Op opensource.com vond ik (via) een mooi overzicht van gefaalde DRM systemen, van Realnetworks/Rhapsody tot Apple, Microsoft PlaysForSure en Nokia. Aanleiding was de aankondiging van Rhapsody dat iedereen voor 7 november zijn DRM-beveiligde muziek moet omzetten naar een ander formaat, omdat anders ze niet meer af te spelen zijn op die datum.
Het artikel laat de geschiedenis van DRM beginnen in 1998, toen de Digital Millennium Copyright Act werd aangenomen en het omzeilen of kraken van DRM verboden werd. Het idee van DRM is eigenlijk nog ouder dan dat, en niet alleen omdat de DMCA afkomstig is uit het WIPO Auteursrechtenverdrag uit 1996. In datzelfde jaar publiceerde Mark Stefik van Parc de paper Letting loose the light (PDF, 2,5MB) waarin hij het idee beschreef waar DRM op gebaseerd is. (Stefik was later oprichter van Intertrust, een firma die DRM technologie ontwikkelde. Intertrust werd in 2002 gekocht door Philips en ja ik werkte daar toen.)
Stefiks artikel was een reactie op John Perry Barlow die schreef dat door het eenvoudig en perfect kopiëren dat het internet mogelijk maakt, het idee van auteursrecht ondergraven wordt. Auteursrecht is gebaseerd op de aanname dat je werken per stuk kunt verkopen, en zo kunt afrekenen per stuk ook. Het elegante van dit systeem is dat het geen kwaliteitstoets nodig heeft, in tegenstelling tot systemen waarbij de overheid subsidie geeft aan bepaalde kunstenaars (wie kies je? welke werken koop je aan?) of waarbij je als maker een mecenas moet zoeken die je werk hopelijk leuk genoeg geeft. Met het auteursrecht in deze vorm beslist de markt. Als veel mensen je werk kopen, dan verdien je veel geld. Maak je werk waar niemand op zit te wachten, dan krijg je geen inkomsten en dan moet je maar wat anders gaan doen. Zo ontstaat er een markt voor werken waar iedere auteur/maker zich op kan begeven en via zijn auteursrecht kan proberen zijn of haar boterham te verdienen.
Die aanname komt echter flink onder druk wanneer iedereen onbeperkt kan kopiëren zonder enige kwaliteitsverlies. Je kunt werken wel “bottelen” zoals Barlow het noemt, maar alles loopt meteen weg door het elektronisch vergiet. Stefiks idee was dan ook om de onbeperkte waterval die het internet is, weer om te zetten in een grote verzameling flessen. Hij introduceerde daarvoor het concept van “trusted systems”, systemen die de regels gezet door auteursrechthebbenden netjes naleven en weigeren acties uit te voeren die niet gelicentieerd zijn. Met zulke systemen zou de elektronische handel in flessen, pardon werken op gang moeten komen. Je hoeft als auteur niet meer bang te zijn dat je werk wordt gekopieerd, en daarmee zou je de markt moeten willen betreden.
Het systeem werd ook wel superdistributie genoemd, want distributie en beschikbaarstellen stond centraal. Iedereen mocht werk kopiëren, graag zelfs. Alleen: wie het werk wilde gebruiken, moest gaan betalen. Stefik introduceerde daarvoor het concept van een rechtenbeschrijving, waarin de rechten zouden worden vastgelegd die je voor een werk kon kopen. Daarmee is in theorie een heel flexibel model mogelijk. Wil je heel weinig, bijvoorbeeld één keer kijken, dan betaal je weinig en het rechtensysteem zorgt ervoor dat je ook niet meer kunt dan dat. Wil je veel, bijvoorbeeld onbeperkt kijken én delen met vrienden, dan betaal je meer en dan wordt dat ook allemaal mogelijk. Wettelijke uitzonderingen zoals citaatrecht zouden kunnen worden voorgeprogrammeerd binnen zekere grenzen.
Helaas bleek de praktijk weerbarstig: de industrie zag dit model en paste het toe als “u mag heel weinig én u betaalt heel veel”. Geen enkel DRM-systeem op de markt heeft ooit de consument écht de mogelijkheid geboden flexibel rechten te kopen, of zelfs maar om meer te kopen dan een tijdelijk gebruiksrecht voor een lageresolutieversie op de PC.
In 1999 werd Napster opgericht. Deze bestandsdeeldienst had een goede positie om een DRM-achtige oplossing te introduceren. Haar centrale server maakte het mogelijk om alle uitwisseling in de gaten te houden, en dan af te rekenen en/of beperkingen te introduceren à la het systeem van Stefik. De muziekindustrie zag Napster echter als niets meer dan piraterij en procedeerde de club kapot.
In Nederland speelde iets later ongeveer hetzelfde bij Kazaa. Dit bedrijf was ook in de gelegenheid om te monitoren wat mensen up- en downloadden, en was bereid daar een vergoeding over af te dragen aan Buma/Stemra. Dit werd echter op het laatste moment onmogelijk gemaakt doordat Kazaa in de VS werd aangeklaagd. Juridische stappen tegen B/S leidden wel tot een Hoge Raad-arrest dat de software legaal was maar niet tot een gelegaliseerde uitwisselingsdienst.
Daarmee was eigenlijk de kans voor DRM binnen bestandsuitwisseling (filesharing) wel verkeken. Ontwikkelaars van nieuwe systemen richtten zich op het niet-aanpakbaar maken, bijvoorbeeld door centrale servers te dumpen zodat geen partij meer aan te klagen was. De Pirate Bay zette daarbij de toon. In reactie daarop begon de industrie steeds verder om zich heen te slaan en partijen aan te pakken die op indirecte wijze bij inbreuk betrokken waren. Bij ons heeft stichting Brein de afgelopen vijf, zes jaar een heel raamwerk van rechtspraak opgetuigd rond partijen die hyperlinks of andere informatie aanboden naar illegaal uitwisselen, en men is van plan ook door te pakken naar betaalsystemen en internetproviders. Ondertussen wordt elk DRM- en encryptiesysteem gekraakt zodra het op de markt komt. Dat is een wapenwedloop die onmogelijk tot een zinnige oplossing kan leiden.
Nieuwe systemen waarbij mensen een eerlijke prijs betalen voor een redelijke set mogelijkheden zie ik echter niet meer ontstaan. Sterker nog, de trend is juist om DRM te dumpen. Deze trend werd ingezet door Steve Jobs, die op geheel eigen wijze de muziekindustrie min of meer dwong te accepteren dat hij DRM-vrije muziek kon verkopen via iTunes. Sindsdien is muziek steeds vaker DRM-vrij te koop, hoewel vaker wel duurder en tegen slechtere kwaliteit maar dat zou een kwestie van tijd moeten zijn.
Voor films blijft de industrie vasthouden aan DRM, en wel in het model “u mag niets en betaalt de hoofdprijs”. Want ja, eigenlijk moet er nog een paar jaar verdiend worden aan Blu-Ray voordat het verkoopkanaal “internet” aangeboord kan worden. De industrie gaat namelijk uit van het idee “iedereen moet betalen, voor elk gebruik” en wil maximaal verdienen uit elk kanaal. Het meest extreme voorbeeld is de Disneykluis: Disneyfilms komen slechts ééns per generatie uit, zodat iedereen ze weer opnieuw gaat kopen.
En dat is de tragiek van het systeem: het had zo mooi kunnen zijn, superdistributie en betalen per gebruik. Maar DRM is alleen ingezet als antipiraterijsysteem en voor het maximaal uitpersen van de consument. Daarmee is ieder draagvlak voor het systeem weggenomen.
Hoe het dan wel moet? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Het lijkt me te laat om nu nog een vriendelijk en bruikbaar DRM systeem te introduceren zoals Stefik dat voor ogen had. De kampen zijn te verhard - de discussie gaat nu zo ongeveer over de vraag of elektriciteitsmaatschappijen aansprakelijk zijn voor inbreuk gepleegd door hun afnemers, niet over hoe we filmverkoop via internet gaan stimuleren. En ook de politiek lijkt alleen nog te focusseren op het idee dat piraterij moet worden gestopt zodat magischerwijs er ineens een groot legaal aanbod gaat komen.
Ik blijf terugkomen bij het idee van verplichte licenties: sta toe dat iedereen werk kopieert maar verplicht winstafdracht aan rechthebbenden. En nee, ook dat systeem is niet perfect. Maar wie wat beters weet, mag het zeggen.
Arnoud
Foto: Michael Vroegop, Flickr, CC-BY 2.0