale document
Marga Groothuis gaf een overzicht van de stand van zaken. Zij promoveerde in 2004 op normering van de elektronische overheid. In haar lezing kwamen twee thema’s aan de orde: het juridisch kader voor de e-overheid (elektronisch verrichten van bestuursrechtelijke rechtshandelingen) en de implicaties van de nieuwe Dienstenwet

Het bestuursrecht is natuurlijk geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Communicatie onder de Awb kan elektronisch, maar dan moet dat wel expliciet geregeld zijn (zie artt. 2:13-2:17 Awb). Zo hebben steeds meer gemeenten de mogelijkheid om elektronisch bezwaarschriften in te dienen of vergunningen aan te vragen. Ze mogen ook besluiten elektronisch publiceren (art. 3:42 Awb). Bestuursorganen mogen echter niet de papieren weg helemaal afsluiten. Er wordt verder gewerkt aan elektronisch beroep bij de bestuursrechter (Kamerstukken II, 31867).

Prins sloot af met deze wenslijst van uitgangspunten voor een echt effectieve e-Overheid:

  • Minder ad-hoc beleid en meer aandacht voor projectoverschrijdende implicaties
  • Aansturing van initiatieven niet vanuit nood en haast van de instanties aannemen
  • Aandacht voor coördinatie van de coördinatie en nieuwe problemen rondom verantwoordelijkheid
  • Erkening dat effecten verder gaan dan het realiseren van concrete beleidsdoelen
  • Voldoende oog voor nieuwe kwetsbaarheden en afhankelijkheden
  • Beoordeling vanuit meer belangen dan uitsluitend operationele doelmatigheid (privacy en de waarden daarachter)

De Dienstenwet implementeert richtlijn nr. 2006/123/EG en bevat allerlei verplichtingen om zaken digitaal beschikbaar te maken. Zo komt er een centraal loket waar dienstverleners alle procedures en formaliteiten digitaal kunnen afhandelen. De papieren route wordt daarmee dan afgesloten voor die procedures en formaliteiten.

Basisinfrastructuur van de eOverheid
Net voor de pauze wierp Marten Voulon (Duthler associates) een juridische blik op de basisinfrastructuur van de eOverheid. Het opzetten en onderhouden hiervan wordt aangeduid als het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-Overheid (NUP). Voulon opende met het voorbeeld van een man die dertien jaar lang leed onder identiteitsfraude dankzij falende (mag ik “epic fail” zeggen) informatiesystemen van de overheid.

Voulon liep door de belangrijkste onderdelen van de basisinfrastructuur heen: elektronische toegang tot de overheid, e-authenticatie (met DigiD), informatienummers, basisregistraties, elektronische informatieuitwisseling en nog veel meer opties die allemaal voorzien waren van een “e-” prefix.

Bij het stuk over basisregistraties kwam nog even een interessante discussie over gebruik van het BurgerServiceNummer en de tientallen basisregistraties waar dit nummer in terecht komt. Waarom is het BTW nummer van een éénmanszaak gelijk aan het BSN van de ene man (in dit geval vrouw)? Waarom mag de Belastingdienst dat wel doen en een private partij niet?

Ook kwam deze rechtszaak aan de orde over de waarde van basisregistraties. Hier werd bepaald dat de gemeentelijke basisadministratie niet per definitie de doorslag zou geven bij de vraag waar iemand nu feitelijk woont. Wellicht biedt dat een tegenwicht voor de steeds grotere neiging om zulke administraties te gebruiken voor besluiten en conclusies over van alles en nog wat.

Digitale rechtspraak
Na de pauze sprak Ronald van den HoogenJos van Wetten (Ministerie van Justitie) over digitale rechtspraakprocedures. Goed nieuws voor de processen-verbaal: die moeten (art. 153 Strafvordering) nu schriftelijk zijn opgesteld, maar hier komt verandering in, zodat ook digitale processen-verbaal mogelijk worden.

Een belangrijk punt van zorg is de authenticatie van zulke digitale documenten. Met “geavanceerde elektronische handtekeningen” kan dit worden gewaarborgd, maar zoals de zaal terecht opmerkte is de techniek niet meer zo veilig als in de juridisch literatuur wordt aangenomen (ja, er wordt op MD5 gestandaardiseerd). En dat is een serieus probleem omdat processen-verbaal een bijzonder sterke bewijskracht hebben.

Voor de geïnteresseerden: ja, je kunt willekeurige andere documenten construeren die dezelfde MD5 hebben als het document wiens handtekening je wilt “lenen”.

E-overheid, waarborgen en zorgplicht?
Corien Prins (UvT, WRR) wilde ons met een boodschap naar huis sturen. Zij schetste het bredere kader achter alle technologische maatregelen rond vingerafdrukken, BSN, biotechnologie, slimme camera’s en wat al niet meer. Steeds meer informatie wordt verzameld die op één of andere wijze tot personen te herleiden is, en al die informatie wordt voor steeds langere tijd bewaard. Tel daarbij op het vrijwel blinde vertrouwen in de juistheid van deze informatie (zie die meneer met de identiteitsfraude) en het totale gebrek aan visie binnen de overheid over wat er nu allemaal wel en niet moet gebeuren met al deze technologieën en je vraagt je af waarom we nog allemaal zo rustig blijven zitten.

Eye-opener voor mij was Prins’ opmerking dat we eigenlijk niet weten wat de burger nu zelf wil. De overheid zet deze systemen op vanuit het idee dat de burger daar behoefte aan heeft of daarmee geholpen wordt. Maar niemand heeft ooit aan die burger gevraagd welke behoeftes hij heeft of waarmee hij graag geholpen wil worden.

De e-overheid zou zeer gebaat zijn bij een overkoepelende visie, in plaats van alleen te handelen vanuit de directe behoefte van de organisaties. Privacy en andere basisrechten dienen daarbij een gegeven te zijn en niet pas achteraf er bovenop geschroefd te worden.

En met die opmerking gingen we naar huis - na een interessant paneldebat en een leuke borrel.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Ongevraagd commercieel krabbelen kan ook spam zijn.

Tweet
12 december 2009, 8:20 | Internetrecht | 19 reacties

De OPTA heeft een spammer met 12.000 euro beboet voor het plaatsen van 3.213.568 ongevraagde krabbels op Hyves met reclame voor een maffiaspel. Dat meldde Webwereld vorige week. Het is de eerste keer dat OPTA een boete uitdeelt voor het versturen van spam via een sociale netwerksite. Opmerkelijk, want de Telecommunicatiewet wordt nu een aardig stukje opgerekt.

Uit het boetebesluit blijkt hoe de spammert te werk ging:

Hyves heeft, na ontvangst van 1.300 klachten over deze ongevraagde krabbels, contact opgenomen met OPTA. Wegens het vermoeden van overtreding van het spamverbod heeft OPTA vervolgens een bezoek gebracht aan het woonadres van de privépersoon. Daar is bewijsmateriaal gevorderd. Op basis hiervan en uit de verklaringen van de privépersoon, bleek dat hij via een computerprogramma anonieme gebruikersprofielen aanmaakte. Deze profielen verzonden vervolgens automatisch krabbels naar willekeurige Hyves-gebruikers.

De krabbel werd ook nog eens voorzien van de naam van een vriend van de aangeschreven (aangekrabbelde?) gebruiker, om zo deze te verlokken op de link te klikken.

Juridisch opmerkelijk hieraan is dat -als je goed leest- de Telecommunicatiewet alleen verbiedt om spam te versturen aan “abonnees”, mensen die “partij zijn bij een overeenkomst met een aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten voor de levering van dergelijke diensten” (art. 1.1 sub p Tw). Is Hyves een openbare elektronische communicatiedienst? Ik mag toch hopen van niet. Al was het maar omdat ze dan ineens aan de Wet Bewaarplicht vastzitten. Maar wellicht is de redenering dat je als Hyver ook wel abonnee bij een internetprovider bent.

De boete was overigens niet alleen gebaseerd op overtreding van het spamverbod uit artikel 11.7 Telecommunicatiewet, maar ook op het feit dat de verplichte naams- en adresvermelding voor commerciële communicatie (art. 3:15d BW) ontbrak.

Ik ga nu eens wat klachten indienen op Spamklacht.nl voor de commentspam op mijn blog.

Arnoud

of lees de 19 reacties

Een bedrijf wil niet worden gerecenseerd, mag dat?

Tweet
11 december 2009, 8:28 | Internetrecht | 31 reacties

thumbs-down.jpgEen lezer vroeg me:

Door de komst van het internet zijn er allerlei sites ontstaan zoals iens.nl. Sites die gegevens verzamelen over bedrijven en gebruikers de mogelijkheid geven om hun mening te geven. Iens doet dit voor de horeca. Recent ving ik een verhaal op van een horeca ondernemer die zijn zaak graag wilde verwijderen van de site van Iens. De recensies waren niet positief en klopte soms ook niet met de werkelijkheid (gerechten slecht beoordelen die hij niet op zijn kaart heeft staan) Hij heeft Iens verzocht zijn restaurant te verwijderen uit het bestand, maar Iens gaf aan dat ze dat niet doen.

Wat die ondernemer is overkomen, hoor ik vaker. Het is natuurlijk ook vrij eenvoudig om je concurrent een slechte recensie te geven, of wanneer je boos bent je af te reageren door zo veel mogelijk strafpunten te geven aan een bedrijf. Dat hoort niet, en dergelijke reviews moeten worden verwijderd, alleen hoe bewijs je dat ze zijn geplaatst?

Ik kan me voorstellen dat je als ondernemer op zeker moment geen trek (sic) meer hebt in zulke negatieve recensies die volgens jou onterecht zijn. Maar nee, je kunt niet eisen dat je site wordt verwijderd van Iens. Melden dat een restaurant bestaat en gelegenheid tot recensies geven valt onder de vrije meningsuiting en is dus per definitie legaal.

Vorig jaar gaf ik al enige tips over hoe je zo’n reviewsite kunt opzetten. Een belangrijke is te zorgen voor een goede klachtafhandeling. Weet wat je gaat doen als mensen klagen over onterechte recensies, en vraag bij negatieve reacties altijd om onderbouwing.

Oh ja, en ik ga straks zelf naar een goed restaurant want ik ben jarig. :)

Arnoud

of lees de 31 reacties

60 miljard voor auteursrechteninbreuk geëist

Tweet
10 december 2009, 8:13 | Auteursrecht, Contracten | 14 reacties

copyright-board-canada.pngEn ik maar denken dat Canadezen de rustige noorderburen in Amerika zijn. Een groep muzikanten (waarvan Chet Baker de bekendste lijkt te zijn) heeft in Canada een rechtszaak gestart waarin maar liefst 60 miljard Canadese dollar wordt geëist wegens auteursrechteninbreuk. En nee, dit gaat niet over filesharende studenten maar over gebruik door de muziekindustrie zelf. Die blijkt jarenlang CD’s uitgebracht te hebben zonder daarvoor royalties te betalen. De reden? Men “kon de maker niet vinden”.

Canada heeft als een van de weinige landen een regeling voor ‘weeswerken’, werken waarvan de maker onbekend of onbereikbaar is. Wie in zo’n geval het werk wil gebruiken, kan een verzoek indienen bij de Copyright Board of Canada om een licentie. Als de Board het verzoek aanvaardbaar vindt, dan krijg je te horen welke royalties je moet betalen, en die worden dan uitgekeerd aan de auteur als die ooit gevonden wordt.

Deze Board werkt met een “Pending List”, een lijst waar je een voorlopige aanvraag op kunt zetten. Daarover wordt nog niet beslist en dus hoef je ook nog niet te betalen. Het idee is dan echter wel dat je ook nog niet het werk gaat uitgeven, maar uit de aanklacht blijkt dat dat laatste toch gewoon gebeurt. Michael Geist legt uit:

Over the years, the size of the pending list has grown dramatically, now containing over 300,000 songs. From Beyonce to Bruce Springsteen, the artists waiting for payment are far from obscure, as thousands of Canadian and foreign artists have seen their copyrights used without permission and payment.

It is difficult to understand why the industry has been so reluctant to pay its bills. Some works may be in the public domain or belong to a copyright owner difficult to ascertain or locate, yet the likes of Sarah McLachlan, Bruce Cockburn, Sloan, or the Watchmen are not hidden from view.

De berichtgeving rond deze zaak heeft een hoog “stelletje hypocrieten”-gehalte, wat niet helemaal onterecht is maar wel afleidt van de echte zaak.

Dit is namelijk precies het probleem dat vaker wordt gesignaleerd bij regelingen rond weeswerken. Je kunt van elk werk wel claimen dat je niet weet wie het gemaakt heeft, en zo aanspraak maken op de regeling. Dat is niet de bedoeling, dus dat moet worden dichtgetimmerd met een goede definitie van “weeswerk”. Maar wanneer is iets een weeswerk? Hoe bewijs je dat je echt maximaal je best hebt gedaan die auteurs te vinden?

Arnoud

of lees de 14 reacties

Merknamen van anderen in je URL

Tweet
9 december 2009, 8:28 | Domeinnamen, Merken, Zoekmachines, Webwinkels | 40 reacties

http-www-url-merk-adres-hand.pngRegelmatig krijg ik vragen over het gebruik van merknamen in URLs. Dat varieert van “mag ik een domeinnaam registreren met een merk erin” tot “mag een concurrerend merk onderdeel zijn van de URL van een productpagina”. Er zijn natuurlijk tientallen opties, maar laat ik eens proberen een algemeen overzicht te geven van wanneer je merknamen mag gebruiken.

Hoofdregel is: je mag een merknaam gebruiken als je de betreffende producten (door)verkoopt. Die producten moet je wel binnen de Europese Unie hebben gekocht. Grijze import vanuit bv. de VS of China kun je niet zomaar doorverkopen, want de merkhouder kan daartegen bezwaar maken. Maar je hoeft geen dealer te zijn of een resellerovereenkomst met de merkhouder te hebben.

Deze hoofdregel geldt ook voor webadressen. Het is dus toegestaan om een merknaam in een URL te verwerken, mits de URL maar overeenkomt met een pagina waar dat merkproduct te koop is. Je doet dan in feite het internet-equivalent van een bordje bij het schap waar die producten liggen. Een paar voorbeelden:

  • www.nokiatelefoonstekoop.nl: dit mag, als de openingspagina maar een webshop is waar uitsluitend en alleen Nokia-telefoons te koop zijn.
  • www.telecomsupershop.nl/smartphones/blackberry: achter deze URL moet ik het assortiment Blackberry-smartphones vinden, en geen iPhones voor de neus krijgen.
  • www.telefoonboerke.com/nokia-iphone-blackberry: dit is twijfelachtig omdat hier één landingpagina verschillende merken bevat. Ik zou dit niet adviseren.
  • www.tipsvoortomtoms.nl: dit kan, mits ik hier maar een informatieve site vindt over TomTom navigatie-apparatuur.

Let op dat je de merknaam als merknaam presenteert. Dat klinkt logisch, maar het gaat nog vaak fout: mensen hebben een “tomtomforum” maar bedoelen “gps-navigatie-apparatenforum” of ze gebruiken msnen als synoniem met chatten.

Daarnaast moet duidelijk zijn dat jij niet de merkhouder bent en daar ook geen banden mee hebt.De vermelding moet zakelijk en eerlijk zijn. Je mag best zeggen “Hier Apple iPhones te koop”, maar presenteer je dus niet als grote dealer of exclusieve wederverkoper als je dat niet bent.

Ik zie nog al te vaak sites die bovenaan uitgebreid met merknamen en logo’s strooien, maar vervolgens hun eigen naam alleen noemen in hele kleine lettertjes in een voeter of “Over ons” pagina. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling: je site heet niet “Allemaal TomToms” maar “Henk’s TomTom-shop”. De URL is dan misschien “allemaaltomtoms.nl” maar als dat ook de naam van de site is, heb je een merkenrechtelijk probleem. Niet doen dus.

Deze regels gelden ook voor nietcommercieel gebruik van een merk. Wie een discussieforum over Asus-laptops wil beginnen of boze gebruikers van ontploffende iPhones wil verenigen, mag dat doen en mag daarbij de merknaam gebruiken. Maar ook hier: maak duidelijk dat dit geen officieel forum van de merkhouder is, en zorg ervoor dat (de betreffende onderdelen van) het forum alleen gaan over dat merkproduct.

Bij sommige diensten stelt de merkhouder extra voorwaarden. Zo zegt Twitter:

Don’t:
  • Use Twitter in the name of your website or application.
  • Register a domain containing twitter (or misspellings of twitter).

Dat is merkenrechtelijk wat kort door de bocht. Ik zou bijvoorbeeld niet weten waarom een forum zich niet “Twitterfans.org” mag noemen als daar fans van de microblogdienst willen babbelen. Zolang duidelijk is dat dit geen officieel forum is, is er geen sprake van merkinbreuk. Maar je moet wel je best doen: de site “Twitterfans - alles voor de echte Twitter-fan” noemen, schept verwarring en is dus verboden. Een disclaimer helpt maar een heel klein beetje; gebruik liever een eigen unieke naam als sitenaam.

Arnoud
Foto: Anna-Om-Line.

of lees de 40 reacties

“Politie mag niets doen met datamining van eigen bestand”

Tweet
8 december 2009, 8:13 | Privacy, Zoekmachines | 8 reacties

data-mining-mijnen-graven-downloadenLekker tendentieus, dachten ze bij Webwereld:

Veel veroordeelde én potentiële pedofielen verraden zich door hun profiel en gedrag op Hyves, blijkt uit datamining-onderzoek. De politie mag officieel niks doen met de resultaten.

De bevindingen uit de eerste zin komen uit het proefschrift Algorithmic Tools for Data-Oriented Law Enforcement van onderzoeker Tim Cocx. Cocx analyseerde politiedatabanken met gegevens over alle Nederlanders die sinds 1998 zijn veroordeeld voor een misdrijf, of in de afgelopen zes maanden zijn verdacht van een misdrijf. Hiermee legde hij “talloze significante en onbehaaglijke verbanden bloot tussen bepaalde bevolkingsgroepen en crimineel gedrag.” Zo blijken vrouwen in de database zijn significant vaker verslaafd aan drugs dan mannen, en is er een correlatie tussen verdenking van doodslag en veroordeling wegens racisme. En, het onderwerp uit de openingszin, veroordeelde pedofielen blijken meer minderjarigen in hun Hyves-netwerk te hebben dan gemiddelde volwassenen (18% tegen 10%).

Maar hoezo “de politie mag niets doen met de resultaten”? Volgens Cocx in het hoofdartikel over zijn onderzoek:

Ik kan me voorstellen dat in sommige situaties er alarmbelletjes gaan rinkelen bij de politie. Je kunt er ook beleid op gaan baseren. Maar voorlopig wordt er niets mee gedaan omdat het niet toegestaan is. Je mag data wettelijk alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Dit heeft geen prioriteit.

Maar waar dan dat “niet toegestaan” vandaan komt? Ik vermoed dat Cocx heeft gekeken naar de Wet Bescherming Persoonsgegevens, die in artikel 9 verwerking verbiedt voor doelen die niet verenigbaar zijn met het oorspronkelijke doen. Maar de Wet Bescherming Persoonsgegevens geldt niet voor bestanden met persoonsgegevens die de politie aanlegt (art. 2 lid 2 sub c Wbp). Daar is de Wet Politiegegevens voor bedoeld. En die zegt:

Politiegegevens worden slechts verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden.

waarbij “politiegegevens” dan synoniem is voor “persoonsgegevens waar de politie mee werkt”. Eén van die doelen is (artikel 8, leden 1 en 2 WPol):

1. Politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak gedurende een periode van één jaar na de datum van de eerste verwerking.
2. Voor zover dat noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak kunnen politiegegevens ten aanzien waarvan de in het eerste lid genoemde termijn is verstreken geautomatiseerd worden vergeleken met politiegegevens die worden verwerkt op grond van het eerste lid teneinde vast te stellen of verbanden bestaan tussen de betreffende gegevens. De gerelateerde gegevens kunnen verder worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak.

En dit lijkt me nu precies wat Cocx heeft gedaan: oude en nieuwe gegevens met elkaar combineren om vast te stellen of er verbanden bestaan. Die verbanden mogen dan worden gebruikt voor de dagelijkse politietaak.

Kortom, “niets doen” lijkt me niet juist. Wel vraag ik me af wat de politie kàn doen met deze gegevens. Want het is vast wel interessant als borreltafelfeitje dat “joyriders het ook niet zo nauw nemen met de arbeidswetten en alcohol” maar wat moet je daarmee als agent?

Arnoud

of lees de 8 reacties

Foto maken? Kom maar op met die auteursrechten

Tweet
7 december 2009, 8:05 | Auteursrecht, Contracten | 32 reacties

Een lezer wees me op een discussie op Flickr over een copyright release form dat de band Mars Volta fotografen onder de neus schuift die vragen of ze bij optredens mogen komen fotograferen. Het is een van de eenzijdigste en meest botte overeenkomsten die ik heb gezien. (Ze krijgen trouwens geen link omdat hun site ongevraagd herrie maakt als je die opent.)

Zo mag je de foto’s die je maakt, hooguit een jaar lang exploiteren. Daarna moet je opnieuw toestemming vragen. Logisch ook, want de band wil graag alle auteurs- en andere rechten hebben op de foto’s die je maakt - inclusief de rechten voor op Mars:

2. I hereby acknowledge that you shall own all rights in the Photos, including the copyrights therein and thereto, and accordingly, I hereby grant, transfer, convey and assign to you all right, title and interest throughout the universe in perpetuity, including, without limitation, the copyright (and all renewals and extensions thereof), in and to the Photos.

Je morele rechten moet je ook afstaan, wat overigens maar beperkt kan. Zo kun je afstand doen van je recht op naamsvermelding of het recht je te verzetten tegen wijzigingen van het werk, maar niet van het recht om tegen verminkingen van je werk op te treden. De clausule houdt daar geen rekening mee en zegt kortweg:

4. I hereby waive all rights of droit moral or “moral right of authors” or any similar rights or principles of law which I may now have or later have in the Photos.

Deze clausule is dus te kort door de bocht en kan door de rechter nietig worden verklaard.

Hoewel? Men vindt eigenlijk dat dit onder Amerikaans recht zou moeten vallen, en daar doen ze helemaal niet aan morele rechten (wat op zichzelf in strijd met Berne is maar dat is weer een hele andere discussie). Want:

5. This Certificate contains the entire understanding of the parties and will be governed by the laws of California in the United States of America applicable to contracts entered into in California in the United States of America.

Of dat opgaat, betwijfel ik. Je kunt een rechtskeuze in een contract opnemen, maar er zal toch wel enige band moeten zijn tussen het gekozen land en het onderwerp van het contract (of de partijen). Als het gaat om een optreden in Nederland, zou ik niet weten waarom Amerikaans recht van toepassing zou moeten/mogen/kunnen zijn.

Maar goed, even afgezien van deze veel te botte formuleringen: kan dit? Ja, dit kan. Het is een overeenkomst tussen twee zakelijke partijen, en in die gevallen hebben de partijen vrijwel onbeperkte contractsvrijheid. Dus als de band dit wil, dan mag ze dat eisen. Wil de fotograaf daar niet mee akkoord gaan, dan heeft hij pech en mag hij geen foto’s komen maken. Want als een optreden op prive-terrein plaatsvindt, dan mag je niet fotograferen als de organisatie dat niet wil.

In de discussie bij Flickr nog een prachtige opmerking:

“Given the jumping up and down by musicians when it comes to protecting their rights & right to earn a decent living, it seems astonishingly hypocritical that their agents (publicists, etc) are basically bullying others in creative industries to sign away their own rights.”

Hoewel dat natuurlijk niet zo hypocriet is als het lijkt: het is dezelfde club (de agents/managers) die alle rechten wil controleren ongeacht wat de creatievelingen daaraan hebben. Ouderwetse hebberigheid dus.

Afijn, dan maar een andere band fotograferen die niet zo moeilijk doet.

Arnoud

of lees de 32 reacties

Curatoren in de fout met bestelfunctie failliete webshops

Tweet
5 december 2009, 8:13 | Webwinkels | 6 reacties

Opnieuw heeft een curator de mogelijkheid laten bestaan om bij een failliete webshop bestellingen te plaatsen, meldde Tweakers gisteren. Het blijkt vaker voor te komen dat curatoren de fout in gaan met de bestelfunctie van over de kop gegane webshops. Nadat het faillissement is uitgesproken, zou je verwachten dat de webshop een virtueel bordje “Gesloten” krijgt, maar dat blijkt lang niet altijd te gebeuren. Waar sta je dan als koper als je (zoals bijna altijd moet) vooruit betaald hebt?

De wet regelt dit volgens mij niet expliciet. Ik kan nergens een plicht voor de curator vinden om te verhinderen dat er nog zaken worden gedaan met de gefailleerde. Het idee is dat je het in de Staatscourant kunt lezen en dat het “dus” je eigen schuld is als je daarna zaken doet met de gefailleerde.

Het is op zich niet verboden om zaken te doen met een partij die failliet is. Juridisch gezien sluit je dan gewoon een onaantastbare overeenkomst. Je bent niet handelingsonbekwaam verklaard (zoals wanneer je minderjarig, geestelijk onbekwaam of regelmatig dronken bent). Als je failliet bent, mag je nog steeds boodschappen doen. Die zijn dan rechtsgeldig gekocht, maar natuurlijk moet je wel geld vragen aan de curator.

Met dank aan Rechtenforum vond ik dit artikel, waaruit je kunt concluderen dat je je geld terug kunt krijgen, omdat je (art. 24 Faillissementswet) een zogeheten “boedelschuld” hebt. Een boedelschuld staat hoger in rang dan gewone vorderingen, zodat er veel meer kans bestaat op uiteindelijke voldoening van de huurschuld ontstaan na datum faillissement.

Arnoud

of lees de 6 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress