Oeps I did it again! (gastpost)

4 juli 2008, 8:56 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 16 reacties

brein.gifNa de welles nietes discussie over de thuiskopie uit illegale bron, ben ik eens op bezoek gegaan bij de website van BREIN. Mijn oog viel daar meteen op de column van Tim Kuik (de directeur van de stichting) getiteld ‘Hans kan niet lezen!’. Hans Bousie is een advocaat gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom. Hans heeft een column geschreven waarin hij reageert op het voorstel van BREIN om naar Brits voorbeeld internetters af te sluiten die de auteurswet overtreden. Hans maakt daarbij alleen een klein foutje, waardoor hij opmerkt dat BREIN het heeft over downloaders, terwijl ze het in werkelijkheid hebben over het uploaders. Tim voelt zich duidelijk aangevallen want hij reageert zo:

Dat draagt niet bij tot het ‘slimme publieke debat’ dat hij naar eigen zeggen voor staat. De feiten Hans, die zijn belangrijk. Dat zou een jurist toch moeten weten. ‘Roept u maar’, roept Hans. Maar Hans zelf lijkt zomaar wat te roepen.

Het beste paard struikelt nooit, zal Tim hebben gedacht. Als je anderen verwijt dat ze niet goed lezen en de wet niet kennen, dan zou het wel prettig zijn als je zelf de reputatie hebt dat je geen of weinig fouten maakt. Als die reputatie ontbreekt dan controleer je tekst op fouten drie keer voor dat je deze online zet, toch???

Het was BREIN die al op 1 juni 2002 nog verklaarde dat het vanzelfsprekend zou zijn dat “het verboden was om illegale MP3 bestanden te downloaden”, want, zo redeneerde men, “konden illegaal verspreide bestanden niet legaal worden door een opvolgend gebruik.”

Vanaf niet later dan 6 april 2003 heeft Brein een column van Kris Wauters op haar site gehad waarin de auteur aangaf dat downloaden verboden was. Ik heb daarbij geen voetnoot van Tim Kuik gezien dat het hier om Belgische wetgeving ging. Volgens mij is dat misleiding.

Tim legt vervolgens in zijn column uit hoe het echt zit, althans hoe hij denk dat het echt zit:

Hierna nog eens hoe het echt zit. Downloaden van muziek en film valt onder de wettelijke uitzondering op het anderszins exclusieve auteurs- en daaraan verwante naburig recht. Dat wil zeggen dat de wet toestaat dat je muziek en film downloadt indien je het zelf voor je eigen gebruik doet en er geen direct of indirect commercieel oogmerk mee dient. Als je dus gratis illegaal aanbod downloadt zodat je het niet hoeft te kopen dan is dat NIET toegestaan. Als je dat in een korte kreet wil samenvatten kun je zeggen ‘verkoop vervangend downloaden is verboden’.

Commercieel oogmerk zou volgens Tim dus wijzen op de situatie dat je als consument de film, liedje, etc. eigenlijk had willen kopen maar dit nu niet doet omdat je het gratis kunt downloaden. Ik kan in ieder geval wel lezen en heb voor jullie gelezen: de van Dale:

com·mer·ci·eel (bijvoeglijk naamwoord; commerciëler, commercieelst)
  1. betr. hebbend op de handel, het zakenleven
  2. gebaseerd op het maken van winst

Tim redeneert dus als volgt: als je de film, liedje, etc. had gekocht, maar dit niet doet omdat je het kunt downloaden dan haal je een financieel voordeel, dat is winst en dus handel je met een commercieel oogmerk. Die uitleg zelf klinkt plausibel maar de toepassing daarvan binnen de context klinkt op z’n zachtst gezegd erg vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geen kamerstukken zijn te vinden die zijn uitleg ondersteunen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 28 482, nr. 3
In het wetsvoorstel wordt met het oog op aanpassing aan de richtlijn maar tevens met het oog op behoud van een wenselijke consumentenvrijheid een wijziging van het regime voor privé-kopiëren voorgesteld. Dit heeft twee oorzaken. In de eerste plaats wordt de tekst van de wet in overeenstemming met de tekst van de richtlijn gebracht. Hoewel het bestaande regime van privé-kopiëren in de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten inhoudelijk niet afwijkt van wat de richtlijn toelaat, namelijk – kort gezegd – het kopiëren van beschermd materiaal door een natuurlijk persoon zonder commercieel oogmerk, heeft het, mede vanuit het uitgangspunt dat waar mogelijk de terminologie van de richtlijn wordt gevolgd met het oog op het bereiken van harmonisatie op de interne markt, de voorkeur de tekst van de wet met die van de richtlijn in overeenstemming te brengen.

Hier wordt commercieel oogmerk duidelijk gekoppeld aan de persoon c.q. de functie die deze uitoefent. Iedereen die niet in of voor deze branche werkt en ten goede trouw is zal bij het lezen van de wetsartikel denken dat consumenten gewoon toegestaan is om privé-kopieën te maken. Een term als commercieel oogmerk zullen zij verbinden aan bijvoorbeeld een professionele opdrachtnemer. En de wetgever is daar geen uitzondering op:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 482, nr. 8
De voorgestelde nieuwe redactie van artikel 16c, eerste lid, beoogde de bepaling meer in lijn te brengen met de redactie van artikel 16b, eerste lid, en hield niet in een uitbreiding van de regeling. Deze leden zij evenwel toegegeven dat de bepaling in een digitale omgeving tot misverstanden omtrent de betekenis en reikwijdte aanleiding kan geven. Bedoeld is dat een privé-kopie slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan, namelijk wanneer het gaat om een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik, zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Dat sluit uit dat dergelijke kopieën in opdracht door een professionele opdrachtnemer worden gemaakt. Anderzijds wil de regeling ook niet in het privé-domein van de gebruiker treden door bijvoorbeeld het maken van een privé-kopie door een familielid zonder commercieel oogmerk te verbieden.

Maar stel dat Tim op dit punt toch gelijk zou krijgt van de rechter, bij voorkeur in een zaak waar hij tegenover een consument staat, hoe dacht hij dan ooit te kunnen bewijzen dat iemand het werk wilde kopen? Dus zelfs als hij gelijk zou hebben, dan maakt dat in praktische zin niet zoveel uit. Degene die de kopie heeft gemaakt, kan er heel simpel onder uit komen door te roepen dat hij het niet wilde kopen. Aangezien de bewijslast bij de eisende partij (Brein) ligt, is simpelweg je mond houden is al genoeg om de dans te ontspringen.

Echter het lijkt mij veel waarschijnlijker dat Tim het gewoon weer fout heeft. En vervolgens van andere verlangt dat zij zijn foute uitleg van de tekst onderschrijven op straffen van een berisping. Dergelijke situaties vind ik altijd opmerkelijk. Tim, als je mee leest, een gratis advies: hou de volgende keer gewoon in het achterhoofd dat je op dit punt al eerder de fout in bent gegaan en stel je wat milder op. Fouten maken is menselijk, dat zou jij toch moeten weten.

Over fouten gesproken, wedden dat de FAQ van Brein er over vijf jaar heel anders uit zou zien wanneer bloggers massaal het citaatrecht aangrepen om kleine stukjes te laten horen van muziek zodat de lezer weet waar de blogger het over heeft?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 16 reacties

Aanbieden van hashcodes door Shareconnector is onrechtmatig

25 januari 2008, 9:48 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Zoekmachines - 11 reacties

BREIN vs ShareconnectorDe hashcode-site Shareconnector handelt onrechtmatig door structureel te verwijzen naar illegaal aangeboden films en andere werken op het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk, zo oordeelde de voorzieningenrechter gisteren. Dit is in lijn met de eerdere ZoekMP3- en Dutchtorrent-zaken. Ook daar bleek dat als je links, torrents of andere codes indexeert die verwijzen naar overwegend illegaal aangeboden materiaal, je al snel onrechtmatig handelt.

De rechter motiveert helaas niet of nauwelijks waarom het publiceren van een hashcode dan onzorgvuldig is. De eigenaren van Shareconnector schreven dit half januari:

The whole point is that ShareConnector solely indexes hashcodes (identification) of files that are already available on the eD2k network. Hashcodes are just a bunch of keywords that are initiated as a search in the eMule client when you click on them. The same files can easily be found by copy pasting the filename from legal sites like NFOrce.nl and performing the search in the eMule client/Google/etc. and get the same results. If that is illegal, than all indexing sites like Google should be shutdown as well and that would certainly kill the internet.

Dat is wel een beetje erg makkelijk. “Het is ook bij anderen te vinden, dus ik ben legaal bezig”.

Bovendien is een hashcode wel iets meer dan een trefwoord. Een eDonkey hashcode is een unieke aanduiding van een bestand dat via het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk wordt aangeboden. Een voorbeeld is ed2k://|file|The_Two_Towers-The_Purist_Edit-Trailer.avi|14997504|965c013e991ee246d63d45ea71954c4d|/

Op Shareconnector waren de hashcodes te vinden van films en andere werken die via het eDonkey peer-to-peer netwerk werden aangeboden. Door de codes in te voeren in je eDonkey client, kon je dan snel het juiste bestand downloaden. De client voert dan namelijk een zoekopdracht uit naar alle aangesloten computers die een bestand met deze code hebben. Vervolgens wordt aan al die computers gevraagd een kopie op te sturen.

Nu kun je wel zeggen dat die hashcodes gewoon trefwoorden zijn die gebruikers intypen in een zoekmachine, maar voor hashcodes is een vrijwel geheel geautomatiseerd systeem gebouwd waardoor je met 1 klik het proces in gang zet waarmee het bestand op je computer terechtkomt. Net zoals een webadres misschien wel een trefwoord is (”ga naar iusmentis.com en typ dan ‘auteursrecht hyperlinks’ in de zoekgleuf”), maar ook daar kan dat eenvoudiger (klik hier). Daarom zie ik een aanklikbare verwijzing die automatisch leidt tot een download als meer dan alleen een trefwoord.

Nu zijn hyperlinks legaal, behalve in bijzondere omstandigheden. En sites als Shareconnector zijn zo’n bijzondere omstandigheid. Shareconnector vergelijkt zichzelf met Google, maar dat gaat niet op. Google indexeert zonder enig filter elke site die zij tegenkomt. Wat Google laat zien, heeft geen kwaliteitsgarantie. Shareconnector zorgde wel voor kwaliteit door gebruikers te laten filteren uit de vele duizenden hashcodes voor materiaal op eDonkey. Zij geven aan welke hashcodes corresponderen met goede films en welke je absoluut niet moet hebben (bv. omdat er een virus in zit of omdat het Grieks nagesynchroniseerd met Perzische ondertiteling is).

Een linksite begeeft zich daarmee op juridisch glad ijs. Door de links inhoudelijk te controleren, kun je niet meer volhouden dat je geen boodschap aan de boodschap had. Google kan dat wel.

Opvallend is wel dat de zaak al sinds 2004 speelt en nu pas tot een kort geding komt. Normaal moet je een “spoedeisend belang” kunnen laten zien voor een kort geding, anders moet je een (langer durende maar grondiger) bodemprocedure aanspannen. BREIN had eerst de FIOD om een strafrechtelijk onderzoek gevraagd, wat leidde tot een strafzaak waarin bleek dat hashcodes aanbieden medeplichtigheid aan het misdrijf “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” kon zijn. De sitehouders werden echter vrijgesproken omdat niet bewezen was dat iemand van de aangeboden codes gebruik had gemaakt, en zonder plegers van inbreuk kunnen er natuurlijk geen medeplichtigen zijn. Dat was in juli 2007. Toch had BREIN in december 2007 nog steeds het voor een kort geding vereiste spoedeisend belang.

(Vonnis via Danny, bedankt!)

Arnoud

of lees de 11 reacties

TorrentFreak snapt citaatrecht niet, stuurt open brief naar BREIN

26 november 2007, 12:03 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 2 reacties

Nou nou nou. TorrentFreak ziet dat stichting BREIN (die hard bezig is torrentsites te sluiten) tekst van hen overneemt en lanceert gelijk maar een open brief:

Specifically, your organization has selectively and misleadingly quoted from our publication without properly attributing the source, in contravention of the Creative Commons license under which this text was published. This is a contemptible infringement of our own intellectual property rights, illustrative of a gross lack of professionalism on your part.


Legaliteit
van torrents
Inderdaad, de publicaties op Torrentfreak.com zijn gepubliceerd onder een Creative Commons licentie, en die vereist naamsvermelding bij herpublicatie. Ook als je maar een deel van het werk overneemt.

Maar heeft BREIN nu die hele tekst gekopieerd zonder naamsvermelding? Welnee. Het gaat om dit stukje, waarbij de overngenomen tekst van Torrentfreak blauw is gemaakt:

Dat noemen we een citaat. En het citaatrecht gaat boven welke licentie dan ook. De enige eisen zijn: niet meer overnemen dan nodig, en de bron noemen. Niks moeten linken naar de bron of de licentie op het werk noemen.

BREIN gebruikt één zin, wat prima past bij het doel van het citaat en ze noemen ook degene die die zin gezegd heeft: de eigenaar van Sumotorrent. Toegegeven, “de anonieme eigenaar vanop een weblog voor internetpiraten” is wat denigrerend. Je zou kunnen betogen dat daar mogelijk iets beledigends in zit, maar dat is nog altijd heel wat anders dan inbreuk op auteursrecht.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Moeten providers hun klanten (kunnen) identificeren?

18 september 2007, 10:43 - Geplaatst onder: Aansprakelijkheid - 1 reactie

“Het einde van anonimiteit op internet!” Arnout Veenman is geschrokken van Tim Kuik’s opmerkingen over anonieme klanten van internetproviders. Die verklaarde eerder dat providers aansprakelijk zijn wanneer ze geen of onvolledige adresgegevens van hun klanten kunnen afgeven. Veenman:

Stel dat Tim Kuik nou gelijk heeft, dan zouden YouTube, ISPam.nl, RapidShare en elke andere website waar gebruikers zonder sluitende controle van de naw-gegevens, aansprakelijk zijn voor alles wat hun bezoekers via hun website op internet plaatsen.

Ik schreef al, ik heb kennelijk een nieuwe collegebundel nodig want waar staat dat in de wet? Het Burgerlijk Wetboek kent namelijk alleen een plicht voor providers om materiaal te blokkeren (of verwijderen) wanneer hij weet of hoort te weten van het onrechtmatige karakter daarvan. Zo staat het ook in de Europese e-commerce Richtlijn.

De achterliggende gedachte hier was simpel: het maakt niet uit wie de informatie plaatste, als je weet van het onrechtmatig karakter moet je het weghalen. Providers kunnen vooraf of achteraf de klant informeren, en eventueel contractueel met de klant afspreken wie de schadevergoeding betaalt als ze het materiaal laten staan. De Richtlijn regelt dit met opzet niet, omdat deze algemene regels wil bieden “waarop sectorale overeenkomsten en normen kunnen worden gebaseerd.”

Wel blijft het voor de rechter mogelijk om “maatregelen ter beëindiging of voorkoming van een inbreuk” op te leggen, ook als die niet expliciet in de Richtlijn staan. Daaronder zou je ook het verstrekken van NAW-gegevens kunnen rekenen. Met NAW-gegevens kan de rechthebbende een zaak aanspannen tegen de inbreukmaker en een verbod met dwangsom eisen, zodat de inbreuk stopt.

In Nederland is in de Lycos/Pessers zaak uitgemaakt dat zo’n maatregel inderdaad opgelegd kan worden:

Daarnaast kan dan onder omstandigheden tevens een vordering jegens de serviceprovider tot bekendmaking van de NAW-gegevens van de websitehouder toewijsbaar zijn, met name indien bij die vordering een voldoende zwaarwegend belang bestaat.

Deze verplichting staat dus los van de regels uit de Richtlijn, en wordt opgehangen aan het kapstok-artikel over onrechtmatige daad. Je mag iemand niet nodeloos schade berokkenen, en doe je dat toch, dan moet je die vergoeden. Dus zomaar “nee” zeggen als iemand NAW-gegevens aan je vraagt, kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn.

Maar dat zegt alleen dat een rechter kan beslissen dat de provider NAW-gegevens moet afgeven. Niet dat een provider NAW-gegevens moet hebben zodat ze kunnen worden afgegeven. Wat je niet weet, kun je niet afgeven.

In een andere Richtlijn, 2004/48 staat wel een expliciete regeling over het afgeven van NAW-gegevens:

de bevoegde rechterlijke instanties [kunnen] op gerechtvaardigd en redelijk verzoek van de eiser gelasten dat informatie over de herkomst en de distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of door een andere persoon die (…) op commerciële schaal diensten die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, blijkt te verlenen

Alweer: als je ze hebt, en er is een zwaarwegend belang, dan moet je ze afgeven. Duidelijk. Maar moet je ze verzamelen? Dat zie ik nog steeds nergens staan.

In het bovenstaande komt één ding steeds terug: het gaat om een belangenafweging en een redelijkheidstoets. Welk belang heeft de eiser bij de gegevens, en hoe redelijk is het om te eisen dat een provider die afgeeft?

Ik denk daarom dat je niet kunt concluderen dat alle providers altijd alles van hun klanten moeten weten. Van een provider die een betaalde dienst levert, mag je verwachten dat zijn administratie redelijk op orde is. Daar is zo’n bevel tot identificatie dus mogelijk, aangenomen dat de privacy van de klant er niet onredelijk door geschaad wordt.

Voor dienstverleners zoals Youtube zou het betekenen dat ze een volledige administratie moeten opzetten van alle gebruikers, en ook nog eens een systeem om te controleren dat die administratie klopt. Dat lijkt me buiten alle proporties.

Bovendien werkt het systeem van de e-commerce richtlijn al goed genoeg: bij klachten weghalen of blokkeren. Dat lost ook het probleem van de klager op, en het is een stuk eenvoudiger voor de provider.

Arnoud

of lees de eerste reactie

BREIN: “providers zijn aansprakelijk voor wangedrag anonieme klanten”

1 september 2007, 21:21 - Geplaatst onder: Aansprakelijkheid, Grappig - 4 reacties

Een opvallende passage uit het persbericht van BREIN waarin men meldt weer 6 Bittorrent websites uit de lucht te hebben gehaald :

Met de verstrekte naam- en adresgegevens van de site-eigenaren kan BREIN deze in persoon aanspreken om herhaling te voorkomen en schadevergoeding te vorderen. Het komt voor dat service providers niet over betrouwbare klantgegevens beschikken omdat zij toestaan dat deze zich anoniem of met valse gegevens registeren. In dat geval trekken zij de aansprakelijkheid voor de door de site veroorzaakte schade naar zich toe.

Volgens mij heb ik een nieuwe Kluwer collegebundel nodig. Waar staat dat?

Artikel 6:196c BW gaat over de aansprakelijkheid van providers.

Een webhoster valt onder lid 4:

Degene die diensten van de informatiemaatschappij verricht als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3, bestaande uit het op verzoek opslaan van van een ander afkomstige informatie, is niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij:
a. niet weet van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter en, in geval van een schadevergoedingsvordering, niet redelijkerwijs behoort te weten van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter, dan wel
b. zodra hij dat weet of redelijkerwijs behoort te weten, prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt.

Ik zie daar nergens staan dat ze moeten weten wie hun klanten zijn. Als ze (moeten) weten dat de informatie onrechtmatig is, dan moeten ze de informatie verwijderen. Dat lijkt me logisch, en dat zou ook genoeg moeten zijn.

De Nederlandse wet heeft wel een regeling over afgifte van identificerende gegevens:

Artikel 54A Wetboek van Strafrecht. Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.

Maar let wel: de officier van justitie. Niet Brein.

Dat past ook binnen het advies van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof trouwens. Ook die was van mening dat de Richtlijn alleen gebruikt kan worden om afgifte van persoonsgegevens aan opsporingsdiensten toe te staan. Niet aan private personen of organisaties.

Via ISPam.nl.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Conclusie Europese Hof van Justitie over afgeven persoonsgegevens

23 juli 2007, 12:47 - Geplaatst onder: Aansprakelijkheid, Internetrecht - 5 reacties

Wat betekent de conclusie van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie over het afgeven van verkeersgegevens van klanten?

Over het afgeven van persoonsgegevens door providers is veel te doen. Recente jurisprudentie lijkt te suggereren dat dat altijd moet als er een klacht komt van bijvoorbeeld BREIN of de Buma. Zelfs XS4All heeft haar beleid op dit punt versoepeld. Nu moet het Europese Hof zich voor de eerste keer buigen over de vraag of een provider verplicht kan worden persoonsgegevens aan auteursrechten-organisaties af te geven.

Er zijn nu al twee stromingen over wat deze conclusie betekent: afgifte van verkeersgegevens is verboden, of juist het verbieden van afgifte is toegestaan.

Kokott begint namelijk als volgt (met dank aan Planet voor de vertaling)

Hieruit volgend zal ik aantonen dat de gemeenschapsrechterlijke voorschriften over databescherming bij elektronische communicatie de doorgifte van persoonlijke verkeersdata slechts toestaan aan instellingen van de staat en geen directe doorgifte aan de vertegenwoordigers van rechtenorganisaties, die hun eisen civielrechtelijk kunnen vorderen.

Dat lijkt dus duidelijk: afgifte is verboden.

De uiteindelijke aanbeveling aan het Hof is echter veel minder verstrekkend:

Het is met het Gemeenschapsrecht verenigbaar wanneer Lidstaten de doorgifte van persoonlijke verkeersgegevens in het kader van civielrechtelijke handhaving van auteursrechten verbieden.

En daarom zegt BREIN:

De conclusie van de AG komt erop neer dat het EU recht toestaat dat lidstaten bepalen dat persoonsgegevens niet voor dit doel aan private patrijen mogen worden afgegeven. Als het Europese hof die conclusie volgt dan is vervolgens de vraag of een lidstaat een dergelijke uitsluiting kent. In die landen zou dan alleen strafrechtelijke vervolging van inbreukmakende p2p-gebruikers zijn toegestaan. In Nederland is dat niet het geval.

Maar dat gaat me ook weer te snel. Het Hof moet antwoord geven op vragen van nationale rechtbanken, en de vraag was hier, “mag de Spaanse rechter verbieden dat persoonsgegevens worden afgegeven in civiele zaken?” Het antwoord daarop is dus “ja”, met als motivatie dat Europees recht geen ruimte biedt voor afgifte.

De vraag was niet “mogen providers verplicht worden persoonsgegevens afgeven in civiele zaken”. Het antwoord daarop zou zijn geweest “nee, want Europees recht biedt daar geen ruimte voor.”

Het uitgangspunt is dat verkeersgegevens en IP-adressen persoonsgegevens zijn en dus alleen mogen worden afgegeven als Europese wetgeving daar de mogelijkheid voor biedt. Dat volgt uit de Privacy-richtlijn 95/46, bij ons de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Is er een mogelijkheid voor auteursrechten-organisaties? Nee, zegt de A-G.

Zo bepaalt Richtlijn 2002/58 betreffende privacy en elektronische communicatie dat verkeersgegevens kunnen worden afgegeven aan “bevoegde organen … met het oog op het beslechten van geschillen, in het bijzonder met betrekking tot interconnectie en facturering”. De Spaanse auteursrechten-organisatie betoogde dat zij daar ook onder vielen, maar de A-G is het daar niet mee eens. Dit gaat uitsluitend over afgeven aan rechtbanken of instanties als de OPTA.

Artikel 15 van deze richtlijn biedt de mogelijkheid om uitzonderingen op deze regels te maken, maar “ruzie over auteursrecht” staat er niet bij:

De lidstaten kunnen wettelijke maatregelen treffen ter beperking van de reikwijdte van de in (…) deze richtlijn bedoelde rechten en plichten, indien dat in een democratische samenleving noodzakelijk, redelijk en proportioneel is ter waarborging van de nationale, d.w.z. de staatsveiligheid, de landsverdediging, de openbare veiligheid, of het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of van onbevoegd gebruik van het elektronische-communicatiesysteem (…)

De richtlijnen over auteursrecht bieden de mogelijkheid om inbreuk op auteursrecht strafbaar te stellen. Zo is in Nederland “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” strafbaar met zes maanden cel (artikel 31 Auteurswet). Een lidstaat zou kunnen besluiten uitwisseling zonder toestemming via filesharing strafbaar te stellen. In zo’n situatie kan een provider dus verplicht worden mee te werken aan de opsporing van de pleger van dat feit. Maar ook dan gaat het om “opsporen en vervolgen van strafbare feiten” en ook dat biedt geen basis voor het afgeven van die gegevens aan een private organisatie zoals BREIN of de Buma.

De recente richtlijn 2006/24 over bewaren van verkeersgegevens verplicht providers om verkeersgegevens te bewaren en zonodig af te geven. Ook hier weer: alleen aan de bevoegde nationale autoriteiten. Niet aan private organisaties.

Er is met andere woorden geen grondslag in Europees recht om afgifte van verkeersgegevens aan private organisaties toe te staan. Een verbod is dus in overeenstemming met Europees recht. Een plicht tot afgifte is dan echter juist in strijd met dit recht. Maar ja, dat was de vraag niet, en het Hof beantwoordt alleen de vragen die men stelt.

De conclusie van de A-G is trouwens juridisch niet bindend. Dat is alleen het arrest van het Hof, dat over een aantal maanden wordt verwacht. Het Hof kan zonder meer een heel ander besluit nemen. Maar vaak wordt de conclusie wel grotendeels overgenomen.

Arnoud

of lees de 5 reacties

Internetproviders in problemen met persoonsgegevens

8 juli 2007, 18:43 - Geplaatst onder: Privacy, Aansprakelijkheid, Internetrecht - Geen reacties

Wanneer moeten internetproviders (ISP’s) nog weigeren om persoonsgegevens van klanten af te geven? Na de uitspraak over BREIN vs. KPN lijkt het wel erg makkelijk te worden om die op te eisen in een civiele rechtszaak.

ISPam meldt over een artikel van Remy Chavannes in Mediaforum, waarover eerder Boek 9 ook berichtte:

“De antwoorden van de Haagse voorzieningenrechter in de zaak tussen Brein en KPN zijn in het licht van de feiten te begrijpen, maar vormen een onjuist en onwenselijk precedent. (…) De realiteit van het ‘internetrecht’ is echter dat er vrijwel uitsluitend uitspraken in kort geding zijn die, bij gebrek aan hardere precedenten, in volgende zaken worden aangehaald, door partijen en door rechters. Dat betekent dat een uitspraak als deze wel degelijk belangrijk is, met name voor wat betreft (a) welke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling van vorderingen tot verstrekking van NAW-gegevens en afsluiting van internetverbindingen; en, even belangrijk (b) hoe streng die criteria in concreto worden toegepast. (…) Als de criteria uit Lycos/Pessers op deze manier gehanteerd (moeten) worden, dan brengt dat het risico met zich mee dat ISP’s zullen concluderen dat het op deze manier opkomen voor de privacy klanten een dure en onzekere – zo niet zinloze – exercitie is.”

Arnoud

als eerste

Torrents aanbieden: geen inbreuk op auteursrecht, wel onrechtmatig

1 juli 2007, 21:48 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Internetrecht - 1 reactie

Hosting provider Leaseweb moet illegale torrentsite afsluiten, zo kopt BREIN na haar gewonnen zaak tegen Leaseweb. Maar wat is er illegaal aan torrents? Het zijn niet meer dan inhoudsopgaven en verwijzingen.

Bittorrent is het populairste peer-to-peer filesharing systeem ter wereld. Zoals bij alle filesharing systemen wisselen de gebruikers bestanden met elkaar uit. Het unieke aan Bittorrent is dat er niet één persoon is die het hele bestand verstuurt. Elk bestand wordt in delen opgehakt, en elk deel wordt afzonderlijk verstuurd. Zodra iemand een deel heeft, deelt hij dat deel ook weer met iedereen die op zoek is naar dat bestand. Dit bespaart natuurlijk nogal wat bandbreedte.

Om dit mogelijk te maken, heb je een zogeheten torrent-bestand of gewoon een “torrent” nodig. Een torrent is grofweg een lijstje dat aangeeft hoe je een werk in delen ophakt, en wat dan de hash-waarde is van elk deel. Zeg maar “dit boek heeft 390 pagina’s: op pagina 1 staan 622 woorden, op pagina 2 598, …”. Vervolgens kun je overal op zoek gaan naar de pagina’s, en wat je binnenkrijgt controleren en in de juiste volgorde zetten.

Het verspreiden van muziek, films of andere werken is zonder toestemming van de maker inbreuk op het auteursrecht. Maar een torrent is geen kopie van het werk. Het is hooguit een inhoudsopgave, een beschrijving van de pagina’s van het werk. Dat kan dus geen inbreuk op het auteursrecht zijn.

In de recente zaak BREIN/Leaseweb (met dank aan ISPam voor de platte tekst) legt de rechtbank uit:

In dit kort geding, waarin geen nader onderzoek naar de feiten mogelijk is, kan niet zonder meer worden vastgesteld of het handelen van Everlasting kan worden aangemerkt als een zelfstandige openbaarmaking in de zin van de Auteurswet (of WNR). De werken worden immers rechtstreeks van gebruiker naar gebruiker gekopieerd en de rol van de server beperkt zich tot het regelen van het up- en downloaden. In een bodemprocedure kan uitvoerig onderzoek worden gedaan naar alle aspecten van dit (relatief nieuwe) technische proces. In dit kort geding kan in ieder geval wel worden vastgesteld dat Everlasting structureel inbreuken op auteursrechten en naburige rechten faciliteert en dat (de houder van) Everlasting zich hiervan bewust moet zijn. Het handelen van Everlasting is derhalve onrechtmatig, omdat het in strijd is met de jegens de rechthebbenden in acht te nemen zorgvuldigheid.

Vrijwel dezelfde benadering werd ook gevolgd door de rechtbank in Den Haag in januari:

Omdat de werken rechtstreeks van gebruiker naar gebruiker worden gekopieerd en de rol van de server zich in dit opzicht beperkt tot het regelen van het proces van uploaden en downloaden, kan de voorzieningenrechter Stichting Brein niet volgen in haar standpunt dat het handelen van de websitehouder moeten worden aangemerkt als zelfstandige openbaarmaking.

[D]e websitehouder [faciliteert] structureel inbreuken op auteursrechten en naburige rechten. Reeds gelet op de aard van de bestanden kan het niet anders, dan dat de websitehouder zich hiervan bewust is. Voorts is van belang dat met de website inkomsten gegenereerd worden omdat een gebruiker - alvorens torrents te kunnen downloaden - een bedrag dient te betalen. Onder deze omstandigheden moet voorshands worden geoordeeld dat het handelen van de websitehouder onrechtmatig is, niet omdat de websitehouder inbreuk maakt op de aan de rechthebbenden toekomende auteurs- of naburige rechten, maar omdat zijn handelen in strijd is met de jegens de rechthebbenden in acht te nemen zorgvuldigheid.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress