Zwartelijstweek: Hoe mogen websitevoorwaarden worden gewijzigd?

29 juli 2011, 8:00 | Contracten | 13 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

In de items tot nu toe is het al een paar keer aan de orde gekomen: het wijzigen van websitevoorwaarden. Dit is een belangrijk element, want daarmee kun je de aard en invulling van je dienst behoorlijk beïnvloeden. Je kunt mensen lid laten worden met heel gunstige en lieve voorwaarden, en na een paar jaar - als iedereen afhankelijk is van je dienst - de voorwaarden keihard aanscherpen en mensen daarmee dwingen akkoord te gaan.

Mijn voorstel: wijzigingen aan websitevoorwaarden (EULA’s, TOS, gebruikersvoorwaarden, reglementen, hoe je ze maar wilt noemen) zijn alleen toegestaan als a) deze met een redelijke termijn vooraf worden aangekondigd, en b) de gebruikers een gelegenheid krijgen hun reactie te geven waar de beheerder op dient te reageren, en c) de gebruiker expliciet akkoord moet gaan met de nieuwe voorwaarden tegen het einde van de nieuwe termijn d) een gebruiker die de nieuwe voorwaarden niet wenst te accepteren de gelegenheid krijgt zijn account op te heffen en zijn inhoud te exporteren zodat hij elders kan gaan shoppen.

De eerste twee items dienen om te voorkomen dat je ineens geconfronteerd wordt met nieuwe voorwaarden waar je nú mee akkoord moet om verder te kunnen gaan. Een redelijke termijn lijkt mij een maand, misschien zelfs twee, maar dat zal afhangen van het soort dienst en het soort voorwaarde.

De eis voor het expliciete akkoord is om te voorkomen dat de eigenaar dit verstopt in een berichtje boven- of onderaan de site en dan stelt dat het gebruik van de site wordt opgevat als akkoord.

En met de laatste eis wil ik voorkomen dat mensen zich gedwongen voelen te blijven zitten bij deze webdienst omdat ze er zo veel content hebben staan.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 13 reacties

Zwartelijstweek: Wat mogen websites met je persoonlijke informatie?

28 juli 2011, 8:00 | Contracten | 13 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Privacy op sociale media en websites is een hot topic, maar tegelijkertijd een verschrikkelijk lastig onderwerp. Er zitten namelijk een paar fundamentele tegenstrijdigheden in hoe we daarmee omgaan. Aan de ene kant publiceert iedereen graag van alles over zichzelf. Aan de andere kant willen we niet dat Google van alles over ons vindt of combineert, of dat vrienden ons taggen in situaties waar we geen controle over hebben. En aan nog weer een andere kant moeten die website-eigenaren profielen van ons opbouwen en advertenties targeten omdat ze anders geen gratis diensten kunnen aanbieden.

Hoe trek je daar in vredesnaam een lijn in?

Het College bescherming persoonsgegevens probeerde het eind 2007 met haar Richtsnoeren, maar die vind ik wel héél eenzijdig pro-privacy en zonder enig begrip voor de belangen van website-exploitanten. (Ok, behalve bij het punt “ik wil mijn berichten van je site af”, want die mag je geanonimiseerd laten staan als weghalen de discussie verstoort.)

Ik moet eerlijk zeggen: ik weet het niet. De belangen staan hier volgens mij zo keihard tegenover elkaar dat je geen praktische regel kunt verzinnen die beider posities respecteert. Dit is dan ook de reden waarom juristen in deze branche zo graag de concrete omstandigheden van het geval en een belangenafweging op basis van gelijkwaardigheid prediken: dan hoef je geen knopen door te hakken.

Help?

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 13 reacties

Zwartelijstweek: Welke garanties moet een website bieden?

27 juli 2011, 8:00 | Contracten | 18 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Een standaardbepaling in websitevoorwaarden gaat over garanties. Of beter gezegd, de totale afwezigheid daarvan. Een websitebeheerder hoeft van zichzelf eigenlijk niets te doen. De site kan zomaar plat gaan, de functionaliteit kan ineens wijzigen of verdwijnen en daar hebben gebruikers dan niets over te zeggen. Ook is de beheerder natuurlijk niet aansprakelijk voor de gevolgen van een en ander.

Om nu te bepalen dat dit allemaal niet mag, gaat me ook weer te ver. Veel van deze diensten worden gratis aangeboden, dus is het moeilijk een minimumniveau van kwaliteit te eisen als daar geen wederprestatie (geld) tegenover staat.

Mijn voorstel: een website-eigenaar moet zich inspannen zijn dienst in de lucht te houden, en mag niet categorisch zijn verplichtingen hieromtrent uitsluiten in de gebruikersvoorwaarden. (Dit lijkt op het eerste item van de gewone zwarte lijst, dat bepaalt dat een leverancier niet categorisch zijn nakomingsverplichting mag uitsluiten.) Bij een storing moet de eigenaar zich inspannen de dienst zo snel mogelijk weer actief te hebben.

Lastig is wel: wat voor sanctie zet je erop als dit niet lukt? Schade door een dagje niet kunnen chatten of mailen lijkt me zeer lastig aan te tonen. En boetes opnemen in de wet past niet echt in ons systeem. Bovendien, zet er maar eens een bedrag op.

Het kunnen beperken van aansprakelijkheid is al geregeld op de grijze lijst van algemene voorwaarden. Het mag wel, maar de website-exploitant moet kunnen onderbouwen waarom hij niet gewoon volgens de wet aansprakelijk zou moeten zijn. Lukt hem dat niet, dan vervalt de beperking van aansprakelijkheid.

Eventueel zou je daar nog een strengere regel voor kunnen formuleren, maar het wordt dan alweer gelijk zo specifiek. Bijvoorbeeld:

Wanneer een internetdienst tegen betaling wordt geleverd, mag de aansprakelijkheid niet worden beperkt tot een lager bedrag dan het voor de dienst betaalde bedrag.

Maar voor een gratis dienst lijkt het me niet onredelijk om je aansprakelijkheid 100% te kunnen beperken.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 18 reacties

Zwartelijstweek: Wanneer mag een website haar gebruikers verwijderen?

26 juli 2011, 8:00 | Contracten | 21 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Na gisteren de auteursrechten is een ander frequent voorkomende discussie de vraag of en wanneer je gebruikers mag verbannen van je site. Websites die opengesteld zijn voor het publiek, hanteren vaak strenge huisregels die neerkomen op de stelling dat iedereen op elk moment voor elke reden (of zelfs zonder reden) verwijderd mogen worden. Ik heb daar grote moeite mee: je schept immers verwachtingen door iedereen naar binnen te halen.

Mijn voorstel: een website mag gebruikers alleen verwijderen van de site als a) dit gebeurt op basis van een concreet omschreven grond in de gebruikersvoorwaarden, en b) er sprake is van een ernstige overtreding of de overtreding niet de eerste keer is, en c) volstaan met een waarschuwing of verwijderen van de gewraakte bijdrage(n) niet van de website-exploitant gevergd kan worden.

Dit betekent dus expliciet dat je niet mag zeggen “je reactie staat me niet aan, ban“. Je zult moeten kunnen onderbouwen waarom de overtreding ernstig genoeg is om niet te kunnen volstaan met een waarschuwing, of met het verwijderen van de betreffende bijdrage. Herhaalde overtredingen die op zich niet ernstig genoeg zijn, vind ik dan weer wel een grond. Wie bij herhaling de grens opzoekt, is irritant genoeg om verwijderd te mogen worden.

Door te eisen dat de overtreden regel in het reglement moet staan, voorkom je willekeur en achteraf verzonnen regels.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 21 reacties

Zwartelijstweek: Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden?

25 juli 2011, 8:00 | Contracten | 32 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Vorige week schreef ik al over websites die auteursrechten opeisen, maar de voorwaarden van websites zijn ook op andere punten wel héél erg streng. Dat vind ik een probleem, want bijdragen van gebruikers worden steeds belangrijker. Zeker social media sites bestaan bij de gratie van hun gebruikers, maar die zijn eigenlijk allemaal overgeleverd aan de grillen van de beheerders.

In deze zomerserie wil ik elke dag een onderwerp uit zulke voorwaarden belichten en met jullie in discussie gaan welke grenzen hier getrokken zouden moeten worden. Voor consumentencontracten hebben we al een zwarte lijst, dus wordt het niet eens tijd die te gaan maken voor online dienstverleners die gebruikersbijdragen toelaten?

We beginnen maar met die auteursrechten en licenties die websites kunnen eisen. Steeds meer sites bieden de mogelijkheid om eigen inhoud (teksten, video’s, foto’s, muziek etcetera) te uploaden en aan te bieden aan anderen. Een foto op Flickr, muziek op Youtube maar ook bestanden op Dropbox. Vaak wordt er een expliciete licentie geëist door de beheerder om die inhoud te mogen gebruiken. Maar hoe ver mag die gaan?

Mijn voorstel: Websitevoorwaarden mogen nooit auteursrechten opeisen. Ze mogen alleen een beperkte licentie opeisen die niet verder mag gaan dan noodzakelijk is voor het leveren van de dienst zoals die bestaat op het moment dat de gebruiker zich inschrijft. (Wil een website auteursrechten hebben, bv. op het winnend ontwerp van een wedstrijd die ze organiseert, dan moet dat expliciet apart worden geregeld.)

Wil een site meer doen met die inhoud, dan moet daar apart toestemming worden gevraagd. Deze toestemming mag niet op voorhand worden bedongen, en weigeren van deze toestemming mag niet leiden tot verwijdering of uitsluiting van de dienst als geheel.

Wordt de dienst uitgebreid, dan kan de site haar voorwaarden aanpassen en mensen vragen daar opnieuw mee in te stemmen. Als dan binnen een redelijke termijn geen weigering wordt gegeven, dan wordt de licentie op dat moment uitgebreid.

Ik worstel met name met het laatste punt: dat is natuurlijk wel een makkelijke manier om de licentie toch zo breed te trekken als je zelf wilt. Maar omdat je mensen dan een termijn moet geven om erover na te denken, werp je wel een drempel op denk ik.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 32 reacties

Het achterhouden van een domeinnaam

22 juli 2011, 8:23 | Domeinnamen, Contracten | 18 reacties

Een regelmatig terugkerend conflict, zo weet ik uit mijn praktijk: een webdesigner maakt een site voor een klant, maar weigert de domeinnaam af te staan. In een recent vonnis oordeelt de rechtbank Almelo dat een ontwerpersbedrijf niet zomaar een domeinnaam kan achterhouden. Zo’n bureau wordt geacht de domeinnaam namens de klant te hebben aangevraagd en niet namens zichzelf, ook als dat niet in de offerte staat.

In deze zaak had de gedaagde een webshop ontworpen en daarbij onder andere de domeinnaam lierenshop.nl laten registreren. Op zeker moment liep die klus uit de hand, hoewel me niet goed duidelijk is wat er nu precies is misgegaan. In ieder geval bleek echter de domeinnaam lieren-shop.nl te worden doorgelinkt naar de website van een concurrent van de opdrachtgever. Dat vond deze niet leuk, en dat leidde dus tot deze rechtszaak.

De eerste vraag voor de rechter is van wie de domeinnaam nu eigenlijk is. Formeel stond deze namelijk op naam van de websiteontwikkelaar en niet de klant, en het contract vermeldde niet expliciet hoe dit geregeld zou moeten worden. De rechter vindt het gezien de omstandigheden duidelijk dat de domeinnaam voor de opdrachtgever is. Er was opdracht tot ontwikkelen van een webshop, en daar hoort een domeinnaam bij.

Dat [eiseres] mogelijk geen expliciete instructie zou hebben gegeven ten aanzien van de inhoud van de webshop en dat [gedaagde] naar eigen zeggen onvoldoende betaald heeft gekregen voor de ontwikkeling en het bijhouden van de webshop, doet daaraan niet af.

Die formulering vind ik een tikje merkwaardig: het is immers toegestaan je eigen verplichtingen op te schorten als de wederpartij niet aan de zijne voldoet. Wanneer je opdrachtgever niet betaalt, hoef je een domeinnaam niet over te zetten ook al is dat contractueel afgesproken. Wel moet natuurlijk vaststaan dát er niet of onvoldoende is betaald. Wellicht dat dat hier de verklaring levert; dat “naar eigen zeggen” laat doorschemeren dat de rechter er niet van overtuigd is dat de opdrachtgever een wanbetaler is.

Ook laat de rechter zwaar meewegen dat de domeinnaam wordt gebruikt om geld te verdienen door de opdrachtgever, en dat de ontwerper dit bedreigt:

De enkele dreiging van [gedaagde] - ook al heeft hij ter zitting gesteld een en ander niet zo bedoeld te hebben - om de website op‘zwart te zetten’ geeft [eiseres] daartoe reeds voldoende belang. [Eiseres] heeft er immers belang bij om zijn inkomsten uit de webshop te kunnen waarborgen.

Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is duidelijke afspraken te maken over wie wat maakt en registreert, op welke naam dit komt te staan en wat de opdrachtnemer mag doen als de opdrachtgever niet betaalt.

Er zijn ook webdesignbureaus die standaard domeinnamen op hun eigen naam zetten. Dat heet dan ’service’ (omdat het beheer dan eenvoudiger is) maar het is natuurlijk een verkapte manier van verplichte winkelnering voor zijn klanten. Die kunnen nu niet meer weg, omdat ze de domeinnaam niet kunnen overzetten. Ze zijn immers geen eigenaar (pardon, houder) omdat volgens de SIDN het webdesignbureau dat is.

Arnoud

of lees de 18 reacties

“Blinde bejaarde keihard belazerd” - over rectificaties en sociale netwerken

21 juli 2011, 8:08 | Meningsuiting | 12 reacties

Op 27 mei 2011 verscheen in De Telegraaf onder de kop “Blinde bejaarde keihard belazerd” een artikel over een bejaarde dame met een contract met Pretium. In iets gewijzigde vorm verscheen dit ook op www.telegraaf.nl. Via Twitter en Facebook werd de URL gepubliceerd, en anderen bleken het bericht geretweet en geliked te hebben. Ook op netwerken als Hyves dook het bericht op.

Over telecombedrijf Pretium is veel te doen. Hun wervingsmethodes zijn laten we zeggen controversieel. Maar Pretium vond dit bericht zo schadelijk dat er een dikke week later al gedagvaard werd. Kennelijk was de Telegraaf het met ze eens dat het artikel niet kon, want uit het vonnis (via) blijkt dat ze zich niet verzetten tegen de stelling dat het bericht onrechtmatig was. Maar de geëiste maatregelen om de publicatie ongedaan te maken, gingen wel héél ver:

  1. een rectificatie plaatsen op de website www.telegraaf.nl, welke rectificatie dient te worden voorzien van een aankondiging op de homepage;
  2. een rectificatie plaatsen op dezelfde plaats van de website(s) waarop de artikelen zijn gepubliceerd;
  3. alle links naar de artikelen automatisch doorleiden naar de rectificatie;
  4. de artikelen en links zelf (en alle reacties) te verwijderen van eigen sites en andere sites waar deze geherpubliceerd waren;

  5. een verbod op herpublicatie waar dan ook;
  6. de Telegraaf opdragen de derden die het artikel ook gepubliceerd hadden, dit uit de Google cache te laten halen;
  7. ervoor zorgen dat Telegraaf-dochter Hyves alle links naar de artikelen zou vervangen door links naar de rectificatie en dat alle reacties op de artikelen worden verwijderd;
  8. ervoor zorgen dat sociale media van derden (lees: Facebook en Twitter) alle reacties op de artikelen zullen verwijderen en alle links en verwijzingen naar de artikelen zullen vervangen door links naar de rectificatie.

Holy chips wat een waslijst. Je kunt je voorstellen dat ze daar bij de Telegraaf Media Groep ook zenuwachtig over werden.

De rechter wijst de eis tot rectificatie toe, wat volstrekt gebruikelijk is. Ook mag de Telegraaf deze niet opnieuw publiceren (duh). Bij de online rectificatie wordt vermeld dat deze maar een week online hoeft te staan, omdat

de aard van het internet en de ontwikkeling daarvan meebrengt dat het onrechtmatige artikel tot in lengte van dagen op onverwachte momenten nog tevoorschijn kan komen en dat TMN deze aspecten van publicatie op internet onvoldoende heeft laten meewegen bij haar beslissing het artikel te publiceren, dit kan niet betekenen dat TMN gehouden is de rectificatie tot in lengte van dagen op haar website te laten staan

Ik denk dat dit betrekking heeft op de rectificatie op de homepage. Voor de rectificatie bij het artikel zelf lijkt het me juist de bedoeling dat die er tot in lengte van dagen blijft staan.

Telegraaf moet ook rectificeren via haar Facebookpagina en Twitterkanaal. De rectificatietekst daar moet een link naar de rectificatie op telegraaf.nl bevatten. Ook nog logisch en begrijpelijk allemaal, net als het gebod om Google, Yahoo en Bing aan te schrijven om de kopieën aldaar te laten verwijderen.

Pretium had ook geëist dat alle links naar het oorspronkelijke digitale artikel de bezoeker automatisch zouden moeten doorleiden naar de digitale rectificatietekst. Daarmee moesten “alle sporen naar de onjuiste publicaties worden uitgewist”. Telegraaf maakte bezwaar, omdat niet duidelijk was wat “alle links” waren. De rechter geeft ze daarin gelijk, hoewel hij niet expliciet onderbouwt waarom. Ik denk dat dit wel juist is: er zijn ondertussen zó veel diensten die links onthouden en zo veel alternatieve links die ook het CMS binnenkomen, dat je volgens mij hooguit een blokkade of omleiding op de canonieke URL kunt eisen.

Nu wordt het leuk: de links moeten ook weg van Telegraafdochter Hyves en van social media van derden, zoals Facebook en Twitter. Die eis toewijzen zou kunnen betekenen dat Telegraaf moet gaan procederen tegen twitteraars die hun timeline niet willen opschonen of Facebookers die het artikel hebben gecopypaste. Plus iedereen die erop reageert. Ehm, nee, aldus de rechtbank:

een dergelijke vordering, die betrekking heeft op een niet afgebakende groep derden, [is] niet toewijsbaar omdat zij het gevaar van executiegeschillen in zich bergt en omdat TMN het niet in haar macht heeft om ervoor te zorgen dat derden bepaalde handelingen verrichten.

Het roept natuurlijk wel een leuke vraag op: zou er een constructie denkbaar zijn dat je wél die kopieën, retweets, likes etcetera van een verboden artikel kunt verwijderen? Oftewel wat had een slimmere advocaat van Pretium moeten eisen hier?

Update (13 oktober) in hoger beroep licht aangepast: de rectificatie moet een jaar blijven staan, de vermelding op de homepage een week, én TMG moet drie internetzoekmachines plus vier nieuwskopieersites aanschrijven om verwijdering te verzoeken.

Arnoud

of lees de 12 reacties

De algemene voorwaarden eisen mijn auteursrecht op!

20 juli 2011, 8:14 | Auteursrecht, Contracten | 11 reacties

Er lijkt weer een juristencongres geweest te zijn over “hoe schrijf ik algemene voorwaarden voor websites” met een workshop “want die leest toch iemand”, want de laatste tijd zie ik een hoop mails en blogs over auteursrechten in algemene voorwaarden. Recent bleek ook weer Google+ een regeltje te hebben dat je rechten op alles dat je daar plaatst, op zou eisen. Eerder blogde ik al over Dropbox en Twitpic met vergelijkbare regels. En het Accept or Decline-onderzoek liet ook duidelijk zien dat dit speelt.

In principe kunnen de gebruiksvoorwaarden van een website niet je auteursrechten opeisen. De reden is simpel: de Auteurswet eist een akte, een schriftelijk en ondertekend document waarin staat wat er wordt overgedragen en aan wie. Nu kan zo’n akte elektronisch worden opgesteld sinds een tijdje, maar het vereiste van de handtekening blijft gelden. En die zet je niet onder de gebruiksvoorwaarden van een site. Dus heb je geen rechten overgedragen door met gebruiksvoorwaarden akkoord te gaan.

Wel kunnen gebruiksvoorwaarden een (al dan niet brede) licentie eisen op hetgeen je uploadt naar of verstuurt via de dienst. De Google+ licentie eist bijvoorbeeld

a perpetual, irrevocable, worldwide, royalty-free, and non-exclusive license to reproduce, adapt, modify, translate, publish, publicly perform, publicly display and distribute any Content which you submit, post or display on or through, the Services.

maar zoals ondertussen gebruikelijk nadat daar heisa over komt, met deze zin er achteraan:

This license is for the sole purpose of enabling Google to display, distribute and promote the Services and may be revoked for certain Services as defined in the Additional Terms of those Services.

met, toegegeven, het sneaky werkwoord ‘promote’ erin. Oftewel Google mag je foto op een shirt zetten en dat verkopen bij de grote Google+ conferentie volgend jaar.

In de praktijk denk ik dat het wel meevalt met die brede licenties. Het zou een bedrijf zo veel badwill opleveren als men werkelijk ineens tshirtshopjes ging beginnen met de foto’s van haar gebruikers, dat ik me niet kan voorstellen dat iemand dit zal doen. En je kunt daarom denk ik ook wel juridisch betogen dat een dergelijke brede licentie onredelijk bezwarend is jegens de gebruiker van de site. Er is geen enkele legitieme reden om zo’n onbeperkte licentie te eisen, dus mag het niet.

Hetzelfde geldt voor het opeisen van auteursrechten. Er zijn juridische trucs om het akte-probleem te omzeilen. Zo kun je opnemen dat de gebruiker verplicht is om op verzoek mee naar de notaris te gaan en een akte te ondertekenen die hem dan onder de neus geschoven zal worden. Die verplichting is op zichzelf nog geen akte, dus je hoeft niet te tekenen om daaraan vast te zitten. Dit is ‘gewoon’ een algemene voorwaarde waar je mee akkoord kunt gaan door een dienst te gebruiken. Maar dit lijkt me nog véél onredelijker dan een brede licentie opeisen. Ik zie het dus niet gebeuren dat een rechter dit zal toewijzen.

Hm. Misschien wordt het tijd voor een zwarte en grijze lijst voor gebruiksvoorwaarden? Tijd voor een zomerspecial, aangezien ik weer bijna met vakantie ga: wat voor soort voorwaarden van websites zou nu echt eens verboden moeten worden, en welk type voorwaarden dient met de nodige argwaan benaderd te worden?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Een half miljoen winnen in een goksitebanner, mag dat?

19 juli 2011, 8:18 | Internetrecht | 29 reacties

heeft-50000-euro-gewonnen-kansspel.pngEen lezer wees me op een banner die hij in beeld kreeg tijdens het internetten. Ene ‘Noorsia’ zou 50.000 euro gewonnen hebben met een online kansspel. Dat was niet de eerste keer: de lezer schatte al minstens tien van zulke banners gezien te hebben, zodat aanbieder Hopa.com al meer dan een half miljoen prijzengeld zou hebben uitgekeerd, hetgeen nogal sterk lijkt. Mag dat zomaar?

In Nederland is het nog steeds verboden om kansspelen te organiseren (of eraan mee te doen) als daar geldprijzen mee gewonnen kunnen worden. Je moet een vergunning hebben, en internetcasino’s krijgen die categorisch niet. Meedoen aan dit soort spelen is dus juridisch riskant. Ons strenge kansspelbeleid staat wel op losse schroeven sinds enkele uitspraken van het Hof van Justitie.

Er zijn plannen om ons kansspelbeleid te liberaliseren. Kort gezegd moet er een Kansspelautoriteit (Ksa) gaan komen, die vergunningen gaat afgeven voor online kansspelen. Dat gaat met name over poker: uit onderzoek zou blijken dat het overgrote deel van het illegale kansspelaanbod via internet bestaat uit poker. Waarbij zij opgemerkt dat poker in 2010 door de rechter geen kansspel werd geacht (het hoger beroep loopt nog).

Ondertussen zijn sites als deze dus hoogst problematisch. Naast dat ze dus de Wet op de kansspelen overtreden als ze Nederlanders gelegenheid geven om te gokken voor geld, zijn deze reclames ook nogal misleidend te noemen. En dan kan Hopa.com in haar voorwaarden wel zeggen dat ze

niet in staat zijn de om de legaliteit in elke jurisdictie te controleren en het uw verantwoordelijkheid is om zeker te maken dat het wettelijk is toegestaan om de NGI diensten te gebruiken voordat u inlogt bij onze website(s) volgens de wet van de jurisdictie waar u zich bevind.

maar dat helpt natuurlijk weinig. Hopa is zelfstandig aan te spreken onder de Wok, want niet alleen het gokken is strafbaar maar ook het aanbieden van een gokspel dat zich richt op Nederland en waar je geld kunt winnen. Als je actief een Nederlandstalige site gaat bouwen met een “.nl” subdomein met iDeal-betalingen, dan richt je je gewoon op Nederland.

Omdat het bedrijf op Malta zit en vanuit daar “de Firma exploiteerd” (sic), is er praktisch gezien weinig te doen. (Tenzij Teeven het ook hier op z’n heupen krijgt en voor blokkades en filters gaat pleiten.) Je kunt de misleidende reclame via de Reclame Code Commissie of de rechter laten verbieden, maar praktisch heb je bar weinig aan dat vonnis.

Arnoud

of lees de 29 reacties

Haalt Google de Belgische kranten uit haar index, is het weer niet goed

18 juli 2011, 8:18 | Auteursrecht, Zoekmachines | 22 reacties

gnews-be.pngDiverse Franstalige kranten uit België zijn niet meer te vinden in de zoekresultaten van Google, meldde Nu.nl. Franstalige kranten als La Capitale (dat het een boycot noemt) zijn uit de complexe index van de zoekmachine verwijderd. Het Belgische Hof van beroep had in mei Google News inbreukmakend geacht, en volgens Google moet men nu zo handelen om aan dwangsommen te ontkomen.

Met dank aan Tweakers vond ik het arrest van begin mei dit jaar. Hoewel wat Google doet, best wel lijkt op citeren, is daarvan geen sprake. Google neemt telkens het “hart” van het artikel over volgens het Hof. Dat lijkt me echter onvermijdelijk bij nieuws: nieuwsberichten zijn eigenlijk altijd zo opgebouwd dat je in de eerste drie zinnen de kern leest, en pas als je dan doorleest krijg je meer achtergrond.

De persexceptie gaat ook niet op, want daarvoor moet het gaan om actueel nieuws dat nú nú nú gebracht moet worden. Google bewaart nieuws 30 dagen, daar is geen haast bij. Bovendien publiceert Google geen eigen nieuws, ze is meer een knipselkrant (wat het Hof onderbouwt met een link in het arrest naar een Frans Wikipedia-artikel ter onderbouwing).

Google herpubliceert volgens het Hof eenvoudigweg het nieuws, en zorgt er daarbij voor dat de bron inkomsten en bezoekers misloopt. Dat is dus in strijd met de driestappentoets (zie ook het Infopaq-arrest van het Europese Hof). Je mag stukjes uit andermans werk gebruiken maar zij mogen er geen boterham minder om eten.

Vanwege deze schendingen van het auteursrecht werd Google verplicht

à retirer des sites Google.be et Google.com, plus particulièrement des liens en cache visibles sur «Google Web» et du service «Google News», tous les articles (…)

Dit was in lijn met de eisen van de kranten, die ook hun pijlen hadden gericht op “tout ses sites (Google News et «cache» Google sous quelque dénomination que ce soit)”.

Het draait dus om “plus particulièrement” oftewel “meer in het bijzonder”. Bedoelt het Hof daarmee “deze specifieke diensten op Google.com/.be” of “alle diensten op Google.com/.be en met name maar niet alleen deze specifieke”? De dwangsom van 25.000 euro per dag dat niet voldaan wordt aan het bevel zou voor een gemiddeld bedrijf reden moeten zijn om de conservatieve interpretatie te kiezen.

Nu is Google geen gemiddeld bedrijf, maar ook voor hen lijkt me 25.000 euro per dag toch aan te gaan tikken. Hoewel men recent in Taiwan toch enige tijd de boetes voor schenden van het retourrecht op apps willens en wetens heeft laten oplopen, maar dat is nu ook gestopt. Het komt natuurlijk wél heel goed uit dat het vonnis hier net een tikje ambigu is.

Arnoud

of lees de 22 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress