Even snel je rechten kwijt bij het maken van een cartoon

15 april 2008, 8:22 - Geplaatst onder: Contracten - 6 reacties

Bij Willem Karssenberg een leuke site, de BeFunky cartoonizer. Deze maakt een cartoon van een foto met een paar simpele muisklikken. Maar één van de reaguurders wees terecht op de gebruiksvoorwaarden met de gebruikelijke veel te eenzijdige en brede claims:

By posting messages, uploading files, inputting data, or engaging in any other form of communication through the Site, you grant us a royalty-free, perpetual, non-exclusive, unrestricted, worldwide license to use, reproduce, modify, adapt, translate, enhance, transmit, distribute, publicly perform, display, or sublicense any such communication (including your identity and information about you) in any medium (now in existence or hereinafter developed) and for any purpose, including commercial purposes, and to authorize others to do so.

Voor de niet-juristen: als u iets uploadt naar BeFunky, geeft u ze onbeperkte toestemming tot in den eeuwigheid om alles te doen met uw upload dat ze maar goeddunkt. Inclusief commerciële exploitatie op manieren die nu nog niet eens bedacht zijn.

Sjonge. Dat is nu de zoveelste keer dat ik zulke overdreven en eenzijdige claims in een gebruiksovereenkomst zie.

Kun je daar nu wat aan doen? In het geval van Adobe Photoshop Express was publieke druk genoeg om ze de voorwaarden te laten aanpassen. Maar een bedrijfje als BeFunky heeft minder exposure en zal hier dus minder snel wakker van liggen.

Toch zie ik hier wel mogelijkheden, zeker in de situatie waarin een consument gebruik maakt van de dienst. Deze bepaling uit de gebruiksovereenkomst zou ik zien als een algemene voorwaarde, en die mogen niet onredelijk bezwarend zijn. Een zo eenzijdig geformuleerde licentie die via algemene voorwaarden wordt opgeëist, lijkt mij duidelijk onredelijk bezwarend. De rechter zal zo’n bepaling dus al snel vernietigen als blijkt dat BeFunky meer doet met het materiaal dan er een cartoon van maken en die laten zien aan de uploader.

Arnoud

of lees de 6 reacties

De rechtsgeldigheid van software-EULA’s

5 april 2008, 10:26 - Geplaatst onder: Open source, Contracten - 40 reacties

Zijn EULA’s rechtsgeldig? Die vraag is altijd goed voor een flink debat wanneer er weer eens een EULA met rare bepalingen opduikt. “De rechtsgeldigheid van een EULA wordt door sommigen betwijfeld”, zo meldt bijvoorbeeld Wikipedia. Maar er is geen duidelijk “ja” of “nee” te geven op zo’n algemene uitspraak.

De term “EULA” staat voor “End-User License Agreement” en wordt gebruikt om softwarelicenties aan te duiden die een bedrijf aan een consument (eindgebruiker) geeft. Een licentie is een contract. Om dus te kijken of een EULA “rechtsgeldig” is, moet je deze langs de regels van het contractenrecht leggen. Daarbij zijn vier stappen te onderscheiden:

  1. Totstandkoming van een overeenkomst
  2. Terhandstelling van de EULA-voorwaarden
  3. Vernietigbaarheid van de EULA-voorwaarden
  4. Strijd met hoger recht

Totstandkoming van een overeenkomst
De eerste vraag bij elke overeenkomst is of er eigenlijk wel een overeenkomst is. Daarvoor is nodig dat de ene partij een aanbod doet dat de ander aanvaardt. Bij een EULA is het aanbod een gebruiksrecht voor de software. Wie software rechtmatig verkrijgt (koopt in de winkel of downloadt bij de fabrikant of een geautoriseerde verspreider), heeft echter strikt gesproken geen EULA nodig.

Praktisch punt is wel dat vrijwel alle software tijdens de installatieprocedure je verplicht de EULA te aanvaarden. Doe je dat niet, dan kan de installatie niet worden voltooid. Dat is op zich een geldige constructie. De leverancier is niet verplicht om je de keuze te geven tussen een EULA of het beperkte wettelijke gebruiksrecht.

Natuurlijk ben je vrij om de EULA vervolgens niet te aanvaarden. Je mag dan de software niet gebruiken, en dat is natuurlijk wel zuur als je voor de software betaald hebt. De winkel zal de software niet terugnemen, omdat de doos geopend is. En bij een betaalde download is het al helemaal praktisch onmogelijk om de software te retourneren. Daar wringt iets: de leverancier kan toch niet zomaar voorwaarden opleggen en het tegelijkertijd onmogelijk maken om die af te wijzen? Dat klopt, en om te kijken hoe dat uitpakt voor EULA’s, moeten we naar het recht van de algemene voorwaarden.

Terhandstelling van de EULA-voorwaarden
De voorwaarden uit de EULA zijn voor elke klant hetzelfde. Daarmee zijn ze juridisch aan te merken als algemene voorwaarden. De belangrijkste eis is dan dat ze voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld zijn, en ook nog eens op de juiste manier.

Dat roept dus de vraag op wanneer de overeenkomst gesloten is. Bij een aankoop is goed te verdedigen dat je de overeenkomst sluit wanneer je het geld betaalt en de software verkrijgt (in een doos of als een download). In dat geval zijn de EULA-voorwaarden niet van toepassing, omdat ze pas na het sluiten van de overeenkomst worden getoond.

Sommige sites verplichten kopers dan ook om akkoord te gaan met de EULA voordat ze de software mogen downloaden. Bij verkoop van software in dozen kan de EULA dan in een heel klein lettertype worden afgedrukt op de achterkant van de doos. Dat mag, zolang het maar voor een redelijk mens leesbaar is. In die situaties is de EULA gewoon van toepassing.

Een EULA die pas na een betaalde download wordt getoond, of die pas te lezen is na het openen van de dichtgesealde doos, is dus niet tijdig ter hand gesteld. Tenzij je er vanuit gaat dat de EULA en de koopovereenkomst twee gescheiden overeenkomsten zijn.

Maar er is nog een tweede eis: de EULA moet op de juiste manier ter hand gesteld zijn. De hoofdregel is dat je een stuk papier moet krijgen waar de EULA op staat. Wanneer de EULA alleen op het beeldscherm in te zien is, is sprake van een overeenkomst langs elektronische weg. De wet zegt dan dat de EULA op een zodanige wijze moet worden getoond dat deze door de gebruiker kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Met een PDF of Word-bestand in de zipfile is aan die eis voldaan.

Tekst in een venstertje voldoet in beginsel niet aan deze eis. Het kunnen opslaan en later inzien is een belangrijke eis bij elektronische overeenkomsten. Er is echter vaak geen manier om achteraf nog eens de EULA na te lezen (probeer het voor de grap eens te vinden bij uw gekochte software). Natuurlijk zou je zelf de tekst kunnen proberen op te slaan, bijvoorbeeld door de tekst via kopiëren en plakken in een Word-bestand te stoppen. Maar zo veel moeite doen is niet de bedoeling van dit wetsartikel. In sommige gevallen is het trouwens onmogelijk om tekst te kopiëren uit het EULA-venster.

Vernietigbaarheid van de EULA-voorwaarden
Omdat EULA’s algemene voorwaarden zijn, mogen ze niet onredelijk bezwarend zijn. Bij consumenten als eindgebruikers geldt er bovendien een zwarte en grijze lijst met ‘verboden’ bepalingen. Een EULA-bepaling die daarmee in strijd is, kan dus worden vernietigd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitsluiting van aansprakelijkheid of een beding dat een Californische arbiter de enige is die mag beslissen over een geschil.

EULA’s zijn vaak erg streng: de software mag maar op één PC worden geïnstalleerd, en niet worden gekopieerd laat staan verspreid. Maar “streng” is nog niet hetzelfde als “onredelijk bezwarend”. Je zult als gebruiker moeten bewijzen dat de leverancier deze eis redelijkerwijs niet mag opleggen, of dat hij in een concrete situatie niet werkbaar voor jou is. De zwarte en grijze lijst draaien voor een aantal situaties die bewijslast om.

Strijd met hoger recht
In contracten mag je veel met elkaar afspreken. Op sommige plekken heeft de wetgever een grens getrokken: dit zijn de wetsbepalingen van dwingend recht. Hiervan mag je niet in je EULA afwijken. Zo heeft de verkrijger van een stuk software het recht om daarvan een backup te maken, ongeacht wat in de overeenkomst staat. Maar zulke bepalingen zijn wel de uitzondering.

Naast zo’n keihard, specifiek verbod zijn er ook nog meer algemene normen waaraan je een EULA zou kunnen toetsen. Zo mogen contractsbepalingen niet in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid, en zou je zelfs kunnen betogen dat een bepaalde bepaling uit een EULA in strijd is met een grondrecht zoals privacy of vrije meningsuiting. Sommige EULA’s verbieden bijvoorbeeld het publiceren van resultaten van benchmarks van de software zonder toestemming van de maker.

Aantonen dat sprake is van een inbreuk op een grondrecht zal niet meevallen. Een EULA mag best beperkingen stellen aan grondrechten, zolang die beperkingen maar niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het doel. Die benchmarkbepaling zou bijvoorbeeld best gerechtvaardigd kunnen zijn bij een testversie die bij een select publiek verspreid wordt.

Samenvattend: EULA’s zijn in beginsel een rechtsgeldige manier om gebruikers van software bepaalde voorwaarden op te leggen. Wel moet de gebruiker ze tijdig hebben kunnen inzien, en bij elektronische teksten ze ook hebben kunnen opslaan. Bepalingen uit een EULA zijn te vernietigen als ze onredelijk bezwarend zijn, of als de gebruiker kan aantonen dat ze botsen met een hoger recht. Maar dat zal eerder de uitzondering dan de regel zijn.

Arnoud
De foto van de CD uit de envelop is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

of lees de 40 reacties

Vooruit betalen bij webwinkels, mag dat?

8 februari 2008, 8:26 - Geplaatst onder: Contracten - 2 reacties

In september schreef ik in de pizzaboer op afstand over de problemen bij vervalste bestellingen via internet. Je kunt een product bestellen, vervolgens keihard ontkennen dat je het besteld hebt en het dan houden omdat het een “ongevraagd toegezonden artikel” is. Fraude natuurlijk, maar bewijs het maar als webwinkel. Daarom schreef ik:

Een slimme webwinkel laat de klant dus eerst betalen. Dan speelt deze hele discussie niet. De winkel heeft zijn geld, en de ontvanger van het product is óf blij met het bestelde, óf hij kiepert het in de vuilnisbak. Maar dat is niet meer de zorg van de winkel.

Een oplettende lezer wees me op artikel 7:26 BW, dat zegt dat je als consument ten hoogste tot vooruitbetaling van 50% van koop verplicht kunt worden. Dus mag dat eigenlijk wel, alles vooruit betalen?

Deze bepaling is geen dwingend recht (art. 7:6 BW). Dat wil zeggen dat je samen wat anders mag afspreken, en dat gaat dan boven de normale regel. Alleen mag je die afspraak niet in je algemene voorwaarden maken, zo staat in datzelfde 7:6 BW. Je moet expliciet met elke klant apart afspreken dat hij alles vooruit zal betalen.

Dat zou dus goed moeten gaan bij webwinkels. Bij het afrekenen vraag je hem of hij direct wil betalen via bijvoorbeeld iDEAL, of hij een acceptgiro wil of dat hij met zijn creditcard wil betalen. Op die manier bied je elke klant de keuze, en daarmee is het geen algemene voorwaarde meer dat je vooraf moet betalen. Zo is het geheel legaal.

Een winkel die alleen vooruitbetaling via iDEAL biedt, en geen mogelijkheid biedt om b.v. onder rembours te bezorgen of met acceptgiro te betalen bij ontvangst, schendt mogelijk de Nederlandse wet. Maar ik geloof niet dat er webwinkels zijn die alleen iDEAL-betalingen accepteren.

Wel zijn er genoeg webwinkels die alleen een creditcard als betaalmogelijkheid hebben. Dat is geen probleem. Je moet bij het plaatsen van de bestelling toestemming geven om het bedrag van je kaart af te halen, maar het bedrag wordt pas op het moment van aflevering belast. Dat is geen vooruitbetaling in de zin van artikel 7:26 lid 2 BW, zo vond de rechter in de HCC/Dell zaak over de algemene voorwaarden van webwinkel Dell. Daarover trouwens zeer leesbaar is Toetsing van algemene voorwaarden aan koop via internet van Louwrens Phoelich.

Bij webwinkels geldt trouwens nog de bijzondere eis dat de verkoper zijn (fysieke) adres moet melden als vooruitbetaling van de prijs of een gedeelte daarvan verplicht is (7:46c lid 1 sub a BW). Dan weet je dus (als het goed is) waar je heen moet om je geld terug te vragen.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Hoe kom je onder een opzegtermijn uit?

29 januari 2008, 8:49 - Geplaatst onder: Contracten - 12 reacties

Er is veel klein leed bij internetgebruikers in hun relatie met de provider, zo blijkt uit de vele reacties over mijn artikel over contracten met internetproviders. Eén van de gemailde vragen ging over de opzegtermijn: deze lezer had een jaarabonnement met een opzegtermijn van drie maanden. Die had hij met een week gemist. Zit hij nu werkelijk voor weer een jaar vast aan het contract?

Als je snel bent, en je provider een beetje coulant, zou een weekje te laat opzeggen geen probleem moeten zijn. Maar dat is een gunst en geen recht: als de voorwaarde drie maanden zegt, moet je voor die tijd opzeggen. Meestal.

Want drie maanden opzegtermijn is wel erg lang voor een jaarabonnement, zeker omdat een provider meestal vrij weinig hoeft te doen om een abonnement te beëindigen. Hooguit moet er een ADSL- of kabelmodem terug, en daar is echt geen drie maanden voor nodig.

De wet stelt dan ook regels over lange opzegtermijnen. Op de zogeheten grijze lijst van “vermoedelijk onredelijk bezwarende” algemene voorwaarden staat dit:

Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een beding dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan drie maanden of langer dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst kan opzeggen.

Inderdaad, meer dan drie maanden. De provider zit hier dus precies op de grens, zo lijkt het. Maar nee. Het feit dat meer dan drie maanden in principe verboden is, betekent niet dat een opzegtermijn van drie maanden dus toegestaan is. Je mag de grijze lijst niet a contrario toepassen, zoals juristen dat noemen.

Wel is het zo dat nu de bewijslast bij de klant ligt. Die moet aantonen dat drie maanden onredelijk bezwarend is. Als de termijn meer dan drie maanden was, dan werd de bewijslast omgekeerd en moest de provider aantonen dat de termijn juist wel redelijk was. Wat meestal niet lukt; zie bijvoorbeeld LJN AU0617 waar een opzegtermijn van maar liefst negen maanden ongeldig werd verklaard.

Als het de klant lukt om aan te tonen dat de opzegtermijn onredelijk lang is, dan zal de rechter de bepaling over opzegtermijn in zijn geheel schrappen (”vernietigen”). Je mag dan zelfs 1 dag voor het einde van het contract nog opzeggen. Maar omdat voor elkaar te krijgen, moet je vrees ik wel naar de rechter, want het bedrijf zal zich niet snel laten overtuigen door zo’n argumentatie.

Misschien aardig om gelijk een mini-poll te houden: ik heb dertig dagen opzegtermijn bij mijn provider, en jullie?

Arnoud

of lees de 12 reacties

Typefout bij prijs LCD-televisie niet bindend voor webwinkel

22 januari 2008, 17:05 - Geplaatst onder: Contracten - 4 reacties

Otto hoeft geen lcd-televisies te leveren voor 99 euro, ook al stond de tv eind 2006 voor deze prijs op de website. Dat meldt NU.nl naar aanleiding van het arrest in hoger beroep van de Stichting Postwanorder. Een hele opluchting voor veel webwinkels. Een typefout betekent niet dat je automatisch vastzit aan het getoonde aanbod.

OTTO bood HD-Ready Philips LCD-televisies te koop aan, en vermeldde daarbij een prijs van 99 euro. Dit terwijl de apparaten al gauw een paar duizend euro kosten. Nu mag je natuurlijk best eens flink stunten, maar in dit geval was het -aldus OTTO- een programmeerfoutje in het computersysteem (CMS). Daar stond tegenover dat de besteller een bevestiging per e-mail kreeg dat zijn bestelling ontvangen was. Mag hij er dan niet vanuit gaan dat de bestelling voor dat bedrag geaccepteerd is?

Nee, aldus het Hof. OTTO stuurde die mail alleen maar omdat ze van de e-commerce wetgeving (art. 6:227c BW) verplicht zijn ontvangstbevestigingen van geplaatste bestellingen te sturen. Dat is dus geen “opdrachtbevestiging” of bewijs van een totstandkoming van een overeenkomst. Het Hof vindt dan ook bewezen dat OTTO niet gewild heeft deze LCD-televisies voor 99 euro te verkopen.

Het zou natuurlijk een mooie boel worden als iedereen maar vanalles kan aanbieden en dan zeggen dat hij het eigenlijk niet zo bedoeld heeft. Vandaar dat artikel 3:35 BW zegt dat als er gerechtvaardigd vertrouwen aan de kant van de koper is opgewekt, de verkoper niet meer onder de overeenkomst uit kan. Wanneer is er gerechtvaardigd vertrouwen?

Bij de beantwoording van deze vraag moet uitgegaan worden van een gemiddelde consument, dat wil zeggen een gemiddeld geïnformeerde consument. Van een consument, die van plan is een lcd televisie te kopen, mag namelijk verwacht worden dat deze zich tevoren globaal heeft georiënteerd op de prijzen van lcd televisies.

Daarbij moet je op deze factoren letten:
a) het soort product: hier een HD ready breedbeeld lcd televisie
b) het soort merk: hier het A-merk Philips
c) productfactoren die iets zeggen over de prijs: hier een beelddiameter van 80 cm
d) de aangegeven prijs: hier dus € 99,90 dan wel € 99,00
e) aanduidingen bij het product: hier in rode hoofdletters de vermelding ‘NIEUW’,
f) aanduidingen die kunnen wijzen op een stuntaanbieding, een ‘prijsknaller’ of een anderszins ‘bijzonder’ aanbod: hier niets van te zien

Een gemiddeld geïnformeerd consument weet, althans behoort te weten, dat de prijzen van een televisie van het soort onder a t/m c variëren van circa € 700,00 tot ongeveer € 1.300,00. Zeker als ze nieuw in de collectie zitten. De aangegeven prijs is zodanig laag dat er wel heel grote aanduidingen zoals onder f aangegeven bij moeten staan, wil die nog geloofwaardig zijn.

Bovendien hoort de consument bij een dusdanig lage prijs op onderzoek uit te gaan (art. 3:11 BW, zo ook mijn oma). Iets dat te mooi lijkt, zal ook wel te mooi zijn. Je had even met OTTO kunnen bellen of mailen, of bijvoorbeeld op een prijsvergelijkingssite kunnen kijken. Dat had iemand op Tweakers ook gedaan, en die kreeg meteen te horen dat de prijs van de LCD-tv en de bijpassende muurbeugel omgedraaid waren.

Waarom het na al die (volgens OTTO opvallend veel mannelijke) klanten met vragen over de prijs nog een paar dagen moest duren voor de prijs gecorrigeerd was, is me niet duidelijk. Maar het feit dat OTTO de prijs zeven dagen had laten staan, blijkt niet relevant. OTTO kan tenslotte niet elke dag al haar prijzen controleren op eventuele typefouten. Update (23 januari) Hierover kritisch Menno Weij. Weij wijst terecht op de zorgplicht van OTTO om de fout zo snel mogelijk te herstellen.

Eerder had Steven Ras nog aangetoond dat OTTO’s beroep op haar algemene voorwaarden hier niet opging. Maar dat blijkt geen probleem: deze prijs is zodanig laag dat je als consument behoort te weten dat dit een fout is.

Enigszins opmerkelijk vond ik nog het taalgebruik (”dat het een stuntaanbod was of zo” in de samenvatting).

(Afbeelding LCD-tv via Tweakers)

Arnoud

of lees de 4 reacties

Hoe omzeil ik een softwarelicentiezegel

21 december 2007, 12:58 - Geplaatst onder: Grappig, Hacken, Contracten - Geen reacties

Hoe omzeil ik een licentiestickerDoor dit zegel te verbreken, aanvaardt u de licentievoorwaarden. Dat is een bekende tekst bij EULA’s of software-licenties. Omdat je de CD met de software niet uit de envelop krijgt zonder het zegel te verbreken, kan de maker van de software nu eenvoudig bewijzen dat je de EULA geaccepteerd hebt.

Niet helemaal, zoals uit de foto hiernaast blijkt. Dit was een zeer creatieve oplossing van ene Wellington Grey. En ja, hij mag nu de software installeren en gebruiken. Hij heeft deze rechtmatig verkregen, en dan zegt art. 45j Auteurswet dat je de software mag gebruiken. Het blijft natuurlijk verboden om deze te kopiëren en te verspreiden.

De rest van de presentatie gaat verder over de DMCA en waarom die dit zou verbieden als hij ook op niet-digitale zaken van toepassing zou zijn. De analyse rammelt nogal; de DMCA verbiedt het hacken van beveiliging van software, maar welke beveiliging wordt hier gehackt? Een knopje “Akkoord met licentie” omzeilen is echt geen beveiliging van de software. Maar dat is iets voor een andere keer.

De hierboven getoonde foto is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

Arnoud

als eerste

Sorry, maar dat staat nu eenmaal in onze algemene voorwaarden (Jurofoon)

27 november 2007, 8:47 - Geplaatst onder: Contracten - Geen reacties

Laat je niet van de wijs brengen als de winkelier zegt dat het nu eenmaal in de algemene voorwaarden staat, zo schrijft Jurofoon. Algemene voorwaarden blijven een lastig onderwerp. Op vrijwel elke koop, elk contract en zelfs de meeste diensten op internet zijn algemene voorwaarden van toepassing. Deze kleine lettertjes (maar niet té klein) zijn echter berucht vanwege hun vaak zeer eenzijdige inhoud.

Wie de moeite neemt ze toch door te lezen, verdwaalt al snel in de juridische termen en lange volzinnen. Toch zijn de algemene voorwaarden zeer belangrijk, omdat ze de rechtsverhouding bepalen tussen de consument en een winkelier, met name wanneer er onenigheid ontstaat over de levering, defecten aan het product, de schadevergoedingsplicht, de betaling enzovoort. Ze zijn bovendien voor beide partijen erg handig. Als je een aankoop doet, ga je meestal mondeling akkoord of leg je de belangrijkste afspraken schriftelijk vast in een contract van één A4′tje. Stel je eens voor dat je bij elke aankoop ook nog moet onderhandelen over alles wat eventueel mis kan gaan en wat daar de juridische gevolgen van zijn!

De eerste vraag is altijd of ze wel rechtsgeldig ter beschikking zijn gesteld. Zo niet, dan gelden ze simpelweg niet. Dat moet in principe op papier, alhoewel je soms ook kunt volstaan met aanbieden via de website. De bewijslast dat ze overhandigd zijn ligt bij de gebruiker trouwens, niet bij de consument.

Ook inhoudelijk zijn er grenzen. Bij contracten mag je in principe alles afspreken, maar algemene voorwaarden zijn meestal niet onderhandelbaar. Daarom is de wet daar strenger: die mogen niet “onredelijk bezwarend” zijn. Zo kan de directie zich honderd keer niet aansprakelijk stellen, hun aansprakelijkheid blijft meestal gewoon staan.

Lees meer bij Jurofoon.

Arnoud

als eerste

“U mag alleen publiek domein materiaal hosten”

15 november 2007, 8:23 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Grappig, Contracten - Geen reacties

Uit de algemene voorwaarden van Nuleurohosting (dat trouwens 8,95 per jaar administratiekosten rekent, maar goed):

De door op uw webspace geplaatste bestanden mogen niet auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten. Het delen van ‘illegale’ bestanden kan tot ontbinding van de overeenkomst leiden.

Nu snap ik wat ze bedoelen, maar kunnen we allemaal eens ophouden met “beschermd” gelijk te stellen aan “spul dat je niet mag delen op internet”?

Elk werk, ook deze blogpost en uw eventuele reactie hieronder, is auteursrechtelijk beschermd. Pas als u zeventig jaar dood bent, is uw werk publiek domein. Het is dus juridisch volstrekte onzin om een verbod op het plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal te hanteren.

Wat ze bedoelen, is een verbod op het plaatsen van materiaal zonder toestemming, zonder licentie van de auteursrechthebbende. En dat is natuurlijk een verstandig verbod.

Via Danny.

Arnoud

als eerste

Algemene voorwaarden zonder vergrootglas

29 oktober 2007, 12:34 - Geplaatst onder: Grappig, Contracten - 2 reacties

Kleine lettertjes ok, maar niet te klein alstublieft. Algemene voorwaarden moet je ter hand stellen voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Omdat dat vaak grote lappen tekst zijn, is de neiging er al snel om ze zo klein mogelijk af te drukken. Maar dat kan fout gaan, zo bleek uit dit vonnis over de voorwaarden van Canal Digitaal:

De kantonrechter constateert dat de door Canal Digitaal overgelegde algemene voorwaarden inderdaad (in elk geval zonder vergrootglas) voor een gemiddeld mens volstrekt onleesbaar zijn. Daarmee heeft Canal Digitaal niet aan haar plicht tot terhandstelling voldaan, zodat [gedaagde] terecht de vernietiging van de algemene voorwaarden heeft ingeroepen.

UPDATE: Jurofoon heeft de PDF gevonden, en die lettertjes zijn inderdaad wel heel erg klein. Jurofoon schrijft:

Op een computerscherm is de tekst pas goed leesbaar als je inzoomt op 200 of 300%. Als je de tekst selecteert en plakt in een tekstverwerker, blijken zeven (!) pagina’s nodig te zijn in een normaal lettertype.

Terecht dus dat de rechter oordeelde dat die algemene voorwaarden niet van toepassing kunnen zijn.

Via Solv.

Arnoud

of lees de 2 reacties

“Het bekijken van onze HTML-code is verboden”

24 oktober 2007, 12:18 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Meningsuiting, Grappig, Contracten - Geen reacties

Weer eentje in de categorie maffe algemene voorwaarden: de User Agreement/Privacy Policy van Dozier Internet Law.

As you may know, you can view the HTML code with a standard browser. We do not permit you to view such code since we consider it to be our intellectual property protected by the copyright laws. You are therefore not authorized to do so.

Grapjassen. Moet ik nog citaatrecht zeggen?

U kent Dozier misschien nog van hun auteursrechtelijk beschermde blafbrief.

Via Techdirt.

Arnoud

als eerste
« Vorige PaginaVolgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress