Dossier op internet zetten: auteursrechtschending?

29 april 2011, 8:16 | Auteursrecht, Meningsuiting | 12 reacties

Over het publiceren van dossiers is altijd veel te doen. Je eigen teksten mag je online zetten, maar mag dat ook met brieven of stukken van de wederpartij? Vorig jaar beschreef ik de regels, maar één specifiek stuk wil ik nu nader uitlichten. De rechtbank Almelo oordeelde namelijk recent dat publiceren van stukken van de wederpartij een schending van het auteursrecht was.

Achtergrond van het geschil was de vraag wie de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van een school was. Twee groepen mensen wierpen zich op als de ‘echte’ GMR en dat leidde tot negatieve publicaties op internet. Dat moest dan ook wel tot een rechtszaak komen, maar nu een kort geding was aangespannen kan de rechter niet echt een eindoordeel vormen over wie ‘echt’ is.

De rechter kan wel oordelen over de publicaties. Die waren zo te lezen aardig heftig, maar de rechter betrekt de doelgroep (”een klein deel van de bevolking van de gemeente Enschede, dat bekend is met het conflict”) en oordeelt dan ook dat de publicaties niet onrechtmatig zijn.

De gedane uitlatingen zijn niet van een dermate verregaande aard dat verwacht moet worden dat eisers hierdoor (ernstige) hinder dan wel schade zullen ondervinden.

Wel onrechtmatig is het publiceren van het dossier. De rechter is daar erg makkelijk: er zit auteursrecht op, dus mag het niet.

Deze stukken ontberen niet een oorspronkelijk karakter en om die reden komen zij in aanmerking voor volledige auteursrechtelijke bescherming. Het op de website plaatsen van die stukken kan worden gezien als een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Auteurswet (hierna te noemen Aw). Gelet op het bepaalde in artikel 1 Aw is openbaarmaking echter uitsluitend voorbehouden aan de maker. [Gedaagde] heeft aldus door plaatsing van genoemde stukken op de website inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eisers dan wel hun raadsvrouwe.

Dat had wel iets minder ongenuanceerd gekund. Het publiceren van de stukken diende hier hetzelfde doel als de gewraakte eigen publicaties: informeren en discussiëren over dat conflict. Er werd hier niet gepubliceerd om andermans economische exploitatierechten aan te tasten. Het voelt dan nogal met de haren erbij gesleept om op grond van het auteursrecht te eisen dat de dossierstukken verwijderd moeten worden.

Ik had graag gezien hoe de rechter de vrije meningsuiting had afgewogen tegen de auteursrechten. Het lijkt erop dat op dit punt geen verweer is gevoerd - er staat niets over in het vonnis. Mijns inziens is goed verdedigbaar dat publicatie van de stukken een hoger doel dient dan het auteursrecht in dit soort situaties. (Denk aan het Scientology-arrest, hoewel dat een nogal extreme situatie was.) Mensen een compleet beeld geven van je geschil kan eigenlijk niet zonder de stukken van de wederpartij laten zien.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Mag mijn softwareleverancier me een servicecontract in de maag splitsen?

Een lezer vroeg me:

Enkele jaren terug hebben wij een softwarepakket laten maken door een leverancier. Eigenlijk hadden wij daar vanaf het begin geen goed gevoel bij. Alles kostte geld, van een extra feature tot corrigeren van taalfoutjes aan toe.

Een maand geleden kregen we echter een nieuwe aankondiging die voor ons de druppel is: we worden verplicht een servicecontract af te nemen van 1200 euro per jaar, en anders wordt de licentie ingetrokken. We hebben 2 maanden om te beslissen, en in de tussentijd krijgen we bij elke keer opstarten een melding dat dit eraan gaat komen. Kan dat zomaar?

Deze vraag is in het algemeen moeilijk te beantwoorden, omdat het antwoord voor 99% afhangt van het contract. Maar het is denkbaar dat het antwoord “ja, dat kan zomaar” luidt.

Hoofdregel bij software is dat de leverancier alle auteursrechten op de software heeft. Alleen als er schriftelijk (en ondertekend) is gezegd dat de rechten naar de opdrachtgever gaan, heeft de opdrachtgever de rechten. En wanneer de leverancier de rechten heeft, bepaalt hij op welke manier de klant gebruik mag maken van de software. Ja, ook als het maatwerk is.

Het wijzigen van het contract kan alleen als in het contract staat dat de leverancier dat mag doen. Maar vrijwel elk contract bevat zo’n beding, ergens verstopt tussen toepasselijk recht, overmacht en de clausule dat kopjes in het contract niet in de interpretatie van de artikelen mogen worden betrokken (wtf?). Daarmee kan de leverancier dus vrij eenvoudig elke nieuwe licentieconstructie doorvoeren.

Het gaat nogal ver om ineens een servicecontract met hoge extra kosten te introduceren, maar in principe kan het dus wel. Wie zijn softwarelicenties dus niet goed leest, kan tegen dit soort verrassingen aanlopen.

Slimme klanten bedingen dus het eigendom op de software (of kiezen open source) zodat ze dit probleem niet hebben.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Mag KPN abonnees wel extra kosten voor mobiele datadiensten opleggen?

Een lezer vroeg me:

Naar aanleiding van de plannen van KPN om bepaalde mobiele data diensten extra te belasten met een toeslag, vroeg ik me af of ze dat wel mogen doorvoeren. In mijn contract (met deze algemene voorwaarden) staat immers niets over dergelijke meerkosten. Kan ik ze bij de rechter verbieden deze toeslag op te leggen, of in ieder geval mijn contract dan laten ontbinden?

Afgelopen maandag hebben we het al gehad over dit voorstel van KPN en wat het betekent voor netneutraliteit. Maar deze lezer stelt een heel terechte praktische vraag: contract is immers contract, en mag KPN dat wel eenzijdig openbreken?

KPNs algemene voorwaarden voor internetbundels bevatten een expliciete bevoegdheid voor KPN om “maatregelen” te nemen tegen VoIP en SMSoIP diensten.

De voorwaarden van KPN die de lezer citeert, bevatten een beding dat botweg stelt “KPN is gerechtigd de Algemene Voorwaarden en tarieven te wijzigen.” Dat heb je als klant maar te slikken. Of nou ja, dat hoeft niet maar in dat geval moet je het contract opzeggen per de datum waarop de wijziging in werking treedt.

Die constructie is legaal. Je mag als bedrijf in algemene voorwaarden opnemen dat je het contract mag wijzigen. Specifiek voor telecommunicatiecontracten regelt de wet de spelregels: minstens vier weken van tevoren aankondigen en gelegenheid geven tot kosteloos opzeggen.

In november 2009 oordeelde de OPTA dat “een structurele beperking van de internetsnelheid bij het gebruik van bepaalde diensten” ook moet worden gezien als een contractswijziging. Er verandert misschien geen letter in het contractsdocument zelf, maar als je internetsnelheid ineens omlaag kukelt of een poort geblokkeerd wordt, is de inhoud van je contract wel anders. Dus ook bij technische aanpassingen aan de dienst geldt: aankondigen en kunnen opzeggen.

KPN kondigt de maatregel ruim op tijd aan en zal ongetwijfeld klanten gewoon laten gaan die hierom op willen zeggen. Binnen de huidige wet is ze dus legaal bezig.

Arnoud

of lees de 27 reacties

3D dinsdag: Het octrooirecht

26 april 2011, 8:00 | Octrooien, Innovatie | 11 reacties

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

3D printers en hun mogelijkheden zijn een geweldige technologische innovatie. En als we het over intellectueel eigendom bij innovatie hebben, dan komen we meteen bij octrooien uit. Octrooien (ook wel patenten) zijn namelijk bedoeld om namaak van technische uitvindingen tegen te gaan. Met een octrooi kun je iedereen verbieden de uitvinding na te maken, te verhandelen of in gebruik te hebben.

Er zit wel een belangrijke grens aan het octrooirecht: je kunt alleen optreden tegen bedrijfsmatig of zakelijk gebruik of productie van de uitvinding. Een particulier die je uitvinding namaakt, pleegt per definitie geen inbreuk. Omdat in de meeste gevallen er geprint wordt door particulieren, lijkt het octrooirecht minder van belang. Echter, bedrijven die op bestelling 3D printen, plegen wél inbreuk wanneer ze een geoctrooieerd object printen. Ook als dat door een particulier besteld wordt. De vraag is wel hoe een octrooihouder daar achter komt. Hij zou dan de hele dag naast de printer moeten staan en zien wat er wordt geproduceerd.

Een uitvinding moet in een technologisch vakgebied liggen. Abstracte ideeën, spellen, medische behandelwijzen, computerprogramma ’s en werkwijzen voor het zakendoen zijn in principe uitgesloten van octrooi. (Ja, bij software is er nogal wat gedoe over dat principe.) Voor 3D-objecten lijkt me dit niet vaak een hindernis. Een 3D object dat iets doet, en dus niet puur een ornament of kunstwerk is, voldoet al snel aan de eis van een technologische vinding. Een schakeling, een mechanische constructie of een 3D printer als zodanig: allemaal in principe octrooieerbaar.

Wel moet zo’n uitvinding nieuw en inventief zijn. Oftewel, de uitvinding mag nog niet bestaan en mag geen triviale variatie op het bekende zijn. Dat niet bestaan is nog wel te meten - het is het niet-triviaal zijn waar de problemen beginnen. Want zó moeilijk is het niet om iets erdoor te krijgen als zijnde inventief/niet-triviaal.

De nieuwheid en inventiviteit van een uitvinding wordt afgemeten aan de claims. Deze bevatten een definitie in juridische taal van wat er onder de uitvinding wordt verstaan. Alleen deze definitie bepaalt of sprake is van inbreuk. De titel, het abstract, de figuren en de beschrijving: allemaal heel leuk maar juridisch gezien gaat het om die claims. Wie wel eens een nieuwsbericht over octrooien leest: als octrooigemachtigde kan ik je vertellen dat in 99% van de berichten de journalist alleen de titel of abstract gebruikt om aan te geven waar het octrooi over gaat. Fout dus.

patent-fiets.pngEen octrooi is geldig voor 20 jaar vanaf de dag van aanvraag en kan niet worden verlengd. (Ok ok, er is een trucje met één jaar extra middels een prioriteitsaanvraag en bij octrooi op medicijnen kun je een aanvullend beschermingscertificaat verkrijgen.) Een veel gebruikte truc om hier omheen te komen, is een relatief kleine verbetering octrooieren. Dan heb je weer 20 jaar voor je verbetering, en als die maar interessant genoeg is, wil niemand meer je originele uitvinding gebruiken.

Het grote probleem bij octrooien is echter te weten komen op welke octrooien je inbreuk kan plegen, zodat je die kunt omzeilen. Er zijn octrooidatabanken natuurlijk, maar om daarin met succes iets te kunnen zoeken moet je wel specialist zijn. (Ik ben specialist en vind het nog steeds lastig.) En zo’n vrijgaveonderzoek is cruciaal, want volgens de octrooiwet kun je ook een octrooi schenden als je geen idee had dat het octrooi bestond. Je hoeft niet het originele product of het octrooi bekeken te hebben (zoals bij auteursrecht wel een vereiste is). Iemand die zich 10 jaar in de kelder terugtrekt en een pracht van een klapschaats maakt, pleegt inbreuk op de octrooien die daarop rusten.

Soms worden producten voorzien van aanduidingen als “Patent pending” of “US 1,234,567″. Die geven aan dat er een octrooiaanvraag loopt of dat de producent meent dat zijn patent met nummer 1.234.567 geschonden wordt als je dat product namaakt. Formeel verandert dat niets - zonder die aanduidingen pleeg je óók inbreuk - maar het kan de schadeclaims fors verhogen als je een product met zo’n aanduiding erop namaakt.

Alles bij elkaar kun je bij 3D printen van objecten in theorie zeker tegen octrooien aanlopen, maar ik verwacht dat dat in de praktijk niet snel gaat gebeuren. Particulieren plegen per definitie geen inbreuk, en 3D-printbedrijven doen zó veel verschillende producten dat geen octrooihouder daar effectief toezicht op kan houden. Misschien dat dit probleem aanleiding kan geven voor notice/takedown-achtige wetgeving: een octrooihouder kan dan zijn product en octrooi aanmelden waarna een 3D-printbedrijf hier geen prints meer van mag maken zonder aparte toestemming.

solid-edge-design-3d.pngWaarschijnlijker lijkt me echter dat de CAD-bestanden op de korrel genomen worden. Een CAD bestand vertelt de printer hoe het object opgebouwd moet worden. Op zichzelf is een CAD bestand geen uitvinding maar slechts een blauwdruk, en blauwdrukken vallen niet onder octrooien want het zijn geen concrete dingen.

Er is echter een uitzondering in de octrooiwet: ook het namaken of produceren van “middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel” van een uitvinding valt onder het octrooirecht, wanneer die gebruikt gaan worden om vervolgens de uitvinding zelf na te maken. Dit wordt ook wel indirecte inbreuk genoemd. Daarbij is vereist dat de namaker “gezien de omstandigheden duidelijk is, dat die middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn”. Dit vanwege handige jongens die een geoctrooieerd apparaat namaken en als bouwpakket op de markt brengen.

Niet elk onderdeeltje van een geoctrooieerde uitvinding valt onder de definitie van “wezenlijk bestanddeel”. Het enkele feit dat een item gebruikt kan worden om de uitvinding na te maken, is niet genoeg. Maar waar de grens ligt, is een heel lastige vraag, zoals in het Senseopads-arrest bleek. Specifiek uitgezonderd zijn “algemeen in de handel verkrijgbare produkten”. Daarmee is dus uitgesloten dat een octrooihouder de leverancier van grondstoffen voor 3D-printen (of de printers zelf) aanpakt met als argument dat die zo’n wezenlijk bestanddeel betreffen.

Of een CAD-bestand met louter instructies voor het produceren van de uitvinding hieronder valt, is een open vraag. Tot dusverre zijn er alleen rechtszaken geweest over fysieke onderdelen die al of niet middelen voor inbreuk opleverden. Maar het ligt voor de hand dat als particulieren thuis uitvindingen printen en handelaren alleen printers en grondstoffen verkopen, de aanbieders van CAD-bestanden wegens middellijke inbreuk worden aangesproken. En de positie van CAD-bestandsaanbieders zal ook bij de andere IE-rechten essentieel blijken.

Arnoud
Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools en Solid Edge designtool door Siemens PLM Software, beiden CC-BY 2.0. Het octrooi is US 4,502,705 uit 1985 voor een inventieve tandemfiets.

of lees de 11 reacties

Geen netneutraliteit voor de hele EU: een gemiste kans (gastpost)

25 april 2011, 8:17 | Netneutraliteit | 53 reacties

netneutraliteit.pngVanwege de Paasvakantie ben ik vandaag offline (voor zover dat bij mij mogelijk is). Daarom vandaag een gastpost van mijn collega Matthijs van Bergen.

Amerika heeft vorig jaar na een ruim vijf jaar durend heftig publiek debat eindelijk een regeling voor netneutraliteit aangenomen en volgde daarmee Chili en Noorwegen. In Europa is recentelijk besloten om dat nog niet te doen, althans niet centraal via een richtlijn die de lidstaten daartoe zou verplichten (al lijkt de titel van het persbericht te suggereren dat men het wel wil; doe dat dan ook echt). Dat is een gemiste kans, aangezien netneutraliteit een cruciaal ontwerpprincipe is van het internet en er reeds voorbeelden zijn van schendingen, ook in Nederland, en ISP’s hun voornemens tot schending niet onder stoelen of banken steken.

De EU mikt vooralsnog alleen op transparantie en makkelijk switchen een laat een optie open voor lidstaten om minimumkwaliteitseisen te stellen. Een aardig begin, maar toch half werk. Een eenvoudige en noodzakelijke minimumkwaliteitseis in de vorm van netneutraliteit had reeds kunnen worden ingevuld om de Europese internetmarkt adequaat te harmoniseren, maar helaas is dat dus nog niet gebeurd.

Terwijl telco’s en hun economen er goed in zijn om netneutraliteit heel ingewikkeld te maken, zo goed dat men er kennelijk in is geslaagd om de Europese Commissie genoeg schrik aan te jagen dat zij zich er niet aan durft te branden, leek het mij aardig om juist eens te proberen zo Jip-en-Janneke mogelijk en zelfs voor mensen zonder enig benul van internet en hoe dat werkt, begrijpelijk uit te leggen wat netneutraliteit is en waarom uitzondering daarop alleen maar in heel beperkte gevallen toelaatbaar is.

Netneutraliteit ‘4 dummies’

De rol van een internetprovider in de informatiemaatschappij kan worden gezien als een digitale vrachtvervoerder. Op het internet bestaat alle informatie namelijk uit pakketjes met data die van A naar B moeten worden versleept.

Stel dat de offline wereld geen enkel elektronisch communicatiemiddel kende, dan zou iedere lange-afstandscommunicatie per (pakket)post moeten gebeuren. Stel dat er een netwerk van vrachtvervoerders zou zijn, ieder met een beperkt geografisch gebied waar zij kunnen komen. De vrachtvervoerders hebben onderlinge overeenkomsten om post die naar een eindbestemming buiten het eigen gebied moet, binnen hun eigen gebied zo ver mogelijk richting eindbestemming te brengen en dan over te geven aan de volgende aangesloten vrachtvervoerder, net zo lang totdat de eindbestemming is bereikt. Iedere bewoner van deze wereld, kan uit ongeveer twee tot zes vrachtvervoerders één kiezen om (voor een jaar lang) tegen betaling al zijn pakketjes te bezorgen, die volgens het hierboven omschreven systeem tussen zijn huis en eindbestemmingen over de hele wereld kunnen worden bezorgd.

‘Post’neutraliteit (ja, netneutraliteit dus) is het behandelen van alle pakketjes op basis van wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Een uitzondering op ‘post’neutraliteit bestaat dan ook als de vrachtvervoerders de pakketjes niet meer op ‘fifo’-basis behandelen, maar de pakketjes prioriteren of zelfs weggooien op basis van hun eigen oordelen en voorkeuren wat betreft de verzender, de eindbestemming of het soort pakketje. Alle pakketjes zijn even zwaar en even groot, en dus even duur om te vervoeren, maar uit de vorm van het pakketje en het afzenders- en bestemmingsadres kan enigszins worden afgeleid of het bijvoorbeeld een liefdesbrief betreft of een reclamefolder.

Het zou kunnen zijn dat deze vrachtvervoerders nu eenmaal beperkte capaciteit hebben en het liefst zoveel mogelijk klanten zo goed mogelijk tevreden stellen door pakketjes te prioriteren op basis van hun inschatting van hoeveel haast deze zullen hebben en door klanten te helpen in het weren van ongewenste reclamefolders en door ze te beschermen tegen grapjassen die pakketten met rotjes (virussen) versturen. Mits zij die inschatting goed maken, kan dat inderdaad erg nuttig zijn.

Maar zou het acceptabel zijn dat de vrachtvervoerders pakketjes met liefdesbrieven weg zouden gooien uit morele overwegingen? Of sommige pakketjes vertraagd zouden gaan bezorgen, ook bij voldoende capaciteit? Of pakketjes weg zouden gooien die misschien ongewenste reclame bevatten, maar waarvan dat niet met enige zekerheid kan worden gezegd? Of voor sommige pakketjes extra betaling te vragen, die voor een klant inhoudelijk erg belangrijk zijn maar voor de vervoerder geen cent extra kosten om te bezorgen? Of als een vrachtvervoerder post afkomstig van een bepaalde afzender alleen naar de eindbestemmingen die alleen hij kan bereiken wil sturen, als de afzender hem daarvoor betaalt, terwijl de eindbestemmingen die vrachtvervoerder al hebben betaald om alle aan hen geadresseerde pakketjes bezorgd te krijgen?

Prioriteren en weggooien van bepaalde pakketjes kan dus soms gerechtvaardigd kan zijn, maar is dat meestal niet.

En waar de Europese Commissie niet eenvoudig heeft gesteld dat het prioriteren of weggooien van pakketjes steeds een legitiem doel moet hebben en proportioneel moet zijn aan dat doel, omdat men kennelijk vertrouwt dat marktwerking er wel voor zorgt dat de vrachtvervoerders voldoende in het belang van de klanten handelen, denk ik: ‘oh is dat dezelfde marktwerking die ervoor zou zorgen dat telco’s fatsoenlijke helpdesks zouden hebben? En geen buitensporige roamingtarieven zouden hanteren? Hoewel meer marktwerking via transparantie en makkelijker overstappen een aardig begin is, is het dus toch zeer zeker half werk.

Ruimte voor verbetering

Gelukkig laat de Europese aanpak wel ruimte aan lidstaten om het halve werk toch af te maken en een robuuste regel te maken die het blokkeren en vertragen van legaal verkeer gewoon verbiedt tenzij er een heel goede reden voor het vertragen of blokkeren is aan te geven, zoals het bestrijden van virussen of als bij hoge congestie een mailtje vertraagd moet worden om voorrang te geven aan bijvoorbeeld VoIP-verkeer. Ik zie het als een kans voor Nederland om behalve met het op één na grootste internetknooppunt ter wereld (AMS-IX) ook met netneutraliteit voorop te lopen.

of lees de 53 reacties

Zijn cijferpuzzels auteursrechtelijk beschermd?

22 april 2011, 8:07 | Auteursrecht | 16 reacties

binaire-puzzel.pngEen lezer stuurde me een forumbericht met een vraag over puzzels. De plaatser daar schrijft:

Ben “uitvinder” van de cijferpuzzel Binero. In 2006 heb ik het concept laten registreren door de Belgische federale overheid. Sinds 2008 wordt het onder mijn naam ondermeer gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift EOS. Thans wordt het op grote schaal en schaamteloos gebruikt door Denksport (Keesing) die weigert mijn auteursrechten te respecteren.

De vraag is natuurlijk: heeft deze uitvinder een auteursrecht en kan hij daarmee het publiceren van puzzels voorkomen?

Ik moest even zoeken, maar de term “Binero” verwijst naar cijferpuzzels die beter bekend zijn als binaire puzzels: in een grotendeels leeg raster moeten enen en nullen worden ingevuld zodanig dat elke rij uniek is en bestaat uit evenveel nullen als enen. Daarbij mogen steeds maximaal 2 nullen of enen naast elkaar staan.

Op het niveau waarop ik het hierboven uitleg, kan geen auteursrecht uitgeoefend worden. Iedereen mag de principes van zo’n puzzel uitleggen in eigen woorden en puzzels maken die volgens deze principes opgelost worden. De naam Binero kan als merk gedeponeerd worden, zodat concurrenten een andere naam moeten gebruiken.

Een concrete zelfgemaakte puzzel kan wel degelijk beschermd zijn door auteursrechten. Er gaat immers de nodige creativiteit zitten in het opzetten van zo’n raster: waar vul je alvast de nullen en enen in, en hoe moeilijk wil je het de puzzelaar maken? Dergelijke creativiteit levert auteursrechtelijke bescherming op voor de puzzel.

Binaire puzzels zijn echter ook prima met software te maken. Hoewel zulke software ook beschermd is, zijn de puzzels die uit die software komen dat niet. Die puzzels zijn immers zonder menselijke creativiteit gemaakt. Héél misschien ligt dat anders als je een heel creatief algoritme bedenkt om deze puzzels te maken, maar dan moet die creativiteit wel blijken uit de puzzel. En dat lijkt me bij deze puzzels lastig denkbaar.

De vraagsteller heeft volgens mij dus auteursrechtelijk geen punt om op te staan als Denksport alleen het concept van de binaire puzzel gebruikt en zelf de puzzels genereert.

En oh ja, die registratie. Ik vermoed dat dat net zoiets is als bij ons een registratie bij de Belastingdienst of een i-Depot. Mensen denken vaak dat dat rechten geeft, maar dat is dus niet zo. Zo’n registratie legt alleen vast wat er bestond op die datum, maar schept zelf geen auteurs- of andere rechten.

Arnoud

of lees de 16 reacties

Gaat Getty Images procederen in Nederland?

21 april 2011, 8:27 | Auteursrecht | 770 reacties

geen-getty.pngIn 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf rondstuurde naar alles en iedereen dat een foto van haar zou gebruiken. Ik heb er tientallen gezien, met bedragen variërend van enkele honderden tot vele duizenden euro’s. Allemaal verstuurd vanaf het Ierse Getty, en vaak ook nog alleen in het Engels. Maar wie de foto meteen weghaalde en niet in discussie ging, hoorde er niets meer van.

Nu lijkt daar verandering in te zijn gekomen. Hoewel Getty Ierland nog steeds brieven stuurt, is nu ook het Nederlandse Van der Steenhoven Advocaten (”Een gerust gevoel”) bezig met het leggen van eisen. En dat wijst er toch wel op dat men wil doorpakken: een Nederlandse advocaat huur je als Iers bedrijf niet in te blaffen maar om te bijten.

Wel lijkt het erop dat men zich beperkt tot de grote gevallen. De sommatiebrieven van Van der Steenhoven die ik heb gezien, zijn allemaal voor vele duizenden euro’s - het record lag iets boven de 20.000. Ja, 20.000 euro voor gebruik van enkele foto’s op een website. En dat terwijl de prijscalculator bij Getty eerder tientjeswerk oplevert dan honderden, laat staan duizenden euro’s.

Hoe dan ook, wie een Getty-sommatie krijgt via deze Nederlandse advocaat doet er goed aan zelf ook een advocaat te zoeken, en wel onmiddellijk. Want alleen weghalen helpt niet - wie geen inhoudelijk verweer voert of de hoogte van de claim betwist, mag het volle pond betalen.

Het Bredase IE-kantoor BRight Advocaten heeft zich gemeld: ook zij zetten graag de tanden in uw Getty-claims, tegen gereduceerd tarief. Andere beschikbare advocaten zijn Teun Burgers, IE-advocaat bij Cordemeyer & Slager, IE-advocaat Quirijn Meijnen, Van der Aa & Koers Advocaten en Louwers Advocaten. Ook advocaat Filip Van Eeckhoutte zet zich graag in tegen een gereduceerd tarief voor particulieren en ZZP’ers, net als advocatenkantoor yspeert vwl en QuestIE advocatuur.

Elke andere IE-advocaat die voor een redelijk tarief gedupeerden wil helpen, mag zich hieronder (of per mail) bij mij melden en wordt dan ook hier vermeld.

Update (3 oktober 2011) bij TROS Radar aandacht voor Getty, met bijdragen van advocaten Teun Burgers, BRight Advocaten en Eveline Kubbenga. En nog steeds niemand die is aangeklaagd.

Arnoud

of lees de 770 reacties

Twitterbedreiger krijgt 80 uur werkstraf

20 april 2011, 8:11 | Meningsuiting | 21 reacties

twitter-scheld-dreig.pngDe 36-jarige man die op Twitter de dochter van politica Femke Halsema bedreigde is dinsdag door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot een celstraf van 17 dagen, meldde Nu.nl gistermiddag. Dat is minder dan geëist, en vanwege voorarrest blijft daar weinig van over. Effectief krijgt hij alleen 80 uur werkstraf. En dat vanwege een toch behoorlijk bedreigende tweet.

In september 2010 had de 36-jarige man op Twitter de dochter van Halsema bedreigd in niet mis te verstane bewoordingen. Zijn verweer bij de rechtbank luidde dat de tweet satirisch bedoeld was, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Voor satire is wel iets van een context vereist, en dat is bij Twitter natuurlijk moeilijk te achterhalen. Zeker in dit geval:

Daar komt nog bij dat de tweet rechtstreeks aan [Halsema] is gericht en redelijkerwijs niet van haar kon worden verwacht dat zij zich van enige specifieke context waarin de tweet zou zijn verstuurd (zou dat al het geval zijn geweest) zou vergewissen.

Wil je dus satirisch of ironisch bezig zijn, zorg er dan voor dat dat uit de tweet zelf al duidelijk is. Of kies een medium waar je wél ruimte hebt om die context te bieden, zoals een blog. Of hang je bedreiging vol met smileys en krijg vrijspraak.

Dat het ‘maar’ Twitter was, is ook geen argument. Ook elektronische media vallen onder de strafwet, en het maakt echt niet uit of je e-mail, forums, blogs of Twitter gebruikt om iemand te bedreigen. Sterker nog, de rechtbank lijkt het anonieme en kernachtige karakter van Twitter te gebruiken om juist de bedreiging ernstiger op te vatten:

[de bedreiging was reëel] met name gelet op de grove inhoud van de tweet alsmede gelet op het feit dat het twitter-account van verdachte anoniem was als gevolg waarvan het voor (aangever 2) volstrekt oncontroleerbaar was met wie zij te maken had.

Een volstrekt logische redenering, en het verbaast me ook een beetje dat er zo veel heisa werd gemaakt over het feit dat het hier om een dreigtweet ging. Is het zó verbazingwekkend dat een twitterbericht telt als openbaar, en dat een bedreiging daarin gewoon strafbaar is?

Arnoud

of lees de 21 reacties

3D dinsdag: Driedimensionaal printen versus intellectueel eigendom

3d-printen.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag opende Ars Technica vorige week haar bericht over een auteursrechtclaim op een CAD-bestand waarmee een driedimensionaal model geprint kon worden. Met driedimensionaal printen kan iedereen (bijna) alles maken dat hij zoekt, van reserveonderdelen tot zelfverzonnen objecten tot dat dure merkproduct. De Flickrstream van CreativeTools.se laat nu al enkele fantastische mogelijkheden zien. In Nederland biedt FabLab de mogelijkheid zo ongeveer alles te printen dat je wilt.

Bij 3D printen worden objecten gereproduceerd vanuit bronmateriaal dat in heel kleine hoeveelheden en laagje voor laagje wordt gedoseerd. Vaak wordt daarbij met gesmolten polymeer gewerkt, maar ook kan materiaal in poedervorm worden gebruikt dat wordt verhard nadat het laagje is gedeponeerd. Dit alles onder controle van een instructiebestand (CAD-bestand) dat de 3D printer vertelt hoe elk laagje eruit ziet en welk materiaal moet worden gebruikt. 3D printen kan met polymeren maar ook met metalen. Daarmee is zo ongeveer alles te maken.

Het gebruik van 3D printen botst al snel met intellectuele eigendomsrechten, zoals ook al in het geweldige whitepaper van Public Knowledge te lezen is. Een object kan beschermd zijn door auteursrechten, merken, modelrechten of octrooien (patenten). Het namaken is dan niet toegestaan. Soms is er een uitzondering voor namaken in de privésfeer of voor onderzoeksdoeleinden, maar die uitzondering is vaak beperkter dan je zou denken.

Het intellectueel eigendom (IE) is namelijk gebaseerd op de gedachte dat alleen de maker/uitvinder/ontwerper van een object dit mag reproduceren. Dit vanuit de aanname dat deze met dat controlerecht zijn investering moet kunnen terugverdienen. Afrekenen per kopie is een natuurlijk model in de 3D wereld: als iets populair is, verkoopt het goed en dan verdien je veel, en als iets tegenvalt dan verkoopt het niet en dan heeft de maker pech. Dat model stond voor muziek en films al flink onder druk door internetdistributie, maar de druk door 3D printen wordt alleen maar groter.

Ik verwacht dat wanneer 3D printen meer in de mainstream terecht komt, er grote druk zal komen vanuit rechthebbenden om te voorkomen dat 3D printen van beschermde objecten mogelijk wordt. Dat kan grote impact hebben: sites die 3D modellen aanbieden zullen net als Mininova of Pirate Bay als piraten worden aangemerkt, maar ook de verkoop van 3D printers als zodanig kan aan banden worden gelegd als het idee postvat dat deze vooral voor namaak worden gebruikt.

Daarom ga ik de komende weken elke dinsdag (”3D dinsdag”) een blog schrijven over een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Ik zal per IE-recht bespreken wanneer iets daaronder valt, wat er dan wel en niet mag met dat object en wat dat betekent voor het proces van 3D printen.

Wie nu al specifieke vragen of suggesties heeft die ik mee moet nemen, dan hoor ik dat graag! (Oh ja, en een mooier plaatje voor deze serie zou ook leuk zijn. Het is héél moeilijk een Creative Commons foto te vinden die op 150×150 pixels het concept 3D printen laat zien.)

Arnoud
Foto: Tony Buser, CC-BY 2.0

of lees de 76 reacties

Is TNT Post aansprakelijk voor kwijtgeraakte internetbestellingen?

18 april 2011, 8:18 | Webwinkels | 45 reacties

Een lezer vroeg me

Recent had ik wat besteld bij een webwinkel. Na drie weken had ik het nog niet in huis, en de webwinkel meldde me dat het dan in de post moet zijn kwijtgeraakt. Volgens haar algemene voorwaarden had ik geen recht op vergoeding, ik moest het maar bij TNT Post gaan verhalen. Hoe stel ik nu TNT aansprakelijk?

TNT Post aansprakelijk stellen voor kwijtgeraakte post is erg moeilijk. Wie hun algemene voorwaarden erop naslaat, zie dat ze alleen aansprakelijk zijn voor aangetekende zendingen (50 euro bij post en 500 euro bij pakketjes).

Belangrijker: de Postwet 2009 bepaalt dat TNT niet aansprakelijk is voor kwijtgeraakte post, tenzij deze aangetekend of verzekerd verstuurd is. Of als TNT zelf opzettelijk, roekeloos of grof nalatig heeft gehandeld.

Als consumentklant heb je echter hiermee niets te maken. Je bestelt bij een webwinkel, en die moet het risico dragen dat het pakket kwijtraakt. Bij wie de schuld van het kwijtraken ligt, is voor jou niet relevant: de winkel moet een nieuw pakket opsturen als het niet aangekomen is.

De enige uitzondering is als je zèlf tegen de webwinkel zegt dat TNT goed genoeg is. Als je namelijk zelf een vervoerder aandraagt, kan de webwinkel niet aansprakelijk zijn voor kwijtraken bij gebruik van die vervoerder. Dat is dus niet hetzelfde als TNT uit een lijstje kiezen: je moet echt zelf gemaild hebben “jouw vervoerders zijn me te duur, gooi het maar in de brievenbus” om hieronder te vallen.

Bij een particuliere verkoper ligt het iets moeilijker. Het hangt daar af van wat er besproken is: wie heeft gezegd dat het met de post verzonden kan worden, is er gesproken over kwijtraken of over verzendkosten?

Arnoud

of lees de 45 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress