Valt andermans kopie van een verboden filmpje ook onder dat verbod?

Tweet
14 februari 2011, 8:07 | Meningsuiting | 12 reacties

dit-is-niet-mijn-praeses-majesteit.jpgRechtenstudente mag Geenstijl niet stalken, kopte Nu.nl afgelopen donderdag. Een beetje rare kop: er was geen sprake van stelselmatige schending van de privacy van de shockbloggers, maar het ging juist om de privacyschendingen die deze studente leed door het nog steeds op internet staan van het “gênante en beschamende” Majesteitfilmpje waarin zij dronken lallend in beeld was.

De rechter had in 2009 GeenStijl verboden dit filmpje nog te tonen, en inderdaad is het in de Dumpert niet meer te vinden. Maar elders nog wel, en de studente claimde dan ook diverse dwangsommen van 5000 euro voor elke kopie elders. Een lastige vraag: kan GeenStijl aansprakelijk gehouden worden voor screencaps of mirrors van anderen? Moet zij actief die sites benaderen en eisen dat het daar weggehaald wordt, of is dat uiteindelijk bij elke site de taak van de geportretteerde?

In het executiegeschil (via) blijkt dat het met name ging om geenstijl.prevvy.com, een onofficiële (en inmiddels verwijderde) iPhone app voor GeenStijl. Er was ooit discussie geweest over het al of niet officieel erkennen van die app, maar dat is niet doorgegaan hoewel er ook nooit expliciet was verboden deze mirror/proxy offline te halen. De rechter vindt dat daarmee onvoldoende vaststaat dat GS aansprakelijk is voor de publicatie via die app.

Belangrijker is echter de vervolgoverweging van de rechtbank over de algemene vraag of GeenStijl aansprakelijk kán zijn voor kopieën elders. In theorie wel:

Ook als beelden op een website nog te zien zijn zonder dat daarvoor een actief handelen van GS Media is vereist, kan dat onder omstandigheden worden aangemerkt als ‘openbaarmaking, verveelvoudiging of verspreiding’.

Wel moet dan vaststaan dat de gewone internetter de beelden nog kan vinden. En dat was hier niet zo: alleen door het intypen van de directe URL waren de beelden nog op te roepen. GS-moderator JorisEen door GS ingehuurde externe deskundige had daarbij ook nog eens aannemelijk weten te maken dat er wellicht alleen naar gecachte kopieën was gekeken, zodat niet vaststond dat de gegevens daadwerkelijk bij de bron (servers van GS Media) zouden zijn opgevraagd.

Als enkele afbeeldingen na een zeer gerichte zoekactie op basis van specifieke niet voor het publiek toegankelijke gegevens, daarna toch nog ergens op een plek op internet te vinden zijn, mogelijkerwijs via gegevens afkomstig van een aan GS Media gelieerde server, kan het niet verwijderd hebben daarvan, onder de hiervoor geschetste omstandigheden, in redelijkheid niet als een overtreding van het vonnis worden aangemerkt.

GeenStijl moet doen wat “redelijkerwijs van haar verwacht konden worden”, en dat heeft ze gedaan. Dit doet denken aan een zaak uit april, waarbij de gedaagden te horen kregen dat de verboden artikelen “op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden”. Ook dat werd vertaald naar “al hetgeen redelijkerwijs mogelijk” was - waarbij men onderuit ging omdat de Google cache redelijk eenvoudig te legen was en dat niet was aangevraagd.

De algemene vraag wat je moet doen tegen willekeurige mensen die je filmpjes overnemen is hiermee niet beantwoord, maar het lijkt me dat je redelijkerwijs niet verder kunt gaan dan deze mensen een hele boze brief sturen. Een procedure tegen ze aanspannen is onmogelijk, want je hebt de auteursrechten niet en je kunt dus formeel niets eisen.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Adwords-arrest: “Travel card” beschrijvend voor tankpas, “Travelcard niet”

Tweet
24 januari 2011, 8:41 | Merken, Zoekmachines | 17 reacties

travel-card-multi-tank-card.pngDat gaat lekker zo met die Adwords-rechtszaken. Vorige week deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak in het hoger beroep van de TravelCard-zaak: is er sprake van merkinbreuk als je adverteert op “travel” en “card” voor een kaart die concurreert met TravelCard?

Adverteren op merken kan merkinbreuk zijn, zo weten we sinds het Google/Vuitton-arrest. Het hoeft niet: wie bijvoorbeeld vergelijkende reclame maakt of legitieme wederverkoper is, pleegt geen merkinbreuk. En we hadden natuurlijk ook nog de Cruise Travel-zaak waarbij een beschrijvende term (”cruise travel”) die voorkwam in een beeldmerk werd gebruikt in een Adwords-campagne.

De zaak hier lijkt daar een beetje op. Benzinepasmaatschappij Multi Tank Card (MTC) had geadverteerd op de termen “travelcard”, “travel card”, “travel” en “card”. Daar was concurrent Travelcard niet blij mee, en op grond van o.a. hun handelsnaam en het beeldmerk met de kreet Travelcard erin spande men een rechtszaak aan. In eerste instantie werden de eisen afgewezen omdat “travelcard” een zuiver beschrijvende term zou zijn voor tankpassen. Maar het Hof verwerpt dat argument: we spreken in de Benelux niet van travelcards maar van tankpassen.

Het teken ‘travelcard’ heeft in zoverre in dat specifieke kader wel (enig) onderscheidend vermogen en stelt aldus het relevante publiek in staat om de betrokken diensten als afkomstig van een onderneming te onderscheiden. Dat het relevante publiek bij het horen van de bestanddelen travel en card een verband zal leggen met reizen en betaal- en kredietkaarten is niet voldoende om hier anders over te oordelen.

Het woordmerk is dus beschermd. Heel sterk vind het Hof het merk niet, maar helemaal nul bescherming verdient het ook weer niet. Dan de volgende vraag maar: is er sprake van inbreuk?

Ja en nee. De woorden “travel” en “card”, los of naast elkaar geschreven, zijn gewoon beschrijvende woorden voor mensen die kaarten zoeken waarmee ze brandstof kunnen betrekken voor het vervoer/reizen per auto. Dat kan Travelcard niet monopoliseren. Maar als je dat aan elkaar schrijft, dan wel: met die spelling is het duidelijk dat je aanhaakt bij het merk van de concurrent. Het Hof noemt dat zelfs een “evidente verwijzing”, oftewel het “kom nou toch”-argument.

De merkenlogica volg ik niet: als “travel” en “card” de beschrijvende woorden zijn voor “(benzine bij het) reizen” en “betaalkaart”, waarom is dan de combinatie van die twee ineens níet beschrijvend? Een merk dat uit twee bestaande woorden bestaat, moet in de combinatie meer zitten dan alleen maar de twee woorden in hun gewone betekenis. Ik zou werkelijk niet weten wat voor creatiefs je krijgt door “travel” en “card” aan elkaar te plakken. (Ok, als het argument is dat “travel” niet beschrijvend is voor benzine tanken, dan snap ik de conclusie maar dan begrijp ik weer niet waarom “travel” op zich dan wél die tankbetekenis krijgt van het Hof.)

Hoe dan ook, MTC mag adverteren op de losse woorden - inclusief “travel card” - maar niet op de aaneengeschreven combinatie uit het merk van de concurrent. En, leuk detail: TravelCard mag dan weer wel adverteren op “tank card” hoewel dat de naam van MTC is: “tank card” is natuurlijk zo beschrijvend als wat voor tankcards.

Arnoud

of lees de 17 reacties

Adwords en beschrijvende merken in hoger beroep

Tweet
30 december 2010, 8:44 | Merken, Zoekmachines | 4 reacties

De term “cruise travel” is beschrijvend voor de dienst “cruisereizen”, dus het bedrijf Cruise Travel kan niet verbieden dat anderen Adwords-advertenties kopen op die term als ze hun cruisereizen willen promoten. Ook niet op grond van haar beeldmerk waar dat woord in staat. Dat oordeelde het Gerechtshof Amsterdam gisteren in het hoger beroep van de Cruise Travel/Cruise Factory-zaak waar ik over berichtte halverwege 2009. (En ja ik was adviseur van Cruise Factory.)

In eerste instantie wilde de rechter geen uitspraak doen over de vraag of het merk “Cruise Travel” met gestileerde meeuw wel geldig was voor de woorden “Cruise Travel”. Zelfs als dat zo zou zijn, dan nog kon Cruise Travel niet verbieden dat Cruise Factory adverteerde op de term “cruise travel”. Die term was immers gebruikelijk in de branche om cruisereizen mee aan te duiden. De bestemming of kenmerken van een product mag je altijd aanduiden, ook als je daarbij de merknaam van een concurrent nodig hebt.

Het Hof is strenger: de term “cruise travel” is gewoon beschrijvend, en de merkhouder kan per definitie dus niets doen tegen advertenties op die beschrijvende term.

Cruise Factory heeft aangevoerd dat het gebruik van het tekstuele elementen van het (beeld)merk van Cruise Travel geen merkinbreuk koplevert omdat de woorden ‘cruise’ en ‘travel’ (ook in combinatie) beschrijvend zijn voor de diensten waarop het merk betrekking heeft en in de reiswereld ook veel gebruikt worden. Dit verweer slaagt. Evenals de losse woorden ‘cruise’ en ‘travel’ moet ook de (aaneengeschreven) combinatie daarvan als beschrijvend worden aangemerkt voor de diensten die door Cruise Travel onder het reeds genoemde beeldmerk worden aangeboden (Reizen met cruiseschepen, of, zoals Cruise Travel het zelf omschrijvt - vgl. inleidende dagvaarding onder 1 en 11 - “cruise reizen”).

Daarmee hoeft het Hof niet verder te kijken naar de vraag of hier sprake is van aanduiden van bestemming of kenmerken van de diensten van Cruise Factory. Een beetje jammer want nu weten we nog niet of dat een geldig verweer kan zijn bij Adwords.

Cruise Travel had ook gesteld dat inbreuk werd gepleegd op haar handelsnaam. Op zich kan dat, ook bij een beschrijvende handelsnaam. Maar hier niet, want Cruise Factory had overal duidelijk gemaakt dat zij als bedrijf naar buiten treedt onder de naam Cruise Factory en niet Cruise Travel. Dit sluit aan bij de Google/Farm Date-zaak waar een vergelijkbaar argument werd gevoerd.

Een advertentie kopen op andermans handelsnaam is op zichzelf nog geen handelsnaaminbreuk:

Dat als gevolg van het intypen van het woord ‘cruise’ gevolgd door ‘travel’ op de desbetreffende internetpagina(s) een advertentie verschijnt van Cruise Factory is niet reeds aan te merken als handelsnaamgebruik: voldoende duidelijk is immers dat de zoekwoorden niet aan een onderneming doch aan de aard van de door Cruise Factory aangeboden diensten refereren.

Pas als CF op de landingpagina groot de term “Cruise Travel” zou hebben gebruikt, zou dat wellicht anders kunnen uitvallen. (Iets waar Welkom bij merknaam-sites dus de fout mee ingaan.)

Arnoud

of lees de 4 reacties

Is de Google cache handelsnaamgebruik?

Tweet
16 december 2010, 8:32 | Merken | 6 reacties

Ah, executiegeschillen. Altijd leuk voor haarsplitsend moeilijkdoen op de juridische vierkante millimeter. Wie een rechtszaak verliest, wordt vaak op straffe van een dwangsom veroordeeld om iets te stoppen (of juist iets te doen, zoals een artikel verwijderen). Voor de winnaar maakt dat de controle op de naleving extra interessant: doet de verliezer niet precies wat hij moet doen, dan kun je een fors bedrag incasseren aan dwangsommen. Zeker als de verliezer denkt dat hij wél correct heeft voldaan.

In mei van dit jaar stonden de bedrijven Boco en CWS-boco voor de rechter over de handelsnaam “Boco”. De uitkomst daarvan was dat het internationale bedrijf CWS-boco inbreuk pleegde op de handelsnaam van Boco, en dus haar naam moest veranderen in Nederland. Vervolgens veranderde CWS een en ander (briefpapier, website, visitekaartjes, lichtreclame, opdruk bedrijfswagens) waarna Boco een deurwaarder langsstuurde die 1,4 miljoen (en dertien cent) eiste aan verbeurde dwangsommen. Dat werd na een tijdje zelfs 3,1 miljoen (en 73 cent).

De reden? Wie bij Google zocht naar “boco” vond nog diverse webpagina’s van CWS waarop de termen “CWS-boco” of “Boco” voorkwamen. Ook hadden enkele medewerkers “CWS-boco” in hun Linkedinprofiel staan. Reden voor Boco om een executiegeschil aanhangig te maken. De kortgedingrechter in Den Bosch maakt in zijn vonnis (via) echter korte metten met de interpretatie van Boco van het vonnis van mei.

Je kunt inderdaad juridisch verplicht zijn Google op te schonen na een vonnis, maar hier gaat dat niet op:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het enkele feit dat men via in google ingevoerde merktemen met het woord ‘boco’’ resultaten krijgt die (indirect) in verband zijn te brengen met CWS, niet worden gekwalificeerd als handelsnaamgebruik waardoor verwarring te weten valt in de zin van artikel 5 Hnw.

De veroordeling ging immers over het gebruik van Boco als handelsnaam, en de gecachte pagina’s in Google vallen daar niet onder. CWS presenteert zich niet (meer) als CWS-Boco. De werkelijke pagina’s waren aangepast, en daarmee had CWS aan de eis voldaan. Bovendien had Boco niet expliciet geëist dat CWS Google zou gaan opschonen, en wat niet wordt geëist hoeft niet te worden gedaan.

Ook het feit dat mensen op Linkedin melden dat ze werkzaam zijn (of waren) voor CWS-boco blijkt geen schending van het verbod uit het vonnis.

Van CWS kan gelet op de veroordeling in het vonnis van 12 mei 2010 wellicht verwacht worden dat zij haar werknemers erop wijst dat deze zich bewust dienen te zijn van de (handels)naamwijziging die CWS opgelegd heeft gekregen en dat zij, indien zij namens CWS handelen, met deze nieuwe naam naar buiten moeten treden, maar het noemen van de voormalige naam van CWS op een site als LinkedIn is niet te beschouwen als een handeling door deze werknemers namens CWS en kan daarom niet gezien worden als het voeren van een handelsnaam door CWS.

Ik kan hier niet goed uithalen of de rechter dit vindt omdat hij Linkedinprofielen ziet als privépagina’s van de werknemers of omdat het noemen van je werkgever geen handelsnaamgebruik is. Maar hoe dan ook lijkt het me inderdaad raar om zo’n Linkedinvermelding aan het bedrijf toe te rekenen.

Arnoud

of lees de 6 reacties

De Google cache legen, moet dat?

Wie iets op zijn website zet dat door de rechter verboden wordt (bijvoorbeeld smaad, privacyschending of auteursrechteninbreuk), moet dat verwijderen. Logisch. Maar naast verwijderen van je eigen site kun je ook veroordeeld worden om het artikel van andere plekken op internet te laten verwijderen. De bekendste plek is de Google cache, waar tot enkele maanden na verwijdering van het origineel vaak nog een kopie te vinden is. Hoe ver kan zo’n veroordeling gaan?

In mei werden twee mensen veroordeeld wegens publicatie van een aantal onrechtmatige artikelen over vermeend seksueel misbruik van hun kind door de vader. Zij kregen daarbij de opdracht de artikelen

te verwijderen en verwijderd te houden, in zoverre dat deze artikelen op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden

Een dikke maand later stond men er weer over de vraag wat dat nu betekent voor de Google cache. De gedaagde had netjes brieven gestuurd naar allerlei websites, en die hadden het artikel keurig verwijderd. Ook Google kreeg zo’n brief, maar had daar kennelijk niets mee gedaan. Was daarmee het vonnis genegeerd? (met dank aan Margriet Koedooder)

De kortgedingrechter is zelf even gaan kijken(!) bij Google en ontdekte dat deze een speciale procedure voor verwijderen van URLs uit de index en cache heeft. Die speciale procedure is in gewonemensentaal uitgelegd en gemakkelijk te vinden vanaf de Google homepage. Daarom had de gedaagde deze procedure moeten volgen, aldus de rechter.

De rechter interpreteert de hierboven aangehaalde opdracht als een “zware inspanningsplicht”: je bent niet letterlijk verplicht het overal gewist te krijgen (dat kan niet) maar je moet wel laten zien dat je alles hebt gedaan dat redelijkerwijs mogelijk was om het weg te krijgen. En zo’n plicht geldt ook voor leken:

Als [gedaagden] van mening zijn dat zij onvoldoende kennis van internet hadden om er zeker van te zijn dat zij aan het vonnis voldeden had het op hun weg gelegen zich daarover te laten voorlichten of daar nadere informatie over in te winnen. Niet is gesteld of gebleken dat zij dit (tijdig) hebben gedaan of dat zij naar dergelijke informatie hebben gezocht.

Mede daarom oordeelde de rechter dat er te weinig is gedaan om aan het vonnis gehoor te geven, zodat een dwangsom van 22.500 euro betaald moest worden.

Mooi. Een rechter met clue.

Arnoud

of lees de 27 reacties

Google Streetview is volgens mij toch echt commercieel

Tweet
12 februari 2010, 8:49 | Auteursrecht, Zoekmachines | 29 reacties

Sinds kort heeft Google Streetview een nieuwe feature: als je op een plek komt waarbij gegeotaggede Flickr-foto’s beschikbaar zijn, dan kun je die bekijken. Handig, maar er gaat wel iets fout want er komen ook gewoon Creative Commonsfoto’s in beeld die niet commercieel gebruikt mogen worden (bedankt, Marco).

Bij bijvoorbeeld het Zeeheldenkwartier in Den Haag staan linksboven een viertal kleine thumbnails waaronder één van Akbar Simonse. Nu zijn die thumbnails op zich te verexcuseren onder citaatrecht, maar als je erop klikt dan krijg je echt de foto zelf in groot formaat te zien en dat is geen citaatrecht meer:

den-haag-foto-google-streetview-creativecommons.jpg

Op de Flickr-pagina staat duidelijk dat deze foto Creative Commons is maar wel met de “nietcommercieel” optie. En een Streetviewpagina met advertenties erop lijkt mij commercieel.

Nu dacht ik even dat er in de algemene voorwaarden van Flickr iets zou staan als “oh ja wij mogen je foto’s verkopen aan iedereen” maar dat staat er dus niet in. En een andere manier waarop dit zou mogen, zou ik zo niet weten.

En een incidenteel foutje is het niet: ik vond ook een Eindhovense foto van ene Noud (nee, iemand anders) met ook wederom de commerciële rechten voorbehouden.

Ik vermoed dus dat Google gewoon de hele CreativeCommons-stream van Flickr gebruikt en niet kijkt naar de specifieke labeltjes zoals “geen afgeleide werken” of “niet voor commercieel gebruik”. Jammer, want bij Creative Commons zijn dat soort checks juist heel eenvoudig omdat die informatie ook machineleesbaar aangeleverd wordt.

Arnoud

of lees de 29 reacties

Adwords en beschrijvende merken

Tweet
2 juli 2009, 8:01 | Merken, Zoekmachines | 16 reacties

cruise-travel-advertentie.pngStel, je wilt adverteren op Google voor een bedrijf dat cruisereizen biedt. Wat doe je dan? Dan koop je Adwords voor het trefwoord “cruise travel”. En wat doet het bedrijf Cruise Travel dan? Dat doet je een proces aan omdat je hun merk en handelsnaam misbruikt. Het overkwam het bedrijf Cruise Factory en internetbedrijf Perplex, en op verzoek van hun advocaat Daniel Corbeek mocht ik ze juridisch bijstaan. En ze hebben gewonnen, jeuj!

Eerst maar eens het merkgebeuren. Ik had nogal een boom opgezet over de vraag onder welk artikel van het BVIE je het kopen van Adwords met daarin een merkwoord moest rekenen, maar dat kan “in het midden blijven” aldus de rechtbank in haar vonnis (PDF). De term “cruise travel” is namelijk gebruikelijk in de branche om cruisereizen mee aan te duiden, en daarom kan een merkhouder hoe dan ook niet verbieden dat een concurrent die woorden gebruikt. De bestemming of kenmerken van een concurrerend product mag je altijd aanduiden.

(Zo voorkomt de rechtbank trouwens dat ze straks ingehaald wordt door het Hof van Justitie dat in andere zaken gevraagd is om hier een definitief oordeel over deze boom te vellen.)

Ook het feit dat Cruise Travel als merk alleen een beeldmerk (een plaatje met een meeuw en gestileerde tekst) had, wordt haar tegengehouden. Wat mij betreft een goede zaak - het gebeurt te vaak dat mensen een beschrijvend woord deponeren als plaatje en dan via de achterdeur alsnog een recht op het woord te hebben.

Bij de klacht over handelsnaamgebruik is de rechtbank kort: gebruik van ‘cruise travel’ bij Adwords is geen handelsnaamgebruik. Dit sluit aan bij de Farm Date/Google-zaak uit 2007. Pas als je bijzondere omstandigheden kunt laten zien, bijvoorbeeld als je jezelf aanduidt in de advertenties of op de achterliggende site als een bedrijf genaamd “cruise travel”, dan zou dat anders kunnen worden.

Een juridisch weinig spannend vonnis maar het is natuurlijk wel leuk om bij je “eerste keer” te winnen. :)

Arnoud

of lees de 16 reacties

Google Chrome bevat LGPL videosoftware, mag dat?

Tweet
9 juni 2009, 8:59 | Open source, Octrooien | 8 reacties

google-chrome.pngGoogle Chrome, de minimalistische browser van het advertentie- en zoekmachinebedrijf bevat veel open source. Recent bleek de browser echter ook de open source FFMPEG videosoftware te bevatten om zo filmpjes op webpagina’s beter te kunnen afspelen. En dat is opvallend, omdat FFMPEG onder de LGPL 2.1 open source licentie is uitgebracht. De verhouding tussen LGPL 2.1 en de MPEG-octrooilicenties is op zijn zachtst moeilijk te noemen.

Wie MPEG-functionaliteit aan zijn product wil toevoegen, heeft octrooilicenties nodig. Organisaties als MPEG-LA verstrekken dergelijke licenties, uiteraard tegen betaling. Daarbij geldt de eis dat je alleen voor je eigen producten kunt betalen: maakt de klant een kopie, dan moet die zelf een nieuwe licentie komen halen. Iets dat moeilijk ligt bij open source software, omdat het daar juist de bedoeling is dat klanten het ook weer kopiëren en verspreiden.

De LGPL bevat namelijk een aantal clausules die bedoeld zijn voor deze situatie. De belangrijkste is artikel 10:

You may not impose any further restrictions on the recipients’ exercise of the rights granted herein. You are not responsible for enforcing compliance by third parties with this License.

Oftewel: u mag anderen geen beperkingen opleggen op de rechten die u zelf krijgt van de LGPL. Deze clausule maakt het, zo werd altijd aangenomen, erg moeilijk om open source te gebruiken als daarvoor betaalde octrooilicenties van derden nodig zijn. Maar, wat zegt nu Google’s open source program manager Chris DiBona:

(a) Party A gives Party B a library licensed under the LGPL 2.1
(b) Party B gets a patent license from Party C
(c) Party B then distribute the library under the LGPL 2.1

This situation is *not* prohibited by the LGPL 2.1 (see the LGPL 3.0 for a license that does deal with this situation). Under the LGPL 2.1, the fact that Party B may have a patent license with an unrelated third-party is irrelevant as long as it doesn’t prevent Party B from granting people the rights LGPL 2.1 requires they grant them (namely, only those rights it in fact received from Party A).

Oftewel (ik krijg er ook hoofdpijn van): het “further restrictions” gaat om restricties die de verspreider van de software oplegt, terwijl de MPEG-licentie een restrictie van een derde is. Google kan er niets aan doen dat derden een betaald licentieprogramma hebben op de software die zij van FFMPEG hebben gekregen.

Meer to-the-point is DiBona’s collega Daniel Berlin verderop:

Nowhere in the LGPL 2.1 are we required to grant you patent rights that we may have.

Dat is op zijn minst een originele interpretatie te noemen. In artikel 11 van de LGPL staat namelijk:

If you cannot distribute so as to satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you may not distribute the Library at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the Library by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Library.

De gebruikelijke interpretatie van dat voorbeeld is dat een octrooilicentie gratis voor de hele wereld moet zijn, wil de licentienemer in staat kunnen zijn de software onder LGPL te mogen verspreiden. Maar Google komt nu met de creatief gevonden interpretatie dat de MPEG-licentie haar niet verbiedt de software onder de LGPL te verspreiden. Helaas krijgen afnemers geen MPEG-licentie, maar dat is niet verplicht volgens de LGPL.

In Google’s visie moet de MPEG-licentie zeggen “U dient ervoor te zorgen dat uw afnemers geen kopieën maken van de MPEG-software” voordat haar verspreiding de LGPL zou overtreden. Maar dat doet deze niet - er staat alleen “u moet betalen per kopie die u verspreidt”. En zolang Google dat maar braaf doet, is er weinig aan de hand. Chrome-gebruikers mogen de MPEG-functionaliteit gebruiken. Alleen, als ze kopieën gaan maken is dat geheel op eigen risico.

Helaas loopt de discussie een beetje snel dood nadat Håkon Lie zich erin mengt met terechte en kritische vragen - Lie is van Chrome-concurrent Opera. Het is namelijk een zeer fundamentele vraag.

Persoonlijk zou ik het Google-standpunt niet snel durven verdedigen, hoewel ik er niet meteen grote gaten in kan schieten. Het is evident de bedoeling van de LGPL om dit soort uitzonderingsposities tegen te gaan. Maar aan de andere kant, er waren hele lappen tekst GPLv3 nodig om het op te schrijven dus het staat er niet expliciet. En als de bedoeling er niet staat, heeft over het algemeen de licentiegever pech.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Website aansprakelijk voor Google-samenvatting!

zwartepoorte-failliet.pngWie als website-eigenaar zijn site niet aanpast als Google die ongelukkig samenvat, handelt onzorgvuldig en is daarmee aansprakelijk voor schade als gevolg van die samenvatting. Dat is de redenering op grond waarvan Miljoenhuizen aansprakelijk werd gesteld voor de Google-samenvatting van één van haar pagina’s waarop te lezen zou zijn dat “Zwartepoorte… failliet” zou zijn.

De motivatie (PDF) is nu eindelijk binnen. De rechter erkent dat de samenvatting door Google is gemaakt en dat Miljoenhuizen daar niets aan kan doen. Maar:

Nu [Miljoenhuizen] gebruik maakt van de diensten van Google, hij daarvan ook voordeel heeft, althans kan hebben, en hij zijn website zo heeft ingericht dat deze “hoog” scoort bij Google, heeft [Miljoenhuizen] in deze ook een eigen verantwoordelijkheid.

De rol van Google daarbij dient “binnen een bredere discussie” aan de orde te worden gesteld, aldus de rechter. Hij zit hier om een oplossing te vinden voor de klacht van Zwartepoorte, dat niet failliet is maar wel met een hoop geroddel van klanten te maken kreeg. En als er geen tijd is voor een breed debat, dan maar een quick fix: pas die pagina aan en laat Google hem opnieuw indexeren.

Miljoenhuizen erkende dat dat theoretisch mogelijk zou zijn, maar dat zij daardoor in haar vrije meningsuiting beperkt zou worden. Maar daar had de rechter geen oren naar: als je met zo’n ingreep ernstige schade bij een ander kunt beperken, dan moet je dat gewoon doen.

Wel merkt de rechter (mogelijk geschrokken na alle negatieve commentaren op internet?) op dat dit geen algemene zorgplicht inhoudt:

Het voorgaande betekent niet dat een websitehouder [] bij de inrichting van [zijn site] voortdurend moet controleren of er mogelijk schadelijke zoekresultaten ontstaan. Het betekent slechts dat, wanneer door de inrichting van de website bij zoekresultaten voor degene die op die website wordt genoemd schade ontstaat en de benadeelde de websitehouder verzoekt die schade op te heffen, zal moeten worden bezien wat het zwaarste weegt, de vrijheid van meningsuiting van de websitehouder of de schade van de benadeelde. Deze toets behoeft niet altijd in het voordeel van de benadeelde uit te vallen.

Bij deze toets spelen (u voelt ‘m aankomen) alle omstandigheden van het geval een rol. Zo is belangrijk hoe makkelijk het is om de schadelijke resultaten ongedaan te maken. Maar, en dat is opmerkelijk, als je je site SEO’t om er geld mee te verdienen, dan moet je sneller je site aanpassen als er klachten komen.

Moet ik me nu zorgen maken? Mijn SEO is best goed en ik verdien indirect ook nog eens geld met deze blogs. Ik zal maar niet zeggen dat Zwartepoorte failliet is dus.

Arnoud

of lees de 72 reacties

Website aansprakelijk voor Google-samenvatting?

Een Amsterdamse rechter heeft bepaald dat een website-eigenaar verantwoordelijk kan worden gehouden voor de manier waarop Google delen van zijn site citeert bij zoekresultaten, meldde Tweakers donderdag. Vanwege het kennelijk extreem spoedeisende belang heeft de rechter alvast maar uitspraak gedaan maar de motivering laat op zich wachten tot 27 mei. Ik kan er dus maar bar weinig over zeggen, want ik houd niet van speculeren over wat er in een vonnis zou staan als dat er over twee weken gewoon is.

Kort gezegd ging het over aantasten van de reputatie van een bedrijf, autohandel Zwartepoorte. Wie op “Zwartepoorte failliet” zocht in Google, kon bij de resultaten het volgende lezen:

Volledige naam: Zwartepoorte Specialiteit: BMW … Dit bedrijf is failliet verklaard, het is overgenomen door het motorhuis Ik heb bij Boot Rialto gewerkt …

Het failliete bedrijf is echter dat Boot Rialto, maar Google knoopt die twee zinnen aan elkaar omdat ze allebei relevant zijn voor de zoekopdracht. Vervelend voor Zwartepoorte, maar in principe de schuld van Google zou je zeggen. Maar kennelijk vond deze Amsterdamse voorzieningenrechter het meer de schuld van Miljoenhuizen.nl waar de bovenstaande teksten stonden. Geen idee waarom, nogmaals. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de motivering.

Update (14:20) Joost van dender Borg meldt in de comments dat mijn bedrijf ICTRecht volgens Google ook failliet zou zijn. Zie screenshot hieronder. Kennelijk zit er in de Googlesamenvattingsalgoritmen een optimalisatie die een zin met een bedrijfsnaam laat volgen door een zin met “failliet” ongeacht de onderlinge afstand.

google-resultaat-ictrecht-failliet.png

Arnoud

of lees de 29 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress