Privacywerkgroep slaat koektrommel dicht op Google’s handen
Een datacentrum in Groningen is juridisch hetzelfde als een cookie op een PC in Eindhoven, vindt de Artikel 29-werkgroep. Dit samenwerkingsverband van Europese privacytoezichthouders (met de op het OHIM na onwaarschijnlijkste naam voor een overheidsinstelling) heeft een Opinie over zoekmachines en privacy uitgegeven met als doel het verzamelen van persoonsgegevens van Europeanen door Amerikaanse zoekmachines (u mag drie keer raden wie) aan banden te leggen.
Uitgangspunt is dat iemands zoekgeschiedenis (natuurlijk) persoonsgebonden informatie is, en daarmee onderworpen aan de privacywetgeving. Ook als er geen naam aan vast zit: via een cookie of e-mailadres zijn mensen ook te herkennen. En de mogelijkheid dat je een stukje informatie tot iemand kunt herleiden, is genoeg om die informatie tot persoonsgegeven te maken.
Maar hoe kan Europese privacywetgeving nu van toepassing zijn op een Amerikaans bedrijf? Simpel, omdat het bedrijf apparatuur en computersystemen in Europa gebruikt. Een datacentrum in Groningen bijvoorbeeld. Of een cookie op een PC van een Europeaan.
Inderdaad, het plaatsen van een cookie op een Europese PC is genoeg om je aan de Europese wetgeving te binden. Dat concludeerde deze werkgroep al in 2002 maar toen luisterde niemand, dus zegt men het nu nog maar een keer:
The use of cookies and similar software devices by an online service provider can also be seen as the use of equipment in the Member State’s territory, thus invoking that Member State’s data protection law. … [T]he user’s PC can be viewed as equipment in the sense of Article 4 (1) c of Directive 95/46/EC. It is located on the territory of a Member State.
De specifieke regels die zoekmachines vervolgens voor hun kiezen krijgen, zijn niet verrassend: men moet blokkades zoals robots.txt respecteren, duidelijk aangeven welke informatie men verzamelt en deze zo snel mogelijk, maar uiterlijk na zes maanden weer weggooien (waar Google het niet mee eens is). Of anonimiseren, maar dat is een vrijwel onmogelijke opgave. En wie dat wil, kan zoekmachines aanschrijven met een verzoek tot inzage in het over hem opgebouwde profiel.
Wat nog opvalt, is dat het document vooral ingaat op het verzamelen van persoonsgegevens van gebruikers van de dienst (zoekopdrachten en andere informatie over zoekgedrag). Het feit dat bij indexatie van webpagina’s ook persoonsgegevens worden hergepubliceerd en op nieuwe manieren wordt gekoppeld, komt slechts heel kort aan bod. Maar dat is natuurlijk ook een vele malen complexer probleem.
Via Tweakers.
Arnoud


