Blaffen met het databankenrecht
Er zal recent wel een cursus databankenrecht voor juristen zijn gegeven of zo, want ik kreeg het de afgelopen weken opmerkelijk vaak: mensen met blafbrieven van advocaten tot wie zich wendden diverse site-eigenaren wiens gegevens werden overgenomen. Het overnemen van die gegevens zou onrechtmatig zijn (”en mogelijk zelfs strafbaar”) en dit dient onmiddellijk gestaakt te worden. Voorts dienen in het bijzijn van een notaris of forensisch IT-expert alle gegevens onomkeerbaar gewist te worden, plus nog eens enkele duizenden euro’s advocaatkostenvergoeding. In de meeste gevallen zijn die claims aperte onzin, en wel hierom.
Wie substantieel investeert in het opbouwen van een databank, heeft daarop een databankrecht. Dit recht is eind jaren negentig ingevoerd om producenten daarvan te beschermen tegen overname. Op een databank rust namelijk meestal geen auteursrecht, omdat het op een rijtje zetten van feiten niet ‘creatief’ is in de zin van de Auteurswet. Een databank maken kan wel hard werk zijn of veel geld kosten, maar dat zijn auteursrechtelijk geen relevante criteria.
Hard werk of veel geld zijn nadrukkelijk wél de criteria voor het krijgen van een databankrecht. Wie “substantieel investeert” in opbouw of onderhoud van een databank, heeft daar bescherming voor. Wat ‘substantieel’ is, staat niet in de wet, maar 1,9 miljoen euro voor de Autotrack-site werd in november 2007 als substantieel aangemerkt.
Er is echter een belangrijke grens. De enige investering die je mag meetellen, is de investering op de databank zelf. Investeringen in een andere activiteit tellen niet mee. Anders gezegd: als je databank een bijproduct is van een andere activiteit, dan is deze niet beschermd. Dat blijkt uit het William Hill-arrest, dat bepaalde dat de lijsten met uitslagen van paardenraces geen beschermde databank waren omdat ze een bijproduct waren van het organiseren van die races. De investeringen waren gericht op dat organiseren, en niet op het maken van de lijstjes als zodanig. En een databankrecht krijg je als beloning voor het bouwen van een databank omdat je de substantiële investering dáárvoor anders niet terug kunt verdienen.
In Nederland komt dat ook gewoon terug in de rechtspraak. Zo weten we uit het Zoekallehuizen-arrest dat databanken van makelaars niet beschermd zijn. Post.nl verloor eind vorig jaar een rechtszaak over het eigendom van de postcodes, hoewel daarbij de rechter nu juist niet inging op het databankrecht. Wél beschermd was Autotrack.nl, maar ik vind het opbouwen van een databank met aangeleverde advertenties wel iets anders dan het naar HTML exporteren van een bestaande databank.
Niet dat zo’n arrest een beetje advocaat hindert bij het sturen van boze brieven zoals in de opening geschetst. Zo blogde ik eerder over de de app Trein en de RTL Gemist applicatie die inbreuk op databankrechten zouden maken, maar dat niet doen. Trein bestaat nog steeds, de Gemist app is vanwege angst voor legale stappen uit de lucht. En per mail heb ik er (binair geteld) nog een kleine hand vol langs zien komen.
Opmerkelijk vaak zie ik het van sportbonden, die het niet leuk vinden dat anderen applicaties gaan bouwen om ‘hun’ wedstrijden en standen in kaart te brengen. Want zij hebben het databankrecht op die uitslagen en wedstrijdschema’s - zeggen ze. Maar wie in William Hill de term ‘paardenrace’ vervangt door ‘voetbal/hockey/korfbal/tenniswedstrijd’, krijgt volgens mij precies te horen waar die bonden aan toe zijn: geen databankrecht natuurlijk.
Ook verbaasde ik me hogelijk (nou ja, eigenlijk niet) dat 9292ov databankrecht claimt op de dienstregeling van het openbaar vervoer. Is het organiseren van busroutes wezenlijk wat anders dan het organiseren van voetbalwedstrijden of paardenraces?
Een buitengewoon ergerlijke ontwikkeling. Juridisch blaffen terwijl je wéét dat er rechtspraak ligt die je standpunt onderuit gaat halen is buitengewoon ongepast. Maar vanwege de hoge kosten die je moet maken om terug te blaffen, komt men er vaak ongestraft mee weg.
Arnoud

Een lezer vroeg me:
Al 

