Afgifte persoonsgegevens door providers toegestaan, maar niet zomaar

30 januari 2008, 8:56 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Privacy - Geen reacties

Europese landen mogen geen ongenuanceerde regels hanteren dat internetproviders persoonsgegevens van klanten altijd moeten afgeven bij rechtszaken, zo oordeelde het Europese Hof van Justitie gisteren. Een instantie als BREIN, of iemand die zich beledigd voelt, heeft dus niet per definitie recht op persoonsgegevens van een klant. Zij zal moeten aantonen dat afgifte gezien de specifieke omstandigheden van de zaak echt noodzakelijk, redelijk en proportioneel is.

Voor Nederland betekent dat dat er niets verandert aan de huidige praktijk. Bij ons moeten providers persoonsgegevens van klanten afgeven wanneer deze mogelijk iets illegaals doen en er geen snellere manier is om achter klantgegevens te komen. Dat blijkt uit het arrest HR Lycos/Pessers, waarin provider Lycos de persoonsgegevens moest afgeven van de klant die Pessers beledigd en besmaad zou hebben.

De HR oordeelde destijds dat afgifte niet altijd moest, maar alleen als de rechter

een nauwgezette afweging [heeft] gemaakt van alle betrokken belangen, waaronder het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de websitehouder (r.o. 5.4.3).

En dat is precies het soort afweging die het Europese Hof nu zegt dat je moet maken. De HR haalde dit uit art. 8 sub f van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, en die WBP is de implementatie van de Europese privacywetgeving.

Hoewel de meeste media het gelijk hebben over “muziek uitwisselen mag nu anoniem”, is dit arrest niet speciaal voor filesharing. Het gaat om de vraag of iemand, ongeacht onderwerp, de persoonsgegevens van een klant van een provider mag eisen omdat hij die klant een proces wil aandoen. Dat speelt vaak bij filesharing, maar ook bij smaad, schending van portretrecht en andere onrechtmatige dingen is deze vraag relevant.

De aanleiding voor de zaak was een Spaans geschil over illegale muziekverspreiding via KaZaA. Promusicae, zeg maar de Spaanse BREIN, had bij de Spaanse rechter de persoonsgegevens opgeëist van een klant van internetprovider Telefónica. Deze weigerde dat met een beroep op de Spaanse privacywetgeving. Omdat zowel de wetgeving over auteursrecht als die over privacy uit Europese richtlijnen komt, en op dit punt dus een botsing ontstond tussen Europese regels, stelde de Spaanse rechter een zogeheten prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie over hoe deze wet nu moet worden uitgelegd.

De Spaanse rechter krijgt de bal nu dus netjes terug en moet gaan afwegen of het echt de beste oplossing is als Telefónica nu de persoonsgegevens afgeeft aan Promusicae. In het geval van Lycos/Pessers bleek dat achteraf trouwens niet zo zinvol: de beledigende klant bleek vervalste persoonsgegevens opgegeven te hebben.

Remy Chavannes wees al eerder op het lastige aan zo’n belangenafweging. Wat vaak gemist wordt, is

(…) het bredere belang om niet lichtvaardig te worden geconfronteerd met informatieverstrekkingsverzoeken van beweerdelijk beschadigde derden. Dergelijke verzoeken brengen immers onderzoeks- en juridische kosten met zich mee, terwijl de beslissing om al dan niet te voldoen aan het verzoek steeds juridische en publicitaire risico’s met zich brengt

Ziijn voorstel voor een John Doe procedure is m.i. een betere oplossing.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

UPDATE: zie ook de blog van Lex Bruinhof die tot dezelfde conclusie komt.

Arnoud

als eerste

Het einde van de spin in het web bij octrooizaken

18 december 2007, 9:00 - Geplaatst onder: Octrooien - Geen reacties

Wie een Europese octrooi heeft, denkt misschien dat hij dan in heel Europa octrooi heeft. Dat valt tegen. Met een Europees octrooi krijg je niet meer dan een verzameling nationale octrooien, waarbij je ook nog eens in elk land een vertaling in een landstaal aan moet leveren. Doe je dat niet, dan vervalt het octrooi in dat land. Ook voor rechtszaken geldt: in elk land afzonderlijk. Al dat procederen is een dure grap, en het lijkt nogal overdreven omdat de inbreuk vaak steeds hetzelfde bedrijf betreft in diverse Europese landen.

Kan dat nou niet anders, dacht het Gerechtshof in Den Haag, en men verzon de “spin in het web” theorie:

Deze theorie hield kort gezegd in dat als het hoofdkantoor van het vermeend inbreukmakende concern was gevestigd in Nederland, en vanuit dit kantoor een beleidsplan was uitgegaan, de Nederlandse rechter zich ook bevoegd achtte in een procedure waarin de andere buitenlandse vennootschappen van hetzelfde concern werden gedagvaard. De octrooihouder kon dus volstaan met een procedure in Nederland tegen meerdere vermeende nationale en buitenlandse inbreukmakers.

Slim bedacht, maar de constructie bleek in strijd met Europees recht. Je kunt niet zomaar in Nederland het Duitse dochterbedrijf dagen wegens inbreuk in Duitsland op je Europese octrooi, ook niet als je tegelijkertijd het Nederlandse moederbedrijf daagt wegens inbreuk in Nederland op hetzelfde octrooi. Want, zo oordeelde het Hof van Justitie, het is niet hetzelfde octrooi. Het zijn twee losse octrooien, die je naar nationaal octrooirecht moet toepassen.

Onlangs heeft onze eigen Hoge Raad uitspraak gedaan over een spin-in-het-web arrest, en de theorie definitief naar de prullenbak verwezen. Tot er dus een Gemeenschapsoctrooi komt, blijft het nodig om in elk land afzonderlijk te procederen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress