Blogdialoog: Het conservatisme in het auteursrecht (Toekomst van auteursrecht)

Tweet
18 september 2010, 8:07 | Auteursrecht | 63 reacties

sony-betamax-vcr-video.pngAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

De entertainmentindustrie voldoet niet aan de behoeftes van haar klanten, maar daarom hoeft nog niet meteen alles als all-you-can-eat en tegen verplichte licenties via filesharing online. Zo vat ik de bijdrage van Future of Copyright van vorige week maar even samen. Ook in de comments alhier werd gesignaleerd dat het vooral in de uitwerking zou zitten en niet in de principes van het auteursrecht. FOC noemt dat de “krampachtige houding van de grote rechthebbenden”: die komen maar niet met nieuwe distributiemodellen, en zo wil de legale markt maar niet van de grond komen.

Tot op zekere hoogte hebben ze daarin gelijk. Als “Big Content” (zeg maar Hollywood plus de grote vier muziekmaatschappijen) zélf flexibele en innoverende diensten hadden gelanceerd aan het begin van dit decennium, dan hadden we deze discussie waarschijnlijk niet eens nodig gehad. Ongetwijfeld zouden er ook dan mensen zijn geweest die zonder te betalen werken zouden uitwisselen, maar dat was dan een marginaal verschijnsel gebleven, ongeveer net zoals er nu mensen gratis betaaltelevisie kijken of autorijden zonder wegenbelasting te betalen.

Maar of het spreekwoordelijke kopje koffie met de industrie genoeg zal zijn om ze over te halen nu dan alsnog met downloaddiensten en distributiemodellen te komen, betwijfel ik. Er is namelijk een heel fundamenteel probleem met auteursrecht. Dit probleem maakt het onwaarschijnlijk dat de industrie ooit uit zichzelf met innoverende internetdiensten zal komen.

Napster, KazaA, Bittorrent en al hun vrienden zijn wat economen verstorende technologieën noemen. Ze zetten de bestaande bedrijfsmodellen op hun kop. Geen innovatie in de vorm van een betere geluidskwaliteit of een sterkere compressietechniek, maar een innovatie die een andere vorm van afnemen, een andere vorm van zakendoen oplevert. Dat roept meteen weerstand op bij de gevestigde orde, want het tast meteen hún bottom line aan. Er is geïnvesteerd in productiemiddelen en afzetkanalen, er zijn winstprojecties gebaseerd op omzetverwachtingen, en die kunnen nu allemaal de prullenbak in.

Dit is natuurlijk niet uniek voor auteursrechten. Neem bijvoorbeeld de digitale camera. Deze technologie verstoorde de markt voor fotorolletjes en analoge camera’s. Omdat consumenten deze nieuwe technologie verkiezen boven de oude wint zij snel marktaandeel. Daar kan de gevestigde orde weinig aan doen. Er zit weinig anders op dan de nieuwe technologie omarmen en het verlies van de omzet aan fotorolletjes voor lief nemen. Het alternatief is de onvermijdelijke ondergang - verstorende technologieën kunnen bestaande markten compleet wegvagen.

Wél uniek voor auteursrechten is dat er niet echt één markt is die verstoord wordt. Er zijn twee produktgroepen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: afspeelapparatuur en inhoud. Verstorende technologiën vinden altijd plaats aan de zijde van de apparatuur. Denk aan videorecorders, computers, CD-branders, internetverbindingen, peer-to-peer uitwisseling, Bittorrent-distributie en ga zo maar door. De bedrijfsvoering die daardoor verstoord wordt bevindt zich echter grotendeels aan de andere zijde. De opkomst van televisie verstoorde bijvoorbeeld vooral de markt voor bioscopen en filmzalen. Een televisiekijker betaalde niet om een film te kijken, dus kon van een televisiezender niet hetzelfde bedrag voor vertoning van een film gevraagd worden als van een bioscoop. Daar gaat je winstprojectie.

En nu komt het: waar een camerafabrikant de verstoring in zijn markt met lede ogen aan moet zien, heeft een filmproducent een wettelijk middel om de verstoring tot staan te brengen. Hij deelt gewoon geen licentie uit. Dat is immers geen plicht onder het auteursrecht. Of hij gaat nog een stapje verder en begint een rechtszaak tegen die technologie omdat deze immers alleen maar bedoeld is zijn auteursrechten te schenden.

De makers van die technologie hebben dat maar te slikken, of moeten dan diep door het stof om alsnog toegang tot die inhoud te krijgen die de consument graag wil afnemen via die nieuwe technologie. Dit verklaart waarom nieuwe technologieën vaak van rare beperkingen voorzien zijn - van heffingen op lege dragers tot kopieerbeveiligingen op stekkertjes (HDCP), waarom nieuwe diensten jarenlang op zich laten wachten - zoals streamingvideodiensten zoals Hulu. Of waarom ze onderuit gaan nog voor ze een succes zijn - Napster of Kazaa. De markt krijgt geen kans, zoals bij digitale camera’s wel het geval was, om te beslissen wat zij beter vindt, maar blijft afhankelijk van de welwillendheid van de rechthebbenden.

Dit is een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van het principe van “de auteur beslist” in de huidige auteurswetten. De mogelijkheid om “nee” te zeggen tegen verstorende technologie is een machtig wapen - en daarmee een gigantische rem op innovatie. Dat downloadverbod dat FoC steeds bepleit, versterkt alleen maar hun positie, zonder dat er enige prikkel is om zelf wél met een innovatief bedrijfsmodel te komen voor internet.

Ik geloof dus niet dat we de keuzes aan de rechthebbenden kunnen overlaten. Zij hebben er immers een te groot belang bij dat de situatie blijft zoals zij is. Om auteursrechtenprof William Patry te citeren:

I cannot think of a single significant innovation in either the creation or distribution of works of authorship that owes its origins to the copyright industries.

Innovatie is onvermijdelijk, en internetdistributie dus ook. Het enige dat de industrie bereikt met haar conservatisme, is dat anderen vóór haar gaan innoveren. De apparatuur is er, de distributiemechanismen ook, en die gaan echt niet meer weg. Wachten op de industrie is geen optie. Dus hoe krijgen we haar in beweging?

Arnoud (met dank aan Daniël Mantione)

of lees de 63 reacties

Twee aankondigingen: (1) ITenRecht.nl (2) Mijn boek

Tweet
17 september 2010, 8:52 | Iusmentis | 6 reacties

boek-bezorgd-doos-de-wet-op-internet-editie-2010.jpgVandaag speciale aandacht voor de nieuwe juridische weblog IT en Recht, het zusje van Boek 9 dat zich richt op IT- en internetrecht in het algemeen. Een buitengewoon mooi initiatief. De berichten die er nu al staan, geven een mooi inzicht in de rechtspraak op dit gebied, en tot mijn vreugde wordt er ook echt commentaar geleverd door de plaatsende juristen. Zo mag ik het zien!

Iedereen die geïnteresseerd is in rechtspraak op dit gebied: toevoegen die RSS-feed.

En u zag ‘m misschien al staan hier rechts, maar mijn boek is sinds kort in de vrije verkoop. Reacties, recensies en suggesties voor leuke promo-deals mag u hieronder kwijt :)

Ondertussen schrijf ik door aan de volgende aflevering van de blogdialoog die morgen weer verder gaat.

Arnoud

of lees de 6 reacties

“Uw ADSL-apparatuur voldoet niet aan de eisen, factuur volgt”

Tweet
16 september 2010, 8:00 | Contracten | 11 reacties

aansluitpunt-muur-telefoon-adsl.pngStel, je bestelt ADSL bij Tele2, maar om technische redenen wil de aansluiting niet lukken. Kan gebeuren. Maar vervolgens krijg je gewoon facturen voor elke maand van de contractsperiode. Ja, dat kan ook gebeuren. Maar dat hoort dus niet: de rechtbank Rotterdam verklaarde dat onredelijk bezwarend.

Tele2 stelde dat er gewoon een contract was en zij aan haar verplichtingen had voldaan: de ADSL-verbinding werkte tot aan het IS/RA-aansluitpunt, en de rest was volgens haar algemene voorwaarden het probleem van de eindgebruiker. Daar stond namelijk iets opmerkelijks in:

Indien de door Tele2 noodzakelijk geachte medewerking niet wordt verleend en/of de randapparatuur van de Klant voldoet niet aan de eisen dan wordt de Installatie voltooid geacht te zijn en kunnen de kosten voor de Installatie op de Klant verhaald worden. Tevens kunnen bij een (eventuele) nieuwe Installatie aanvullende kosten in rekening worden gebracht. De Installatie wordt in ieder geval als voltooid beschouwd indien de Klant gebruik maakt van (een deel van) de Dienst.

Ik moest hem ook twee keer lezen, maar het staat er echt: als u geen juiste randapparatuur heeft, dan is er per definitie succesvol geleverd. Pardon?!

De rechtbank maakt korte metten met deze toch wat eigenaardige constructie. Je kunt niet zomaar dit probleem bij de consument leggen:

Van gedaagde kan – in het licht van de bescherming die het consumentenrecht biedt – niet verwacht worden dat zij op de hoogte is van de werking van een ISRA-aansluitingspunt, de Tele2 apparatuur en alle daarbij behorende technische aspecten. Van gedaagde kan dan ook niet worden verwacht dat zij zelf vaststelt of haar woning over een werkend ISRA-aansluitpunt beschikt.

Dit artikel uit de algemene voorwaarden wordt dan ook vernietigd. Als gevolg heeft Tele2 niet aan haar verplichting tot oplevering en installatie voldaan, zodat ze geen facturen mag sturen voor de geleverde dienst. En vanwege het niet voldoen aan die verplichting, mocht de consument de overeenkomst annuleren. Volkomen terecht natuurlijk.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Wie is nou eigenlijk eigenaar van onze website?

Tweet
15 september 2010, 8:00 | Auteursrecht | 58 reacties

Een lezer vroeg me:

Een paar jaar terug hebben we een website laten bouwen door een professioneel bureau. Recent heb ik een ander bureau ingeschakeld om wat wijzigingen te maken en een forum toe te voegen. Maar na oplevering zegt het oude bureau dat de nieuwe site inbreuk maakt op hun auteursrechten (copyrights)! Zij zouden alle rechten hebben en ik had hen het onderhoud en de uitbreidingen moeten laten doen.

Klopt dat? We hebben toch betaald voor de site en het ontwerp, dan is het toch onze site en mogen wij toch zeker wel zelf bepalen wie het onderhoud gaat doen?

Het bureau heeft waarschijnlijk gelijk, maar dat hangt allemaal vrijwel volledig af van wat er precies in het contract (en de bijgehorende algemene voorwaarden) staat.

Hoofdregel van het auteursrecht/copyright is namelijk dat wie het maakt, de rechten heeft. De website is hier door het bureau gemaakt, en dus hebben zij daarop de rechten. Daar is eigenlijk maar één uitzondering op: als in het contract staat dat de auteursrechten naar de opdrachtgever gaan (soms staat er “eigenaar wordt”, dat vind ik twijfelachtig).

Wie betaalt, is auteursrechtelijk compleet irrelevant.

De opdrachtgever krijgt alleen een gebruiksrecht voor de site zoals door hen opgeleverd. Wat dat gebruiksrecht precies omvat, hangt af van het doel van de site en wat er zoal tijdens het offertetraject is gezegd. Is er bijvoorbeeld gesproken over “makkelijk zelf aanpassen” van layout of teksten via een handige WYSIWYG-editor, dan heeft de opdrachtgever het recht die layout of teksten aan te passen. Maar is er niets gezegd, dan zou ik zeggen dat je niet zelf zomaar van alles mag wijzigen. Goed, typefouten waarschijnlijk wel, maar een hele nieuwe layout niet.

Dit betekent ook dat je niet zomaar als opdrachtgever een ander bedrijf mag inschakelen om de site te laten verbouwen. Je zult daarvoor toestemming moeten krijgen van de oude ontwerper, en het is nog maar de vraag of je die zult krijgen.

Ik zou dus altijd adviseren om in zo’n opdracht op te laten nemen dat het eigendom van de site overgaat naar de opdrachtgever, of op zijn minst dat onderhoud door de opdrachtgever zelf mag worden gedaan, dan wel door een door hem gekozen hulppersoon.

Arnoud

of lees de 58 reacties

Mag een prijs exclusief BTW getoond worden?

Tweet
14 september 2010, 8:09 | Webwinkels | 45 reacties

bonnetjes-btw-ontvangst-betalen-bewijs-rekening-kassabon.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst bestelde ik iets bij een webwinkel. Tot mijn verbazing zag ik bij het besteloverzicht (nog net vóór het afrekenen) ineens dat er BTW bij alle prijzen werd gerekend. Ik ben toen terug gaan kijken, en in de disclaimer onderaan de pagina stond “e. BTW” in hele kleine lettertjes. Mag dat dan zomaar, prijzen in een webwinkel exclusief BTW?

Nee, dat mag niet - tenzij de webwinkel alleen en uitsluitend op zakelijke klanten is gericht en dat ook duidelijk communiceert. De BTW of omzetbelasting moet verplicht worden geheven bij alle transacties. Voor ondernemers geldt dat ze de BTW vaak kunnen terugvorderen, vandaar dat prijzen bij ondernemers onderling meestal zonder BTW worden gegeven. (In deze zaak bijvoorbeeld: “als feit van algemene bekendheid kan gelden dat ondernemers onderling vanwege de verrekenbaarheid daarvan, steeds prijzen exclusief BTW hanteren”.)

Bij transacties met consumenten is de BTW echt gewoon onderdeel van de prijs, en dat moet dan ook als zodanig worden behandeld. Artikel 38 van de Wet op de Omzetbelasting 1968 is hier heel duidelijk in:

Het is de ondernemer verboden aan anderen dan ondernemers en publiekrechtelijke lichamen goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen met zodanige aanduidingen dat de omzetbelasting niet in de prijzen zou zijn begrepen.

Specifiek voor internettransacties wordt dat nog eens onderstreept in artikel 7:46c BW:

Tijdig voordat de koop op afstand wordt gesloten, moeten aan de wederpartij met alle aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke en begrijpelijke wijze, de volgende gegevens worden verstrekt, … de prijs, met inbegrip van alle belastingen, van de zaak;

Ook is het sinds enige tijd op grond van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken verboden om een prijs exclusief BTW (of andere belastingen) te vermelden richting een consument. De prijs inclusief BTW is “essentiële informatie” (art. 6:193e BW) en mag dan ook niet ontbreken in een reclame, aanprijzing of aanbod gericht op consumenten.

Het is dus niet toegestaan om een consument een prijs exclusief BTW te melden, ook niet als je erbij zet dat de prijs exclusief BTW is. Er moet echt een prijs inclusief BTW bij staan. (Je mag natuurlijk wél de prijs zowel inclusief als exclusief melden.)

Wettelijke regels genoeg dus: niet meer doen, beste winkelier.

Arnoud

of lees de 45 reacties

Amerikaans Hof: auteursrecht op software kan niet uitgeput raken

Tweet
13 september 2010, 8:00 | Auteursrecht, Software | 27 reacties

“EULAs, and whatever nonsense they may contain, are legally binding in the US.” OSNews berichtte afgelopen vrijdag over een arrest van het Amerikaanse Hof van beroep (9th Circuit) waarin werd geoordeeld dat levering van software niet als verkoop gezien moet worden, maar puur als een licentieverstrekking. Dat betekent dat een verkrijger van software in de VS deze niet mag doorverkopen als dat in de licentie verboden is. Het principe van “first sale” oftewel uitputting geldt daarmee niet (meer) voor software in de VS.

Het Hof komt hiermee terug op een vonnis uit 2009 waarin de rechtbank juist wél oordeelde dat een licentienemer van software gerechtigd is deze door te verkopen. Tenminste, als hij de software op de originele dragers doorverkoopt natuurlijk. De basis daarvoor was de regel uit het auteursrecht die zegt dat legaal op de markt gekomen “exemplaren” vrijelijk mogen worden doorverkocht. Het Hof zegt nu dat die regel niet geldt voor software, omdat daarbij de licentie (EULA) vérgaande beperkingen stelt aan het gebruik. Meer precies: uitputting geldt niet wanneer

  1. De auteursrechthebbende expliciet het woord “licentie” gebruikt.
  2. De licentie “significantly restricts the user’s ability to transfer the software” (oftewel gebruikt een standaardzin dat de licentie niet overdraagbaar is).
  3. De licentie “imposes notable use restrictions” (zoals dat maar één gebruiker de software mag gebruiken).

Als aan die drie eisen is voldaan, dan zou volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat je géén eigenaar bent van het exemplaar maar slechts een gebruiker. Je zou dit kunnen vergelijken met een huurder - die weet ook duidelijk dat hij huurt en niet koopt, en dat zijn gebruik aan de nodige beperkingen onderworpen is.

De zorg van OSNews, en ook van Ars Technica, is dat het Hof hiermee lijkt te zeggen dat rechthebbenden alles in zo’n EULA mogen zetten en dat dat dus bindend is. Dat gaat me wat te ver. Het Hof zegt in het arrest alleen dat áls aan die drie items voldaan is, er geen sprake is van uitputting. Men ontkent niet dat er ontoelaatbare eisen in een licentie kunnen staan.

In Nederland lijkt uitputting voor voorgeinstalleerde software juist wel te bestaan, tenminste volgens de rechtbank Dordrecht. Die oordeelde:

Er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. … Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software(…).

De inhoud van de licentie was daarbij irrelevant.

Deze aanpak van de rechtbank Dordrecht spreekt me wel aan, maar hij gaat alleen op voor verkoop van software op fysieke dragers. En daarvan is steeds minder sprake natuurlijk vandaag de dag. Meer en meer software (maar ook andere content, zoals muziek en films) gaat digitaal, en daarbij geldt de uitputtingsregeling sowieso niet. Wat mij betreft wordt het tijd om hier expliciete regels over te maken (wat ook in het Ninth Circuit-arrest gezegd wordt.)

Arnoud

of lees de 27 reacties

Blogdialoog: Een goede markt voor digitale downloads (Toekomst van auteursrecht)

Tweet
11 september 2010, 10:34 | Auteursrecht | 93 reacties

dvd-five-euro-counterfeit.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week de reactie van Future of Copyright op mijn post Laat de maatschappij beslissen:

Ha, dat gaat goed. We hebben allebei één post geplaatst en de stellingen zijn ingenomen. De maker versus de massa. Het leuke van deze discussie is dat we eigenlijk hetzelfde willen. Commenters (dank voor jullie waardevolle bijdragen), Arnoud en wij willen allemaal een online omgeving met een goed, ruim en makkelijk toegankelijk aanbod aan mooie films, games, e-boeken, journalistiek, muziek en ga zo maar door. En daar willen we best voor betalen.

Het grote verschil zit in ieders geduld en de route die we kiezen naar het eindstation.

Lees verder bij Future of Copyright. En reageer dan ook alsjeblieft (hier of daar) want jullie comments zijn absoluut zeer waardevol.

Arnoud

of lees de 93 reacties

Duits kansspelbeleid verboden, Nederland straks ook?

Tweet
10 september 2010, 8:18 | Internetrecht | 6 reacties

holland-casino-tryout-pakket-aanzetten-tot-gokverslaving.pngHet Europees Hof van Justitie heeft het Duitse kansspelbeleid min of meer ongeldig verklaard omdat dit beleid in de praktijk niet consequent werd uitgevoerd, hoorde ik gisteren van een lezer (dank!). De Duitse regering claimde gokverslaving te bestrijden maar maakte wel intensief reclame voor de staatsloterijen, en liet toe dat casino’s mensen actief uitnodigen om te komen spelen. Goh, waar doet dat nu aan denken?

Het is vaste rechtspraak van het Europese Hof dat een land het vrij verkeer van goederen en diensten mag beperken als het gaat om gokken en kansspelen. Zo werd in juni nog bevestigd dat Nederland bedrijven mag verbieden kansspelen via het internet aan te bieden. De rechtvaardiging hiervoor wordt gevonden in het algemeen belang om (gok-)verslaving en criminaliteit tegen te gaan.

In deze uitspraken (zaken C-316/07 en verder) bevestigt het Hof dat nog een keer. Regels opleggen mag, een staatsmonopolie op gokken ook, maar er moet een “dwingende noodzaak” zijn om dat te doen en de uitvoering daarvan moet

daadwerkelijk [beantwoorden] aan het verlangen de gelegenheden tot spelen te verminderen en de activiteiten op dit gebied op samenhangende en stelselmatige wijze te beperken.

En op die grond had de Europese Commissie al in 2008 gewaarschuwd dat Nederland haar kansspelbeleid zou moeten aanpassen.

Uit het persbericht van het Hof begrijp ik dat daar in Duitsland allesbehalve sprake van was. Er werd intensief reclame gemaakt voor loterijen (net als bij ons), er werden mensen actief verlokt om naar het casino te komen (net als bij ons) en er werd “daarbij de klemtoon [gelegd] op de behoefte aan financiering van sociale, culturele of sportieve activiteiten waarvoor de behaalde winsten bestemd zijn” (net als bij ons). Dat vindt het Hof genoeg om te oordelen dat hier geen sprake is van daadwerkelijk bestrijden van gokverslaving.

In die zaak van juni werd nog geoordeeld dat het Nederlands kansspelbeleid net zo goed een Europeesrechtelijk probleem zou hebben als de rechter oordeelt dat Nederland

een beleid van sterke expansie van de kansspelen voert door de consument op buitensporige wijze te stimuleren en aan te moedigen om hieraan deel te nemen met als hoofddoel gelden in te zamelen, en dat om die reden de financiering van sociale activiteiten uit een deel van de opbrengsten van de toegestane kansspelen niet een bijkomend gunstig voordeel vormt, maar de daadwerkelijke rechtvaardiging voor het door deze lidstaat gehanteerde restrictieve beleid

Dit Duitse arrest bevestigt dit nog eens. Het woord is nu aan de Hoge Raad, want die moeten nu op basis van bovengenoemde arresten een nationaal oordeel vellen. Ik ben benieuwd waar ze mee komt. Het zal in ieder geval bijzonder lastig worden om te betogen dat het Nederlands kansspelbeleid keurig binnen de regels blijft.

Arnoud

of lees de 6 reacties

“Oracle misbruikt merkenrecht tegen vrije handel”

Tweet
9 september 2010, 8:47 | Merken, Webwinkels | 3 reacties

Ja, dat vond ik ook een beetje rare kop van Webwereld bij een artikel over een Engelse rechtszaak. Waar men de term ‘misbruik’ op baseert, is me niet helemaal duidelijk. In de lead heet het namelijk ineens heel neutraal ‘gebruikt’, hoewel de geladen term ‘frustreren’ wel is blijven staan:

Oracle gaat prijsconcurrentie tegen door de import van ict-goederen naar Europa tegen te werken. Het bedrijf gebruikt het merkenrecht om het vrije verkeer van goederen te frustreren.

In ieder geval, het gaat om een Engels arrest in een zaak tussen Oracle en M-Tech, een importeur van ICT-artikelen. De laatste had merkproducten van Oracle (nou ja, Sun) geïmporteerd uit China, Chili en de Verenigde Staten. Oracle vond dat niet leuk, dus startte ze een rechtszaak (ik zei het laatst al, merkhouders hebben geen gevoel voor humor).

Oracle won in eerste instantie. Op zich niet verrassend. De merkenwetgeving is duidelijk: grijze import van buiten de EU is niet toegestaan. Oracle is volgens dit arrest alleen wel érg agressief in het tegenhouden van zulke grijze import, en timmert ook nog eens de tweedehandsmarkt stevig dicht met allerlei contractuele bepalingen richting afnemers. (Ook tweedehands Oracle-spul moet bij Oracle-dealers worden gekocht.) Dat kwam haar op een klacht wegens misbruik van haar machtspositie te staan, maar dat staat verder los van het argument waar Webwereld tendentieus van werd: hoe is het merkmisbruik om grijze import tegen te houden?

Centraal hier staat het vrij verkeer van goederen binnen de EU. Iets dat hier legaal op de markt is, mag onbeperkt worden doorverkocht. De merkhouder kan dat niet tegenhouden. Maar dit geldt alleen voor merkproducten die binnen de EU legaal op de markt zijn. M-Tech had echter een creatief argument: door de harde aanpak van Oracle, plus de onmogelijkheid om aan een product te zien of het in of buiten Europa op de markt gebracht was, werd in feite het vrij verkeer toch geblokkeerd. Niemand zou dan meer Oracle-producten durven te herverkopen, want wie weet zit er wel een oorspronkelijk-buiten-Europa-verkocht product tussen en dan krijg je die humorloze club met dure advocaten op je nek. En daarmee wordt Oracle de facto de enige die nog haar producten (origineel of gebruikt) kan verhandelen. Dat is niet de bedoeling van het Europese recht.

Een creatief argument, en voor dit gerechtshof creatief genoeg - M-Tech mag het komen aanvoeren en onderbouwen. Want dit was slechts een tussenarrest over de vraag of het hoger beroep überhaupt zin heeft of meteen afgewezen (”summary judgment”) had moeten worden. Er is dus geen inhoudelijk oordeel, tenzij je “dit overleeft de giecheltoets” als inhoudelijk ziet.

Tussen de regels door zie ik dat de raadsheren overwegen vragen aan het Europese Hof van Justitie te stellen over de grenzen van merkenrecht en uitputting. Dat zou wel een goed idee zijn.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Mogelijk tijdslot voor internetuitzendingen publieke omroep

Tweet
8 september 2010, 8:25 | Internetrecht | 12 reacties

kijkwijzer-iconen-reet.pngMogelijk komt er wetgeving die het publieke omroepen verbiedt programma’s met een bepaalde leeftijdsclassificatie voor een bepaalde tijd op internet uit te zenden, meldde Nu.nl gisteren. Dat klopt niet helemaal: de wetgeving is er al, de vraag is alleen of deze ook geldt voor internetcontentaanbieders. Bij Tweakers wordt het iets beter uitgelegd:

Streams, ook on-demand, die een Kijkwijzer-classificatie van twaalf jaar en ouder hebben, zouden dan vanaf acht uur ’s avonds mogen worden bekeken; inhoud die alleen geschikt is voor zestien jaar en ouder pas vanaf tien uur ’s avonds.

Dit heeft te maken met de Mediawet, die regels stelt voor het aanbieden van audiovisuele content die “schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar”. Zo mag een omroep die alleen uitzenden op televisie als ze zich houden aan de regels van de Kijkwijzer, een vorm van bindende zelfregulering opgezet door het NICAM. Onderdeel van die regels zijn de hierboven gegeven tijdslimieten voor uitzending (artikel 3.1 Deelreglement Televisie van de NICAM reglementen).

Nu spreekt de wet van “televisieprogramma-aanbod”. Valt Uitzendinggemist daar onder? Als ik de sliert aan definities napluis die daarvoor nodig zijn, dan kom ik echt alleen uit bij “media-aanbod op basis van een chronologisch schema” en juist niet bij de “mediadienst op aanvraag” die Uitzendinggemist is. Maar in artikel 4.6 van de Mediawet staat dat deze regels (en dus ook de Kijkwijzer) ook gelden voor het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten. Daarmee moet de publieke omroep zich dus óók bij Uitzendinggemist.nl houden aan de regels van Kijkwijzer.

Wie dus heel formeel leest, kan tot de hierboven geciteerde conclusie komen. Maar ik heb grote moeite met die aanpak. Ten eerste omdat de regels van “na acht uur / na tien uur” niet voor niets in het Deelreglement Televisie staan: ze zijn specifiek voor televisie. Akkoord, je houden aan Kijkwijzer geldt ook voor andere diensten, maar moet je dat zó ver doortrekken? Ik zou verwachten dat die regel alleen geldt voor de algemene bepalingen uit Kijkwijzer, niet de televisiespecifieke.

En ten tweede omdat het volgens mij de bedoeling was dat “niet-lineaire diensten” (zoals dat zo mooi heet) een lichter wettelijk regime zouden krijgen dan “lineaire” of chronologische diensten. Met deze interpretatie trek je de twee precies gelijk, en het kan niet de bedoeling zijn dat alle televisieregels ook gaan gelden voor internetcontent.

Update (25 april 2012) ze gaan het echt doen, meldt Tweakers.

Arnoud
Afbeelding: Kijkwijzersymbolen gecompileerd door reet, en dit zijn “door de Merkplaats geregistreerde merken” (lolwut?)

of lees de 12 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress