“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

24 januari 2012, 8:10 | Contracten | 24 reacties

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-”I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

of lees de 24 reacties

Argh! Waar staan we nu met de Wet Van Dam?

1 december 2011, 8:20 | Contracten | 18 reacties

Ok, argh. Heb je net een half jaar besteed aan uitleggen hoe de Wet Van Dam in elkaar steekt en een hoop in paniek geraakte klanten uitgelegd wat er nog wél kan, gaat ineens het hele ding op de schop. Althans, het reparatiewetje is aangehouden vanwege “nieuwe informatie” over de betekenis van de Overgangswet Nieuw BW. En dus gaan alle bedrijven nu roepen dat de Wet Van Dam is uitgesteld.

Om maar met dat laatste te beginnen: nee, dat is niet waar, de Wet Van Dam is en blijft per vandaag van kracht. Een contract met stilzwijgende verlenging dat vanaf nu wordt aangegaan is alleen nog rechtsgeldig als dat na die verlenging op elk moment met een maand kan worden opgezegd. En dus zonder kosten of boetes.

Het discussiepunt zit hem in hoe de wet nu geldt voor al eerder aangegane contracten. Want hoewel Van Dam bij invoering in de memorie van toelichting had gezegd

Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.

werd er in de afgelopen maanden toch flink geroepen dat er wél overgangsrecht geldt. Er is immers de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek, die in 1969 (ja, 69) is aangenomen om de overgang van het ‘oude’ BW naar wat we nu hebben mogelijk te maken. In die wet werd geregeld hoe de nieuwe wet zou uitpakken voor bestaande contracten en andere zaken. Prima, dat was nodig destijds, maar is die wet werkelijk ook geldig voor álle wijzigingen van het BW die na 1969 doorgevoerd werden?

Natuurlijk, roepen alle uitgevers en sportschoolhouders, want die Overgangswet is een essentieel deel van de democratische samenleving. Wij moeten ons immers kunnen voorbereiden op de nieuwe wet, en een rechtsgeldige overeenkomst met eerlijk stilzwijgend gesloten verlenging van een jaar kan toch niet zomaar worden aangetast door een nieuwe wet?

Mijn sarcastische toon maakt wel duidelijk dat ik vind dat dit een onhoudbaar standpunt is. En gelukkig bleek prof. Loos het met me eens toen hij in een gastblog hier schreef

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Van Dam introduceerde vervolgens een reparatiewetje om nog eens expliciet die Overgangswet buiten toepassing te verklaren, maar verwees daarbij uitsluitend naar artikel 191. Dat artikel bepaalt dat je pas een jaar na inwerkingtreding van de wet je kunt beroepen op enige bepaling daaruit voor bestaande contracten. De reparatiewet zou dit artikel uitschakelen, zodat vast zou staan dat je ook bij bestaande contracten de Wet Van Dam kunt inroepen.

Otto Volgenant van Kennedy Van der Laan wees erop dat er óók nog een artikel 79 is, dat zegt dat reeds aangegane verlengingen niet kunnen worden opgezegd met een beroep op de Wet Van Dam. En dat artikel werd dus niet genoemd in de reparatiewet.

Waarom precies Van Dam de reparatiewet nu heeft aangehouden, kan ik niet zeggen. Het plaatst ons nu wel in een lastige situatie.

Enerzijds is goed verdedigbaar dat die expliciete zin uit de memorie van toelichting duidelijk maakt dat er géén overgangsrecht geldt, ook niet op grond van die Overgangswet. Iedereen had dit een jaar geleden kunnen zien aankomen, dus niet meer piepen nu.

Anderzijds was die reparatiewet kennelijk ergens voor nodig, en het openbreken van bestaande stilzwijgende verlengingen is iets waar uitgevers niet op hoefden te rekenen vanwege die overgangswet uit 1969.

Veel bedrijven waren zich al aan het voorbereiden op de Wet, en hebben zelfs hun voorwaarden al aangepast. Ik verwacht niet dat ze dat nu weer terug gaan draaien. Maar er zullen genoeg bedrijven zijn die nu nog hun oude voorwaarden hanteren en dat dus vrolijk in 2012 blijven doen - en mogelijk in 2013 ook nog, met een beroep op die overgangswet.

Buitengewoon frustrerend allemaal. Want ik verwacht niet dat er veel consumenten nu naar de rechter gaan stappen, en de Consumentenautoriteit lijkt in dezen ook niet echt een consumentvriendelijke interpretatie van de wet in te nemen. Grmbl.

Arnoud

of lees de 18 reacties

Registreren is gratis, maar reageren kost geld

29 september 2011, 8:05 | Contracten | 7 reacties

studentenkamer.jpgEen lezer vroeg me:

Als student ben ik druk op zoek naar een kamer. Ik kwam de site Kamer.nl tegen die me duizenden mogelijke kamers beloofde. Vanwege de tekst “Meld je gratis aan” heb ik me geregistreerd. Dan kun je zoeken, maar als je wilt reageren op een kamer moet je eerst betalen (minstens 10 euro per maand). Ik zie dat nergens op het open gedeelte van de site staat. Dus is dit wel een eerlijke manier van zakendoen?

Zolang je na registratie krijgt wat er voor registratie is beloofd, is geen sprake van misleiding. Zaken die niet expliciet benoemd zijn, moet je dan invullen conform de verwachting.

De vraag is dus: mag je verwachten dat je na registratie bij deze site kunt reageren op geadverteerde kamers?

Op het publieke deel kan ik alleen dit soort omschrijvingen vinden:

Als je je aanmeldt bij Kamer.nl kun je kamers aanbieden en e-mail alerts met nieuwe kamers ontvangen. Daarnaast heb je een profielpagina waarop je jezelf kan presenteren aan verhuurders.

Hier wordt net niets gezegd over het reageren op aangeboden kamers. Ook de FAQ vermeldt niets over het reageren op aangeboden kamers. Het enige is deze zin in het item over “Hoe werkt de site?”:

Heb je een kamer gezien waarin je geïnteresseerd bent dan kun je reageren door op de kamerpagina op de ‘Reageren’ knop te klikken.

Maar dat kan allemaal dus pas nadat je én geregistreerd bent én betaald hebt. De tekst in deze FAQ zou ik alleen moeilijk als “belofte” kunnen kwalificeren, het is bepaald niet een wervende of lokkende tekst te noemen.

Je zou kunnen terugvallen op wat gebruikelijk is in de branche. Dat bepaalt immers ook de verwachtingen die je bij deze site moet hebben. Maar, wat is dan de branche? Internetdiensten algemeen? Daar is gratis de norm en zijn premiumdiensten slechts het toefje slagroom op de taart. Bemiddelingsdiensten? Vaak is het contact daar gratis, omdat men verdient aan het aanbrengen van de klant. Denk aan Funda en makelaarsites. Of specifiek contactdiensten, zoals datingsites? Daar moet je per bericht betalen. Maar ja, om nou een kamerzoeksite gelijk te stellen aan een datingsite…

Arnoud

of lees de 7 reacties

Per wanneer geldt de wet-Van Dam voor bestaande contracten?

20 september 2011, 8:08 | Contracten | 83 reacties

Op 1 december treedt de “wet-Van Dam” in werking: contracten en abonnementen mogen niet meer stilzwijgend verlengd worden met een jaar. Als een contract na 1 december stilzwijgend verlengd wordt, geldt daarbij een opzegtermijn van één maand. Dit zal veel stof doen opwerpen, met name wat er gebeurt met bestaande contracten die nog vermelden dat er met een jaar verlengd wordt.

In deze gastbijdrage licht professor Marco Loos, hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrecht, aan de Universiteit van Amsterdam, toe waarom de wet-Van Dam óók per 1 december geldt op bestaande contracten.

Update (2 oktober) Zoals beloofd: onze factsheet over de Wet Van Dam met concrete uitleg over de nieuwe regels over stilzwijgende verlenging.

Na langdurige parlementaire behandeling treedt vanaf 1 januari 2012 de zogenaamde wet-Van Dam in werking.1 Deze wet beoogt de stilzwijgende verlenging van lidmaatschappen van verenigingen, abonnementen en overige overeenkomsten aan banden te leggen. De wet is het resultaat van een initiatief-wetsvoorstel van het kamerlid Van Dam en het voormalig kamerlid Crone.2

De inwerkingtreding van de nieuwe wet is voorwerp van uitgebreide bespreking gebleken. Artikel III van de wet bepaalt dat de wet met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. De wet is opgenomen in het Staatsblad van 30 november 2010. De dertiende kalendermaand na die datum is december 2011. Dat zou betekenen dat de wet vanaf 1 december 2011 in werking treedt.3 De wet bevat verder geen uitdrukkelijke bepaling over de toepasselijkheid ervan op bestaande overeenkomsten.

Dat lijkt mee te brengen dat het overgangsrecht bepaald wordt door de Overgangswet NBW.4 Met betrekking tot het lidmaatschap van verenigingen bepaalt art. 45 Overgangswet NBW dat ten aanzien van op het moment van inwerkingtreding al bestaande verenigingen, de wet niet van toepassing is op feiten die zijn voorgevallen voordat 3 jaren zijn verstreken na de inwerkingtreding. Ten aanzien van de algemenevoorwaardenregeling bepaalt art. 191 Overgangswet NBW dat afdeling 6.5.3 BW op algemene voorwaarden die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten wordt gebruikt, pas van toepassing wordt nadat een jaar is verstreken na de inwerkingtreding van de wet. Hetzelfde geldt voor al bestaande algemene voorwaarden die na de inwerkingtreding van de wet worden gewijzigd.

Naar verluid stelt het Ministerie van Veiligheid en Justitie zich op het standpunt dat deze bepalingen ook van toepassing zijn op de Wet-Van Dam.5 Art. 45 Overgangswet NBW heeft, zo deze bepaling al van toepassing is op de te vermelden informatie, feitelijk geen betekenis, omdat moeilijk denkbaar is dat de voor nieuwe leden wel van 1 december 2011 verplicht te vermelden informatie afgeschermd zou kunnen worden voor oude leden.

Dat ligt anders voor bestaande abonnementen: als de Overgangswet inderdaad van toepassing zou zijn, betekent dat voor al gesloten overeenkomsten een beding waarmee een abonnement op een tijdschrift stilzwijgend verlengd wordt met meer dan 3 maanden, nog tot en met 30 november 2012 niet zonder meer verboden is.6 Als de algemene voorwaarden van de uitgever bijvoorbeeld bepalen dat het abonnement jaarlijks op 1 september stilzwijgend met een jaar wordt verlengd, is dat beding in 2012 nog effectief. Pas bij de nieuwe verlenging, per 1 september 2013, gaat het dan om een onredelijk bezwarend beding (art. 6:236 sub p BW).

De vraag rijst of de toepassing van de bepalingen van de Overgangswet in dit geval wel juist is. Dat is niet het geval wanneer de nieuwe wet (hier: de Wet-Van Dam) zelf regelt wat het overgangsrechtelijke regime is, want dan gaat die regeling natuurlijk als lex specialis voor. Artikel III van de Wet-Van Dam gaat uitdrukkelijk uit van uitgestelde werking met ruim een jaar. Daarmee lijkt verdedigbaar dat het artikel niet alleen de inwerkingtreding regelt, maar ook ter vervanging van het overgangsrecht dient. Is dat het geval? De artikelgewijze toelichting bij het oorspronkelijke wetsontwerp lijkt in eerste instantie op het tegendeel te wijzen. Deze stelt letterlijk:

‘Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.’7

De toepassing van de wet op bestaande overeenkomsten is echter wel degelijk voorwerp van discussie geweest. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd bepaald dat de wet in werking zou treden ‘met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.’8 De Raad van State stelde daarop dat het wetsvoorstel in die vorm gebruikers van algemene voorwaarden slechts twee tot drie maanden de gelegenheid laat tot aanpassing. De Raad vervolgt:

‘Nu de looptijd van overeenkomsten als de onderhavige veelal een jaar is, en nu artikel 191 Overgangswet Nieuw BW het Nieuw BW (eerst) na een jaar van toepassing verklaarde op algemene voorwaarden die ten tijde van de inwerkingtreding waren overeengekomen, adviseert de Raad de termijn tot een jaar te verlengen, dan wel een overgangsbepaling in de Overgangswet Nieuw BW op te nemen waarmee wordt voorzien in een overgangsperiode van een jaar.’9

In reactie daarop hebben Crone en Van Dam

‘het wetsvoorstel zodanig aangepast, dat voorzien is in een overgangstermijn van een jaar.’10

In de aangepaste Memorie van Toelichting wordt het aangepaste Artikel III als volgt toegelicht:

‘Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. De wet zal namelijk in werking treden met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Dit geeft betrokkenen een jaar de tijd om zich aan de nieuwe bepalingen aan te passen, hetgeen overgangsrecht overbodig maakt.’

Met de gewijzigde datum van inwerkingtreding hebben Crone en Van Dam – op advies van de Raad van State – dus aan de gebruikers van algemene voorwaarden een termijn van een jaar willen geven om hun algemene voorwaarden aan de nieuwe wettelijke regeling aan te passen. Dit uitgangspunt is vervolgens tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ook niet bestreden.

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Noten

  1. Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), Stb. 2010, 789.
  2. Voorstel van wet van de leden Crone en Van Dam houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), Bijl. H.TK. 2005-2006, 30520, nrs. 1-3.
  3. Deze datum lijkt te berusten op een fout bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Volgens kabinetsbeleid kan wet- en regelgeving in beginsel slechts op twee momenten in het jaar in werking treden: op 1 januari en op 1 juli. Bedoeling hiervan is het voorkomen van overmatige administratieve lasten voor het bedrijfsleven, zie Bijl. H.TK. 2006–2007, 29 515, nr. 181. De Staatssecretaris van (toen nog) Economische Zaken heeft de indiener van het wetsvoorstel verzocht eraan mee te werken dat de wet op een van die data in werking zou treden, zie Bijl. H.TK. 2009–2010, 30 520, nr. 18, p. 6. De indiener van het wetsvoorstel heeft in reactie op vragen van de Eerste Kamer laten weten hieraan mee te willen werken door een gerichte plaatsing in het Staatsblad, zie Bijl. H.EK. 2009–2010, 30 520, nr. C, p. 6. Met de aanvaarding van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer op 5 oktober 2010 en de formele ondertekening van de wet door het staatshoofd op 26 november 2010 leek de gewenste datum van inwerkingtreding ook geen probleem op te zullen leveren. Door de plaatsing van de wet in het Staatsblad van 30 november 2010 in plaats van het eerstvolgende nummer van het Staatsblad is de datum van inwerkingtreding echter 1 december 2011 in plaats van 1 januari 2012 geworden.
  4. Wet van 3 april 1989, Stb. 1969, 167, zoals nadien gewijzigd.
  5. Zie ook de door B. Wessels, ‘Overgangsrecht in ontwikkeling’, NTBR 2001/1, p. 44, geciteerde opmerkingen in de brief van het Ministerie van (thans) Veiligheid en Justitie van 11 mei 1999: ‘De Ow bestrijkt (uiteraard) aanvullingen van de Boeken 3-8. De Ow bestrijkt echter ook wijzigingen van reeds bestaande bepalingen uit deze Boeken.
  6. Het is uiteraard niet uitgesloten dat een dergelijk beding bij toetsing aan de open norm van art. 6:233 sub a BW alsnog onredelijk bezwarend wordt geoordeeld.
  7. Bijl. H.TK. 2005–2006, 30 520, nr. 3, p. 6.
  8. Zie art. III van het oorspronkelijke ontwerp, Bijl.H.TK. 2005–2006, 30 520, nr. 2.
  9. Bijl. H.TK. 2005–2006, 30 520, nr. 4, p. 5.
  10. Idem.

Deze bijdrage is ontleend aan een eind dit jaar te verschijnen redactioneel artikel voor het Tijdschrift voor Consumentenrecht en handelspraktijken.

of lees de 83 reacties

Ben ik aansprakelijk voor de fouten in mijn software?

19 september 2011, 8:06 | Aansprakelijkheid, Software | 40 reacties

bug-fout.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb als freelancer een stukje software gemaakt voor een groot bedrijf. Nu melden ze me dat er een bug in zit waardoor ze maanden aan data kwijt zijn, en ze willen mij aansprakelijk stellen voor de schade! Ik werk eigenlijk altijd zonder algemene voorwaarden, omdat ik niet houd van dat formele gedoe, maar nu maak ik me toch wel zorgen. Kunnen ze zomaar een grote claim indienen?

Dat zou zomaar kunnen inderdaad. Wanneer een leverancier geen algemene voorwaarden hanteert, dan geldt de wettelijke regel voor aansprakelijkheid. Die zegt dat de ontwikkelaar aansprakelijk is voor alle schade, als de fout hem te verwijten was. Daarvan is kort gezegd sprake als hij niet de gebruikelijke mate van zorg heeft betracht die een normaal ontwikkelaar in acht zou nemen.

Het zal dus aankomen op de aard van de fout. Was dit een zeer subtiele moeilijke fout of juist een triviale bug die de vraagsteller gewoon had moeten ontdekken bij het testen? En zit de fout wel in de door hem geleverde code, of zit het hem in de interactie tussen zijn code en die van het bedrijf? In het laatste geval is het moeilijk de ontwikkelaar te verwijten dat de fout er zat.

Ik moet zeggen dat ik schrik van hoe veel programmeurs blijken te werken zonder algemene voorwaarden, of met een generiek modelletje van de Kamer van Koophandel of van een op internet gevonden concurrent dat dan net niet de clausules heeft die je wilt. Of die wel aansprakelijkheid uitsluit maar dan zó ver gaat dat de clausules ongeldig zijn (”Leverancier is te allen tijde nergens voor aansprakelijk”).

<reclame style=’schaamteloos’>Het starterspakket voor softwareontwikkelaars van mijn bedrijf zou hier goed geholpen hebben.</reclame> De ICT~Office voorwaarden zijn ook een gratis optie, hoewel die dan weer zó eenzijdig zijn dat grote klanten ze vaak direct afwijzen. Maar in gevallen als deze helpen ze wel: vorig jaar kon een ontwikkelaar een schadeclaim pareren van 300.000 euro dankzij de algemene voorwaarden.

Meelezende ontwikkelaars: Hoe zijn jullie gekomen tot de algemene voorwaarden die je nu hebt?

Arnoud

of lees de 40 reacties

Nee, als webwinkel mag je géén vooruitbetaling eisen

8 september 2011, 8:23 | Webwinkels | 53 reacties

Bij consumentenzaken is het zoeken naar jurisprudentie, want wie gaat er nou procederen over een relatief laag bedrag? Maar dankzij een zekere online fietsenwinkel die het wel vaker op procedures aan laat komen, hebben we er weer eentje bij: een winkel mag niet eisen dat de consument 100% vooruitbetaalt wanneer deze iets wil laten bezorgen.

Een consument had bij deze winkel via internet een Redy freestyler X-ray Booster 20 (dat is een fiets) gekocht voor 159 euro, op zich een gebruikelijke prijs. Na het plaatsen van de bestelling ging er iets mis in de communicatie, want het eerstvolgende ontvangen bericht was een aanmaning tot betaling van het volledige bedrag. De koper reageerde dat hij éérst de fiets wilde, en dan het geld. De winkel wilde eerst het geld en dan de fiets.

De voorwaarden van het bedrijf bepalen:

Betaling dient … of vooraf voor verzending te geschieden, op een door Gebruiker aan te geven wijze in de valuta waarin is gefactureerd, tenzij schriftelijk anders door Gebruiker aangegeven.

en op die grond stapte het bedrijf naar de rechter. Ok, moest dat nu echt, denkt u misschien, maar ik vind het wel handig: nu krijgen we een rechterlijke uitspraak over of dat wel mag, eisen dat mensen vooruit betalen.

Nee, dat mag niet.

De rechter verwijst droogjes naar de wet, artikel 7:26 BW, dat met zoveel woorden bepaalt dat vooruitbetaling van het gehele bedrag niet mag worden geëist. Althans, niet in algemene voorwaarden. Wie expliciet met de winkel afspreekt dat vooruitbetaling ok is, zit daaraan vast. Maar wie alleen in de kleine lettertjes terugvindt dat hij alles vooruit moet betalen, kan met de toverformule “Bij deze vernietig ik uw artikel 6 wegens strijd met dwingend recht” daar van afkomen.

Oh, even voor de duidelijkheid: het is natuurlijk wél legaal om een vooruitbetaaloptie te bieden voor mensen die dat prettig vinden. Zo lang er maar minstens één manier is om achteraf te kunnen betalen.

Natuurlijk is er wel nog steeds een koopcontract, dus de koper zal moeten betalen. Maar dat hoeft hij pas nadat de fiets geleverd is. Wel mag de koper tot en met zeven werkdagen na ontvangst de koop annuleren, zodat hij zijn betaling terug kan krijgen. Hoe dit gaat uitspelen, mag u zelf invullen. En waarom dit bedrijf met zo’n duidelijke wetstekst toch een procedure is gestart, is me een raadsel. Maar dat dacht ik na de TROS Radar-uitzending over het bedrijf ook.

Arnoud

of lees de 53 reacties

Toestemming onder de privacywet

23 augustus 2011, 8:13 | Privacy | 25 reacties

yes-toestemming-ja-permission.pngHet gebruik van e-mailadressen en andere persoonlijke gegevens van mensen valt onder de strenge privacywet, de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze schrijft voor dat je in principe alleen gebruik mag maken van zulke gegevens als je toestemming hebt. Recent heeft het overlegorgaan van privacywaakhonden, de Artikel 29-Werkgroep een opinie over toestemming gepubliceerd die uitwerkt hoe je toestemming moet krijgen. Hieruit blijkt nog maar eens hoe streng deze regels zijn, en hoe snel je in de fout kunt gaan.

Toestemming is het uitgangspunt, omdat de privacywet is gebaseerd op het idee dat de betrokkene zelf beslist wie wanneer zijn gegevens gebruikt. Gebruik van persoonsgegevens is dus een gunst en geen recht. Dit blijkt ook nog eens uit het feit dat men toestemming op elk moment mag intrekken van de wet.

Steeds meer sites en apps maken gebruik van persoonsgegevens als onderdeel van hun bedrijfsmodel. Spelletjes vragen toegang tot de vriendenlijst of het MSN-account zodat ze zichzelf kunnen promoten. Websites en advertentienetwerken bouwen profielen op zodat ze getargete advertenties kunnen tonen. Dit mag, maar hiervoor is wel apart toestemming nodig.

Het grootste probleem in de praktijk is dat mensen niet goed weten waar ze toestemming voor geven. Hoe veel sites zijn erniet waar men volstaat met “U geeft toestemming voor gebruik voor marketing” of “onze zorgvuldig geselecteerde partners mogen u mailen”, of met “ik aanvaard het privacyreglement” waarna je in tien pagina’s juridisch jargon mag nalezen wat men onder ‘privacy’ verstaat.

Dergelijke vormen van ‘toestemming’ vragen zijn expliciet niet genoeg, zegt de Werkgroep nu. Enkel en alleen als de toestemming gebaseerd is op een vrije beslissing, na geïnformeerd te zijn over wat er specifiek gaat gebeuren, is de toestemming rechtsgeldig. Een paar voorbeelden:

  • Het aan hebben staan van Bluetooth is geen toestemming voor het ontvangen van reclameberichten via Bluetooth. Gaat men zelf naar een billboard toe waar staat “Hou je telefoon hier en ontvang onze aanbieding”, dan is dat lopen natuurlijk wel een vorm van toestemming geven.
  • Medewerkers een mailtje sturen met daarin een voorbeeld (preview) van hun vermelding in het smoelenboek op intranet, gevolgd door een duidelijke “ja/nee” knop, levert toestemming op als mensen op “ja” klikken. Als de manager mails rondstuurt dat “nee” klikken “niet op prijs” gesteld wordt of “niet past bij onze professionele opvattingen”, is de toestemming niet meer rechtsgeldig.
  • Een privacystatement linken onderaan elke pagina van een forum met daarin dat je gebruikersinformatie (naam, e-mailadres etcetera) gebruikt kan worden voor marketingdoeleinden is geen manier om toestemming te krijgen. Ook een expliciet akkoord vragen op het privacystatement is niet genoeg - wie gaat de marketing doen en wat voor marketing is dat dan?
  • Een expliciete melding dat je e-mailadres wordt verstrekt aan bedrijven X en Y zodat die je reclame kunnen sturen voor hun producten is wél een vorm van toestemming, mits men maar op dat moment de verstrekking nog kan tegenhouden.

Het laatste item is gebaseerd op een opmerkelijk standpunt van de werkgroep omtrent sociale netwerksites. De werkgroep signaleert namelijk de trend dat zulke sites mensen min of meer dwingen in te stemmen met getargete advertenties als voorwaarde om lid te mogen worden van de site. En dat vindt men niet kunnen:

Considering the importance that some social networks have acquired, some categories of users (such as teenagers) will accept the receipt of behavioural advertising in order to avoid the risk of being partially excluded from social interactions. The user should be put in a position to give free and specific consent to receiving behavioural advertising, independently of his access to the social network service.

De zorg is terecht, maar ik heb wel moeite met deze consequentie. Het zou genoeg moeten zijn om vooraf te horen wat de site van plan is, waarna je kunt besluiten lid te worden of niet. Goed, bij sommige sites heb je vrijwel geen keuze, daar móet je lid van zijn (Facebook als tiener of Linkedin als professional). Heel misschien is het dan verdedigbaar.

Apps die je via die netwerkdienst kunt gebruiken, moeten apart toestemming vragen voor wat zij willen doen. En ook die toestemming moet expliciet en uitgebreid zijn. Niet alleen maar “This app wants to access your account”; nee, welke onderdelen en informatie worden benaderd en wat gebeurt daarmee? Verandert hoe de app werkt, dan moet apart opnieuw toestemming worden gevraagd.

Heeft de app bijvoorbeeld een nieuwe functie om je highscore te twitteren, dan moet apart gevraagd worden of deze geactiveerd mag worden. Ook moeten mensen vooraf zien wat er wordt getwitterd. En als ik dat standpunt hierboven goed begrijp, dan is zelfs te verdedigen dat de gebruiker het activeren van deze functie moet kunnen weigeren zonder gestraft te worden met een niet meer werkende app.

De wet noemt overigens enkele uitzonderingen op de eis van toestemming. Zo mag je gegevens zonder nadere toestemming gebruiken als dat nodig is voor het uitvoeren van een overeenkomst. Je mag dus bijvoorbeeld het adres van een klant aan je vervoerder geven zodat deze de bestelling kan bezorgen. Ook mag je in bijzondere gevallen zonder toestemming iemands gegevens gebruiken als dat noodzakelijk is voor een eigen zwaarwegend doel, én dat doel zwaarder weegt dan de privacy van de betrokkene. Dit is echter meestal niet van toepassing, behalve bij journalistieke publicaties kan ik er eigenlijk geen bedenken..

Arnoud

of lees de 25 reacties

Indekken tegen privacyboetes via de algemene voorwaarden?

9 augustus 2011, 8:27 | Privacy, Meningsuiting | 24 reacties

toestemming.pngTijd voor juridisch tegengas, schreef Arjan Dasselaar afgelopen zaterdag in zijn column bij Nu.nl. Hij reageerde daarin op het voorstel van het College bescherming persoonsgegevens, dat begin vorige week een wetsvoorstel had aangekondigd dat boetes tot 25.000 euro mogelijk zou maken voor mensen die persoonsgegevens van verdachten publiceren, met name door filmpjes of foto’s te publiceren. Deze antischandpaalwet stuitte op veel kritiek, ook vanuit de Tweede Kamer.

Arjans column bevat een praktische oplossing voor winkeliers die geen problemen willen met de wet:

Neem een bepaling op in uw algemene voorwaarden waarin staat dat u zich het recht voorbehoudt om foto’s en filmpjes van alles wat er in uw zaak gebeurt, op internet te plaatsen.

Neem daarin ook een bezwaarbepaling op. Regel dat bezoekers van uw pand die geen prijs stellen op dergelijke publiciteit, kunnen verzoeken tot verwijdering van dergelijke beelden. Dan moeten ze dat wel even persoonlijk bij u melden.

Een leuk idee, maar juridisch gezien gaat dit niet werken. Toestemming voor gebruik van persoonsgegevens (en dus ook foto- en videobeelden) kan niet worden opgeëist in algemene voorwaarden, hoe veel stickers of bordjes je ook plakt. De wet eist namelijk “ondubbelzinnige toestemming” en daaraan kan alleen worden voldaan met een expliciete uiting die neerkomt op “ja dat is goed”. Stilzwijgen of een ongerelateerde handeling (zoals een winkel binnenlopen) voldoet daar niet aan.

Ik ben heel benieuwd naar het wetsvoorstel waar het Cbp over sprak. Ik zie namelijk niet hoe je dit in een wet giet. Het lijkt me namelijk zoiets specifieks, moet je echt specifiek een wet daarvoor maken? En hoe definieer je een schandpaalsite zonder dat je ook bv. Opsporing Verzocht of De Politie Zoekt verbiedt? Of meer algemeen, zonder dat de vrije nieuwsgaring in het gedrang komt?

Arnoud
Bordje: De baas in huis, Prijsvechter.nl

of lees de 24 reacties

Overspel anoniem melden conform de algemene voorwaarden

5 augustus 2011, 8:38 | Privacy | 15 reacties

onthul-overspel.pngDe site onthul-overspel.nl roept bezoekers op de liefde ‘recht’ te doen door vreemdgangers te ontmaskeren, las ik bij Nu.nl. De site is heel eenvoudig: je voert het emailadres van de bedrogen partner in op de site en hij of zij ontvangt een anonieme mail met daarin de door jou aangegeven omstandigheden plus de eventuele identiteit van de minnaar (m/v).

Normaal stel ik nu de vraag “mag dat”, maar in dit geval lijkt het antwoord me wel duidelijk. Ik werd echter geïntrigeerd door het AD-artikel, dat meldde

Of de persoon in kwestie inderdaad een geheime relatie heeft wordt niet gecontroleerd. Sterker nog: onthul-overspel.nl stelt in zijn algemene voorwaarden expliciet dat het niet verantwoordelijk is voor ‘negatieve consequenties in het leven van de betrokken partijen’

De voorwaarden er maar even bij gepakt. Ik moest héél hard lachen om deze passage tussen de gecopypaste standaardonzin:

Uw persoonlijke gegevens zijn veilig bij Onthul-overspel.nl Wij waarderen het vertrouwen dat u in ons stelt en wij zullen daarom uiterst zorgvuldig met uw gegevens omgaan.

Artikel 5 lijkt de kern te zijn van waar het om gaat:

  • Gebruikers (onthullers) van de diensten van Onthul-overspel.nl dienen aan de gangbare ethiek te voldoen met betrekking tot het respecteren van de rechten van derden en de rechten van de wet.
  • De informatie die de onthuller verstrekt dient exact en waarheidsgetrouw te zijn. De onthuller is volledig verantwoordelijk voor de mogelijke consequenties van het openbaren van de betreffende informatie op zijn leven of op het leven van andere internetgebruikers. De gebruiker erkent dat Onthul-overspel.nl op geen enkele wijze aansprakelijk kan worden gesteld, met name niet over uw auteursrecht, uw eer, de intimiteit van uw privéleven, die resulteren uit het verspreiden of bekendmaken van informatie over enige partij.
  • De onthuller wordt geacht in staat te zijn op ieder mogelijk moment bewijzen betreffende zijn onthulling aan te dragen. Op het moment van de door hem gedane onthulling accepteert de onthuller de volledige verantwoordelijkheid van de onthulling en van mogelijke foutieve informatie die door hem verstrekt is. Onthul-overspel.nl kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de juistheid of onjuistheid van de informatie en content die door gebruikers van de website of diensten van Onthul-overspel.nl worden verstrekt.
  • In het geval dat een partij Onthul-overspel.nl verantwoordelijk probeert te houden naar aanleiding van gedragingen van een gebruiker die niet conform zijn met de huidige Algemene Voorwaarden of de wet, biedt de betreffende gebruiker garantie aan Onthul-overspel.nl. Deze garantie houdt in dat de gebruiker alle mogelijke onkosten en honoraria van advocaten voor zijn rekening neemt.
  • Onthul-overspel.nl kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor een foutieve bekendmaking van overspel of overdrijving van het overspel, zelfs als deze verifieerbaar, tastbaar en bewijsbaar is. Onthul-overspel.nl kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor directe of indirecte negatieve consequenties in het leven van de betrokken partijen (personen) van de onthulling van het overspel.

Op zich zou ik hier graag een juridische analyse op doen, maar waar te beginnen? In feite komt het neer op “U mag mensen tippen over overspel met onze dienst, wij houden u anoniem maar u garandeert dat alle mails correct en juist zijn”. Dat lijkt me een nauwelijks nog realistisch te noemen garantie. Ik ben in ieder geval héél benieuwd hoe de exploitant de verzender van zo’n mail gaat gebruiken als de ontvanger de site aansprakelijk stelt voor een schadeclaim wegens bv. privacyschending of smaad.

Nu.nl meldt nog dat de site zich het recht toe-eigent de ingevoerde e-mailadressen voor onder meer commerciële activiteiten te gebruiken. Ik kan niet achterhalen waar dat staat, wie helpt? Ik zie alleen dit:

Zodra u Onthul-overspel.nl via diens site informatie verstrekt over personen die overspel plegen, gaat u ermee akkoord dat de betreffende informatie aan andere internetgebruikers zal worden verstrekt door Onthul-overspel.nl in het kader van de door Onthul-overspel.nl aangeboden diensten.

maar dat wordt gevolgd door “Dit betekent dat u ermee akkoord gaat dat de betreffende informatie aan het slachtoffer van het overspel zal worden verstrekt.” en sluit dus iedere andere verstrekking of gebruik van gegevens uit.

Ik heb het ook even getest: je krijgt een mail met daarin de zakelijke tekst

Helaas hebben we slecht nieuws voor u.

Een bekende van u heeft ons zojuist geïnformeerd dat uw partner vreemdgaat. Deze bekende wenst anoniem te blijven, maar wil u graag op de hoogte stellen van de omstandigheden van het overspel.

De onthuller heeft de omstandigheden beschreven en/of de naam van de minnaar/minnares vrijgegeven. Klik hier om meer te weten.

Als u gebruik maakt van de service van Onthuloverspel.nl, gaat u automatisch akkoord met de algemene voorwaarden die u kunt lezen op http://www.onthuloverspel.nl/algemene-voorwaarden

Wij hopen dat u dankzij de verstrekte informatie de waarheid zult ontdekken.

Ik zie daar verder geen reclame in. Ook als je klikt op de link, krijg je geen reclame. We wachten nog even af tot er ongevraagde commerciële mail in de inbox komt, en dan kan die meteen door naar Spamklacht.nl.

Arnoud

of lees de 15 reacties

De algemene voorwaarden eisen mijn auteursrecht op!

20 juli 2011, 8:14 | Auteursrecht, Contracten | 11 reacties

Er lijkt weer een juristencongres geweest te zijn over “hoe schrijf ik algemene voorwaarden voor websites” met een workshop “want die leest toch iemand”, want de laatste tijd zie ik een hoop mails en blogs over auteursrechten in algemene voorwaarden. Recent bleek ook weer Google+ een regeltje te hebben dat je rechten op alles dat je daar plaatst, op zou eisen. Eerder blogde ik al over Dropbox en Twitpic met vergelijkbare regels. En het Accept or Decline-onderzoek liet ook duidelijk zien dat dit speelt.

In principe kunnen de gebruiksvoorwaarden van een website niet je auteursrechten opeisen. De reden is simpel: de Auteurswet eist een akte, een schriftelijk en ondertekend document waarin staat wat er wordt overgedragen en aan wie. Nu kan zo’n akte elektronisch worden opgesteld sinds een tijdje, maar het vereiste van de handtekening blijft gelden. En die zet je niet onder de gebruiksvoorwaarden van een site. Dus heb je geen rechten overgedragen door met gebruiksvoorwaarden akkoord te gaan.

Wel kunnen gebruiksvoorwaarden een (al dan niet brede) licentie eisen op hetgeen je uploadt naar of verstuurt via de dienst. De Google+ licentie eist bijvoorbeeld

a perpetual, irrevocable, worldwide, royalty-free, and non-exclusive license to reproduce, adapt, modify, translate, publish, publicly perform, publicly display and distribute any Content which you submit, post or display on or through, the Services.

maar zoals ondertussen gebruikelijk nadat daar heisa over komt, met deze zin er achteraan:

This license is for the sole purpose of enabling Google to display, distribute and promote the Services and may be revoked for certain Services as defined in the Additional Terms of those Services.

met, toegegeven, het sneaky werkwoord ‘promote’ erin. Oftewel Google mag je foto op een shirt zetten en dat verkopen bij de grote Google+ conferentie volgend jaar.

In de praktijk denk ik dat het wel meevalt met die brede licenties. Het zou een bedrijf zo veel badwill opleveren als men werkelijk ineens tshirtshopjes ging beginnen met de foto’s van haar gebruikers, dat ik me niet kan voorstellen dat iemand dit zal doen. En je kunt daarom denk ik ook wel juridisch betogen dat een dergelijke brede licentie onredelijk bezwarend is jegens de gebruiker van de site. Er is geen enkele legitieme reden om zo’n onbeperkte licentie te eisen, dus mag het niet.

Hetzelfde geldt voor het opeisen van auteursrechten. Er zijn juridische trucs om het akte-probleem te omzeilen. Zo kun je opnemen dat de gebruiker verplicht is om op verzoek mee naar de notaris te gaan en een akte te ondertekenen die hem dan onder de neus geschoven zal worden. Die verplichting is op zichzelf nog geen akte, dus je hoeft niet te tekenen om daaraan vast te zitten. Dit is ‘gewoon’ een algemene voorwaarde waar je mee akkoord kunt gaan door een dienst te gebruiken. Maar dit lijkt me nog véél onredelijker dan een brede licentie opeisen. Ik zie het dus niet gebeuren dat een rechter dit zal toewijzen.

Hm. Misschien wordt het tijd voor een zwarte en grijze lijst voor gebruiksvoorwaarden? Tijd voor een zomerspecial, aangezien ik weer bijna met vakantie ga: wat voor soort voorwaarden van websites zou nu echt eens verboden moeten worden, en welk type voorwaarden dient met de nodige argwaan benaderd te worden?

Arnoud

of lees de 11 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress