Hugenholtz boos op Europese Commissie over 95 jaar naburige rechten

27 augustus 2008, 8:55 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 10 reacties

Professor Bernt Hugenholtz stelt zich in een open brief aan de Europese Commissie zeer kritisch op over het zogeheten forward-looking package van diezelfde Commissie. Naast een ongetwijfeld interessant Groenboek bevat dit voorstel namelijk een voorstel tot verlenging van de bescherming voor naburige rechten (op geluids- en filmopnames) van 50 naar 95 jaar na opname. “The extended term would benefit performers who could continue earning money over an additional period.” staat er dan ook doodleuk als motivatie in het voorstel bij.

Het Instituut voor Informatierecht, waar Hugenholtz directeur van is, heeft de afgelopen jaren twee uitgebreide studies uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie over de consequenties van verlenging van auteursrechten en naburige rechten. De conclusie: niet doen, die verlenging.

In het vooruitkijkend pakket staat echter geen enkele verwijzing naar deze studies. Sterker nog, in het voorstel staat dat er geen noodzaak was om bij de consultatie enige externe expertise in te schakelen. Leuk inderdaad, als twee jaar werk op die manier afgepoeierd wordt. Vooral als ze dan precies met die argumenten komen die jij in dat werk keurig weerlegd hebt.

En ja, het voorstel is echt alleen gebaseerd op het idee “anders verliezen artiesten hun inkomsten.” Geluidsopnamen uit de jaren ‘50 en ‘60 zijn binnenkort namelijk publiek domein. Mooi, zou ik denken. Maar nee, dat zou betekenen dat artiesten “lose all of their contractual royalty income or statutory remuneration for broadcasting and communication to the public over the next ten years. This would have considerable social and cultural impacts.”

Waarom het erg is dat mensen die royalties kwijtraken, staat er niet bij. Dat kan ook niet, want daar is geen fatsoenlijke motivatie voor te geven. Zoveel wordt wel duidelijk uit de studies van het IViR. Nou mag je het daar best mee oneens zijn - zoals de Commissie ook duidelijk is - maar het is dan wel zo netjes om aan te geven waarom en wat dan je tegenargumenten zijn.

Uit de brief:

By wilfully ignoring scientific analysis and evidence that was made available to the Commission upon its own initiative, the Commission’s recent Intellectual Property package does not live up to this ambition. Indeed, the Commission’s obscuration of the IViR studies and its failures to confront the critical arguments made therein seem to reveal an intention to mislead the Council and the Parliament, as well as the citizens of the European Union.

Inderdaad.

Via Livre.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Hoe een printer aangeklaagd werd voor auteursrechteninbreuk

26 augustus 2008, 8:16 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Beveiliging - 3 reacties

printer-aangeklaagd-dmca.jpgEen netwerkprinter aan de University of Washington kreeg een DMCA takedown notice omdat deze zich bezig zou hebben gehouden met illegale verspreiding van films via peer-to-peer netwerken. Nee, niet door ze uit te printen. Netwerkprinters hebben ook IP-adressen, en die adressen kunnen opduiken in filesharing netwerken, waar organisaties zoals Mediasentry weer door getriggerd worden om blafbrieven te sturen.

Om aan te tonen dat dit proces vaak onzorgvuldig en op basis van te weinig bewijs gebeurt, hebben onderzoekers van deze universiteit een aantal simpele technieken bedacht waarmee opzettelijk onjuiste aanmeldingen in filesharing netwerken gedaan worden. Zo kunnen zij elk het doen voorkomen alsof een willekeurig IP-adres elke gewenste film in de aanbieding heeft. Omdat die toezichthoudende clubs niet controleren of die film ook werkelijk daar op te vragen is, kan het dus gebeuren dat een volstrekt onschuldige printer ineens een takedown notice krijgt.

Naast kwaadwillenden die anderen erbij willen lappen, is het ook mogelijk dat mensen per abuis voor illegale filesharers worden aangezien. Vrijwel iedereen gaat het internet op met een dynamisch IP-adres, dat bij elke sessie op internet verandert. Stel iemand gaat met zo’n IP-adres zijn collectie adverteren op een filesharing netwerk, maar verliest ineens zijn internetverbinding omdat hij per ongeluk de stekker uit de PC trekt. Dat IP-adres en de bijbehorende films blijven nog een tijdje ‘rondzingen’ op dat netwerk. In de tussentijd kan het adres alweer aan een nieuwe gebruiker zijn toegekend door de provider. Als de controleur daarna eens gaat kijken wie er nog illegale films in de aanbieding heeft, komt hij via de provider uit bij die nieuwe gebruiker.

Het volledige paper is als PDF beschikbaar. Het abstract:

We reverse engineer copyright enforcement in the popular BitTorrent file sharing network and find that a common approach for identifying infringing users is not conclusive. We describe simple techniques for implicating arbitrary network endpoints in illegal content sharing and demonstrate the effectiveness of these techniques experimentally, attracting real DMCA complaints for nonsense devices, e.g., IP printers and a wireless access point. We then step back and evaluate the challenges and possible future directions for pervasive monitoring in P2P file sharing networks.

Via Schneier on Security.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Weblicenties BUMA op losse schroeven

22 augustus 2008, 8:38 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Contracten - 5 reacties

loketten.jpgOeps: de BUMA mag geen licenties voor online muziekgebruik meer geven. Althans wanneer de website buiten Nederland te benaderen is. Dat blijkt uit een vonnis in kort geding dat gisteren werd gepubliceerd. BUMA is niet gerechtigd om licenties voor muziekwerk van buitenlandse artiesten te verkopen voor gebruik buiten Nederland.

Elk land heeft zijn eigen rechtenorganisatie. In Nederland is dat de BUMA, in Groot-Brittannië is dat de Performing Right Society (PRS), Deze organisaties hebben een leuk Europees kartel opgezet. Iedere organisatie geeft iedere andere organisatie het recht om licenties te geven voor bij hen aangesloten leden, maar alleen in het land waar die andere organisatie actief is. De BUMA mag dus licenties verkopen voor Britse muzikanten (die bij PRS zitten), maar alleen voor muziekgebruik in Nederland.

Nu is dat contract uit 1936 (ja, 1936) dus hoe er moest worden omgegaan met online muziekgebruik was nooit echt duidelijk geregeld. Na een tijdelijke regeling die in 2003 afliep, kregen PRS en BUMA kennelijk ruzie want er werd verder niets meer geregeld. In juli 2008 verkocht BUMA een licentie voor heel Europa aan Beatport.

Daar werd PRS heel boos om, en stapte naar de rechter. En die besliste nu dus dat BUMA daar het recht niet voor had:

De voorzieningenrechter in kort geding verbiedt de Nederlandse muziekrechtenorganisatie BUMA om licenties voor online muziekgebruik (via satelliet, kabel of internet) van het muziekrepertoire van de Britse muziekrechtenorganisatie PRS buiten Nederland aan te bieden, af te sluiten of daaraan uitvoering te geven. BUMA is niet bevoegd dergelijke licenties te verlenen, nu PRS haar die rechten nimmer heeft overgedragen. Een redelijke contractsuitleg van de wederzijdse overeenkomst tussen partijen brengt dat ook niet mee.

Dat maakt de waarde van een BUMA-licentie voor internetmuziekwinkels of webcasting stations dus behoorlijk twijfelachtig. Een treurige zaak, want zonder Europawijde licentie is een muziekwebsite niet of nauwelijks nog te opereren.

BUMA had terecht nog aangevoerd dat de bovengenoemde marktverdeling in feite een verboden kartel is (iets wat de Europese Commissie in 2000 ook al vond), maar de rechter vond dat geen aanleiding om het verbod te weigeren. Het enkele beperken tot een bepaald land is nog geen verboden marktverdeling.

Met een beetje pech zit elke Europese muzieksite straks ook achter zo’n irritante “wij kunnen aan uw IP-adres zien dat u uit Nederland komt en mogen u dus helaas geen muziek leveren” venstertje. Mooi is dat. Gelukkig is downloaden uit illegale bron nog steeds legaal bij ons.

Via Boek9.nl (!!!).

Arnoud

of lees de 5 reacties

AD wil principeuitspraak over citaatrecht bij nieuws

20 augustus 2008, 8:24 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Meningsuiting - Geen reacties

regioselect-eindhoven.png Het Algemeen Dagblad daagt de Telegraaf Media Groep voor de rechter wegens ‘onevenredig gebruik’ van zijn nieuwsberichten op de website Telegraaf Regioselect, Tweakers gisteren. Regioselect is een regionale nieuwsbrief van de Telegraaf, met daarin koppen en samenvattingen van artikelen op regionale nieuwswebsites. Volgens het AD wordt daarbij onrevenredig veel gebruik gemaakt van regionale edities van het AD. Het AD wil nu dan ook een principiële uitspraak over citaatrecht bij nieuws. Zo’n uitspraak kan ook bij weblogs en andere internetmedia erg belangrijk zijn.

Samenvatten en doorgeven van nieuws valt onder het citaatrecht (”citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen”), en belangrijker nog onder de zogeheten persexceptie. De pers heeft het recht om actueel nieuws over te nemen. Het is immers een belangrijke vorm van vrije meningsuiting om nieuws te kunnen melden. Wel moet het dan gaan om een “medium dat een zelfde functie vervult” als een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift. Een nieuwsbrief via internet lijkt me daar in principe wel onder te vallen. Alleen, de nieuwsbrief komt drie maal per week uit. Hoe actueel is de berichtgeving daarin nog?

De nieuwsbrief lijkt mij dan ook eerder een digitale knipselkrant. Ook die kunnen van de persexceptie gebruik maken, maar dat recht is wel beperkter dan bij actueel nieuws. Bij de parlementaire behandeling van de laatste aanpassing van de Auteurswet merkte de minister daarover op dat de grens zou liggen bij

de situatie waar het gebruik van nieuwsberichten een economisch zelfstandige betekenis krijgt en die ook een exploitatiebelang van rechthebbenden raakt, bijvoorbeeld omdat rechthebbenden in die behoefte met behulp van dienstverlening voorzien.

In die gevallen zou de zogeheten driestappentoets uit de Berner Conventie de doorslag moeten geven bij de vraag of er sprake is van een legitiem gebruik van de persexceptie. En dat zal neerkomen op de vragen of de “normale exploitatie” van de regionale AD-websites wordt aangetast, en of dat een onredelijke schade oplevert voor het AD.

In PCM vs. kranten.com werd erkend dat een overzicht van koppen met hyperlinks maken mocht, “om op deze wijze een overzicht van de berichten en artikelen in diverse media te geven.” Hoe belangrijk dat ‘diverse media’ was in dit vonnis durf ik niet te zeggen, maar ik zou verwachten dat het vonnis anders uitgevallen was als men zich maar op één site had gebaseerd.

Arnoud

als eerste

Welke schade lijdt een Creative Commonsgebruiker?

18 augustus 2008, 8:31 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 15 reacties

creative-commons.gifEen lezer wees me op dit interessante artikel van Dan Heller over schadevergoeding bij inbreuk op Creative Commonslicenties. Waar het artikel in het kort op neerkomt, is dat je in de VS nogal zwak staat bij inbreuk op Creative Commons foto’s. Je hebt namelijk geen schade omdat je de foto zelf al gratis op internet zet(!). En zonder schade geen schadevergoeding.

Is dat ook zo in Nederland, vroeg deze lezer zich af. Ja, ook in Nederland heb je dan een interessant probleem. Je kunt best schadevergoeding eisen, maar welke schade heb je als jouw CC-foto in een tijdschrift wordt gezet? Adam Curry kreeg bijvoorbeeld geen schadevergoeding van Weekend nadat ze zijn CC-BY-NC foto’s van Flickr hadden afgedrukt.

De commerciële waarde van de vier foto’s is echter gering te achten, nu zij reeds op internet voor eenieder toegankelijk zijn. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat de materiële schade die [eiser1] door het publiceren van de foto’s heeft geleden nog niet voldoende is weggenomen door het plaatsen van de onder 1f geciteerde mededeling en door het aanbod een vergoeding van € 1.500,- te betalen. … De conclusie tot zover is dat het schenden van de Licentie door gedaagden geen schade (meer) oplevert.

Het punt is dat je als fotograaf moet bewijzen dat je schade hebt. En dat is lastig als je je foto zelf al gratis weggeeft. Welke royalty had je dan gevraagd aan die inbreukmaker? Welk bedrag ben je misgelopen, of hoe veel ben je er nu op achteruit gegaan? En dat is vrij lastig, zo niet onmogelijk aan te tonen als je je foto’s gratis weggeeft.

Wel legde de rechter Weekend een verbod op om nog meer foto’s te publiceren, en koppelde daar een dwangsom van € 1.000,- per overtreding aan (met een maximum van € 20.000,-). En die dwangsom zijn dus een leuke variant op de ’statutory damages’ uit de VS. Dat is namelijk het grote dreigmiddel daar: de wet bepaalt daar dat je vaste bedragen mag eisen, tot anderhalve dollarton aan toe, mits je je werk maar vooraf geregistreerd hebt (17 USC 412).

Je zou eventueel nog winstafdracht kunnen vorderen (art. 27a Auteurswet), maar dan moet je wel bewijzen welk deel van de winst van de publicatie door jouw foto komt. Ook niet triviaal.

Wie heeft er succes met aanpakken van schenders van zijn Creative Commonslicentie?

Arnoud

of lees de 15 reacties

Mag je een foto imiteren?

13 augustus 2008, 8:23 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 10 reacties

Een lezer mailde me:

Ik ben fotograaf en verkoop onder andere foto’s van een standbeeld in mijn woonplaats. De manier waarop ik het heb gefotografeerd wijkt nogal af van hoe anderen het doen: ik fotografeer vanaf de achterzijde en gebruik ook een flinke telelens. Nu zag ik laatst bij een concurrent op de site een foto die wel heel sterk leek. Hetzelfde beeld, gefotografeerd vanuit hetzelfde standpunt en ook met telelens en ook nog eens op dezelfde manier uitgesneden. Het was wel een andere foto want er waren wolken te zien die er op mijn foto niet zijn. Is dit nu wel of geen inbreuk op mijn auteursrecht?

Het auteursrecht beschermt niet alleen tegen het letterlijk kopieren van een foto. Ook naschilderen van een foto is verboden. En dus ook het nabouwen van de compositie en het maken van dezelfde foto.

De lezer heeft alleen wel een ontzettend bewijsprobleem, want hoe kan hij laten zien dat de ander zijn foto heeft gebruikt ter “inspiratie” van zijn compositie? Is het gebruik van hetzelfde standpunt en een telelens voldoende bewijs, of zijn dat dingen die iedere fotograaf zou doen? Je kunt concurrenten niet verbieden de achterkant van een standbeeld te fotograferen lijkt me.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Auteursrechtenonderzoek in de praktijk (gastpost)

8 augustus 2008, 8:45 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 15 reacties

Hoe publiceer je legaal een werk waar geen auteursrechten opzitten?

Er zit een paradox in die vraag. Als er geen auteursrechten op een werk zitten, mag je het in het algemeen publiceren. Kom er tegenwoordig echter maar eens achter of er nog rechten op een werk zitten: dat is steeds lastiger.

De Verenigde Staten hadden eind 19e eeuw een goed werkend auteursrechtsysteem. Wie een auteursrecht wilde hebben, moest daar moeite voor doen (door middel van registratie en copyrightvermelding op het werk), en kreeg vervolgens zo’n recht voor een overzichtelijke termijn. Uitgevers konden ervan uitgaan dat als er geen copyrightvermelding op een werk stond, het werk vrij te gebruiken was. En omdat de helft van de werken publiek domein waren, kon je als uitgever daarmee nauwelijks de boot in gaan.

De logica achter dit systeem was simpel: degene die geld ging verdienen met het werk, de auteursrechthouder, was ook degene die erbij gebaat was kosten te maken. Als gevolg hiervan zaten er alleen auteursrechten op werken die ook echt werden uitgebaat.

Die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de verhouding tussen werken met auteursrechten en rechtenvrije werken behoorlijk scheefgetrokken in het voordeel van de eerste groep. Er zijn ook steeds meer werken die niet meer worden uitgebaat, maar waar nog wel rechten op zitten. (Auteursrechten beschermen werken? In welk opzicht?)

Als je een commerciële uitgever bent, dan is de oplossing simpel. Je stapt naar de partij toe die claimt rechten te bezitten, en betaalt die partij een licentie: ongeacht of het werk al dan niet in het publiek domein is. Het is namelijk een stuk goedkoper voorafgaand een relatief laag bedrag te betalen dan er later achter te komen dat degene die je niet hebt betaald toch een of ander raar recht in handen heeft.

Non-profits en kleine bedrijven hebben die luxe niet. De e-booksite Blackmask — immens populair onder de lezers van elektronische boeken, omdat de uitbater in tegenstelling tot veel van zijn concurrenten de markt van elektronische boeken begrijpt — kreeg enige tijd terug flink het deksel op de neus. Uitgever Conde Nast gebruikte een DMCA-nastygram om de hele site uit de lucht te halen nadat er vanuit Hollywood signalen kwamen dat men de Doc Savage-serie pulpboekjes wilde gaan verfilmen. Conde Nast had namelijk altijd op het standpunt gestaan de rechten tot die serie te bezitten, en Blackmask had de serie gedigitaliseerd en online gezet. Een probleem was ook dat dit een open and shut case leek: Blackmask kon daardoor naar eigen zeggen geen goede advocaat vinden die het bedrijf wilde vertegenwoordigen.

Het is mij niet duidelijk of Blackmask auteursrechtenonderzoek heeft gedaan. Dat zou overigens—voor een organisatie die de boeken gratis verspreidt—tamelijk prijzig kunnen zijn geworden. Er zijn namelijk geen renewal records van Doc Savage-boeken beschikbaar; voor de tijdschrift-renewals kon je destijds niet de online records voor tijdschriften raadplegen, want daar zaten de records voor Doc Savage nog niet tussen; in plaats daarvan moest je de records opzoeken in de spreekwoordelijke kelder achter de spreekwoordelijk kast achter het spreekwoordelijke bordje “pas op voor de loslopende tijger”. De goedkoopste oplossing is in zo’n geval het Copyright Office zelf het onderzoek laten uitvoeren à 150 dollar per uur.

Project Gutenberg, waar ik een vrijwilliger van ben, is een elektronische bibliotheek maar ook een organisatie voor rechtenonderzoek. Want als er één inbreukmakend boek zit tussen de tienduizenden die we publiceren, dan hebben we een serieus probleem. Project Gutenberg is een Amerikaanse organisatie, en zogeheten statutory damages in de V.S. zijn niet mals (maximaal 150.000 dollar per inbreuk). Het aanmoedigen van het digitaliseren van werken en het hosten van vrij verspreidbare werken is weliswaar ook belangrijk, maar dat kan desnoods worden uitbesteed (en dat gebeurt dan ook: digitalisatie aan Distributed Proofreaders, hosting aan Ibiblio.org).

Een copyright clearance voor Project Gutenberg, dat wil zeggen de controle of een werk wel in het publiek domein is, begint bij de vrijwilliger die het boek moet inscannen. Of een boek wel in het publiek domein is, zal deze scan provider eerst zelf moeten uitzoeken. Voor Amerikaanse boeken is dat vrij simpel: staat er een copyrightdatum in, dan weet je meestal genoeg.

Vervolgens maakt de scan provider scans van pagina’s die PG nodig heeft om zijn eigen onderzoek in te stellen. Vaak is dat de titelpagina, soms ook de verso (achterkant van de titelpagina) of de laatste pagina van het voorwoord bij de laatste druk. Dit zijn de pagina’s die informatie bevatten over de auteur en de publicatiedatum.

Zolang een boek voor 1923 is gepubliceerd, is voor PG eigenlijk alleen de copyrightdatum relevant. Uitzonderingsgevallen zijn bijvoorbeeld moderne uitgaven, maar puur om praktische redenen: vaak is een oude uitgave niet makkelijk te krijgen, omdat de weinige exemplaren die bestaan wel ingekeken mogen worden, maar niet op een scanner of kopieerapparaat mogen worden gelegd. Als je dan aannemelijk kunt maken dat grote delen van de nieuwe uitgave die samen een compleet werk vormen (bijvoorbeeld: een roman zonder het apparaat dat de moderne uitgever er door literatuurwetenschappers bij laat schrijven), overeenkomen met de oude uitgave, wil PG een copyright clearance in behandeling nemen.

De volledige verzameling clearance-regels staat hier. Onze regel nummer 6 is zelfs tamelijk beroemd, en dat hebben we te danken aan twee dingen: dat we het lef hebben moderne werken te herpubliceren ondanks dat het onmogelijk is een negatief te bewijzen (namelijk dat er geen auteursrecht meer op een werk zit), en aan ons harde werk om de Amerikaanse rechtendatabase voor romans te digitaliseren.

Mocht PG concluderen dat een werk inderdaad in het publiek domein is, dan worden er twee mailtjes verstuurd. Eén aan de scan provider, met daarin een unieke sleutel die kan worden gebruikt om een volledig werk te uploaden, en één aan David Price, wiens enige taak is een gigantische, publieke lijst met gereserveerde werken bij te houden, zodat vrijwilligers elkaar geen vliegen afvangen.

Het scanproces zelf kan nogal wat tijd kosten. Er is maar één consumentenscanner die pagina’s redelijk snel scant, de Plustek Opticbook, en die is met een prijskaartje van rond de 300 dollar een beetje duur voor de gemiddelde vrijwilliger. Ikzelf gebruik een goedkope scanner die circa 40 seconden over een A4-tje doet. Met nabewerking en dergelijke ben ik ongeveer anderhalve minuut per pagina kwijt. Een boek is gemiddeld zo’n 250 pagina’s lang. Al die mailtjes aan David Price besparen op deze manier heel wat vrijwilligersuren.

Voor Nederlandse vrijwilligers is een en ander een stuk lastiger, want zij moeten zich naar zowel Nederlands als Amerikaans recht richten. Dat Nederlandse uitgevers vaak geen publicatiedatum vermeldden maakt de zaken er niet makkelijker op.

Wat Blackmask is overkomen is niet uitzonderlijk. Zo krijgt Project Gutenberg regelmatig juridische dreigbrieven, en is de muziekbibliotheek IMSLP een tijd uit de lucht geweest na dreiging van een rechtszaak. Je kunt je afvragen hoezeer de dreiging van juridische repercussies burgers ervan weerhoudt volop gebruik te maken van het kleine beetje publiek domein wat ons rest. Dat de politiek zich hier geen zorgen over maakt, bevreemdt.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

of lees de 15 reacties

Niet-bestaande auteursrechten, deel 2 (gastpost)

28 juli 2008, 8:53 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie - Geen reacties

Sommige mensen, de meeste van hen waarschijnlijk solidaire lezers, vinden dat auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid. Over het algemeen wordt dit gezegd in referentie naar concrete, openbaar gemaakte werken, maar de uitspraak is ook dan te breed. Deze mythe is de gevaarlijkste van allemaal, omdat hij zo bijzonder redelijk klinkt. Hij lijkt ook veel op een verklaring die vaak van het auteursrecht wordt gegeven, namelijk dat dat recht bestaat om auteurs een kans te geven geld te verdienen met de distributie van hun werken. Het verschil is razend belangrijk: in het eerste statement krijgt een auteur sowieso geld, ongeacht de hoeveelheid arbeid die hij in een werk stopt én ongeacht de kwaliteit van het werk. De BKR-variant van het auteursrecht, zeg maar. Slechts een werk uitgeven is al genoeg.

Nergens op deze planeet is er iemand die gelooft dat arbeid automatisch recht geeft op beloning. Zou dat wel het geval zijn, zou ik morgen onmiddellijk beginnen met ongevraagde consultancyklussen—tegen het hoge tarief, dat spreekt. Buiten het sprookjesbos van het auteursrecht begrijpt iedereen dat er een overeenkomst moet zijn tussen werknemer en werkgever (of leverancier en opdrachtgever). De beloning is een resultaat van die overeenkomst. [bron]

Andere lezers geloven dat zij het recht hebben bestanden te delen, omdat zij menen dat auteurs al rijk genoeg zijn. Ik vermoed dat dit geloof ironisch genoeg het gevolg is van de hele mythologie is die door voorstanders van een harder auteursrecht rond dat recht werd geweven. Zo is daar het spookbeeld van de arme, hongerende artiest (zie bijvoorbeeld opmerkingen van ene Charlie McCreevy van de Europese Commissie over de op handen zijnde verlenging van bepaalde naburige rechten).

Lezers zijn niet dom: die merken hoeveel geld er in de uitgeverswereld omgaat. En aangezien de McCreevy’s van deze wereld erop blijven hameren dat het geld dat in die wereld omgaat een eerlijke beloning voor auteurs is, kan de lezer nauwelijks anders concluderen dan dat er een continuë stroom kruiwagens met goud op weg is naar de auteurs. Niemand zou een auteursrechtensysteem willen hebben dat voornamelijk uitgevers wat oplevert, dus moeten de voorstanders van een harder auteursrecht (uitgevers) blijven doen alsof er bergen geld naar auteurs gaan.

De praktijk is uiteraard een klein beetje anders. Als een auteur meer dan tien procent ontvangt van de winkelprijs van zijn werken, heeft zijn uitgever het gevoel gefaald te hebben. Dit geldt ook voor werken die elektronisch gedistribueerd worden, ook al zijn de kosten daarvan (50% in het geval van “analoge” verspreiding) vrijwel nihil. Het is ook niet ongebruikelijk een auteur simpelweg niet te betalen voor nieuwe distributiemethodes.

Ten slotte zijn er ook lezers die geloven dat goede werken worden onderdrukt ten faveure van middelmatige werken. Deze mythe is zo hardnekkig, omdat er een kern van waarheid in zit. Zo krijgen populaire rockbands disproportioneel veel geld uit radioheffingen in de VS en de EU. De berekening van de verdeelsleutel heeft hiermee te maken, en ook het feit dat kleinere acts vaak niet weten waar de ruif staat. [bron]

Een interessant voorbeeld: het jaarlijkse budget van de Science Fiction Writers of America wordt grotendeels gehaald uit Zweedse bibliotheekheffingen, die de organisatie voor zijn leden int. Er zijn veel landen waar leners dergelijke heffingen betalen, en het is waarschijnlijk dat niet elke auteur zijn deel krijgt, zeker als die auteur in het buitenland zit. [bron]

Maar net zo waar is dat auteurs weinig geld krijgen, omdat simpelweg veruit de meeste auteurs niet bijzonder goed in hun vak zijn. Een bewijs uit het ongerijmde: de slushpile. Een term uit de uitgeverswereld die slaat op de enorme stapel manuscripten waar een uitgever elk jaar doorheen moet waden om de enkele ruwe diamanten te vinden die hij gaat uitgeven. De meeste auteurs zijn precies zo populair als ze verdienen.

Dit zijn zo wat nieuwe mythen die rond het auteursrecht zweven. Als we ze leren herkennen, kunnen we voorkomen dat ze beleid en wet ten grondslag worden.

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

als eerste

Niet-bestaande auteursrechten (gastpost)

26 juli 2008, 8:50 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie - 6 reacties

(Definities: lezer = iemand die werken “consumeert”, auteur = iemand die werken “produceert”, uitgever = tussenpersoon voor lezers en auteurs, Britney Spears = een oeuvre waarvan een elitaire snobistische kliek de kwaliteit in twijfel trekt.)

Het auteursrecht geeft je controle over de distributie van werken. Dat is het zo’n beetje. Maar wat auteursrecht is, en wat mensen denken dat auteursrecht is, loopt nogal eens uiteen. Wat zijn zo de moderne mythen over het auteursrecht?

  • alles is eigendom
  • de auteur is de ouder van een werk
  • voordelen van het auteursrecht beperken zich niet tot werken
  • auteurs verdienen te worden gecompenseerd voor hun arbeid
  • auteurs zijn rijke stinkerds
  • goede werken worden onderdrukt ten voordeel van Britney Spears

Op het eerste gezicht lijken sommige van deze mythen elkaar tegen te spreken. Vrees niet: dat doen ze inderdaad! Dit is (nog) niet een taxonomie, slechts een verzameling van de vormen die ik zo op het web tegenkom.

Sommige burgers (hoofdzakelijk advocaten en uitgevers?) geloven dat alles = eigendom. Als zij zien dat mensen werken distribueren, gaat bij hen onmiddellijk het alarm af: aangezien als eigendom is, moet er ergens een eigenaar zijn, en aangezien de distributeur er niet als een traditionele uitgever uitziet, moet de distributie wel illegaal zijn. (De wet helpt hier niet echt: zelfs het stompzinnigste, miniemste werk krijgt automatisch een auteursrecht aangeplakt, en dat duurt dan voor vrijwel altijd. Er was ooit een tijd dat de helft van alle werken publiek domein was.)

Deze mythe ligt mogelijk ten grondslag aan de juridische actie die Science Fiction Writers of America ondernam tegen documentenwebsite Scribd in 2007, toen de eerstgenoemde niet alleen illegaal maar ook legaal aangeboden documenten liet verwijderen. [bron]

De Motion Picture Association of America ging nog een stapje verder. In een rechtszaak tegen filesharers beweerde de MPAA niet met bewijzen te hoeven aankomen, omdat het verzamelen daarvan zo lastig is. Alleen iemand die aanneemt dat iedereen een wetsovertreder is kan zoiets bedenken. [bron]

Toen een Nederlandse rechter kort geleden tot het oordeel kwam dat downloaden uit een illegale bron zelf illegaal is, leidde dat tot brede kritiek onder Nederlandse IE-advocaten. Maar een van hen, Arnout Groen, beweerde: “Het is een gek idee, dat je iets van waarde gratis kunt consumeren”. [bron]

Sommige auteurs hebben sterke ouderlijke gevoelens tegenover hun werken. Zij hebben het gevoel “hun kindje” te moeten “beschermen” door elk soort gebruik waar ze het niet mee eens zijn te verbieden, zoals gebruik dat door de auteurswet als niet-inbreukmakend wordt bestempeld.

Toen het Copyright Office van de VS aan burgers vroeg om mee te denken over het probleem van verweesde werken, reageerde ene Kristie Hubler: “Als mensen toegang hebben tot mijn werk zonder ervoor te betalen, en ze gebruiken het alleen om geld te verdienen, dan is dat alsof ik verkracht word, of als een baby die ik heb gebaard uit mijn armen wordt gerukt, om nooit meer te worden teruggezien.” [bron, PDF]

Openbaar maken betekent letterlijk: aan de openbaarheid prijsgeven. Als je niet een bepaalde mate van zeggenschap over je werken wilt opgeven, moet je je werken niet openbaar maken.

Sommige organisaties menen dat de gigantische voordelen van het auteursrecht automatisch ook op niet-werken van toepassing zijn. Zo gelooft een bepaalde fabrikant van besturingssystemen dat op API’s ook auteursrecht van toepassing is, ook al is een API niet een werk in de zin van de auteurswet. (Een API is een protocol, een interface, dat computerprogramma’s gebruiken om met elkaar te communiceren.)

Om te citeren wat ik eerder elders schreef: “Microsofts licenties voor zijn eigen netwerkprotocollen zijn te beperkend volgens de Europese Unie.” Microsofts wat? Maar inderdaad, dat is precies wat de Amerikaanse softwarefabrikant suggereert: “De […] licentieovereenkomst […] kent aan de licentienemers […] een licentie toe onder Microsofts Europese intellectuele eigendomsrechten ten bate van het correct samenwerken van software met Microsoft-client- en serverbesturingssystemen.” Geen IE-advocaat heeft me ooit kunnen uitleggen wat deze “intellectuele eigendomsrechten” zijn en welke wet Microsoft zou gebruiken om me aan te klagen als ik hun “licentie” overtrad. [bron]

Branko Collin is een vrijwilliger van Project Gutenberg, de digitale bibliotheek van boeken die (voor het grootste deel) tot het publiek domein zijn teruggekeerd. Net als de oprichter van het project, Michael Hart, vindt hij dat hij veel minder van het auteursrecht afweet dan zou moeten, en veel meer dan hij wil. Tien jaar geleden vond Branko het document “10 Big Myths about copyright explained” van Brad Templeton briljant, nu achterhaald.

of lees de 6 reacties

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

25 juli 2008, 8:27 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - 1 reactie

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden - wat de plaatsing zonder toestemming betreft - die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde ‘boetes’ voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Arnoud

of lees de eerste reactie
Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress