Vrijspraak voor smaad op MSN

4 mei 2011, 8:08 | Meningsuiting | 9 reacties

Het gerechtshof heeft een vrouw (39) in hoger beroep vrijgesproken voor smaad via MSN, meldde Cops in Cyberspace. Ze had aan haar vrienden op MSN bepaalde berichten gestuurd, maar het Uit het Hof vindt dat geen smaad omdat de groep beperkt was. Pas als de teksten kenbaar waren geworden voor een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden, kan dat smaad opleveren. We hebben er dus weer eentje in de discussie over openbaarheid van sociale media.

MSN is op zich een 1-op-1 communicatiemiddel (afgezien van groepsgesprekken), maar er is een manier om een bericht meteen aan je hele contactenlijst te sturen: voeg aan je MSN-naam of -status de tekst toe. Iedereen in de lijst krijgt dat dan meteen te zien. Dat had deze vrouw ook gedaan, met opmerkingen als

mensen pas op met klusjes door [slachtoffer] want hij licht iedereen op met materiaal halen en zegt een bedrag dat het niet is’ en/of - ‘[slachtoffer] moet wel oplichten met zo’n duur wijf die alles moet hebben, anders is ze chagarijnig als ze niks heeft’ en/of - ‘mensen pas op met [slachtoffer] hij licht mensen op voor duizenden Euro’s met klussen, trap er niet in’

Het Gerechtshof had er geen twijfel over dat deze uitingen op zich smadelijk kunnen zijn, maar twijfelt over één punt: voor smaad is vereist dat er “ruchtbaarheid” aan de uitingen wordt gegeven. Daarvoor moeten ze ter kennis komen van een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. In principe, zo oordeelt het Hof, kan dat het geval zijn. Je kunt via MSN (of andere digitale netwerken zoals Facebook of Hyves) prima zo’n kring met mensen bereiken.

Alleen, er moet dan wel bewijs zijn dat in dit geval ook een brede groep mensen bereikt werd. En dat is waar de zaak hier op stukliep. De vrouw had gesteld dat haar contactenlijst slechts tien personen telde, allen afkomstig uit haar directe omgeving (familie). Ook had ze de berichten al snel weer van MSN gehaald, zodat “niemand de berichten gelezen kon hebben”. Het was in ieder geval niet haar bedoeling dat iedereen de berichten kon lezen. Het OM had daar niets tegenover gesteld:

In de onderhavige zaak is door de politie geen nader onderzoek verricht naar de omvang van de groep van personen (“vriendenkring”) die verdachte tot haar MSN-account had toegelaten en evenmin is er onderzoek verricht naar de samenstelling van deze groep. Ook ontbreekt verdere informatie omtrent de vraag hoe lang de teksten op MSN voor anderen zichtbaar zijn geweest.

Het Hof vindt de groep van tien familieleden te klein om van “kring van betrekkelijk willekeurige derden” te mogen spreken. Daarom volgt vrijspraak.

De discussie over de openbaarheid van sociale media loopt al langer. In een Bossche zaak ging het om slechts 10 à 12 personen (voornamelijk familieleden) die toegang hadden tot de gewraakte krabbels op Hyves. Dat was ook een te kleine kring om van smaad te spreken. In een Leeuwardse zaak werd een groep van 25 Hyvesvrienden wél groot genoeg geacht, omdat hier sprake was van

een in potentie ruimere kring van personen, die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlatingen mocht beschikken, waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

Het gaat er echter niet alleen om hoe veel mensen er bereikt worden, maar ook welke relatie ze hebben tot de plaatser van het bericht en of er expliciet of impliciet een sfeer van vertrouwelijkheid bestaat. Je kúnt dus met 100 familieleden chatten zonder smaad te plegen, of juist aan 20 vreemden iets vertellen en dan wél een boete krijgen wegens smaad.

Arnoud

of lees de 9 reacties

Naaktfotodief krijgt in hoger beroep strafverlaging

10 mei 2010, 8:43 | Auteursrecht, Beveiliging | 12 reacties

Het publiceren van naaktfoto’s op internet is op zichzelf genomen geen belediging. Dat blijkt uit een arrest van het Hof Leeuwarden van vorige week. De zaak was het hoger beroep in de Manon-Thomaszaak van vorig jaar april, waarin de verspreiding van foto’s en filmpje van de presentatrice naast auteursrechtenschending ook een belediging jegens haar werd genoemd. De veroordeling vanwege de auteursrechten blijft in stand.

De insteek “belediging” bij de rechtbank was gebaseerd op het idee dat publicatie van naaktfoto’s een inbreuk opleveren op het grondrecht van onaantastbaarheid van het lichaam. Die inbreuk is een “aantasting van de eer en goede naam”. Diezelfde redenering werd gehanteerd in een smaadzaak uit 2008 waarbij verspreiding van naaktfoto’s via filesharing als smaadschrift werd gezien. Ook daar was het enkele feit dat het naaktfoto’s waren, genoeg om van smaad te kunnen spreken.

Het Hof acht hier de context juist van wezenlijk belang:

Het plaatsen van een (privé)filmpje waarop een persoon naakt te zien is, is als zodanig en op zichzelf niet te beschouwen als het beledigen bij afbeelding.

Goed, het gaat om belediging en niet om smaad maar de achterliggende gedachte is dezelfde. Uit de context moet blijken dat je de bedoeling had om iemands eer en goede naam aan te tasten. Dat blijkt niet uit het enkele feit dat je een naaktfoto online zet. (Ik kan geen legitieme andere reden bedenken om zonder overleg een naaktfoto online te zetten, maar goed.)

De schending van de auteursrechten blijft grond om de verdachte te veroordelen. Wel wordt de oorspronkelijke veroordeling wat genuanceerd. De foto’s waren namelijk in eerste instantie alleen gepubliceerd in gedeelde mappen op MSN van zes contactpersonen. Dat is volgens het Hof geen openbaarmaking in de zin van de Auteurswet. Het publiceren op Youtube is dat natuurlijk wel.

Naast auteursrecht werd ook nog het portretrecht opgevoerd: het openbaar maken van een portret zonder daartoe gerechtigd zijn is namelijk ook een strafbaar feit (artikel 30 Auteurswet, en ja ik moest dat ook even nazoeken). Opmerkelijk genoeg oordeelt het Hof dat wél sprake is van publicatie van een portret wanneer je die portretfoto in zo’n gedeelde map zet.

Opmerkelijk, maar begrijpelijk, want het Hof vindt schending van de privacy (waar het portretrecht over gaat) belangrijker dan de commerciële belangen van de fotograaf:

Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen hetgeen met betrekking tot openbaarmaking in artikel 12 van de Auteurswet is opgenomen en de strekking van de Auteurswet die er op gericht is het commerciële belang van de auteursgerechtigde te beschermen.

[Bij de schending van het portretrecht] spelen niet alleen commerciële belangen een rol maar ook privacy-belangen van de geportretteerde.

De 180 uur werkstraf waartoe hij in eerste instantie werd veroordeeld, wordt verlaagd naar dertig uur. Ook wordt het smartengeld dat de man moet betalen verlaagd van 5.000 naar 3.000 euro. Wel is hij zijn computer kwijt - die is immers gebruikt om het misdrijf “schenden auteursrecht” te begaan.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Is een afgesloten Hyve nu wel of niet openbaar?

28 januari 2010, 8:57 | Meningsuiting | 7 reacties

Kun je op een afgesloten Hyvespagina smaad plegen, oftewel “ruchtbaarheid geven aan een bepaald feit”? Vorig jaar november bepaalde het Hof Leeuwarden van wel, maar een maandje eerder vond het Hof ’s-Hertogenbosch juist van niet. Dat signaleerden Edward Brüheim en Arno Lodder een tijdje terug.

In beide gevallen ging het om smaad, waarbij het relevante criterium is of je “ruchtbaarheid” geeft aan een bepaald feit. Volgens de Hoge Raad betekent dat “ter kennis van het publiek brengen”, waarbij “publiek” wordt gedefinieerd als “een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden”. De standaardvergelijking is die van de huiskamer: wat je daarin zegt, is in principe geen smaad, omdat de daar aanwezigen geen “publiek” zijn. (Tenzij je natuurlijk willekeurige derden door je woonkamer laat lopen.)

Het Hof Den Bosch oordeelde dat

de verdachte de gewraakte berichten niet ter kennis heeft gebracht aan een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden, maar aan een beperkt aantal selecte personen. Hierdoor is niet voldaan aan het bestanddeel “met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”.

Het ging in deze zaak namelijk om slechts 10 à 12 personen (voornamelijk familieleden) die toegang hadden tot de krabbels. Op zich is dat te billijken, iets aan een paar familieleden vertellen is niet hetzelfde als willekeurige mensen op straat aanschieten. Echter, in het Leeuwardse arrest kwalificeerde het Hof de 25 Hyvesvrienden die de verdachte had als

een in potentie ruimere kring van personen, die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlatingen mocht beschikken, waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

Daarmee was die groep Hyvesvrienden ineens wél een groep “betrekkelijk willekeurige derden”.

Hoe valt dit verschil te verklaren? Het ligt voor de hand om naar die aantallen te kijken, maar dat lijkt me te simplistisch. Arno Lodder vindt “de wijze van beheer van een profiel en de wijze van communiceren” belangrijker. Edward Brüheim lijkt het met hem eens te zijn als hij schrijft:

Zou dit oordeel anders geweest zijn als de vrouw een groot copyright-symbool onder haar schrijfsels had geplaatst, of iedere bijdrage was begonnen met de zin: “Wat ik nu ga vertellen, moet wel tussen ons blijven!”?

Ik betwijfel echter of dat veel zal helpen. Volgens mij was de zwaarte van de uitlating belangrijker. Iemand uitmaken voor kindermisbruiker is een heel stuk heftiger dan iemand een oplichter noemen (”althans (telkens) een of meerdere tekst(en) van gelijke aard en/of strekking”). En bij zo’n zware beschuldiging, gedaan door iemand die het kan weten, is het inderdaad te verwachten dat die mensen het gaan doorvertellen buiten de directe kring van lezers. Het Hof Leeuwarden doelt daar volgens mij op met

waarbij daarnaast een verdere verspreiding van de gewraakte tekst door de oorspronkelijk geadresseerden -gezien de aard van de beschuldiging- voor de verdachte niet alleen in theorie voorzienbaar was maar ook op voorhand feitelijk te verwachten viel.

en dat aspect zie ik niet terug in het arrest uit Den Bosch. Het is alleen wel een heel lastig criterium: je moet bij het doen van de beschuldiging je afvragen of je lezers het door gaan vertellen. Dat lijkt me niet werkbaar in het algemeen, dus ik hoop dat één van deze zaken naar de Hoge Raad gaat voor een definitief oordeel over de “virtuele huiskamer”. Hoewel, een huiskamer vol met krabbels?

Update (27 juli 2011) de Hoge Raad oordeelt in cassatie van de Leeuwardse zaak dat het Hof daar correct gehandeld heeft. Als vaststaat dat

de tekst op de Hyves-pagina van de verdachte zichtbaar was voor personen die kennelijk naar eigen inzicht en zonder enige restrictie over de uitlating konden beschikken,

dan mocht de verdachte verwachten dat de geplaatste tekst verder zou worden verspreid. Daarmee was inderdaad sprake van smaad. De HR doet geen uitspraken over hoe groot die groep moet zijn: het gaat dus om “mocht iedereen met de uiting doen wat hij wilde, of was er een impliciete dan wel expliciete geheimhouding”.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Laster of smaad tegen een nickname

18 januari 2010, 8:26 | Meningsuiting | 10 reacties

anoniem-pseudoniem-nickname-bijnaam-naam.pngEen lezer vroeg me:

Mensen gebruiken bij het schrijven van berichten op internetfora en weblogs veelal schuilnamen (nicknames) om hun privacy te beschermen. Echter zij bouwen onder deze nicknames wel een reputatie op op internet en zijn niet alleen door hergebruik van deze nickname op bijvoorbeeld een ander forum of weblog, maar anders gauw door hun schrijfstijl en inhoud, herkenbaar voor anderen. Als nu een ander een smadelijke of lasterlijke uiting tegen deze nicknaam publiceert, is dat dan strafbaar?

Smaad is “opzettelijk iemands eer of goede naam aanranden door telastlegging van een bepaald feit”, oftewel van iets concreet beschuldigen. Ook als de beschuldiging waar is, kan het smaad zijn. Als je weet dat de beschuldiging niet waar is, dan pleeg je laster.

Smaad en laster kunnen ook op websites en forums worden gepleegd, zelfs als ze relatief besloten zijn. Formeel heet het dan “smaadschrift”, omdat een webpagina een geschrift is in de ogen van de wet, en daarmee verdubbelt de maximale straf (een jaar in plaats van zes maanden cel).

Het wetsartikel eist niet letterlijk dat je de besmade persoon bij naam noemt. Maar wel moet uit de uiting duidelijk zijn om wie het gaat. “Er zit een oplichter op dit forum” is geen smaad, maar “de topicstarter in deze draad is zelf een oplichter” is dat wel. Het lijkt me dan ook niet dat het uitmaakt of die topicstarter bekend is als “Henk de Vries” of “henkiepenkie78″ dan wel “Dark Avenger”. Zolang mensen weten wie ermee wordt bedoeld, is sprake van een “iemand” in de zin van de wet, en als die iemand zijn eer of goede naam wordt aangerand, kan sprake zijn van smaad.

Een lastig punt voor de praktijk is wat je kunt doen als besmade forumdeelnemer als je alleen onder zo’n nickname bekend zijn. Je kunt natuurlijk aangifte doen of zelf een rechtszaak beginnen, maar dan ben je wel je anonimiteit kwijt. En het is nog maar zeer de vraag of zo’n aangifte daadwerkelijk tot vervolging leidt of dat een eigen rechtszaak het geld en de moeite waard zijn.

Een klacht bij de forumbeheerder kan natuurlijk altijd. Lastig is alleen dat die moeilijk kan bepalen of een klacht terecht is. Een nare opmerking is lang niet altijd smaad, en zelfs als de uiting duidelijk iemands goede naam door het slijk haalt, hoeft nog geen sprake te zijn van smaad. Als namelijk “het algemeen belang de telastlegging eiste” en de poster oprecht meende dat de uiting waar was, dan kan geen sprake zijn van smaad. Maar hoe bepaal je dat in vredesnaam als forumbeheerder?

Een tussenvorm zou kunnen zijn dat je het e-mail- of IP-adres vordert van de beheerder, zodat jij zelf achter de plaatser aan kunt. Maar ook daar zit de forumbeheerder met het probleem van die afweging.

Kortom: ja, het kan smaad zijn maar praktisch gezien zie ik niet zo goed wat je kunt doen.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Mogen beschuldigingen van oplichting nog na vrijspraak?

30 oktober 2009, 8:30 | Meningsuiting | 4 reacties

tros-opgelicht.pngMag je iemand een oplichter noemen als hij in een strafzaak over oplichting vrijgesproken wordt? Ja, dat mag, zo vonniste de kortgedingrechter eind september. Een boekhouder zag zijn naam besmeurd (”wij zijn opgelicht door een boekhouder”, “bedonderd en opgelicht” etcetera) op het forum van TROS Opgelicht, en eiste verwijdering van deze berichten omdat de strafrechter hem had vrijgesproken van alle aanklachten over oplichting. Maar gezien de ernst van de feiten moet de man toch tolereren dat mensen in dergelijke termen over hem spreken.

De eiser was actief als boekhouder. In september 2007 werd in een uitzending van het televisieprogramma gemeld dat hij wel geld aannam maar geen werk verrichte, waarna een “aanzienlijk aantal personen” aangifte tegen hem deed wegens oplichting. De strafrechter sprak hem echter vrij, omdat er onvoldoende bewijs was dat hij werkelijk mensen wilde oplichten. Er was wel flink gefactureerd voor gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden, maar dat is in principe alleen een kwestie van wanprestatie en nog geen oplichting.

In 2008 kwam de man weer ter sprake, ditmaal op het forum van Opgelicht!, met opmerkingen als:

Tevens is dit hele gebeuren een nasleep van dat wij zijn opgelicht door een boekhouder en waarvan de rechtszaak dit jaar gaat starten en waarin ook de ABN AMRO een hele grote rol speelt,

en

Bij die toenmalige vriendin heeft hij ook een schuld achter gelaten van EUR 200.000,- en ook zij draait op voor die schuld, zo doet hij dat bij iedereen.

De boekhouder eiste van de TROS dat deze dergelijke opmerkingen van haar forum zou verwijderen. Kort gezegd omdat hij vrijgesproken was in de strafzaak, geen strafblad heeft en een aantal mensen al vrijwillig berichten had verwijderd.

De rechtbank wijst de eis echter af, met een beroep op de vrijheid van meningsuiting van de forumdeelnemers. Zoals altijd bij een dergelijk beroep wordt het dan een belangenafweging:

Het belang van [eiser] is dat hij niet mag worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van Tros c.s. is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. De mate waarin de beschuldiging steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal, is één van die omstandigheden.

En het is die ’steun in het feitenmateriaal’ waarmee de TROS en de forumdeelnemers het winnen. Deze eis is minder streng dan de eis uit de strafwet om veroordeeld te worden voor oplichting. De deelnemers hadden voldoende feiten en stellingen ingebracht om in ieder geval aannemelijk te maken dat ze zich opgelicht voelden. Het enkele feit dat de boekhouder niet veroordeeld was, is niet genoeg om daar tegenin te gaan.

Daarbij komt nog dat termen als “bedonderd” en “opgelicht” in het dagelijks spraakgebruik een andere betekenis hebben dan in de strafwet. Mensen geven daarmee aan hoe zij “aankijken tegen de wijze waarop zij door [eiser] zijn behandeld”, aldus de rechter. Je hoeft die uitlatingen dus niet langs de lat van de strafwet te leggen om te kijken of ze rechtmatig zijn. (Dit is dus wat anders dan het ridicule onderscheid tussen “ik vind hem een oplichter” en “hij is een oplichter” - het gaat erom of de term “oplichter” gepast is gezien de feiten.)

Alles bij elkaar heeft deze boekhouder te tolereren dat zijn naam zo wordt aangetast:

De ernst van de feiten is gelegen in de aard daarvan en in de weerslag die deze hebben op degenen die door de praktijken van [eiser] zijn gedupeerd en daardoorveelal niet alleen financieel aanzienlijk nadeel hebben geleden, maar ook in het sociale leven, psychisch en fysiek de negatieve gevolgen daarvan ervaren. Derhalve heeft Tros c.s. een gerechtvaardigd belang om het publiek te waarschuwen voor de praktijken van [eiser], ook indien dat met zich brengt dat [eiser] in een negatief daglicht komt te staan en ook indien deze praktijken (vooralsnog) niet hebben geleid tot een strafrechtelijke veroordeling van [eiser].

Opmerkelijk is wel dat de verhouding tussen de TROS zelf en de deelnemers niet ter sprake komt. De rechtbank heeft het steeds over “TROS c.s.”, en wekt daarmee de indruk dat de TROS dus wel degelijk zelf aansprakelijk gehouden had kunnen worden als de eis inhoudelijk kans van slagen had gehad.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Naaktfotodief Manon Thomas krijgt taakstraf

11 april 2009, 8:34 | Auteursrecht, Privacy | 10 reacties

manon-thomas-filmpjes-schending-publicatie.pngDe man die anderhalf jaar geleden naaktfoto’s van Manon Thomas verspreidde, is donderdag door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Dat meldde nu.nl, dat overigens in april zelf op de vingers getikt werd door de Raad van de Journalistiek voor het linken naar de foto’s. Door het verspreiden van de foto’s en een filmpje heeft hij Thomas beledigd en bovendien opzettelijk inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Thomas’ partner die het materiaal maakte.

Het stuk auteursrecht lijkt me duidelijk: zonder toestemming andermans foto’s of films verspreiden is inbreuk. De kwestie van de belediging ligt ingewikkelder. Beledig je iemand door een naaktfoto te bpuliceren?

Het publiceren van het filmpje merkte de rechtbank in het vonnis aan als een aantasting van de eer en goede naam van Manon Thomas. Daarbij deed het er niet toe dat de film zonder commentaar werd verspreid, zoals de verdachte had betoogd. Die vond dat iets pas belediging kan zijn als je een mening uit, het tonen van een filmpje zou slechts een feit zijn zonder kwalificatie. Maar nee:

De rechtbank is van oordeel dat door het plaatsen van bovengenoemd filmpje op het internet verdachte inbreuk heeft gemaakt op aangeefsters recht op onaantastbaarheid van haar lichaam en het respect waarop iemand als mens, als zedelijk wezen, aanspraak mag maken. Derhalve is aangeefster in een ongunstig daglicht gesteld en in haar eer en goede naam gekrenkt.

Een dik jaar geleden werd het verspreiden van naaktfoto’s van je ex nog als smaad (smaadschrift) aangemerkt, op ongeveer dezelfde gronden. Het verschil tussen smaad en belediging is, kort gezegd, dat het bij smaad om een beschuldiging van een concreet feit gaat. “Je bent een dief” is dus smaad, “je bent een eikel” is een belediging (tenzij je vindt dat iemand werkelijk de vrucht van een eikenboom is). Bij dat vonnis werd niet specifiek gemotiveerd welk feit het nu zou zijn.

Ik gebruik deze gebeurtenis wel eens in presentaties over privacy en internetrecht. Wat mij daarbij opvalt, is dat mensen hierbij toch vaak zeggen dat Thomas toch wel een zekere eigen schuld heeft: had ze die foto’s maar niet moeten laten maken “als bekende Nederlander”. Maar als ik de casus verplaats naar henzelf, dan wordt het ineens een heel ander verhaal. Enig idee waarom dat zou zijn? Het stelen van een foto van een BN’er is toch net zo erg als het stelen van een foto van een Onbekende Nederlander?

Arnoud

of lees de 10 reacties

Smaad en laster op forums, wat doe je als forumbeheerder?

Een lezer wees me op een interessante discussie bij de TROS Radar forums over smaad, laster en aanverwante zaken op forums. Ik krijg veel vragen over wat je kunt doen bij vermeende smaad of laster. Het probleem is vrijwel altijd dat de plaatsers niet of nauwelijks op te sporen zijn. Het enige aanspreekpunt dat je hebt, is de forumbeheerder of de moderator. En die zit in een lastige positie: wat moet hij doen als twee partijen ruzie met elkaar maken over een bericht?

De wet voorziet niet echt in deze situatie. Een forumbeheerder kan gebruik maken van de wettelijke bescherming voor internetdienstverleners, zodat ze zelf niet aansprakelijk zijn voor eventuele smadelijke berichten die mensen op hun forum plaatsen. Wel zijn ze dan verplicht om mee te werken aan een notice-en-takedown systeem: als er een klacht binnenkomt die evident juist is, moet de forumbeheerder ingrijpen.

Maar ja, wat is evident juist in het geval van smaad? Smaad is één van die zaken die zelden of nooit duidelijk is. De plaatser vindt vrijwel altijd dat het terecht en waar is wat hij zegt, en heeft daar vaak ook materiaal ter ondersteuning voor. De klager vindt vrijwel altijd dat er niets van klopt, dat alles uit zijn verband getrokken is en verkeerd voorgesteld wordt, en heeft daar ook vaak materiaal voor om dat te bewijzen. En wat moet je dan als arme forumbeheerder?

Ik ken één zaak waarbij dit speelde: hostingprovider IS InterNed was niet aansprakelijk voor smadelijke beweringen op de website van een klant over een belastinginspecteur. De rechter oordeelde:

IS InterNed Services wist niet, en kon ook niet weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen. Het feit dat het de Staat der Nederlanden was die deze uitlatingen in voormelde brief als onrechtmatig kenschetste, maakt niet dat IS InterNed Services wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de uitlatingen een onrechtmatig karakter hadden.

De Staat had dus naar de rechter moeten gaan om een vonnis te krijgen dat deze meneer onrechtmatige uitingen deed. Met dat vonnis zou de provider verplicht zijn om de berichten te verwijderen.

Deze constructie zou ook voor forumbeheerders moeten gelden. Je kunt niet van forumbeheerders verwachten dat ze in dossiers over smaad of laster duiken om te bepalen wie van de twee gelijk heeft, lijkt me zo. Aan de andere kant, om nu voor elke beledigende posting naar de rechter te stappen is ook zo wat. Er zou een laagdrempeliger systeem moeten komen waar men snel en deskundig een bindend advies kan halen over de onrechtmatigheid van zo’n forumpost.

Meelezende forumbeheerders of modjes: hoe gaan jullie om met klachten over smaad en dergelijke?

Arnoud

of lees de 117 reacties

Provider IS InterNed niet aansprakelijk voor smaad door klant

15 mei 2008, 8:17 | Aansprakelijkheid | 9 reacties

Een hostingprovider hoeft bij vermeende smaad door een klant niet meteen in te grijpen. Tenminste, als hij de feiten niet kent en daarom niet kan inschatten wat er klopt aan het verhaal. Dat blijkt uit een gisteren verschenen vonnis tussen de Staat en hostingprovider IS InterNed Services. En ik heb een leuke aankondiging, helemaal onderaan. :)

Een klant van IS had ruzie met de Belastingdienst. Zijn tweedehands-autobedrijf had de nodige aanslagen opgelegd gekregen, en omdat de Belastingdienst bang was dat meneer terug naar zijn eigen land zou gaan, had men aangekondigd deze aanslagen ineens te komen innen. Dat zette het nodige kwaad bloed, en de klant begon op zijn bedrijfswebsite een hetze tegen de Belastingdienst. Daarbij werd de betrokken inspecteur met naam en toenaam genoemd. Zo schreef hij bijvoorbeeld “this corrupt and racist tax official decided to impose a very high tax on me.” Ook werden zowel de inspecteur als de Dienst beschuldigd van racisme, corruptie, machtsmisbruik en discriminatie.

De Staat besloot om de hoster te sommeren de informatie weg te halen. De hoster had dit echter geweigerd met een beroep op de wettelijke bescherming voor hosting providers. De wet zegt namelijk dat providers alleen materiaal van klanten offline hoeven te halen als het ‘onmiskenbaar’ is dat dat materiaal niet door de beugel kan. Je moet met andere woorden in redelijkheid niet kunnen twijfelen aan de juistheid van de sommatie.

Wanneer is het onmiskenbaar dat iets niet mag? Bij een een illegaal aangeboden film gaat dat nog wel, maar hoe schat je als provider in of een uitlating van een klant beledigend of racistisch is? Je kent de feiten en achtergronden van de ruzie niet, dus hoe weet je dan of een opmerking terechte kritiek is of smaad?

Het is dan ook een goede zaak dat de rechter hier oordeelde dat de provider niet in de discussie tussen de Staat en de klant hoeft te treden. Precies omdat je van een provider niet kunt vragen om te oordelen over het beledigende of smadelijke karakter van een publicatie. Dat zou al snel tot een chilling effect leiden: providers die alles waar een klacht over komen, meteen maar offline halen om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wel is het jammer dat de rechter niet nader toelicht waarom deze tekst niet onmiskenbaar beledigend is. Het vonnis zegt dat het niet hoefde omdat IS “niet wist, en ook niet kon weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen”. Dus als IS meer van het geschil had geweten, had ze wel zo’n oordeel moeten vormen? Waar ligt dan de grens? Hoe bekend moeten de feiten zijn? En wanneer moet de provider op de stoel van de rechter gaan zitten? Zou bijvoorbeeld de provider moeten weten dat teksten waarin de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd wordt, discriminerend en haatzaaiend zijn? Want dan is de provider verplicht deze weg te halen. Op die vragen geeft dit vonnis helaas geen duidelijk antwoord.

En als ik dan even commercieel mag worden: sinds gisteren biedt mijn nieuwe werkgever ICTRecht een speciale Notice en takedown adviesdienst. Voor webhosters, maar ook voor bloggers en forumbeheerders die dit soort klachten krijgen en zelf niet kunnen of willen inschatten of die klachten kloppen en wat ze nu moeten doen.

Arnoud

of lees de 9 reacties

Beledigen en bedreigen via MSN ook strafbaar

Net als op straat is beledigen en bedreigen via het chat-programma MSN strafbaar, meldt De Stentor. Onlangs legde de rechtbank hiervoor een boete van 750 euro op aan een chatter die via msn een donkere, homoseksuele Amsterdammer beledigde en doodwenste.

Franklin Hill (32) uit Amsterdam meldde zich in de vroege morgen van 18 juli 2006 aan op msn. De hem onbekende ‘Marleen’ nodigde hem uit voor een gesprek. Toen hij die aanvaarde, scholden ‘Marleen’ en drie anderen hem uit voor ‘kankerhond, vieze flikker en zwarte’ en ze bedreigden hem met de dood. Hill meldde zich na een paar minuten weer af, maar sloeg het gesprek op en leverde de spullen in bij de politie.

De tekst van de chatsessie is via de Volkskrant beschikbaar.

Weet iemand waar dit vonnis te vinden is? Rechtspraak.nl lijkt het niet te hebben.

Via Geenstijl.

Arnoud

of lees de 33 reacties

Richtlijn Audiovisuele media diensten

28 juli 2007, 12:09 | Internetrecht | Geen reacties

De Europese Commissie en het Parlement hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe Audiovisual Media Services Directive. De richtlijn maakt een onderscheid tussen “lineaire” en “niet-lineaire” media, grofweg tussen televisie en Internet-televisie of radio. Niet-lineaire media zijn:

an audiovisual media service provided by a media service provider for the viewing of programmes at the moment chosen by the user and at his/her individual request on the basis of a catalogue of programmes selected by the media service provider;

Deze niet-lineaire media worden weliswaar gereguleerd, maar veel minder dan de lineaire media. De reden hiervoor is de mate van keuze en controle die de gebruiker heeft. Als je ergens om moet vragen, is de kans kleiner dat je ongewenst materiaal over je heen krijgt, tenslotte.

Zo mag een Europees land alleen niet-lineaire media beperkingen stellen op grond van een bedreiging voor de openbare orde, de volksgezondheid, de nationale veiligheid of de bescherming van consumenten of investeerders (artikel 2a lid 4). Artikel 3b noemt nog specifiek haatzaaien en discrimineren als gronden voor zulke beperkingen. Bij traditionele media mag een land verdergaande maatregelen invoeren.

Eerder was er zorg over de vraag of deze regels ook zouden gelden voor individuele content op Internet. Overweging 13 beperkt de scope van zulke regels nu tot “massamedia” en sluit toepasselijkheid op blogs en m.i. ook Youtube en aanverwante diensten uit:

The definition of audiovisual media services covers only audiovisual media services, whether scheduled or on-demand, which are mass media, that is, which are intended for reception by, and which could have a clear impact on, a significant proportion of the general public. The scope is limited to services as defined by the Treaty and therefore covers any form of economic activity, including that of public service enterprises, but does not cover activities which are primarily non-economic and which are not in competition with television broadcasting, such as private websites and services consisting of the provision or distribution of audiovisual content generated by private users for the purposes of sharing and exchange within communities of interest.

Arnoud

als eerste
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress