Ik wil schadevergoeding van die spammer!

3 februari 2012, 8:02 | E-mail | 24 reacties

Regelmatig krijg ik vragen als de volgende:

Ik krijg een nieuwsbrief / reclame / promotiemails van een Nederlands bedrijf. Ik heb me daar nooit voor opgegeven (maar in het verleden wel ooit mee gemaild / iets gekocht). Afmelden lukt niet, of ze zeggen dat het gelukt is maar de mails blijven maar komen. Een klacht bij Spamklacht.nl leidt niet tot zichtbare resultaten. Kan ik nu zelf naar de rechter en een schadeclaim indienen?

Ja, als je ongevraagd commerciële communicatie krijgt zonder expliciete voorafgaande toestemming dan kun je naar de rechter om een verbod (met dwangsom) en een schadevergoeding te eisen.

Natuurlijk moet wel vaststaan dat er écht geen toestemming was, en ook dat de regels over het spammen van klanten niet gelden. Maar als een opt-out wordt genegeerd dan is eigenlijk altijd sprake van een wetsovertreding.

Het grote struikelblok is en blijft echter: wat is je schade? Als consument heb je die eigenlijk niet. Je verloren tijd is niets waard, het ontvangen en opslaan van de mail kostte je ook niets (wie wordt er gefactureerd per mail door zijn provider) en hinder is geen grond voor een claim. Emotionele schadevergoeding komt niet door de giecheltoets (zeg maar gerust de bulderlachtoets).

Een bedrijf op wiens platform wordt gespamd, kan via de algemene voorwaarden antispamboetes invoeren en incasseren. Een boete kun je namelijk opeisen ook als er geen schade is, gewoon omdat de boete vooraf afgesproken is en dús verschuldigd.

Maar als consument kun je niet met een bedrijf afspreken “ik geef u mijn mailadres en op elke spammail daarheen staat 500 euro”. Het lijkt me wel een goed idee als dat kon, maar zo werkt het niet helaas. Misschien maar in de Telecomwet zetten zoiets?

Arnoud

of lees de 24 reacties

Al te hard auteursrechtelijk blaffen eindelijk eens aangepakt

21 september 2011, 8:08 | Auteursrecht | 180 reacties

zonnepanelen-breuk-inbreuk.jpgDat je geen artikelen of foto’s integraal mag herpubliceren zonder toestemming (behoudens soms citaatrecht), zouden de meeste mensen wel moeten weten zou je denken. De praktijk is echter anders: bijna dagelijks krijg ik mails van mensen die een claim van een of andere fotograaf of andere auteursrechthebbende aan de broek hebben. Bekende partijen die dit doen zijn Getty Images (Van der Steenhoven advocaten), Cozzmoss (Banning Advocaten) en diverse fotografen vertegenwoordigd door i-EE advocaten.

Nou valt er over het principe “mag niet” weinig te twisten: hoewel dat anders zou moeten, is de wet de wet - en die zegt dat je toestemming moet vragen. Lukt dat niet, om welke reden dan ook (al is het maar dat de auteur onbekend is) dan heb je gewoon dikke pech. Het probleem dat ik heb met zulke claims is dat er wel met een heel grote hark wordt geschreven. De grootste boosdoener is de volledige proceskostenvergoeding: volgens de wet heeft een rechthebbende recht op vergoeding van de werkelijke rekening van zijn advocaat als hij wint. En zo’n rekening kan rustig enkele duizenden euro’s zijn.

Ook discutabel is de manier waarop rechthebbenden hun schade uit de duim zuigenberekenen. In principe heb je volgens de wet alleen recht op een vergoeding van daadwerkelijke schade. En die is niet hetzelfde als het geldbedrag dat je grootste opdrachtgever ooit eens betaalde voor een ander artikel. Het moet gaan om de in de markt gebruikelijke tarieven voor dergelijke werken. En een opslag “voor gederfde exclusiviteit” of “ter afschrikking” mag al helemaal niet. Dat is een verkapte boete, en boetes zijn tegen de wet in het civiele recht.

En ja, dat stoort mij buitengewoon. Wie nu zegt dat ik dus auteursrecht wil afschaffen, kan jeuk krijgen: het gaat me erom dat rechthebbenden consequent een veel te grote broek aantrekken met die claims en dat deze wijze van handhaving tegen de wet is maar dat rechthebbenden er regelmatig mee wegkomen. En dat allemaal onder het motto “het auteursrecht moet beschermd tegen internetgraaiers”.

Van een recent vonnis werd ik toch even vrolijk: géén hoge opslagen, geen boetes voor schending auteursrecht en geen tweeduizend euro advocaatkosten voor de gedaagde.

Een bedrijf had een artikel uit de krant over een door haar ontwikkeld kozijnensysteem met zonnepanelen gepubliceerd, inclusief de foto die de krant daarbij had gepubliceerd. De fotograaf diende daarom een claim in: dit was immers schending van het auteursrecht. (Tip aan bedrijven: als je een krant een interview geeft, beding dan het recht het artikel inclusief foto op de eigen site te publiceren. Schriftelijk.) De fotograaf claimde € 280 aan gebruiksrecht plus € 250 aan kosten handhaving, maar hij was bereid het voor € 900 euro af te doen.

Vervolgens meldt het vonnis dat “[gedaagde] tevergeefs diverse pogingen ondernomen om in der minne tot een oplossing met de gemachtigde van [eiser] te komen”. Kennelijk was de fotograaf niet bereid tot enig zakken, want de volgende stap (een klein jaar later) was een dagvaarding waarin een kleine drieduizend euro werd geëist - waarvan 840 euro schadeclaim en 2000 euro advocaatkosten.

De rechter maakt daar echter gehakt van. Hij begint met op te merken dat 280 euro hem redelijk voorkomt. Opmerkelijk genoeg hanteert hij daarbij de richtprijzen fotografie 2010, die echter geen enkele status hebben omdat ze niet door een brancheorganisatie zijn uitgegeven of op enig onderzoek zijn gebaseerd. (En ze mógen niet door een brancheorganisatie worden uitgegeven, omdat dat een verboden prijsafspraak oplevert.) Omdat de gedaagde de foto meteen heeft verwijderd, vindt de rechter die 280 euro echter toch wat hoog, en matigt deze naar 200 euro.

De 560 euro voor “vermindering van exclusiviteit” wordt afgewezen omdat dit niet is onderbouwd. Dit is correct: die 560 euro is gewoon een opslag (2x de 280 euro) en geen daadwerkelijke schade. En hoe je “exclusiviteit vermindert” oftewel je foto minder verhandelbaar wordt omdat iemand die overneemt, ontgaat me volledig. Je auteursrecht blijft toch bestaan?

De advocaatkosten van € 2.078,48 worden ook afgewezen. Waarom, zo vraagt de rechter zich retorisch af, heeft deze fotograaf niet eerst zelf een briefje gestuurd maar meteen een advocate laten blaffen? En waarom is die dan “€ 900,– (!)” gaan eisen als de schade 280 euro is?

Gelet op het verloop van de daarop volgende gebeurtenissen kan alleen maar geconcludeerd worden dat door de opstelling van [eiser] en/of zijn gemachtigde het door [gedaagde] gewenste minnelijke overleg geen doorgang gevonden heeft en het tot deze procedure gekomen is. Conclusie: wat [eiser] meer gevorderd heeft dan voormeld bedrag ad € 200,–, inclusief BTW wegens derving licentie-inkomsten, moet worden afgewezen.

De fotograaf krijgt dus 200 euro, en geen cent meer. Die 2078 euro advocaatkosten mag hij zelf betalen. Oh, en hij mag óók de juridische kosten van de gedaagde betalen. Die zijn 50 euro omdat hij zichzelf verdedigd had. Had hij een advocaat een weerwoord laten schrijven, dan had diens rekening naar de fotograaf gekund.

Een mooi voorbeeld van hoe het hoort te gaan in de rechtspraak. Een rechthebbende die te veel eist, kan dus zomaar de proceskosten van de inbreukmaker op zijn bordje krijgen. Wel zal de inbreukmaker bereid moeten zijn om een redelijke vergoeding te betalen.

Arnoud

of lees de 180 reacties

Indekken tegen privacyboetes via de algemene voorwaarden?

9 augustus 2011, 8:27 | Privacy, Meningsuiting | 24 reacties

toestemming.pngTijd voor juridisch tegengas, schreef Arjan Dasselaar afgelopen zaterdag in zijn column bij Nu.nl. Hij reageerde daarin op het voorstel van het College bescherming persoonsgegevens, dat begin vorige week een wetsvoorstel had aangekondigd dat boetes tot 25.000 euro mogelijk zou maken voor mensen die persoonsgegevens van verdachten publiceren, met name door filmpjes of foto’s te publiceren. Deze antischandpaalwet stuitte op veel kritiek, ook vanuit de Tweede Kamer.

Arjans column bevat een praktische oplossing voor winkeliers die geen problemen willen met de wet:

Neem een bepaling op in uw algemene voorwaarden waarin staat dat u zich het recht voorbehoudt om foto’s en filmpjes van alles wat er in uw zaak gebeurt, op internet te plaatsen.

Neem daarin ook een bezwaarbepaling op. Regel dat bezoekers van uw pand die geen prijs stellen op dergelijke publiciteit, kunnen verzoeken tot verwijdering van dergelijke beelden. Dan moeten ze dat wel even persoonlijk bij u melden.

Een leuk idee, maar juridisch gezien gaat dit niet werken. Toestemming voor gebruik van persoonsgegevens (en dus ook foto- en videobeelden) kan niet worden opgeëist in algemene voorwaarden, hoe veel stickers of bordjes je ook plakt. De wet eist namelijk “ondubbelzinnige toestemming” en daaraan kan alleen worden voldaan met een expliciete uiting die neerkomt op “ja dat is goed”. Stilzwijgen of een ongerelateerde handeling (zoals een winkel binnenlopen) voldoet daar niet aan.

Ik ben heel benieuwd naar het wetsvoorstel waar het Cbp over sprak. Ik zie namelijk niet hoe je dit in een wet giet. Het lijkt me namelijk zoiets specifieks, moet je echt specifiek een wet daarvoor maken? En hoe definieer je een schandpaalsite zonder dat je ook bv. Opsporing Verzocht of De Politie Zoekt verbiedt? Of meer algemeen, zonder dat de vrije nieuwsgaring in het gedrang komt?

Arnoud
Bordje: De baas in huis, Prijsvechter.nl

of lees de 24 reacties

DollarRevenue-affiliate krijgt 14.000 euro boete voor verspreiden reclameworm

18 maart 2011, 8:01 | Beveiliging | 6 reacties

Een affiliate van het beruchte DollarRevenue heeft van de rechtbank een boete van 14.000 euro gekregen, meldde Webwereld vorige week. De OPTA kwam tijdens het onderzoek naar spyware van DollarRevenue de namen tegen van twee Nederlanders die als affiliate stonden geregistreerd bij het bedrijf. Zij verspreidden tegen betaling de DollarRevenue-software, en de OPTA merkte ze daarom aan als zelfstandig verspreiders van spyware.

Eén van de beboete personen ging in beroep, maar ook de rechtbank acht hem schuldig. Alleen de hoogte van de boete wordt ietwat gematigd (van 16.000 naar 14.000 euro) omdat onvoldoende rekening was gehouden met het feit dat hij ten tijde van de overtreding psychisch in de war was.

Het maakte niet uit dat deze personen ’slechts’ affiliates waren en dus andermans software promootten. Hun handelingen zorgden er namelijk voor dat de software werd geïnstalleerd op computers van eindgebruikers, en dat mag niet als daar niet expliciet toestemming voor is gekregen. Het boetebesluit van de OPTA legt uit hoe de affiliates werkten:

[E]en argeloze gebruiker kreeg een link toegestuurd naar de kwaadaardige software via één van de contactpersonen uit zijn MSN-contactenlijst. De gebruiker dacht dat dit een persoonlijke boodschap betrof met een link naar een foto. Zodra hij de link opende, werd advertentie- en verspreidingssoftware op zijn computer geïnstalleerd. De volgende keer dat de gebruiker het chatprogramma MSN opstartte, werd automatisch aan al zijn contactpersonen in de contactenlijst dezelfde link toegestuurd.

Dat is dus niets meer of minder dan een ordinaire worm die zichzelf verspreidt. En of je nu je eigen of andermans worm loslaat, het is en blijft een overtreding van de wet.

Zestien- of veertienduizend: het blijven forse boetes. Bij deze zaken krijg je wel altijd de vraag of ze echt effectief zijn. Deze spyware is op 180.000 computers geïnstalleerd en volgens Tech’n Security kreeg je

30 cents per install in the USA, 20 cents per install in Canada, 10 cents in the UK, 1 cent in China and .02 cents in other countries

Volgens Pay per Install geldt die “.02 cents” voor Azië, dus ik aarzel nu wat het Nederlandse bedrag is. Bij 10 cent per installatie (analoog aan de UK) is de revenue dus 18.000 dollar, maar bij 2 cent is het slechts 3600 dollar en dan heeft de boete toch wel aardige impact.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Is een iPhone een telefoon?

7 februari 2011, 8:35 | Aansprakelijkheid | 64 reacties

iphone-tomtom-navigatie.jpgEen lezer vroeg me:

Vorige week werd ik op de snelweg aangehouden omdat ik zou hebben zitten bellen achter het stuur. Dat was niet zo: ik was de navigatie op mijn iPhone opnieuw aan het instellen. Dat mocht echter niet baten volgens de agenten. Een iPhone is een telefoon, en het maakt niet uit of je aan het bellen bent of iets anders. Maar je navigatie-apparaat instellen is toch heel wat anders dan zitten te bellen?

Op het gevaar nu écht als Koos Spee te klinken: artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) verbiedt bestuurders van een motorvoertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Het is expliciet niet nodig dat je daadwerkelijk telefoneert. Dit is zo vastgelegd om te voorkomen dat de politie moet bewijzen dat je een gesprek aan het voeren was, wat vaak erg onpraktisch is.

Natuurlijk kun je met een iPhone meer dan alleen bellen, maar dat maakt hier niet uit. De wetgever bedoelt met “mobiele telefoon”

een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten

en het lijkt me evident dat een iPhone daar ook onder valt. Een iPod touch met navigatie kan niet bellen en valt buiten het verbod.

In april 2010 werd een man vrijgesproken omdat het bedienen van zijn TomTom niet onder dit wetsartikel viel. Dat de afstandsbediening via Bluetooth werkte, deed daar niet aan af. Hoewel Bluetooth een draadloze elektronische communicatiedienst is, is het geen “openbare telecommunicatiedienst”. Daarmee is de afstandsbediening nog geen mobiele telefoon. Ook niet trouwens als deze een daadwerkelijke telefoon bedient.

Verder was bij de invoering van deze regeling het oorspronkelijke voorstel geschrapt om naast een telefoon ook het vasthouden van “een op een mobiele telefoon gelijkend voorwerp” te verbieden. Zo’n breed verbod zou zijn doel voorbij schieten, aldus het ministerie destijds. Dan kan men niet nu alsnog optreden tegen afstandsbedieningen en navigatie-apparatuur natuurlijk.

Ik vraag me nog wel af hoe het zou zitten met een iPhone waarbij de telefonie-functie is uitgeschakeld en/of de simkaart is verwijderd. (Werkt een iPhone nog zonder simkaart?) Het toestel is dan niet meer geschikt om mee te bellen, hoewel het natuurlijk nog wél bestemd is om mee te bellen. Omgekeerd zou mijn laptop (met HSDPA-stick) ook een “telefoon” zijn omdat deze de openbare telecommunicatiedienst “3G internet” gebruikt.

Met dergelijke redeneringen komen we wel een heel eind in giecheltoets-land. En er ís me een partij onzinnige argumenten aangevoerd tegen boetes voor overtredingen van dit verbod. Zo werd het dronken-aardbei-argument dat dit artikel ongeldig is omdat de keuze voor mobieltjes willekeurig is en het vasthouden van eten, drinken of andere voorwerpen ook gevaarlijk is, gelukkig wel verworpen. Net als “ik hield hem niet vast, hij zat met een bandje om mijn pols / geklemd onder mijn hoofddoek“.

Tentamenvraag: mag een rijinstructeur tijdens de rijles een telefoon vasthouden terwijl de leerling aan het rijden is?

Arnoud

of lees de 64 reacties

Spammen in strijd met huisregels: boete

17 december 2010, 8:48 | Internetrecht | 13 reacties

Stel je zit op een forum en iemand stuurt je een berichtje: “Hey gozer! Voeg me anders toe op msn: surfer-nick@example.com (veel makkelijker!)” En als je dat doet, dan krijg je te horen “AutoMessage: Laptop doet raar dus bel me maar op 0906xxxx code 51!” Wat denk je dan? Inderdaad: spam. Een vervelend verschijnsel op zowat elk medium. Een goed filter kan veel tegenhouden, maar slimme jongens houd je altijd. Maar stap je ervoor naar de rechter? Gay.nl (hoi Bram) deed dat wel, en kreeg een schadevergoeding van 5000 euro van de spammer (dank).

De site gay.nl bevat onder meer een forum en een chatdienst, waarmee gebruikers van de website met elkaar in contact kunnen komen. Daarvoor moet je wel geregistreerd zijn, en bij registratie moet je de huisregels aanvaarden. Eén van die huisregels verbiedt

het (ongevraagd) initiëren van iedere vorm van commerciële communicatie door middel van e-mail, fax, SMS, MMS, post, de Gay.nl messenger, het Gay.nl forum, het profiel van de Gebruiker of anderszins met gebruikers, althans het direct of indirect promoten van goederen, diensten of het imago van een onderneming, organisatie of persoon, zulks ongeacht of deze producten of diensten (indirect) betrekking hebben op het karakter van de dienst of mogelijke interesse van een gebruiker

Het beheer ontving diverse klachten over een gebruiker die de hierboven genoemde berichtjes (198 stuks op een middag) had gestuurd. De gebruiker gaf echter aan dat er géén sprake was van spam maar alleen een uitnodiging om via MSN te kletsen, wat hem handiger leek dan de chat van Gay.nl. Later ontkende hij de berichten te hebben gestuurd en verwijst naar freelance medewerkers waar hij geen volledige controle over heeft (het “overijverige stagiare”-excuus). Maar de rechter accepteert dat niet:

V M heeft niet verklaard waarom een ander bedrijf, dat ook van het betreffende IP-adres gebruik heeft gemaakt, er belang bij zou kunnen hebben om gebruikers van Gay.nl te attenderen op het 0906-nummer van V M. Anderzijds suggereert V M dat de verzending van de berichten het werk kan zijn geweest van een van zijn medewerkers. Redelijkerwijs kan alleen dit laatste verklaren dat de gebruikers van Gay.nl op 9 juli 2009 werd gevraagd via MSN contact te zoeken en daarop een automatisch bericht volgde met het verzoek te bellen met het 0906-telefoonnummer van het bedrijf van V M.

Het gedrag van medewerkers (ook als ze freelance zijn) moet volgens de wet (art. 3:70 BW) voor rekening van VM komen. Ook het verweer dat het gewoon om contact zoeken ging, wordt verworpen. Het in korte tijd versturen van 198 berichtjes met dezelfde inhoud, die verwijzen naar een commerciële 0906-lijn, bewijst dat sprake is van een commercieel doel met de communicatie.

Het vonnis doet denken aan de zaak Netwise/NTS, waarin ook een spammer werd gehouden aan huisregels en een verbod opgelegd kreeg. Verschil is dat Gay Group een boetebeding had ingebouwd en dat de rechter dit van toepassing acht. Volgens dit beding mag Gay Group voor elk spambericht 500 euro incasseren, zij het dat dit vanwege de bevoegdheid van de kantonrechter is beperkt tot 5000 euro totaal.

Omdat de huisregels op de juiste manier worden aangeboden, vindt de kantonrechter dat VM ook gebonden is aan het boetebeding. Ook het aantal klachten of de hoogte van de boete speelt geen rol:

Anders dan V M meent, is het aantal door Gay Group van gebruikers van haar website ontvangen klachten niet relevant. Een gebeurtenis die tot het verbeuren van de overeengekomen boete leidt, bestaat in de verzending van een verboden bericht. Voor zover V M matiging van de boete mocht hebben verlangd, valt niet in te zien dat de billijkheid matiging klaarblijkelijk zou eisen.

VM moet de 5000 euro boete betalen (plus € 692,89 proceskosten) en op straffe van een dwangsom alle via de spamberichten verkregen e-mailadressen verwijderen. Hij krijgt alleen geen verbod voor de toekomst, omdat Gay Group zijn account kan sluiten zodat hij niet meer kán spammen. Een beetje apart, want een nieuw account is zo gemaakt. Maar alles bij elkaar toch een forse opsteker: het wordt tijd dat meer forums zo’n beding gaan opnemen dus!

Arnoud

of lees de 13 reacties

Maar het zijn toch mijn foto’s?

6 oktober 2010, 9:00 | Auteursrecht | 32 reacties

Een lezer vroeg me:

Een tijd geleden heb ik een professioneel fotograaf ingehuurd om mooie foto’s van mezelf te maken voor op mijn website. Nu werk ik sinds kort bij een nieuw bedrijf, en die wilden graag foto’s van medewerkers online. Maar nog geen week nadat ik die foto ook daar had neergezet, ontving ik al een rekening van de fotograaf wegens schending van zijn auteursrecht. Kan dat zomaar? Het zijn toch mijn foto’s? Ik heb (flink) betaald voor het maken van die foto’s!

Ja, dat kan zomaar en nee, het zijn niet jouw foto’s. Hoe gek het ook klinkt: als je iemand betaalt om foto’s, teksten of wat dan ook voor jou te maken, dan word je daar geen eigenaar van. Je krijgt alleen een gebruiksrecht - je mag die foto’s gebruiken conform de afspraken, meer niet.

Het is dus zaak om bij het inhuren meteen duidelijke afspraken te maken over wat er wel en niet mag met het werk dat je bestelt. Je kunt afspreken dat alle rechten naar jou gaan, maar dat moet dan wel schriftelijk en ondertekend. Je kunt ook een brede licentie afspreken, of opties inbouwen dat een bepaalde andere vorm van gebruik ook mag mits je dan maar een bepaald bedrag extra betaalt.

Over die factuur: die zul je (waarschijnlijk) moeten betalen. In de algemene voorwaarden van de fotograaf zal ongetwijfeld iets staan over een boete bij ongeautoriseerd gebruik. Ik maak me vaak kwaad om de onterechte scrabbleclaims van fotografen, maar in dit geval zijn zulke claims wel ergens op gebaseerd: die algemene voorwaarden zijn deel van je contract. En als jij afspreekt dat je een boete zult betalen, dan moet je die boete betalen.

Arnoud

of lees de 32 reacties

Administratiekosten van het CJIB bij verkeersboetes

5 oktober 2010, 8:13 | Internetrecht | 21 reacties

flitspaal-beschadigd-boete-heffing-cc-by-nd-heiloo-online.jpgNiet echt internetrecht, maar ik krijg hier héél veel vragen over: mag het Centraal Justitieel Incassobureau die zes euro administratiekosten in rekening brengen als je een boete opgelegd krijgt? Dit met de discussie over administratiekosten bij bedrijven (mag het nu wel of niet) in het achterhoofd.

Ja, het CJIB mag die administratiekosten in rekening brengen. Dat volgt uit artikel 22 Wet Mulder en het bijbehorende Besluit, dat bepaalt:

Degene aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, is administratiekosten verschuldigd. De omvang van deze kosten wordt bepaald bij ministeriële regeling.

En in artikel 1 van deze ministeriële regeling staat keurig het bedrag van € 6 genoemd.

Recent werd een vonnis gepubliceerd waarin de kantonrechter oordeelde dat beroep en bezwaar mogelijk is tegen administratiekosten bij een boete. Daarbij werd wel gezegd:

De kantonrechter is evenwel van oordeel dat, gelet op de hoogte van de boete, niet gezegd kan worden dat de kosten disproportioneel zijn, nu de administratiekosten forfaitair zijn, niet gerelateerd zijn aan (de hoogte van) de sanctie en worden verantwoord als kosten van behandeling door het overheidsorgaan. Niet gezegd kan worden dat de in aanmerking genomen behandelingskosten exorbitant zijn.

Ik vind het wel erg merkwaardig, deze constructie met administratiekosten. Je zou zeggen dat zulke kosten gewoon in het boetebedrag verwerkt moeten zijn. Toen ik er voor het eerst van hoorde, leek het me een verkapte manier om de boete te verhogen zonder de wet met de boetebedragen aan te hoeven passen. Maar gezien het feit dat er een aparte wet is die bepaalt dat er administratiekosten berekend mogen worden, kan dat het argument niet zijn geweest.

Het waarom begrijp ik dus niet, maar dat het mag staat voor mij vast.

Arnoud
Foto: Flitspaal - Heiloo Online (Creative Commons BY-ND).

of lees de 21 reacties

Voorlichting op gemeentewebsite Den Haag bindend bij parkeerboete

17 augustus 2010, 8:29 | Internetrecht | 12 reacties

parkeren-den-haag-verboden-te-parkeren-asfalt-weg.pngZo, ik ben weer terug van vakantie. En gelijk een leuk vonnisje gevonden: welke rechten kun je ontlenen aan de website van een gemeente? In een rechtszaak over het parkeerbeleid van de gemeente Den Haag genoeg om geen parkeerboete te hoeven betalen in ieder geval.

Een burger had haar auto geparkeerd aan de Suezkade te Den Haag, een “plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting” zoals dat zo mooi heet. Zij kreeg een boete, haar digitale parkeervergunning zou niet op de juiste manier zijn aangemeld en daarmee niet geldig zijn geweest.

In de beroepsprocedure voerde de parkeerder aan dat de voorwaarden van de vergunning niet meegestuurd waren in de envelop waarmee de parkeervergunning opgestuurd was. Ze was daarom op de website van Den Haag gaan kijken, en ze had de instructies daar keurig opgevolgd. Dat die instructies dan onvolledig zijn, kon toch niet haar schuld zijn?

De gemeente vond van wel: ze had gewoon even moeten bellen en dan hadden ze de voorwaarden keurig op kunnen sturen. Wie gaat er nou op internet kijken als er een stuk papier ontbreekt in een envelop? Gelukkig vindt de rechtbank dat argument net zo’n onzin als ik:

Met eiseres is de rechtbank van mening dat - uiteraard indien en voor zover dat voorhanden is - daartoe kan worden volstaan met het raadplegen van de informatie op de internetsite van de gemeente Den Haag.

Op de website stonden enkele voorwaarden vermeld, zoals het moeten plaatsen van een parkeerschijf en niet langer dan twee uur aaneen parkeren, maar nu net niet de voorwaarde dat je de bezoekersvergunning na aanvraag nog eens moet aanmelden. Dat was waar de gemeente de boete op baseerde, maar de rechtbank verwijst deze eis naar de prullenbak:

Nu in de digitale gebruiksinstructie niets staat vermeld over het aanmelden van de digitale vergunning, behoefde eiseres niet te weten dat dit een noodzakelijke voorwaarde was. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank niet hoeven te twijfelen aan de op internet door de gemeente gegeven informatie. Dit geldt temeer daar de op internet - en op Schermprint I - weergegeven informatie en voorwaarden voldoende specifiek en uitgebreid zijn.

Het zou leuk zijn geweest als de rechtbank ook nog wat had gezegd over de proclaimer van de gemeente, want erg ‘pro’ vind ik die niet:

De gemeente Den Haag garandeert echter niet dat de inhoud van het Platform volledig, accuraat en juist is. … De informatie op dit Platform is uitsluitend bedoeld als algemene informatie en voor algemeen gebruik. Er kunnen geen rechten aan de informatie op het Platform worden ontleend. De gemeente Den Haag is niet aansprakelijk voor enige schade die is of kan ontstaan als gevolg van (blablabla).

Het idee van een proclaimer was toch juist vermelden “wat lezers en gebruikers wél kunnen verwachten”?

Prachtig hoe dat dan gaat: oh, we moeten een proclaimer, dan nemen we de aanbevolen proclaimertekst over maar laten we Juridische Zaken er even naar kijken. En die typt er dan toch weer precies die standaarddisclaimerzinnen in over die er nu net uitgegooid waren. Argh! Ik heb zo’n hekel aan copypastejuristerij.

Afijn, de rechtbank is gelukkig recht door zee: op de site staat het duidelijk en ondubbelzinnig, dus als burger kun je daar rechten aan ontlenen. Of de rechtbank (net als heel Nederland) vergeten is de disclaimerproclaimer te lezen of deze bij voorbaat al aperte onzin vond, weet ik niet, maar de uitkomst is hoe dan ook terecht.

Update (25 november) zie ook deze zaak over een verouderd postadres van de Belastingdienst dat nog op hun website stond. Ook daar mocht de burger vertrouwen op de site.

Update (30 september 2011) zie ook deze strafzaak waarin informatie op gemeentewebsites meewoog bij de vraag of verdachte “redelijkerwijze had kunnen vermoeden” (waar het om het primair tenlastegelegde gaat) of het “wist of redelijkerwijs had kunnen weten” van het subsidiaire tenlastegelegde. De gemelde informatie was onjuist maar dat bleek alleen uit recente nieuwe inzichten. Vrijspraak.

Arnoud
Foto: Conanil, CC-BY 2.0

of lees de 12 reacties

Geen richtprijzen, wel schadevergoeding voor gebruik creatieve pasfoto

16 juli 2010, 8:43 | Auteursrecht | 10 reacties

pasfoto-lijstje-kader-polaroid.jpgVijftienhonderd euro voor een pasfoto “die niet geschikt is voor de officiële documenten, maar wel érg leuk is!” Dat moest Ringfoto betalen nadat ze een via Google gevonden pasfoto op haar site had opgenomen. Er was 4500 euro gevorderd exclusief proceskosten. De rechter wijst de “richtprijzen van de Fotografenfederatie” af als basis en wijst 1500 euro toe als niet-betwiste licentievergoeding.

Op een pasfoto zit normaal geen auteursrecht, omdat zo’n foto puur functioneel en zakelijk is en er geen ruimte is voor creativiteit (dat is immers verboden bij pasfoto’s). Maar het ging hier om wat de fotograaf “leuke pasfoto’s” noemde. Het is echt jammer dat de site van de fotograaf gesloten is, want ik had graag de betreffende foto erbij gehad. Nu moeten we het doen met de inschatting van de kantonrechter:

Uit de vergelijking van de gewone pasfoto van [YYY] met de foto waarop het onderhavige geschil betrekking heeft, blijkt naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate van persoonlijke, creatieve keuzes die [eiser] heeft gemaakt teneinde het verschil met de gewone pasfoto tot uitdrukking te brengen. Het mag dan zo zijn, dat de beide foto’sniet (zichtbaar) verschillen in achtergrond en kleding van [YYY], de overige aspecten, zoals de uitsnede van de foto, de pose van [YYY], de belichting van haar gezicht, de wijze waarop het haar is geschikt, getuigen van even zovele zelfstandige, subjectieve keuzes van de maker bij het tot stand brengen van het portret

De kantonrechter hanteert daarbij overigens nog het oude criterium “persoonlijk stempel van de maker”, wat dus “eigen intellectuele schepping” moet zijn. Maar op zich lijkt me de invulling van die criteria niet heel verschillend.

De pasfoto is beschermd, en is zonder toestemming overgenomen op een bedrijfsmatige site. Dat mag niet, en de fotograaf kan dan een schadeclaim indienen. Wel moet hij dan bewijzen dat hij schade heeft, en dat valt bij fotografen lang niet mee. Zeker hier: hoe kun je iemands pasfoto immers in licentie geven? En welk bedrag vraag je dan?

Terecht wijst de rechter de gevorderde boeteschadeclaim van 4500 euro af. Die was immers gebaseerd op de “door de Fotografenfederatie opgestelde algemene voorwaarden en de door de Fotografenfederatie opgestelde richtprijzen voor de fotografie”, maar dat kan niet: de Fotografenfederatie hanteert sinds 2004 geen richtprijzen meer (dat mag ook niet van de NMa). En ik zie dat het particuliere initiatief www.richtprijzen.org opgeheven is.

Er wordt wel een schadevergoeding toegewezen van 1500 euro, op basis van een niet-betwiste verklaring van de fotograaf zelf. Die zou 750 euro licentievergoeding en 750 euro afkoop gevraagd hebben als er vooraf om een licentie was gevraagd. Dat is trouwens wel opmerkelijk, omdat de site van de fotograaf vermeldt “Een set kost slechts € 8,95″ (hoewel dat natuurlijk niet exploitatie op een website dekt, maar toch). De proceskostenvergoeding wordt niet toegekend, omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld.

Arnoud

of lees de 10 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress