Blaffen met het databankenrecht

4 januari 2012, 8:39 | Innovatie | 20 reacties

Er zal recent wel een cursus databankenrecht voor juristen zijn gegeven of zo, want ik kreeg het de afgelopen weken opmerkelijk vaak: mensen met blafbrieven van advocaten tot wie zich wendden diverse site-eigenaren wiens gegevens werden overgenomen. Het overnemen van die gegevens zou onrechtmatig zijn (”en mogelijk zelfs strafbaar”) en dit dient onmiddellijk gestaakt te worden. Voorts dienen in het bijzijn van een notaris of forensisch IT-expert alle gegevens onomkeerbaar gewist te worden, plus nog eens enkele duizenden euro’s advocaatkostenvergoeding. In de meeste gevallen zijn die claims aperte onzin, en wel hierom.

Wie substantieel investeert in het opbouwen van een databank, heeft daarop een databankrecht. Dit recht is eind jaren negentig ingevoerd om producenten daarvan te beschermen tegen overname. Op een databank rust namelijk meestal geen auteursrecht, omdat het op een rijtje zetten van feiten niet ‘creatief’ is in de zin van de Auteurswet. Een databank maken kan wel hard werk zijn of veel geld kosten, maar dat zijn auteursrechtelijk geen relevante criteria.

Hard werk of veel geld zijn nadrukkelijk wél de criteria voor het krijgen van een databankrecht. Wie “substantieel investeert” in opbouw of onderhoud van een databank, heeft daar bescherming voor. Wat ‘substantieel’ is, staat niet in de wet, maar 1,9 miljoen euro voor de Autotrack-site werd in november 2007 als substantieel aangemerkt.

Er is echter een belangrijke grens. De enige investering die je mag meetellen, is de investering op de databank zelf. Investeringen in een andere activiteit tellen niet mee. Anders gezegd: als je databank een bijproduct is van een andere activiteit, dan is deze niet beschermd. Dat blijkt uit het William Hill-arrest, dat bepaalde dat de lijsten met uitslagen van paardenraces geen beschermde databank waren omdat ze een bijproduct waren van het organiseren van die races. De investeringen waren gericht op dat organiseren, en niet op het maken van de lijstjes als zodanig. En een databankrecht krijg je als beloning voor het bouwen van een databank omdat je de substantiële investering dáárvoor anders niet terug kunt verdienen.

In Nederland komt dat ook gewoon terug in de rechtspraak. Zo weten we uit het Zoekallehuizen-arrest dat databanken van makelaars niet beschermd zijn. Post.nl verloor eind vorig jaar een rechtszaak over het eigendom van de postcodes, hoewel daarbij de rechter nu juist niet inging op het databankrecht. Wél beschermd was Autotrack.nl, maar ik vind het opbouwen van een databank met aangeleverde advertenties wel iets anders dan het naar HTML exporteren van een bestaande databank.

Niet dat zo’n arrest een beetje advocaat hindert bij het sturen van boze brieven zoals in de opening geschetst. Zo blogde ik eerder over de de app Trein en de RTL Gemist applicatie die inbreuk op databankrechten zouden maken, maar dat niet doen. Trein bestaat nog steeds, de Gemist app is vanwege angst voor legale stappen uit de lucht. En per mail heb ik er (binair geteld) nog een kleine hand vol langs zien komen.

Opmerkelijk vaak zie ik het van sportbonden, die het niet leuk vinden dat anderen applicaties gaan bouwen om ‘hun’ wedstrijden en standen in kaart te brengen. Want zij hebben het databankrecht op die uitslagen en wedstrijdschema’s - zeggen ze. Maar wie in William Hill de term ‘paardenrace’ vervangt door ‘voetbal/hockey/korfbal/tenniswedstrijd’, krijgt volgens mij precies te horen waar die bonden aan toe zijn: geen databankrecht natuurlijk.

Ook verbaasde ik me hogelijk (nou ja, eigenlijk niet) dat 9292ov databankrecht claimt op de dienstregeling van het openbaar vervoer. Is het organiseren van busroutes wezenlijk wat anders dan het organiseren van voetbalwedstrijden of paardenraces?

Een buitengewoon ergerlijke ontwikkeling. Juridisch blaffen terwijl je wéét dat er rechtspraak ligt die je standpunt onderuit gaat halen is buitengewoon ongepast. Maar vanwege de hoge kosten die je moet maken om terug te blaffen, komt men er vaak ongestraft mee weg.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Hoe verboden is omgekeerd zoeken in telefoongidsen eigenlijk?

2 maart 2010, 8:00 | Privacy, Zoekmachines | 11 reacties

telefoongids-telefoonboek-gouden-gids-zoeken.jpgEen lezer vroeg me:

Op diverse sites kun je “omgekeerd zoeken” in telefoongidsen, dus op basis van een nummer de naam- en adresgegevens van een abonnee achterhalen. Als je dat wil aanbieden, moet je wel een CD-foongids kraken of iets anders illegaal doen. Maar stel nu dat je legaal bij die gegevens zou kunnen, mag het dan wel? Of is omgekeerd zoeken per definitie in strijd met de privacy?

Ik zou niet meteen durven zeggen dat het “kraken” van een CD-foongids illegaal is. Het is nog maar zeer de vraag of ereen databankrecht zit op een telefoongids. Je hebt namelijk alleen een databankrecht als je substantieel geïnvesteerd hebt in het telefoonboek zelf. Het lijkt me goed verdedigbaar dat een telefoongids een bijproduct is van het onderhouden van een telecommunicatiedienst.

Alleen geldt er hier de complicatie dat de telefoongids van KPN ondergebracht is in een aparte BV (De Telefoongids BV, inderdaad) wiens hoofdactiviteit is het onderhouden van de telefoongids. Het argument is dan dat de investeringen van DTG puur gericht zijn op de gids en daarmee geen bijproduct zijn. Ik kan het argument niet meteen weerleggen, maar ik heb er wel grote moeite mee dat een niet-beschermde databank alsnog beschermd wordt als je deze maar in een aparte BV stopt.

Maar goed, laten we eens aannemen dat er inderdaad geen databankrecht zit op een telefoongids. Kun je dan een omgekeerd-zoekendienst aanbieden?

Telefoongidsen vallen onder de Telecommunicatiewet, artikel 11.6. Dit artikel vereist toestemming voor opname in de gids, en ook nog eens aparte toestemming voor omgekeerd zoeken in lid 3. Bij mijn weten vragen telecomaanbieders alleen maar om toestemming om je “in de gids” op te nemen, en dat is dus nog geen toestemming voor omgekeerd zoeken. Een omgekeerd-zoekendienst kan dus niet legaal worden aangeboden, tenzij de aanbieder daarvan apart toestemming vraagt aan de betrokken abonnees.

In 2007 heeft DTG geprobeerd de OPTA los te laten op deze diensten, met precies dat argument. De OPTA vond dat echter niet opportuun:

Het college is van oordeel, dat het verschijnsel “omgekeerd zoeken” op zichzelf genomen niet als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt ervaren, voor zover dit belang wordt beschermd door artikel 11.6, derde lid, van de Tw. De Richtlijn verbiedt omgekeerd zoeken niet en er zijn landen waarin “omgekeerd zoeken” wettelijk is toegestaan. Bovendien zijn bij het college in de afgelopen twee jaar geen klachten binnengekomen van natuurlijke personen (lees: particulieren of consumenten) over het zonder hun toestemming aanbieden van mogelijkheden tot omgekeerd zoeken.

Opmerkelijk: op grond van de privacy is het vereiste van aparte toestemming ingevoerd, maar omgekeerd zoeken is geen schending van de privacy. Maar als er geen klachten van consumenten zijn binnengekomen, dan hoeft de OPTA inderdaad niet op te treden. Het achterliggende idee lijkt te zijn dat mensen die geven om hun privacy, toch al niet in de gids staan (of een anonieme prepaid nemen). Dat DTG het vervelend vindt, is geen argument, want artikel 11.6 is er voor de eindgebruiker en niet voor de aanbieder.

Ik kan daaruit alleen maar de conclusie trekken “het mag niet, maar totdat er mensen grootschalig gaan klagen, zal de OPTA niet optreden”. Dus zolang die omgekeerd-zoekendiensten maar klein en onopvallend genoeg blijven, kunnen ze in de marge blijven opereren.

In juni vorig jaar meldde de staatssecretaris nog dat een “aantal marktpartijen” overwoog deze dienst aan te gaan bieden. Ik neem aan dat dat de telecomaanbieders zelf zijn, die dan via het inschrijfformulier die toestemming gaan regelen. Ik ben heel benieuwd wat er dan gebeurt.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Bewijs van overname uit databank

16 februari 2010, 8:31 | Zoekmachines | 10 reacties

adresboek-gids-lijst-databank.pngWie stelt dat zijn databank is overgenomen, zal daarvoor bewijs op tafel moeten leggen. Je kunt niet eisen dat het bewijs geheim moet blijven, ook niet als het gaat om ’sleepers’ die je speciaal tegen inbreukmakers hebt opgenomen. Dat blijkt uit een vonnis van de rechtbank Rotterdam. In deze zaak had de eiser, Ad Hoc Data, een CD-ROM met een bedrijfsgids verkocht aan de gedaagde. Deze had vervolgens een cafégids op internet opgezet, maar volgens Ad Hoc was daarbij haar CD-ROM gebruikt en dat was niet toegestaan onder de licentie. Ad Hoc eiste een contractuele boete van 25.000 euro per overtreding.

De cafégids vocht dit aan met als eerste argument dat de algemene voorwaarden (waar die boete in stond) nooit waren overhandigd. Ad Hoc meldde daarop

dat de bestelprocedure al sinds jaar en dag zo is ingericht, dat de bestelprocedure voor het online afsluiten van een abonnement niet kan worden afgerond indien niet wordt aangevinkt ‘ik ga akkoord met de Algemene Voorwaarden voor een doorlopend jaarabonnement tot schriftelijke wederopzegging’ (zie productie 10). De woorden ‘algemene voorwaarden’ zijn clickable, door hierop te klikken krijgt men de voorwaarden in html-format op het scherm en kunnen deze voorwaarden desgewenst tevens in pdf-format worden gedownload.

Klinkt goed, zou je zeggen. Alleen had Ad Hoc niets overlegd waaruit daadwerkelijk bleek dat die procedure ook zo bestond toen de cafégids het product bestelde. De overlegde producties lieten niet zien hoe de bestelprocedure van specifiek deze bedrijvengids verliep, laat staan dat daaruit bleek dat inderdaad dat aanvinkvakje moest worden aangevinkt.

Het tweede verweer van de cafégids was dat er in de huidige gids geen gegevens van Ad Hoc opgenomen waren. Ad Hoc reageerde daarop met de mededeling dat “ten aanzien van de ‘cafégids’ en ‘cafetariagids’ geldt dat nog in oktober 2008 is gebleken van de aanwezigheid van tenminste één sleeper“. Een sleeper of copyright trap is een item dat niet werkelijk bestaat en dus alleen in een database kan belanden door overname uit andermans database.

Op zich is dat een goede manier om te bewijzen dat er inderdaad is overgenomen, maar je zult dan wel die sleeper aan moeten wijzen. Maar dat weigerde Ad Hoc: men wilde alleen een verklaring overleggen van een getuige die dit had geconstateerd. De sleeper zelf moest strikt geheim blijven, en alleen de advocaten plus de rechtbank mochten daarnaar kijken (artikel 27 Rechtsvordering). De reden was -neem ik aan- dat als Ad Hoc die sleepers onthult, de cafégids die er gauw uit verwijdert en dan kan claimen dat er nu echt niets meer overgenomen is.

De rechter accepteert deze gang van zaken echter niet.

[Ad Hoc] wordt niet in haar belangen geschaad als zij in de databank van gedaagde aangetroffen sleepers openbaart: er zullen in haar databank nog genoeg andere sleepers blijven staan en zij kan in volgende edities van haar databank nieuwe creëren en tussenvoegen, aldus gedaagde. Een gang van zaken als door [Ad Hoc] verlangd, een besloten zitting, zou het de advocaat van gedaagde onmogelijk maken namens deze verweer te voeren tegen aangevoerde bewijsmiddelen . Het zou onaanvaardbaar zijn als gedaagde wordt veroordeeld op basis van geheime bewijsmiddelen.

Op zich terecht: je moet je inderdaad kunnen verweren tegen zulk bewijs, bijvoorbeeld door te controleren of die sleepers wel echt nep (echt nep, ahem) zijn en of die ook in de CD van Ad Hoc stonden. Maar het is wel lastig nu voor Ad Hoc als die sleepers bekend worden. Want je kunt wel zeggen ’stop maar nieuwe in je volgende editie’ maar daarmee is de huidige versie alsnog kwetsbaar voor onbewijsbare overname. Het is dus maar te hopen voor Ad Hoc dat ze inderdaad genoeg andere sleepers in die database heeft.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Gecorrigeerde Quote 500 ex parte offline gehaald door databankrecht

11 november 2008, 8:47 | Auteursrecht | 2 reacties

925-logo.pngDe Quote 500, de jaarlijkse rijkenlijst van het maandblad Quote, moet onmiddellijk van de website 925.nl worden gehaald, meldde nu.nl vrijdag. 925, de website voor “de betere kantoorknuppel” (dat zijn mensen die graag goedemoggel zeggen), had de volledige Quote 500 overgetypt en voorzien van een inflatiecrisiscorrectie online gezet. Het gebbetje van 925 werd uiteraard niet op prijs gesteld bij Quote, dat meteen een deurwaarder langsstuurde. Niet met een dagvaarding, maar met een heus ex parte bevel (via Boek 9) waarin meteen een verbod stond met een dwangsom van 50.000 euro per dag. 925 koos eieren voor haar geld en haalde de lijst offline.

Kan dat zomaar? Ja, dat kan zomaar. Het ex parte bevel is een min of meer uniek instrument dat je bij evidente inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kunt inzetten. Artikel 1019e van het wetboek van Rechtsvordering biedt een rechthebbende de mogelijkheid om een “onmiddellijke voorziening bij voorraad te geven op een bij verzoekschrift gedaan verzoek” om aan een bepaalde inbreuk een einde te maken.

De vermeende inbreukmaker wordt niet gehoord of zelfs maar gemeld dat het verzoekschrift is binnengekomen. De rechter doet ook inhoudelijk zelf weinig met het verzoekschrift. Een marginale toets, heet dat juridisch. Klinkt het verhaal aannemelijk, dan wordt het verbod toegewezen en dan horen we het wel van de gedaagde. Jaja, dat gaat ver, maar alles is geoorloofd in de strijd tegen terrorisme, kinderporno, drugshandel en inbreuk op auteursrechten - de 3 ruiters en de ene voetganger van de Internet-Apocalyps*.

Het bevel is gebaseerd op het databankenrecht - de Quote 500 is een databank met 500 {naam, rijkdom}-tupels, volgens Quote. Volgens de definitie van “databank” uit die wet gaat dat strikt genomen wel op. Ook een papieren databank kan een databankrecht hebben. Wel is voor elk databankrecht vereist dat er een “substantiële investering” is gedaan om deze samen te stellen.

Substantieel is de investering van Quote zeker: volgens eigen zeggen 269.000 euro per jaar, plus nog eens 850.000 euro drukkosten, specifiek voor het verzamelen, samenstellen en drukken van de Quote 500. Waarom specifiek? Omdat je anders geen databankrecht hebt. Volgens het William Hill-arrest moet de investering namelijk gericht zijn op het maken van de databank, en niet op het verkrijgen of creëren van de individuele gegevens.

Hier liggen de kosten voor het creëren van de gegevens sterk verweven met het in de databank verwerken van die gegevens. Om de Quote 500 te maken, moet je weten hoe rijk de rijkste 500 mensen zijn. Uitzoeken wat iemands vermogen is, is best veel werk. Heb je die 500 gegevens eenmaal, dan is het op een rijtje zetten daarvan verder triviaal. Is dat uitzoekwerk nu een investering in het creëren van de gegevens (hoe rijk is persoon X) of een investering in het creëren van de databank (wie staat er dit jaar op positie Y)? Het antwoord op die vraag zou een leuke aanvulling zijn op de jurisprudentie.

Wat denken jullie? Mijn eerste gedachte is: nee, geen databankrecht. De investering gaat over het vaststellen van de rijkdom van mensen, en is daarmee gericht op het creëren van de gegevens. Men moet -zo staat in het bevel zelf- “uitvoerig onderzoek doen in openbare registers waaruit de financiële positie van de betrokkenen blijkt”, plus nog interviews met de betrokkenen zelf. Dat doet me denken aan de NVM-makelaars, die ook uitvoerig werk moeten doen om beschrijvingen en gegevens van huizen in Funda te kunnen stoppen, maar desondanks geen databankrecht hadden.

Kan 925 nog iets doen, behalve boos napruttelen op het bretellenblog? Op zich wel: het bevel vermeldt dat de verweerder op 14 november om 10:00 bij de rechter mag verschijnen om uit te leggen dat het verbod onjuist is. Hij kan natuurlijk ook zelf een nog eerder eigen kort geding te starten.

Arnoud
* Vrij naar Bruce Schneier en Terry Pratchett.

of lees de 2 reacties

Alle postcodes op een rijtje

29 oktober 2008, 8:35 | Innovatie | 25 reacties

postcodegebieden.pngZoiets simpels en openbaar als een postcode blijkt nog steeds een groot geheim, zo opent het 6PP-project. Iedereen heeft een postcode, maar als je ieders postcode wilt weten, zul je bij Postcode.nl een licentie moeten nemen. 6pp vroeg zich af, een vrije postcode database moet toch op te bouwen zijn, net zoals een vrije encyclopedie, wegenkaart of film? En men voegde gelijk maar de daad bij het woord door een open databank neer te zetten, inclusief API om er op afstand bij te kunnen.

De vraag daarbij is natuurlijk altijd: mag dat? Postcodes zijn tot op vier cijfers algemeen bekend, maar welke straten nu horen bij welke twee letters, vind je niet zomaar terug. Kennelijk zit daar dus één of andere beperking op. Postcode.nl hanteert ook nog eens licentiemodel, dus dan zal er vast een of ander recht zijn op postcodes. Auteursrecht? Nee, postcodes zijn feiten en die op een rijtje zetten, mag gewoon. Geschriftenbescherming? Wederom nee, de postcodedatabank is geen geschrift. Databankenrecht dan maar?

Zoals vaste lezers wel weten, is een databank beschermd als de bouwer een substantiële investering heeft gedaan (tijd, geld of moeite) om die databank op te bouwen of te onderhouden. Het is op zich best veel werk om heel Nederland in te delen in postcode-regio’s, en natuurlijk om die te updaten. Postcode.nl verkoopt wekelijkse updates, dus kennelijk worden er elke week wijken gesloopt, huizen bijgebouwd of gebieden heringedeeld. TNT Post, voorheen TPG Post, voorheen de PTT, kiest de postcodes zelf. Er is geen overheidsbesluit, zodat het postcodebestand ook niet onder de uitzondering van overheidsdatabanken kan vallen. Gemeentes geven nieuwe straten en andere mutaties door aan TNT, en die verzint daar dan een passende postcode bij.

In een bezwaarprocedure over publicatie van het wegenbestand (NWB) erkende de Staat dat TNT Post een databankrecht heeft op het postcodebestand. Op die grond mochten postcodes niet zomaar in het NWB verwerkt worden. Nu is zo’n beslissing geen jurisprudentie, laat staan bindend recht, maar toch. De hele site Postcode.nl leegtrekken zou ik dus niet adviseren, want als er een databankrecht zit op dat bestand, dan is dat leegtrekken een inbreukmakende handeling.

Er zijn echter nog genoeg andere plekken om postcodes vandaan te halen. Wat te denken bijvoorbeeld van de Kamer van Koophandel? Die hebben voor alle ingeschreven bedrijven de adresgegevens online, en daar staan ook de postcodes bij. Met een beetje slim zoeken krijg je zo een aardig lijstje postcodes. Ook bij huizensites zoals Funda zijn hele lijsten met postcodes te achterhalen. Die lijsten komen niet uit het postcodebestand van TNT Post, ook niet indirect. Bedrijven of makelaars typen die in wanneer ze hun bedrijf aanmelden of een huis te koop zetten. Daarmee zijn die gegevens openbaar, zodat je op basis van die gegevens best je eigen lijst met postcodes mag bouwen.

Update (5 maart 2009): het 6PP project heeft alle gegevens van Buurtlink en Zoekplaats.nl verwijderd uit haar database en gaat via andere wegen aan de slag om legaal postcodes te verzamelen. En via Frankwatching nog een verwijzing naar een petitie Bevrijd de postcode, waar ze helaas lijken te denken dat de postcodes door de overheid verzonnen worden.

Arnoud

of lees de 25 reacties

Mag Trein opzoeken hoe laat de trein vertrekt?

11 oktober 2008, 9:23 | Internetrecht | 23 reacties

trein-icoon.pngDe NS is niet blij met het feit dat iPhone-eigenaars snel en gemakkelijk kunnen zien wanneer de trein vertrekt. Of nou ja, met het feit dat die mensen dat doen met de Trein applicatie van informatica-student Dennis Stevense. De NS wil met haar eigen iPhone app komen, en dan is concurrentie natuurlijk niet fijn.

De NS liet Bright weten hier geen toestemming voor te hebben gegeven. Advocaat en blogger-in-ruste Olivier Oosterbaan legt bij 24 Orangesuit waar de NS dit op baseert:

Not likely to qualify for copyright, but probably database protection. The schedules may not qualify for database protection if NS is not able to show that it invested (spent money) in the database, separately from the investment made in the operation of the trains. … Even if it qualifies for database protection, I am not sure that the *app* (and, consequently app maker) would infringe on the database rights, as it apparently only allows the *user* to more easily access the NS database.

Een databank is beschermd als de bouwer een substantiële investering heeft gedaan (tijd, geld of moeite) om die databank op te bouwen. De vraag is wel of de NS heeft geïnvesteerd in het spoorboekje zelf. Bij de invoering van de wet was dit nog een open vraag. Tegenwoordig is die vraag wel beantwoord, zou ik zeggen: nee. Dat spoorboekje is een bijproduct (spin-off) van het maken van een vertrekschema voor de treinen. Uit het William Hill-arrest blijkt dat je databank alleen beschermd is als je investeert in het maken van de databank zelf. Investeringen in het maken of vergaren van de gegevens zelf, tellen daarbij niet.

In het Zoekallehuizen-arrest werd dan ook een databank met te koop staande huizen niet als beschermd gezien:

De investeringen waarover het hier gaat, moeten dus met name betrekking hebben op het aanleggen van de databank als zodanig. Naar het voorlopig oordeel van het hof hebben de makelaars ook in hoger beroep niet voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in verband met het verkrijgen, controleren of presenteren van de gegevens op de website aanzienlijke investeringen hebben moeten doen die zij anders niet zouden hebben gedaan. De kosten die betrekking hebben op het verzamelen van gegevens van de woningen die te koop worden aangeboden, moeten de makelaars in het kader van hun dienstverlening zo niet geheel dan toch grotendeels toch al maken. De kosten die gemoeid zijn met het vervaardigen van een website, kunnen evenmin als relevante investeringen gelden, omdat in de huidige tijd elke zich respecterende ondernemer een website heeft en de makelaars ook anders dan voor het publiceren van de woninggegevens al een website nodig zouden hebben.

Kortom, de NS zal moeten laten zien dat de databank van NS.nl echt meer is dan een afspiegeling van haar spoorboekje, en dat ze substantieel heeft moeten investeren om de gegevens uit de NS.nl reisplanner te maken op basis van wat al in het spoorboekje staat. Ik betwijfel of ze dat gaat lukken.

Arnoud

of lees de 23 reacties

Notarissen schrijven saai, hebben wel databankrecht

2 juli 2008, 8:40 | Auteursrecht | Geen reacties

veilingnotaris.gifOok notarissen hebben recht op databankrecht. Dat blijkt uit een recent arrest (PDF van 2 MB) van het Gerechtshof Arnhem. De website Veilingnotaris.nl is een huizenzoekmachine, maar dan voor gedwongen verkoop (dat gaat per veiling). Op Openbareverkopen.nl waren een aantal van de ter veiling aangeboden huizen ook te vinden, en natuurlijk was dat aanleiding voor een leuke rechtszaak over databankenrecht. In het arrest onder andere aandacht voor de vraag hoe saai notarissen eigenlijk schrijven, maar vooral over of een verzameling aankondigingen van executoriale verkopen een databank is.

Het databankenrecht staat sinds het Europese William Hill-arrest onder druk. Om een beschermde databank te krijgen, moet je een substantiële investering hebben gedaan in het opbouwen of onderhouden daarvan. Maar sinds dat arrest moet die investering ook nog eens direct gericht zijn op het bouwen van de databank zelf. En daar gaat het vaak fout: veel investeringen zijn gericht op het verzamelen van de gegevens en niet op het in een databank stoppen daarvan. Makelaars maken beschrijvingen van huizen om die te verkopen, maar geen databank met huizen, en hebben dus geen databankrecht.

De oplossing: richt een apart bedrijfje op dat de databank bouwt en vult. De kosten die dat bedrijfje dan maakt, zijn gericht op de databank en dan is die databank beschermd. Makelaars hebben geen databankrecht, maar Funda dus wel. Hetzelfde doet ook Veilingnotaris. Sinds 2002 blijkt deze site een slordige half miljoen euro in opbouwen en onderhoud van deze huizen te hebben gestopt (acquisitie van webbouwers naar aanleiding van dit vonnis wordt niet op prijs gesteld).

Openbareverkopen heeft 131 aankondigingen overgenomen. Omdat Veilingnotaris per maand 150 nieuwe huizen toevoegt, vindt het Hof dat Openbareverkopen een substantieel deel van de databank heeft opgevraagd. Die redenering volg ik niet helemaal. Het Hof gaat uit van artikel 2 lid 1 sub a, en dat gaat over het overnemen van (vrijwel) de gehele databank. Daarbij moet je niet kijken naar wat er toegevoegd wordt, maar hoe groot de databank als geheel is lijkt me zo.

Ik krijg de indruk dat het Hof toch met een scheef oog naar sub b heeft gekeken: het herhaaldelijk en systematisch overnemen van kleine delen van de databank. Daarbij speelt namelijk een rol of dat botst met de normale exploitatie van de databank. Want wat merkt het Hof op:

Daarbij is van belang dat, gelet op de door de Notarissen te betalen - geringe - bijdrage voor het gebruik van de website, de door Internetnotarissen gepleegde investeringen pas geruime tijd na de exploitatie van de databank kunnen worden terugverdiend. Openbareverkopen daarentegen heeft met haar handelwijze in korte tijd en op eenvoudige wijze geprofiteerd van de commerciële waarde van de databank van Internetnotarissen waardoor zij schade heeft toegebracht aan de door Internetnotarissen verrichte investeringen.

En dat is typisch een redenering waarom overname van een niet-substantieel deel niet mag. Overnemen van de hele databank mag niet, of je daar nou van profiteert of niet.

Notarissen zijn kennelijk lang niet zo creatief als makelaars, zo blijkt. Want auteursrecht op de door hen aangeleverde teksten wordt afgewezen. De beschrijvingen van de te veilen huizen blijkt puur zakelijk en functioneel en volstrekt niet creatief. Geen “jarendertigpand in originele staat voor de echte klusser” maar “recreatiewoning op dubbele kavel” en vermelding van het kavelnummer. Tsja.

Zoals bijna altijd bij geschillen over databankrecht komt ook altijd de geschriftenbescherming even langs. Een woord waar mijn dicteersoftware altijd geschifte bescherming van maakt, wat ergens wel ironisch is. Notarissen schrijven dan misschien wel saai, maar ze schrijven wel geschriften. En die zijn beschermd tegen overnemen. Dus ook de notarissen zelf (naast de beheerder van de databank) mogen een schadevergoeding eisen van Openbareverkopen.

Een opvallend argument was nog dat de aankondiging van een notariële veiling onder de regeling van overheidspublicaties gerekend moest worden. De notaris is immers wettelijk verplicht (art. 516 Rechtsvordering) om een executoriale verkoop openbaar bekend te maken. Maar dat gaat niet op, aldus het Hof. Een wettelijke plicht om iets te publiceren maakt de publicatie nog geen publicatie “door of vanwege de openbare macht.”

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste

Webstats van Nedstat opvragen geen inbreuk op databankrecht

9 februari 2008, 11:21 | Internetrecht, Zoekmachines | 1 reactie

Kent u dit icoontje nog? Inderdaad, Nedstat, de oudste bezoekersteller van Nederland. De dienst voor deze gratis teller (Nedstat Basic) werd in 2005 verkocht aan internet reclamebureau Ad Pepper, waarna het Webstat4U en -na enige ophef over floepvensters- Motigo Webstats ging heten.

Ad Pepper had plannen voor uitbreiding, en de tellerdienst van het Franse Weborama leek een aardige kandidaat om aan te kopen. Weborama maakte zich zorgen over klantverlies na die overname, en had toen het slimme plan om eens te kijken hoe populair die Webstats-tellers nu eigenlijk waren. Je kunt namelijk in de gebruikerscatalogus van Motigo kijken wie hun klanten zijn (keurig op categorie), en dan voor een willekeurige klant hun webstatistieken lezen.

Dat massaal opvragen viel natuurlijk op bij Ad Pepper. En omdat de overname ondertussen was afgeketst, lagen de verhoudingen toch al niet zo lekker, dus daar kwam een rechtszaak van: schending van databankrecht en ook nog eens doorbreken van een beveiliging (het negeren van robots.txt) en het ongeautoriseerd opvragen van al die gegevens.

De rechter ging in het vonnis handig voorbij aan de vraag of sprake was van een beschermde databank door meteen te kijken of er sprake was van geheel of gedeeltelijk hergebruik van die databank. Als dat er niet is, is je databankrecht niet geschonden. Weborama zou 27.800 items hebben opgevraagd. Dat was maar een fractie van de databank van Webstats: er bleken meer dan 1 miljoen Webstats-klanten te zijn. Geen gehele overname dus.

Opvragen van kleine stukjes van een databank mag, tenzij het gaat om voorkomen het “leegmelken” van de databank. En daar was bij deze éénmalige actie geen sprake van. Weborama had verder geen commerciele activiteiten ontplooid met de opgevraagde gegevens, dus van schade, laat staan ongerechtvaardigde schade was al helemaal geen sprake. Dus daarmee hield alles op: zonder schade geen vordering.

Het robots.txt bestand was trouwens geen doeltreffende technische voorziening ter bescherming van een databank, dus daar hoefde de spider van Weborama geen rekening mee te houden.

Net als bij het Gaspedaal-vonnis had ook Weborama in haar algemene voorwaarden (terms of service) dit soort acties verboden. En net als Wegener bij Gaspedaal kreeg Weborama hier ongelijk: je mag niet in je gebruiksvoorwaarden iets verbieden waar je geen recht op hebt. Weborama had geen databankrecht, dus mocht ze opvragen uit die onbeschermde databank niet via de achterdeur alsnog tegengaan.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Andermans site scrapen, wanneer mag dat?

Voor Netters, een community voor webbouwers, schreef ik een juridische analyse over scrapen, hergebruik van stukjes content van andermans site.

Scrapen is een vorm van uitbesteden. Een zoekmachine bouwen is veel werk. En dat geldt niet alleen voor algemene zoekmachines zoals Google, maar ook voor speciale zoekmachines voor huizen, auto’s, contactadvertenties en noem maar op. Veel van dat werk zit hem in het verzamelen en onderhouden van de content. Hoe houd je je database up-to-date, wanneer verwijder je een te koop staand huis en bij welke advertenties moet je ingrijpen omdat er iets illegaals wordt verkocht? Erg fijn dus als je al dat gedoe kunt uitbesteden, en jij je alleen bezig hoeft te houden met zoekresultaten tonen - en natuurlijk de advertenties er omheen.

Maar ja, dan moet die advocaat wel een recht in stelling kunnen brengen. Zomaar iets laten verbieden gaat meestal niet. Dus wat valt er juridisch te doen tegen scrapen? Of omgekeerd, wat mag je scrapen van andermans site?

Lees verder in Andermans site scrapen, wanneer mag dat? bij Netters.

Arnoud

als eerste
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress