Blogdialoog: Hoe bewaren we de balans (toekomst van auteursrecht)
Auteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.
Omdat Future of Copyright vorige week met vakantie was, is het een beetje moeilijk reageren. Vandaar dat ik maar alvast een nieuw onderwerp aansnijd dat me al een tijdje dwars zit in verband met de wettelijke uitzonderingen (waar ik twee weken terug over begon). Denk aan citaatrecht, het recht van parodie of het recht om een thuiskopie te mogen maken.
Die uitzonderingen zitten in de wet omdat het auteursrecht een balans moet bieden: aan de ene kant een stimulans voor auteurs om werken te maken, en aan de andere kant de mogelijkheid voor de maatschappij om die werken te gebruiken. Als auteurs te weinig bescherming krijgen, zullen ze waarschijnlijk minder werken gaan maken, en onder een bepaalde grens is dat niet langer aanvaardbaar. Omgekeerd is het ook onwenselijk dat auteurs onbeperkte bescherming krijgen, want dan gaan werken ‘op slot’ en wordt voortbouwen op andermans werk of gebruik van cultureel erfgoed onmogelijk.
Er zit echter sinds een tijdje een mechanisme in de wet dat de rechthebbenden per definitie een voordeeltje geeft: als een uitzondering hen te lastig wordt, dan kan deze opzij gezet of uitgeschakeld worden. Dit mechanisme heet de driestappentoets en staat in artikel 5 van de Auteursrechtenrichtlijn. Deze toets zegt dat een beperking op het auteursrecht slechts mag als aan drie eisen is voldaan:
- Het moet gaan om “bepaalde bijzondere gevallen”.
- Er wordt geen afbreuk gedaan aan de normale exploitatie van de werken.
- De wettige belangen van de rechthebbende worden niet onredelijk geschaad.
Nu klinkt dat heel logisch en eenvoudig. Als het auteursrecht is bedoeld om exploitatierechten bij de auteur neer te leggen, dan moet een wetgever daar niet zomaar doorheen gaan fietsen en allemaal brede uitzonderingen in gaan voeren. Ineens het verveelvoudigingsrecht afschaffen kan niet, dat doet afbreuk aan de normale exploitatie. Maar een recht om stukjes te mogen citeren mag wel: dat schaadt de belangen van rechthebbenden niet want deze verkopen geen stukjes werk.
Maar let op: wanneer een rechthebbende een manier bedenkt om zijn werk op een nieuwe manier te exploiteren, dan valt die manier vanaf dan ook onder “normale exploitatie” en dienen wettelijke uitzonderingen daarvoor te wijken (Hugenholtz 2000). Concreet: als rechthebbenden hun teksten niet meer per artikel maar per zin gaan licentiëren, dan doet citeren van vijf zinnen ineens afbreuk aan de normale exploitatie.
Vergezocht? Nou, Associated Press doet het al. Vijf woorden gebruiken? Dat is dan $12,50 alstublieft. (Maar fair use dan? Tsja, ook het Amerikaanse fair use is in strijd met deze toets.)
Een iets minder vergezocht voorbeeld is de knipselkrant. In 2005 oordeelde de Haagse rechtbank dat een digitale knipselkrant niet mag worden opgezet zonder toestemming van de rechthebbenden. Dit terwijl in 1995 nog de Hoge Raad papieren knipselkranten legaal verklaarde. Het verschil? Ik citeer de rechtbank:
waar het gebruik van nieuwsberichten een economisch zelfstandige betekenis krijgt en die ook een exploitatiebelang van rechthebbenden raakt, bijvoorbeeld omdat rechthebbenden in die behoefte met behulp van dienstverlening voorzien. Nieuwe technologieën leiden tot het ontstaan van een nieuwe markt voor informatielevering op maat vanuit informatiedatabanken en elektronische nieuwsdiensten.
Oftewel: toen nieuws per krant werd verkocht, was het niet zo erg dat mensen wat knipselden en dat doorverkochten. Maar nu nieuws per artikel wordt verkocht, moeten die mensen daar per direct mee ophouden want dat is nu de normale exploitatie geworden.
In Nederland was in 2008 veel ophef over dat vonnis dat downloaden illegaal verklaarde omdat de
uitleg [van de thuiskopieregeling], waarbij ervan wordt uitgegaan dat een privé-kopie van een illegale bron legaal is, is in strijd met de drie-stappen-toets
Eenzelfde redenering kun je ophangen voor elke andere nu legale vorm van gebruik van een werk. Wat te denken van de reservekopie van software of e-boeken? Bied als rechthebbbende een optie “Download een extra exemplaar voor 50 cent” en de reservekopie kan het raam uit. Regel dat e-boeken een week te huur zijn en we kunnen bibliotheken afschaffen. En ga zo maar door, ook voor nieuwe manieren om werk te presenteren die nu nog niet eens technisch haalbaar zijn. In alle gevallen geldt: zodra rechthebbenden een manier weten om daar geld voor te vragen, kan en mag die vorm van gebruik alleen nog in ruil voor geld.
Hoe we de Auteurswet ook hervormen: zolang deze toets blijft bestaan, komen we vanzelf weer uit bij een situatie waarin de rechthebbenden vrijwel volledige controle over elk gebruik van hun werk krijgen en wettelijke uitzonderingen één voor één worden uitgekleed. Ik vind dat hoogst zorgelijk, zeker gezien het conservatisme van rechthebbenden. De driestappentoets verstoort de balans tussen makers en gebruikers op een onaanvaardbare wijze.
Arnoud

Toevallig las ik het laatst
Disclaimers onderaan een site, iedereen doet het (ja ik 
Een lezer vroeg me:
Een lezer wees me op
Een lezer vroeg me:
Mooi initiatief van ICTRecht-collega 
