“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

24 januari 2012, 8:10 | Contracten | 24 reacties

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-”I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

of lees de 24 reacties

Zwartelijstweek: Hoe mogen websitevoorwaarden worden gewijzigd?

29 juli 2011, 8:00 | Contracten | 13 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

In de items tot nu toe is het al een paar keer aan de orde gekomen: het wijzigen van websitevoorwaarden. Dit is een belangrijk element, want daarmee kun je de aard en invulling van je dienst behoorlijk beïnvloeden. Je kunt mensen lid laten worden met heel gunstige en lieve voorwaarden, en na een paar jaar - als iedereen afhankelijk is van je dienst - de voorwaarden keihard aanscherpen en mensen daarmee dwingen akkoord te gaan.

Mijn voorstel: wijzigingen aan websitevoorwaarden (EULA’s, TOS, gebruikersvoorwaarden, reglementen, hoe je ze maar wilt noemen) zijn alleen toegestaan als a) deze met een redelijke termijn vooraf worden aangekondigd, en b) de gebruikers een gelegenheid krijgen hun reactie te geven waar de beheerder op dient te reageren, en c) de gebruiker expliciet akkoord moet gaan met de nieuwe voorwaarden tegen het einde van de nieuwe termijn d) een gebruiker die de nieuwe voorwaarden niet wenst te accepteren de gelegenheid krijgt zijn account op te heffen en zijn inhoud te exporteren zodat hij elders kan gaan shoppen.

De eerste twee items dienen om te voorkomen dat je ineens geconfronteerd wordt met nieuwe voorwaarden waar je nú mee akkoord moet om verder te kunnen gaan. Een redelijke termijn lijkt mij een maand, misschien zelfs twee, maar dat zal afhangen van het soort dienst en het soort voorwaarde.

De eis voor het expliciete akkoord is om te voorkomen dat de eigenaar dit verstopt in een berichtje boven- of onderaan de site en dan stelt dat het gebruik van de site wordt opgevat als akkoord.

En met de laatste eis wil ik voorkomen dat mensen zich gedwongen voelen te blijven zitten bij deze webdienst omdat ze er zo veel content hebben staan.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 13 reacties

Zwartelijstweek: Wat mogen websites met je persoonlijke informatie?

28 juli 2011, 8:00 | Contracten | 13 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Privacy op sociale media en websites is een hot topic, maar tegelijkertijd een verschrikkelijk lastig onderwerp. Er zitten namelijk een paar fundamentele tegenstrijdigheden in hoe we daarmee omgaan. Aan de ene kant publiceert iedereen graag van alles over zichzelf. Aan de andere kant willen we niet dat Google van alles over ons vindt of combineert, of dat vrienden ons taggen in situaties waar we geen controle over hebben. En aan nog weer een andere kant moeten die website-eigenaren profielen van ons opbouwen en advertenties targeten omdat ze anders geen gratis diensten kunnen aanbieden.

Hoe trek je daar in vredesnaam een lijn in?

Het College bescherming persoonsgegevens probeerde het eind 2007 met haar Richtsnoeren, maar die vind ik wel héél eenzijdig pro-privacy en zonder enig begrip voor de belangen van website-exploitanten. (Ok, behalve bij het punt “ik wil mijn berichten van je site af”, want die mag je geanonimiseerd laten staan als weghalen de discussie verstoort.)

Ik moet eerlijk zeggen: ik weet het niet. De belangen staan hier volgens mij zo keihard tegenover elkaar dat je geen praktische regel kunt verzinnen die beider posities respecteert. Dit is dan ook de reden waarom juristen in deze branche zo graag de concrete omstandigheden van het geval en een belangenafweging op basis van gelijkwaardigheid prediken: dan hoef je geen knopen door te hakken.

Help?

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 13 reacties

Zwartelijstweek: Welke garanties moet een website bieden?

27 juli 2011, 8:00 | Contracten | 18 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Een standaardbepaling in websitevoorwaarden gaat over garanties. Of beter gezegd, de totale afwezigheid daarvan. Een websitebeheerder hoeft van zichzelf eigenlijk niets te doen. De site kan zomaar plat gaan, de functionaliteit kan ineens wijzigen of verdwijnen en daar hebben gebruikers dan niets over te zeggen. Ook is de beheerder natuurlijk niet aansprakelijk voor de gevolgen van een en ander.

Om nu te bepalen dat dit allemaal niet mag, gaat me ook weer te ver. Veel van deze diensten worden gratis aangeboden, dus is het moeilijk een minimumniveau van kwaliteit te eisen als daar geen wederprestatie (geld) tegenover staat.

Mijn voorstel: een website-eigenaar moet zich inspannen zijn dienst in de lucht te houden, en mag niet categorisch zijn verplichtingen hieromtrent uitsluiten in de gebruikersvoorwaarden. (Dit lijkt op het eerste item van de gewone zwarte lijst, dat bepaalt dat een leverancier niet categorisch zijn nakomingsverplichting mag uitsluiten.) Bij een storing moet de eigenaar zich inspannen de dienst zo snel mogelijk weer actief te hebben.

Lastig is wel: wat voor sanctie zet je erop als dit niet lukt? Schade door een dagje niet kunnen chatten of mailen lijkt me zeer lastig aan te tonen. En boetes opnemen in de wet past niet echt in ons systeem. Bovendien, zet er maar eens een bedrag op.

Het kunnen beperken van aansprakelijkheid is al geregeld op de grijze lijst van algemene voorwaarden. Het mag wel, maar de website-exploitant moet kunnen onderbouwen waarom hij niet gewoon volgens de wet aansprakelijk zou moeten zijn. Lukt hem dat niet, dan vervalt de beperking van aansprakelijkheid.

Eventueel zou je daar nog een strengere regel voor kunnen formuleren, maar het wordt dan alweer gelijk zo specifiek. Bijvoorbeeld:

Wanneer een internetdienst tegen betaling wordt geleverd, mag de aansprakelijkheid niet worden beperkt tot een lager bedrag dan het voor de dienst betaalde bedrag.

Maar voor een gratis dienst lijkt het me niet onredelijk om je aansprakelijkheid 100% te kunnen beperken.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 18 reacties

Zwartelijstweek: Wanneer mag een website haar gebruikers verwijderen?

26 juli 2011, 8:00 | Contracten | 21 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Na gisteren de auteursrechten is een ander frequent voorkomende discussie de vraag of en wanneer je gebruikers mag verbannen van je site. Websites die opengesteld zijn voor het publiek, hanteren vaak strenge huisregels die neerkomen op de stelling dat iedereen op elk moment voor elke reden (of zelfs zonder reden) verwijderd mogen worden. Ik heb daar grote moeite mee: je schept immers verwachtingen door iedereen naar binnen te halen.

Mijn voorstel: een website mag gebruikers alleen verwijderen van de site als a) dit gebeurt op basis van een concreet omschreven grond in de gebruikersvoorwaarden, en b) er sprake is van een ernstige overtreding of de overtreding niet de eerste keer is, en c) volstaan met een waarschuwing of verwijderen van de gewraakte bijdrage(n) niet van de website-exploitant gevergd kan worden.

Dit betekent dus expliciet dat je niet mag zeggen “je reactie staat me niet aan, ban“. Je zult moeten kunnen onderbouwen waarom de overtreding ernstig genoeg is om niet te kunnen volstaan met een waarschuwing, of met het verwijderen van de betreffende bijdrage. Herhaalde overtredingen die op zich niet ernstig genoeg zijn, vind ik dan weer wel een grond. Wie bij herhaling de grens opzoekt, is irritant genoeg om verwijderd te mogen worden.

Door te eisen dat de overtreden regel in het reglement moet staan, voorkom je willekeur en achteraf verzonnen regels.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 21 reacties

Zwartelijstweek: Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden?

25 juli 2011, 8:00 | Contracten | 32 reacties

blackboard-zwarte-lijst.jpgVanwege mijn vakantie deze week geen gewone blogs, maar een zomerserie die ik ‘Zwartelijstweek’ heb gedoopt. Welke websitevoorwaarden zouden moeten worden verboden? Of hoe ver zouden website-exploitanten nog mogen gaan bij een site waar gebruikers ook een bijdrage leveren?

Vorige week schreef ik al over websites die auteursrechten opeisen, maar de voorwaarden van websites zijn ook op andere punten wel héél erg streng. Dat vind ik een probleem, want bijdragen van gebruikers worden steeds belangrijker. Zeker social media sites bestaan bij de gratie van hun gebruikers, maar die zijn eigenlijk allemaal overgeleverd aan de grillen van de beheerders.

In deze zomerserie wil ik elke dag een onderwerp uit zulke voorwaarden belichten en met jullie in discussie gaan welke grenzen hier getrokken zouden moeten worden. Voor consumentencontracten hebben we al een zwarte lijst, dus wordt het niet eens tijd die te gaan maken voor online dienstverleners die gebruikersbijdragen toelaten?

We beginnen maar met die auteursrechten en licenties die websites kunnen eisen. Steeds meer sites bieden de mogelijkheid om eigen inhoud (teksten, video’s, foto’s, muziek etcetera) te uploaden en aan te bieden aan anderen. Een foto op Flickr, muziek op Youtube maar ook bestanden op Dropbox. Vaak wordt er een expliciete licentie geëist door de beheerder om die inhoud te mogen gebruiken. Maar hoe ver mag die gaan?

Mijn voorstel: Websitevoorwaarden mogen nooit auteursrechten opeisen. Ze mogen alleen een beperkte licentie opeisen die niet verder mag gaan dan noodzakelijk is voor het leveren van de dienst zoals die bestaat op het moment dat de gebruiker zich inschrijft. (Wil een website auteursrechten hebben, bv. op het winnend ontwerp van een wedstrijd die ze organiseert, dan moet dat expliciet apart worden geregeld.)

Wil een site meer doen met die inhoud, dan moet daar apart toestemming worden gevraagd. Deze toestemming mag niet op voorhand worden bedongen, en weigeren van deze toestemming mag niet leiden tot verwijdering of uitsluiting van de dienst als geheel.

Wordt de dienst uitgebreid, dan kan de site haar voorwaarden aanpassen en mensen vragen daar opnieuw mee in te stemmen. Als dan binnen een redelijke termijn geen weigering wordt gegeven, dan wordt de licentie op dat moment uitgebreid.

Ik worstel met name met het laatste punt: dat is natuurlijk wel een makkelijke manier om de licentie toch zo breed te trekken als je zelf wilt. Maar omdat je mensen dan een termijn moet geven om erover na te denken, werp je wel een drempel op denk ik.

Arnoud
Foto: Quinn Dombrowski, Flickr, Creative Commons Naamsvermelding-Gelijkdelen.

of lees de 32 reacties

De algemene voorwaarden eisen mijn auteursrecht op!

20 juli 2011, 8:14 | Auteursrecht, Contracten | 11 reacties

Er lijkt weer een juristencongres geweest te zijn over “hoe schrijf ik algemene voorwaarden voor websites” met een workshop “want die leest toch iemand”, want de laatste tijd zie ik een hoop mails en blogs over auteursrechten in algemene voorwaarden. Recent bleek ook weer Google+ een regeltje te hebben dat je rechten op alles dat je daar plaatst, op zou eisen. Eerder blogde ik al over Dropbox en Twitpic met vergelijkbare regels. En het Accept or Decline-onderzoek liet ook duidelijk zien dat dit speelt.

In principe kunnen de gebruiksvoorwaarden van een website niet je auteursrechten opeisen. De reden is simpel: de Auteurswet eist een akte, een schriftelijk en ondertekend document waarin staat wat er wordt overgedragen en aan wie. Nu kan zo’n akte elektronisch worden opgesteld sinds een tijdje, maar het vereiste van de handtekening blijft gelden. En die zet je niet onder de gebruiksvoorwaarden van een site. Dus heb je geen rechten overgedragen door met gebruiksvoorwaarden akkoord te gaan.

Wel kunnen gebruiksvoorwaarden een (al dan niet brede) licentie eisen op hetgeen je uploadt naar of verstuurt via de dienst. De Google+ licentie eist bijvoorbeeld

a perpetual, irrevocable, worldwide, royalty-free, and non-exclusive license to reproduce, adapt, modify, translate, publish, publicly perform, publicly display and distribute any Content which you submit, post or display on or through, the Services.

maar zoals ondertussen gebruikelijk nadat daar heisa over komt, met deze zin er achteraan:

This license is for the sole purpose of enabling Google to display, distribute and promote the Services and may be revoked for certain Services as defined in the Additional Terms of those Services.

met, toegegeven, het sneaky werkwoord ‘promote’ erin. Oftewel Google mag je foto op een shirt zetten en dat verkopen bij de grote Google+ conferentie volgend jaar.

In de praktijk denk ik dat het wel meevalt met die brede licenties. Het zou een bedrijf zo veel badwill opleveren als men werkelijk ineens tshirtshopjes ging beginnen met de foto’s van haar gebruikers, dat ik me niet kan voorstellen dat iemand dit zal doen. En je kunt daarom denk ik ook wel juridisch betogen dat een dergelijke brede licentie onredelijk bezwarend is jegens de gebruiker van de site. Er is geen enkele legitieme reden om zo’n onbeperkte licentie te eisen, dus mag het niet.

Hetzelfde geldt voor het opeisen van auteursrechten. Er zijn juridische trucs om het akte-probleem te omzeilen. Zo kun je opnemen dat de gebruiker verplicht is om op verzoek mee naar de notaris te gaan en een akte te ondertekenen die hem dan onder de neus geschoven zal worden. Die verplichting is op zichzelf nog geen akte, dus je hoeft niet te tekenen om daaraan vast te zitten. Dit is ‘gewoon’ een algemene voorwaarde waar je mee akkoord kunt gaan door een dienst te gebruiken. Maar dit lijkt me nog véél onredelijker dan een brede licentie opeisen. Ik zie het dus niet gebeuren dat een rechter dit zal toewijzen.

Hm. Misschien wordt het tijd voor een zwarte en grijze lijst voor gebruiksvoorwaarden? Tijd voor een zomerspecial, aangezien ik weer bijna met vakantie ga: wat voor soort voorwaarden van websites zou nu echt eens verboden moeten worden, en welk type voorwaarden dient met de nodige argwaan benaderd te worden?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Moet een sitelicentie of EULA eigenlijk niet in het Nederlands?

15 oktober 2010, 8:38 | Contracten | 23 reacties

english-language-choice.pngEen lezer vroeg zich af:

Mogen Engelstalige voorwaarden eigenlijk wel worden aangeboden aan Nederlandse gebruikers? Ze kunnen toch niet zomaar verwachten dat iedereen hier NederlandsEngels spreekt?

Ik zou niet weten waarom niet. Er is in de Nederlandse wet geen eis die zegt dat overeenkomsten gesloten moeten worden in een landstaal van het Koninkrijk.

Wel is er natuurlijk de algemene eis dat je overeenstemming moet hebben over wat je afgesproken hebt, en dat is wat lastig als je elkaar niet kunt verstaan. Een leverancier die niet controleert of zijn wederpartij hem wel begrepen heeft, zal een lastig verhaal hebben als hij achteraf het contract wil afdwingen. Maar bij een online dienst zal dat wel meevallen: iemand die een Engelstalige website gebruikt, toont daarmee aan dat hij het Engels toch wel beheerst. Goed, misschien niet het juridisch jargon, maar hoe veel mensen beheersen wél het Nederlands juridisch jargon?

(Ik moet nu wel denken aan het verhaal van het zevenjarig kind van een kennis, dat een vriendje uitlegde “en nu moet je op ie ag-ree klikken” om software geïnstalleerd te krijgen.)

Verder heeft de leverancier natuurlijk het argument “waarom klikt u Agree als u niet weet waarmee u akkoord gaat”. Op die voorwaarden valt het nodige op af te dingen, want die staan vol met onredelijke bedingen, maar akkoord gaan met iets dat je niet kunt lezen lijkt me toch wat gek.

Arnoud

of lees de 23 reacties

De teniet gegane hardware

13 oktober 2010, 8:00 | Auteursrecht | 34 reacties

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgHardware komt pas tot leven als het in een systeem wordt verwerkt en met software gevoed. Deze prachtige formulering vond ik via ITenRecht.nl in een vonnis uit 1999 dat kennelijk pas recent online kwam. Het ging hier om wat ITenRecht de “angst van iedere rechthebbende” noemt: een curator die je spullen niet teruggeeft terwijl je nog een euroton aan facturen open hebt staan.

In deze zaak had het failliet geraakte bedrijf QTecQ computers en bijbehorende software besteld bij leverancier ABB. Deze waren onder eigendomsvoorbehoud geleverd, wat wil zeggen dat QTecQ pas eigenaar zou worden nadat alle facturen waren betaald. Op zich een standaardmanier om die angst te bestrijden. Immers, wat geen eigendom is van de failliet kun je gewoon opeisen bij de curator.

De curator stelde in deze zaak echter dat afgifte niet hoefde omdat de hardware en software onderdeel was geworden van het grotere geheel van de sluiscomputers van QTecQ. En dan is er sprake van zaaksvorming:

Indien iemand voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken, wordt hij eigenaar van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen.

En ja, dat betekent dat het eigendom van de oorspronkelijke eigenaar of eigenaren teniet gaat. Een standaardvoorbeeld: plaats je een dak op andermans huis, dan zijn de dakpannen niet meer je eigendom want ze zijn nu onderdeel van dat huis. Dat geldt ook als je ze had geleverd onder een eigendomsvoorbehoud. Natuurlijk heb je nog wel recht op betaling van je factuur voor de dakpannen (of het leggen van het dak), maar je kunt je dakpannen niet meer terugvorderen bij wanbetaling want het zijn je dakpannen niet meer.

Gaat dat ook op als je een stapel besturingscomputers ergens naar binnen rolt en aansluit? De president beschrijft de apparatuur zoals hij die ter plekke heeft mogen waarnemen:

De door ABB geleverde hardware bestaat uit tientallen componenten. De opstelling bij QtecQ omvat enkele manshoge en tenminste meterbrede metalen kasten, eigendom van QtecQ, waarin de hardwarecomponenten van ABB zijn bevestigd. De bezichtiging laat kasten zien die van onder tot boven zijn volgepakt met electronische apparatuur, de hardware, gemonteerd op bevestigingssystemen en onderling verbonden met veel bedrading. Voorts omvat de opstelling personal computers, beeldschermen en printers. Niet in geschil is dat de onderdelen van de opstelling zonder beschadiging uit de kasten kunnen worden gedemonteerd.

De functie van het systeem zal zijn om de computerbesturing van de sluizen mogelijk te maken, voegt hij daaraan toe. En dan komt die mooie zin over de hardware die tot leven komt. Want:

Indien de hardware van ABB uit het systeem wordt verwijderd is het zonder meer incompleet. Zonder hardware kan de functie van het systeem, besturing van de sluizen, niet worden verwezenlijkt. Het totaal van de aangeleverde onderdelen is door QtecQ samengevoegd tot een nieuw geheel met een specifieke functie.

En daarom acht men het systeem nu een nieuwe zaak, in plaats van een kamer waar toevallig wat apparatuur van QTecQ naar binnen geschoven is. Alles werkt met elkaar samen voor één doel, die sluizen besturen. En daarom geldt de wet over zaaksvorming: we vinden dit een nieuw systeem en dus is het een nieuw systeem. De hardware van ABB bestaat niet meer, en dus kan die ook niet meer worden teruggeëist.

Arnoud

of lees de 34 reacties

Amerikaans Hof: auteursrecht op software kan niet uitgeput raken

13 september 2010, 8:00 | Auteursrecht, Software | 27 reacties

“EULAs, and whatever nonsense they may contain, are legally binding in the US.” OSNews berichtte afgelopen vrijdag over een arrest van het Amerikaanse Hof van beroep (9th Circuit) waarin werd geoordeeld dat levering van software niet als verkoop gezien moet worden, maar puur als een licentieverstrekking. Dat betekent dat een verkrijger van software in de VS deze niet mag doorverkopen als dat in de licentie verboden is. Het principe van “first sale” oftewel uitputting geldt daarmee niet (meer) voor software in de VS.

Het Hof komt hiermee terug op een vonnis uit 2009 waarin de rechtbank juist wél oordeelde dat een licentienemer van software gerechtigd is deze door te verkopen. Tenminste, als hij de software op de originele dragers doorverkoopt natuurlijk. De basis daarvoor was de regel uit het auteursrecht die zegt dat legaal op de markt gekomen “exemplaren” vrijelijk mogen worden doorverkocht. Het Hof zegt nu dat die regel niet geldt voor software, omdat daarbij de licentie (EULA) vérgaande beperkingen stelt aan het gebruik. Meer precies: uitputting geldt niet wanneer

  1. De auteursrechthebbende expliciet het woord “licentie” gebruikt.
  2. De licentie “significantly restricts the user’s ability to transfer the software” (oftewel gebruikt een standaardzin dat de licentie niet overdraagbaar is).
  3. De licentie “imposes notable use restrictions” (zoals dat maar één gebruiker de software mag gebruiken).

Als aan die drie eisen is voldaan, dan zou volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat je géén eigenaar bent van het exemplaar maar slechts een gebruiker. Je zou dit kunnen vergelijken met een huurder - die weet ook duidelijk dat hij huurt en niet koopt, en dat zijn gebruik aan de nodige beperkingen onderworpen is.

De zorg van OSNews, en ook van Ars Technica, is dat het Hof hiermee lijkt te zeggen dat rechthebbenden alles in zo’n EULA mogen zetten en dat dat dus bindend is. Dat gaat me wat te ver. Het Hof zegt in het arrest alleen dat áls aan die drie items voldaan is, er geen sprake is van uitputting. Men ontkent niet dat er ontoelaatbare eisen in een licentie kunnen staan.

In Nederland lijkt uitputting voor voorgeinstalleerde software juist wel te bestaan, tenminste volgens de rechtbank Dordrecht. Die oordeelde:

Er zijn dus exemplaren van de CAD-software geïnstalleerd op dragers (werkstations) in het verkeer gebracht door middel van eigendomsoverdracht aan Nelcon door de exclusief distributeur Han Dataport, en dus met toestemming van de auteursrechthebbende. … Dit heeft tot gevolg dat Han Dataport zich niet kon verzetten tegen de verdere verspreiding van deze software(…).

De inhoud van de licentie was daarbij irrelevant.

Deze aanpak van de rechtbank Dordrecht spreekt me wel aan, maar hij gaat alleen op voor verkoop van software op fysieke dragers. En daarvan is steeds minder sprake natuurlijk vandaag de dag. Meer en meer software (maar ook andere content, zoals muziek en films) gaat digitaal, en daarbij geldt de uitputtingsregeling sowieso niet. Wat mij betreft wordt het tijd om hier expliciete regels over te maken (wat ook in het Ninth Circuit-arrest gezegd wordt.)

Arnoud

of lees de 27 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress