Mag ik weigeren aan prutswerk te programmeren?

Tweet
26 oktober 2010, 8:17 | Innovatie | 36 reacties

ruine-rommel-kasteel-ingestort-veiligheid.jpgEen lezer vroeg me:

Ik werk sinds kort bij een bedrijf dat webapplicaties bouwt in PHP. Helaas moet ik constateren dat meer dan de helft van mijn collega’s echt te weinig verstand van zaken heeft. Men gebruikt procedureel PHP alsof het 1997 is (in plaats van het veel veiligere object-georiënteerde), men heeft geen enkel benul van veiligheidsrisico’s en documentatie ho maar. En nee, we onderhouden geen antieke applicatie van een belangrijke klant maar dit is code die vorig jaar geschreven is. Kan ik weigeren nog langer op deze manier door te gaan? Ik vind de risico’s voor onze klanten onaanvaardbaar.

Het kan zeker frustrerend zijn om ergens te werken waar men zwaar onder je eigen kwaliteitsstandaards werkt. Alleen, dat is geen reden om te stoppen met werken en te eisen dat het bedrijf haar standaards aanpast. Als er wettelijke regels worden overtreden, ja dan kun je denk ik wel terecht het werk neerleggen.

Dat is hier echter niet zo. Een bedrijf is vrij om procedureel PHP te gebruiken, en als ze onveilige applicaties oplevert dan krijgt ze daar wel claims over van haar klanten (hoop ik). Er zijn geen wetten of regels die je overtreedt door procedureel code te schrijven of niet-onderhoudbare code te maken.

Afgezien van een paar stevige gesprekken voeren met collega’s of de veiligheids-evangelist uithangen, zie ik geen mogelijkheden om te weigeren op deze manier door te gaan. Dit zal worden uitgelegd als werkweigering, en dat is grond voor ontslag. Het feit dat je het oneens bent met het beleid, is niet genoeg om het werk te mogen weigeren. De werkgever beslist hoe het werk verricht wordt, en zolang men redelijke beslissingen neemt, heb je die uit te voeren. Ook al vind jij ze onveilig, ouderwets of gewoon dom.

Arnoud

of lees de 36 reacties

Blogdialoog: Van portalen naar weeswerken (toekomst van auteursrecht)

Tweet
16 oktober 2010, 8:23 | Auteursrecht, Innovatie | 19 reacties

trabant-innovatie-vooruitgang-ddr-communisme-baard.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Toen ik nog een heel klein nerdje was, ging ik met mijn ouders wel eens op bezoek bij kennissen in de DDR. We zijn daar ook een keer gaan winkelen, en dat was een zeer aparte ervaring. De keuze in de speelgoedafdeling was beperkt: er stond letterlijk één model bouwvliegtuig op de plank. Afrekenen was ook een hele ervaring. Eerst met de doos naar een streng kijkende mevrouw die de prijs noteerde op een briefje (met carbonnetje), waarmee ik dan naar een apart hokje moest met mijn vader. Daar moest het geld worden neergeteld, in ruil voor een ander bonnetje waarmee ik weer naar de eerste mevrouw mocht en eindelijk mijn bouwdoos mocht meenemen. (Helaas bleek de bijgesloten verf zwaar giftig maar dat terzijde.)

Die jeugdherinnering werd getriggerd door Future of Copyright’s opmerking over communistische baardmannen van vorige week. Want mijn voorstel om het auteursrecht en de maatschappij vooruit te werken door duizend bloemenbedrijfsmodellen te laten bloeien middels een systeem van verplichte licenties, was namelijk “contentcommunisme”, terwijl een streamingportaal van één aanbieder “vertrouwen in de efficiëntie van de markt” is. Ik hoop dan maar dat die portals van de entertainmentindustrie zelf minder karig en dichtgetimmerd worden dan die DDR-winkel (en Considerati krijgt een mooi kistje wijn als dat zo is).

Deze jeugdherinnering biedt me tevens een mooi opstapje naar een nieuw onderwerp rond innovatie in het auteursrecht: de wettelijke uitzonderingen, oftewel de mogelijkheden om legaal een werk te gebruiken voor maatschappelijk relevante doelen. Het auteursrecht bevat immers een balans tussen de belangen van de maker en de belangen van de maatschappij. Die uitzonderingen zijn er om te zorgen dat een maker cultuur niet ‘op slot’ kan doen: mensen moeten een werk kunnen bespreken, bekritiseren, parodiëren of kunnen bewaren.

Laten we eens met dat laatste verder gaan. Het is goed dat er 1200 Nederlandse films en honderden series digitaal beschikbaar komen, maar Nederland heeft veel meer dan 1200 films en series. Om over oude boeken nog maar niet te spreken. Dit is de problematiek van de weeswerken: werken waarvan de eigenaar niet bekend is, zodat hergebruik een juridisch risico is. Want ook al investeer je een hoop in het restaureren, digitaliseren en verkopen van dat werk, de eigenaar kan zich op elk moment melden en je investering teniet doen met een beroep op zijn exclusieve recht. De maker beslist, nietwaar?

Kortom: laten we het even niet meer hebben over het actuele aanbod maar over de oudere werken die ook dolgraag digitaal beschikbaar willen komen (zoals ook onze Koninklijke Bibliotheek al signaleerde). Hoe maken we dat mogelijk?

Arnoud

of lees de 19 reacties

Blogdialoog: Een stimulerende interactie tussen makers en maatschappij (toekomst van auteursrecht)

Tweet
9 oktober 2010, 12:33 | Auteursrecht, Innovatie | 8 reacties

portal-portaal.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week weer een bijdrage van FoC, ditmaal over de afweging tussen de rechten van makers en de rechten van consumenten (en een verzoek aan mij geen baard te laten staan):

Het resultaat in een notendop: wij hebben vertrouwen in de efficiëntie van de markt als ontwikkelingsplaats voor goede oplossingen; Arnoud kijkt liever naar de publieke sector om een systeem voor digitale distributie van content en eerlijke vergoedingen te ontwikkelen.

Vanuit welk uitgangspunt er ook aan nieuwe modellen gewerkt wordt, het auteursrecht neemt er een centrale plaats in.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna want met jullie hulp wordt de discussie alleen maar beter! :)

Arnoud

of lees de 8 reacties

Blogdialoog: De weg naar nieuwe businessmodellen (toekomst van auteursrecht)

Tweet
2 oktober 2010, 8:47 | Auteursrecht, Innovatie | 60 reacties

platform-ja-grappig-he.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Een downloadverbod, een Europees auteursrecht en state-of-the-art legale online contentdistributie-platforms. Dat is volgens Future of Copyright wat er nodig is voor een competitieve en bloeiende creatieve industrie waar de consument mee gediend is. Het is maar goed dat ze erbij zeggen dat het in alfabetische volgorde is, anders zou ik ze nog gaan verdenken van de drogreden dat die platforms vanzelf komen als je downloaden maar verbiedt. Het is simpelweg niet reëel om te verwachten dat een downloadverbod de “krampachtige houding van de grote rechthebbenden” richting internetdistributie en -verkoop ook maar 1 sikkepit zal veranderen door zo’n wetswijziging.

Zoals ik twee weken terug al betoogde, het probleem is fundamenteler dan koudwatervrees of het enkele feit dat er illegale bronnen zijn. Auteursrecht geeft rechthebbenden een machtsmiddel om verstorende innovaties in de markt voor distributie tegen te houden. Dit is iets unieks, geen enkele andere markt heeft dat. Ja, verstorende innovaties komen overal voor, maar dat een partij uit markt A een innovatie in markt B kan tegenhouden is echt uniek voor de auteursrechtenbusiness. En fundamenteel is die mogelijkheid slecht: verstorende innovaties zijn goed voor de maatschappij, en behoren niet tegengehouden te kunnen worden door een kleine belangengroep die graag het oude model wil behouden.

Verder valt me op dat de discussie vaak heel snel in een cirkeltje terecht komt: de maker heeft auteursrecht, dus hij beslist, dus hij mag een onwenselijk geacht distributiekanaal sluiten. Maar waarom is het wenselijk dat hij dat mag? Ja, omdat hij auteursrecht heeft en dat is nu eenmaal het recht om te beslissen wat er gebeurt met zijn werk. En waarom heeft hij dat recht? Ja, omdat het wenselijk is dat hij piraterij tegengaat. En waarom is dat piraterij? Nou, omdat de maker dat kanaal niet goedgekeurd heeft. En waarom is het wenselijk dat hij dat mag? Afijn, u voelt hem al aankomen. Dat schiet dus niet op.

(Dat het eigenlijk niet over de maker gaat, maar over de contentindustrie, is een terecht punt uit de comments dat op zichzelf een essay waard is.)

Ik pleit daarom voor een fundamentele discussie. Je kunt niet uitgaan van de huidige wet als je wilt zoeken naar een oplossing. Die huidige wet heeft ons het probleem gegeven, en zonder een grondige wetswijziging levert deze ons echt geen oplossing. Vandaar mijn pleidooi voor de maatschappij die moet beslissen. Meer rechten bij de distributiekanalen, en minder mogelijkheden om innovaties tegen te houden puur omdat ze de huidige businessplannen verstoren. Een nieuwe balans in het auteursrecht. En daarvoor moeten we niet kijken bij het uitgangspunt van de huidige wet, maar bij de plek waar we willen uitkomen. Aan welke criteria voldoet dat utopia, en hoe kunnen we die voor elkaar krijgen?

De legale markt die er nu is, laat op een paar plekken zien wat er werkt: een groot aanbod, een redelijke prijs en uitgebreide mogelijkheden om als koper met je content te doen wat je wil. Vele eerdere initiatieven hebben laten zien wat er niet werkt: uitgebreide DRM, hoge prijzen en beperkte mogelijkheden.

De illegale markt bevestigt dat beeld. Mensen willen graag een breed aanbod aan content hebben, en liefst ook in diverse formaten. Streaming, P2P download, all-you-can-eat Usenet, noem maar op: de techniek staat voor niets. Tuurlijk, het is (vaak) gratis, maar daar gaat het even niet om: mensen betalen graag voor kwaliteit en convenience (zie iTunes).

Het komt dus neer op de vraag: hoe realiseren we een florerende markt met vele distributieplatformen en businessmodellen, waar content in alle gewenste formaten, bundels en betaalmodellen beschikbaar is? Wil je graag pay-per-view of liever een vast bedrag per maand? Bewaren of éénmalig streamen? Kijken wat je vrienden leuk vinden en daar weer op reageren? En misschien is er wel een slimmerik die zijn eigen distributiekosten kan drukken door met P2P te werken. Er zijn tientallen voorbeelden van werkende modellen te vinden - in die illegale markt. Innovatie kan dus wel, maar we noemen het piraterij. En dat vind ik raar.

Mijn zorg is dan ook dat we het antwoord op die vraag niet van de industrie mogen verwachten. Zij is daar niet op ingesteld, omdat hun verdienmodellen gebaseerd zijn op de huidige distributieplatformen en businessmodellen. En het valt niet te ontkennen dat er met nieuwe platformen en modellen minder per kopie aan rechten afgedragen zal worden. Dat is namelijk tot nu toe bij elk nieuw medium het geval geweest. Alleen: de aantallen waren elke keer zo veel groter dat het uiteindelijk toch winstgevend genoeg bleek.

Ik maak me dan ook weinig zorgen over de toekomst van content, als we het initiatief bij de huidige innovators leggen (en afspreken dat er een faire beloning naar de maker gaat). En ik ben zeer benieuwd hoe FoC de ontwikkeling van die state-of-the-art legale online contentdistributie-platforms ziet gebeuren als die eerst toestemming van de contentindustrie nodig hebben.

Minstens zo benieuwd ben ik naar jullie comments :)

Arnoud

of lees de 60 reacties

Blogdialoog: Het kan, dus het moet (niet) (Toekomst van auteursrecht)

Tweet
25 september 2010, 14:51 | Auteursrecht, Innovatie | 57 reacties

dinosaurus-innovatie-auteursrecht-skelet.jpgAuteursrechtenblog Futureofcopyright en ik gaan de komende tijd in dialoog over de toekomst van het auteursrecht. Elke zaterdag vind je hier of bij Future of Copyright een nieuwe post in de serie. We reageren op elkaars stellingen en hopen met een inhoudelijke discussie verder te komen in complexe auteursrechtelijke vraagstukken.

Deze week reageert FoC op mijn blog over conservatisme in het auteursrecht:

De contentindustrie bestaat uit machtsmisbruikende dinosaurussen, die met lede ogen toezien hoe het innoverende volk succesvol aan hun grip ontkomt. Het vermaledijde auteursrecht geeft ze een wettelijk middel om de markt voor content te verstoren en de massa naar hun pijpen te laten dansen. Die macht moet worden ingeperkt, zo vat ik Arnoud’s laatste reactie in onze gezamenlijke en goed op gang komende blogdialoog kort samen. Niet geheel tot veler verrassing deelt Future of Copyright die visie niet.

Lees verder bij Future of Copyright en reageer daarna daar of hier!

Arnoud

of lees de 57 reacties

Een Legoblokje kan geen merk zijn

Tweet
21 september 2010, 8:22 | Innovatie, Merken | 7 reacties

Het Legoblokje kan geen merk zijn. Dat blijkt uit de uitspraak in zaak C 48/09 P van het Europese Hof van Justitie. Het blokje is “functioneel bepaald”, oftewel dat blokje moet nu eenmaal die vorm hebben om ermee te kunnen bouwen. En functioneel bepaalde dingen kunnen niet als merk worden beschermd. Eerder had onze Hoge Raad al geoordeeld dat het maken van eigen op Lego passende blokjes niet onrechtmatig was, omdat de octrooien op Legoblokjes allang verlopen waren.

Lego doet al decennia haar best om te zorgen dat anderen geen blokjes maken die uitwisselbaar zijn met haar eigen steentjes. Dat kan op zich prima met een octrooi (tentamenvraag: definieer “Legosteentje” in functionele termen), maar octrooien verlopen twintig jaar na de dag van aanvraag. Daarna is namaak in principe toegestaan. Dat is de ruil die deze vorm van ‘intellectueel eigendom’ rechtvaardigt: je mag twintig jaar profiteren van je uitvinding, daarna mag de maatschappij dat.

Om dit te blokkeren, had Lego geprobeerd haar blokjes als merk te beschermen. Op zich kan de vorm van een product prima een merk zijn. Coca-Cola herkennen we allemaal al zodra het silhouet van dat flesje in beeld komt bijvoorbeeld. En ook Legoblokjes zijn zeer herkenbaar door hun vorm met noppen en staafjes.

Toch wijst het Europese Hof de merkaanvraag van Lego af. Die herkenbaarheid is het gevolg van het marktsucces van het product, maar betekent nog niet dat het product dus maar beschermd mag worden als merk. Want

een teken bestaande uit de vorm van een waar die, zonder toevoeging van belangrijke niet-functionele elementen, enkel een technische functie te kennen geeft, niet als merk kan worden ingeschreven, aangezien een dergelijke inschrijving in te sterke mate een beperking zou vormen voor de mogelijkheden waarover de concurrenten beschikken om vormen van de waar die dezelfde technische oplossing gebruiken, op de markt te brengen.

Concurrentie op de vrije markt is een groot goed, en een merk behoort technische innovatie dus niet in de weg te zitten. Het Hof geeft nog wel de hint dat je het via de slaafse nabootsing zou kunnen proberen als mensen al te makkelijk je eigen producten namaken. En dat is dus waar de Hoge Raad bij ons over heeft gezegd dat de “behoefte aan standaardisatie” als rechtvaardiging kan gelden. Als je je blokjes zo moet maken om ze te laten passen, dan mag dat ook.

Er is trouwens nog wel een geldig Beneluxmerk maar het lijkt me niet dat dat lang stand zal houden na deze uitspraak.

Wanneer de tekst “de noppenconfiguratie [etc] … zijn handelsmerken van de LEGO Groep.” zal worden aangepast op de site van LEGO is nog niet bekend.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Recensie: Orphan Works - De zoektocht naar een internationaal werkbaar model

Tweet
16 maart 2010, 8:27 | Auteursrecht, Innovatie | 10 reacties

sterenborg-boek-orphan-works-weeswerken.pngEen groot maar lastig zichtbaar probleem in het auteursrecht zijn de zogeheten weeswerken: boeken en andere werken waarvan de rechtensituatie onduidelijk is maar waar (waarschijnlijk) nog wel auteursrecht op rust. Het herpubliceren of op internet zetten daarvan is een groot risico. Mocht de auteur zich alsnog melden, dan kan hij forse schadeclaims neerleggen. Als gevolg daarvan blijven veel archieven onontsloten en gaan zulke werken soms zelfs fysiek verloren omdat inscannen of restaureren dan niet zinvol is zolang het juridisch risico niet te regelen is.

Hoe dit probleem op te lossen is het onderwerp van het boek Orphan Works - De zoektocht naar een internationaal werkbaar model van jurist Daniël Sterenborg. In een uitgebreid overzicht bespreekt hij de problemen en de voor- en nadelen van diverse voorgestelde oplossingen.

Sterenborg signaleert drie essentiële knelpunten: het formaliteitenverbod uit de Berner Conventie, de territoriale werking van wetten en de wijze waarop auteurs (en rechthebbenden) zich (niet) hebben georganiseerd.

Omdat de Berner Conventie het verbiedt om auteursrecht pas te verlenen als een of andere formaliteit is vervuld, is het onmogelijk om een verplicht register op te bouwen waar alle werken in terecht moeten komen. (En nee, die Berner Conventie gaat voorlopig nog niet weg want hij zit verankerd in diverse internationale handelsverdragen.)

Binnen deze beperking zijn allerlei creatieve oplossingen bedacht, die Sterenborg overzichtelijk op een rijtje zet en toetst aan acht criteria om hun haalbaarheid te bepalen. Alle juridische constructies die ik ken, plus een aantal nieuwe, krijgen uitgebreid de aandacht. De praktische oplossingen neigen meestal naar collectieve vertegenwoordiging, zodat gebruikers zich bij een centraal loket kunnen melden om de gebruiksvoorwaarden en vergoeding te kunnen regelen. Zo’n loket kan opereren op vrijwillige basis, bijvoorbeeld zoals stichting Foto Anoniem die gebruikers in staat stelt de rechten bij foto’s van onbekende fotografen af te kopen tegen een gepaste vergoeding. De stichting vrijwaart dan de gebruiker van claims mocht de fotograaf toch opduiken.

Controversieel is de optie om zo’n afkoopsysteem verplicht te stellen. Dat zou namelijk betekenen dat in feite iedere auteur, fotograaf of muzikant lid moet worden van de betreffende organisatie (of zelfs overheidsinstantie). Daar is tot nog toe slechts in bepaalde landen een organisatie voor (in West-Europa), in het merendeel van de landen is dit het geheel niet georganiseerd. Bovendien gaat daarmee in feite het gehele auteursrecht op de kop.

Ook zijn wettelijke oplossingen voorgesteld. In de VS overweegt men het begrip fair use uit te breiden of vast te leggen dat niet meer dan “reasonable compensation” kan worden verlangd van een inbreukmaker die zijn best gedaan heeft de auteur te zoeken en daarbij een “qualifying search in good faith” heeft uitgevoerd. Naar Europees recht (civil law) ligt een specifieke wettelijke uitzondering voor orphan works meer voor de hand. Maar die voorstellen stuiten op veel weerstand en zullen niet snel wereldwijd worden doorgevoerd. Zoals Sterenborg al zegt, “Als er al wetgeving komt, wordt deze volop belobbyd door de georganiseerde industrieën die een lang en alomvattend auteursrecht voorstaan.”

Volgens Sterenborg is er geen internationaal wettelijke oplossing op korte termijn te verwachten. In de praktijk lijkt er echter consensus te ontstaan over een open norm die de “diligent search” centraal stelt. Open, omdat wat die search precies inhoudt, nader ingevuld moet worden. Als deze norm voldoende steun in de praktijk krijgt, kan zij doorwerken in de wet. In de VS kan dat via haar open norm van fair use. In Europa zal daar nadere wetgeving voor nodig zijn.

Een ietwat onbevredigende oplossing, omdat er veel onzekerheid zal blijven bestaan. Maar iets beters is er niet binnen het systeem van de huidige auteurswet.

Arnoud

of lees de 10 reacties

De waarde van registratie van een idee

Tweet
15 januari 2010, 8:44 | Auteursrecht, Innovatie | 18 reacties

Regelmatig krijg ik vragen van lezers die hun idee willen vastleggen en zich afvragen of ze dan “beschermd” zijn.

Ja en nee.

Er zijn vele diensten waar je een idee, tekst, afbeelding of ander werk kunt vastleggen. In Nederland hebben we het i-Depot van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, en ook commerciële diensten als File-Reg of CCProof zijn in Nederland beschikbaar. De Belastingdienst zet datumstempels op alles dat je op de afdeling Registratie & Successie op de balie legt. Daarmee kun je bewijzen dat het werk op die datum bestond.

Dat is handig, want als iemand anders claimt dat hij het werk gemaakt heeft, kun je die registratie laten zien - en alleen de auteur kon dat werk al zo vroeg gedateerd hebben, dus dan moet je de auteur wel zijn. Maar dat is dan ook het enige.

Wat zo’n registratie je niet geeft, is dwingend bewijs dat je de auteur bent of een rechtsmiddel waarmee je anderen die hetzelfde gaat doen, kunt tegenhouden. Registratie heeft dus geen juridisch voordeel, behalve als je bang bent voor ruzies over wanneer het werk gemaakt is of over hoe het eruit zag op een bepaalde datum.

Ik kan me dan ook geweldig ergeren aan opmerkingen als

File-Reg kan gezien worden als een ‘internet depot’, ook wel ‘i-depot’, voor het vastleggen van uw intellectueel eigendom. Copyright vastleggen via File-Reg is rechtsgeldig en kan als bewijs in gerechtelijke procedures worden toegelaten.

En nee, niet vanwege de flauwe poging om te scoren op de zoekterm “i-depot” van het BBIE. Met deze tekst wordt de indruk gewekt dat je een recht vestigt, of dat het nodig is om auteursrecht (copyright) te registreren. Wat betekent “is rechtsgeldig” immers anders dan “dit levert u een juridisch afdwingbaar recht op bij de rechter”?

(Spitsvondige juristen zullen nu zeggen “rechtsgeldig betekent alleen dat de rechter het niet meteen van tafel veegt”, maar in die betekenis zal de leek het niet opvatten. En de informatiewaarde van de opmerking is in die betekenis nul, net als “uw commentaar onder deze blog is rechtsgeldig.”)

Juridische bescherming van een idee krijg je op twee manieren: 1. Een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) afsluiten waarin staat dat de wederpartij het idee niet mag doorvertellen. 2. Het idee uitwerken tot een handboek of draaiboek en daarmee een auteursrechtelijk beschermd werk maken. Wie dan op basis van het handboek het idee hergebruikt, pleegt inbreuk op auteursrechten. Maar je moet dan wel bewijzen dat ze je handboek hebben gebruikt als basis, want zonder toegang tot het origineel kan er per definitie niet uit gekopieerd zijn.

Hierbij kan een depot handig zijn, omdat dan vaststaat welke aspecten van het idee bij de bedenker bekend waren. Maar meer dan dat kan ik niet bedenken.

Arnoud

of lees de 18 reacties

Paneldiscussie over auteursrecht op Noorderslag

Tweet
19 december 2009, 8:01 | Auteursrecht, Innovatie | 52 reacties

Met een titel als “Auteursrecht, het einde in zicht” moet ik natuurlijk wel meedoen: op vrijdag 15 januari zit ik op Noorderslag in een interessante paneldiscussie:

Digitale en politieke ontwikkelingen zetten de handhaving van het auteursrecht op scherp. Dit panel gaat in op vragen als: Kan een auteur ook in de toekomst nog op bescherming rekenen van een auteurswet? Is er nog geld te verdienen met de creatie van muziekwerken? Welke alternatieve businessmodellen bestaan er voor een professionele muziekauteur? Een must voor iedereen die wil weten waar het auteursrecht naartoe kan gaan.

Ik zal in ieder geval mijn stuk meenemen over de piraten laten beslissen, maar andere leuke stellingen of suggesties zijn natuurlijk welkom!

Arnoud

of lees de 52 reacties

Op LEGO passende steentjes namaken mag, mits

Tweet
26 november 2009, 8:20 | Octrooien, Innovatie | 16 reacties

lego-mega-bloks-blokken-steentjes-nabootsing.pngHet maken van steentjes die op Lego-steentjes passen, is toegestaan. Wel moet je daarbij zo veel mogelijk je best doen om te zorgen dat er geen verwarring kan ontstaan over wiens steentjes het nu eigenlijk zijn. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad (via Boek 9) van vorige week, dat een arrest van het Gerechtshof uit 2007 bevestigt. En ik ben benieuwd of we hier nog een voor ICT relevant aspect uit kunnen slepen.

Een hoofdregel in het recht is dat namaken en imiteren van slimme dingen van anderen toegestaan is. Alleen als er een specifiek recht (zoals auteursrecht, octrooi of merkrecht) aan te wijzen is, komt dat anders te liggen. Je mag dus een slimme verkooptruc of schrijftechniek zomaar overnemen. De Hoge Raad trekt (al jarenlang trouwens) de grens bij ’slaafse nabootsing’, het zonder goede reden heel dicht naast een concurrent gaan zitten met je eigen product of dienst. Je moet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat er gevaar voor verwarring ontstaat.

Nu zijn er tientallen manieren om blokjes te maken die je met elkaar kunt koppelen via knopjes en buisjes, maar er is maar één manier om dat zo te doen dat die blokjes passen op Legoblokjes. En als je die ene manier nadoet, dan is er zeker verwarring mogelijk. Betekent dit dat je dus geen passende blokjes mag maken? Nee, zegt de Hoge Raad:

Onder omstandigheden kan een bij afnemers van de producten bestaande behoefte aan standaardisatie evenwel een rechtvaardiging zijn voor het verwarringwekkend nabootsen van een product

Die verwarring ontstaat immers door de vereiste plaatsing en hoogte van de koppelelementen op de blokjes. Als je die ergens anders neerzet, past het niet meer. Hoewel je nog steeds alles moet doen wat redelijkerwijs nodig is om verwarringsgevaar te voorkomen, is het niet redelijk dat je dan maar niet-passende blokjes moet gaan maken. Als er behoefte is aan passende blokjes, dan mag je die maken.

Zag u het verschil tussen de twee blokjes in het plaatje hierboven trouwens? Volgens de rechtbank, en bevestigd door de Hoge Raad, zijn deze verschillen genoeg om verwarringsgevaar te voorkomen.

Arnoud

of lees de 16 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress