De zin en vooral onzin van e-mail disclaimers
Gisteren kreeg ik een e-mail van iemand die mijn boek wilde bestellen. De e-mail bevatte zes regels informatie en 25 regels disclaimer. De e-mail was informeel bedoeld, bevatte mogelijk vertrouwelijke informatie die ik dan niet mocht doorgeven, kon virussen bevatten hoewel deze gescand was, mocht niet worden opgevat als een juridische toezegging(!) en vertegenwoordigde niet noodzakelijkerwijs de mening van de werkgever van de afzender.
Waarom doen mensen dit? Juridisch stelt het namelijk bizar weinig voor. Een echte disclaimer, een uitsluiting van aansprakelijkheid dus, is alleen geldig als dat vooraf zo afgesproken is. Hetzelfde geldt voor vertrouwelijkheid van een e-mail. Briefgeheim voor e-mail bestaat niet. Wie een mededeling per e-mail dan ook vertrouwelijk wil laten zijn, moet dat afspreken met de ontvanger.
De informatiedichtheid van de overige mededelingen is ook vrijwel nul. Omdat de tekst bij elke mail moet passen, moet men wel algemeen zijn: “bevat MOGELIJK vertrouwelijke informatie”, “KAN virussen bevatten” en is “niet NOODZAKELIJKERWIJS” de mening van de werkgever. Die teksten zijn altijd waar en vertellen dus niets.
Ik stel voor dat we vanaf nu de disclaimer op e-mails afschaffen en alleen nog zinnen toevoegen als dat werkelijk zinnig is. Zet er alleen een confidentiality notice onder als de mail echt vertrouwelijk is, en stuur mails die niet de mening van uw werkgever bevatten niet vanaf een zakelijk adres. Doet u mee?
Arnoud
Plaatje via Eric’s blog

Gisteren schreef ik bij Marketingfacts over een Spaans verbod op tell-a-friend systemen. Dat is namelijk spam:
Een krant mag een ingezonden brief wijzigen en inkorten, ook wanneer ze niet vooraf overleggen met de auteur. Dat blijkt uit een recent
Google mag de naam Gmail in de gehele Europese Unie niet meer gebruiken voor zijn gratis webmaildienst,
Google betoogde nog dat het bij het beeldmerk van Giersch vooral om de kleurstelling en layout ging, en dat bovendien die slogan “und die Post geht richting ab” een wezenlijk onderdeel van het logo was. Google gebruikte andere kleuren en geen slogan (”beta” is geen slogan immers), dus zou het Duitse publiek bij haar Gmail dienst niet aan Giersch’ Gmail dienst kunnen denken. Maar daar ging de Kamer van Beroep niet in mee. Het beeldmerk had de letters “GMAIL” centraal, en elk gebruik van het woord GMAIL voor elektronische post zou bij het publiek een associatie met Giersch’ dienst op kunnen roepen.
Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

