Rechters mogen niet zomaar googelen voor hun vonnis

13 september 2011, 8:18 | Internetrecht | 21 reacties

waarom-smartfms-software.pngAls een rechtbank haar vonnis baseert op gegevens die het heeft ontleend aan een eigen zoektocht op een internetsite, schendt zij het principe van hoor en wederhoor. Dat bepaalde de Hoge Raad afgelopen vrijdag. De HR vernietigt daarmee een arrest van het gerechtshof dat mede gebaseerd was op gegoogelde informatie over een softwarepakket. De gevonden informatie was doorslaggevend voor het hof, maar zij had deze informatie eerst moeten presenteren aan de partijen, aldus de hoogste rechtbank.

Het geschil draaide om de goedkeuring van de rekening en verantwoording van een bewindvoerder. Deze had een licentie gekocht voor een softwarepakket (Smart FMS), een administratiesysteem waarmee de persoon onder zijn bewind direct online inzage had in zijn eigen financiën. Volgens de bewindvoerder was deze licentie een “gewone beheersdaad”, zodat geen toestemming van de rechthebbende of kantonrechter nodig zou zijn.

Het Hof had echter op internet nagekeken wat het doel was van dit softwarepakket, en had geconstateerd

dat het toch in de eerste plaats een systeem ten behoeve van de administratie van de budgetbeheerder is en dat het slechts als neveneffect de financiële mutaties op de eigen rekening voor de cliënten inzichtelijk maakt. Verder is het niet een systeem waarbij de cliënt de keuze heeft daar al of niet gebruik van te maken, zo hij al bereid is de kosten daarvan te dragen en hij de capaciteiten heeft daarvan gebruik te maken.

Daarmee was dit geen systeem voor de cliënt maar voor de bewindvoerder. En die posten mogen niet uit het budget voor de onder bewind gestelde cliënt gehaald worden. De kosten van het Smart FMS systeem moesten derhalve voor rekening van de bewindvoerder blijven, aldus het Hof.

De bewindvoerder was een tikje verbaasd door deze uitspraak, vooral omdat hij pas in het arrest kon nalezen dat het Hof dit onderzoek had gedaan (”De bewindvoerder heeft geen informatie overgelegd over de werking van het Smart FMS systeem, maar het internet (www.smartfms.nl) biedt wel enige informatie.”). Hij had dus geen enkele kans gehad te protesteren tegen deze conclusie of te proberen te bewijzen dat dit wél een nuttig systeem voor zijn cliënt was.

Omdat de internetzoektocht van het Hof tot voor de beslissing zeer relevante gegevens heeft geleid, had het Hof deze moeten voorleggen aan de partijen, aldus de Hoge Raad. En dat is vaste rechtspraak: eerder had de HR al eens geoordeeld dat een rechtbank

[geen] eigener beweging verkregen feitelijke gegevens aan zijn beslissing ten grondslag mag leggen zonder partijen in de gelegenheid te stellen daarvan kennis te nemen en zich daarover desgewenst uit te laten

En specifiek over googelen hebben we natuurlijk de zaak over googelen op “A.C.A.B.”, waarbij het aantal Googletreffers geen bewijs was dat een bepaalde term “algemeen bekend” zou zijn.

Dit lijkt me volstrekt juist. Googelen en zelf informatie aandragen is prima. Maar je moet wel gelegenheid bieden om weerwoord te geven. Hoewel het mij als rechter wel uitermate zou frustreren dat ik de resultaten van elke query ter zitting moet bespreken, hoe onschuldig de informatie me ook lijkt.

Arnoud

of lees de 21 reacties

Googelen door de rechter: geen bewijs van algemene bekendheid

1-3-1-2-shirt-belediging-cops-bastards.pngZijdelings inhakend op de discussie of rechters mogen googelen dan wel wikipediën: het Gerechtshof Den Haag had niet enkel via googelen mogen achterhalen dat de afkorting “A.C.A.B.” naar algemene bekendheid “All Cops Are Bastards” betekende. Dat bepaalde de Hoge Raad gisteren.

In februari vorig jaar veroordeelde het Gerechtshof een man die een bomberjack droeg met “A.C.A.B.” erop. Hij had toegegeven dat hij wist dat dit stond voor “All Cops Are Bastards”, en ook de agent die hem de bekeuring gaf was hiervan op de hoogte. Maar dat is niet genoeg: het publiek, oftewel de omstanders, moeten óók weten dat deze man de agent aan het beledigen is door dat jack te dragen. Oftewel, “iedereen” moet weten dat die afkorting een belediging inhoudt. En het gerechtshof had dat als volgt geconcludeerd:

Voorts heeft het hof vernomen dat het “googelen” van de afkorting “A.C.A.B.” in combinatie met “cop” een veelvoud (circa 190.000) aan treffers van internetsites geeft die verwijzen naar de betekenis “All Cops Are Bastards”. Nu onder een substantieel deel van het publiek bekend is dat een betekenis van de afkorting A.C.A.B. is: “All Cops Are Bastards”, heeft deze afkorting daarom alseen feit van algemene bekendheid te gelden.

De Hoge Raad keurt deze werkwijze af. Het klopt dat de rechter zonder meer mag afgaan op “feiten van algemene bekendheid”, maar dan moet wel voor iedereen evident zijn dat sprake is van een algemeen bekend feit. Is er ook maar enige twijfel, dan behoort de rechter op de zitting het punt aan de orde te stellen. Zo kunnen de betrokken partijen daarop reageren, en bijvoorbeeld tegenbewijs overleggen of deskundigen laten opdraven die er iets over kunnen zeggen. En zo hoort het ook: rechters moeten niet zelf na de zitting gaan googelen maar eerder vooraf, en dan de partijen vragen daarop te reageren.

Wil men toch zelf gaan onderzoeken, dan eist de HR wel dat er een duidelijke toelichting in het vonnis staat hoe men de zoekresultaten interpreteert:

Daartoe is het aantal treffers bij het zoeken in alle, ook anderstalige, internetsites niet zonder meer redengevend. Hetzelfde geldt voor het aantal treffers van de gebezigde zoekmachine waarop het Hof zich heeft beroepen, zonder evenwel te verduidelijken op welke of wat voor soort internetsites die treffers betrekking hebben.

Logisch ook. Een afkorting kan meerdere betekenissen hebben: All Coppers Are Bastards, maar ook Air Cavalry Attack Brigade of Advisory Committee on Agricultural Biotechnology. Die laatste resultaten moet je dan wel wegfilteren voordat je iets kunt zeggen over het aantal relevante zoekresultaten.

Dat er bijdehantjes zijn die met betekenissen komen als Acht Cola Acht Bier, het getal 1312 of dit shirt met een fruitautomaat met Appel Citroen Ananas Banaan erop maakt daarbij niet uit. Het gaat erom wat het grote publiek denkt als ze de afkorting zien.

zoals

of lees de 26 reacties

Duitse privacywet wordt aangescherpt, en bij ons?

25 augustus 2010, 8:07 | Privacy | 13 reacties

demonstratie-privacy-not-crime-flickr-sunside-ccbync.jpgIn Nederland was de insteek vooral dat profielen van sollicitanten doorzoeken verboden zou worden, bij Amerikaanse sites gaat het meer over het idee (nou já zeg) van privacy op de werkplek. Maar in ieder geval: in Duitsland wordt gewerkt aan een streng wetsvoorstel over hoe er met privacy en persoonsgegevens van werknemers en sollicitanten moet worden omgegaan.

Zo wordt het verboden om op als privé bedoelde netwerksites (Hyves, Facebook) te kijken wat sollicitanten allemaal uitspoken. Linkedin mag je wel bekijken, en Googelen van sollicitanten mag ook, mits je maar bij de resultaten mee laat wegen hoe oud de informatie is en in hoeverre de sollicitant controle heeft over de informatie zoals daar gepubliceerd. Ook worden er strengere regels over cameratoezicht en monitoren van internetgebruik ingevoerd.

Op zich verbazen de meeste voorgestelde regels niet. Privacy geldt ook op het werk, dat is vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En we weten ook in Nederland dat het gebruik van persoonsgegevens aan strenge regels gebonden is, waardoor veel sociale-netwerksites een probleem hebben.

Het is dan weer wel typisch Duits om de regels tot in detail uit te gaan werken in wetgeving, maar goed. In Nederland lijken we meer de voorkeur te geven aan algemene wetten, die dan via richtsnoeren, convenanten en af en toe een rechtszaak ingevuld worden. Op zich lijkt me dat flexibeler, maar het duurt natuurlijk wel een stuk langer voordat je zeker weet of iets mag. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nu prettiger vind.

Gekke voorbeelden van toezicht of indegatenhouden door werknemers zijn trouwens welkom, ik moet binnenkort weer een lezing geven over privacy op het werk en het verhaal van de camera in de kleedhokjes of in de toiletpot kennen ze al.

Arnoud
Foto: Sunside @ Flickr, Creative Commons By-NC 2.0

of lees de 13 reacties

Googelen van sollicitanten - de NVP sollicitatiecode

21 oktober 2009, 8:20 | Privacy | 21 reacties

nvp-sollicitatie-code-googelen-sollicitant.pngMag je als recruiter je sollicitanten googelen? Dat is een lastige vraag, waar de op woensdag 7 oktober gepresenteerde NVP Sollicitatiecode een antwoord op zou moeten geven. Het doel van de code is een norm te bieden voor een transparante en eerlijke werving en selectieprocedure, zo meldt het document. Daarbij wordt nu voor het eerst expliciet aandacht besteed aan het omgaan met informatie over sollicitanten uit openbare bronnen, zoals internet.

De code vermeldt in artikel 5 namelijk het volgende:

5 Indien de arbeidsorganisatie inlichtingen over de sollicitant wil inwinnen bij derden en/of andere bronnen, vraagt zij hiertoe vooraf diens toestemming, tenzij zulks niet vereist is op grond van een wettelijk of algemeen verbindend voorschrift. De te verkrijgen informatie moet direct verband houden met de te vervullen vacature en mag geen onevenredige inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de sollicitant. De bij derden en andere bronnen, waaronder websites, verkregen informatie zal, indien relevant, a) aan de sollicitant worden meegedeeld, met uitdrukkelijke vermelding van de bron en b) met de sollicitant worden besproken.

Volgens de code moet je dus toestemming vragen voordat je iemand mag googelen of op Hyves mag gaan bladeren. Je zou dit kunnen afvangen met een duidelijke waarschuwing bij de advertentie (”Een achtergrondcheck met Google alsmede een psychologisch onderzoek maken deel uit van de procedure”).

Het beste punt is echter dat je de gevonden informatie moet delen en bespreken met de sollicitant. Dat is immers waar het vaak fout gaat: men vindt een rare Hyvepagina of foute blogpost en wijst de sollicitant af, zonder dat deze heeft kunnen uitleggen dat die tekst vijf jaar oud is of van een naamgenoot is die ze verder niet kennen.

Bij Sync wijst Wilfred van Roij erop dat het nog wel even zou duren voordat een organisatie in een afwijzingsbrief iets schrijft als:

Bij een onderzoek in openbare bronnen op het Internet hebben wij helaas vastgesteld dat uw hobby’s en levenswijze niet overeenkomen met deze eisen [uit onze vacature].

Dat lijkt mij ook erg sterk, maar dan vooral omdat zo’n mededeling me als illegaal voorkomt: je erkent dan dat je iemand afwijst op basis van levensovertuiging, en dat is strafbaar. “Wij zagen dat u moslim was” of “ons bedrijf heeft beleid tegen naturisten” zul je ook niet snel horen als reden voor afwijzing.

Desondanks blijft het een goede zaak dat deze oplossing nu aanbevolen wordt.

Arnoud

of lees de 21 reacties

Politie “googelt”, maar niet met Google

13 juni 2007, 19:02 | Merken, Zoekmachines | Geen reacties

Intrigerende kop op NU.nl: Het Korps Landelijke Politiediensten en de andere 25 politiekorpsen kunnen binnenkort criminele informatie van andere korpsen ‘googelen’. Het blijkt echter te gaan om een intern informatiesysteem, BlueView geheten, waarmee het makkelijker wordt om gegevens bij elkaar te zoeken over criminelen.

De redacteur die besloten heeft om dit met “googelen” te koppen, kan een boze brief van Google verwachten. Want googelen mag alleen met Google.

Het is niet alleen NU.nl, maar ook vele anderen. De Pagerank van de resultaten suggereert dat het de Automatisering Gids is die het eerste met deze kop kwam.

Arnoud

als eerste

“Ik google” mag niet, “iGoogle” mag wel?

21 mei 2007, 21:24 | Merken, Zoekmachines | 1 reactie

Google’s persoonlijke zoekdienst heet voortaan iGoogle, meldt o.a. Tweakers. Leuke dienst, maar weten de merkenjuristen van Google hier van? Die kreet kan het bedrijf tenslotte bijna 50 miljard euro kosten.

“I Google” is immers Engels voor “ik google” (of “ik googel”, allebei mag), en als er iets is waar merkenmensen allergisch voor zijn dan is het wel dat merknamen als werkwoord worden gebruikt. Dan worden ze namelijk al heel snel gebruikt als generieke term, en dat is dodelijk voor je merk. Een algemene term kan geen merk zijn, want een merk moet een product of dienst onderscheiden van de concurrent.

De merkenadvocaat van Google legt uit:

Het is voor ons belangrijk dat we ons merk beschermen. Als mensen spreken over googlen willen we zeker weten dat ze zoeken met Google bedoelen en niet met een andere zoekmachine.

Op Adformatie meer uitleg van merkenadvocaat Evert van Gelderen:

Verwatering kan (juridisch gezien) plaatsvinden door toedoen van de merkhouder (in dit geval: Google) of door stilzitten van die merkhouder. Met andere woorden: als het Google te verwijten valt dat het merk Google in het normale spraakgebruik de gebruikelijke benaming van het soort product/dienst is geworden, dan kan Google niet langer optreden tegen het gebruik van het merk Google door anderen. De merkhouder zal - in voldoende mate - moeten optreden om te voorkomen dat zijn merk een soortnaam wordt. In dit geval dreigt het merk Google soortnaam te worden voor het zoeken op Internet en zal Google dus actief moeten optreden.

Google is dan ook erg alert op het gebruik van ‘Google’ als werkwoord. Zo las ik in een wat ouder artikel op BNR dat De Dikke van Dale als betekenis van “googelen” gewoon “zoeken op internet” hanteert.

De laatste versie van de Dikke van Dale geeft zoeken op internet als betekenis. Hoofdredacteur Ton den Boon zei dinsdag nog geen waarschuwing te hebben ontvangen.

,,Het is een algemeen bekend verschijnsel dat bedrijven hun merk zo proberen te beschermen”, reageerde Den Boon laconiek. Van Dale is in ieder geval niet van plan haar uitleg te wijzigen. ,,We beschrijven het algemeen Nederlands. U, ik en iedereen gebruikt googelen in deze betekenis.”

Op Taalbank maakte Ton van der Boon zich daar nog kwaad over.

Engelstalige woordenboeken zoals Merriam-Webster en de Oxford English Dictionary hanteren keurig als definitie “to use the Google search engine to obtain information on the World Wide Web”. De eerste keer dat het woord zo gebruikt werd, was overigens in 1999.

Arnoud

of lees de eerste reactie
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress