Vrijdagochtendergernis: misleidende maar legale reclame

15 april 2011, 8:01 | Contracten | 37 reacties

Als je er eenmaal op gaat letten, zie je het overal: reclameteksten die de indruk proberen te wekken dat je iets hebt gewonnen of gekregen, terwijl het in feite niet meer is dan een mógelijkheid. Zo kreeg ik deze aanbieding geforward:

gratis-of-misleiding.png

Wie googelt op u bent geselecteerd als winnaar komt nog veel meer van dit soort teksten tegen. Een hele mooie vond ik deze site die meldt dat ik “de miljoenste bezoeker van de website [ben] en dat is geen grap.” En dat terwijl er geen teller te ontwaren is.

De wet verbiedt misleidende reclame, bv. reclame die je op het verkeerde been zet over “de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden” van het geadverteerde. De discussie die je dan meteen krijgt, is of het misleidend is om te zeggen U bent winnaar van een auto (of van een kadobon van 25 euro). Ik vind van wel - er is geen enkele reden om “auto of kadobon” zo naast elkaar te presenteren behalve om iedereen bij “auto” te laten ophouden met lezen en dan te reageren “OMG EEN AUTO!!1!”. Maar jurisprudentie heb ik niet kunnen vinden.

Aanverwante ergernis: reclames die van alles beloven in de schreeuwtekst maar in de kleine lettertjes dat allemaal weer ontkennen. Het extreemste voorbeeld is de “vriendenradar” die ik ooit op tv zag: “zie waar je vrienden zijn” met disclaimer “Let op: laat niet echt zien waar je vrienden zijn”. Als dat niet tegen de wet is, moet de wet worden aangepast.

Wie kent er nog meer voorbeelden van dit soort grappen?

Arnoud

of lees de 37 reacties

“Uw vordering rammelt aan alle kanten”

14 april 2011, 8:18 | Contracten | 6 reacties

rb-maastricht-fileren.pngEen genoegen om te lezen: een rechter die genoeg heeft van prutswerk van grote bedrijven die menen nog geld te krijgen van consumentklanten. Een lezer wees me op één uitspraak, en enig googelen gaf me nog meer uitspraken van deze Maastrichtse rechter Staal, die allemaal in niet mis te verstane bewoordingen bedrijven fileren die met prutsvorderingen komen.

Incasso bij vermeende wanbetalers leidt veelvuldig tot procedures bij de kantonrechter. Nu is dat op zich terecht, maar je moet als bedrijf wel onderbouwen waar die incasso op gebaseerd is. Zomaar een bedrag roepen en een stapel facturen overleggen kan natuurlijk niet. En het lijkt erop dat dat wel gebeurt, als ik deze vonnissen lees.

Wellicht is dit omdat het lopendebandwerk is voor deze bedrijven, maar juist bij lopendbandwerk mag je verwachten dat alle dossiers gewoon op orde zijn. Zó moeilijk is een checklist met bij te leveren materialen en samenvatting van gebeurtenissen toch niet?

Je mag je als professionele procespartij dan ook diep schamen als een vonnis zo opent:

Als de vordering van ED al niet had moeten stranden op een volstrekt ontoereikend exploot, kan in ieder geval na het voortgezette debat geconcludeerd worden dat ED niet naar behoren gereageerd heeft op het inhoudelijke verweer van [gedaagde] en evenmin de procesrechtelijke en inhoudelijke gebreken die aan het exploot kleefden in de repliek opgeheven heeft.

Of zo:

Hoewel de wijze van procederen van CAK-BZ alleszins een totale afwijzing van haar vordering zou rechtvaardigen wegens evidente schending van artikelen 21 en 111 Rv

De vorderingen worden integraal afgewezen, en terecht. Bij zulke procedures is het bedrijf de ervaren partij, die ook nog eens alle bewijzen heeft (zoals meterstanden of logfiles) om vast te stellen of er contractsbepalingen geschonden zijn. Deze partij behoort dan ook dat adequaat te onderbouwen en aan te geven waar de schending zit.

Nog eentje:

Door het ontbreken van essentieel te achten documenten is de inhoud van de overeenkomst tot energielevering door ED aan [gedaagde] niet komen vast te staan, terwijl ter zake ook geen bewijs aangeboden is.

In een Ziggo-zaak laat “Ziggo volledig in het midden” waar rente en incassokosten op gebaseerd zijn:

De loutere stelling dat betrokkene ‘tekort geschoten (is) in de nakoming van zijn verplichtingen’, is niet toereikend om tot ontbinding over te gaan (zoals Ziggo wel lijkt te veronderstellen), maar stellig ook niet om daarop een recht op rente en op vergoeding van kosten te baseren. Het vagelijk aanduiden van ‘vervaldata van de facturen’ en ‘sommaties’ evenmin, omdat daaraan noch concrete data als moment van intreden van verzuim verbonden zijn (het woord ‘verzuim komt in het hele exploot zelfs niet voor), noch de verbinding gelegd is met de verzuimgrond in concreto (per factuur of voor een reeks facturen).

Ook UPC krijgt ervan langs:

De vordering van UPC rammelt aan alle kanten, nog daargelaten het gedateerde karakter [uit 2006, AE] van de zaak dat op zijn minst enige uitleg van de kant van UPC gerechtvaardigd zou hebben.

De grootste rammel zit al meteen aan het begin: er is geen contract of schriftelijke afspraak in het geding gebracht. Tijdens de zitting switchte UPC ook nog eens van uitleg. De rechter ziet zich dan ook geconfronteerd met een niet-onderbouwde stapel facturen en oordeelt dat UPC daarmee echt onvoldoende heeft aangeleverd.

Ik word vrolijk van zo’n lijst vonnissen, maar die vrolijkheid wordt al snel weer getemperd door het besef dat die bedrijven hier echt niet anders van gaan werken. In vrijwel alle gevallen leiden de uitspraken namelijk tot slechts afwijzing van de vordering (die allang afgeboekt is) of schadevergoeding van 100 à 200 euro (dikke boehoe). Daar schrikt een groot bedrijf als UPC of Ziggo echt niet van.

Een hogere prikkel is dan ook nodig, maar afgezien van een boete van de Consumentenautoriteit zie ik die zo niet. En ik vermoed dat de CA niet op korte termijn toekomt aan incassogedrag van bedrijven.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Open source licenties in de codering

13 april 2011, 8:18 | Open source, Software | 10 reacties

plaatje-it-purple-pigeon.jpgAls je afspreekt dat je software alleen mag verspreiden in versleutelde vorm, maar er zit open source in, schend je dan de licentie door toch broncode vrij te geven? Jaja, het lijkt er zowaar op dat we een vonnis hebben over de ‘virale’ werking van open source. Maar dat valt vies tegen: de rechtbank doet geen uitspraak (via) over de bindendheid van de ‘open licenties’ omdat de licentienemer deze er eenvoudig uit had kunnen slopen.

Het bedrijf Purple Pigeon had software (’Eigen Chatbox’, ‘WebAgenda Multi-User’, ‘WebEnquete PRO’, ‘Web to Go Personal’ en ‘Web To Go Professional’) ontwikkeld, en met Quinarx een exclusieve distributieovereenkomst gesloten. Die werd later omgezet in een nieuwe overeenkomst, waarbij afgesproken werd dat de broncode te allen tijde gecodeerd (versleuteld) zou moeten worden met een pakket als SourceCop. Ook moest altijd het copyright van Purple Pigeon worden vermeld.

In 2010 constateerde Purple Pigeon dat de software nog steeds werd verkocht, en ook nog eens met vrij beschikbare broncode en zónder auteursvermelding van PP. Volgens Quinarx was daar geen sprake van, waarop Purple Pigeon naar de rechter stapte en een terughaalactie (recall) eiste plus een schadevergoeding.

Eén van de verweren van Quinarx was dat het programma open source bevatte, en dat het daarom niet zomaar versleuteld verspreid mocht worden. Op zich een terecht verweer: de GPL bijvoorbeeld verbiedt zulke distributie, de broncode moet er echt bij zitten (of op verzoek nageleverd worden). Maar de rechter oordeelt dat je als licentienemer niet zomaar eenzijdig mag besluiten om dan de broncode maar openbaar te maken. Als je zo’n compliance probleem signaleert, moet je de rechthebbende benaderen en ze daarop wijzen.

Terecht, maar jammer dat dit punt niet nader is uitgewerkt. Ik had wel eens willen zien wat de rechter zou zeggen van het verweer dat Quinarx (en ook Purple Pigeon) gewoon gebonden was aan de GPL en daarom wel moest handelen op deze manier.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Downloadverbod? Internetfilterplicht zul je bedoelen!

12 april 2011, 8:06 | Auteursrecht | 80 reacties

youwouldntdownloadverbod.pngDownloaden van auteursrechtelijk beschermd werk uit evident illegale bron onrechtmatig, maar niet strafbaar. Dat was het grote nieuws gisteren, maar het is slechts één onderdeel van Teevens plan om het auteursrecht te moderniseren. Opmerkelijker -maar in de discussie veel minder nadrukkelijk naar voren gekomen- is het voorstel om een internetfilter in te voeren zodat Nederlandse providers verplicht worden sites als ThePirateBay.org te blokkeren.

Op zich vind ik het goed om deze discussie te voeren: het behoort namelijk de wetgever te zijn die de regels maakt. Niet industrieclubs als Brein die via rechtszaken een ‘raamwerk’ proberen te zetten waarin vooral hun eigen belang wordt gediend. Het is alleen ontzettend jammer dat Teeven deze insteek kiest. Ik zie er weinig heil in. Zo klinkt het mooi, een symbolisch downloadverbod zodat bijdehante juristen van piratenplatforms niet kunnen betogen dat ze slechts downloaden faciliteren. Maar door het te verbieden, kunnen rechthebbenden wel degelijk downloaders voor de burgerlijke rechter slepen. Daar heeft Teeven niets over te zeggen.

Maar goed, kun je zeggen, dit is voor software allang de situatie en de BSA valt echt geen Photoshopdownloadende pubers lastig met miljoenenclaims. En we staan in Europees verband zodanig voor gek met ons legaal illegaal downloaden dat we echt geen fatsoenlijk legaal aanbod van de grond krijgen zonder verbod. Bovendien, hoe gaan die rechthebbenden dan de individuele downloaders opsporen?

Voor mij het grote pijnpunt is de filterplicht:

Voor de situatie waarin de inbreuk vanuit het buitenland wordt gefaciliteerd, moeten rechthebbenden de mogelijkheid hebben om bij de rechter te vorderen dat een specifieke website of dienst waarvan is bewezen dat deze inbreuken faciliteert in een concreet geval door de access provider wordt geblokkeerd, zodat de toegang voor Nederlandse internetgebruikers wordt bemoeilijkt.

We zijn nu net aan het afstappen van filters. Het Europese Parlement keurde in februari nog een verplicht Europees internetfilter af, met name omdat “het blokkeren van sites niet effectief bijdraagt tot de bestrijding van dergelijke criminaliteit. Met een filter wordt het probleem verborgen en niet bestreden, zo was de gedeelde mening in de commissie.” En let wel, dat ging over de grootste ruiter van de internetapocalyps - kinderporno. Waarom zou een filter tegen het kleine ruitertje auteursrecht dan wel een goed idee zijn?

Er moet meer legaal aanbod komen, dat is duidelijk. Mijn plan van een vergoedingsplicht voor downloadsites (én een meewerkplicht voor rechthebbenden) zou veel problemen oplossen, maar de onvindbare Pirate Bay-jongens gaan ook daar natuurlijk niet aan meewerken. Dus hoe die dan aangepakt? Ik zou het ook niet weten - zonder grof geschut als dit. En waarschijnlijk zelfs mét grof geschut als dit niet.

Maar misschien is het antwoord dan ook wel: láát die jongens lekker piraatje spelen op hun goed verstopte servers. Daar achteraan jagen zal echt niet spontaan tot respect voor auteursrecht leiden. Nee. Zorg voor genoeg legaal aanbod tegen een fatsoenlijke prijs, en dan zakt het downloaden uit illegale bron vanzelf in de marge waar het hoort. Voer daarbij een specifiek verbod in op het faciliteren van up- en downloaden zonder licentie, en laat de downloadende consument legaal zijn. (Ik kreeg al een lezer in de mail die niet meer naar Youtube durft.) En dwing Buma/Stemra om óók Mininova een licentie te geven. Dán hebben we een werkbaar auteursrecht.

Arnoud

of lees de 80 reacties

Wiens verantwoordelijkheid is een mobiel abonnement met computer?

11 april 2011, 8:03 | Contracten, Webwinkels | 20 reacties

typhone.pngAls je bij een telecomshop een actiecombinatie bestelt van een mobiel abonnement, een telefoon en een computer, wie moet dan zorgen dat je die alledrie krijgt? Dat was de vraag waar de kantonrechter in Rotterdam zich over moest buigen. Een consument had bij Typhone.nl een Vodafoneabonnement gesloten, omdat hij dan een gratis multimediacomputer zou krijgen. Die zat alleen niet in het pakket dat hij per post geleverd kreeg, waarop hij de bestelling annuleerde. Vodafone verwees toen naar Typhone: die hadden de computer beloofd, niet zij.

Voor veel mensen is het moeilijk te achterhalen met wie je nu zaken doet in telecomland. Partijen zoals Typhone bieden allerlei pakketten en allerlei combinaties aan, maar treden daarbij vaak op als tussenpersoon of bemiddelaar tussen de telecomprovider (Vodafone in dit geval) en de consument. Het contract wordt dan dus met de provider gesloten, niet met de telecomshop. Aanleiding tot de rechtszaak was het feit dat de “actiecombinatie” die de klant had uitgezocht, bleek te bestaan uit een abonnement met telefoon te leveren door Vodafone en een computer door Typhone zelf.

De afwezigheid van de computer was voor deze consument reden om het abonnement te annuleren: er kon niet binnen afzienbare tijd worden geleverd, dus er was sprake van wanprestatie en dan mag je annuleren. Vodafone was het daar mee oneens, en meldde meneer meteen maar aan bij het BKR en Preventel wegens wanbetaling. Gezellig.

De rechter ziet in het contract duidelijk staan dat de contractspartijen de consument en Vodafone zijn. Typhone is slechts tussenpersoon en “valt er tussenuit” zoals dat heet. De computer stond niet in dat contract genoemd, dus wiens probleem was die nu?

[Vodafone] heeft niet weersproken dat Typhone.nl aan [gedaagde] in verband met het afsluiten van de overeenkomst mobiele telefonie een gratis multimediacomputer heeft toegezegd. Dit cadeau is zozeer verbonden aan het afsluiten van de overeenkomst, dat [gedaagde] er vanuit mocht gaan dat deze computer een onderdeel van de overeenkomst met Vodafone vormde.

Nergens was duidelijk gezegd dat de computer een apart kadootje van Typhone was dat apart geleverd werd. De onduidelijkheid die dat oplevert, komt dan voor rekening van Vodafone omdat Typhone hun tussenpersoon is. Dat blijkt uit de wet (art. 3:66 BW), die bepaalt dat rechtshandelingen van de tussenpersoon in principe voor rekening van de principaal (achterman) moeten komen.

Omdat de computer niet werd geleverd, en een Vodafone-medewerker meldde dat dit ook niet binnen afzienbare tijd zou gebeuren, mocht de consument per direct het abonnement annuleren. Een dergelijke situatie telt als “tijdelijke onmogelijkheid in de nakoming”, zoals dat heet, en dat is grond voor ontbinding. Er hoeft niets te worden terugbetaald, want de consument had de bestelling geweigerd en dus niet van de diensten gebruik gemaakt.

Ook moeten de BKR- en Preventel-registraties ongedaan worden gemaakt. De schadeclaim van de consument daarbij wordt echter afgewezen, omdat hij niet kan bewijzen welke schade hij heeft geleden. Ook claimde hij in zijn persoon te zijn aangetast, maar die reputatieschade is ook niet onderbouwd. Formeel juist maar wel een tikje irritant. Misschien wordt het tijd dat het BKR een regel invoert dat een bedrijf dat ten onrechte een consument aanmeldt, een boete moet betalen als dat uitkomt?

Arnoud

of lees de 20 reacties

Politie vraagt verwijdering opruiende tekst, mag dat wel?

8 april 2011, 8:08 | Meningsuiting | 26 reacties

politie-verzoek-verwijderen-bevelDe Nationale Recherche eist dat Publicintelligence.net stopt met het publiceren van het magazine Inspire, meldde Webwereld gisteren. De site zou opruiende informatie publiceren, die volgens de KLPD tegen de wet is. Als de publicatie niet vrijwillig gestaakt wordt, zal de server offline gehaald worden, dreigt de brief. Alleen: dat mag de politie helemaal niet.

In de takedownbrief (stijlloze spiegel) is te lezen dat het gaat om een magazine “Inspire” dat opruiende inhoud gerelateerd aan Al-Qa’ida zou hebben. Dergelijke inhoud kan strafbaar zijn, als deze concreet aanzet of oproept tot geweld. In 2007 werd een vrouw veroordeeld voor opruiing omdat ze had gelinkt naar vergelijkbare teksten.

Zoals al bij de Crimesite-zaak van januari aan de orde kwam: de politie mag niet vrijwillig vragen om dingen te verwijderen of af te geven. Haar bevoegdheden (en die van het OM) zijn geregeld in de strafwet, en ze moeten daar gebruik van maken. Vrijwillig vragen om iets dat ze niet mogen vorderen botst daarmee. Dat blijkt onder meer uit een arrest uit 2007 van de Hoge Raad. (Toegegeven, dat ging om persoonsgegevens en niet om publicaties, maar het gaat om het principe.)

In dit geval is de enige grondslag artikel 54a Strafrecht, dat de Officier van Justitie (na machtiging van de rechter-commissaris) de bevoegdheid geeft verwijdering te eisen. De politie heeft géén bevoegdheid om dit te doen. En wat ze niet mag vorderen, mag ze ook niet vragen. Terecht dan ook dat hostingpartij EuroVPS weigert de site te sluiten.

Arnoud

of lees de 26 reacties

Heeft opt-in wel zin bij cookies?

7 april 2011, 8:25 | Privacy | 47 reacties

Naar aanleiding van de recente discussie over het cookierapport van TNO en IViR verscheen bij Netkwesties het artikel Vergaande spraakverwarring over opt-in en opt-out. In het kader van de discussie over de nieuwe Europese cookiewet had TNO ontdekt dat veel bedrijven de huidige wet schenden, omdat volgens hen het Besluit Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen (BUDE) een opt-in voor cookies zou eisen.

Netkwesties vroeg mijn commentaar op de spraakverwarring, en enige frustratie gaf het volgende antwoord:

Persoonlijk geloof ik niet in opt-in en maar gedeeltelijk in opt-out. De meeste mensen weten niet hoe dit soort systemen werken, en zóuden dit ook niet hoeven weten. Het idee van opt-in = controle vind ik een illusie. Want met de simpelste belofte krijgen bedrijven wel een opt-in, maar mensen hebben geen idee wat de implicaties van hun toestemming zijn.

Als bepaald gedrag als fundamenteel ongewenst ervaren wordt, dan moet de wet worden aangepast om het gedrag op het juiste spoor te krijgen. Dus niet een opt-in voor tracking cookies voor het volgen van surfgedrag maar een verbod op tracking cookies.

Als we vinden dat tracking moet kunnen maar dat de getrackte persoon invloed moet hebben, dan moet de wet voorschrijven dat er zo’n invloedmechanisme komt.

De wet moet dan over de implicaties gaan en niet over die illusie.

Wat vinden jullie?

Arnoud

of lees de 47 reacties

Mag ik andermans foto’s op mijn Facebook zetten?

6 april 2011, 8:08 | Auteursrecht | 40 reacties

facebook-upload.pngEen lezer vroeg me:

Ik upload van alles op Facebook en incidenteel ook wel eens een foto die ik bijvoorbeeld op een krantensite heb gevonden. De groep mensen die die foto ziet is beperkt en mijn Facebook is vrij strak afgeschermd. Kan ik er dan alsnog mee in de problemen komen?

De problemen waar je tegenaan kunt lopen, liggen met name bij het auteursrecht. Het uploaden en publiceren van andermans foto’s zonder toestemming is meestal namelijk inbreuk op het auteursrecht. (Soms kan het een geldig citaat zijn, maar reken er niet op.) Het maakt daarbij niet uit of je op een persoonlijke Facebookpagina publiceert of op een commerciële website.

Wél kan uitmaken of de foto publiek toegankelijk is of juist afgeschermd voor iedereen behalve een selecte groep mensen. De Auteurswet kent namelijk een uitzondering voor publicaties in beperkte kring, namelijk een kring die

zich beperkt tot de familie-, vrienden- of daaraan gelijk te stellen kring, en voor de toegang tot de voordracht, op- of uitvoering of voorstelling geen betaling, in welke vorm ook, geschiedt. Hetzelfde geldt voor een tentoonstelling.

Nu zit Facebook vol met vrienden, maar die interpretatie zou het wel érg makkelijk gaan. De wetgever bedoelt hier de ouderwetse betekenis van vriend, namelijk iemand met wie je een persoonlijke band hebt. Min of meer willekeurige kennissen vallen er niet onder. Ik denk dus dat alleen mensen met een zeer selectief Facebooktoelatingsbeleid van deze clausule kunnen profiteren. Als de clausule überhaupt al geldt voor Facebookuploads - er staat “voordracht, op- of uitvoering of voorstelling” en dat is geen terminologie die je normaal gebruikt bij foto’s.

Daar komt nog bij dat je bij zo’n upload een kopie moet maken, en het maken van een kopie is -los van publicatie- iets waar je toestemming voor nodig hebt van de auteursrechthebbende. Er is een uitzondering voor kopiëren voor eigen gebruik, maar die geldt niet als je de foto deelt met anderen. Je kunt je dus zelfs afvragen of je niet bij het uploaden al auteursrechtelijk de fout in gaat.

Alles bij elkaar vrees ik dat je niet sterk staat als een fotograaf erachter komt dat je zijn foto in je Facebookalbum hebt opgeslagen en dat anderen (familie, vrienden of wie dan ook) deze kunnen zien. De vraag is natuurlijk wel of hij er achter komt, maar je neemt natuurlijk wel een risico als je het daar van laat afhangen.

Arnoud

of lees de 40 reacties

Op internet zoeken naar kievitseieren

5 april 2011, 8:07 | Internetrecht | 10 reacties

kievitsei.pngTot en met vrijdag mag het nog: het rapen van eieren van de Vanellus Vanellus oftewel de kievit. Wat dat met internetrecht te maken heeft? Op zich niet veel, ware het niet dat er geprocedeerd is bij het Gerechtshof Leeuwarden over de vraag of de bekendmaking van de foerageergebieden op internet wel adequaat is. Immers, rapen buiten deze gebieden is een strafbaar feit, dus je moet wel eenvoudig kunnen nagaan of je in een verboden gebied aan het rapen bent.

De Flora- en faunawet verbiedt het rapen van eieren. Maar omdat het zo’n leuke traditie is, heeft de Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân een ontheffing verleend voor het rapen van kievitseieren in een ganzenfoerageergebied. Die gebieden staan aangegeven op internet. Maar de verdachte in deze zaak maakte bezwaar, omdat

de kaart van de ganzenfoerageergebieden, zoals te raadplegen op de website van de provincie Fryslân, vaag en algemeen is, omdat op de kaart onduidelijk is waar de grenzen tussen de diverse percelen liggen en omdat aan de hand van deze kaart ter plaatse in het veld beoordeeld moet worden of men zich in een ganzenfoerageergebied bevindt.

Wie even meekijkt, zal het met me eens zijn dat zo’n interactief Flashdinges die bij elke keer zoomen opnieuw moet tekenen én nergens straatnamen of perceelnummers zet, niet het toppunt van duidelijkheid is. En duidelijkheid is wel gewenst als het gaat om strafbare feiten: je mag niet veroordeeld worden tenzij het strafbare feit duidelijk in de wet vastgelegd is.

Het Gerechtshof vindt echter de verwijzing duidelijk genoeg: op de ontheffingskaart staat “De ganzenfoerageergebieden staan aangegeven op www.fryslan.nl (kaarten en cijfers)” en daarmee weet iedereen hoe na te gaan waar de legale raapgebieden te vinden zijn. Of nou ja, iedereen: de mensen die op grond van een ontheffing mogen rapen en dat is maar een beperkte groep mensen. Die mensen moeten dus maar slim genoeg zijn om een website te kunnen gebruiken. (Ik denk dat op de achtergrond ook meespeelt dat het alternatief van overal bordjes ophangen voor zo’n kleine groep niet redelijk is gezien de kosten.)

Nu de verdachte wel op de interactieve kaart had gekeken maar geen printouts had gemaakt, en ook niet de de Provincie Fryslân of de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten had gevraagd waar de grenzen lagen, vindt het Hof dat hij zich onvoldoende heeft ingespannen om na te gaan waar hij mocht rapen. En omdat er óók nog eens bordjes stonden bij de officiële ingang van het gebied waar hij ging rapen (hoewel hij via een weiland daar terechtgekomen was), wordt hij veroordeeld tot een boete van 210 euro.

Arnoud
Foto: Kievitsnest (gelicentieerd onder GNU-licentie voor vrije documentatie, versie 1.2 of enige latere versie als gepubliceerd door de Free Software Foundation; zonder Invariant Sections, zonder Front-Cover Texts, en zonder Back-Cover Texts)

of lees de 10 reacties

LinkedIn-contact toevoegen levert 10.000 euro boete op wegens schending relatiebeding

4 april 2011, 8:06 | Internetrecht | 20 reacties

linkedin-relaties-contacten-connectieHet toevoegen van een relatie uit je vorige werkkring aan je LinkedIn-netwerk kan wel eens flinke financiële gevolgen hebben voor vele werknemers, las ik bij Jobbroker. De rechtbank Arnhem had namelijk gevonnist dat een werknemer een boete van 10.000 euro moest betalen omdat hij het relatiebeding had geschonden door iemand toe te voegen aan zijn LinkedIn-netwerk.

Een relatiebeding is een bepaling in een arbeidsovereenkomst waarin wordt afgesproken onder welke voorwaarden na afloop wel of niet relaties van de ex-werkgever mogen worden benaderd. Een relatiebeding moet schriftelijk en individueel worden afgesproken. En natuurlijk mag een relatiebeding niet zomaar contact met “iedereen tot in de eeuwigheid” verbieden. Er moeten redelijke grenzen worden gesteld. Zo zal een relatiebeding veelal beperkt zijn tot één of twee jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst, en worden soms expliciet bedrijven genoemd waarmee nadrukkelijk geen contact gezocht mag worden.

In het arbeidscontract was in deze zaak een zeer breed relatiebeding voor vijf bedrijven opgenomen, waarin het de werknemer werd verboden na beëindiging van het contract

als particulier, als zelfstandig ondernemer, als werknemer in dienst van derden of in welke hoedanigheid dan ook, direct of indirect, rechtstreeks of zijdelings contact te hebben of te onderhouden, één en ander in de ruimste zin des woords, met de volgende (leverancier)relaties van werkgever [lijst van vijf].

De werknemer had op zeker moment een LinkedIn-connectie gelegd met een werknemer van een van die vijf bedrijven. Wanneer exact was onderwerp van discussie: de werknemer stelde dat dit nog tijdens het dienstverband was, en de werkgever dat dit pas na de beëindiging had gebeurd. Bij LinkedIn-profielen kun je niet eenvoudig de datum van een verbinding zien. Het enige dat je hebt, is de homepage met alle updates, waar in dit geval “32 minutes ago” stond. Maar door de wel genoemde data van andere updates te analyseren, komt de rechter tot de conclusie dat de update in september 2010 heeft plaatsgevonden. En dat was ná de datum van beëindiging (31 maart 2010).

De rechter ziet het geaccepteerde contactverzoek als een overtreding van het relatiebeding. Naar de letter van het beding is dat juist: iemand op LinkedIn toevoegen is “in welke hoedanigheid dan ook, direct of indirect, rechtstreeks of zijdelings contact hebben” met die iemand. Al was het maar omdat LinkedIn een updatemail stuurt dat je connectverzoek is geaccepteerd.

Of daarmee élke LinkedIn-verbinding een schending van een relatiebeding oplevert, betwijfel ik. Vonnissen bij arbeidsrecht zijn altijd heel erg gebaseerd op de specifieke feiten - en vaak ook het gevolg van reeds flink uit de hand gelopen ruzies en misstanden. Dit vonnis was een vervolg op een eerder vonnis waarbij óók al geoordeeld werd dat het relatiebeding was overtreden. Ik kan me goed voorstellen dat een rechter dan strenger vonnist, zeker bij een kort geding waarbij niet al te diep op de feiten ingegaan kan worden.

Ook moet je bij elk relatiebeding apart analyseren of het wel redelijk geformuleerd is en of deze specifieke connect een overtreding daarvan zal zijn. Een relatiebeding dat vijf bedrijven specifiek noemt, zal eerder redelijk zijn dan “verboden met enige relatie contact op te nemen”.

Wel zul je als ex-werknemer extra voorzichtig moeten zijn met het opnemen van relaties in je netwerk die eigenlijk van je werkgever zijn. Zeker als ze op zo’n expliciete lijst staan. Maar dat is niet LinkedIn-specifiek: dat mocht je ook al niet met de Rolodex met visitekaartjes tien jaar geleden.

Arnoud

of lees de 20 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress