Ben ik nu eigenaar van mijn Steam-spellen?

8 februari 2012, 8:24 | Aansprakelijkheid, Contracten | 13 reacties

steam-gift.pngEen lezer vroeg me:

Vorige week bepaalde de Hoge Raad dat virtuele goederen te stelen zijn. Het argument was dat virtuele goederen zijn gemáákt om te worden verplaatst en weggegeven. Voor software gold dat niet, schreef je, omdat die onbeperkt te kopiëren zijn. Maar hoe zit het dan bij spellen die je via Steam afneemt? Die kun je niet kopiëren maar wel verkrijgen (tegen geld) of weggeven. En bij weggeven ben je ze zelf kwijt.

Vorige week bevestigde de Hoge Raad de veroordeling van twee jongens in een strafzaak over diefstal met geweld. Ze hadden een ander met het mes op de keel gedwongen virtuele goederen aan hen af te staan, en dat was inderdaad “diefstal” omdat die virtuele goederen “voor menselijke beheersing vatbare objecten” zijn. Hoewel het feitelijk ging om computergegevens, en computergegevens alleen maar te kopiëren zijn, was hier toch sprake van wegnemen - en wel omdat de site zo gebouwd was dat je alleen maar kon weggeven.

Spellen bij Steam verkrijg je ook op die manier. Na betaling verschijnen ze in je account, en je kunt ze niet kopiëren of verspreiden behalve op de manieren die Valve (het bedrijf achter Steam) heeft ingebouwd. Gifting is er daar ééntje van. Je kunt een spel kopen en weggeven aan een ander. Het idee is natuurlijk dat je dat vrijwillig doet, maar als iemand met een mes achter je staat en je dwingt die actie uit te voeren, dan heb je vrijwel exact dezelfde feiten als in dat arrest. Dus ja, games in Steam zijn “goederen” die kunnen worden gestolen.

Je kunt echter niet automatisch spreken van “eigendom” in de zin van het Burgerlijk Wetboek op grond van dit arrest. Het strafrecht heeft zijn eigen woordenboek, en het feit dat dat woordenboek een virtueel object een “goed” noemt betekent nog niet dat óók het woordenboek in het civiele recht dit zo bepaalt. Hoewel in de praktijk nu alle juristen dit wél zo gaan opvatten (het is immers ook best wel logisch om die terminologie te syncen) dus het zou me niets verbazen als over tien jaar virtuele objecten gewoon zaken zijn die je in eigendom krijgt.

En dan wordt het pas echt leuk, want bedrijven als Steam menen dat jij helemaal geen spellen ‘koopt’ in de zin van het wetboek. Je verkrijgt een gebruiksrecht, meer niet. En dat is opzegbaar wanneer de regels dat bepalen. Maar dát kan helemaal niet meer zomaar wanneer je gaat spreken van “eigendom” en “koop”. Als ik een spel koop, is het van mij. Dat het bij Valve opgeslagen ligt, is leuk, maar geeft hen niet het recht zomaar de eigendom terug te eisen.

Valve kan natuurlijk gaan spreken van huur, net zoals je spelletjes kon huren bij de videotheek. Maar ook huren is wettelijk geregeld, en triggert dus allerlei bepalingen die niet noodzakelijkerwijs prettig zijn voor de verhuurder, maar die van dwingend recht zijn en dus niet in de licentie mogen worden beperkt.

Bij Cordemeyer Slager analyseerden ze al eens wat ‘huur’ betekent voor Software-as-a-Service (wat Steam natuurlijk gewoon is). Zo is de verhuurder op verlangen van de huurder verplicht gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die redelijkerwijs niet van de verhuurder kunnen worden verlangd. Oftewel, onderhoud zit bij de prijs inbegrepen. En je mag een korting op de huurprijs bedingen in het geval van vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek in het gehuurde, oftewel bij bugs die het spelgenot bederven.

Dat lijkt me een héle leuke ticket voor de helpdesk van Valve.

Dezelfde analyse kun je denk ik loslaten op je muziekcollectie in iTunes, hoewel je daar de muziek op meerdere computers kunt zetten en er dus niet automatisch sprake is van “verplaatsen”. Netflix of Spotify is denk ik een iets beter voorbeeld, ook daar is sprake van 1-op-1 verkrijgen of verplaatsen. Dus ja, dit wordt nog intrigerend. Wie gaat er op promoveren?

Arnoud

of lees de 13 reacties

Ik ben verbannen van het forum en dat is oneerlijk!

30 januari 2012, 8:23 | Meningsuiting, Contracten | 31 reacties

Zeer, zeer regelmatig krijg ik mails met als strekking “ik ben verbannen op een forum en dat vind ik onterecht”, met vervolgens een hele trits redenen waarom dat onterecht zou zijn. Men had bijvoorbeeld niet gezegd waarom, of niet de eigen huisregels goed gelezen, of de beheerder had wel iets gemeld maar wil niet in discussie over de feitelijke onjuistheden. Of hij trekt niet één lijn, zijn vriendjes mogen wel blijven maar de kritische forummer wordt eruit geschopt.

Een site-eigenaar stelt zijn eigen regels en daarbij mag hij arbitrair kiezen hoe redelijk of fair of makkelijk hij wil gaan werken. Als hij meldt mensen te bannen als ze hem tegenspreken of gewoon vervelend zijn naar zijn oordeel, dan mag dat. En daar heb je je maar bij neer te leggen als deelnemer.

Wél vind ik dat als je huisregels stelt, je als site-eigenaar daar ook naar moet leven. Als je zegt vrije discussie toe te staan en je verwijdert iedereen die je tegenspreekt, dan schend je je eigen regels en dat vind ik niet zomaar kunnen. Huisregels zijn deel van een contract tussen jou en je deelnemers, en dus ook bindend voor jou.

Ik zet daar wel tegenover dat ik veel klagers zie die ik moeilijk serieus kan nemen. Als ik tussen de regels door het gevoel krijg “wat ben jij een trol geweest” of “jamaar dit is gewoon spammen”, dan houdt het voor mij al heel snel op met de juridische analyse. Onredelijk overlastgevend gedrag is eigenlijk altijd wel een reden voor uitsluiting. En op het moment dat mensen beginnen over hun recht op vrije meningsuiting of “leven we nou in Nederland of Noord-Korea” dan ben ik er meteen klaar mee. Nee, je hebt geen recht je mening te uiten op andermans blog op forum.

En dáár weer tegenover staan de forumeigenaren die zich absoluut onredelijk gedragen, van dag tot dag andere regels hanteren, privéberichten lezen of zelfs aanpassen, modder over leden online zetten en zo de sfeer in hun eigen forum verpesten. Ja, dat is buitengewoon frustrerend en ik kan me voorstellen dat je dan kokend in de mail hangt naar een jurist om aan dat onrecht een einde te maken. Maar ja, als zo iemand tegen jou als lid onredelijk is waarom zou ik als buitenstaander dan wél wat kunnen bereiken?

Arnoud

of lees de 31 reacties

“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

24 januari 2012, 8:10 | Contracten | 24 reacties

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-”I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

of lees de 24 reacties

Argh! Waar staan we nu met de Wet Van Dam?

1 december 2011, 8:20 | Contracten | 18 reacties

Ok, argh. Heb je net een half jaar besteed aan uitleggen hoe de Wet Van Dam in elkaar steekt en een hoop in paniek geraakte klanten uitgelegd wat er nog wél kan, gaat ineens het hele ding op de schop. Althans, het reparatiewetje is aangehouden vanwege “nieuwe informatie” over de betekenis van de Overgangswet Nieuw BW. En dus gaan alle bedrijven nu roepen dat de Wet Van Dam is uitgesteld.

Om maar met dat laatste te beginnen: nee, dat is niet waar, de Wet Van Dam is en blijft per vandaag van kracht. Een contract met stilzwijgende verlenging dat vanaf nu wordt aangegaan is alleen nog rechtsgeldig als dat na die verlenging op elk moment met een maand kan worden opgezegd. En dus zonder kosten of boetes.

Het discussiepunt zit hem in hoe de wet nu geldt voor al eerder aangegane contracten. Want hoewel Van Dam bij invoering in de memorie van toelichting had gezegd

Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.

werd er in de afgelopen maanden toch flink geroepen dat er wél overgangsrecht geldt. Er is immers de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek, die in 1969 (ja, 69) is aangenomen om de overgang van het ‘oude’ BW naar wat we nu hebben mogelijk te maken. In die wet werd geregeld hoe de nieuwe wet zou uitpakken voor bestaande contracten en andere zaken. Prima, dat was nodig destijds, maar is die wet werkelijk ook geldig voor álle wijzigingen van het BW die na 1969 doorgevoerd werden?

Natuurlijk, roepen alle uitgevers en sportschoolhouders, want die Overgangswet is een essentieel deel van de democratische samenleving. Wij moeten ons immers kunnen voorbereiden op de nieuwe wet, en een rechtsgeldige overeenkomst met eerlijk stilzwijgend gesloten verlenging van een jaar kan toch niet zomaar worden aangetast door een nieuwe wet?

Mijn sarcastische toon maakt wel duidelijk dat ik vind dat dit een onhoudbaar standpunt is. En gelukkig bleek prof. Loos het met me eens toen hij in een gastblog hier schreef

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Van Dam introduceerde vervolgens een reparatiewetje om nog eens expliciet die Overgangswet buiten toepassing te verklaren, maar verwees daarbij uitsluitend naar artikel 191. Dat artikel bepaalt dat je pas een jaar na inwerkingtreding van de wet je kunt beroepen op enige bepaling daaruit voor bestaande contracten. De reparatiewet zou dit artikel uitschakelen, zodat vast zou staan dat je ook bij bestaande contracten de Wet Van Dam kunt inroepen.

Otto Volgenant van Kennedy Van der Laan wees erop dat er óók nog een artikel 79 is, dat zegt dat reeds aangegane verlengingen niet kunnen worden opgezegd met een beroep op de Wet Van Dam. En dat artikel werd dus niet genoemd in de reparatiewet.

Waarom precies Van Dam de reparatiewet nu heeft aangehouden, kan ik niet zeggen. Het plaatst ons nu wel in een lastige situatie.

Enerzijds is goed verdedigbaar dat die expliciete zin uit de memorie van toelichting duidelijk maakt dat er géén overgangsrecht geldt, ook niet op grond van die Overgangswet. Iedereen had dit een jaar geleden kunnen zien aankomen, dus niet meer piepen nu.

Anderzijds was die reparatiewet kennelijk ergens voor nodig, en het openbreken van bestaande stilzwijgende verlengingen is iets waar uitgevers niet op hoefden te rekenen vanwege die overgangswet uit 1969.

Veel bedrijven waren zich al aan het voorbereiden op de Wet, en hebben zelfs hun voorwaarden al aangepast. Ik verwacht niet dat ze dat nu weer terug gaan draaien. Maar er zullen genoeg bedrijven zijn die nu nog hun oude voorwaarden hanteren en dat dus vrolijk in 2012 blijven doen - en mogelijk in 2013 ook nog, met een beroep op die overgangswet.

Buitengewoon frustrerend allemaal. Want ik verwacht niet dat er veel consumenten nu naar de rechter gaan stappen, en de Consumentenautoriteit lijkt in dezen ook niet echt een consumentvriendelijke interpretatie van de wet in te nemen. Grmbl.

Arnoud

of lees de 18 reacties

Is een akkoordknop genoeg voor elektronisch akkoord?

30 november 2011, 8:08 | Contracten | 9 reacties

i-agree.pngEen lezer vroeg me

Ik ben websitebouwer en maak een webshop voor een klant. Natuurlijk zit daar een bestelpagina in met de bekende knop “Akkoord”. Maar nu zie ik op internet soms een invulveld waar je zelf “Akkoord” moet intypen. Is dat eigenlijk niet beter? Zelf ‘akkoord’ intypen is minder foutgevoelig; op een button kun je per ongeluk klikken.

Juridisch gezien is er geen vereiste aan de vorm waarin het akkoord is gegeven. Een knikje met je hoofd is ook rechtsgeldig, om eens wat te noemen. Iets discutabeler is “Voortgezet gebruik van deze site impliceert akkoord met de voorwaarden”, maar in theorie zou ook dat genoeg kunnen zijn.

De enige vraag is of jij kunt bewijzen dát het akkoord is gegeven. Staat het knikje op film, dan is dat bewijs. Bevestigt iemand per mail, dan is die mail ook bewijs. Bewijs mag worden aangevochten, dus denk goed na wat voor manier je hanteert.

Een risico bij een akkoordknop is dat mensen per ongeluk op de knop drukken. Per ongeluk “akkoord” intypen is iets moeilijker. Maar die knop wordt zó veel gebruikt dat ik me niet kan voorstellen dat dit een reëel probleem zou worden. En goed verdedigbaar is dat het per ongeluk indrukken jouw schuld is: de winkelier kan niet zien of jij per ongeluk of met opzet klikt, en mag er dan (art. 3:35 BW) van uitgaan dat de klik bedoeld was als bestelklik.

Daar komt bij dat je bij internetbestellingen altijd een bevestiging moet sturen (art. 6:227c BW). Tot die tijd mag de besteller annuleren. Dus als iemand per abuis op de knop drukt en meteen mailt dat het een fout was, dan zit hij goed. En oh ja, de sitemoet vooraf een gelegenheid bieden (zoals een contactformulier) waarmee mensen “niet gewilde handelingen” kunnen herstellen.

Arnoud

of lees de 9 reacties

Geldt storneren van je betaling als ontbinding van de koop?

24 november 2011, 8:10 | Contracten | 8 reacties

Als je ontevreden bent over een aankoop, kun je die dan ongedaan maken door de betaling laten storneren? In maart vorig jaar schreef ik nog dat me dat niet verstandig leek: op zich heb je inderdaad recht op je geld terug wanneer de wederpartij niet levert wat hij heeft beloofd, maar zo makkelijk als “oh het bevalt niet” zeggen en gauw storneren is dat niet. Op zijn minst zul je eerst het bedrijven moeten aanschrijven over de gebrekkige kwaliteit van de dienst, zodat ze een poging kunnen wagen je alsnog tevreden te stellen.

Verder is voor ontbinden van een koop een mededeling, die schriftelijk of elektronisch mag zijn (art. 6:267 BW). Maar is een stornering van de betaling zo’n mededeling? Ik dacht van niet, hoe moet de verkoper daaruit begrijpen dat je de koop ongedaan maakt?

De kantonrechter in Haarlem dacht daar echter anders over. In een recente zaak over vliegtickets die via internet gekocht waren, beschouwt hij de stornering als een terechte en juiste manier om een overeenkomst te annuleren.

In deze zaak had Cheaptickets.nl (echte naam Beins Travel Group, BTG) bemiddeld bij een vliegticket Amsterdam-Kopenhagen via maatschappij Sterling. Kort na de boeking is Sterling failliet gegaan, zodat de reiziger geen gebruik kon maken van het ticket. Hij storneerde dan ook meteen de betaling, maar Cheaptickets.nl stapte naar de rechter: zij had toch keurig het bestelde ticket geleverd, dus er moest gewoon betaald worden.

De rechter constateert allereerst dat in de procedure van Cheaptickets.nl gezegd wordt dat je na je eerste bevestiging binnen 24 een tweede e-mail met daarin het e-ticket moet krijgen. Die was nooit ontvangen, zodat Cheaptickets.nl in gebreke is gebleven. Omdat Sterling ondertussen failliet is, is het onmogelijk voor Cheaptickets.nl om alsnog deze leverplicht na te komen. En bij een situatie van “blijvende onmogelijkheid tot nakoming” mag de wederpartij de overeenkomst meteen annuleren.

En dat heeft de reiziger gedaan door de stornering:

[gedaagde] heeft vervolgens door middel van de stornering van de betaling de overeenkomst tussen partijen (feitelijk) ontbonden op grond van het tekortschieten van BTG en is daardoor niet (meer) gehouden om BTG te betalen.

De rechter leest dus in een stornering impliciet de boodschap “ik doe dit omdat jullie niet meer kunnen nakomen”. Dat is klantvriendelijk maar ik zou het toch een risico vinden. En een briefje of mailtje met toelichting lijkt me dan ook weinig moeite om je formeel in te dekken.

Oh, en zelfs als Cheaptickets.nl wel het e-ticket had gemaild voordat Sterling failliet zou zijn gegaan, had ze geen recht op de volledige som gehad. Cheaptickets.nl bemiddelde immers slechts, dus alleen Sterling had de volledige reissom kunnen opeisen. Een bemiddelaar heeft slechts aanspraak op een bemiddelingsvergoeding, en wel van zijn principaal - Sterling dus.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Tot wanneer mag iemand reageren op een Marktplaatsadvertentie?

4 november 2011, 8:19 | Contracten | 8 reacties

marktplaats-nl-voorpagina-handel-veiling.pngHangen er bij jullie supermarkt nog veel van die briefjes met tweedehands bankstellen en dergelijke? Bij mij zijn het er de laatste tijd opvallend weinig. Ongetwijfeld komt dat doordat iedereen zijn spullen nu gewoon op Marktplaats.nl of een van de vele andere advertentie- of veilingsites kan zetten. Veel eenvoudiger, en een grote kans dat je ergens iemand vindt die het wel wil hebben. Maar wat nu als er meerdere mensen reageren?

Bij een veiling nodig je mensen uit om te bieden, en jij kiest dan het beste (hoogste) bod. Je bent dus vrij om een bod af te wijzen, maar als je tegen iemand zegt dat hij hem krijgt, dan zit je daaraan vast. Het kan goed zijn om deadlines te koppelen aan de veiling, dan krijg je duidelijkheid. Veel veilingsites bieden ook de optie een eindtijd te zetten op het biedingsproces.

Als er niets staat, dan is het lastig. De wet zegt niet meer dan dat je een ‘redelijke tijd’ moet geven voor de aanvaarding (art. 6:221 BW). Maar ja, wat is redelijk bij een advertentie op Marktplaats? Hoe snel mag je verwachten dat iemand reageert?

Volgens Franken/Kaspersen/De Wild (p. 164) dien je mensen toch wel enkele dagen te geven bij een aanbod per e-mail. Ik denk dat dat ook wel opgaat bij een aanbod via Marktplaats of eBay. Wil je écht een kortlopende veiling, dan moet je dat er gewoon bij zetten.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Er zitten minderjarigen in mijn spel!

2 november 2011, 8:12 | Contracten | 15 reacties

inschrijven-leeftijd.pngEen lezer vroeg me:

In het online spel dat ik speel, zie ik steeds vaker minderjarige deelnemers. Het spel kent volgens mij geen minimum-leeftijd maar vereist wel dat minderjarigen met toestemming van hun ouders spelen. Ik krijg niet de indruk dat die deelnemers die toestemming hebben. Welke verantwoordelijkheid heb ik als volwassen speler tegenover die minderjarige spelers, of tegenover het beheer?

Als deelnemer heb je geen speciale verantwoordelijkheden of plichten als je ontdekt dat andere deelnemers minderjarig zijn. Minderjarigheid is -in het contractenrecht- een kwestie tussen de contractspartijen, de deelnemer en het beheer dus. Als deelnemer heb je niets te maken met die contractuele relatie. Iedere deelnemer heeft een eigen contract met het beheer, en de (on)geldigheid van één contract staat volstrekt los van de andere contracten, en van de relatie tussen die contracthouders onderling.

Het beheer mag eisen dat deelnemers zestien (of achttien) jaar of ouder zijn, en mag redelijke maatregelen invoeren om dit af te dwingen. In de praktijk gaat het meestal goed, omdat je er niets van merkt dat iemand minderjarig is. Een 14-jarige kan ook prima discussiëren op een forum of meedoen aan een spel. Als minderjarigen moeten betalen, dan wordt het lastig. En bij profielen van minderjarigen ligt er ook een probleem: de privacywet verbiedt dat, zonder toestemming van de ouders.

Maar nogmaals, dit is allemaal een probleem tussen de deelnemer (en diens ouders) en het beheer. Heeft het beheer de leeftijd gecontroleerd en toestemming van de ouders gekregen, dan mag een minderjarige probleemloos meedoen. Zijn relatie tot medespelers is dan niet anders dan die van de volwassen spelers. Of je met zo iemand wilt samenspelen, is een andere kwestie, maar dat is meer iets van persoonlijkheid.

Hooguit zou je als medespeler het beheer kunnen tippen: “Weten jullie wel dat persoon X eigenlijk 13 jaar is”. Als het beheer dat nog niet wist, dan kunnen ze met zo’n klacht op onderzoek uitgaan en eventueel persoon X uitsluiten totdat diens ouders zich melden met de goedkeuring. Als het gaat om een site die voor volwassenen bedoeld is (bijvoorbeeld vanwege erotische inhoud, die niet aan zestienminners mag worden getoond), dan lijkt me zo’n tip bijna verplicht, omdat je dan heel theoretisch kunt zeggen dat je anders medeplichtig wordt aan het laten vertonen van erotiek aan zestienminners (art. 240a Strafrecht). Maar dat is echt een extreme uitzondering.

Iets realistischer: je komt een speler tegen met een betaald premiumaccount of met vele dure spullen waarvan je weet dat die met echt geld zijn gekocht. Je ontdekt dat die persoon twaalf is en hij/zij zegt dat zijn ouders er niets van weten. Moet je dan iets doen? Moreel gezien: misschien. Juridisch gezien: nee. Je kúnt hier niets mee, want dit raakt jouw contractuele relatie tot het beheer niet.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Mogen proefabonnementen nu wel of niet stilzwijgend verlengd worden?

21 oktober 2011, 8:08 | Contracten | 1 reactie

stilte-stilzwijgen-verlengen.jpgEen lezer vroeg me:

Recent werd ik lid van een dienst waarbij je elke dag gratis een proefmonstertje van een schoonheidsproduct toegezonden krijgt. Je moet dan op een website invullen hoe dat bevalt, maar het kost niets. Dacht ik, want in de laatste week las ik het contract nog eens door en op pagina 6 stond dat als ik niet deed, het contract zou worden omgezet in een jaarcontract waarbij de producten ineens wél geld zouden kosten. Ik was nog net op tijd met opzeggen. Maar is dat eigenlijk wel legaal, zo mensen iets gratis beloven en ze dan aan een jaarcontract hangen?

Of proefabonnementen stilzwijgend verlengd mogen worden, is onder de huidige wet onduidelijk. Veel rechtspraak lijkt van mening dat stilzwijgende omzetting van een proefabonnement niet redelijk is, maar een uitgemaakte zaak is het niet. Meestal verliest de abonnementsgever het omdat de omzetting te zeer verstopt is om bindend te zijn, of omdat de spelregels wel héél eenzijdig zijn opgesteld (”als u niet binnen 3 werkdagen na het eerste product van de 12 een notariële akte laat beteken door een deurwaarder die Feng Shui-gecertificeerd is, wordt het abonnement omgezet in een jaarcontract”).

Met de Wet Van Dam komt daar per 1 december verandering in. Proefabonnementen van dag-, nieuws, weekbladen en tijdschriften mogen niet langer automatisch tot verlenging leiden maar dienen na de proeftijd automatisch te eindigen. Het stilzwijgend omzetten van zo’n proefabonnement staat op de zwarte lijst: zo’n beding is dus altijd te vernietigen, ongeacht de reden waarom het bedrijf dit beding zou willen gebruiken. (Wel mag men natuurlijk vrágen of u het proefabonnement beviel en of u door wilt gaan, dat is geen stilzwijgende verlenging.)

Voor proefabonnementen in andere gevallen (bv. wekelijkse toezending van beautyproducten of een betaalwebsite) geldt dat zij wél stilzwijgend verlengd mogen worden. Echter, na stilzwijgende verlenging gelden de gewone regels uit deze nieuwe consumentenwet: de consument mag deze elke dag opzeggen, met een opzegtermijn van maximaal een maand.

En eventjes commercieel: met onze Wet Van Dam-generator maak je snel en voor slechts 45 euro algemene voorwaarden die Van Dam-conform zijn én rekening houden met bovenstaande regel over proefabonnementen.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Een telefooncontract sluiten onder bedreiging

12 oktober 2011, 8:15 | Contracten | 24 reacties

telfort-bellen.pngNiet helemaal internetrecht, maar vooruit: als je onder bedreiging een telefoonabonnement sluit, kun je dat ongedaan maken. Dat blijkt uit een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam. Een meisje had maar liefst vijf van die abonnementen gesloten in korte tijd, na zwaar bedreigd te zijn door drie jongens. Eén van die abonnementen was met Telfort, en het bedrijf eiste nu via een incassobureau betaling van abonnements- en belkosten van € 1.093,52.

Op zich kent de wet een regeling voor contracten die je onder bedreiging bent aangegaan. Artikel 3:44 BW bepaalt dat je een contract mag vernietigen als dit tot stand is gekomen “door bedreiging, door bedrog of door misbruik van omstandigheden”. En van bedreiging is sprake als het slachtoffer bedreigd is met “onrechtmatig handelen” (dat klinkt wel héél zakelijk) op zo’n manier dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed.

Dat hiervan sprake was in dit geval stond buiten twijfel. Er was ook aangifte gedaan van de bedreigingen door de drie. Een juridische complicatie was alleen dat Telfort niemand had bedreigd, terwijl artikel 3:44 toch impliciet lijkt te bedoelen dat de wederpartij degene is die de bedreiging uit.

De kantonrechter motiveert zijn vonnis uitgebreid want dit is een principiële kwestie. Het verweer dat een telefoonabonnement is afgesloten onder bedreiging door een derde, wordt de laatste paar jaren regelmatig gevoerd in zaken als de onderhavige, zo begint hij de beoordeling. Hij schetst vervolgens de typische omstandigheden: jonge mensen (met name meisjes) sluiten in belwinkels dure contracten in de aanwezigheid van meerdere anderen (meestal jongens) waarbij ook nog eens dure telefoons worden afgenomen. De winkels controleren niet of nauwelijks of die persoon dat wel echt wil. Ook niet als blijkt dat deze persoon al meerdere abonnementen heeft. Een kredietcheck vindt ook niet plaats: men volstaat met 1 cent afboeken om het rekeningnummer te valideren.

En vanwege al die omstandigheden kan Telfort deze dame niet houden aan het contract. De bedreiging was dan misschien wel door een ander gepleegd, maar dit was zeker niet de eerste keer dat zoiets is gebeurd. Telfort had ondertussen maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat mensen onder zulke omstandigheden aan dure contracten worden gebonden. Dat heeft ze niet gedaan, dus dan moet ze het risico maar dragen dat er soms onterecht contracten worden afgesloten die dan bij de rechter worden geannuleerd.

Eerder oordeelde de rechtbank Haarlem op vergelijkbare manier, hoewel die koos voor “misbruik van omstandigheden”, wat een iets lichtere toets is. De rechtbank Dordrecht nam eerder een andere insteek: op bedreiging kan men zich niet beroepen, maar het telecombedrijf had wel moeten onderzoeken of de aanvraag ook echt gewild was door de consumentklant. Er waren immers omstandigheden genoeg om daaraan te twijfelen. Ook andere rechtbanken komen via vergelijkbare redeneringen tot dezelfde conclusie.

Arnoud

of lees de 24 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress