Het pareltje van Europa (gastpost)

7 november 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Contracten - 1 reactie

eu-flag-150px.pngWie een product koopt verwacht ook waar voor zijn geld te krijgen. De gemiddelde Europese burger zou als volgt kunnen redeneren: voor wat hoort wat! Ik heb -als koper- volledig aan mijn verplichtingen voldaan, dus moet de wederpartij -de verkoper- ook volledig aan zijn verplichtingen voldoen. Dit lijkt heel logisch voor een ieder met een gezond verstand, maar in werkelijkheid ligt dit toch anders.

Consumenten hebben via de Richtlijn 1999/44/EG over de garantie van consumptiegoederen van Europa het wettelijke recht gekregen om twee jaar na de aankoop kosteloos herstel of vervanging van de winkelier te eisen. De hoofdregel daarbij is dat de consument mag kiezen.

De Europese burger komt hierdoor voor situaties te staan waar hij zich wel aan zijn verplichtingen uit de overeenkomst heeft gehouden, maar de wederpartij niet en daar in rechte niets meer tegen kan ondernemen. Deze situatie doet zich voor als hij een product heeft gekocht met ingebakken productiefouten die pas na 24 maanden aan het licht komen.

De lidstaten hebben echter de vrijheid om meer te doen dan het minimum dat een richtlijn vereist. Een groot aantal van hen heeft van deze vrijheid gebruik van gemaakt. Consumenten die kopen in de landen Nederland, Griekenland, Finland, Verenigd Koninkrijk, IJsland en Zweden hebben langer de tijd om te reclameren. In de eerste drie landen kan de consument dat gedurende de levensverwachting van een product doen. De laatste drie hanteren een vaste termijn van respectievelijk zes, vijf en drie jaren.

Echter zal het wel lastig zijn om de bewijslast rond te krijgen: U moet dan natuurlijk wel kunnen bewijzen dat het product reeds ondeugdelijk was ten tijden dat het afgeleverd werd. En dat is niet bepaald een gemakkelijke opgave na zo veel jaar. Portugal heeft daarom gekozen om op een ander vlak verder te gaan dan de richtlijn vereist. Koopt u producten uit Portugal dan heeft de verkoper te maken met een gedwongen omgekeerde bewijslast van twee jaar. Dat is anderhalf jaar meer dan de richtlijn vereist van de lidstaten.

De Europese burger wordt met tal van maatregelen verleid om aankopen in andere lidstaten te doen. Zo geld er binnen Europa een vrijheid van vervoer van goederen waardoor consumenten geen invoeringsbelasting hoeven te betalen. En moet de Europese consument vertrouwen ontlenen aan het bestaan van het Europees Consumenten Centrum en heeft ieder land een consumentenautoriteit om grensoverschrijdende overtredingen op het consumentenrecht aan te pakken. Met al deze maatregelen zou je bijna vergeten dat het buitenlandse recht van toepassing is als je in het buitenland je aankopen doet. Dit kan in je nadeel werken, maar soms juist ook aantrekkelijk zijn.

De volgende keer ga ik dieper in op een variant van dit laatste: de (vrijwillige) omgekeerde bewijslast (in Nederland).

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de eerste reactie

Hoe veel dode pixels moet ik accepteren op mijn LCD-scherm?

15 oktober 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Contracten - 7 reacties

lcd-scherm-display-dode-pixels.jpgEen lezer mailde me:

Ik heb een LCD-monitor gekocht, en daar zitten nu na drie maanden al twee dode pixels in. Ik ben teruggegaan naar de winkel, maar die zeggen dat ze pas bij drie dode pixels iets hoeven te doen. Maar klopt dat wel? Ik heb toch gewoon recht op een dodepixelvrije monitor?

Volgens de Nederlandse wet heb je recht op een product dat doet wat je mag redelijkerwijs verwachten. De vraag is dus, wat mag je verwachten bij een LCD scherm? In de rechtspraak is die vraag nooit aan de orde geweest. In 2001 heeft de inmiddels opgeheven geschillencommissie computers geoordeeld (dank aan Serge voor het vinden) dat LCD monitoren dodepixelvrij moeten zijn:

[In] elk geval vanaf de tweede helft van het jaar 2000 [is] de stand der techniek zodanig, dat een consument bij aanschaf van een TFT-beeldscherm niet langer zonder meer bedacht moet zijn op pixelfouten in een dergelijk beeldscherm. Bij de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper van een dergelijk beeldscherm op grond van de overeenkomst mocht verwachten, dient derhalve aangenomen te worden dat dat in elk geval een beeldscherm is waarin geen pixelfouten voorkomen. Komt er toch een pixelfout voor in het beeldscherm, dan dient dat in beginsel als een gebrek aan het scherm te worden beschouwd.

Het blijkt echter ook vandaag de dag nog steeds moeilijk om consistent dodepixelloze beeldschermen te produceren. Als we bovenstaande als norm hanteren (waar ik persoonlijk wel wat voor voel), dan betekent dit dat de winkelier de klant dus tijdig moet informeren over eventuele risico’s. Als hij dat doet, dan is het risico inbegrepen bij het product en is dus voldaan aan de conformiteitseis. Oftewel: als je wist dat er dode pixels konden komen, kun je niet meer ruilen als ze er ook echt blijken te zitten.

Om die waarschuwingen wat eenduidiger te maken, hebben de fabrikanten een ISO norm opgesteld. Deze ISO norm 13406-2 definieert vier klassen met bijbehorende te verwachten defecten, zodat je met één oogopslag kunt aangeven met wat voor monitor je te maken hebt. Zo mag een klasse II monitor maximaal 2 dode pixels hebben of maximaal 5 dode subpixels. Een klasse I monitor mag geen enkel defect hebben. De winkelier moet voor de verkoop duidelijk aangeven om wat voor klasse monitor het gaat, en liefst ook wat dat concreet inhoudt. En dus niet door alleen maar te verwijzen naar ISO norm 13406-2, want die kost 142 euro om in te zien. De winkel moet aangeven wat er in die norm staat (”Klasse II: maximaal 2 defecte pixels of 5 subpixels”).

Steeds meer fabrikanten bieden vrijwillige garanties dat hun monitoren geen dode pixels hebben. Daar kun je die fabrikanten dan aan houden natuurlijk, want garanties gaan boven de gewone verwachtingen van een product.

Arnoud
Afbeelding uit Defecte pixel - Wikipedia.

of lees de 7 reacties

Laptop vervangen, maar data terug kost geld

3 oktober 2008, 8:40 - Geplaatst onder: Contracten - 9 reacties

ddr-backup-cartridge.jpgEen lezer had een ASUS laptop gekocht, die echter na enkele maanden defect bleek. Na opsturen van de laptop meldde ASUS dat reparatie niet meer mogelijk was en dat men een gelijkwaardige laptop zou opsturen ter vervanging. Maar de lezer wilde ook de data op de harde schijf terug, en dat zou 110 euro moeten kosten. Kan ASUS dat zomaar doen?

In haar reparatievoorwaarden meldt ASUS:

b. De Klant is ervoor verantwoordelijk zijn/haar data op een veilige manier op te slaan en een kopie te bewaren van belangrijke bestanden. ASUS is nooit aansprakelijk of verantwoordelijk voor enig verlies van data of bestanden tijdens het reparatie- of verzendingsproces.

Maar is deze voorwaarde redelijk? En volgt hier eigenlijk wel uit dat ASUS geen data terug hoeft te sturen? Ik zie eigenlijk alleen maar staan dat ASUS niet aansprakelijk is als er dingen kwijtraken. Twijfelachtig dus.

Op grond van artikel 7:21 BW is ASUS verplicht de laptop te repareren of te vervangen als deze niet voldoet aan wat bij de koop was beloofd. Daar was geen discussie over, en kennelijk was de laptop niet meer te repareren. Op zich prima dus dat ASUS een nieuwe laptop stuurt. Maar valt onder deze verplichtingen ook een plicht om de data op de nieuwe harde schijf te plaatsen?

Ik zou zeggen, nee, want ASUS is alleen verplicht om een nieuwe laptop te leveren die voldoet aan wat oorspronkelijk gekocht is. De data is er later opgezet, en valt dus buiten deze verplichting.

Bovendien: hoe zou ASUS aan dit verzoek van de klant moeten voldoen? Ze kunnen de data overzetten naar de nieuwe schijf, wat toch het nodige werk kan zijn. Of ze sturen de oude harde schijf weer mee, en dan moet de klant maar zien hoe hij die aansluit. Niet erg klantvriendelijk, en bovendien krijgt de klant dan twee harde schijven voor de prijs van één.

De oude harde schijf in de nieuwe laptop stoppen zou ook kunnen, maar het is niet gezegd dat dit altijd zal werken. Misschien moet Windows wel opnieuw worden geïnstalleerd of zijn aanvullende drivers nodig. Als de installateur dan moet werken met een al aangepast OS (of misschien wel een wachtwoord bij het opstarten), dan schiet dat ook niet bepaald op.

Wat vinden jullie dat ASUS moet doen?

Arnoud

of lees de 9 reacties

Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin? (gastpost)

1 augustus 2008, 8:09 - Geplaatst onder: Contracten - 4 reacties

Veel winkeliers denken dat zij alleen aansprakelijk zijn voor de directe schade aan een ondeugdelijk product wanneer het product niet aan de conformiteitseis voldoet. De gevolgschade (alle andere schade) komt volgens hen voor rekening van de koper. Dat staat namelijk zo in hun algemene voorwaarden. Schade in de vorm van porto-, telefoon- en/of reiskosten wijzen ze dan ook snel van de hand als de consument deze komt reclameren. Dit is heel onrechtvaardig want de consument heeft niet gevraagd om een ondeugdelijk product.

De wetgever heeft de consument hier echter voor behoed door het opnemen van art. 7:24 BW. Dit artikel maakt het onmogelijk voor de winkelier om zijn aansprakelijkheid wettelijk te beperken tot alleen de directe schade. De geschillencommisse Elektro behandelde een geschil over een DVD speler dat dit heel mooi illustreert.

In dit geschil had een consument een DVD speler gekocht, maar na een half jaar bleek dat deze een DVD niet kan afspelen. De winkelier zag zichzelf blijkbaar als een doorgeefluik, want hij weigerde om het product te vervangen. Dit omdat de fabrikant van oordeel was dat het niet aan de DVD speler, maar aan de DVD lag. Als gevolg van de dwarse houding pleegde de consument verschillende telefoontjes en gaat een aantal keer langs voor het halen en brengen van het product. Vervolgens kwam hij bij de geschillencommisse, en die oordeelde:

Conclusie is dan ook dat het gekochte niet de eigenschappen heeft die de consument ervan mocht verwachten en dat de ondernemer gehouden is tot het primair door de consument gevorderde, namelijk kosteloze omruil voor een vervangend apparaat van gelijke kwaliteit, waarop de dvd wel werkt.

Consequentie van deze beslissing is dat ook gevolgschade die de consument hierdoor heeft geleden in de vorm van reiskosten voor het enkele malen halen en brengen van de dvd-speler en een aantal telefoongesprekken door de ondernemer moeten worden vergoed. Gezien de specificatie van de consument bepaalt de commissie die kosten in billijkheid op € 40,–.

Dit gaat op voor veel meer types gevolgschade. Wat dacht je van de wasserette, huurkosten of zelfs die halve werkdag, die je noodzakelijkerwijs moest opnemen, vergoed krijgen?

Echter hoeft de winkelier niet alle gevolgschade te vergoeden. Wanneer het product gebreken bevat die de veiligheid in geding brengen is er spraken van productaansprakelijkheid. In die gevallen is niet de winkelier maar de producent aansprakelijk. Een producent is een persoon die het eindproduct, onderdelen of grondstoffen heeft gemaakt, maar dat is ook een persoon die zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken aanbrengt op het product.

Een goed voorbeeld hier van zijn die laptops die bij ontploften bij te heet weer. In een aantal gevallen is het huis afgebrand of is er z’n minst brandschade ontstaan. De winkelier mag je dan door verwijzen naar de fabrikant. Dat wil zeggen tenzij de winkelier dat product verbonden heeft met z’n eigen naam.

Nu weet ik dat er winkelier zullen zijn die bij het lezen van deze tekst een onrechtvaardig gevoel hebben. Immers, zij hebben het product niet gemaakt en sommige zullen aanvoeren dat de consument daarom bij de fabrikant moet reclameren. Dit zou echter een doorgeefluik mentaliteit bevorderen en dat moeten we niet hebben. De wetgever bied de winkelier wel de mogelijkheid om de kosten te verhalen, maar daarover heb ik reeds geschreven in mijn stukje ‘Calimero en het consumentenrecht’.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 4 reacties

(Web-)winkels opgelet: Consumentenbeschermer laat eerste tandjes zien (bij Marketingfacts)

3 juni 2008, 8:42 - Geplaatst onder: Contracten - Geen reacties

Afgelopen vrijdag schreef ik over het jaarverslag van de Consumentenautoriteit bij Marketingfacts:

Een baby krijgt zijn eerste tandjes wanneer hij zo’n 5 tot 7 maanden oud is. Dat blijkt ook op te gaan voor de jongste toezichthouder van Nederland: de Consumentenautoriteit. Deze bewaker van consumentenrechten heeft in haar eerste jaar flink haar tandjes laten zien. Men onderzocht meer dan 70.000 klachten, trad zo’n 100 maal op tegen schendingen van de wettelijke regels voor consumentenbescherming en kwam met één boete van 88.000 euro.

Dat de Consumentenautoriteit hard nodig is, blijkt wel uit het jaarverslag dat onlangs verscheen. Maar bar weinig bedrijven blijken rekening te houden met de wettelijk verplichte rechten voor consumenten. Consumenten worden onjuist geïnformeerd over hun recht op retour of garantie of krijgen dure SMS-diensten aan hun broek zonder dat ze kunnen weten hoe ze er vanaf komen. Met name webwinkels krijgen er van langs: hun algemene voorwaarden blijken vaak onvindbaar, en ook aan de informatieplicht wordt lang niet altijd voldaan.

Lees verder over wat de Consumentenautoriteit zoal tegenkwam in (Web-)winkels opgelet: Consumentenbeschermer laat eerste tandjes zien bij Marketingfacts.

Arnoud

als eerste

Reparatiekosten verboden bij een consumentenkoop

26 april 2008, 8:38 - Geplaatst onder: Contracten - 15 reacties

Het Europees consumentenrecht staat niet toe dat een winkelier een vergoeding mag vragen van een consument voor reparatie of vervanging van een defect product. Dat blijkt uit het op 17 april gewezen Quelle-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Het Hof stelt voorop dat de winkelier de plicht heeft om een product te leveren dat werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product, tenzij dat onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden.

In Nederland hebben we op dit moment de regel dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ‘bij’. De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat je door de reparatie meer ‘genot’ van je product hebt dan je mocht verwachten. En als je meer krijgt, dan zul je moeten bijbetalen.

Deze regel heeft het Hof dus nu een halt toegeroepen. Herstel of vervanging moet “kosteloos” zijn, zo staat in de Europese richtlijn (1999/44/EG) waar dit allemaal op gebaseerd is. En kosteloos betekent ook echt kosteloos. De winkelier mag dus op geen enkele manier geld vragen wanneer de consument zijn recht op herstel of vervanging komt uitoefenen.

De enige uitzondering is nog bij retour (ontbinding): dan mag de consument wel een bedrag gevraagd worden voor het gebruik gedurende de tijd dat hij het product in bezit had.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Verweer tegen gebruikelijke excuses van de winkeliers (gastpost)

29 februari 2008, 8:58 - Geplaatst onder: Contracten - 4 reacties

“U heeft geen recht op herstel of vervanging, want u heeft het product niet goed gebruikt!” Het gebruikelijke excuus waar een willekeurige winkelier mee aankomt, als je met een defect product bij hem aanklopt. Toch heeft de winkelier het hierbij lang niet altijd bij het juiste eind, zelfs als hij kan aantonen dat het product geen productiefouten bevat!

De wet zegt namelijk dat een gekocht product niet aan de overeenkomst beantwoordt als het niet die eigenschappen bezit die je op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Dit heet het conformiteitsbeginsel en dat is geregeld in artikel 7:17 BW. Daarbij geldt dat je mag aannemen dat het product die eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn, tenzij het om een eigenschap gaat waar je aan behoorde te twijfelen. Je moet twijfelen als de verkoper expliciet meld dat het product een bepaalde eigenschappen mist of niet geschikt is voor een bepaald gebruik of situatie. Daarnaast moeten die eigenschappen aanwezig zijn die voor afgesproken bijzonder gebruik nodig zijn. Maar wat wil dat nu concreet zeggen?

Het eerste en belangrijkste kenmerk is dus dat het product vermoed wordt geschikt te zijn voor normaal gebruik. In de rechtszaak LJN AY8747, waar een consumentengeschil over een parketvloer centraal stond, oordeelde de rechter als volgt:

Op een vloer in een woning wordt nu eenmaal met schoenen gelopen, met stoelen geschoven en door kinderen met speelgoed gespeeld. Anders dan het schuiven met een kast vormt dit een normaal gebruik. [appellant] mocht dan ook bij deze vloer krasbestendigheid verwachten bij normaal gebruik.

Normaal gebruik is dus dat gebruik dat het doorsnee individu uit de doelgroep pleegt. Voor een vloer in een woning geldt dus dat het schuiven met stoelen onder normaal gebruik valt. En krasbestendigheid is de eigenschap die benodigd is voor dit gebruik. Een verkoper kan het dus maar beter melden als een vloer niet krasbestendig is.

“Er is spraken van waterschade, dus het defect is uw eigen schuld” is een andere mededeling waar je tegenaan kunt lopen bij een defect product, met name bij elektronica. Zelfs als deze zijn gemaakt om overal mee naar toe te nemen. Marije Hulshof, directeur van de Consumentenautoriteit stelt in haar column, ‘niet meer bellen in de regen?’ , over mobiele telefoons: “die moet u mee kunnen nemen in uw tas of binnenzak om te gebruiken op kantoor, in de kroeg of op het terras. Ook als het miezert. Normaal gebruik, noemen we dat.” Voor een mobieltje is normaal gebruik dus kunnen bellen in de regen, en de eigenschap die daarbij hoort is waterwerendheid. Aan de aanwezigheid van deze eigenschap moet je twijfelen als gemeld is dat het mobieltje niet tegen regen kan.

Het derde voorbeeld gaat over bijzonder gebruik. Stel een winkel verkoopt servers en werkstations aan ondernemers. Nu wil een lokaal radiostation een server voor in haar studio. Dit vereist dat de computer (zeer) stil is zodat deze niet op de opname te horen is. Het bijzondere gebruik is dan dat op een meter afstand professionele opnames te maken moeten zijn en de gewenste bijzondere eigenschap van de computer is stilheid. Het radiostation moet dan laten weten dat ze de computer op deze manier willen gebruiken.

Het conformiteitsbeginsel regelt dus wie van de partijen wat moet melden. Eigenschappen die ontbreken aan een product moeten gemeld worden door de verkoper, als deze nodig zijn voor normaal gebruik. De overige gewenste eigenschappen hoeft het verkochte product alleen te bezitten, indien de koper daar om heeft gevraagd. Het is redelijk om te verlangen van de verkoper dat hij de markt globaal kent, want hij verdient er zijn brood mee. Daarentegen is het weer onredelijk te verwachten dat de verkoper de specifieke wensen van de koper kent, want hij kan natuurlijk geen gedachten lezen.

Als het product niet aan het conformiteitsbeginsel voldoet dan heb je recht op herstel of vervanging (7:21 BW), schadevergoeding van gevolgschade (7:24 BW) en in sommige gevallen ook op ontbinding of prijsvermindering (7:22 BW) als er sprake is van non-conformiteit. Echter, de consument moet in beginsel wel bewijzen dat daarvan sprake is (150 Rv). Gelukkig heeft de wetgever het je iets makkelijker gemaakt gedurende de eerste zes maanden na aankoop. Volgens artikel 7:18 lid 2 BW moet de verkoper dan bewijzen dat het product aan het conformiteitsbeginsel voldeed. Als het product binnen de garantie valt, dan ligt de bewijslast ook bij hem.

Een eenvoudige bewering is niet voldoende. Als koper kun je bijvoorbeeld aan deze bewijslast voldoen door te wijzen op de problematische geschiedenis of een productie fout in een bepaalde serie. En als koper hoef je eveneens geen genoegen te nemen met alleen een bewering van de verkoper.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je o.a. artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren ervan.

of lees de 4 reacties

Reparatiekosten bij een consumentenkoop

20 februari 2008, 9:04 - Geplaatst onder: Contracten - 12 reacties

Winkeliers brengen vaak kosten in rekening voor reparatie of vervanging van een gekocht product. Maar mag dat eigenlijk wel?

Wie een product zoals een wasmachine koopt, mag verwachten dat dit product werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product. Tenzij dat onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden.

Bij die keuze geldt verder nog de beperking dat je niet mag kiezen voor iets waarvan de kosten in geen verhouding staan tot de kosten van uitoefening van een ander recht (7:21 lid 5). Dus bij een reparatie van 10 euro (afzuigen van stof in de ventilator van een laptop) mag je geen vervanging van een laptop van 1000 euro eisen.

Het venijn zit hem in de kosten. Reparaties kosten vaak geld, en vervanging natuurlijk helemaal. Maar de consument mag geen kosten in rekening worden gebracht voor de kosten voor het (weer) conform maken van het product (7:21 lid 2 BW). In principe heb je dus gedurende die economische levensduur recht op gratis herstel of vervanging. In principe, want natuurlijk (het is en blijft recht) zitten hier uitzonderingen aan. Reparaties die nodig zijn vanwege gewone slijtage, vallen bijvoorbeeld niet onder deze “wettelijke garantie”.

En het kan nog lastiger. Sommige reparaties zullen leiden tot een verlengde economische levensduur. Als na 6 jaar het verwarmingselement (een zwak onderdeel van wasmachines) wordt vervangen door een nieuw, zal de wasmachine langer meegaan dan de 10 jaar levensduur die je mocht verwachten.

De vuistregel is dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ‘bij’. En voor die ‘extra’ levensduur mag de winkelier dan een vergoeding vragen, zo schrijven o.a. de Consuwijzer, de Consumentenbond en de Ombudsman. De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat je door de reparatie meer ‘genot’ van je product hebt dan je mocht verwachten. En als je meer krijgt, dan zul je moeten bijbetalen.

Dit lijkt een beetje op wat juristen “ongerechtvaardigde verrijking” noemen. Je wordt door de reparatie in zekere zin rijker, want je hebt nu een product dat 14 jaar meegaat in plaats van 10. En wie zichzelf verrijkt ten koste van een ander, moet die ander daarvoor een redelijke vergoeding betalen. Vandaar de betaling van 4/10e van de reparatiekosten. Professor Marco Loos schreef dit al in 2004 in zijn boek Consumentenrecht.

Het probleem is wel, deze redenering gaat in tegen de letterlijke tekst van de wet: “De kosten van nakoming van de [reparatie- of vervangings]verplichtingen kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.”

Dus wat nu? Dan vragen we het aan het Europese Hof van Justitie, zo bedacht laatst een Duitse rechter. Deze regels komen immers uit een Europese richtlijn (1999/44/EG), en dan mag je vragen over de uitleg voorleggen aan het Europese Hof. We wachten nog op antwoord, maar de analyse van de advocaat-generaal lijkt te suggereren dat reparatiekosten niet mogen.

Doel van de richtlijn was immers de consument zo veel mogelijk beschermen. Alles dat deze bescherming omlaag haalt, of de consument terughoudender maakt om zijn recht te halen, is dan al snel verdacht. De winkelier moet een correct werkend product leveren, en als deze dat niet doet, heeft de consument recht op kosteloze reparatie of kosteloze vervanging. Elke bijdrage in de kosten zal de consument doen aarzelen om dit recht uit te oefenen, en daarom zou reparatie gedurende de gehele economische levensduur gratis moeten zijn. Ook als deze leidt tot een verlengde levensduur van het product.

Het zou dan ook onaanvaardbaar zijn dat de consument, die zijn contractuele verplichting correct is nagekomen, de verkoper, die zijn verplichting niet correct is nagekomen, een vergoeding zou moeten betalen voor het gebruik van het gebrekkige goed. Met het nieuwe goed ontvangt de consument enkel datgene waarop hij recht heeft, dat wil zeggen een goed dat in overeenstemming is met wat is overeengekomen. Er kan in casu dan ook totaal geen sprake zijn van een onrechtmatige verrijking van de consument.

De bovenstaande redenering over verrijking gaat dus niet op. Het is de schuld van de verkoper dat hij nu deze kosten moet maken, en die kosten mag hij niet verhalen op de consument. Ook niet als die al vier jaar van het product heeft mogen genieten. De ‘extra’ jaren zijn daarmee een mazzeltje voor de consument.

Afwachten dus wat het arrest zal zeggen! UPDATE (26 april): het arrest zegt dat het verboden is.

Is het iemand van jullie trouwens wel eens gelukt om een aanspraak op deze “wettelijke garantie” er door te krijgen? En zo ja, welk deel van de kosten moest je zelf betalen?

Arnoud

of lees de 12 reacties

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress