Mag een fotograaf bruidsfoto’s online zetten?

30 september 2010, 8:48 | Auteursrecht, Privacy | 30 reacties

bruid-bruidegom-trouwen-wedding-bruidsfoto.jpgEen lezer vroeg me:

Als bruidsfotograaf wil ik mezelf graag goed presenteren, dus ik ben een website aan het bouwen met mijn portfolio. Nu kreeg ik laatste een mail van een klant dat zij niet willen hebben dat hun trouwfoto daar online staat. Dit terwijl in mijn algemene voorwaarden staat dat ik foto’s gewoon mag publiceren, maar volgens hun rechtsbijstandsverzekeraar had ik apart schriftelijk toestemming moeten vragen. Klopt dat?

Een fotograaf mag in opdracht gemaakte portretten niet publiceren, tenzij afgesproken is van wel. Dit blijkt uit artikel 20 van de Auteurswet:

Tenzij anders is overeengekomen is degene, wien het auteursrecht op een portret toekomt, niet bevoegd dit openbaar te maken zonder toestemming van den geportretteerde of, gedurende tien jaren na diens overlijden, van diens nabestaanden.

De wet zegt niet hoe die afspraak gemaakt moet worden. Het lijkt me dan dat dit in algemene voorwaarden mag, mits die natuurlijk tijdig en juist overhandigd zijn aan het bruidspaar. Dat wil zeggen:

  • bij de offerte, niet pas na betaling
  • op papier als de offerte op papier was, en als PDF bij de mail als de offerte is gemaild
  • met verwijzing vanuit de offerte naar de algemene voorwaarden

Als deze zo zijn overhandigd, dan zijn deze algemene voorwaarden gewoon onderdeel van de overeenkomst tot het maken van de bruidsfoto’s. Ook als ze niet gelezen zijn door het bruidspaar.

Mogelijk kan het bruidspaar de toestemming intrekken of als onredelijk bezwarend onderuit halen wanneer de foto een inbreuk op hun privacy maakt. Ik zou alleen wel zeggen dat er iets meer moet zijn dan alleen het enkele feit dat het een trouwfoto (en dus een privémoment) is. Dat is me iets te makkelijk als argument, hoewel ik meteen toegeef dat ik moeilijk een beter criterium kan verzinnen.

Arnoud

of lees de 30 reacties

Mag je reclame-acties retweeten?

29 september 2010, 8:01 | Meningsuiting | 32 reacties

Een lezer wees me op de recente Twitteractie van de Bijenkorf: een leuk idee of verboden spam?

twitter-tweet-bijenkorf-retweet-actie-spam.png

Is dit spam, of beter gezegd ongevraagde commerciële communicatie? Je zou zeggen van niet, want je kiest er zelf voor de Bijenkorf te volgen. Maar het gaat om de retweet-actie: als jij dergelijke tweets retweet, geef jij de reclame van de Bijenkorf door aan je eigen volgers. En hebben die toestemming gegeven voor dergelijke reclame van jou?

Dit lijkt sterk op de tell-a-friend systemen op veel websites, waarover OPTA en CBP eind 2008 een regeling maakten. Sites mogen diensten opzetten om je vrienden lastig te vallen met reclame, mits:

  1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger.
  2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails.
  3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht.
  4. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Lees voor “website” nu dus @debijenkorf, en volgens mij is het dan snel duidelijk dat men hier niet onder valt. Er wordt een beloning uitgeloofd voor het tell-a-friendmechanisme, en dat is tegen de regels.

De OPTA heeft al eerder aangegeven dat ze ongevraagde commerciele Hyveskrabbels onder het spamverbod vindt vallen. Er lijkt maar weinig verschil tussen een Hyveskrabbel en een Twitterbericht. Maar in de discussie destijds werd gewezen op de definitie van “communicatie” uit de Telecommunicatiewet:

informatie die wordt uitgewisseld of overgebracht tussen een eindig aantal partijen door middel van een openbare elektronische communicatiedienst

Een twitterbericht is in principe voor iedereen leesbaar (tenzij iemand zijn tweets afgeschermd heeft). Daarmee zou dan geen sprake zijn van “communicatie”, en dus ook niet van spam. Maar veel Hyveskrabbels zijn ook openbaar, en daarvan zei de OPTA:

De ontvanger kan de krabbel pas lezen door in te loggen op zijn profiel. De informatie die middels de krabbel wordt uitgewisseld is alleen te lezen door abonnees die zich op Hyves hebben geregistreerd. Dus door een eindig aantal partijen. Derhalve kan er worden gesproken van communicatie in de zin van artikel 11.7 Tw tussen [X] en de abonnees.

Juridisch gezien zie ik dus geen belemmering om reclameretweets als spam aan te merken. Maar ik vind die conclusie net zo absurd als dat Hyveskrabbels onder het spamverbod vallen.

Arnoud

of lees de 32 reacties

Berispt vanwege een MSN-chat, mag dat?

28 september 2010, 8:41 | Privacy | 6 reacties

Een lezer vroeg me:

Recent kreeg ik een berisping op het werk. Dit was naar aanleiding van een MSN-chat die ik met een collega had gehad. Deze stond toevallig leesbaar op haar computerscherm op het werk, maar de chat zelf was tijdens de lunchpauze vanaf priveadressen gevoerd. Mag mijn werkgever me dan toch aanspreken op zulke privegesprekken? Ze mogen toch ook niet onze gesprekken in de kantine afluisteren?

Nee, afluisteren mag niet, maar de werkgever mag natuurlijk wel meeluisteren als hij toevallig ook in de kantine zit. En om diezelfde reden mag hij ook lezen wat er op openstaande beeldschermen vertoond wordt. Ik zie dan ook werkelijk niet hoe je dit als privacyschending zou kunnen opvatten.

Een werkgever mag zulke gesprekken niet met technische middelen aftappen (bv. via de server alle chats opnemen of een remote desktop tool installeren om stiekem mee te kijken) maar als jij je schermpje open laat staan, dan zijn de negatieve gevolgen voor eigen risico.

Een grensgeval lijkt me als je het MSN-schermpje geminimaliseerd had of achter een ander scherm had staan. Dan moet de langslopende manager actief gaan rondzoeken voor hij het ziet, en dat lijkt me niet echt de bedoeling. Maar is het met één oogopslag te zien, dan kan men dat gewoon gebruiken.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Verlopen domeinnaam registreren legaal, verlengen dan weer niet

27 september 2010, 8:10 | Domeinnamen | 35 reacties

Als een domeinnaam vervalt en er zit ook maar iets aan traffic of bekendheid op, dan kun je er vergif op innemen dat deze binnen een dag of wat ingepikt is door een snelle jongen met een advertentiepagina. Een buitengewoon irritante praktijk, maar er is weinig aan te doen: de oude eigenaar heeft deze zelf laten verlopen, en tsja dat mensen hun oude links niet updaten is hun probleem.

Anders wordt dat als een bedrijf per ongeluk de eigen domeinnaam laat verlopen en er dan een domeinkaper langskomt. In een recent arrest (via) oordeelt het Hof Amsterdam dat er dan mogelijkheden kunnen zijn om deze op te eisen. In deze helaas vérgaand geanonimiseerde en daardoor moeilijk te duiden zaak ging het om een domeinnaam die identiek was aan de handelsnaam van de eiser. Deze was verlopen, en de gedaagde had er snel een parkeerpagina op gezet met een mededeling dat de domeinnaam te koop was. Wat kan de oude houder hieraan doen?

Niet veel, zo blijkt: het is geen handelsnaaminbreuk als je een domeinnaam bezet houdt, tenzij je op de daaraan gekoppelde site als bedrijf naar buiten treedt en zo dezelfde handelsnaam voert als je concurrent. Ook is er geen sprake geweest van onrechtmatig handelen. Er zijn geen opzeggingen vervalst of tokens gestolen. Het was een ‘gewone’ registratie nadat de oude eigenaar niet verlengd had. Ook andere feiten waaruit onrechtmatig handelen zou blijken, ontbreken.

Het Hof presenteert dan de belangen van de beide partijen: een groot belang bij de oude eigenaar en een klein belang bij de nieuwe. Vroegah was het dan nog wel eens zo dat men dan simpelweg de partij met het grootste belang de domeinnaam zou geven (wat Hugenholtz de Utrechtse belangenafweging noemt). Zoals Hugenholtz het formuleert:

Deze ‘belangenafweging’ vormt mijns inziens geen valide rechtsgrondslag. Heeft degene die meer belang heeft dan een ander bij een rechtsgoed (een stuk grond bijvoorbeeld) een aanspraak die rechtens valt af te dwingen? Natuurlijk niet.

Wie iets legaal heeft verkregen, mag dat houden, hoe groot het belang van een ander ook is. Pas in heel bijzondere gevallen (zoals in de 112-zaak) is er wellicht ruimte om een registratie ongedaan te maken.

Echter, het Hof komt wel met een zeer aparte redenering: de verlenging van de domeinnaam is niet toegestaan, want die zal onrechtmatig zijn:

Immers, [gedaagde] heeft zelf geen belang bij het beschikken over die domeinnaam, terwijl haar, met de entamering van het onderhavige kort geding, duidelijk is geworden dat [eiser] haar – als handelsnaam gebruikte – domeinnaam niet (bewust) heeft willen prijsgeven en een groot belang heeft om wederom over die domeinnaam te gaan beschikken. Daarbij komt dat niet goed valt in te zien dat [gedaagde] gebruik van de domeinnaam zal kunnen maken, zonder daarmee (een onrechtmatige) inbreuk te maken op het handelsnaamrecht van [eiser].

Oftewel: goed, je hebt hem legaal verkregen, maar je hebt geen enkele reden de domeinnaam te verlengen dus tegen die tijd mag je hem netjes overdragen aan de oude eigenaar. Eh, wat? Dus registratie zonder duidelijk belang mag wel, maar verlenging niet?

Ik begrijp daar helemaal niets van. Volgens mij is het simpel: óf de registratie is onrechtmatig en dan moet de domeinnaam terug, óf de registratie was eerlijk en rechtmatig en dan mag je de domeinnaam houden (zolang je de facturen betaalt natuurlijk).

Arnoud

of lees de 35 reacties

Blogdialoog: Het kan, dus het moet (niet) (Toekomst van auteursrecht)

25 september 2010, 14:51 | Auteursrecht, Innovatie | 57 reacties

dinosaurus-innovatie-auteursrecht-skelet.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week reageert FoC op mijn blog over conservatisme in het auteursrecht:

De contentindustrie bestaat uit machtsmisbruikende dinosaurussen, die met lede ogen toezien hoe het innoverende volk succesvol aan hun grip ontkomt. Het vermaledijde auteursrecht geeft ze een wettelijk middel om de markt voor content te verstoren en de massa naar hun pijpen te laten dansen. Die macht moet worden ingeperkt, zo vat ik Arnoud’s laatste reactie in onze gezamenlijke en goed op gang komende blogdialoog kort samen. Niet geheel tot veler verrassing deelt Future of Copyright die visie niet.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna daar of hier!

Arnoud

of lees de 57 reacties

Geldt de wet koop op afstand ook bij bestellingen “op de zaak”?

24 september 2010, 8:05 | Webwinkels | 20 reacties

serviesgoed.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb een serviesset besteld via internet. Na ontvangst viel deze toch tegen (rare kleur geel in plaats van het gebroken wit dat ik verwachtte), dus ik maakte aanspraak op annulering volgens de Wet Koop op Afstand. Maar de winkel weigert dat nu, omdat ik een zakelijke bestelling zou zijn geweest. Dat klopt niet, ik wilde het servies privé gebruiken. De bestelling was ook op mijn privénaam. Ik had alleen bij facturatie mijn eenmanszaak doorgegeven zodat ik de BTW in mijn bedrijf kon aftrekken. Maar is het daarom al een zakelijke bestelling?

De Wet Koop op Afstand geldt alleen bij consumentenkoop, oftewel een koop tussen een zakelijke verkoper (winkelier) en een consument. Een consument is iemand die per definitie niet handelt vanuit beroep of bedrijf. Iemand die een bestelling plaatst uit naam van een bedrijf, kan zich dus niet beroepen op het consumentenrecht.

In dit geval lopen zakelijk en privé een beetje door elkaar heen. Daarmee maakt de koper het zichzelf erg lastig. Een bestelling plaatsen vanuit je bedrijf suggereert immers dat het een zakelijke bestelling is, zeker nu het gaat om een zaak (serviesgoed) dat ook prima zakelijk te gebruiken is. Hoe moet de winkelier dan weten dat er alsnog sprake is van een privébestelling?

In het Gruber-arrest (C-464/01, zie ook het artikel van prof. Marco Loos) oordeelde het Europese Hof van Justitie de regel dat

met omstandigheden of elementen waarvan de wederpartij bij de sluiting van de overeenkomst kennis had kunnen hebben moet daarentegen enkel rekening worden gehouden indien de persoon die zich op de hoedanigheid van consument beroept zich aldus heeft gedragen dat bij de wederpartij bij de overeenkomst te goeder trouw de indruk is kunnen ontstaan dat hij voor beroepsdoeleinden handelde.

Als je als koper dus ervoor zorgt dat de wederpartij mocht denken dat de bestelling zakelijk was, dan kun je geen aanspraak meer maken op de consumentenbescherming. Ook niet als achteraf vast komt te staan dat je wel degelijk puur privé bestelde.

Het Hof meldt daarbij dat zo’n “indruk te goeder trouw” kan ontstaan wanneer je “zonder verdere precisering zaken bestelt die daadwerkelijk voor de uitoefening van zijn beroep kunnen dienen”. Ook als je bij de bestelling zakelijk briefpapier (of een zakelijk e-mailadres, lijkt mij) gebruikt, de goederen op je bedrijfsadres laat bezorgen of de mogelijkheid tot teruggaaf van BTW vermeldt, mag de verkoper denken dat je zakelijk bestelt. Volgens mij is daar in deze vraag duidelijk aan voldaan: een factuur op bedrijfsnaam in verband met BTW-teruggaaf maakt de koop dus zakelijk.

Wellicht dat het anders wordt als je expliciet de verkoper meldt dat je privé koopt maar een factuur wilt voor je bedrijf. Dat is immers een “verdere precisering”. Maar ik blijf dat dubieus vinden: het is óf zakelijk en dan mag je de BTW terugvorderen, óf privé en dan moet je gewoon de BTW betalen.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Verwijdering eisen uit de banmanager van een forum

23 september 2010, 8:22 | Internetrecht | 13 reacties

Een lezer vroeg me:

Op een forum waar ik zit, gebruikt men een zogenaamde banmanager. In de banmanager slaat het beheer twijfelachtige posts op van leden die ze vervolgens van het forum zelf verwijderen. Tevens worden waarschuwingen en bans hierin opgeslagen. Tot slot worden ook ip-adressen en andere usernames (’undercover’s’) hier aan een user verbonden. In hoeverre is het eigenlijk toegestaan om zomaar forumposts van users op te slaan in een database waarin users ze zelf niet meer kunnen zien, editten of verwijderen?

Het lijkt me op zich toegestaan om een database op te bouwen met bewijsmateriaal van uitgedeelde bans. Je hebt als forumbeheerder het recht om bewijs te verzamelen voor je acties. Dat moet je dan ook ergens bewaren, en zo’n database als hier wordt beschreven, lijkt me een prima manier om dat te doen.

Auteursrechtelijk kun je daar niets aan doen, dit valt binnen de licentie die je geeft wanneer je iets plaatst.

De wet bescherming persoonsgegevens zegt dat je het recht hebt om te vragen welke gegevens men van je bewaart (artikel 35 Wbp). Het beheer moet je dus desgevraagd toelichten wanneer je in de bandatabase komt, wat men dan opslaat en wat er met die gegevens gebeurt. Dat zou niet zo’n probleem moeten zijn voor het beheer.

Eisen tot wijzigen of verwijderen kan echter alleen als de gegevens niet meer “ter zake dienend zijn”. In dit geval dient de database als bewijs, en het is niet handig als jij het bewijs over jezelf kunt aanpassen. Die eis gaat dus niet op.

Arnoud

of lees de 13 reacties

Krantenarchief belangrijker dan privacy betrokkene

22 september 2010, 8:59 | Privacy, Meningsuiting | 10 reacties

universiteitskrant-groningen.pngHet opschonen van archieven vanwege de privacy, ik blijf het een lastige zaak vinden. Mag je eisen dat een online archief berichten over jou verwijdert omdat ze verouderd zijn? Omdat ze onrechtmatig zijn? En als je volledige archieven belangrijk vindt, zou je dan mogen eisen dat er een blokje “Dit bericht is verouderd/onrechtmatig” bij moet komen, of dat men Google buiten de deur moet houden?

Met dank aan 10a van der Linden kwam ik een recente uitspraak van de Raad van State tegen over het archief van de Universiteitskrant Groningen. Hier was een man geïnterviewd in 2003 over een conflict dat hij destijds had met de Informatie Beheer Groep. De publicatie was niet onrechtmatig, het ging echt om het principe: mijn naam staat erin, dat wil ik niet, weg met dat artikel.

Op zich kun je dat eisen op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Die zegt immers dat verwerking van je persoonsgegevens alleen mag als je daar toestemming voor gegeven hebt. En die toestemming mag je intrekken. De enige echte uitzondering is als degene die je gegevens gebruikt, een eigen noodzaak kan aantonen die zwaarder weegt dan jouw privacy.

Deze wet geldt ook voor nieuwsberichten. Alleen bots je dan al heel snel met de vrijheid van meningsuiting, want op grond van dát grondrecht mag je over alles en iedereen schrijven wat je wilt. En noemen van iemands naam ligt nogal voor de hand bij een artikel over die iemand.

Dat recht geldt ook voor archieven, zo blijkt uit een recente uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens:

[the press] has a valuable secondary role in maintaining and making available to the public archives containing news which has previously been re- ported. … [however] the duty of the press to act in accordance with the principles of res- ponsible journalism by ensuring the accuracy of historical, rather than perishable, information published is likely to be more stringent in the absence of any urgency in pu- blishing the material.

Eerder hadden lagere Nederlandse rechters (en de juridisch minder relevante Raad voor de Journalistiek) al geen beenheil gezien in het opschonen van archieven omdat een daarin genoemd iemand dat niet leuk vond. En dat bevestigt nu de Raad van State. Het beheren van een archief met oud nieuws is in principe een “noodzaak” in de zin van de privacywet die de privacy van de betrokken persoon opzij zet.

Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat zijn recht op bescherming van zijn persoonsgegevens en zijn privéleven als gewaarborgd in artikel 8 vanhet EVRM, artikel 9 van de Privacyrichtlijn en artikel 8, onder f, van de Wbp, wordt geschonden, overweegt de Afdeling dat gezien de beperkte aard van de mededelingen die over [appellant] met zijn instemming in het betreffende artikel in de Universiteitskrant zijn gedaan, zijn belang niet zodanig zwaar weegt dat het zou moeten prevaleren boven de belangen van de vrijheid van meningsuiting en de betrouwbaarheid en representativiteit van het archief.

Er is dus geen reden om het archief op te schonen of af te schermen.

Een opmerkelijk aspect werd nog gesignaleerd bij ITenRecht.nl. We zitten namelijk bij de Raad van State omdat de universiteit werd gedagvaard in het kader van een bestuursrechtelijke procedure. Dat is gek, omdat er een aparte Stichting Universiteitsblad is die de krant en het archief beheert. De universiteit zelf levert de faciliteiten (hosting, domeinnaam) maar bemoeit zich niet met de inhoud. Ze benoemen een bestuur en een redactie maar die gaan vervolgens zelf en onafhankelijk nieuws maken en brengen.

Toch vindt de Raad dat de universiteit nu verantwoordelijk is voor de “verwerking van persoonsgegevens”. Dit op de formele grond dat de Wbp de ‘verantwoordelijke’ definieert als de persoon die “het doel en de middelen” bepaalt van de verwerking. En omdat de universiteit vond dat er een krant moest komen en ze daar ook nog een bestuur, redactie, domeinnaam en servertje voor beschikbaar stelt, is zij verantwoordelijk. Terecht zegt IT en Recht (haha, dat rijmt):

Betekent deze uitspraak nou ook dat bijvoorbeeld aandeelhouders van een besloten vennootschap die het bestuur kunnen aanstellen en ontslaan, verantwoordelijke zijn van de door de vennootschap verwerkte persoonsgegevens? Dat zou de privacy-wereld op zijn kop zetten!

Ik moet zeggen dat ik deze interpretatie ook hoogst merkwaardig vind. De onafhankelijkheid van de stichting en de redactie had ertoe moeten leiden dat de stichting de verantwoordelijke was.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Een Legoblokje kan geen merk zijn

21 september 2010, 8:22 | Innovatie, Merken | 7 reacties

Het Legoblokje kan geen merk zijn. Dat blijkt uit de uitspraak in zaak C 48/09 P van het Europese Hof van Justitie. Het blokje is “functioneel bepaald”, oftewel dat blokje moet nu eenmaal die vorm hebben om ermee te kunnen bouwen. En functioneel bepaalde dingen kunnen niet als merk worden beschermd. Eerder had onze Hoge Raad al geoordeeld dat het maken van eigen op Lego passende blokjes niet onrechtmatig was, omdat de octrooien op Legoblokjes allang verlopen waren.

Lego doet al decennia haar best om te zorgen dat anderen geen blokjes maken die uitwisselbaar zijn met haar eigen steentjes. Dat kan op zich prima met een octrooi (tentamenvraag: definieer “Legosteentje” in functionele termen), maar octrooien verlopen twintig jaar na de dag van aanvraag. Daarna is namaak in principe toegestaan. Dat is de ruil die deze vorm van ‘intellectueel eigendom’ rechtvaardigt: je mag twintig jaar profiteren van je uitvinding, daarna mag de maatschappij dat.

Om dit te blokkeren, had Lego geprobeerd haar blokjes als merk te beschermen. Op zich kan de vorm van een product prima een merk zijn. Coca-Cola herkennen we allemaal al zodra het silhouet van dat flesje in beeld komt bijvoorbeeld. En ook Legoblokjes zijn zeer herkenbaar door hun vorm met noppen en staafjes.

Toch wijst het Europese Hof de merkaanvraag van Lego af. Die herkenbaarheid is het gevolg van het marktsucces van het product, maar betekent nog niet dat het product dus maar beschermd mag worden als merk. Want

een teken bestaande uit de vorm van een waar die, zonder toevoeging van belangrijke niet-functionele elementen, enkel een technische functie te kennen geeft, niet als merk kan worden ingeschreven, aangezien een dergelijke inschrijving in te sterke mate een beperking zou vormen voor de mogelijkheden waarover de concurrenten beschikken om vormen van de waar die dezelfde technische oplossing gebruiken, op de markt te brengen.

Concurrentie op de vrije markt is een groot goed, en een merk behoort technische innovatie dus niet in de weg te zitten. Het Hof geeft nog wel de hint dat je het via de slaafse nabootsing zou kunnen proberen als mensen al te makkelijk je eigen producten namaken. En dat is dus waar de Hoge Raad bij ons over heeft gezegd dat de “behoefte aan standaardisatie” als rechtvaardiging kan gelden. Als je je blokjes zo moet maken om ze te laten passen, dan mag dat ook.

Er is trouwens nog wel een geldig Beneluxmerk maar het lijkt me niet dat dat lang stand zal houden na deze uitspraak.

Wanneer de tekst “de noppenconfiguratie [etc] … zijn handelsmerken van de LEGO Groep.” zal worden aangepast op de site van LEGO is nog niet bekend.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Mogen bedrijven gebruik van sociale media ‘beteugelen’?

20 september 2010, 8:42 | Privacy, Internetrecht | 12 reacties

‘Werknemers kunnen hun werkgever ernstige schade berokkenen door het gebruik van sociale media. LinkedIn, Facebook of Twitter leggen bedrijfsgevoelige informatie bloot, zoals cv’s, zakelijk netwerk of klantenbestand’, zo opende een column in het Financieele Dagblad vorige week (via GeenStijl). De strekking: verbied al die sociale shizzle of ga er in ieder geval keihard bovenop zitten met je arbeidsreglement, want anders kan je bedrijf er wel eens aan onderdoor gaan.

Bij Recruitment Matters wordt alvast hard gelachen om deze naïeve advocaat, maar laten we hier eens inhoudelijk kijken. Welke grenzen gelden er bij sociale media en het werk?

Er is nog geen rechtszaak over gevoerd, maar het actief benaderen van oude klanten kan op deze manier zomaar onrechtmatig zijn. Vallen socialemediavrienden ook onder de beperkingen van een relatiebeding, waarin staat dat je geen zakenrelaties mag benaderen na einde dienstverband?

In theorie kan dat ja. Het is toegestaan om werknemers te verbieden om na afloop van het dienstverband actief onder je eigen klanten (relaties) te gaan werven voor zijn nieuwe werk. Of hij dat nu via Linkedin, e-mail, brieven, telefoongeheugen of de KVK-netwerkborrel doet, maakt niet uit. Wel moet het relatiebeding schriftelijk afgesproken zijn (art. 7:653 BW).

Het is dus niet toegestaan om ineens iedereen via een IT-reglement te melden dat je niet met klanten mag krabbelen of relaties aan je Linkedin mag koppelen. Maar als het schriftelijk in je arbeidscontract staat, dan zit je daar aan vast.

Een doeltreffend socialemediabeleid moet ook het bedrijfskapitaal beschermen. Enkele suggesties. Blokkeer sites als Twitter, LinkedIn of Facebook. Dat zal de arbeidsproductiviteit zeker ten goede komen.

Op zich is het natuurlijk toegestaan om sites te blokkeren - sterker nog, het is niet verplicht voor werkgevers om mensen toegang te geven tot internet of e-mail. Maar of het doeltreffend is? Dat lijkt me niet; mensen zijn zó gewend aan die middelen dat je alleen maar frustratie veroorzaakt en dat is bepaald niet goed voor de arbeidsproductiviteit.

Een alternatief voor blokkeren is monitoren, zodat je ‘goed’ gebruik kunt toestaan maar kunt ingrijpen als er ’slechte’ dingen gebeuren. Alleen, je mag als werkgever internetgebruik niet zomaar monitoren, zeker niet wanneer dat persoonsgericht gebeurt. Volgens de privacywet is daarvoor een gerede verdenking richting die persoon nodig.

Voor Twitter en Hyves geldt dit privacypunt minder. Wat je voor iedereen zichtbaar op dergelijke media plaatst, is ook voor je werkgever leesbaar. En staat daar iets dat hem duidelijk schaadt, dan heb je toch echt een probleem.

Als een werknemer toch zijn profiel op zo’n site wil achterlaten, laat hem dan slechts in algemene zin naar buiten treden over zijn of haar werkzaamheden: zijn of haar exacte functie en werkzaamheden zijn vertrouwelijk. Ook mag de werknemer op het profiel niet aangeven welke opleidingen hij op kosten van de werkgever gevolgd heeft. Dat maakt hem alleen maar aantrekkelijk voor headhunters, en schept verplichtingen naar andere personeelsleden.

Natuurlijk mag je geen bedrijfsgeheimen publiceren op een profielensite, maar functie-informatie als bedrijfsgeheim? Oeps, dan zou ik maar gauw “company confidential” op je visitekaartjes laten zetten.

Het stukje over opleidingen heeft ergens een kern van waarheid, maar het lijkt me dat het aan de werknemer is of hij een gesponsorde opleiding wil noemen naar zijn collega’s. En als je sommige werknemers wel en andere niet zo’n opleiding wilt toestaan, dan zul je toch echt beleid moeten maken met de criteria. Die ‘verplichtingen’ kun je daarmee pareren.

En over headhunters: ik mag hopen dat mijn werknemers aantrekkelijk zijn voor headhunters. Je hebt echt een probleem als geen enkele headhunter je personeel zou willen hebben, toch?

Verbied de werknemer om actief klanten te benaderen via sociale media. Als het dienstverband beëindigd wordt, moet de werkgever kunnen controleren met welke klanten de werknemer via sociale media een relatie is aangegaan. De werknemer mag tot twee jaar na het dienstverband geen zakelijke contacten onderhouden met deze klanten.

Hier komen we dus terug op het punt rond relatiebedingen dat ik hierboven ook al noemde. Op zich mag dit inderdaad.

Wel roept dit soort bedingen snel lastige vragen op: is een Linkedincontact een ‘actieve’ relatie? En als ik mijn status update en die relatie leest dat in zijn wekelijkse Linkedinspamupdatemail, ben ik dan actief met hem aan het praten?

Die periode van twee jaar is wel meteen het maximum dat je kunt eisen volgens de jurisprudentie.

Tot slot kan worden afgesproken dat uitlatingen die niet in het belang zijn van de werkgever zo veel mogelijk moeten worden afgeschermd. Sociale media bieden genoeg mogelijkheden om informatie alleen te openbaren aan een selecte groep. De meer vergaande beperkingen of voorwaarden aan het gebruik van sociale media kunnen het best direct met de werknemer worden overeengekomen.

Dit gaat me echt te ver. “Niet in het belang” van de werkgever is nog geen reden om zomaar alles te kunnen verbieden. Je bent als werknemer verplicht je als “goed werknemer” (art. 7:611 BW) te gedragen. Ook al staat iets dus niet expliciet in de wet, als een goed werknemer dat niet zo doen dan behoor jij dat ook niet te doen. Op zich zijn er dus dingen die je moet laten om dat je daarmee de belangen van je werkgever schendt.

Daar staat tegenover dat óók de werkgever zo’n plicht heeft: inderdaad, die moet goed werkgever zijn (zelfde artikel). Zó hard bovenop alle sociale media zitten, lijkt me niet in het belang van de werknemer - en daarmee indirect ook niet in het belang van de werkgever zelf.

Meelezende werkgevers vinden bij Frankwatching een veel betere analyse van de problemen en mogelijke oplossingen.

Arnoud

of lees de 12 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress