Al te hard blaffen = geen proceskostenvergoeding

19 november 2009, 8:49 | Auteursrecht | 4 reacties

Onlangs kwam ik een kantonzaak uit Groningen tegen waarin de eisende jurist wel heel hard blafte: u pleegt plagiaat, u schendt de auteurswet, cliënt heeft de mogelijkheid om een civiele procedure tot veroordeling tot staking van de inbreukmakende handeling en/of betaling van schadevergoeding en/of een strafrechtelijke procedure aanhangig te maken. Bovendien zou aangifte worden gedaan.

Maar wat nu precies overgenomen was en waarom dat inbreuk zou zijn, bleek niet uit die brief. De gedaagde vroeg om verduidelijking: om welke teksten of passages zou het gaan en dan zou ze dat aanpassen. Het antwoord: woef, maar dan juridisch - u moet alle teksten weghalen binnen een week anders gaan we aangifte doen en een rechtszaak beginnen.

Uiteindelijk kwamen er dan toch twee stukjes tekst boven tafel die inbreukmakend zouden zijn. Die werden verwijderd, en toen (woef!) kwam er een schadeclaim van 2000 euro voor de overname en 1785 euro aan kosten voor juridische bijstand.

Daar maakt de kantonrechter in zijn vonnis gelukkig korte metten mee. Allereerst staat niet vast dat de betreffende teksten auteursrechtelijk beschermd zijn. De gebruikte woorden en frases (geluk, hoop, liefde, verdriet, etc) zijn zo gebruikelijk bij dit soort diensten dat er geen stempel van de maker (pardon, eigen intellectuele schepping) in de overgenomen tekstjes te herkennen is.

Belangrijker: de blaffende jurist krijgt zijn kosten niet vergoed. Want:

Om voor vergoeding in aanmerking te komen is het criterium of het maken van die kosten redelijkerwijs verantwoord was. De kantonrechter verstaat onder redelijkerwijs ondermeer dat men aan de wederpartij duidelijk maakt wat men van haar verlangt en haar in de gelegenheid stelt daaraan te voldoen voordat men kosten gaat maken. Uit de gang van zaken blijkt dat [gedaagde] zich van het begin af aan bereid heeft verklaard om de teksten aan te passen, maar dat [Eiser], nog voordat zij aan [gedaagde] had duidelijk gemaakt wat zij gewijzigd wilde zien de zaak ter behandeling aan [jurist] had overgedragen. Daar komt bij dat de eerste twee brieven van [jurist] wel dreigementen bevatten maar geen duidelijkheid gaven hoewel [gedaagde] daar uitdrukkelijk naar had gevraagd.

De eiser mag dus zelf de 2000 euro voor deze jurist betalen.

Een goeie zaak, wat mij betreft. De regels voor proceskostenvergoeding bij auteursrechtzaken is me al lang een doorn in het oog. In tegenstelling tot ‘gewone’ rechtszaken krijg je als verliezer bij een auteursrechtzaak namelijk de werkelijke rekening van de advocaat van de andere partij gepresenteerd. En dat pakt zuur uit bij veel bloggers die (al dan niet uit onwetendheid) een plaatje of tekst overnemen. Hoewel de schadevergoeding misschien beperkt kan worden vanwege bv. het kleine aantal bezoekers, blijven de advocaatkosten torenhoog. Dit maakt het bijzonder moeilijk om tot een fatsoenlijke schikking te komen. Elk uur onderhandelen is immers voor je eigen rekening als inbreukmaker.

Arnoud

of lees de 4 reacties

De waarde van de blafbrief

2 maart 2009, 8:08 | Internetrecht | 8 reacties

blafbrief-boze-hond.pngHalf februari ontdekte About:Blank dat collega-blog Spraakloos in zijn geheel offline was gegaan. Spraakloos bleek een aanvaring met de Orde der Transformanten te hebben gehad, waarbij het blog door de advocaat van de orde aansprakelijk werd gesteld voor reacties op de blog. Naar aanleiding hiervan schreef ik een gastbijdrage voor About:Blank in hun Linkdump revisited, die ik maar even hier herpost.

Arnoud, stel dat je een brief van een advocaat krijgt, zoals bij Spraakloos gebeurd is, waarin je gesommeerd wordt je weblog te sluiten, alles over een bepaald onderwerp offline te halen of waarin gedreigd wordt dat je hoge sommen geld moet gaan betalen, kan je zo’n blafbrief beter meteen gehoorzamen of heb je nog tijd om eerst een en ander uit te zoeken?

Ah, blafbrieven. Altijd leuk, zo’n rijtje met juridische clichés.

“Tot mij wendde zich de heer X, cliënt”. “Hierbij verzoek - en voor zover nodig sommeer - ik u om”. En de mooie afsluiter “onder behoud van alle rechten en weren” waarvan geen advocaat eigenlijk meer weet waarom hij nodig is. Het klinkt bijzonder dreigend, en dat is ook precies de bedoeling. Wie wel eens een brief heeft gehad met zulke teksten erin, weet waar het om gaat: er is iemand boos en er is een advocaat op gezet. De eerste stap die zo’n advocaat neemt is het uitsturen van een blafbrief, een brief in boze juridische taal, waarmee hij hoopt de ontvanger zo bang te maken dat deze meteen doet wat er staat.

In theorie is een blafbrief bedoeld om de ontvanger een kans te geven om tot een minnelijke schikking te komen, om zo een voor beide partijen dure en tijdrovende rechtszaak te kunnen voorkomen. Helaas blijkt dat sommige advocaten misbruik maken van de status van hun briefhoofd en hun kennis van imposante juridische frases om nergens op gebaseerde eisen neer te kunnen leggen.

Waar je blafbrieven vaak aan herkent, is het gebruik van algemene verwijzingen naar generieke wetsartikelen. Een juridisch steekhoudend argument is te onderbouwen met feiten en specifieke wetsartikelen. Een argument waarbij alleen een algemeen wetsartikel wordt genoemd, is dan ook verdacht. “Uw domeinnaam is in strijd met artikel 5a Handelsnaamwet, omdat zij slechts één letter verschilt met de handelsnaam van cliënt en u in dezelfde branche actief bent” is een sterk argument. “Uw uitlating schendt de privacy van cliënt, welke krachtens wetten, Grondwet en internationale verdragen beschermd is (o.a. art. 8 EVRM)” is dat niet.

Een ander typisch kenmerk zijn de korte deadlines. Wie in een zwakke positie staat als blafbriefschrijver kiest vaak voor een korte deadline, liefst gevolgd door vage dreigementen. Daarmee hoopt de schrijver dat de ontvanger eieren voor zijn geld kiest en de eis maar gaat uitvoeren, in plaats van eerst juridisch advies in te winnen. Geen rechter die je echter zal aankijken op het niet halen van een onredelijk korte termijn.

Verder ontbreekt vaak iedere ruimte voor onderhandeling. Als je een geschil snel wilt oplossen, geef je de wederpartij de mogelijkheid om zelf met een oplossing te komen. Een goede jurist denkt ook mee met de tegenpartij. Botte eisen, zoals het moeten sluiten van een website of het weghalen van een hele pagina, nodigen niet uit tot onderhandelen. Dergelijke eisen kun je dus in eerste instantie gewoon naast je neerleggen en beantwoorden met een tegenbod dat je zelf redelijk voorkomt.

Een brief van een advocaat is trouwens bij lange na geen vonnis. Papier is geduldig, ook met duur briefhoofd met vijf lange achternamen en een Vrouwe Justitia erop. Het is dus zeker geen uitgemaakte zaak dat de advocaat gelijk heeft met zijn claims of eisen. Blijf dus altijd kritisch en win juridisch advies in voordat je inhoudelijk reageert. Dat recht heb je, en korte deadlines of welk argument dan ook veranderen daar niets aan.

De grap over blaffende advocaten mag u zelf invullen, maar ik hoop hiermee een beetje verduidelijkt te hebben dat een boze brief van een advocaat lang niet altijd zo dwingend is als ze zelf doen voorkomen. Laat je niet overbluffen en blijf kritisch.

Arnoud

of lees de 8 reacties
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress