Europese illegale downloaders blijven ongestraft (gastpost)

europa-kaart-poppetjes.pngAuteursrechtenorganisaties zitten er maar mee in de maag: het internet. Het publiek kan dankzij dit medium heel gemakkelijk auteursrechtelijk beschermde werken met elkaar uitwisselen. Burgers zien geen enkel moreel bezwaar en dus wordt er op grote schaal gedownload.

Dit bemoeilijkt de handhaving omdat voor iedere overtreding apart naar de rechter gegaan moet worden. Frankrijk dacht daarvoor de oplossing te hebben gevonden. Het Franse plan bood een simpele oplossing voor de pijn van de entertainmentindustrie. En doorgaans werkt een simpel plan beter dan een ingewikkeld plan. De vraag is alleen wat het doel is?

Ze hebben simpelweg toegegeven aan de verleiding om aan de ene kant de procedures te versoepelen en aan de andere kant de straffen te verhogen. “Dan laten ze het wel uit hun hoofd” is de gedachte hierachter. Het doel is dus duidelijk om effectief op te komen voor de belangen van de gene die de auteursrechten bezitten. En effectief opkomen voor deze belangen doet het. Het bezwaar is dat met de belangen van alle partijen moet worden opgekomen.

Deze versoepeling gaat zo ver dat private auteursrechtenorganisaties de macht krijgen om eigenhandig internet provider te dwingen om hun klanten af te sluiten. Het moge duidelijk zijn dat dit plan op gespannen voet staat met het burgerrecht op een onafhankelijk oordeel van een rechter (art. 6 EVRM). En om dan ook nog eens zo ver te gaan dat mensen volledig van het internet afgesloten worden, maakt dat hier spraken is van een doodzonde.

auteur-author-tekst-schrijven-handschrift.pngPartijen die zelf een belang hebben in de zaak kunnen zelf niet effectief opkomen voor de belangen van de klant. De belangen van de klant zijn immers veelal tegenover gesteld aan de gezamenlijke belangen van de internet provider en de auteursrechtenorganisaties. De belangen van de auteursrechtenorganisaties worden niet geschonden op het moment dat klanten onterecht worden afgesloten. Maar de belangen van die klant worden wel geschonden door dit onderonsje tussen de internetprovider en deze auteursrechtenorganisaties.

Niet verwonderlijk dus dat de Europese ministers het Franse plan afwezen. Maar om de Franse regering niet helemaal in de kou te laten staan heeft de Europese Commissie nog eens goed naar het Franse plan gekeken. En zij zijn tot een compromis gekomen.

Het Europees Parlement heeft echter voor dat compromis een stokje gestoken. Een meerderheid in het parlement vond het geen goed idee om de veroordeling van internetters over te laten aan een door de overheid ingestelde commissie. Het is een beetje te vergelijken met dat je een product hebt gekocht, een geschil met de winkelier krijgt en dan verplicht naar een geschillencommissie moet. Daar zitten winkeliers in die zelf een indirect belang hebben bij de zaak. Hier heeft de Franse overheid een belang in de zaak. Onder druk van de overheid kunnen dan onrechtmatige beslissingen genomen.

De hoop is nu dat Frankrijk haar plannen zal laten varen. Anders is de kans groot dat dat een slecht plan over een paar maanden weer effectief zal worden weggestemd.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 4 reacties

Europese ministers wijzen anti-’three strikes’ amendement af

2 december 2008, 8:43 | Netneutraliteit | 11 reacties

De Europese telecomministers hebben het amendement van het Europese Parlement tegen de voorgestelde ‘three strikes, you’re out’-regels afgewezen, meldde Tweakers gisteren. Over een verder nogal saai pakket regels voor de telecomsector woedt al een tijdje een verhitte discussie. Europa zou hiermee stiekem een “three strikes”-beleid willen invoeren, waarbij internetproviders hun klanten moeten afsluiten na drie vermeende schendingen van auteursrecht. Dat bleek niet waar, maar het Europees Parlement nam toch maar voor de zekerheid een amendement aan waarin zulk beleid nog eens expliciet werd verboden. En daar hadden de telecomministers dus weer geen zin in.

Frankrijk werkt al een tijd aan regels die internetproviders moeten verplichten om klanten af te sluiten wanneer deze tot drie maal toe auteursrechten zou schenden. Het kwalijke aan deze regels is dat het afsluiten zou moeten gebeuren zonder rechterlijke tussenkomst. Drie meldingen van rechthebbenden zouden genoeg moeten zijn.

In Europees verband heeft Frankrijk zich juist tegen auteursrechtbepalingen in dit telecompakket gekeerd. Uit principe, of omdat men bang was dat de verkeerde amendementen in de richtlijn terecht zouden komen?

Bij Tweakers wordt nog gezegd dat “Dit betekent dat providers abonnees niet kunnen afsluiten zonder tussenkomst van de rechter” wat natuurlijk onzin is. Providers mogen op iedere redelijke grond abonnees afsluiten, mits dat maar in de algemene voorwaarden opgenomen staat. Schending van auteursrechten door de abonnee staat in vrijwel alle algemene voorwaarden genoemd als grond om af te sluiten.

De interessante vraag is daarmee of het redelijk is om zo’n schending als grond voor afsluiting aan te merken. Het gaat mij nogal ver. Op grond van de algemene notice en takedown verplichting is een provider alleen verplicht om doorgifte van inbreukmakend materiaal te staken. Niet om de doorgever af te sluiten van internet als geheel. Pas wanneer de provider zelf overlast krijgt door die doorgifte, zou hij tot afsluiting kunnen overgaan.

Helemaal onredelijk wordt het als internettoegang nu eindelijk eens als universele dienst wordt aangemerkt. Internet is tenslotte een basisvoorziening van de informatiemaatschappij. Daarmee zouden providers de plicht krijgen om de toegang tot internet (althans de meestgebruikte diensten) tegen een redelijke prijs te garanderen voor iedereen.

Wat vinden jullie? Mogen providers op eigen houtje mensen afsluiten wegens geconstateerde schendingen van auteursrechten?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Europese Commissie in de ban van de beursval (gastpost)

19 oktober 2008, 9:49 | Contracten | 8 reacties

chart-grafiek-valt-omlaag.pngDe Europese Commissie is acht oktober j.l. met een nieuw voorstel gekomen dat consumenten meer vertrouwen zou moeten geven om in andere lidstaten aankopen te doen. Het voorstel geld voor zowel fysieke winkels als internetwinkels. De belangrijkste punten op een rijtje:

  • De winkelier moet volgens het voorstel een zekere hoeveelheid aan informatie over de koop vooraf geven. Dit kennen we al van de richtlijn koop op afstand. Nieuw is dat dit ook gaat gelden voor fysieke winkels.

  • De winkelier moet het product binnen een termijn van 30 kalenderdagen leveren. Doet hij dit niet dan heeft de consument recht op zijn geld terug. Als er iets vooruit is betaald, moet de winkelier dat bedrag binnen zeven dagen terugbetalen aan de consumenten. Ook dit kennen we al van de Richtlijn koop op afstand. En ook hier is nieuw is dat dit ook gaat gelden voor fysieke winkels.

  • De consument moet volgens het voorstel een bedenktermijn krijgen van 14 kalenderdagen voor verkoop op afstand en verkoop onder druk (colportage). Dit zijn 3 à 5 dagen extra voor een koop op afstand en ongeveer een verdubbeling voor colportage.

  • Aan de richtlijn verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen wordt niet getornd in het voorstel, maar wel wordt het consumentenrecht overal hetzelfde. Een product moet twee jaar meegaan, staat in de tekst. Op dit punt gaat de Nederlandse consument er fors op achteruit. Het Nederlandse wet kent geen verjaringstermijn voor de rechten die gebaseerd zijn op het het conformiteitsbeginsel, maar dit voorstel voor een richtlijn kent die wel. Hier gaan consumenten er fors op achteruit waar het gaat om duurzame producten. Een auto, brommobiel of TV gaan gemiddeld tien jaar mee en als het voorstel onveranderd wordt omgezet in een richtlijn wordt daar acht jaar vanaf gepakt.

  • Daarnaast worden de regels op het gebied van online-veilingen en verkoop onder druk verbeterd en mazen in de richtlijnen weggenomen. Maar ook onze zwarte- en grijze lijst voor bedingen, die niet op de algemene voorwaarden van bedrijven mogen voorkomen, worden beperkt.

De consumentenbond heeft al laten weten dat de Nederlandse consument slechter af is. Het grote probleem van dit voorstel is dat lidstaten geen mogelijkheid hebben om zaken beter te regelen. De bewindspersonen Heemskerk en Hirsch Ballin hebben al aangegeven dat dit voorstel onbespreekbaar is. De consumentenbond heeft het sterke vermoeden dat de richtlijn vooral gericht is op “het verminderen van administratieve lastendruk voor bedrijven.”

Ik denk dat dit voorstel ook niet tot de gewenste resultaten zullen leiden. Als het vertrouwen ontbreekt dan kopen mensen niet. Dit geld voor de reële economie net zo hard als voor de virtuele economie. Daarnaast zal het gemak ook spelen. In je eigen land ken je de taal en de weg, maar in het buitenland is dit allemaal lastiger. De Europese commissie zou zich moeten richten op informatievoorziening en geschillenbeslechting.

  • In Europa zijn nu, per land, diverse partijen die de consument voorlichten en allemaal doen ze dat voor de eigen burger in het eigen land. In ieder land moet één groep verantwoordelijk zijn voor de voorlichting die o.a. via een informatie site plaats vind. Door de krachten te bundelen kan de er gewerkt worden aan kwaliteit en kan informatie over andere landen worden opgenomen. De leidraad voor de informatie zou moeten bestaan uit het uitleggen van de richtlijnen, met daarnaast alle extra’s zoals deze gelden in de 27 lidstaten.

  • Een Europese geschillencommissie zou in ieder land een afdeling moeten hebben. De consument kan vanuit zijn luie stoel een brief sturen naar de afdeling in Nederland. Deze vertaalt dit naar Engels en stuurt dat door naar het land waar het geschil zich afspeelt. Die geschillencommissie laat zich bijstaan door een deskundige en vervolgens wordt de uitspraak terug gestuurd. De partij die verliest moet een eigen bijdrage betalen naar draagkracht. (Dit beperkt het oneigenlijk gebruik.)

Maar laat in godsnaam de mogelijkheid voor lidstaten bestaan om met betere wetgeving te komen aanwezig.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 8 reacties

Afgifte persoonsgegevens door providers toegestaan, maar niet zomaar

30 januari 2008, 8:56 | Auteursrecht, Privacy | Geen reacties

Europese landen mogen geen ongenuanceerde regels hanteren dat internetproviders persoonsgegevens van klanten altijd moeten afgeven bij rechtszaken, zo oordeelde het Europese Hof van Justitie gisteren. Een instantie als BREIN, of iemand die zich beledigd voelt, heeft dus niet per definitie recht op persoonsgegevens van een klant. Zij zal moeten aantonen dat afgifte gezien de specifieke omstandigheden van de zaak echt noodzakelijk, redelijk en proportioneel is.

Voor Nederland betekent dat dat er niets verandert aan de huidige praktijk. Bij ons moeten providers persoonsgegevens van klanten afgeven wanneer deze mogelijk iets illegaals doen en er geen snellere manier is om achter klantgegevens te komen. Dat blijkt uit het arrest HR Lycos/Pessers, waarin provider Lycos de persoonsgegevens moest afgeven van de klant die Pessers beledigd en besmaad zou hebben.

De HR oordeelde destijds dat afgifte niet altijd moest, maar alleen als de rechter

een nauwgezette afweging [heeft] gemaakt van alle betrokken belangen, waaronder het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de websitehouder (r.o. 5.4.3).

En dat is precies het soort afweging die het Europese Hof nu zegt dat je moet maken. De HR haalde dit uit art. 8 sub f van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, en die WBP is de implementatie van de Europese privacywetgeving.

Hoewel de meeste media het gelijk hebben over “muziek uitwisselen mag nu anoniem”, is dit arrest niet speciaal voor filesharing. Het gaat om de vraag of iemand, ongeacht onderwerp, de persoonsgegevens van een klant van een provider mag eisen omdat hij die klant een proces wil aandoen. Dat speelt vaak bij filesharing, maar ook bij smaad, schending van portretrecht en andere onrechtmatige dingen is deze vraag relevant.

De aanleiding voor de zaak was een Spaans geschil over illegale muziekverspreiding via KaZaA. Promusicae, zeg maar de Spaanse BREIN, had bij de Spaanse rechter de persoonsgegevens opgeëist van een klant van internetprovider Telefónica. Deze weigerde dat met een beroep op de Spaanse privacywetgeving. Omdat zowel de wetgeving over auteursrecht als die over privacy uit Europese richtlijnen komt, en op dit punt dus een botsing ontstond tussen Europese regels, stelde de Spaanse rechter een zogeheten prejudiciële vraag aan het Europese Hof van Justitie over hoe deze wet nu moet worden uitgelegd.

De Spaanse rechter krijgt de bal nu dus netjes terug en moet gaan afwegen of het echt de beste oplossing is als Telefónica nu de persoonsgegevens afgeeft aan Promusicae. In het geval van Lycos/Pessers bleek dat achteraf trouwens niet zo zinvol: de beledigende klant bleek vervalste persoonsgegevens opgegeven te hebben.

Remy Chavannes wees al eerder op het lastige aan zo’n belangenafweging. Wat vaak gemist wordt, is

(…) het bredere belang om niet lichtvaardig te worden geconfronteerd met informatieverstrekkingsverzoeken van beweerdelijk beschadigde derden. Dergelijke verzoeken brengen immers onderzoeks- en juridische kosten met zich mee, terwijl de beslissing om al dan niet te voldoen aan het verzoek steeds juridische en publicitaire risico’s met zich brengt

Ziijn voorstel voor een John Doe procedure is m.i. een betere oplossing.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

UPDATE: zie ook de blog van Lex Bruinhof die tot dezelfde conclusie komt.

Arnoud

als eerste

Het einde van de spin in het web bij octrooizaken

18 december 2007, 9:00 | Octrooien | Geen reacties

Wie een Europese octrooi heeft, denkt misschien dat hij dan in heel Europa octrooi heeft. Dat valt tegen. Met een Europees octrooi krijg je niet meer dan een verzameling nationale octrooien, waarbij je ook nog eens in elk land een vertaling in een landstaal aan moet leveren. Doe je dat niet, dan vervalt het octrooi in dat land. Ook voor rechtszaken geldt: in elk land afzonderlijk. Al dat procederen is een dure grap, en het lijkt nogal overdreven omdat de inbreuk vaak steeds hetzelfde bedrijf betreft in diverse Europese landen.

Kan dat nou niet anders, dacht het Gerechtshof in Den Haag, en men verzon de “spin in het web” theorie:

Deze theorie hield kort gezegd in dat als het hoofdkantoor van het vermeend inbreukmakende concern was gevestigd in Nederland, en vanuit dit kantoor een beleidsplan was uitgegaan, de Nederlandse rechter zich ook bevoegd achtte in een procedure waarin de andere buitenlandse vennootschappen van hetzelfde concern werden gedagvaard. De octrooihouder kon dus volstaan met een procedure in Nederland tegen meerdere vermeende nationale en buitenlandse inbreukmakers.

Slim bedacht, maar de constructie bleek in strijd met Europees recht. Je kunt niet zomaar in Nederland het Duitse dochterbedrijf dagen wegens inbreuk in Duitsland op je Europese octrooi, ook niet als je tegelijkertijd het Nederlandse moederbedrijf daagt wegens inbreuk in Nederland op hetzelfde octrooi. Want, zo oordeelde het Hof van Justitie, het is niet hetzelfde octrooi. Het zijn twee losse octrooien, die je naar nationaal octrooirecht moet toepassen.

Onlangs heeft onze eigen Hoge Raad uitspraak gedaan over een spin-in-het-web arrest, en de theorie definitief naar de prullenbak verwezen. Tot er dus een Gemeenschapsoctrooi komt, blijft het nodig om in elk land afzonderlijk te procederen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress