Is een nog werkende dieplink een openbaarmaking?

Tweet
16 september 2011, 8:38 | Auteursrecht | 14 reacties

sexy-jurkje.pngOh jee, weer een executiegeschil. Maak je een foto openbaar als de dieplink naar het bestand nog steeds werkt, maar die URL nergens bekend is? Dat was de vraag (via) waar de rechter in een ruzie over de naleving van een vonnis over auteursrechtschending voor stond.

In juni werd het bedrijf Benstout veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk. Het had in haar webshop foto’s van lingerie gebruikt van het Amerikaanse bedrijf Dreamgirl, dat daar geen toestemming voor had gegeven.

Het verweer van Benstout dat zij de betreffende foto’s had gekregen van de Chinese leverancier, werd niet geaccepteerd. Zelfs al zou men uit onwetendheid hebben gehandeld (wat geen argument is in het auteursrecht), dan nog vervalt dat omdat de Nederlandse wederverkoper ze herhaaldelijk op de inbreuk had aangesproken. Het bedrijf werd dan ook veroordeeld tot het verwijderen van de foto’s, op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag.

Nu stond men er weer: waren de dwangsommen verschuldigd? Er bleken namelijk nog diverse foto’s oproepbaar die bij vonnis neit meer gepubliceerd mochten worden. Die foto’s waren echter geen onderdeel meer van de website, ze waren alleen nog in te zien als je de directe URL (http://static.mijnwebwinkel.nl/winkel/benstout/thumb15330710.jpg) intypte. Maar ze stonden er wel.

Ik was daarnet wat onnauwkeurig toen ik zei “verwijderen”. Het vonnis sprak specifiek van het stoppen van inbreuk, oftewel het staken van “openbaar maken en/of verveelvoudigen van deze foto’s”. En op die grond meent de rechter dat aan het vonnis is voldaan:

Die foto’s konden slechts worden gevonden indien men beschikte over “inside” informatie, namelijk de volledige URL beginnend met “static”. Zonder die kennis was het niet mogelijk de foto’s op de server te vinden. Onder dergelijke omstandigheden kan niet worden vol gehouden dat die bewuste foto’s op de server voor het gewone publiek toegankelijk waren.

De foto’s werden dus niet meer openbaar gemaakt of verveelvoudigd. Daarmee is geen sprake van verbeurde dwangsommen. Terecht, lijkt me. (Bij Mediareport wijzen ze erop dat dit in de Majesteit-zaak ook zo gevonnist werd.)

Je vraagt je af waarom iemand gaat procederen over foto’s die alleen met een dieplink nog op te roepen zijn.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Mijndomein wint ook in hoger beroep van konijn

Tweet
15 september 2011, 8:07 | Auteursrecht, Grappig | 13 reacties

nijntje-nijn-eleven.pngDe “Nijn-Eleven”-tekening is een rechtmatige parodie, aldus het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week. De uitgeverij van de kinderboeken met het schattige konijn had internetprovider Mijndomein aangeklaagd toen deze een aantal grappig bedoelde spotprenten over het dier niet wilde verwijderen. In eerste instantie won Mijndomein over vijf van de zeven afbeeldingen, maar verbood de rechter juist de grappigste. Het Hof vindt nu echter ook deze door de beugel kunnen.

Eind 2009 had Mercis, de uitgever van de Nijntje-kinderboeken, hostingprovider Mijndomein voor de rechter gesleept omdat deze geen gehoor hadden gegeven aan een sommatie tot weghalen van zeven tekeningen waarin Nijntje op de hak werd genomen. Deze zouden het auteursrecht van Dick Bruna schenden. Mijndomein (overigens een klant van mijn bedrijf; ze werden hier bijgestaan door Kennedy van der Laan) vond deze klacht niet terecht: deze tekeningen vielen onder de parodie-uitzondering en daarmee zijn ze geen inbreuk op het auteursrecht. En als er geen inbreuk is, hoeft er ook niets weggehaald te worden.

De rechter was het daar in december 2009 grotendeels mee eens, maar verbood wél twee van de zeven tekeningen omdat die de grenzen van de parodie-uitzondering te buiten gingen. Deze tekeningen waren namelijk niet zelfgemaakte imitaties maar copypastewerk uit een originele Nijntje-tekening. De bekende Nijn-Eleven cartoon is bijvoorbeeld gewoon een kopie van Nijntje vliegt met twee flatgebouwen in de Bruna-stijl. Omdat je voor een parodie niet meer mag overnemen dan nodig is om je punt te maken, vond de rechter dit te ver gaan. Oftewel: je mag wel parodiëren maar dan moet je zelf tekenen, niet copypasten.

Het Hof vernietigt deze redenering. Het gaat er niet om of je copypaste dan wel zelf tekent, het gaat erom of je aan het bespotten dan wel grappenmaken bent. Dat kan prima door een gecopypasted origineel te bewerken, zoals in de Nijn-Eleven cartoon is gebeurd. En daarmee zijn alle zeven cartoons toelaatbaar:

Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, ook indien daarbij in aanmerking wordt genomen dat Bruna zich als geestelijk vader van Nijntje erdoor beledigd voelt, in verband waarmee hij zijn hierna nog te bespreken persoonlijkheidsrechten in het geding brengt. Aan Mercis c.s. kan worden toegegeven dat niet iedere als ‘humor’ gepresenteerde associatie van Nijntje met drugs, seks, terrorisme, racisme, of andere onderwerpen die niet als ‘braaf’ worden beschouwd, een toelaatbare parodie oplevert.

Ook had Mercis zich beroepen op de merkenrechten op het hoofd van Nijntje. Een gedeponeerd merk mag je niet zomaar gebruiken, ook niet voor nietcommerciële doelen, zo staat in de merkenwet. Maar bij een parodie is er óók onder de merkenwet ruimte. Deze parodieën hadden een humoristische bedoeling, concurrentiemotieven ontbraken en geen mens zal denken dat deze tekeningen van Bruna zelf zijn. Daarmee is er geen kans op verwarring (en profiteren daarvan) en dus is er geen sprake van merkinbreuk.

Mercis moet niet alleen de cartoons tolereren maar ook de advocaatkosten van Mijndomein betalen - een dikke 35 duizend euro.

Meer hele sterke Nijntjeparodieën bij Retecool.

Arnoud

of lees de 13 reacties

Tweakers test wachtwoorden gebruikers, mag dat?

Tweet
14 september 2011, 8:28 | Beveiliging | 39 reacties

strong-password.pngUit onderzoek van Tweakers.net blijkt dat veel geregistreerde gebruikers in de praktijk een relatief zwak wachtwoord hebben ingesteld, rapporteerde de techsite gisteren. In minder dan een half uur bleek de helft van de versleutelde wachtwoorden eenvoudig te kraken met standaardtools. Leuk, alleen vroegen diverse mensen zich per mail af of dit eigenlijk wel mag, wachtwoorden gaan kraken van je gebruikers.

De analyse van Tweakers lijkt me in alle oprechtheid opgezet, maar dat is natuurlijk geen argument dat je dús binnen de wettelijke grenzen zit. Maar als je alleen intern test of wachtwoorden wel veilig zijn, en er voor zorgt dat niemand (ook de redactie die erover gaat schrijven niet) toegang krijgt tot de wachtwoorden zelf, dan zie ik eerlijk gezegd het probleem niet.

Het testen van wachtwoorden is een volstrekt gebruikelijke handeling, hoewel deze normaal alleen gebeurt bij het inschrijven. De bekende rood/geel/groene indicatoren zijn het bekendste voorbeeld, maar periodieke controles op wachtwoorden zijn niet ongebruikelijk. Verstandig ook, want kwaadwillenden kunnen óók zulke kraaksoftware draaien en zo proberen binnen te komen. Je kunt dus zelfs betogen dat Tweakers verplicht is sterke wachtwoorden af te dwingen omdat zij (de persoonsgegevens van) haar gebruikers moet beschermen.

Natuurlijk áls het misgaat en een derde bij het wachtwoord kan, dan is Tweakers de pineut. De voorwaarden met hun aansprakelijkheidsbeperking helpen dan niets: wie zelf wachtwoorden gaat kraken en dan deze lekt of laat misbruiken, handelt “grof nalatig” en is hoe dan ook aansprakelijk voor alle schade die mensen lijden.

Journalistiek heel interessant maar juridisch echt problematisch zou zijn om te kijken of diezelfde gebruikersnamen en wachtwoorden ook werken bij andere forums.

Meelezende sysadmins: hoe testen jullie wachtwoorden van gebruikers?

Arnoud
Afbeelding: Strongpasswordgenerator.com

of lees de 39 reacties

Rechters mogen niet zomaar googelen voor hun vonnis

Tweet
13 september 2011, 8:18 | Internetrecht | 21 reacties

waarom-smartfms-software.pngAls een rechtbank haar vonnis baseert op gegevens die het heeft ontleend aan een eigen zoektocht op een internetsite, schendt zij het principe van hoor en wederhoor. Dat bepaalde de Hoge Raad afgelopen vrijdag. De HR vernietigt daarmee een arrest van het gerechtshof dat mede gebaseerd was op gegoogelde informatie over een softwarepakket. De gevonden informatie was doorslaggevend voor het hof, maar zij had deze informatie eerst moeten presenteren aan de partijen, aldus de hoogste rechtbank.

Het geschil draaide om de goedkeuring van de rekening en verantwoording van een bewindvoerder. Deze had een licentie gekocht voor een softwarepakket (Smart FMS), een administratiesysteem waarmee de persoon onder zijn bewind direct online inzage had in zijn eigen financiën. Volgens de bewindvoerder was deze licentie een “gewone beheersdaad”, zodat geen toestemming van de rechthebbende of kantonrechter nodig zou zijn.

Het Hof had echter op internet nagekeken wat het doel was van dit softwarepakket, en had geconstateerd

dat het toch in de eerste plaats een systeem ten behoeve van de administratie van de budgetbeheerder is en dat het slechts als neveneffect de financiële mutaties op de eigen rekening voor de cliënten inzichtelijk maakt. Verder is het niet een systeem waarbij de cliënt de keuze heeft daar al of niet gebruik van te maken, zo hij al bereid is de kosten daarvan te dragen en hij de capaciteiten heeft daarvan gebruik te maken.

Daarmee was dit geen systeem voor de cliënt maar voor de bewindvoerder. En die posten mogen niet uit het budget voor de onder bewind gestelde cliënt gehaald worden. De kosten van het Smart FMS systeem moesten derhalve voor rekening van de bewindvoerder blijven, aldus het Hof.

De bewindvoerder was een tikje verbaasd door deze uitspraak, vooral omdat hij pas in het arrest kon nalezen dat het Hof dit onderzoek had gedaan (”De bewindvoerder heeft geen informatie overgelegd over de werking van het Smart FMS systeem, maar het internet (www.smartfms.nl) biedt wel enige informatie.”). Hij had dus geen enkele kans gehad te protesteren tegen deze conclusie of te proberen te bewijzen dat dit wél een nuttig systeem voor zijn cliënt was.

Omdat de internetzoektocht van het Hof tot voor de beslissing zeer relevante gegevens heeft geleid, had het Hof deze moeten voorleggen aan de partijen, aldus de Hoge Raad. En dat is vaste rechtspraak: eerder had de HR al eens geoordeeld dat een rechtbank

[geen] eigener beweging verkregen feitelijke gegevens aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen zonder partijen in de gelegenheid te stellen daarvan kennis te nemen en zich daarover desgewenst uit te laten

En specifiek over googelen hebben we natuurlijk de zaak over googelen op “A.C.A.B.”, waarbij het aantal Googletreffers geen bewijs was dat een bepaalde term “algemeen bekend” zou zijn.

Dit lijkt me volstrekt juist. Googelen en zelf informatie aandragen is prima. Maar je moet wel gelegenheid bieden om weerwoord te geven. Hoewel het mij als rechter wel uitermate zou frustreren dat ik de resultaten van elke query ter zitting moet bespreken, hoe onschuldig de informatie me ook lijkt.

Update (23 april) in een andere context bepaalt het Hof Arnhem dat de rechtbank de website van de ANWB mag raadplegen om na te gaan in hoeverre het door de fabrikant opgegeven brandstofverbruik afwijkt van het verbruik in de praktijk. De ANWB is voldoende betrouwbaar kennelijk.

Arnoud

of lees de 21 reacties

Mag een stiekem gemaakte geluidsopname gebruikt worden als bewijs?

Tweet
12 september 2011, 8:13 | Contracten | 29 reacties

Regelmatig krijg ik in diverse varianten de vraag of een stiekem gemaakte geluidsopname van een gesprek gebruikt mag worden als bewijs. Dit meestal naar aanleiding van mijn artikel Opnemen van gesprekken, waarin dat met zoveel woorden staat:

Een telefoongesprek opnemen dat je zelf voert, mag je dus opnemen - ook wanneer je dat niet meldt aan de tegenpartij. Alleen het heimelijk opnemen van zo’n gesprek zonder deelnemer te zijn is dus strafbaar (tenzij je toestemming hebt van één van de deelnemers).

Dit artikel gaat over de context van het strafrecht: het is verboden gesprekken af te luisteren met een technisch hulpmiddel als je geen deelnemer bent. Dat betekent dus dat als je wél deelnemer bent (of namens een deelnemer handelt) je wél het gesprek mag afluisteren en opnemen. Publiceren van die opname zal vaak wel een schending van de privacy van de wederpartij opleveren, dus daar zul je een fors nieuwsbelang voor moeten hebben.

Gebruik als bewijs is eigenlijk altijd toegestaan. In het gewone (civiele) recht gelden namelijk geen specifieke eisen voor hoe het bewijs verkregen mag zijn. De rechter mag zelf alles beoordelen op de merites. Hij hoeft bewijs niet uit te sluiten omdat het een stiekeme opname is. Wel zou hij het bewijs anders kunnen waarderen: een informeel gesprekje op de vrijmibo zal minder bewijskracht hebben over de intenties van een bedrijf dan een formele verklaring van de directie bij een persconferentie. Maar dat gaat dan over de inhoud, niet over de vorm.

Er zijn diverse rechtszaken waarbij partijen hebben geprobeerd een geluidsopname van tafel te krijgen met het argument dat deze onrechtmatig is verkregen. Dat wordt echter niet geaccepteerd. De Hoge Raad oordeelde in 1987 dat voor uitsluiting van bewijs sprake moet zijn van een “rechtens ontoelaatbare inbreuk op de privacy, zulks op basis van bijkomende omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen”. Oftewel: een inbreuk op zich is niet genoeg, het moet wel een hele erge zijn.

Op grond van deze uitspraak vond de Amsterdamse rechter dat een gespreksopname tussen een werkgever en werknemer best beluisterd mocht worden. De werkgever zat in een zakelijk gesprek, en een beroep op de privacy is dan niet doorslaggevend.

De rechtbank Groningen formuleerde in 2010 het als volgt:

Of het opnemen van een gesprek zonder dat de wederpartij hiervan op de hoogte is onrechtmatig is, hangt volgens de jurisprudentie af van de omstandigheden van het geval. Dat de opname is gemaakt met het doel deze als bewijs te kunnen gebruiken en het gesprek daarop gericht is geweest maakt het opnemen van dat gesprek, anders dan [de wederpartij] meent, op zich nog niet onrechtmatig. Met betrekking tot het onderhavige gesprek is van belang dat het in een zakelijke setting plaatsvond en –voor zover daaruit in de dagvaarding is geciteerd- niet over zaken ging die de persoonlijke levenssfeer betreffen.

Deze uitspraken laten ruimte open voor uitsluiting van het bewijs wanneer het gesprek zeer persoonlijk is. Ik kan me echter geen situatie voorstellen waarin je zo’n gesprek aan zou willen voeren in een rechtszaak. Wat voor zaak zou dat dan zijn? Héél misschien een rechtszaak over een echtscheiding. Als daar een van de partners in een intiem moment een bekentenis doet, en de andere partner heeft dat opgenomen en speelt dat dan af in de zitting over wie de kinderen krijgt, dan kan ik me voorstellen dat dat niet goed valt bij de rechter. Maar dat lijkt me wel een erg hoge uitzondering.

Arnoud

of lees de 29 reacties

Geldt de privacywet ook voor overleden personen?

Tweet
9 september 2011, 8:08 | Privacy, Meningsuiting | 14 reacties

wanted-poster-persoonsgegeven.pngEen lezer vroeg me:

Ons gemeentearchief beschikt over een zeer grote hoeveelheid bronmateriaal over oud-inwoners. Nu wil ik graag een verhaal schrijven over een moordzaak uit 1920 die destijds de gemeente nogal bezighield. Mag ik dat doen en daarbij de naam van de moordenaar en slachtoffers noemen? En kan ik dan ook een foto uit het archief daarbij publiceren? Of geldt de privacywet nog steeds?

Het gebruik van iemands naam in een publicatie valt in principe onder de privacywet, de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze eist eigenlijk altijd toestemming van de betrokken persoon. Een naam publiceren zonder toestemming mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, zo bepaalt de Wbp. De persvrijheid is zo’n uitzondering: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren.

Bij een overleden persoon geldt de Wbp echter niet meer. Je mag dus namen en informatie publiceren over deze personen zonder nadere toestemming of een belangenafweging. Alleen als de publicatie óók de privacy raakt van nog levende personen (bijvoorbeeld de kinderen of kleinkinderen), kan alsnog toestemming nodig zijn. Als je bijvoorbeeld vermeldt waar de moordenaar woonde en diens kleinkinderen wonen daar nog, dan zou de privacy in het gedrang kunnen komen.

Voor foto’s geldt het portretrecht. Dit geldt tot 10 jaar na overlijden. Dit is dus een ietwat merkwaardige kronkel: wil je publiceren over iemand die pas 5 jaar dood is, dan mag je wél zijn naam zomaar noemen maar niet zijn foto publiceren.

Bij het portretrecht geldt normaal een afweging van het “redelijk belang tegen publicatie”. Dit is in essentie hetzelfde als bij de uitzondering in de Wbp: als de nieuwswaarde groter is dan het privacybelang van de betrokkene, dan mag je deze publiceren. Echter, als de foto in opdracht van de geportretteerde is gemaakt, dan is toestemming nodig en kom je er niet met “er is geen redelijk belang”.

Een detail is nog dat het hebben van de foto in het archief niet impliceert dat je de foto mag publiceren. Een in 1920 gemaakte foto kan nog prima auteursrechtelijk zijn beschermd, want het auteursrecht loopt tot 70 jaar na de dood van de fotograaf. Als deze laten we zeggen 30 jaar oud was in 1920 en op tachtigjarige leeftijd overleed, dan is de foto pas op 1 januari 2041 rechtenvrij. Ja, 2041.

Het zou kunnen dat de foto door de politie is gemaakt. Dan is publicatie toegestaan mits je de bron noemt (”Foto: Politie Amsterdam, circa 1920″). Bij particuliere fotografen zul je op zoek moeten naar de fotograaf en diens toestemming vragen als je zijn foto’s wilt kopiëren of publiceren. Kun je die niet vinden, dan mag je de foto niet gebruiken. Eventueel kun je bij Foto Anoniem een vrijwaring kopen, maar die is niet goedkoop.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Nee, als webwinkel mag je géén vooruitbetaling eisen

Tweet
8 september 2011, 8:23 | Webwinkels | 56 reacties

Bij consumentenzaken is het zoeken naar jurisprudentie, want wie gaat er nou procederen over een relatief laag bedrag? Maar dankzij een zekere online fietsenwinkel die het wel vaker op procedures aan laat komen, hebben we er weer eentje bij: een winkel mag niet eisen dat de consument 100% vooruitbetaalt wanneer deze iets wil laten bezorgen.

Een consument had bij deze winkel via internet een Redy freestyler X-ray Booster 20 (dat is een fiets) gekocht voor 159 euro, op zich een gebruikelijke prijs. Na het plaatsen van de bestelling ging er iets mis in de communicatie, want het eerstvolgende ontvangen bericht was een aanmaning tot betaling van het volledige bedrag. De koper reageerde dat hij éérst de fiets wilde, en dan het geld. De winkel wilde eerst het geld en dan de fiets.

De voorwaarden van het bedrijf bepalen:

Betaling dient … of vooraf voor verzending te geschieden, op een door Gebruiker aan te geven wijze in de valuta waarin is gefactureerd, tenzij schriftelijk anders door Gebruiker aangegeven.

en op die grond stapte het bedrijf naar de rechter. Ok, moest dat nu echt, denkt u misschien, maar ik vind het wel handig: nu krijgen we een rechterlijke uitspraak over of dat wel mag, eisen dat mensen vooruit betalen.

Nee, dat mag niet.

De rechter verwijst droogjes naar de wet, artikel 7:26 BW, dat met zoveel woorden bepaalt dat vooruitbetaling van het gehele bedrag niet mag worden geëist. Althans, niet in algemene voorwaarden. Wie expliciet met de winkel afspreekt dat vooruitbetaling ok is, zit daaraan vast. Maar wie alleen in de kleine lettertjes terugvindt dat hij alles vooruit moet betalen, kan met de toverformule “Bij deze vernietig ik uw artikel 6 wegens strijd met dwingend recht” daar van afkomen.

Oh, even voor de duidelijkheid: het is natuurlijk wél legaal om een vooruitbetaaloptie te bieden voor mensen die dat prettig vinden. Zo lang er maar minstens één manier is om achteraf te kunnen betalen.

Natuurlijk is er wel nog steeds een koopcontract, dus de koper zal moeten betalen. Maar dat hoeft hij pas nadat de fiets geleverd is. Wel mag de koper tot en met zeven werkdagen na ontvangst de koop annuleren, zodat hij zijn betaling terug kan krijgen. Hoe dit gaat uitspelen, mag u zelf invullen. En waarom dit bedrijf met zo’n duidelijke wetstekst toch een procedure is gestart, is me een raadsel. Maar dat dacht ik na de TROS Radar-uitzending over het bedrijf ook.

Arnoud

of lees de 56 reacties

Het Nieuwe Rijden met je iPhone: merkinbreuk?

Tweet
7 september 2011, 8:02 | Merken, Software | 5 reacties

app-ald-ecodrive.pngVolgens mij het eerste vonnis over iPhone apps (via) versus het merkenrecht. Het bedrijf Pardoel had een snelheidsbegrenzer ontwikkeld en deze in de markt gezet onder de naam Ecodrive. Deze naam is ook als woordmerk gedeponeerd. Doel van de begrenzer is te zorgen dat de automobilist milieuvriendelijker (”groener”) gaat rijden.

Het bedrijf Axus had een iPhone applicatie ontwikkeld die “ALD Ecodrive” heette, waarmee je je rijgedrag kunt analyseren en zo milieuvriendelijker kunt gaan rijden. De app was gratis via de Apple Appstore te krijgen, en via www.aldecodrive.nl kun je meedoen aan de “ALD Ecodrive Challenge”, een competitie tegen andere gebruikers.

Pardoel stapte naar de rechter omdat de app hun merk gebruikte, en wel voor sterk gelijkende diensten: een app op een smartphone om milieuvriendelijk te rijden komt immers erg in de buurt van een hardwareapparaat om milieuvriendelijk te rijden.

De rechter oordeelt echter dat geen sprake is van inbreuk, omdat het merk “Ecodrive” naar alle waarschijnlijkheid nietig is. Het is beschrijvend voor snelheidsbegrenzers en -controleapparaten. Axus had namelijk allerlei stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat “ecodrive” een gebruikelijke Engelstalige term is voor milieuvriendelijk rijden, zoals opleidingsinstituut Ecodrive of dit rapport van SenterNovum:

The Dutch Ecodrive programme ‘Het Nieuwe Rijden’ (from hereon “Ecodrive-programme” or “Ecodrive”) is an instrument with the objective of stimulating more energy-efficient purchase- and driving behaviour.

En tsja, als het zó breed gebruikt wordt als algemene term dan heb je geen recht op merkbescherming.

Eerder verloor Pardoel ook een procedure bij de SIDN over de opeising van Ecodrivenederland.nl. De arbiter zei toen:

De termen ‘ecodrive’ en ‘ecodriving’ wordt al sinds vele jaren als beschrijvende aanduiding gebruikt door onder meer de Nederlandse overheid voor activiteiten met betrekking tot zuinig rijden. Ook is de term beschrijvend voor de diensten die de verweerder daadwerkelijk aanbiedt onder de domeinnaam.

In dit vonnis merkt de rechter nog op dat Axus de naam ‘Ecodrive’ niet als handelsnaam gebruikt, ook niet bij de Challenge-site: daar staat die naam alleen als aanduiding van de applicatie, niet als aanduiding van hun bedrijf. En dat is maar goed ook, want als ze wél hun site Ecodrive hadden genoemd, hadden ze het op het handelsnaamrecht waarschijnlijk verloren. Een handelsnaam hoeft namelijk niet onderscheidend of creatief te zijn.

De eis over slaafse nabootsing wordt ook afgewezen, omdat “een software applicatie niet een nabootsing kan vormen van een fysiek product”. In dit geval billijk, maar in zijn algemeenheid lijkt het me wel degelijk mogelijk dat een iPhone app een slaafse nabootsing is van een dedicated hardware kastje. Slaafse nabootsing kán ook tussen websites spelen, zo bleek al eerder. (Kent iemand zulke apps?)

Arnoud

of lees de 5 reacties

Heise’s alternatieve Facebookknopje

Tweet
6 september 2011, 8:10 | Privacy | 16 reacties

heise-oplossing-facebook-tracking.pngVorige week schreef ik over het Facebook-’Like’-knopje dat iedereen blijkt te tracken, ook als je niet ingelogd bent of zelfs als je geen lid bent van het sociale netwerk. Deze aanpak is juridisch dubieus, zeker nu er een cookiewet aankomt die dit expliciet gaat verbieden.

In Duitsland lijkt nieuwssite Heise een oplossing te hebben gevonde. Men toont het Facebookknopje pas nadat de gebruiker expliciet hierom gevraagd heeft. En dat klinkt als meer gedoe dan het is: het plaatje rechtsboven laat zien dat je alleen maar twee keer in plaats van één keer hoeft te klikken. De techniek erachter is simpel, de eerste klik gaat naar de Heise-site en die stuurt het Facebook-knopje met al zijn trackingcode terug, waarna de tweede klik dat knopje activeert.

Leuk idee, alleen is Facebook boos. Deze werkwijze zou in strijd zijn met de Facebook Platform Policies, die namelijk vermelden:

8. You must not use or make derivative use of Facebook icons, or use terms for Facebook features and functionality, if such use could confuse users into thinking that the reference is to Facebook features or functionality.

Dit lijkt me een tikje gezocht. Maar in principe hebben ze een punt, want het grijze icoontje ziet eruit als een Facebook-icoon maar de klik gaat niet naar Facebook.

Update (08:54) Heise heeft het grijze knopje aangepast:

heise-facebook-nieuw.png

Later verduidelijkte Facebook-woordvoerder Tina Kulow op Twitter dat de dubbelklik-oplossing op zichzelf prima is, alleen niet met dat grijze icoontje:

Um es klar zu stellen: 2-klick-Button ist nicht ideal - aber kein Problem. Nur ein Like-Button der grafisch so tut als ob er einer ist, ist nicht ok. Das ist alles.

Het zou dus een kwestie moeten zijn van een eigen icoon maken dat aangeeft dat het Facebook-knopje beschikbaar is, zonder dat dit 1-op-1 hetzelfde is als het Facebook-knopje zelf. Dat zal nog lastig worden. Immers, dit was dé manier om zo’n knop te maken, een grijze versie van een knop is de standaardmanier om aan te geven dat iets nu inactief is maar geactiveerd kan worden.

Elk alternatief zal tegen hetzelfde probleem aanlopen. Je moet immers het Facebook-logo gebruiken om aan te geven dat dit Facebook-functionaliteit betreft. De enige oplossing die ik kan zien is het dubbelklikken om alle social media knopjes te activeren, maar dat lijkt me nodeloos nadelig voor andere sites die zich wél netjes gedragen.

Oh, en in diezelfde tweet linkt ze naar een FAQ-pagina met deze fijne paarsebroekenformulering:

Deze standaardgegevens helpen ons jouw beleving te verbeteren afhankelijk van welke browser je gebruikt en of je bent aangemeld op Facebook of niet.

Weet iemand wat dit betekent? Hoe verbetert Facebook mijn ‘beleving’ van Heise.de (wat dat dan ook moge betekenen) door mijn IP-adres, browserdata etcetera te loggen en 90 dagen te bewaren? Het knopje blijft immers hetzelfde, en getargete advertenties op Heise.de van Facebook zie ik niet

Arnoud

of lees de 16 reacties

Misbruik van bevoegdheid: Ministerpresidentrutte.nl moet naar de staat

Tweet
5 september 2011, 8:04 | Domeinnamen | 22 reacties

ministerpresidentrutte-nl.pngDe Nederlandse staat moet binnen twee weken het internetdomein ministerpresidentrutte.nl in handen krijgen, meldde Nu.nl donderdag. Men won een kort geding over deze domeinnaam van een particulier die deze om onduidelijke redenen had geregistreerd en de domeinnaam alleen gebruikte om door te verwijzen naar het bepaald niet staatsgezinde Klokkenluideronline.nl. (En ik blijf die domeinnaam maar lezen als presiden-trutten-l. Ahem.)

Wat ik zo opmerkelijk vind aan deze zaak, is dat hij expliciet als voorbeeld werd ingezet. De zaak is aangespannen om in de toekomst makkelijker ook andere domeinnamen op te eisen, zo motiveerde de advocaat. Dat is gek: normaal procedeer je omdat je onrecht wordt aangedaan, niet omdat je vonnissen wilt verzamelen om toekomstige domeinnaamhouders bang te kunnen maken. Het beleid van de RVD om “ministerpresident”+naam+”.nl” te hanteren maakt nog niet dat houders daarvan die moeten afgeven, net zo min als ik softwarerecht.nl kan opeisen omdat het mijn bedrijfsbeleid is om domeinnamen met -recht.nl erin te hanteren.

Er moet natuurlijk een juridische grondslag zijn om iets op te kunnen eisen. Het argument van de staat “de houder heeft er geen enkel belang bij, terwijl de staat een heel groot belang heeft” is natuurlijk onzin. Bij domeinnamen werd deze Utrechtse belangenafweging een halt toegeroepen door het Gerechtshof in de Gaos/Passies-zaak. Zolang je niet iemands rechten schendt, staat het je vrij om dingen in eigendom te hebben waar jij geen belang bij hebt en anderen wel. Hoe groot het belang van de gemeente ook is ten aanzien van mijn achtertuin, die is van mij en die blijft van mij - tenzij de met zware waarborgen en een vergoedingsplicht omklede onteigeningswet wordt gevolgd.

De grondslag wordt gevonden in het argument “de domeinnaamhouder maakt misbruik van bevoegdheid door deze domeinnaam te registreren” dat we nog kennen van 112.nl. Daarvan is sprake als men die bevoegdheid niet had kunnen uitoefenen als je kijkt naar de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad (art. 3:13 BW). Daar zit in theorie natuurlijk best wat in, maar gaat het hier ook op?

De domeinnaamhouder blokkeert de informatievoorziening van het publiek aangaande de minister-president, aldus de rechter. Tsja, specifiek op die domeinnaam ja. Maar via Rijksoverheid.nl kan die informatievoorziening nog steeds prima lopen - en trouwens, was het niet de bedoeling dat alle overheidswebsites naar dat domein gingen? Net zoals 112.nl daarheen redirect?

De houder had nog toegelicht, zo blijkt uit het vonnis, waarom hij nu juist deze koppeling naar Klokkenluideronline had doorgevoerd:

Ik had de domeinnaam aan elke andere bewustzijnsverhogende website kunnen koppelen, maar ik heb gekozen voor klokkenluideronline.nl omdat deze website een mooi instapmodel is voor de gemiddelde Nederlander, dus ook de gemiddelde politicus, die in mijn ogen nog in een diepe roes verkeerd. Corruptie, pedofilie, en alles wat het daglicht niet kan verdragen, in Nederland vieren deze zaken hoogtij. Als mensen nu dus via ministerpresidentrutte.nl op zoek gaan naar de website van de rijksoverheid, zal men uitkomen op klokkenluideronline.nl, alwaar men kan beginnen aan de bewustzijnsverhogende reis.

Ehm, juist.

Deze uiting op deze domeinnaam vindt de rechter een “verwarrende situatie” voor bezoekers. Die verwachten een verhaal over M-P Rutte en krijgen een bewustzijnsverhogende website. Maar toegegeven, de link tussen Rutte en de gelinkte site is niet serieus te nemen. En daarmee ontstaat misbruik van bevoegdheid.

Ook handelt hij ‘gewoon’ onrechtmatig: mensen zouden eens kunnen denken dat Rutte iets te maken heeft met de uitingen op Klokkenluideronline, en dat is onzorgvuldig in het maatschappelijk verkeer.

Alles bij elkaar een zeer onbevredigend vonnis. Hoewel ik de uitkomst kan billijken - het is evident domeinkaperij - vind ik wel dat er een duidelijke juridische grondslag moet zijn. En dit is een cirkelredenering: het ‘misbruik’ volgt enkel uit het feit dat de Staat de domeinnaam wil hebben maar hem niet krijgt.

Arnoud
Foto: Minister-president, minister van Algemene Zaken, Rijksoverheid.nl, Creative Commons Zero.

of lees de 22 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress