Is ontslag nemen per e-mail rechtsgeldig?

28 februari 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 4 reacties

Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

Opzeggen mag in principe op elke manier, ook mondeling of per e-mail. Het kan zijn dat er bij CAO of in de arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt. Dan moet opzegging volgens die afspraken gebeuren.

Vaak staat er in een CAO dat opzegging “schriftelijk” moet. Je kunt je afvragen of met een e-mail daaraan voldaan is. Onlangs werd e-mail als “schriftelijk” gezien bij een ingebrekestelling. De redenering daarbij zou ook op kunnen gaan voor opzegging van arbeidsovereenkomsten, maar persoonlijk zou ik het daar niet op willen laten aankomen.

Het probleem bij opzeggen per e-mail is dat de opzegger moet bewijzen dat de e-mail is aangekomen, en de wederpartij alleen maar hoeft te ontkennen deze gehad te hebben. Het is dus niet verstandig om op te zeggen per mail. Net zo goed als mondeling ontslag nemen niet verstandig is.

Bij een bedrijfsnetwerk is er vaak een (redelijk) betrouwbare optie om een ontvangstbevestiging te vragen. Dat zou kunnen helpen als bewijs. Maar vaak toont zo’n ontvangstbevestiging niet aan wat de inhoud van de mail was.

Op Flexmarkt het volgende advies:

De opzegging is pas geldig als het bericht van opzegging de andere partij heeft bereikt. De werkgever moet bij geschillen de bezorgdatum en het adres van de brief kunnen aantonen. Bewaar een kopie van de opzegbrief. Er is geen opzegging als blijkt dat de brief op het verkeerde adres is bezorgd. Daarom is een aangetekende brief het aangewezen middel. Want zelfs als de aangetekende brief niet wordt afgehaald bij het postkantoor, is de opzegging geldig. De geadresseerde draagt in dat geval het risico dat de brief hem of haar niet heeft bereikt. Dat geldt ook als de werknemer is verhuisd en geen adreswijziging heeft doorgegeven aan de werkgever. Vaak bevat een cao nadere regels.

Zie ook Arbeidsrechter.nl dat ook sterk afraadt om per e-mail ontslag te nemen.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Ingebrekestelling per e-mail is rechtsgeldig

7 januari 2008, 8:24 - Geplaatst onder: Contracten - 4 reacties

Een ingebrekestelling per e-mail mag ook, zo besliste de rechtbank in Amsterdam eind december. Dit is opmerkelijk, omdat de wet (art. 6:82 BW) eist dat zo’n ingebrekestelling schriftelijk moet gebeuren.

Wat is het nut van iemand in gebreke stellen? Menno Weij, die het vonnis vond, legt uit:

Het doel van een ingebrekestelling is om de andere partij (hier: de leverancier)nog een redelijke termijn te gunnen om alsnog aan een contractuele verplichting te voldoen - het kunnen “zuiveren” van een tekortkoming. Gebeurt dat niet, dan is die andere partij na verstrijken van die redelijke termijn juridisch in verzuim, en treden voor de ingebrekestellende partij (hier: de gebruiker) bepaalde rechtsmiddelen in, zoals bijvoorbeeld het recht tot schadevergoeding en/of het recht op beëindiging van het contract.

De reden om dit schriftelijk te moeten doen, is omdat dit een belangrijke eerste stap op weg naar een rechtszaak is. Het is dan wel zo handig als die netjes vastgelegd is. Is een ingebrekestelling per e-mail dan wel wenselijk? Met andere woorden, mag je “schriftelijk” bij een ingebrekestelling wel zo uitleggen dat e-mail er onder valt?

De rechter is in dit vonnis erg kort: aan alle voorwaarden is voldaan met deze e-mail, zo schrijft hij. Ik kan alleen nergens vinden waarom. Toen dit wetsartikel werd ingevoerd, dacht nog niemand aan e-mail. In de parlementaire behandeling wordt alleen de telex en het telegram genoemd als mogelijke “geschriften”, maar (natuurlijk) geen e-mail.

In de Tekst en Commentaar, het handboek voor juristen zeg maar, staat echter simpelweg dat “schriftelijk” mede omvat een fax, telex of e-mail. De vorige versie (uit 2004) noemt alleen fax en telex. Wat is er tussen 2004 en 2007 gebeurd dat men het zo vanzelfsprekend vond dat e-mail nu zonder verdere uitleg of bronvermelding bij dit rijtje mocht?

Bij overeenkomsten met schriftelijkheidsvereiste was het nodig om een apart wetsartikel (art. 6:227a BW) in te voeren waarin staat dat die overeenkomsten ook elektronisch mogen.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel waar dit werd ingevoerd (28197, nr. C) legde de minister uit dat dat artikel 6:227a alleen voor overeenkomsten geldt, omdat de Europese Richtlijn alleen eiste dat men dit voor overeenkomsten invoerde. Nederland gaat dan niet alvast ook de regels van andere rechtshandelingen aanpassen. En daarna zei hij dit:

Het gevolg daarvan is dat voor andere rechtshandelingen dan (verbintenischeppende) overeenkomsten vooralsnog aan de hand van de bestaande bepalingen zal moeten worden bezien of en onder welke voorwaarden de desbetreffende rechtshandeling ook langs elektronische weg rechtsgeldig kan worden verricht. Het enkele feit dat in de wet het woord «schriftelijk» of een daarvan afgeleid woord is gebruikt, behoeft daaraan overigens niet steeds in de weg te staan.

De minister sluit dus niet op voorhand uit dat een elektronische ingebrekestelling ongeldig is enkel omdat hij elektronisch is. Maar om van daar naar een categorisch toestaan van elektronische ingebrekestellingen, gaat me nogal ver.

Iemand enig idee hoe dit zit?

UPDATE (12:12) Menno Weij van Solv reageert: “ja, een ingebrekestelling per e-mail moet kunnen”. En wel hierom:

Omdat er naar mijn smaak niet veel verschil zit tussen enerzijds telegram (bestaat dit fenomeen trouwens nog?) telex en fax, en anderzijds e-mail. Ten tweede kunnen partijen naar mijn smaak contractueel anders bepalen - het vereiste in artikel 6:82 BW is met andere woorden dus geen dwingend recht. Daar komt bij dat er voor de ontvanger van de mail enige bescherming bestaat op de voet van 3:37 BW - de verzender van de e-mail (met daarin dus de ingebrekestelling) dient aan te tonen dat de e-mail de ontvanger ook daadwerkelijk heeft bereikt.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Deze e-mail is [wel/niet/misschien] voor blogpublicatie bestemd

5 januari 2008, 11:07 - Geplaatst onder: Privacy - 5 reacties

U kent ze ongetwijfeld ook: de vaak ellenlange disclaimers op e-mail. Vaak vanuit de gedachte “baat het niet, dan schaadt het niet”, en ook wel omdat het wel heel formeel en juridisch staat natuurlijk.

Maar wat vindt u van deze?

This email is: [ ] bloggable / [ ] private / [X] (ask first)

Dat zou een hoop onduidelijkheden wegnemen over hoe een e-mailtje nu bedoeld is. Wil de afzender nu genoemd worden bij zijn linktip, of liever niet? En was die vraag nu voor publicatie bestemd?

De juridische status van e-mail is nog steeds niet duidelijk.

Overigens vind ik proclaimers beter dan disclaimers. Zeg wat je biedt en wat er wel mag, in plaats van wat je allemaal niet doet en wat er eigenlijk niet mag met je werk.

Arnoud

of lees de 5 reacties

Want zo is het ook!

15 december 2007, 19:45 - Geplaatst onder: Grappig - Geen reacties

Tink van Want zo is het ook! is een ontzettende internetsloerie. Zegt ze zelf.

Alleen weet de wereld dat niet zo te waarderen. Die smijt mij mijn geste simpelweg in het gezicht. Want dat de afslag ‘Tink’ op de digitale snelweg zo duidelijk staat aangegeven, wil niet zeggen dat je iedere willekeurige meuk die afrit op moet sturen. Het gaat me nog niet eens om die taalverdraaiende computergegenereerde pornomail die me toeschreeuwt dat ik stukjes mens met maar liefst tien centimeter kan laten verlengen als ik maar toezeg om 40 strekkende meter SpaanseVlieg-kauwgom af te nemen.

Lees verder (ja, echt, lees verder) in Want zo is het ook!.

Arnoud

als eerste

Erfenis inclusief Hotmail-account?

2 oktober 2007, 8:48 - Geplaatst onder: Contracten - 2 reacties

Kun je bits erven? Eva Visser, advocaat bij Stibbe, bespreekt de vraag of webmail-aanbieders verplicht kunnen worden tot afgifte van informatie uit een e-mailaccount, indien de gebruiker van dat account is overleden.

Aanleiding voor de vraag was de Amerikaanse zaak Ellsworth vs. Yahoo, waarin de ouders van een overleden militair toegang wilden tot diens mailbox. Yahoo weigerde dat, en wees op de algemene voorwaarden die een gerechtelijk bevel eisten. Probleem daarbij was dat het account na 90 dagen zou worden opgeheven. Uiteindelijk werd de zaak geschikt.

In Nederland valt het afgeven van zulke informatie onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar de bescherming vervalt met het overlijden van de persoon in kwestie. Wat dat betreft is er dus geen probleem.

Wat wel vaak een probleem is, is dat de contracten met de e-mail providers meestal geen regeling over dit onderwerp bevatten. Maar, schrijft Visser, in het algemeen is het zo dat de nabestaanden de contracten van de overledenen overnemen, en op die grond zouden zij dus toegang moeten kunnen krijgen tot het webmail account. Alleen, hoe komen ze dan aan het wachtwoord? Volgens Visser zou uit de redelijkheid & billijkheid, het grote vangnet in het recht, moeten volgen dat de provider in die situatie mee moet werken door het wachtwoord op te sturen.

Het artikel staat als PDF online bij Stibbe.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Is een e-mail een rechtsgeldig bewijsmiddel? (via Jurofoon)

28 september 2007, 17:48 - Geplaatst onder: Contracten - 1 reactie

In een nieuw artikel op Jurofoon wordt de vraag besproken of een e-mail rechtsgeldig is (komt me bekend voor):

Veel mensen vragen zich af of een e-mail eigenlijk wel rechtsgeldig is. Dat ligt eraan, zoals juristen altijd zeggen. Net zoals je mondeling een brood kunt kopen en telefonisch een pizza kunt bestellen, kun je ook per e-mail een overeenkomst sluiten.

Intrigerend vond ik de verwijzing naar een overeenkomst per chat:

Begin dit jaar speelde een zaak waarin de rechter aan de hand van chatgesprekken moest beoordelen of er tussen beide gesprekspartners een geldlening bestond.

Helaas kon ik de zaak niet vinden op Rechtspraak.nl, maar ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom dit niet zou kunnen.

Het probleem zit hem niet zozeer in het rechtsgeldig zijn, maar vooral in het bewijs. Hoe overtuig je de rechter dat je klant wel degelijk toegezegd heeft in die chat of met die e-mail?

Jurofoon komt met een aardige anekdote:

Het valt niet altijd mee om een rechter te overtuigen. Er zijn rechters die - bij wijze van spreken - alles nog met een kroontjespen schrijven, maar er zijn ook rechters die goed vertrouwd zijn met de moderne communicatiemiddelen. JuroFoon heeft mensen bijgestaan tegen een internetbedrijf dat beweerde dat zij via internet dozen met dvd’s hadden besteld. Om aan te tonen dat de klanten hadden besteld, kon het bedrijf alleen adresgegevens en logboeken met ip-adressen produceren.

Aardig maar wel op het randje. Want door dit bewijs van het bedrijf in twijfel te trekken, stel je feitelijk dat het bedrijf een club oplichters is. Waarom zou het bedrijf anders vervalste IP-logfiles maken en die koppelen aan willekeurige adressen? Het zou best kunnen dat dit bedrijf een oplichter was, maar dat zal toch de uitzondering zijn op de regel. Hoop ik dan maar.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Legaal elektronisch factureren

27 september 2007, 11:43 - Geplaatst onder: Innovatie, Contracten - 2 reacties

Een digitale factuur bespaart 90.000 bomen per jaar, bericht Ewald Smits in Sync.

In Nederland worden er jaarlijks meer dan 1 miljard facturen geproduceerd en verstuurd. 69% van Nederlanders is actief met internetbankieren. Deze actieve groep ontvangt circa 80% van alle nota’s.

Maar is een digitale of elektronische factuur eigenlijk wel legaal?

Ja natuurlijk, was mijn eerste gedachte. Overeenkomsten mag je elektronisch sluiten (zelfs per e-mail), dus waarom niet de factuur? Nou ja, omdat de belastingdienst regels heeft over facturen. En meer in het bijzonder zijn er ook regels voor elektronische facturen:

  • De afnemer moet akkoord gaan met de factuur. Het is dus handig zoiets in je algemene voorwaarden te regelen.
  • Op de factuur moeten de wettelijk verplichte gegevens staan, met name de BTW.
  • De factuur moet authentiek en integer zijn. de afnemer moet er zeker van kunnen zijn dat de factuur werkelijk van de leverancier afkomstig is. Bovendien moeten beiden er zeker van zijn dat de factuur niet is veranderd.
  • De Belastingdienst moet de factuur kunnen controleren. De gegevens van de factuur moeten dus worden bewaard.

Met name dat stukje over “authentiek en integer” is de uitdaging. Op papier is het genoeg als je briefpapier met het bedrijfslogo gebruikt, maar voor elektronische facturen is een digitale handtekening gewenst, alhoewel de Belastingdienst ook “sommige andere methoden” goedkeurt.

En komt dat even mooi uit: elektronisch factureren via internetbankieren is een “sommige andere methode.”

Sinds maart van dit jaar kunnen die facturen over de digitale snelweg worden afgeleverd bij gebruikers van internetbankieren. De Digitale Nota is feitelijk een nieuwe wijze van factureren, betalen en communiceren. Via de Digitale Nota kunnen alle gebruikers van internetbankieren hun rekeningen voortaan digitaal ontvangen en betalen. De papieren versie verdwijnt hiermee.

Hoe werkt dit?

Nota bekijken
In internetbankieren ziet de klant een overzicht met alle nota`s. Deze staan op volgorde van datum. Ongelezen nota’s herkent men aan een gesloten envelop. Met een muisklik kan de notaspecificatie geraadpleegd worden. De digitale nota kan er precies zo uitzien als de papieren pendant die de klant vroeger ontving.

Nota betalen
Betalen van de nota vindt plaats op de vertrouwde manier. Hiermee is het overtypen van acceptgiro`s door de klant verleden tijd. De betaling wordt bevestigd via de normale identificatiemethode van internetbankieren.

Er staat zelfs een demo online.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Spam als meningsuiting

16 september 2007, 11:01 - Geplaatst onder: Meningsuiting - Geen reacties

Onder de categorie “leuk geprobeerd” las ik donderdag in the Inquirer een opmerking van een spammer dat zijn spam bescherming als vrije meningsuiting zou genieten. Jeremy Jaynes werd in 2006 in Virginia veroordeeld voor het sturen van massale hoeveelheden ongevraagde e-mail met vervalste headers. Nu stelt Jaynes dus dat deze mail als “anonieme meningsuiting” dient te gelden, wat een hoge mate van bescherming verdient:

Under the First Amendment, anonymous speech was protected and a person anywhere in the world sending anonymous political or religious e-mails in bulk could unwittingly break the law because some of the messages almost certainly would pass through servers in Virginia.

De Amerikaanse staat Virginia verbiedt het versturen van spam met vervalste gegevens, en verbiedt ook niet-commerciële spam. Jaynes had al eerder geprobeerd deze wet van tafel te krijgen met het argument dat hij in North Carolina opereerde, en dat Virginia daar niets over mag zeggen ook al gaat de mail door servers in die staat.

Nu dus het Eerste Amendement. Het idee is dat de wet, door ook niet-commerciële spam te verbieden, de Grondwet schendt. Die wet hindert dan bijvoorbeeld anonieme politieke of religieuze uitlatingen, en dat is zo ongeveer de meest beschermde soort mening. Juist vanwege de anonimiteit, die bij die twee categorieën vaak de enige manier is om ongeschonden uit het debat te komen. Ik ben vergeten wie het als eerste schreef, maar “never discuss religion or politics when guns are within reach” is een zeer waar woord in de VS.

In ieder geval, een wet die -hoe zijdelings ook- een grondrecht schendt, kan in de VS in zijn geheel opzij gezet worden. De kans dat dat hier gaat gebeuren, lijkt niet zo groot: de wet verbiedt alleen spam met “vervalste” headerinformatie. Jezelf voordoen als een ander is toch echt wat anders dan anonieme mail.

In Nederland is spam verboden op grond van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet. Dat geldt ook voor ongevraagde communicatie voor niet-commerciële, ideële of charitatieve doeleinden. Ook hier zou je dus kunnen betogen dat je grondwettelijk recht op vrije meningsuiting (artikel 10 EVRM) wordt geschonden. De rechter moet dan toetsen of het verbod “in een democratische samenleving noodzakelijk is”, zoals dat zo mooi heet. Moet dat nu echt met een verbod, en is er geen minder vérgaande manier om hier wat aan te doen? Gezien de overlast van spam, en de mogelijkheid om b.v. via een website of blog je te uiten, denk ik dat de rechter deze ’schending’ geen probleem zou vinden.

Arnoud

als eerste

Het recht om te Hyven/Twitteren/bloggen onder werktijd

8 september 2007, 8:58 - Geplaatst onder: Privacy - Geen reacties

Steeds meer mensen bloggen of gebruiken sociale netwerken zoals Hyves, Linkedin, Myspace en Facebook. De meeste daarvan zijn puur voor privé: berichtjes uitwisselen met je vrienden, foto’s delen enzovoorts. Slechts een enkeling (met name Linkedin) richt zich primair op zakelijke netwerken. Toch worden die sites vooral onder werktijd gebruikt. Mag dat eigenlijk wel?

De Britse Trade Union Congress (TUC) heeft onlangs een paper gepubliceerd over sociale netwerken en de relatie tot het werk. Emerce citeert uit de conclusie:

“Dat sommige werkgevers de netwerken blokkereren, is een overreactie,” schrijft de TUC. Ze vindt dat goede werkgevers hun werknemers in ieder geval tijdens pauzes moeten toestaan om sociale handelingen te verrichten op hun Facebook of MySpace profiel. De belangrijkste reden: de netwerken zijn een onlosmakelijk onderdeel van de levens van veel werknemers geworden.

Nederlandse vakbonden hebben zich, zover bekend, nog niet over dit onderwerp uitgesproken, meldt Emerce er nog achteraan. We hebben natuurlijk wel het CBP-rapport Goed werken in netwerken (wat ik al kort noem in mijn gids Bloggen op het werk) en niet te vergeten het proefschrift Wangedrag van werknemers van Miranda Koevoets (2006).

Uitgangspunt is dat je als werknemer een zekere beperking op je vrijheid hebt te accepteren. Je wordt tenslotte betaald om te werken en niet om te twitteren. Maar dat betekent niet dat elk privé-telefoontje verboden is of even je Hotmail checken reden kan zijn voor ontslag. Laat staan dat de werkgever zomaar alle internetverkeer mag monitoren. Het CBP schrijft hierover:

In het algemeen zal een beperkte vorm van privé-gebruik worden toegestaan evenals bij telefoneren gebruikelijk is. In zijn algemeenheid is een totaal verbod op privé-gebruik van e-mail en internet niet aanvaardbaar. Alleen bij communicatiefaciliteiten met een specifieke doelstelling, kan het privé-gebruik verboden worden. De werknemer moet dan wel andere communicatiemogelijkheden ter beschikking hebben.

Overigens zou ook bij een algeheel verbod op privé-gebruik de werkgever nog niet het recht hebben om continue het gebruik te controleren. Dit zou immers een ingrijpende en niet-evenredige inmenging in het functioneren van de werknemers betekenen. Continue controle wordt door de Arbeidsomstandighedenwetgeving dan ook met reden als schadelijk gezien voor de gezondheid en het welzijn van de werknemer en zal in het algemeen ook niet kunnen worden gekwalificeerd als goed werkgeverschap.

En het draait om dat laatste. Een werkgever heeft de taak zich als “goed werkgever” te gedragen. Koevoets komt tot de conclusie (p. 78) dat dit betekent dat de privacy van de werknemer onder normale omstandigheden boven monitoren of loggen gaat. Pas bij een redelijk vermoeden van wangedrag mag de werkgever gaan observeren (zie ook cameratoezicht op het werk). Een essentieel element daarbij is het vooraf bekendmaken van het beleid over monitoren en toezicht.

Heeft de werkgever zo’n redelijk vermoeden, dan mag hij dus een werknemer in de gaten houden om te kijken of het vermoeden bevestigd kan worden. Blijkt na zulk toezicht dat de werknemer inderdaad onrechtmatig bezig is, dan kunnen aldus Koevoets de volgende sancties worden opgelegd:

de officiële, schriftelijke waarschuwing of berisping; overplaatsing; het passeren voor een periodieke verhoging; het intrekken van emolumenten; functieverlaging met de daarbij behorende loonsverlaging; vermindering van vakantiedagen; de schorsing of non-actiefstelling met of zonder behoud van loon; het inhouden van het loon; de boete; opzegging van de arbeidsovereenkomst, opzegging wegens een dringende reden en ontbinding door de kantonrechter, zowel wegens verandering in de omstandigheden, als wegens een dringende reden, als wegens wanprestatie.

De betreffende maatregel dient noodzakelijk te zijn ter beëindiging van de ongewenste situatie.

Arnoud

als eerste

Juridische status van e-mail

7 augustus 2007, 8:08 - Geplaatst onder: Internetrecht - 8 reacties

Onlangs ontving ik een vraag van een lezer van mijn site over de juridische status van e-mail. Daar zitten twee aspecten aan: de vertrouwelijkheid van de inhoud van de e-mail, en het recht om de e-mail te mogen kopiëren of verder te verspreiden.

Eerst maar dat laatste. De inhoud van een e-mail is auteursrechtelijk beschermd. De enige eis die de wet stelt voor auteursrecht is dat het werk origineel is (zelfgemaakt en niet ontleend dus) en bovendien het resultaat is van creatieve arbeid. Wie er dus “eens goed voor gaat zitten” en een mail schrijft, heeft auteursrecht op die tekst.

De ontvanger van de e-mail heeft het recht om de tekst te lezen, af te drukken en te bewaren. Of hij de e-mail door mag sturen dan wel mag publiceren, hangt helemaal af van de omstandigheden. Een beschermde tekst publiceren mag niet zonder licentie. Dat geldt voor e-mail net zo goed als voor een boek. Omdat bij e-mail er zelden een expliciete licentie bij zal zitten, is het is de vraag of de verzender impliciet toestond dat het werk mocht worden gepubliceerd. Staat er bij dat de mail vertrouwelijk is, dan mag het natuurlijk niet. Stuurde hij de mail naar een mailinglijst, dan mag deze best in het archief van de lijst worden opgenomen.

Bij papieren brieven is het zo dat de ontvanger eigenaar wordt van het stuk papier en de letters die er op staan. Hij is dan vrij om dat stuk papier aan een ander te geven of te verkopen. De schrijver kan daar niets tegen doen, ook niet met zijn auteursrecht. Dat is uitgeput zoals dat heet. De schrijver kan alleen nog optreden tegen kopieën van de papieren brief die zonder zijn toestemming worden gemaakt.

Deze regel over uitputting geldt niet voor e-mail. Een e-mail bestaat niet als een fysiek ding zoals een stuk papier. Er is dus geen ‘ding’ om weg te geven of te verkopen.

Geheel los daarvan is er ook nog zoiets als briefgeheim op e-mail. Briefgeheim wil zeggen dat mensen geen kennis mogen nemen van de inhoud van andermans communicatie. Formeel geldt het briefgeheim niet voor e-mail. Om andermans e-mail te lezen, is het in veel gevallen wel nodig in te breken op diens mailbox of server. En dat is computervredebreuk, een misdrijf. Wie echter zonder ‘hacken’ een mail van een ander onder ogen krijgt, is in principe vrij de inhoud daarvan verder te vertellen. Maar dat moet hij dan wel in zijn eigen woorden doen. Want op de tekst van de e-mail zelf zit dus auteursrecht.

Voor het loggen van e-mail verkeersgegevens gelden ook nog beperkingen.

Arnoud

of lees de 8 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress