Wat is fair bij fair use? (Nee, dat andere fair use)

Tweet
11 juli 2009, 8:18 | Contracten | 35 reacties

spareribs-onbeperkt-buffet-banket-eten-fair-use.jpgAfgelopen week kreeg ik diverse mails van lezers die zich afvragen hoe het nu zit met fair use, en dan bedoel ik niet het auteursrechtelijke begrip maar de kreet van internetproviders: Onbeperkt internetten (fair use policy van toepassing). Wanneer is onbeperkt internetgebruik unfair?

Dat is een goeie vraag, waar nog steeds niemand over heeft geprocedeerd zodat het antwoord nog wel even op zich laat wachten. In februari vorig jaar blogde ik dat dit wel eens een oneerlijke handelspraktijk kan zijn omdat je essentiële informatie weglaat bij je aanbod. Je vertelt je klant namelijk niet hoe veel data hij mag downloaden - of erger nog, je zet hem op het verkeerde been omdat je heel hard ONBEPERKT roept maar met een vage term in kleine letters wat anders meldt.

Er is trouwens nog iets mis met de fair use policy: het is de provider die eenzijdig vaststelt of je “te veel” downloadt. En omdat daar geen objectieve criteria aan zitten, is dat een onredelijk bezwarend beding:

Onredelijk bezwarend is een beding dat de beoordeling van de vraag of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten aan hem zelf overlaat

Ik krijg zin om hier eens een proefproces van te maken. Maar het belang van zo’n zaak is natuurlijk minimaal: welke schade lijdt je doordat je provider je afknijpt nadat je 700GB hebt gedownload terwijl bleek dat 400 het maximale was dat je had mogen gebruiken? Worden er echt mensen door hun provider afgesloten wegens te hard downloaden?

Arnoud

of lees de 35 reacties

Indexeringsites en auteursrechten, een spanningsveld? (gastpost)

Tweet
7 juli 2009, 8:31 | Auteursrecht, Zoekmachines | 34 reacties

Vandaag een gastbijdrage van Maarten van Amerongen, student Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier. Deze bijdrage is een ingekorte versie van zijn afstudeerscriptie.

Er zijn honderden websites met een index aan eD2k-links, torrents en NZB’s, er hun aantal lijkt voortdurend toe te nemen. Voor mijn masterscriptie heb ik onderzoek gedaan naar drie P2P netwerken en evenzoveel websites die om verschillende redenen interessant zijn voor de behandeling van de problematiek rond de indexeringsites. Geclaimde massale inbreuken via zulke sites en gestelde miljoenenverliezen voor de rechthebbenden, een actueel probleem wereldwijd met in Nederland een tweestrijd tussen, voornamelijk, auteursrechtenbeschermer Stichting Brein en de beheerders van de indexeringsites. Veel indexeringsites worden door Stichting Brein als eendrachtig en inbreukmakend beschouwd maar de verschillen zijn zoveel interessanter.

In de loop van het afgelopen decennium is de werkwijze van Stichting Brein tegen indexeringsites en hun bezoekers veranderd. Ook de geleerden, rechterlijke macht en overheid lijken niet goed te weten wat men met de indexeringsites aanmoet. Zo haalde rechtenprofessor D.J.G. Visser in een artikel in Computerrecht 2001 de P2P dienst Napster aan. Destijds achtte hij Napster niet aansprakelijk voor auteursrechteninbreuk, wel leverde de dienst een onrechtmatige daad op. In een P2P dienst zónder centrale database zag hij geen probleem, het zijn dan uitsluitend de gebruikers die de auteursrechtelijk relevante handeling verrichten. Nu, enkele jaren later, staat Visser Stichting Brein bij in een procedure tegen de bittorrentindexeringsite Mininova. Een site die slechts torrentbestanden host voor het gedecentraliseerde Bittorrent netwerk en daarbij een streng Notice-and-takedown beleid voert. De inhoud van de procedure Stichting Brein/Mininova veronderstel ik als bekend.

De Stichting Brein voert keer op keer procedures tegen ISP’s of websitehouders om indexeringsites van het internet te krijgen. Hierbij verwijst Stichting Brein maar al te graag naar een paar behaalde matige successen uit het verleden. Relevante uitspraken die de stichting minder behagen worden doodgezwegen. De status van de indexeringsite is hierdoor, mijns inziens onterecht, op een hellend vlak gekomen waarbij de onrechtmatigheid van dergelijke websites dikwijls onterecht en steeds maar sneller wordt aangenomen, veelal door de voorzieningenrechter en zonder degelijk inhoudelijk feitenonderzoek. Een onterechte gang van zaken. Er mag vanuit worden gegaan dat de stichting weliswaar representatief is op het gebied van piraterijbestrijding maar dat hun zelfuitgeroepen expertise en oordeel in redelijkheid niet als waarheid overgenomen mogen worden in rechtelijke procedures. Ze zijn belangenbehartiger met een opinie en géén (onafhankelijk) expert, ook al profileren zij zich wel als zodanig. Een aanwezigheid van medewerkers van Stichting Brein bij doorzoekingen van woningen door de politie naar aanleiding van verdenkingen van intellectuele eigendomsfraude is derhalve volstrekt overbodig en ongewenst voor een deugdelijk onderzoek.

Hoe dan om te gaan met de indexeringsites? Naar mijn opvatting bestaat reeds afdoende wetgeving in de vorm van artikel 6:196c BW om de indexeringsite uit het juridische ‘grijze gebied’ te halen. Een indexeringsite vormt in zekere zin een dienst van de informatiemaatschappij waarbij van de beheerder een vorm terughoudendheid van verlangd mag worden als het gaat om de controle van de inhoud van de door bezoekers geplaatste hashcodes, links of andersoortige data. Controle leidt immers te snel tot een ongewenste vorm van censuur.

In de lijn van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie valt op te maken dat een beheerder van een website binnen het kader van de bescherming van artikel 6:196c BW valt indien hij adequaat optreedt bij meldingen van rechthebbenden inzake verwijzingen naar onrechtmatige data. Een dergelijke toepassing van art. 6:196c BW geeft een rechthebbende naar mijn mening in een procedure een sterke positie indien een beheerder weigerachtig blijft om links te controleren en verwijderen.

Het ligt derhalve voor de hand aan te nemen dat een beheerder van een indexeringsite in redelijkheid verplicht is informatie in de vorm van links, torrents, NZB’s etc. te verwijderen zodra hij wordt geïnformeerd door de rechthebbende over de onrechtmatigheid van de bestanden achter de verwijzing. Echter totdat de beheerder is geïnformeerd meen ik te kunnen concluderen dat de -mijns inziens ongefundeerde- klaagbeden van de nationale en internationale rechthebbendenorganisaties over de enorme verliezen die jaarlijks geleden zouden worden als gevolg van het downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal als gevolg van links die opgenomen zijn bij de P2P indexeringsites, genegeerd kunnen worden. Ik zie in beginsel, en onder voorbehoud van speciale omstandigheden, weinig tot geen juridische problemen in het bestaan van dergelijke sites.

Maarten van Amerongen is student Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep als zittingsgriffier. Zijn scriptie is begeleid door mw. prof. mr. drs. M. de Cock Buning. Na het behalen van zijn masterdiploma ambieert hij een functie in de advocatuur, richting IT/IE.

of lees de 34 reacties

Linken naar P2P stream: te complex voor kort geding

Tweet
21 februari 2009, 8:46 | Auteursrecht | 6 reacties

myp2p-televisie-kijken-links.pngIk voel het vonnis al aankomen, schreef ik eind januari over linksite MyP2P. Nu is er een vonnis, maar dat is van een andere zaak tegen datzelfde MyP2P. Canal+-aanbieder C More vond dat MyP2P met haar verwijzingen naar P2P-streams om gratis Canal+ te kijken, inbreuk maakte op haar auteursrechten of in ieder geval onrechtmatig handelde. Ze spande daarom een kort geding aan om hier een einde aan te maken, maar de kortgedingrechter wijst de eis af omdat de zaak “zowel feitelijk als juridisch” te complex is. Ga het maar in een bodemprocedure uitzoeken, met andere woorden.

MyP2P biedt zelf geen werken ter download of streaming aan, maar verwijst naar andere sites waar dat wel kan. En de rechter vindt het terecht een lastige vraag of MyP2P daarmee onrechtmatig handelt. Waar een externe website naar linkt, is tenslotte niet MyP2P’s verantwoordelijkheid.

Daarnaast vond ik nog deze opmerking in het vonnis:

Bovendien zou kunnen worden gezegd dat er mogelijk grondrechtelijke aspecten zijn te onderkennen in die zin dat een vonnis waarbij de vorderingen zouden worden toegewezen, zou kunnen worden aangemerkt als een beperking van een of meer grondrechten van een of meer gedaagden wat de noodzaak van een deugdelijke grondslag van een dergelijk vonnis onderstreept.

Ik weet niet zeker of dit nu gaat over het verbod om de hele site te sluiten, of specifiek over de eis om hyperlinks te verwijderen. In het laatste geval zou ik het wel opmerkelijk vinden: wordt het grondrecht van vrije meningsuiting aangetast als je niet mag verwijzen naar inbreukmakende materialen?

Al met al een interessant vonnis, zeker voor andere sites die claims krijgen dat hun linkverzameling inbreuk zou maken op rechten van derden. Het is niet gezegd dat die linksites nu legaal zijn, maar zomaar een kort geding tegen je krijgen en verliezen zal ook niet gebeuren.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Linken naar P2P stream is inbreuk op auteursrecht?

Tweet
27 januari 2009, 8:59 | Auteursrecht | 12 reacties

myp2p-televisie-kijken-links.pngLinken is geen openbaar maken, roep ik al een hele tijd. B/S roept al een hele tijd het omgekeerde. En zo af en toe komt er een vonnis langs dat de discussie weer eens lekker stimuleert. Boek 9 bericht over een ex parte beschikking (een vonnis-zonder-wederhoor, een juridisch onding dat op zich een blogpost of tien waard is) waarin wordt bepaald dat de site MyP2P zelfstandig openbaarmakingshandelingen verricht. Dit omdat zij verwijst naar peer-to-peer streams waar je live televisie kunt kijken.

In de beschikking trektvolgt de rechtbank de eiser in haarde analogie met hotelgasten die televisie kunnen kijken. In het Hotelkamers-arrest ging het Europese Hof van Justitie in op de vraag of de distributie van een signaal door middel van televisietoestellen aan klanten die in hotelkamers logeren, een mededeling aan het publiek (wat de Nederlandse wet een “openbaarmaking” noemt) in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 vormt.

In die richtlijn staat dat deze term breed moet worden uitgelegd om “een hoog beschermingsniveau voor onder meer de auteurs te verwezenlijken, zodat dezen met name bij een mededeling aan het publiek een passende beloning voor het gebruik van hun werk kunnen ontvangen”. Het Hof ziet daarom geen problemen om het installeren en laten gebruiken van televisietoestellen in hotelkamers als nieuwe openbaarmaking te zien.

het doorgeven van een signaal door middel van televisietoestellen door een hotel aan de gasten die in zijn kamers verblijven, ongeacht de gebruikte techniek van doorgifte van het signaal, [vormt] een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van deze richtlijn.

De meer klassiek opgevoede auteursrechtdeskundigen doet dit denken aan het HR-arrest 30 oktober 1981 (CAI Amstelveen). Daar werd doorgifte via de kabel van vrij te ontvangen televisiesignalen ook als een nieuwe openbaarmaking gezien. Het HvJEG hanteert dezelfde redenering als onze HR in 1981: je boort een nieuw publiek aan met die doorgifte op je eigen netwerk, en dat valt onder openbaar maken.

In deze beschikking zegt de rechtbank:

Myp2p verricht vergelijkbare handelingen als het hotel in bovengenoemd arrest. Immers: Myp2p is een andere organisatie van wederdoorgifte dan de oorspronkelijke. Zij verricht haar handelingen ten behoeve van een ander, nieuw publiek. Het nieuwe publiek bestaat uit mensen die niet aan een van de officiële partners van Verzoeksters betaald hebben voor het zien van de wedstrijden. (…)”

Nu is het absoluut waar dat MyP2P een andere organisatie is, en ik geloof onmiddellijk dat zij een nieuw publiek aanboort ten opzichte van de klassieke televisiekijkers. Ik wil best aannemen dat dat nieuwe publiek ‘bestaat uit’ mensen die niet willen betalen voor televisie (hoewel je je kunt afvragen hoe die streams dan het P2P netwerk binnenkomen, maar ok).

Maar op één cruciaal punt zit er een wezenlijk verschil: MyP2P geeft geen signalen door van de televisieprogramma’s.

MyP2P verwijst naar de plek waar je die signalen kunt ontvangen, maar biedt zelf geen faciliteiten of een afnamepunt voor de signalen. In eerdere zaken over MP3-zoekmachines, torrentsites en dergelijke wordt dan ook steeds geoordeeld dat dergelijke links, hashcodes, torrents en hoe ze allemaal ook mogen heten geen openbaarmaking zijn. Het is vaak wel onrechtmatig om zulke links, hashcodes etcetera aan te bieden omdat je er iemand willens en wetens schade mee toebrengt, maar dat is een heel andere uitkomst.

En ja, dat verschil is belangrijk: als iemand inbreuk op auteursrecht pleegt, kun je maatregelen nemen met zo’n ex parte beschikking (zonder wederhoor) en de volledige proceskosten vergoed krijgen van de inbreukmaker. Bij een gewone schadeclaim kan dat allemaal niet. Bovendien kan B/S komen afrekenen bij mensen die inbreuk maken op auteursrechten van hun leden.

Kan iemand me uitleggen waarom de rechtbank een verwijzing naar een P2P-stream als hetzelfde zit als in hotelkamers televisies ophangen en aan je kabelaansluiting koppelen?

(Oh ja, deze beschikking is geen jurisprudentie maar ik voel het echte vonnis al aankomen.)

Arnoud

of lees de 12 reacties

Onderzoek toont aan: filesharing positief voor cultuur en welvaart

Tweet
20 januari 2009, 8:44 | Auteursrecht, Innovatie | 32 reacties

De economische effecten van file sharing op de Nederlandse welvaart op de korte en de lange termijn zijn per saldo sterk positief, zowel op korte als op lange termijn. Consumenten krijgen als gevolg van file sharing toegang tot een breed scala aan cultuurproducten. Daar staat tegenover dat een daling van de omzet uit de verkoop van geluidsdragers, dvd’s en games als gevolg daarvan aannemelijk is. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van TNO, SEO en IViR zoals neergelegd in het rapport “Ups and downs - economische en culturele gevolgen van file sharing voor muziek, films en games” (gevonden via Solv).

Het rapport schat het aantal downloads in Nederland op op 1,5 tot twee miljard per jaar. Dat zou ongeveer neerkomen op 7,5 downloads voor iedere in Nederland verkochte track. Opvallend daarbij is dat downloadgedrag het koopgedrag niet beïnvloedt. Onder downloaders van muziek en film is het percentage kopers even groot als onder niet-downloaders, bij games is het percentage kopers zelfs hoger. Sterker nog: downloaders blijken vaak een “nauwe relatie met muziek, films of games” te onderhouden. Daar hoort downloaden bij maar ook kopen. Downloaders gaan bovendien vaker naar concerten of bioscopen en kopen vaker merchandiseartikelen.

Oh, en Tim, let je even op:

Voor zover file sharing wel leidt tot een daling van de verkoop (vervanging), staat daar een welvaartsoverdracht van de producent naar de consument tegenover. Naar schatting ligt de toename van welvaart bij de consumenten in de orde van 200 miljoen euro per jaar. Daar tegenover staat een maximaal omzetverlies voor producenten en uitgevers van muziekopnames van 100 miljoen euro per jaar.

Het gevolg voor de creatieve industrie verschilt nogal:

  • De muziekindustrie kampt met een krimpende markt. De nieuwe markt van betaalde downloads kan op dit moment die krimp niet compenseren. Innovatie van het businessmodel achter muziek is daarom nu het meest urgent. In de toekomst lijkt het niet meer mogelijk om alleen op basis van muziekopnamen een renderend bedrijf te runnen.
  • In de filmindustrie groeien de markten voor bioscoop en DVD-verkoop. DVD-verhuur daalt flink. Omdat films vaak slechts één keer bekeken worden, is het risico van substitutie hier groter dan bij muziek. Als het aantal filmdownloads dus groeit, zal dat een serieuze bedreiging zijn voor met name DVD-verkoop. Downloaden om het product te leren kennen, ligt niet voor de hand. De filmindustrie moet zich dus niet in slaap laten sussen door de vooralsnog relatief geringe impact van gratis downloads.
  • De gamesindustrie groeit onstuimig, althans voor zover het de consolegames en de bijbehorende hardware betreft. Het officiële exemplaar van een game kent dermate veel voordelen in vergelijking met een muziek-cd (of zelfs DVD) dat deze industrie veel minder hoeft te vrezen voor inkomstendaling door de concurrentie met gratis filesharing.

De belangrijkste conclusie: “het is juist de uitdaging om mee te gaan met de nieuwe werkelijkheid van de gebruikers en businessmodellen te ontwerpen waarbij geprofiteerd kan worden van de nieuwe dynamiek.” Criminaliseren van downloaden, bijvoorbeeld door downloaden uit illegale bron te verbieden, acht het rapport weinig zinvol. Dit zal hooguit een tijdelijk effect sorteren.

Oftewel: innoveer nou eens een keer in plaats van alleen juridische stappen te ondernemen om het einde van het huidige model zo lang mogelijk uit te stellen. Filesharing verdwijnt niet meer, dus accepteer dat en bedenk hoe je geld verdient met gratis.

Iemand nog tips voor de muziek- of filmindustrie?

Arnoud

of lees de 32 reacties

Tim Kuik heeft zelf een gaatje in zijn hoofd

Tweet
16 januari 2009, 8:22 | Auteursrecht | 49 reacties

piratescreenshot.jpgIk word niet snel kwaad maar nu ben ik het wel. “Je betaalt er niet voor, dus is het niet legaal’, zegt DLA Piper advocaat Carja Mastenbroek in de Volkskrant. Dit naar aanleiding van oprispingenuitlatingen van Tim Kuik dat “aankoopvervangend downloaden” niet onder de thuiskopieregeling zou vallen. “Wie denkt hij rechtmatig handelt als hij een gisteren uitgekomen dvd gratis downloadt, heeft een gaatje in zijn hoofd” staat er dan nog. Mevrouw Mastenbroek, meneer Kuik: u heeft zelf een gaatje in het hoofd als u dergelijke onzin werkelijk meent.

De wet zegt duidelijk dat je geen inbreuk pleegt als je downloadt voor eigen gebruik “zonder direct of indirect commercieel oogmerk”. Kuik interpreteert dat “commercieel” voor het gemak maar als “alles dat geld oplevert of bespaart” en komt daarmee tot de conclusie dat downloaden als vervanging van kopen commercieel is.

Dit soort uitlatingen zijn een uitermate kwalijke en verwerpelijke praktijk van BREIN. Men lanceert met de regelmaat van de klok juridisch zeer twijfelachtige stellingen zonder enige onderbouwing of toelichting in de wetenschap dat de voltallige ICT-pers die klakkeloos overneemt en zo hele volksstammen afschrikt. Want daar is het om te doen: FUD zaaien onder onwetende internetters en zo de belangen van de achterban van BREIN beschermen.

Slaat het juridisch ergens op? Nee. Dit is de particuliere mening van BREIN dat met lede ogen moet aanzien dat er massaal gedownload wordt en niet wil toegeven dat het beter zou zijn om downloaden (of zelfs uploaden) toe te laten en daar een nieuw businessmodel bovenop te zetten. Wel eens van iTunes gehoord jongens?

Zijn er juridische argumenten over deze stelling? Ja, maar die spreken BREIN allemaal keihard tegen, dus die hoor je niet. Ook mevrouw Mastenbroek, die blijkens haar CV in de praktijk vooral de nadruk op “klassiek intellectuele eigendomsrecht” legt, noemt geen enkel argument. “Je betaalt er niet voor” of “er is geen toestemming gegeven” kan ik geen serieus argument noemen. Klassieke drogredenen zijn het wel.

Wat vond de minister er eigenlijk van, de laatste keer dat men de wet op dit punt bediscussieerde in het parlement?

De Internetgebruiker die gebruik maakt van de mogelijkheden die Napster, KazaA en vergelijkbare peer-to-peer-diensten bieden om werken van letterkunde, wetenschap of kunst te kopiëren voor privé-gebruik opereert over het algemeen genomen binnen de marges van het auteursrecht. Dat geldt ook wanneer een privé-kopie wordt gemaakt van een origineel dat illegaal, dat wil zeggen zonder toestemming van auteursrechthebbende, is openbaar gemaakt.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.

De minister in 2002 (met dank aan Alex):

Bedoeld is dat een privé-kopie slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan, namelijk wanneer het gaat om een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik, zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Dat sluit uit dat dergelijke kopieën in opdracht door een professionele opdrachtnemer worden gemaakt.

Het onderscheid tussen commercieel en nietcommercieel is dus bedoeld als onderscheid tussen “professioneel” en “in de privesfeer”.

Meneer Kuik: noem mij 1 juridische bron die uw stelling ondersteunt, of houd op met deze onzin uitkramen.

Arnoud

of lees de 49 reacties

Hoe een printer aangeklaagd werd voor auteursrechteninbreuk

Tweet
26 augustus 2008, 8:16 | Auteursrecht, Beveiliging | 3 reacties

printer-aangeklaagd-dmca.jpgEen netwerkprinter aan de University of Washington kreeg een DMCA takedown notice omdat deze zich bezig zou hebben gehouden met illegale verspreiding van films via peer-to-peer netwerken. Nee, niet door ze uit te printen. Netwerkprinters hebben ook IP-adressen, en die adressen kunnen opduiken in filesharing netwerken, waar organisaties zoals Mediasentry weer door getriggerd worden om blafbrieven te sturen.

Om aan te tonen dat dit proces vaak onzorgvuldig en op basis van te weinig bewijs gebeurt, hebben onderzoekers van deze universiteit een aantal simpele technieken bedacht waarmee opzettelijk onjuiste aanmeldingen in filesharing netwerken gedaan worden. Zo kunnen zij elk het doen voorkomen alsof een willekeurig IP-adres elke gewenste film in de aanbieding heeft. Omdat die toezichthoudende clubs niet controleren of die film ook werkelijk daar op te vragen is, kan het dus gebeuren dat een volstrekt onschuldige printer ineens een takedown notice krijgt.

Naast kwaadwillenden die anderen erbij willen lappen, is het ook mogelijk dat mensen per abuis voor illegale filesharers worden aangezien. Vrijwel iedereen gaat het internet op met een dynamisch IP-adres, dat bij elke sessie op internet verandert. Stel iemand gaat met zo’n IP-adres zijn collectie adverteren op een filesharing netwerk, maar verliest ineens zijn internetverbinding omdat hij per ongeluk de stekker uit de PC trekt. Dat IP-adres en de bijbehorende films blijven nog een tijdje ‘rondzingen’ op dat netwerk. In de tussentijd kan het adres alweer aan een nieuwe gebruiker zijn toegekend door de provider. Als de controleur daarna eens gaat kijken wie er nog illegale films in de aanbieding heeft, komt hij via de provider uit bij die nieuwe gebruiker.

Het volledige paper is als PDF beschikbaar. Het abstract:

We reverse engineer copyright enforcement in the popular BitTorrent file sharing network and find that a common approach for identifying infringing users is not conclusive. We describe simple techniques for implicating arbitrary network endpoints in illegal content sharing and demonstrate the effectiveness of these techniques experimentally, attracting real DMCA complaints for nonsense devices, e.g., IP printers and a wireless access point. We then step back and evaluate the challenges and possible future directions for pervasive monitoring in P2P file sharing networks.

Via Schneier on Security.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Hosten van onrechtmatige torrentsites ook onrechtmatig

Tweet
16 juli 2008, 8:37 | Auteursrecht, Aansprakelijkheid | 6 reacties

Helemaal vergeten te melden, sorry. Twee weken terug werd provider Leaseweb in een arrest in hoger beroep veroordeeld wegens het hosten van de site Everlasting, waar torrentbestanden naar illegaal aangeboden films, muziek, software en dergelijke te vinden waren. In eerste instantie werd Leaseweb verplicht de site te sluiten en de NAW-gegevens van de klant aan Brein af te geven. Dat vonnis is nu bekrachtigd.

We weten al dat het hosten van verwijzingen naar inbreukmakend aanbod verboden is, als dat grootschalig en op commerciele basis gebeurt. Zie bijvoorbeeld Brein/KPN. En dat werd ook in dit vonnis bevestigd:

Dit een en ander leidt naar het voorlopige oordeel van het hof tot de conclusie dat Everlasting welbewust een faciliterende rol speelde bij het op grote schaal inbreuk maken op de auteursrechten en/of naburige rechten – naar moet worden aangenomen – (mede) van diegenen voor de bescherming van wier belangen Brein in dit geding opkomt. Daarmee handelt zij onmiskenbaar onrechtmatig jegens diegenen.

Maar hier gaat het nog iets verder: niet de aanbieders van de torrentsite werden gedaagd, maar hun provider, Leaseweb. Want:

Nu het handelen van Everlasting onmiskenbaar onrechtmatig was, dit handelen plaats vond op de door Leaseweb ge-‘hoste’ website en Brein Leaseweb daar voldoende adequaat op had geattendeerd, handelde Leaseweb op haar beurt onrechtmatig door de website niet te verwijderen.

Brein is natuurlijk blij met de uitspraak. Maar ook Leaseweb is tevreden: er is nu helderheid over wat wel en niet mag, en Leaseweb voelt zich nu gesterkt in haar besluit om alle torrentsites te weren als klant. Bij ISPam de reactie van Leaseweb:

We zijn blij met de uitslag van ons hoger beroep tegen stichting Brein. Het is een winst voor LeaseWeb en voor de hostingmarkt. Wij hebben absoluut bereikt wat we wilden bereiken. Eindelijk is er in Nederland juridische duidelijkheid over de status van Bittorrent in Nederland. Door de rechtszaak die we gevoerd hebben, is het pas nu voor iedereen helder dat Bittorrent in Nederland illegaal is.

Die laatste zin is dan wel weer jammer: Bittorrent is niet illegaal, Bittorrent sites zijn niet illegaal, maar Bittorrentsites die verwijzen naar illegaal aanbod zijn illegaal. Maar dat zal wel te genuanceerd zijn geweest.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Oeps I did it again! (gastpost)

Tweet
4 juli 2008, 8:56 | Auteursrecht | 18 reacties

brein.gifNa de welles nietes discussie over de thuiskopie uit illegale bron, ben ik eens op bezoek gegaan bij de website van BREIN. Mijn oog viel daar meteen op de column van Tim Kuik (de directeur van de stichting) getiteld ‘Hans kan niet lezen!’. Hans Bousie is een advocaat gespecialiseerd op het gebied van intellectueel eigendom. Hans heeft een column geschreven waarin hij reageert op het voorstel van BREIN om naar Brits voorbeeld internetters af te sluiten die de auteurswet overtreden. Hans maakt daarbij alleen een klein foutje, waardoor hij opmerkt dat BREIN het heeft over downloaders, terwijl ze het in werkelijkheid hebben over het uploaders. Tim voelt zich duidelijk aangevallen want hij reageert zo:

Dat draagt niet bij tot het ‘slimme publieke debat’ dat hij naar eigen zeggen voor staat. De feiten Hans, die zijn belangrijk. Dat zou een jurist toch moeten weten. ‘Roept u maar’, roept Hans. Maar Hans zelf lijkt zomaar wat te roepen.

Het beste paard struikelt nooit, zal Tim hebben gedacht. Als je anderen verwijt dat ze niet goed lezen en de wet niet kennen, dan zou het wel prettig zijn als je zelf de reputatie hebt dat je geen of weinig fouten maakt. Als die reputatie ontbreekt dan controleer je tekst op fouten drie keer voor dat je deze online zet, toch???

Het was BREIN die al op 1 juni 2002 nog verklaarde dat het vanzelfsprekend zou zijn dat “het verboden was om illegale MP3 bestanden te downloaden”, want, zo redeneerde men, “konden illegaal verspreide bestanden niet legaal worden door een opvolgend gebruik.”

Vanaf niet later dan 6 april 2003 heeft Brein een column van Kris Wauters op haar site gehad waarin de auteur aangaf dat downloaden verboden was. Ik heb daarbij geen voetnoot van Tim Kuik gezien dat het hier om Belgische wetgeving ging. Volgens mij is dat misleiding.

Tim legt vervolgens in zijn column uit hoe het echt zit, althans hoe hij denk dat het echt zit:

Hierna nog eens hoe het echt zit. Downloaden van muziek en film valt onder de wettelijke uitzondering op het anderszins exclusieve auteurs- en daaraan verwante naburig recht. Dat wil zeggen dat de wet toestaat dat je muziek en film downloadt indien je het zelf voor je eigen gebruik doet en er geen direct of indirect commercieel oogmerk mee dient. Als je dus gratis illegaal aanbod downloadt zodat je het niet hoeft te kopen dan is dat NIET toegestaan. Als je dat in een korte kreet wil samenvatten kun je zeggen ‘verkoop vervangend downloaden is verboden’.

Commercieel oogmerk zou volgens Tim dus wijzen op de situatie dat je als consument de film, liedje, etc. eigenlijk had willen kopen maar dit nu niet doet omdat je het gratis kunt downloaden. Ik kan in ieder geval wel lezen en heb voor jullie gelezen: de van Dale:

com·mer·ci·eel (bijvoeglijk naamwoord; commerciëler, commercieelst)
  1. betr. hebbend op de handel, het zakenleven
  2. gebaseerd op het maken van winst

Tim redeneert dus als volgt: als je de film, liedje, etc. had gekocht, maar dit niet doet omdat je het kunt downloaden dan haal je een financieel voordeel, dat is winst en dus handel je met een commercieel oogmerk. Die uitleg zelf klinkt plausibel maar de toepassing daarvan binnen de context klinkt op z’n zachtst gezegd erg vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er geen kamerstukken zijn te vinden die zijn uitleg ondersteunen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2001–2002, 28 482, nr. 3
In het wetsvoorstel wordt met het oog op aanpassing aan de richtlijn maar tevens met het oog op behoud van een wenselijke consumentenvrijheid een wijziging van het regime voor privé-kopiëren voorgesteld. Dit heeft twee oorzaken. In de eerste plaats wordt de tekst van de wet in overeenstemming met de tekst van de richtlijn gebracht. Hoewel het bestaande regime van privé-kopiëren in de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten inhoudelijk niet afwijkt van wat de richtlijn toelaat, namelijk – kort gezegd – het kopiëren van beschermd materiaal door een natuurlijk persoon zonder commercieel oogmerk, heeft het, mede vanuit het uitgangspunt dat waar mogelijk de terminologie van de richtlijn wordt gevolgd met het oog op het bereiken van harmonisatie op de interne markt, de voorkeur de tekst van de wet met die van de richtlijn in overeenstemming te brengen.

Hier wordt commercieel oogmerk duidelijk gekoppeld aan de persoon c.q. de functie die deze uitoefent. Iedereen die niet in of voor deze branche werkt en ten goede trouw is zal bij het lezen van de wetsartikel denken dat consumenten gewoon toegestaan is om privé-kopieën te maken. Een term als commercieel oogmerk zullen zij verbinden aan bijvoorbeeld een professionele opdrachtnemer. En de wetgever is daar geen uitzondering op:

Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 482, nr. 8
De voorgestelde nieuwe redactie van artikel 16c, eerste lid, beoogde de bepaling meer in lijn te brengen met de redactie van artikel 16b, eerste lid, en hield niet in een uitbreiding van de regeling. Deze leden zij evenwel toegegeven dat de bepaling in een digitale omgeving tot misverstanden omtrent de betekenis en reikwijdte aanleiding kan geven. Bedoeld is dat een privé-kopie slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan, namelijk wanneer het gaat om een kopie voor eigen oefening, studie of gebruik, zonder direct of indirect commercieel oogmerk. Dat sluit uit dat dergelijke kopieën in opdracht door een professionele opdrachtnemer worden gemaakt. Anderzijds wil de regeling ook niet in het privé-domein van de gebruiker treden door bijvoorbeeld het maken van een privé-kopie door een familielid zonder commercieel oogmerk te verbieden.

Maar stel dat Tim op dit punt toch gelijk zou krijgt van de rechter, bij voorkeur in een zaak waar hij tegenover een consument staat, hoe dacht hij dan ooit te kunnen bewijzen dat iemand het werk wilde kopen? Dus zelfs als hij gelijk zou hebben, dan maakt dat in praktische zin niet zoveel uit. Degene die de kopie heeft gemaakt, kan er heel simpel onder uit komen door te roepen dat hij het niet wilde kopen. Aangezien de bewijslast bij de eisende partij (Brein) ligt, is simpelweg je mond houden is al genoeg om de dans te ontspringen.

Echter het lijkt mij veel waarschijnlijker dat Tim het gewoon weer fout heeft. En vervolgens van andere verlangt dat zij zijn foute uitleg van de tekst onderschrijven op straffen van een berisping. Dergelijke situaties vind ik altijd opmerkelijk. Tim, als je mee leest, een gratis advies: hou de volgende keer gewoon in het achterhoofd dat je op dit punt al eerder de fout in bent gegaan en stel je wat milder op. Fouten maken is menselijk, dat zou jij toch moeten weten.

Over fouten gesproken, wedden dat de FAQ van Brein er over vijf jaar heel anders uit zou zien wanneer bloggers massaal het citaatrecht aangrepen om kleine stukjes te laten horen van muziek zodat de lezer weet waar de blogger het over heeft?

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 18 reacties

Welles/nietes: de thuiskopie uit illegale bron

Tweet
28 juni 2008, 9:16 | Auteursrecht | 38 reacties

Eerst even voor jezelf lezen, schreef Volledig bericht, pardon Boek 9. Ik deed dat en viel van mijn stoel. Woensdag oordeelde de rechtbank Den Haag dat een kopie voor eigen gebruik van illegaal aangeboden materiaal geen thuiskopie is. In deze zaak hadden twintig importeurs en fabrikanten van beschrijfbare informatiedragers een zaak tegen Stichting Onderhandelingen Thuiskopie (SONT) aangespannen. Men kon het niet eens worden over de hoogte van de vergoeding, met name vanwege de vraag waar allemaal rekening mee gehouden moest worden. Eén van die dingen: “de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren (incl. downloaden) uit een illegale bron.”

Nu is het downloaden uit illegale bron een hot topic. Mag het wel, mag het niet? De wet zegt zelf nergens dat het niet mag. De rechter in de Techno Design-zaak vond het geen inbreuk op het auteursrecht (iets dat in hoger beroep “onbesproken” en dus overeind bleef). Bovendien had de minister dit letterlijk gezegd bij de laatste wijziging van de Auteurswet. In het vonnis oordeelt de rechtbank ’s-Gravenhage echter dat die uitleg helemaal niet MAG omdat deze in strijd is met een Europese auteursrechtenrichtlijn.”

Richtlijn 2001/29/EG bepaalt namelijk in artikel 5 dat een beperking op het auteursrecht slechts mag als aan een driestappentoets is voldaan:

  1. Het moet gaan om “bepaalde bijzondere gevallen”.
  2. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de normale exploitatie van de werken.
  3. De wettige belangen van de rechthebbende worden niet onredelijk geschaad.

Hierover werden in juli vorig jaar kamervragen gesteld. Toen antwoordde de minister dat deze toets wel degelijk toegepast was:

De drie-stappen-toets is bij de vormgeving van de thuiskopieregeling in acht genomen en ligt besloten in de voorwaarden die aan de inroepbaarheid van de privékopie-exceptie worden gesteld (Kamerstukken II 2002- 2003, 28 482, nr. 5, blz. 18).

Echter, wat zegt de rechter in deze zaak:

De rechtbank stelt voorop dat het maken van een privé-kopie van illegaal materiaal een illegale handeling is. Deze handeling valt niet onder de werkingssfeer van artikel 16c Aw.

Dit is voor mij volstrekt onbegrijpelijk en in ieder geval zwaar ontoereikend gemotiveerd. Waarom is het een illegale handeling? De passage leest als een cirkelredenering: het is een illegale handeling, dus is het geen toegestane thuiskopie, en dus is het illegaal.

Het vonnis doet een poging haar uitgangspunt te motiveren:

In de parlementaire geschiedenis zijn weliswaar aanknopingspunten te vinden voor een andere uitleg, maar de door de minister voorgestane en door de regering onderschreven uitleg, waarbij ervan wordt uitgegaan dat een privé-kopie van een illegale bron legaal is, is in strijd met de drie-stappen-toets van artikel 5 lid 5 van de Richtlijn.

Het was wellicht aardig geweest als de rechtbank had toegelicht waarom en met welk punt van de toets er dan strijd zou zijn. Zeker nu de minister zelf heeft aangegeven dat er wel degelijk gedriestaptoetst is.

Een ander punt is dat de rechter hier een wettelijke bepaling (artikel 16c Auteurswet) toetst aan een eis uit een Europese Richtlijn. Dat mag op zich. Als blijkt dat de bepaling zich niet goed aan de Richtlijn houdt, dan mag de rechter de bepaling richtlijnconform uitleggen. Hij mag daarbij echter niet tegen de letterlijke tekst van de wet ingaan (”contra legem”). En ik zou zeggen dat dat hier het geval is. Er staat niets in de wet over de bron. Een extra bepaling erbij verzinnen die zegt dat de bron legaal moet aanbieden, gaat dan in tegen de bewoordingen van het wetsartikel.

Christiaan Alberdingk Thijm wijst erop dat het nog gekker wordt: je zou zeggen dat een heffing voor iets illegaals niet kan, maar toch bepaalt de rechter dat men de kopieerheffing mag gebruiken om te compenseren voor “illegaal downloaden”. De vraag is dan of het thuiskopiëren uit een illegale bron daarmee niet alsnog rechtmatig is geworden, aldus Alberdingk Thijm.

Ook Evert van Gelderen (De Gier Stam) is kritisch over het vonnis. Ik moet eigenlijk de eerste jurist die positief is nog tegenkomen.

Kortom, een hoogst merkwaardig vonnis dat wat mij betreft per direct in hoger beroep overnieuw gedaan mag worden.

Arnoud
PS: disclaimer: Philips is een van de eisers maar ik ben niet bij deze zaak betrokken geweest.

of lees de 38 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress