Wat is de juridische status van ontvangstbevestigingen?

9 oktober 2009, 8:26 | Internetrecht | 7 reacties

Da’s nog eens een originele vraag: wat is de juridische status van ‘read receipts’ (lees- en ontvangstbevestigingen) die sommige e-mailprogramma’s sturen als een bericht wordt geopend?

Deze techniek ken ik vooral uit Microsoft Outlook. In een e-mail die je via dit programma verstuurt, kun je aangeven dat je graag een ontvangst- of leesbevestiging wil hebben. Binnen een bedrijfscontext kan dat dan zelfs centraal en verplicht geregeld worden: de gebruiker heeft er dan weinig zeggenschap over.

Maar als het gaat om internetmail, dan ligt dat anders. Ik ken geen programma dat dan volautomatisch en ongevraagd die bevestigingen stuurt. Sommige programma’s vragen erom (zoals mijn Thunderbird) zodat je zelf kunt beslissen of en wat er moet gebeuren. Anderen negeren deze verzoeken gewoon.

Afijn, heeft zo’n verzoek of de daarop verstuurde bevestiging enige juridische status? Dat hangt er vanaf (ja sorry) wat je bedoelt met “status”. Het eerste waar ik dan aan denk, is gebruik als bewijs. In het civiele recht, dus tussen personen en bedrijven onderling, mag je in principe alles naar voren dragen om je stellingen te ondersteunen. Een gekregen ontvangstbevestiging kan dus als bewijs dienen als je moet bewijzen dat je een e-mail verstuurd hebt.

Natuurlijk, hij kan worden vervalst of onterecht zijn verstuurd, maar als de wederpartij daar niet moeilijk over doet, doet de rechter dat ook niet. En zelfs als de wederpartij er wel een punt van maakt, dan nog is het maar de vraag of hij het daarmee van tafel krijgt. Blijkt die wederpartij namelijk elke keer bevestigingen te sturen, dan is het wel heel raar dat net bij die ene mail de bevestiging vervalst zou zijn.

Een andere ’status’ van ontvangstbevestigingen is die binnen de privacywet. Mag je zomaar kijken op andermans PC of ze je mail gehad of zelfs gelezen hebben? Ik zou zeggen van niet, als het om privemail gaat. Ik bepaal zelf of en wanneer ik mails lees en wat ik daarmee doe. Zo’n bevestiging vragen is dan op zichzelf prima, zolang ik maar kan beslissen of die wordt verstuurd. E-mailprogramma’s moeten dus standaard die berichten niet beantwoorden.

Er zijn ongetwijfeld nog meer ’statussen’ van zo’n berichtje. Ben je aansprakelijk voor een niet verzonden (of valselijk verzonden) bevestiging bijvoorbeeld? Maar uiteindelijk is het een beetje een gekke vraag: het gaat er niet om wat zo’n berichtje als zodanig voor status heeft, maar wat je er gezien een bepaalde context mee mag doen.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Waarom zou e-mail niet rechtsgeldig mogen zijn?

28 augustus 2009, 8:35 | Internetrecht | 24 reacties

Bij Security.nl beantwoorde ik de juridische vraag Is een aanmaning per e-mail rechtsgeldig? en dat leverde aardig wat discussie op. Ik zie namelijk echt niet wat er mis is met e-mail als volwaardig communicatiemiddel beschouwen. Dat mensen hun mail niet lezen lijkt me in principe hun risico. Ik doe dagelijks zaken per e-mail en ik zie het zelden fout gaan. Waarom hechten mensen zo aan dat stuk papier op de deurmat?

Uitgangspunt is voor mij de bekende regel uit het recht: wie stelt, bewijst. Wil je iemand aansprakelijk stellen, aanmanen of een andere juridisch relevante mededeling doen, dan zul jij moeten bewijzen dat de mededeling is ontvangen door de wederpartij. In sommige gevallen zegt de wet nu dat dat “schriftelijk” moet. Denk aan een ingebrekestelling. Een dagvaarding moet zelfs per deurwaarder. Maar waarom zouden die schriftelijke stukken niet per e-mail of ander elektronisch middel uitgebracht kunnen worden?

Natuurlijk, er zijn vele e-mailadressen en maar 1 adres in de gemeentelijke basisadministratie. Je moet dus meer werk doen als eiser, want je zult moeten bewijzen dat je er vanuit mocht gaan dat het gebruikte e-mailadres hoorde bij die persoon en dat het bericht met voldoende waarschijnlijkheid gelezen is of in ieder geval voorbij het spamfilter gekomen is. Zulke criteria en bewijslast zullen soms lastig zijn, maar als je dat bewezen krijgt dan is er volgens mij niets mis met dat adres gebruiken.

Gebruik je een random adres dat toevallig op pagina zes in Google stond toen je mijn naam googelde, dan heb je denk ik wel een probleem (ik heb volgens mij iets van 50 e-mailadressen gescoord de afgelopen 15 jaar, geen idee wat er nog werkt). Maar er staat op mijn homepage een e-mailadres en contactformulier, en uit alles blijkt dat die homepage actueel en correct is. Wat is er dan mis mee met dat adres gebruiken om mij ergens van op de hoogte te stellen?

Een alternatief kan zijn dat je een reactie op iemands blog achterlaat met dat adres ingevuld. Of je bent actief op een forum met je e-mailadres in het profiel. Of, heel simpel, de ontvanger reageert op de mail met bijvoorbeeld de opmerking “deze factuur klopt niet, ik had al betaald”. Dan is het toch duidelijk dat dit adres bij die persoon hoort?

Maar e-mail is niet betrouwbaar genoeg, is dan het argument. Er zijn overactieve spamfilters bijvoorbeeld. Nou en, denk ik dan. Wij hadden vroeger een hond die zijn tanden graag in de post zette. Dat was dan toch echt mijn probleem. Waarom mijn hond wel en mijn spamfilter niet?

Nee, ik zie echt geen onoverkomelijke bezwaren tegen het aanmerken van e-mailberichten als communicatiemiddel voor juridische berichten. Zolang je de bewijslast maar legt waar hij hoort: bij de verzender. Het zal niet altijd meevallen om te bewijzen dat een mail is aangekomen, maar als het hem lukt dit te bewijzen, waarom zouden we dan zeggen “oh maar e-mail is niet rechtsgeldig, sorry!”

Arnoud

of lees de 24 reacties

Bewijzen van vervalsing van e-mail

23 juni 2009, 8:30 | Internetrecht | 15 reacties

In september vorig jaar schreef ik over het bewijzen van de echtheid van e-mail. Het vervalsen en aanpassen van mails die als bewijs worden ingezet blijkt vaker te gebeuren, vandaar dat ik nog even terug wil komen op dit onderwerp.

Hoe kun je het beste reageren op een vervalste e-mail?

Allereerst is het belangrijkste dat je meteen protesteert bij de wederpartij. Ontken ten stelligste dat je die mail hebt verstuurd of dat je die mail in die vorm hebt ontvangen. Als je zo’n mail maanden laat liggen, wordt het moeilijk om achteraf nog te roepen dat deze vervalst zou zijn.

Kijk of je de originele mail nog hebt. Maak daar een printout van, inclusief alle headers. In ieder geval ligt er dan bewijs dat er iemand zit te rommelen met de mails, mocht het naar de rechter gaan.

Stond er iemand in CC op de mail? Die kan dan misschien als getuige wat zeggen.

Wie zijn mail niet op de eigen PC opslaat maar via IMAP of webmail leest, heeft wellicht nog het argument dat de mail buiten zijn bereik wordt opgeslagen. Het manipuleren van mails waar je alleen via een webinterface bij kunt, is bijzonder lastig. Een screenprint van de mail zoals hij daar in de mailbox zit, is dus mooi tegenbewijs. Je kunt ook een getuige laten inloggen of laten kijken op het scherm zodat die kan verklaren dat hij de mail in die vorm heeft gezien in de mailbox.

Inhoudelijk is er wellicht ook wat te zeggen, afhankelijk van wat er aangepast of vervangen is. Iedereen heeft zo zijn eigen taalgebruik. Zijn de aangepaste teksten in diezelfde stijl? Staan er typefouten in die jij nooit maakt, of ontbreken de fouten die je juist wel maakt?

Als laatste: de vervalste mail is over het algemeen nadelig voor jou (waarom wordt deze anders gemaakt). Kijk dus eens of je ander bewijs kunt vinden dat die inhoud weerlegt. Als er bv. tig mails van jou zijn waarin je zegt “ik weiger te betalen” en in die ene mail staat “ok ok ik zal betalen” dan maakt die stapel weigermails deze ene mail ongeloofwaardig.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan?

14 april 2009, 8:35 | Internetrecht | 36 reacties

Een lezer mailde me:

Hoe bewijs je dat iets op internet heeft gestaan? Als je iemand aanspreekt op bv. inbreuk op auteursrecht, is de kans aannemelijk dat hij bij een aanmaning de documenten direct van internet verwijdert. Nu kan je screenshots en foto’s maken, en je kan zelfs derden vragen de pagina’s te bekijken en daar eventueel over te getuigen, maar is dit voldoende?

Er zijn geen harde regels over bewijs in dit soort rechtszaken. Je mag alles aanvoeren en laten zien waarmee je je stelling aannemelijk maakt. Het is aan de rechter om te bepalen hoe veel waarde hij aan iets toekent. Over het algemeen zijn ze sceptisch bij beweringen dat screenshots fake zijn, zeker als daar geen onderbouwing bij komt met bv. wat er dan wel stond.

Ik zou bij een sommatie naar een inbreukmaker altijd een screenshot meesturen. Dan heb je bewijs, de brief met die screenshot zit ook bij hem in het dossier en hij zal moeten reageren. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand dan zegt “die screenshot is fake”.

Als je echt zekerheid wil, print dan de pagina uit en ga ermee naar de Belastingdienst. Die dateren alles waar ze een stempel op kunnen zetten. Dateringsdiensten zijn eigenlijk voor uitvinders die hun werk willen beschermen, maar voor deze situatie (en voor bewijs van echtheid van e-mail) kan het ook goed. En het is nog gratis ook.

Alleen, vooraf screenprints maken en dateren is leuk, maar dit wordt pas een probleem als de wederpartij in de rechtszaal ineens begint te roepen dat de screenshot fake is. En dan ben je al te laat om nog de Belastingdienst te laten stempelen. Dus ook dit biedt geen 100% zekerheid. Maar die heb je ook niet nodig: je moet de rechter overtuigen dat jouw verhaal aannemelijker is dan dat van de wederpartij. Theoretische mogelijkheden zijn daarbij minder belangrijk dan wat zich in jouw concrete geval kan hebben voorgedaan. Als je geen van beiden een computerdeskundige bent, dan is de kans klein dat er met de HTML-codes geknutseld is of dat er fake sites gebouwd zijn.

Arnoud

of lees de 36 reacties

Wikipedia als bron van rechtspraak

31 maart 2009, 8:17 | Internetrecht | 11 reacties

wikipedia-recht.pngWikipedia is geen bron, maar een startpunt. Zo gaan de meeste academische instellingen om met de vrije encyclopedie met de rare licentie. Maar de site raakt flink ingeburgerd, en wordt daarmee toch gewoon zelf als bron gezien. Onderzoeker Maurice Schellekens van de Universiteit van Tilburg ging eens op zoek naar Wikipedia-bladerende rechters en deed wat opmerkelijke ontdekkingen.

Zo vond hij diverse arresten van de Hoge Raad waarin Wikipedia gebruikt wordt om feiten te achterhalen:

  • In arrest LJN AX9404 onderbouwde de advocaat-generaal de stelling “De slaap is een bekende kwetsbare plek in de schedel.” met een verwijzing naar Wikipedia’s lemma Slaap (anatomie), waar nu wellicht een [[citation needed]] hoort te staan.
  • In arrest LJN AZ8803 werden definities voor speed en amfetamine uit Wikipedia ontleend.
Nu is de conclusie van een advocaat-generaal nog geen rechtspraak, maar Schellekens zocht verder en vond onder andere de Spinning-zaak waarin de voorzieningenrechter in Wikipedia opzicht of “spinnen” nu een algemene term was en daarmee niet langer een geldige merknaam. De rechter concludeerde: “Het uitgebreide artikel in de Wikipedia kan gezien worden als een opstap naar opname in de gevestigde woordenboeken.”

Schellekens:

This case seems to be particularly worrisome. Wikipedia was part of a direct argument in the reasoning that led to the outcome of the case. Think again, it could have been one of the parties that wrote the Wikipedia entry about spinning!

Schellekens haast zich om toe te voegen dat hij geen bewijs heeft dat dat is gebeurd, maar het is inderdaad zonder meer mogelijk.

Maar gelukkig blijken er ook zaken te zijn waarin Wikipedia de rechtszaal niet binnenkomt. Zo mocht in LJN AZ2550 Wikipedia niet gebruikt worden als bron:

Voornoemde bron kan naar het oordeel van de rechtbank, zonder nadere motivering van verweerder, niet als betrouwbare bron worden aangemerkt. Informatie van internet is niet zonder meer betrouwbaar en/of volledig zonder na te gaan wie die informatie heeft geplaatst en of derden deze informatie kunnen wijzigen.

Bij NJBlog vond ik nog een ander artikel over googelende rechters. Zij zeggen:

[De rechter] moet partijen tenminste in de gelegenheid stellen zich uit te spreken, variërend van wraking tot procesrechtelijke en inhoudelijke betwisting, voordat hij een oordeel velt.

En dat lijkt me ook wel zo eerlijk. Het is ook wat om pas in het vonnis te lezen dat je een zaak verloren hebt op grond van een Wikipedia-lemma.

Zijn er omstandigheden waaronder een Wikipedia-pagina wel zelf als bron voor een stelling gebruikt kan worden?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Hoe bewijs je dat iemand je e-mails heeft ontvangen?

29 januari 2009, 8:56 | Internetrecht | 18 reacties

Een lezer vroeg zich af hoe sterk hij stond bij een opzegging per e-mail. Het bedrijf vertelde hem namelijk in eerste instantie dat ze die mail nooit hadden ontvangen, en pas nadat de opzegtermijn was verlopen, ontdekte het bedrijf dat deze in het spamfilter was beland. Had hij nu tijdig opgezegd?

In Nederland geldt wat juristen de “ontvangsttheorie” noemen: jij moet als afzender bewijzen dat de beoogde ontvanger je berichten ook werkelijk gekregen heeft. Vandaar dat mensen voor belangrijke dingen aangetekende post gebruiken, dat is afdoende bewijs. De ontvanger hoeft de berichten trouwens niet gelezen te hebben. Als hij enveloppen ongeopend in de kachel stopt, zijn de gevolgen voor zijn risico.

Bij e-mail kunnen veel dingen misgaan, een spamfilter is een voorbeeld maar zeker niet het enige. En zelfs als er in werkelijkheid niets misgegaan is, kan de ontvanger ook gewoon keihard ontkennen de mail gehad te hebben. In deze zaak kwam men daar nog mee weg ook. De afzender kon alleen bewijzen de mail verstuurd te hebben, maar niet dat deze ook werkelijk in de mailbox van de geadresseerde beland zou zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat e-mail dus geen geschikte manier is om op te zeggen. Je mag namelijk op elke manier die je hebt, bewijzen dat de mail is aangekomen. In dit geval heeft het bedrijf de mail wel degelijk ontvangen, alleen stond deze in een map waar ze zelden keken. Dat is niet anders dan dat men de postbus linea recta in de bak met oud papier stopt omdat er zo veel reclame bij zit. Dat mag, maar is voor risico van de eigenaar van de postbus. Je kunt ook even controleren of er echte post tussen zit natuurlijk.

Het lijkt mij dan ook dat deze lezer tijdig opgezegd heeft. De mail is tijdig aangekomen, maar het bedrijf heeft deze niet gelezen. Dat is voor hun risico.

Wat vinden jullie? Valt een spamfilter onder je eigen risico? Ook als het filter door de provider gerund wordt en het bedrijf via een aparte interface de spams moet bekijken?

Arnoud

of lees de 18 reacties

Risico van verzending bij koop op afstand

19 september 2008, 8:31 | Contracten | 16 reacties

doos-bezorging-bezorgdienst-afleveren.jpgEen lezer had iets besteld bij een webwinkel, maar het pakje kwam nooit aan. Toen hij de webwinkel om opheldering vroeg, meldde die doodleuk dat de bezorging voor zijn eigen risico kwam. Dat stond zo in de algemene voorwaarden, en bovendien had de lezer “zelf de vervoerder gekozen”. Dat wil zeggen, hij had afgeweken van de standaardkeuze (DHL) en een andere vervoerder uit het lijstje op de website gekozen.

Volgens 7:11 BW ligt het risico van bezorging van een koop op afstand bij de verkoper tot het moment van aflevering bij de koper. Hoewel hiervan afgeweken kan worden, mag dat niet in de algemene voorwaarden gebeuren (art. 7:6 lid 2 BW).

De verkoper verstopt zich hier achter de zinsnede “een door deze aangewezen vervoerder”. De strekking hiervan is dat als de consument zelf met een vervoerder aankomt, het niet meer eerlijk is dat de verkoper opdraait voor de schade als die vervoerder onbetrouwbaar blijkt. Zolang de verkoper het aanbod van vervoerders bepaalt, kan hij nagaan of ze betrouwbaar genoeg voor hem zijn. Wil de koper per se dat een of andere vage fietskoerier het servies komt bezorgen, dan is het redelijk dat dat voor rekening van de koper komt.

Maar het feit dat de koper een lijstje met mogelijke vervoerders te zien krijgt, maakt nog niet dat de uiteindelijke vervoerder niet “door de verkoper aangewezen is”. De verkoper heeft er immers een aantal aangewezen, en laat de koper een voorkeur uitspreken. Het zou wat erg makkelijk zijn als je per definitie onder 7:11 BW uit kwam als je meer dan één vervoerder onder contract had. Die uitzondering geldt dus alleen als de koper met een voor de verkoper onbekende vervoerder aan komt zetten.

Wie heeft er wel eens beschadigde producten bezorgd gekregen? En hoe lang wezen verkoper en vervoerder met het vingertje naar elkaar voor de aansprakelijkheid?

Arnoud

of lees de 16 reacties

Hoe bewijs je de echtheid van e-mail?

6 september 2008, 9:45 | Internetrecht | 14 reacties

Een lezer mailde me:

Ik heb een zakelijk geschil met een klant waarvoor we binnenkort bij de kantonrechter staan. De wederpartij heeft e-mails tussen ons als bewijs gebruikt. Maar zij hebben de nodige trucs uitgehaald: sommige mails zijn weggelaten, en andere zijn inhoudelijk gewijzigd of geantedateerd.

We hebben alle originele mails nog in onze map Verzonden en het archief van inkomende mails van deze klant. Maar hoe kunnen wij nu de rechter overtuigen dat onze versies echt zijn en die van de klant vervalst?

Altijd lastig, zoiets. Je kunt printouts van je eigen kopieën van de e-mails als bewijsstuk in het geding brengen. Het zal dan opvallen dat deze afwijken van de kopieën van de tegenpartij. Het is dan aan de rechter om af te wegen welke hij authentiek acht.

Elke aanwijzing dat iets niet klopt, mag je naar voren brengen als bewijs. Zo zou het kunnen dat een mail met veranderde datum ineens verwijst naar een mail met een latere datum, wat natuurlijk niet kan. Ook kun je aan de headers laten zien op welke mail een bepaalde mail een reactie was. Als dat niet klopt door de aangepaste data, is dat ook mooi bewijs.

Inhoudelijke wijzigingen zijn lastiger aan te tonen. In ieder geval moet je keihard ontkennen die tekst geschreven of ontvangen te hebben. Ook hier weer, elk argument waarom dat zo zou zijn, mag je naar voren brengen. Als een wijziging je iets in de mond legt dat in een eerdere mail geheel anders staat, dan is dat een aanwijzing voor vervalsing.

Hebben jullie suggesties?

Arnoud

of lees de 14 reacties

Gebruik geluidsopnames als bewijs aan banden gelegd

19 maart 2008, 8:18 | Contracten | 11 reacties

Sorry, de woordspeling was te flauw om hem niet te maken. Recentelijk heeft de Maastrichtse kantonrechter bepaald dat een opname van een telefoongesprek niet zomaar als bewijs gebruikt kan worden. Dit hoewel hij zelf toegeeft dat het vaste rechtspraak is dat je zakelijke gesprekken zonder toestemming te vragen mag opnemen. De reden om hier de tape als bewijs te weigeren is een andere, die ik niet goed kan volgen.

In de rechtszaak ging het om de vraag of de eiser, VKM Advertisement, telefonisch een overeenkomst had gesloten met de gedaagde. VKM had hem gebeld, en hij had naar eigen zeggen duidelijk geweigerd in hun gids opgenomen te worden (voor 295 euro). Toch kreeg hij een factuur omdat VKM uit het gesprek had opgemaakt dat er wél een overeenkomst was. Het telefoongesprek was dus precies het enige bewijs van de overeenkomst. Wat nu?

De rechter had uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut begrepen dat de integriteit van een opname nooit met 100% zekerheid vast te stellen is. Daarom stelt hij extra eisen alvorens zo’n opname toelaatbaar is:

  1. Bij het begin van de opname dient er duidelijk om toestemming voor het maken daarvan te worden gevraagd. Het (positieve) antwoord daarop dient vervolgens afgewacht te worden.
  2. Vervolgens dient degene die de overeenkomst heeft aangeboden de wederpartij onverwijld een schriftelijke opdrachtbevestiging toe te zenden waarin wordt verwezen naar de geluidsop- name en de daarop vastgelegde wilsovereenstemming, in welk schrijven de contractsinhoud nogmaals duidelijk wordt genoemd.

Menno Weij schrijft dat de kantonrechter deze eisen lijkt te halen uit de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Koop op Afstand bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. Maar zoals de rechter zelf al zegt, het gaat hier om een zakelijk gesprek waarbij privacy minder een rol speelt. Het is dan ook vaste jurisprudentie dat je dat ook zonder toestemming mag opnemen.

Doel van de eerste eis is om de opgebelde partij extra “in te scherpen” dat het niet gaat om een vrijblijvend gesprek. Daarmee is de kans kleiner dat deze achteloos iets zegt waaruit de beller kan concluderen dat er een overeenkomst is gesloten. De tweede eis confronteert de gebelde nogmaals met het telefoongesprek, zodat hij direct stappen kan ondernemen om de overeenkomst te vernietigen of ontbinden. (Zo’n schriftelijke opdrachtbevestiging is natuurlijk allang verplicht bij koop op afstand.)

Een merkwaardige manier om dat doel te bereiken. We waren tenslotte begonnen met aan te nemen dat dat er met de tape geknoeid kan zijn. Als de opbellende partij dat doet, wat weerhoudt ze er dan van om een op willekeurig moment uitgesproken “ja hoor” te knippen en plakken achter een later ingesproken “Dit gesprek wordt opgenomen, bent u daarmee akkoord”?

Wat dus het verplicht stellen van die vraag toevoegt aan het bewijs, is mij volstrekt onduidelijk. Natuurlijk is het lastig als je ineens zo’n bandopname te horen krijgt om te bewijzen dat ermee geknoeid is. Je kunt, zeker als consument, niet zomaar naar het NFI lopen om even snel aan te laten tonen dat de tape nep is. En er zijn genoeg manieren om een nepopname te maken die door de NFI-tests heenkomt.

Maar de oplossing is dan niet het melden dat opgenomen wordt, verplicht stellen. Bij een keiharde ontkenning door de wederpartij zou de rechter juist vooral moeten kijken naar andere bewijsmiddelen om te beslissen wie er gelijk heeft.

Wie trouwens de link heeft naar het specifieke rapport van het NFI, mag het zeggen!

Arnoud

of lees de 11 reacties

Overeenkomst bewijzen met behulp van voicelog

10 maart 2008, 8:16 | Contracten | 5 reacties

Hoe bewijs ik wat ik gezegd heb, vroeg een lezer zich af:

Het enige bewijs van een overeenkomst tussen mij en het bedrijf is een geluidsopname van een telefoongesprek. Wanneer het bedrijf zich bij een potentieel conflict met mij zou beroepen op die geluidsopname, en ik in dat geval ontken dat dat mijn stem is, in hoeverre zal een rechter dan de geluidsopname als authentiek beschouwen en er dus bewijskracht aan toekennen?

Nederland kent bij civiele rechtszaken geen toets of bewijs wel “rechtsgeldig” is. De rechter weegt de verklaringen van de partijen (en hun deskundigen) af en concludeert dan of hij de opname als echt ziet. Het bedrijf zou een onafhankelijk instituut zoals TNO de opname kunnen laten onderzoeken op bijvoorbeeld knip- en plakwerk. Maar dat toont nog steeds niet aan dat de opname echt van de gedaagde is natuurlijk. Het kan ook best een stemimitator zijn.

De rechter kan echter vrijwel altijd op meer afgaan dan alleen een voicelog. Het bedrijf heeft waarschijnlijk iets geleverd of gepresteerd, omdat zij dacht dat er een geldige overeenkomst was. Nu kan het best dat het bedrijf ongelijk had, maar waarom heeft de andere partij dan nooit aan de bel getrokken?

Als je elke maand de Donald Duck krijgt toegezonden, is het nogal vreemd als je die gewoon houdt zonder ooit te informeren hoe dat zit. Hoewel dat natuurlijk ook geen keihard bewijs is (zeker niet bij koop op afstand), kan het voor de rechter wel de doorslag geven.

Ook kan de rechter kijken naar de betalingsgeschiedenis: is er elke maand betaald en gebruik gemaakt van de dienst? Heeft de gedaagde e-mails verstuurd vanaf het betaalde account dat hij nu ontkent ooit te hebben aangeschaft? Is het telefoonnummer vanaf waar gebeld is, toegekend aan de gedaagde volgens diens telecomprovider?

De theoretische kans dat een stemimitator de boel wilde flessen, is dus niet genoeg om onder een overeenkomst uit te komen.

Een betere manier is je eigen telefoongesprekken opnemen. Dat is geen computercriminaliteit. Publiceren van die gesprekken kan een schending van de privacy van de andere persoon zijn, maar als je in het kader van een rechtszaak laat horen wat er gezegd is tijdens het gesprek, dan is daar niets mis mee. Als er dan twee verschillende opnames op de zitting te beluisteren zijn, is het wel duidelijk dat er iets niet klopt.

Arnoud

of lees de 5 reacties
Volgende Pagina »
Koop het boek De wet op internet bij Lulu Koop het shirt You wouldnt download a car bij Shirtshop
Arnoud's boek!
Internetrecht in gewone taal
Bestelcode ywdac =
25% korting

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress