De persoonlijke aansprakelijkheid van werknemers

Tweet
9 mei 2012, 8:08 | Aansprakelijkheid | 21 reacties

je-hoeft-niet-gek-te-zijn-om-hier-te-werken-maar-het-helpt-wel.jpgRegelmatig krijg ik vragen over wanneer je als werknemer persoonlijk aansprakelijk bent voor zaken die misgaan op het werk. Dat varieert van mensen die een opdracht krijgen die tegen de wet ingaat tot mensen die persoonlijk moeten meetekenen bij een geheimhoudingsovereenkomst die hun werkgever aangaat of mensen die fouten maken waarna de werkgever zegt “daar heb ik geen opdracht toe gegeven dus dat mag je zelf betalen”. Dus vandaag even een uitstapje naar het arbeidsrecht: wanneer kun je als werknemer persoonlijk aansprakelijk gehouden worden voor dingen op het werk?

Uitgangspunt is dat de werkgever bepaalt welk werk er wordt gedaan en hoe dat moet gebeuren. Daarmee is het logisch dat hij dus ook de verantwoordelijkheid (én de aansprakelijkheid) draagt voor dat werk. Dat staat dan ook zo in de wet (art. 7:661 BW). Pas bij “opzet of bewuste roekeloosheid” van de werknemer ligt er aansprakelijkheid bij hem, en de lat daarvoor ligt érg hoog. Je moet hebben geweten dat de kans groot was dat er iets goed mis kon gaan. En als je “gewoon” je werk doet, is daarvan eigenlijk nooit sprake. Ook niet als je fouten maakt, fouten maken hoort bij het werk en is dus risico werkgever.

Er moet iets zijn dat je de werknemer persoonlijk (dus zonder zijn werknemerspet) kunt verwijten. In deze zaak was bij een stichting een doos met “erasmania” (spullen over Erasmus) verdwenen. Die waardevolle collectie stond gewoon op een plank op het kantoortje van de directeur. Heel slordig dus, en de stichting was dus aansprakelijk voor het kwijtraken. En de directeur zelf ook:

[Haar] treft persoonlijk een ernstig verwijt van het feit dat zij – als directeur van de stichting en als degene die tot de uitlening van de erasmiana het initiatief had genomen – de erasmiana heeft opgeborgen op een ook voor derden toegankelijke en van buitenaf zichtbare plek om vervolgens lange tijd niet meer naar de erasmiana om te kijken, zeker gelet op haar voorafgaande toezegging aan [eiseres] de erasmiana “in een gesloten vitrine” tentoon te stellen.

De wijze van beveiligen was hier dus haar eigen keuze, waarbij ze zélf had gezegd een gesloten vitrine te gebruiken en daar vervolgens van afweek. In die situatie kun je inderdaad wel spreken van bewuste roekeloosheid.

Aansprakelijkheid bij de werknemer leggen kan wel, maar onder twee strikte voorwaarden: (1) Dat moet schriftelijk zijn afgesproken, en (2) de werknemer moet er voor verzekerd zijn. In de ICT is (2) vrijwel onmogelijk, probeer maar eens een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te krijgen in die branche. Lukt je niet. Verzekeren tegen fysieke schade kan wellicht wel, maar dat is het probleem zelden bij ICT-werknemers.

Een reglement gaat hier weinig aan veranderen. In deze zaak was schade aan een bedrijfsauto aangericht door de chauffeur, die volgens een gebruikersovereenkomst en het autoreglement daarvoor een eigen risico had aanvaard. Maar de rechter negeert dat compleet: was er bewuste roekeloosheid? Nee? Dan geen aansprakelijkheid, punt.

En wat nu als de werknemer de wet overtreedt? Die vraag krijg ik heel vaak van securitymensen en systeembeheerders, die bijvoorbeeld gevraagd worden alle werknemers structureel in het geniep te monitoren of zelfs om een privémailbox te kraken omdat men iemand weg wil werken. We gaan wederom vergelijken met auto’s (wat sowieso moet bij ICT-vraagstukken, maar in dit geval omdat alle rechtspraak over auto’s gáát).

De Hoge Raad bepaalde in 2008 dat de werkgever verkeersboetes van de werknemer niet hoeft te betalen, ook niet als deze zijn begaan als onderdeel van het werk. Dit is gewoon de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer. Je kunt dat doortrekken naar de ICT-medewerker die zelf strafbare feiten begaat op het werk, dat is zijn verantwoordelijkheid. Maar het kan anders komen te liggen als de werkgever het begaan van de overtreding heeft bevorderd, bijvoorbeeld door speciale instructie te geven of door materiaal ter beschikking te stellen waar de overtreding door veroorzaakt wordt. In deze zaak ging het om een te zwaar beladen vrachtwagen, wat de chauffeur moeilijk verweten kan worden (want hij had zelf niets te zeggen over het beladen).

Arnoud
PS: meelezende arbeidsrechtjuristen, ik hoor graag van jullie :) En als jullie interesse hebben in verwijzingen van werknemers met dergelijke vragen dan helemaal.

of lees de 21 reacties

Wat mag een docent met telefoons van leerlingen?

Tweet
8 mei 2012, 8:33 | Internetrecht | 30 reacties

Een minderjarige lezer vroeg me:

Bij ons op school is het een populaire straf om telefoons in te nemen om van alles en nog wat. Bij bellen in de klas okee, maar het gebeurt ook wel als we gewoon iets te lang op het plein rondhangen. Of niet hard genoeg werken in het huiswerklokaal. Kan dat zomaar? En hoe lang mogen ze de telefoon dan bij zich houden?

Een school is bevoegd om sancties op te leggen om de goede gang van zaken op de school te bewaren. Zij mag zelf bepalen wat die sancties zijn, zolang ze maar redelijk en proportioneel zijn. Een week je telefoon kwijt omdat je kauwgum kauwt, is niet proportioneel, maar de hele dag je telefoon kwijt omdat je zat te sms-en onder de les is dat wel.

De op te leggen sancties moeten in het leerlingenstatuut zijn vastgelegd. Dit is een wettelijk voorgeschreven document (artikel 24g Wet voortgezet onderwijs), waarin de rechten en plichten van leerlingen moeten staan. Ook moet zijn toegelicht hoe “uitvoering wordt gegeven aan de bescherming van gegevens uit de persoonlijke levenssfeer”, oftewel hoe de school bij dit alles de privacy van de leerlingen gaat bewaren.

Er is geen rechtspraak over mobieltjes, of zelfs maar in het algemeen over onterechte straffen door een school. Wel zijn er uitspraken van diverse klachtencommissies. Deze zijn ingesteld op grond van die wet, maar kunnen geen bindende uitspraken doen. Er zijn een paar uitspraken over telefooninbeslagname, maar het is moeilijk daar een duidelijke lijn in te zien.

Ik denk dat je in 2012 wel mag stellen dat de mobiele telefoon op het voortgezet onderwijs een primaire levensbehoefte van de leerling is. Al in 2008 vond de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs werd in 2008 dat telefoons alleen tijdens schooltijd ingenomen mogen worden:

De samenleving is van dien aard dat door de Commissie aan de telefonische bereikbaarheid van de vo-leerling bij het verlaten van de school na zijn laatste uur een doorslaggevend belang wordt toegekend.

Innemen tijdens schooltijd is dus mogelijk. (Wat in de praktijk neerkomt op: ‘innemen gedurende één schooldag’.) Maar dan moet dat wel in het reglement van de school staan, en moet er een (algemene) beroepsmogelijkheid zijn voor het geval de leerling het oneens is met het innemen van zijn telefoon.

Een ingenomen telefoon moet natuurlijk veilig bewaard worden, en dat is dus niet de binnenzak of bureaulade van de docent. En de docent mag niet fysiek geweld gebruiken (ik zeg het maar even) om de telefoon in beslag te nemen. Hij mag alleen eisen dat het toestel wordt afgegeven, en gebeurt dat niet dan kan dat leiden tot schorsing van de leerling. Maar fysiek dingen uit handen trekken kan écht niet.

Helaas veel voorkomend is dat leerlingen rare of vervelende filmpjes of foto’s maken van schoolsituaties, medeleerlingen of docenten. Dit kan op zich prima in het leerlingenstatuut worden verboden, en als iemand wordt betrapt dan kan men op die grond ingrijpen. De regels kunnen zelfs bepalen dat zulke foto’s of filmpjes moeten worden gewist.

De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs vond het niet meer dan normaal dat als een leerling een ‘verboden’ filmpje niet wil wissen, de docent dat even doet:

Dat verweerder vervolgens de gewraakte filmpjes wilde verwijderen toen klaagster daarmee in gebreke bleef, acht de Commissie niet meer dan redelijk en in het geheel niet strafbaar, zoals door klaagster is gesteld.

Ik vind dat best opmerkelijk, want de politie mag dat niet - je wist immers zo het bewijs en zet daarmee de betrokken leerling op forse achterstand bij een klacht. En de docent natuurlijk ook: als de leerling stellig volhoudt dat iets heel anders is gewist, wat ga je dan zeggen als docent?

Als je gaat zoeken op leerlingenstatuten over mobiele telefoons dan kom je best aparte dingen tegen trouwens. Scholen die mobieltjes compleet verbieden, die het maken van foto’s behandelen als strafbaar feit (wat het niet is) en scholen die een telefoon twee weken innemen als ie aan blijkt te staan vóór 15:40 op een schooldag (”Er vindt geen restitutie van abonnementskosten of sim-kaart plaats.”). Zouden ze die regels ook aan leraren opleggen?

Arnoud

of lees de 30 reacties

Wat gebeurt er met digitale data en accounts na je overlijden?

Tweet
7 mei 2012, 8:16 | Innovatie | 28 reacties

Een lezer wees me (dank!) op een artikel in The Economist waarin ik onder meer zag dat er zo’n 14 miljard aan digitale mp3′tjes rondzwerft in Groot-Brittannië. Maar wat gebeurt daarmee als je dood bent? Van mailboxen tot social media accounts en opgeslagen content, het is een open kwestie die maar nauwelijks geregeld is.

In Nederland (noch bij mijn weten in de VS) is er een expliciete regel over toegang tot of eigendom van een account na overlijden van de houder. We hebben alleen enigszins indirect de regel dat bij een “overeenkomst van opdracht”, een contract waarbij iemand belooft een dienst voor je te verrichten, deze alleen eindigt bij de dood van de opdrachtgever als dat volgt uit het contract (dus als het er staat) én de dienstverlener in kennis is gesteld van het overlijden (art. 7:410 BW).

Er moet dus iets in de regels staan over overgang van een contract en/of toegang na overlijden. Dit verschilt van dienst tot dienst en kan zelfs van dag tot dag veranderen als men de voorwaarden weer eens gezellig aanpast. Ik zocht een paar voorbeelden, en dat viel nog niet mee. Facebook heeft niets over accounttoegang bij overlijden, en tussen de regels door lijkt er te staan dat je het account kwijtraakt zodra men doorkrijgt dat je dood bent. Maar ze hebben dan weer wél een speciaal formulier waarmee een account om te zetten is naar een digitaal gedenkteken.

Ook Hyves zegt niets in de voorwaarden over overlijden van de hyver. Maar ook zij hebben een In Memoriam-optie.

Bij Google zeggen ze niets over licenties of eigendom, of over toegang na overlijden. De Gmailbox of Google-Drivedata zal niet zomaar worden weggegooid, maar of je toegang krijgt als erfgenaam is een open vraag. In 2004 had Yahoo! een akkefietje hierover: de vader van een overleden soldaat wilde bij zijn zoons mailbox. Yahoo! had daar wel een regeling voor, maar je moest dan binnen 90 dagen bij de rechter toestemming voor contractsovername halen. Zo niet, ging je account de digitale prullenbak in. Pijnlijk.

Flickr! (van Yahoo!) zegt! expliciet! dat! je! account! opgeheven! wordt! na! je! dood! Leuk is dat, daar gaan je foto’s dus. En dat terwijl foto’s zo’n beetje het enige zijn waar wél duidelijk rechten van blijven bestaan na overlijden: auteursrechten zijn deel van de boedel, en gaan dus bij overlijden als deel van de erfenis over.

De voorwaarden van Linkedin (die er expliciet menen bij te moeten zeggen dat een contract juridisch bindend is, argh) vermeldt helemaal niets over overlijden, maar bepaalt wél dat jij eigenaar bent van al je data. Je zou daarmee dus als erfgenaam (of voormalig werkgever van de overleden werknemer) toegang kunnen eisen. Linkedin heeft een contactformulier voor nabestaanden, dat wel vereist dat je toegang hebt tot een mailbox die aan het account gekoppeld is.

Ook Twitter zegt niets over accounts van overleden twitteraars. Wel hebben ze regels over het deactiveren van accounts in die situatie.

Merkwaardig wel. Zou iedereen gewoon vergeten dat je in de voorwaarden óók iets moet zeggen als je zo’n regeling op gaat zetten? En waarom zou de regeling zo vaak zijn “wij heffen het account op” en alleen bij de grote profielenboeren “we kunnen er een In Memoriam van maken”?

En even heel praktisch: hoe hebben jullie de toegang tot al je accounts geregeld bij overlijden? Kán iemand je account overnemen en bv. je vrienden of contacten inseinen? Wil je dat?

Update (8 mei) in de comments meldt Matthias over Multiscope-onderzoek waaruit blijkt dat 66% van de Nederlands nog nooit over dit onderwerp heeft nagedacht. Als ze dat wel doen dan wil ruim 6 van de 10 mensen gelijk alles (laten) verwijderen. Ook op deze link een “social media testament” waarin je kan aangeven waar je geregistreerd bent en wat er mee moet gebeuren na je overlijden. Creatief!

Arnoud

of lees de 28 reacties

Auteursrecht op programmeertalen kan niet (of je moet wel heel creatief zijn)

Tweet
4 mei 2012, 8:16 | Auteursrecht, Software | 36 reacties

little-sas-boek.jpgOp programmeertalen (en dataformaten) rust geen auteursrecht. Ietwat kort door de bocht, maar dat is wel zo ongeveer wat het Hof van Justitie bepaalde in haar arrest van gisteren. Kort door de bocht, want het kán wel, maar het is zeker geen automatisme.

In deze zaak ging het om een interpreter voor de SAS taal. Deze taal is ooit door SAS ontwikkeld als onderdeel van hun analysesoftware, en het bedrijf WPL besloot een eigen interpreter (emulator) te maken die programma’s in die taal kon verwerken zonder dat je SAS nodig had. Dat vond SAS niet leuk, en dus werden de advocaten losgelaten: een beetje iemands taal interpreteren, dat is auteursrechtschending, wat zullen we nou krijgen. (Ok, én de handleidingen overtypen, dat ook, maar daar ging het bij het Hof niet om.)

Het Hof grijpt de gelegenheid aan om er eens goed voor te gaan zitten: wat betekent dat nu eigenlijk, auteursrecht op software. Want software is altijd een probleemkindje geweest in het auteursrecht. Vanaf het begin waren de meningen verdeeld of software -toch een nogal utilitair product- wel onder het auteursrecht -toch voor creatieve kunstzinnige uitingen- gerekend moest worden. Het octrooirecht lag meer voor de hand, alleen dan zou 95% van de software niet beschermbaar zijn en dat was dan ook weer niet de bedoeling. Uiteindelijk is het opgelost door gewoon te zeggen “software is een creatief werk, punt”.

Maar ja, in het recht is “punt” nóóit het einde van een discussie. We gaan gewoon vrolijk verder over wat die punt dan betekent, hoe je ‘m kunt oprekken, of het eigenlijk geen puntkomma had moeten zijn en welk punt ermee gemaakt wordt.

Auteursrecht op software geldt niet voor de user interface, weet u nog? Het Hof kwam in 2010 tot die conclusie met het argument dat software een werk is dat de computer iets laat dóen, en de interface als zodanig dóet niets. De interface is alleen beschermd als ‘ie kunstzinnig is (overigens heb ik een *****-hekel aan kunstzinnige interfaces want de knoppen zitten nooit waar ik wil en keyboard shortcuts heb je al helemaal niet), en niet enkel omdat ‘ie aan een computerprogramma hangt.

Die lijn trekt het Hof nu door: het moet echt gaan om de broncode en/of objectcode als zodanig (argh), en van inbreuk kan dus pas sprake zijn als een van die twee ergens terug te vinden is in het werk van de ander. Letterlijk of niet-letterlijk, maar het moet er wel zijn.

De functionaliteit, de programmeertaal en de bijbehorende bestandsformaten zijn geen deel van de code, maar zijn meer achterliggende ideeën of uitgangspunten waarmee je die code maakt. En dus vallen ze buiten het werk als zodanig.

En ja, dat is ook de bedoeling, aldus het Hof:

to accept that the functionality of a computer program can be protected by copyright would amount to making it possible to monopolise ideas, to the detriment of technological progress and industrial development.

Wat daarmee niet kan, is mensen verbieden om dit formaat of de taal te achterhalen middels reverse engineeren. Dit kan niet op grond van het auteursrecht, en ook niet op grond van een licentiecontract. Want dat is namelijk de truc: je geeft een licentie op de software zelf (de broncode of objectcode dus) en daarin bepaal je dat je oh ja de programmeertaal niet mag reverse engineeren.

Eventueel is het mogelijk dat een creatief uitgewerkt dataformaat als zodanig wél beschermd is, maar dan moet er dus in dat formaat zélf iets creatiefs aan te wijzen zijn. Net als die kunstzinnige interface. Dat kan, maar is niet eenvoudig. Ik herinner me van lang geleden een anti-spam truc waarbij je een licentie op een haiku moest nemen om je mail geaccepteerd te krijgen (met als algemene voorwaarde “ik verstuur geen spam”). Dat is dus op zich een auteursrechtelijk houdbare constructie, maar wel redelijk gezocht. Ik durf dus wel te zeggen “auteursrecht op programmeertalen en -concepten kan niet”, maar ik ben heel benieuwd welke argumenten softwareauteursrechthebbenden gaan verzinnen om hier toch tegenin te gaan.

Arnoud

of lees de 36 reacties

Algemene voorwaarden van cloudaanbieders

Tweet
3 mei 2012, 8:16 | Contracten | 4 reacties

ik-accepteer.pngOh jee, algemene voorwaarden van cloudaanbieders. De afgelopen week werd ik overstélpt met mensen die wilden weten of Google Drive werkelijk alle rechten opeiste rond de bestanden die je daar kon parkeren. En dat was niet de eerste keer dat zo’n vraag aan de orde was. Bij zo ongeveer elke nieuwe dienst is tegenwoordig standaardvraag één “wat mogen ze van de voorwaarden met je content”, met als standaardantwoord “oh nou van alles want die voorwaarden zijn wel heel erg vaag” en standaardconclusie “nou ja die soep wordt uiteindelijk toch niet zo heet gegeten anders zou het wel verboden worden toch?”. Of zoiets. Zucht.

Nee, Google Drive eist niet meer rechten dan andere diensten. Net zoals iedereen willen ze gewoon alles kunnen doen met je content, mits dat redelijkerwijs binnen de context van hun dienst te kletsen is. Je videootjes gaan niet snel naar “Funniest Google Drive Movies” (hoewel dat bij Youtube ondertussen wél massaal gebeurt) en je geheime bedrijfsdocumenten worden niet bij opbod aan de concurrent verkocht. Maar ze scannen om relevante advertenties te tonen zou geen probleem moeten zijn.

Er wordt dan wel bij gezet dat je rustig maar eerlijk eigenaar blijft van je content, maar dat is een beetje een dode mus: auteursrechten kún je niet afstaan via algemene voorwaarden. Uiteindelijk gaat het dus om de gebruiksrechten die men opeist, en die zijn dus best wel breed.

Mag dat? Ja, dat mag, vooral bij gebrek aan regels die zeggen wanneer het niet meer mag. Dat is een persoonlijk stokpaardje van me: waarom hebben we wél drie kilometer regels voor consumentenbescherming bij koop in een winkel, en nul specifieke regels over webdienstgebruik?

Natuurlijk, er is een open norm die zegt dat je naar consumenten toe geen onredelijk bezwarende voorwaarden mag hanteren. Maar is het onredelijk bezwarend om te zeggen “Wij mogen alles doen met uw content dat redelijkerwijs past binnen de dienst, inclusief toekomstige versies daarvan”? Dat is toch logisch, dat ze dat moeten mogen? Zeker in combinatie met “en u mag natuurlijk altijd weg als het u niet bevalt” waarna de licentie eindigt.

Ik herhaal nog maar eens mijn voorstel uit 2011:

Websitevoorwaarden mogen nooit auteursrechten opeisen. Ze mogen alleen een beperkte licentie opeisen die niet verder mag gaan dan noodzakelijk is voor het leveren van de dienst zoals die bestaat op het moment dat de gebruiker zich inschrijft.

Wil een site meer doen met die inhoud, dan moet daar apart toestemming worden gevraagd. Deze toestemming mag niet op voorhand worden bedongen, en weigeren van deze toestemming mag niet leiden tot verwijdering of uitsluiting van de dienst als geheel.

Ondertussen ben ik wel een stuk(je) cynischer over het concept “toestemming vragen” aan de gemiddelde internetter. Want die klikt immers tóch wel ja, ongeacht wat er staat. Dan kun je natuurlijk zeggen “dat is dan maar dom en dan moeten we hem beter opvoeden”, wat op zich redelijk is. Alleen, de internetmarkt is ook wel weer zo dat hoe goed opgevoed je ook bent, je niet ontkomt aan bepaalde diensten. Je toestemming “gewoon” weigeren aan Google is vrijwel volledig onmogelijk. Maar “gewoon verbieden dus die flauwekul en één wettelijke licentie met duidelijke grenzen opnemen” levert een berg schuimbekkende internetondernemers op.

Het enige dat ik kan bedenken dat als soort tussenvorm zou kunnen werken is een soort van Creative Commons voor online diensten. Duidelijke icoontjes die specifieke activiteiten aangeven. “Uw content wordt alleen voor de dienstverlening gebruikt” of “Pas op, iedere wel/niet commerciële exploitatie van uw content mogelijk”. Alleen lijken de meeste dienstverleners niet echt te houden van klare taal - of komt er een disclaimer onder “Let op: indien de werkelijke voorwaarden afwijken dan gaan die boven deze labels” en dat schiet ook weer niet op.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Ja, software kun je kopen!

Tweet
2 mei 2012, 8:14 | Software | 19 reacties

Software is geen zaak, maar je kunt het toch kopen. Ook als de leverancier het een licentie noemt. Dat bepaalde onze Hoge Raad gisteren in cassatie van een arrest uit 2010. Wel is het arrest beperkt tot standaardsoftware die je voor onbepaalde tijd verkrijgt, dus maatwerkregelingen en tijdelijke licenties zijn en blijven licenties.

De zaak was aangespannen omdat een stuk standaardsoftware niet goed werkte. De licentienemer had daarover geklaagd, en de softwaremaker beriep zich op de wettelijke regel die bepaalt dat je bij een aankoop van een product “binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt” dit moet melden (art. 7:23 BW), wat de klager dus niet gedaan had. Maar wacht eens even, software (standaard of maatwerk) is toch helemaal geen product? Een product moet voor menselijke beheersing vatbaar zijn (pijn doen als ‘t op je voeten valt, zeg maar) en software is dat niet.

De Hoge Raad vindt het echter zinvol om de regels over koop ook door te trekken naar software. De wetgever heeft immers ‘koop’ echt niet specifiek bedoeld voor fysieke zaken. Ook vermogensrechten kun je kopen (art. 7:47 BW), en die zijn ook bepaald niet stoffelijk. Wel moet je dan even kijken in hoeverre het recht rond koop ‘past’ bij dat vermogensrecht.

Meer algemeen rechtvaardigt de Hoge Raad dit standpunt met een erg fijne schop tegen de schenen van de “nee het is slechts een licentie en uw aanspraken op juistheid zijn contractueel uitgesloten”-softwarelicentiegevers:

Deze toepasselijkheid is ook wenselijk omdat de kooptitel een uitgewerkte regeling geeft inzake conformiteit, klachtplicht en verjaring, en omdat met die toepasselijkheid de rechtspositie van de koper wordt versterkt (met name in het geval van consumentenkoop en koop op afstand). In al deze opzichten bestaat geen aanleiding de aanschaf van standaardsoftware te onderscheiden van de koop van zaken en vermogensrechten.

Oftewel, het is de bedoeling dat mensen de regels rond koop kunnen gaan inzetten bij het betrekken van standaardsoftware. Dank u.

Op grond van dit arrest kun je dus bij defecte software net zo goed als bij een defecte auto (sorry, die vergelijking móet gewoon) eisen dat de leverancier tot herstel of vervanging opgaat. En bij consumentensoftware kan dat niet worden uitgesloten of beperkt.

Wel kom je dan meteen uit bij de vraag wannéér sprake is van defecte software. Software moet immers voldoen aan de redelijkerwijs gewekte verwachtingen, en probleemloze software mag je écht niet verwachten.

Arnoud

of lees de 19 reacties

Joodse organisaties klagen Google aan om AutoComplete-suggesties

Tweet
1 mei 2012, 8:16 | Aansprakelijkheid | 43 reacties

joods-auto-aanvullen.pngGoogle is door een aantal Joodse organisaties aangeklaagd omdat de Franse versie van de zoekmachine te vaak automatisch het woord ‘juif’ (jood) zou suggereren bij het zoeken naar naar joodse mensen. Dat meldde Nu.nl gisteren. De omschrijving “de wet die de samenstelling van een databank met etnische gegevens verbiedt” gaf me zó veel jeuk dat ik er op Koninginnedag over moest bloggen. Want het gaat gewoon over de Wet bescherming persoonsgegevens, laten we het niet enger maken dan het is.

Die wet verbiedt inderdaad het aanleggen van databanken (bestanden) met ‘bijzondere’ persoonsgegevens, waaronder ethische afkomst, religie of ras. Je mag dus niet zomaar bijhouden of een bepaald persoon een Jood of een jood is (ja, dat maakt uit). Uitgezonderd enkele nu niet relevante situaties heb je gewoon uitdrukkelijke toestemming nodig als je dat soort gegevens wil verwerken. En ja, de definitie van “verwerken” is zó breed dat Google’s bijelkaargooien en correleren er ook onder valt.

Er is één uitzondering die Google misschien kan helpen: als de gegevens door de betrokkene zelf duidelijk openbaar zijn gemaakt, is het verder verwerken daarvan minder snel een probleem. Zeggen dat de paus katholiek is, is dus niet verboden en je hoeft hem niet vooraf te vragen of je dat mag doen. Google haalt haar informatie uit openbare bronnen, en je mag in het algemeen denk ik wel aannemen dat als die bronnen tot een autocomplete-suggestie leiden, die bronnen legitiem zijn en dus zich op de betrokkene zelf baseren. Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand zijn Joodse/joodse identiteit geheim houdt terwijl Google het wél weet, en voldoende zeker van z’n zaak is om er een AutoComplete suggestie van te maken. Maar ik geef wel meteen toe dat het zeker geen gelopen race is met dit argument.

Als Google dit argument niet kan gebruiken en ook geen toestemming kan laten zien, dan hebben ze inderdaad een probleem. Het verweer “het is een automatisch proces” zal ze echt niet helpen, want het is hún automatisch proces en dat moeten ze maar privacytechnisch op orde krijgen dan. Ja, zo rolt de privacywet.

Ook het verweer dat zij slechts informatie van anderen doorgeven, zal niet opgaan. Bij een snippet met een zoekresultaat waarin staat dat iemand Jood is, zal dat wellicht nog helpen, want Google heeft geen controle over wat mensen op webpagina’s zetten. Maar over de AutoComplete-suggesties hebben ze wél controle. Dat hebben ze al vaak genoeg laten zien wanneer er weer eens “aanstootgevende of anderszins bezwaarlijke” termen geblokkeerd werden. Van porno tot torrent, er is heel wat waarbij de zoekmachine ineens geen suggesties meer heeft.

Dat mag, en zakelijk gezien is het verstandig voor Google (want tieten en piraterij zijn niet goed voor het imago), maar het leidt wél tot aansprakelijkheid voor hetgeen ze dan nog doorlaten. Zo werd het bedrijf in 2011 in Italië veroordeeld voor een autosuggestie van “oplichter” bij iemands naam. Ook in Japan werd gevonnist dat het automatisch suggereren van negatieve termen smaad opleverde (of privacyschending, het artikel is niet helemaal duidelijk).

Ik snap het punt van de aanklagers dus, en juridisch hebben ze zeker een goede kans. Ik blijf alleen wel steeds meer zitten met het gevoel dat de privacywet zo de innovatie wel érg in de weg gaat zitten.

Arnoud
PS: dat nummer rechtsonder is op veler verzoek toegevoegd als referentie. Wie geen lange URL wil noemen in een paper of scriptie, kan volstaan met het AE-nummer en/of datum.

of lees de 43 reacties

Dwangbevel OM haalt honderden kraaksites offline

Tweet
30 april 2012, 8:15 | Aansprakelijkheid, Meningsuiting | 15 reacties

om-takedown-poster.jpgHet Openbaar Ministerie heeft met een dwangbevel honderden kraaksites offline laten halen, las ik bij Webwereld. Op één van die sites was een plaatje te vinden (zie hiernaast) dat volgens het OM majesteitsschennis (of iets dergelijks) opleverde. De politie eiste verwijdering, en op het laatste moment ging provider Leaseweb hiertoe zelf over. Zij moest daarbij grof handelen: in plaats van het plaatje zelf te deleten ging de hele server offline. Kan dat zomaar? Is daar niet een gerechtelijk bevel voor nodig?

Ja, dat kan, en nee, daar hoeft niet apart een rechtszaak over gevoerd. De wet biedt namelijk een aparte mogelijkheid voor Justitie om content offline te krijgen. Artikel 54a Strafvordering bepaalt dat een officier van Justitie kan bevelen dat zaken offline worden gehaald, op straffe van aansprakelijkheid van de provider zelf. Wel is er dan een machtiging van de rechter-commissaris nodig, en dat is toch een soort van onafhankelijke gerechtelijke toets.

Formeel is het dus correct wat hier gebeurt. Het bevel is met een machtiging van de R-C afgegeven, en die vond dus dat de afbeelding inderdaad strafbaar leek. Hoewel het dan wel bevreemdt dat in het bevel nergens de URL van het plaatje wordt genoemd maar alleen de gehele site, zodat je formeel wel de site offline móet halen vanwege die ene afbeelding.

En dat is gek. Het gaat hier om strafrecht, meer specifiek om het verbieden van een meningsuiting, toch niet bepaald een lichte categorie van overtredingen. Bij invoering van dit wetsartikel zei de minister dan ook:

De ontoegankelijkmaking van de gegevens moet redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De verlangde maatregelen moeten derhalve in overeenstemming zijn met de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Er mogen geen andere, minder verstrekkende mogelijkheden openstaan om een einde te maken aan de als onwenselijk ervaren situatie. En de verlangde maatregelen mogen niet verder strekken dan strikt noodzakelijk.

Een gehele site offline halen vanwege één afbeelding is niet proportioneel. Ook gaat het mij te ver om per direct naar de provider toe te stappen zonder de plaatser zelf eerst aan te spreken. In dit geval kon dat prima, diens identiteit was gewoon bekend.

Een ander belangrijk punt (zie ook het TILT-rapport) is dat nu de afbeelding weg is, er niet echt meer een reden lijkt te zijn voor het OM om de plaatser daarvan te gaan vervolgen. En dat wringt, want nu kan er niet meer worden getoetst door de rechter of het bevel inderdaad rechtmatig was. De provider kan niets doen (heeft geen juridische grond) en de plaatser zelf kan ook niet klagen als hij niet wordt vervolgd. Kortom, het voelt mij te veel als een handige shortcut om even snel zaken offline te krijgen.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Kun je in Nederland de rechtbank minachten?

Tweet
27 april 2012, 8:08 | Internetrecht | 9 reacties

contempt.pngEen lezer vroeg me:

In Amerikaanse televisieseries zie je soms dat rechters mensen de cel in gooien vanwege “minachting van de rechtbank”. Soms gaat het dan omdat ze de rechter beledigen, of omdat ze zich niet aan het vonnis houden. Kan dat bij ons ook?

“Minachting van de rechtbank” is net als “je hebt recht op één telefoontje na je arrestatie” zo’n typisch Amerikaans ding dat bij ons niet bestaat maar waarvan iedereen denkt van wel. Te veel rechtbankseries denk ik, in combinatie met dat het volstrekt logisch klinkt. Je moet toch kunnen laten weten dat je gearresteerd bent? En als je tegen een rechter minachtend bent, dan gooit ‘ie je achter de tralies want respect en zo.

De constructie van minachting komt uit het Engelse recht (common law), waar de rechter een veel belangrijker functie heeft (vroeger dan, in ieder geval) dan bij ons. Hij is volstrekt onafhankelijk en hij heeft grote vrijheden bij het voeren van zijn rechtszaken. Onderdeel daarvan is kunnen optreden tegen minachters. Traditioneel is het dan ook mogelijk dat hij eender welke straf oplegt die hem proportioneel voorkomt - met als meest extreme zaak de Beatty Chadwick-zaak, waarin een gedaagde veertien jaar(!!) de cel in ging omdat de rechter vond dat hij 2.5 miljoen moest betalen en hij bleef volhouden dat geld niet te hebben. En let wel: dat was niet een vonnis dat zei “2.5 miljoen of 14 jaar cel” maar een “u minacht het hof dus u gaat de cel in tot u betaalt”.

In Nederland hebben we die constructie niet. Respect spreekt vanzelf, en wanneer mensen een vonnis niet nakomen dan hebben wij een veel effectiever middel: de dwangsom. De winnende partij kan een in het vonnis genoemd bedrag incasseren (als soort van boete) wanneer de verliezer niet doet waartoe hij veroordeeld is. Dat werkt een stuk beter dan “minachten” en mensen in de cel stoppen, want het legt de prikkel waar hij hoort, bij de partijen.

Een dwangsom heeft het nadeel dat ‘ie erg hoog kan oplopen, als het bijvoorbeeld een bedrag per dag of per overtreding is. Daarom willen rechters er nog wel eens een maximum op zetten. Dat wil echter alleen niet zeggen dat als je dat bedrag betaalt, je verder van het vonnis af bent. Je bent en blijft verplicht om te doen wat in het vonnis staat.

Daar kwam Peter R. de Vries in 2010 achter toen hij een uitzendverbod kreeg met een dwangsom van 15.000 euro. Omdat hij het zó belangrijk vond om toch zijn boodschap te brengen, kondigde de misdaadverslaggever aan om ondanks het vonnis uit te gaan zenden. De dwangsom was dan maar de prijs die hij moest betalen. Maar dat viel verkeerd bij de rechtbank toen de geportretteerde snel een nieuw kort geding stond:

Bij het bepalen van de dwangsom is de rechtbank er tot voor kort altijd vanuit gegaan dat de media veroordelende vonnissen nakomen. De dwangsom werd dan ook meer beschouwd als een onderstreping van de veroordeling dan als een prikkel tot nakoming. Inmiddels is gebleken dat er bij deze gedaagden niet zonder meer vanuit kan worden gegaan dat de veroordeling wordt nagekomen.

Men verhoogde die dwangsom meteen naar een half miljoen euro.

In februari vond ik een vonnis waarin de rechtbank IBM er ook zwaar van langs gaf. Een personeelslid was ontslagen, maar ten onrechte, zo bepaalde de rechtbank eerder. Hij moest terug in dienst, op straffe van een dwangsom per dag die opliep tot 50.000 maximaal. Ok, duidelijk, alleen interpreteerde IBM dit als “betaal hem 50.000 euro en we zijn van hem af”. En dát schoot in het verkeerde keelgat:

Door het vonnis niet uit te voeren heeft IBM te kennen gegeven de rechtbank in zeer ernstige mate te minachten, welke attitude een concern als IBM geenszins past.

Ook het “sorry onze stagiair zat niet op te letten”-excuus ging niet op:

De kantonrechter heeft zich er ter terechtzitting van vergewist dat geen sprake was van een verkeerde inschatting van de juridische werkelijkheid op een te laag echelon in het concern van IBM. Met de mededeling dat de hoofddirectie op de hoogte was, moet worden aangenomen dat daar ook de verantwoordelijkheid ligt.

De dwangsom wordt aangepast naar 10.000 euro per dag met een maximum van vijf miljoen euro. Oh en meneer moet nog steeds zijn baan terugkrijgen. (Dat zal een gezellige boel worden daar.)

Arnoud

of lees de 9 reacties

Wat mag er van het internationaal auteursrecht?

Tweet
26 april 2012, 8:13 | Auteursrecht | 11 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik vroeg mij af hoe het zit met het auteursrecht in andere landen (VS, Engeland, Spanje, Duitsland)? Is het zo dat het Nederlandse recht anders omgaat met auteursrechten of gelden dezelfde regels met betrekking tot citeren van foto’s, het citeren van nieuwsartikelen? En gelden dan dezelfde regels, 2 regels overnemen + een link naar de bron?

Auteursrecht is in grote lijnen hetzelfde, omdat internationale verdragen zoals de Berner Conventie deze voorschrijven. Daarbinnen is er wel ruimte voor afwijkingen. Zo hebben ze in Italië geen auteursrechten voor toegepaste kunst, en in Nederland en Duitsland wel.

Fair use is het belangrijkste verschil. In de VS mag je op grond van “fair use” alles doen dat je met een goed verhaal kunt verdedigen als maatschappelijk nuttig, terwijl je in Europa echt een concrete uitzondering (parodie, citeren) moet kunnen aanwijzen in de wet. Dat sluit aan bij de juridische systemen: de VS is gebaseerd op rechtersrecht (common law), waarbij binnen ruime grenzen de rechter de praktische invulling en vooruitgang van het recht bepaalt, terwijl in Europa we veel liever alles direct uit het wetboek halen en de rechter alleen in enkele twijfelgevallen de doorslag zou moeten geven.

Ik ben er trouwens nog steeds niet uit of fair use nu een goed idee is of niet, maar dat terzijde.

Citaatrecht (waar de vraagsteller naar vroeg) ligt Europees vast, maar is wel een recht dat sterk aan interpretatie onderhevig is. De Europese regels gaan niet verder dan dat het mag mits het “naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd”, en natuurlijk mits je de bron én de naam van de auteur noemt. Maar wat is ‘naar billijkheid’? En hoe meet je of er sprake is van een rechtvaardiging?

Daar komt bij dat er in de internetcontext lang niet overal geprocedeerd is over deze vraag. Bij ons is het een uitgemaakte zaak, want we weten uit de huizenzoekmachinejurisprudentie dat een kort stukje met klein fotootje en hyperlink in principe een citaat is. Maar in België mocht het overnemen van een kort stukje uit een nieuwsbericht door Google News niet, omdat dat niet gebillijkt was door het doel.

Wat mij betreft wordt het dan ook de hoogste tijd voor één Europees auteursrecht, zodat we maar één keer ons zorgen hoeven te maken over de vraag of iets mag. En niet 27 keer in elke lidstaat apart.

Arnoud

of lees de 11 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress