DNA afstaan vanwege discriminerende tweet?

10 maart 2011, 8:30 | Internetrecht | 22 reacties

tweet-discriminatie.pngBij Madbello las ik het opmerkelijke bericht dat een zeventienjarige twitteraar DNA moest komen afgeven nadat hij (voorwaardelijk) veroordeeld was voor een haatzaaiende tweet. En na deze retecoole reactie kon ik niet anders dan er induiken.

De jongeman was veroordeeld voor het twitteren van

Tering joden in israel zijn weer bezig. Als de Fuhrer nou zijn werk had afgemaakt was dit niet gebeurd. #siegheil

Het vonnis is nergens te vinden (want de verdachte is minderjarig), en dat is jammer want zo is het heel lastig te duiden wat daarna kwam: een sommatie tot afgifte van DNA materiaal. Daarbij werd namelijk verwezen naar artikel 285 Strafrecht, oftewel het bedreigen met geweld van personen. Ik zie met de beste wil van de wereld niet hoe een tweet als deze als bedreiging gezien kan worden.

Op zich klopt het wel dat áls het om bedreiging gaat, DNA kan worden afgenomen. De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bepaalt namelijk dat bij elk ernstig misdrijf (zoals gedefinieerd in artikel 67 Strafvordering) DNA mag worden afgenomen. En artikel 285 lid 1, oftewel de bedreiging, valt onder die definitie.

Die Wet DNA heeft dan weer wel een uitzondering: geen DNA zal worden afgenomen als

redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde.

en dat had wat mij betreft reden moeten zijn om in dit geval af te zien van DNA-afname. Update (11 maart): in de comments wijst Arnout Veenman erop dat

DNA moet worden afgenomen, tenzij een van de twee uitzonderingen zich voordoet en die moeten ook nog eens beperkt worden uitgelegd. Voor andere uitzonderingen die uit het systeem van de wet voortvloeien is volgens de HR geen plaats en ook art. 40 IVRK biedt een dergelijke generieke uitzondering niet voor minderjarigen .

Arnoud
Disclaimer: het was niet de bedoeling van de maker dat dat poppetje in het plaatje de Hitlergroet lijkt te brengen.

of lees de 22 reacties

Koninklijke Bibliotheek neemt technische maatregelen tegen haatzaai-beschuldiging

2 september 2010, 8:11 | Meningsuiting | 12 reacties

volk-en-vaderland-eerste-editie-meningsuiting-haatzaaien-koninklijke-bibliotheek-hirsch-ballin.pngDe Koninklijke Bibliotheek heeft het Ministerie van Justitie toegezegd ‘technische voorzieningen’ te treffen om te voorkomen dat via het internet beschikbare nazi-stukken worden misbruikt. Dat meldde Tweakers gisteren. De “nazi-stukken” zijn digitale reproducties van publicaties als NSB-krant Volk en Vaderland, het weekblad Storm en het antisemitische De Misthoorn. Het Ministerie van Justitie had eerder aangegeven dat publicatie daarvan strafbaar zou zijn.

Het gaat hier om publicaties die mogelijk in strijd zijn met artikel 137e Strafrecht. Dat spreekt van het “openbaar maken” of “doen toekomen” van uitlatingen die beledigend zijn of aanzetten tot haat. De uitlatingen in die nazikranten lijkt me op zich zonder twijfel haatzaaiend en dus strafbaar. Net zoals Mein Kampf, dat door de Hoge Raad bij arrest van 12 mei 1987 verboden werd om die reden. (Het verhaal dat publicatie niet mag vanwege auteursrechten lijkt dus apocrief te zijn.)

De uitzondering op de strafbaarheid is als dat “ten behoeve van zakelijke berichtgeving” gebeurt. Het lijkt me niet meer dan logisch dat de KB aan zakelijke berichtgeving doet. (Hoe het ministerie kan denken dat de KB opzet op haatzaaien heeft, is me een volslagen raadsel.)

In antwoord op Kamervragen hierover legt de minister nu ineens de schuld bij het Openbaar Ministerie (”Ik kan daar in algemene zin geen uitspraken over doen.”), om vervolgens aan te geven dat hij toch zelf in overleg gaat met de KB over hoe deze de publicatie legaal kan opzetten.

De Koninklijke Bibliotheek heeft daarbij toegezegd om technische voorzieningen in te voeren om misbruik van discriminerende teksten te voorkomen en ongebreidelde digitale verspreiding tegen te gaan. Het is nog niet duidelijk wat dat inhoudt, maar downloadbare PDF’s van integrale kranten zullen er in ieder geval niet komen. Het idee daarachter is denk ik dat als je het moeilijk maakt om de content “los” van je eigen context te presenteren, je niet medeplichtig kunt zijn aan verspreiding in haatzaaiende context. Dat lijkt me wat gezocht, en ik vind het dan ook jammer dat gebruiksgemak zal worden opgeofferd om te voorkomen dat ze op Stormfront juichend PDF’s gaan publiceren van cartoons uit Der Stürmer.

Update: (16 september) dat ziet er dus zo uit, een tekst dat de inhoud van de kranten mogelijk strafbaar is en een aanvinkvakje dat je dat gelezen hebt. Tsja.

Arnoud
Afbeelding: Wikimedia Commons. Disclaimer: ik sta niet achter de inhoud van de getoonde krant maar toon deze slechts als onderdeel van zakelijke berichtgeving.

of lees de 12 reacties

“Minder openbare” websites bestaan niet

25 november 2009, 8:52 | Meningsuiting | 15 reacties

Semi-openbare websites bestaan per definitie niet, zo ging NRC Handelsblad gisteren kort door de bocht. Het Gerechtshof Amsterdam had namelijk in hoger beroep een man veroordeeld die op Polinco.net discriminerende teksten had achtergelaten. Eerder had de rechtbank hem vrijgesproken omdat lezers niet onverhoeds tegen de uitingen aan zouden kunnen lopen en daarmee de uiting niet als “in het openbaar” te zien zou zijn.

De uitspraak is op zich geen verrassing; al eerder oordeelde ditzelfde Hof dat internetpublicaties per definitie openbaar zijn vanwege de grote reikwijdte van het medium. En in een ander recent arrest werd een afgeschermde Hyve ook als min of meer openbaar aangemerkt.

Het kort-door-de-bocht gaande van NRC zit hem in de “bestaan per definitie niet”: in al deze zaken ging het om publicaties die in principe een onbeperkt publiek kunnen bereiken. Ok, bij die afgeschermde Hyve lag dat wat onduidelijker maar ook daar kon iedere Hyvesvriend bij de tekst. In haar eerder arrest wijst het Hof zelf al op het feit dat “[n]iet gebleken is dat de website bijvoorbeeld met een wachtwoord was beschermd” als aanwijzing dat de website openbaar zou zijn. Dus wat nu als ik de publicatie achter een wachtwoord zet dat alleen enkele kennissen weten? Of een besloten forum met beperkte toegang voor enkele geregistreerde gebruikers?

Arnoud

of lees de 15 reacties

Moderator van Stormfront geen (mede)pleger van discriminatie

30 oktober 2009, 21:13 | Meningsuiting | 19 reacties

stormfront-meningsuiting-discriminatie.pngEen moderator kan niet zomaar verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van berichten van leden. Dat vonniste de Amsterdamse rechter begin deze maand (jaja, maar Boek 9 had het ook pas gisteren). De verdachte werd vervolgd voor zijn rol als moderator van het extreemrechtse Stormfront.org bij een aantal antisemitische uitlatingen op dat forum.

De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat verdachte als moderator de technische bevoegdheid had om op de website geplaatste teksten te verwijderen, niet zonder meer inhoudt dat verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van alle op de website geplaatste teksten. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verdachte onder de gegeven omstandigheden niet enkel uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk kan worden gehouden voor het op de website plaatsen, geplaatst houden dan wel niet verwijderen van de teksten.

De term “verantwoordelijk” is wat apart - het is een strafzaak en “verantwoordelijk” zie ik eerder in een civiele context. De rechtbank lijkt hier zich af te vragen of iemand het misdrijf discriminatie pleegt door de functie van moderator te hebben. En het antwoord daarop is (natuurlijk, zou ik zeggen) “nee, dat is niet zo”.

Vervolgens wordt gekeken naar “medeplegen”, oftewel in nauwe samenwerking met de echte pleger (die in een aparte zaak wel veroordeeld werd voor dit misdrijf) zorgen dat de publicatie op internet komt. Ook dat wordt afgewezen:

het enkele geplaatst houden dan wel niet verwijderen van de teksten [is] onvoldoende om te spreken van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

Op zich heel plausibel en logisch allemaal. Wat ik dan nog mis, is de vraag over medeplichtigheid oftewel het opzettelijk gelegenheid, middelen en dergelijke geven om het misdrijf te plegen. Want daar zit denk ik best wel een stevig verhaal: wie een extreemrechtse website opzet, moet toch weten dat daar verboden uitlatingen op gaan komen. En dat heet voorwaardelijke opzet: het niet onaannemelijke risico nemen dat iets strafbaars gaat gebeuren.

Arnoud

of lees de 19 reacties

Richtlijn Audiovisuele media diensten

28 juli 2007, 12:09 | Internetrecht | Geen reacties

De Europese Commissie en het Parlement hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe Audiovisual Media Services Directive. De richtlijn maakt een onderscheid tussen “lineaire” en “niet-lineaire” media, grofweg tussen televisie en Internet-televisie of radio. Niet-lineaire media zijn:

an audiovisual media service provided by a media service provider for the viewing of programmes at the moment chosen by the user and at his/her individual request on the basis of a catalogue of programmes selected by the media service provider;

Deze niet-lineaire media worden weliswaar gereguleerd, maar veel minder dan de lineaire media. De reden hiervoor is de mate van keuze en controle die de gebruiker heeft. Als je ergens om moet vragen, is de kans kleiner dat je ongewenst materiaal over je heen krijgt, tenslotte.

Zo mag een Europees land alleen niet-lineaire media beperkingen stellen op grond van een bedreiging voor de openbare orde, de volksgezondheid, de nationale veiligheid of de bescherming van consumenten of investeerders (artikel 2a lid 4). Artikel 3b noemt nog specifiek haatzaaien en discrimineren als gronden voor zulke beperkingen. Bij traditionele media mag een land verdergaande maatregelen invoeren.

Eerder was er zorg over de vraag of deze regels ook zouden gelden voor individuele content op Internet. Overweging 13 beperkt de scope van zulke regels nu tot “massamedia” en sluit toepasselijkheid op blogs en m.i. ook Youtube en aanverwante diensten uit:

The definition of audiovisual media services covers only audiovisual media services, whether scheduled or on-demand, which are mass media, that is, which are intended for reception by, and which could have a clear impact on, a significant proportion of the general public. The scope is limited to services as defined by the Treaty and therefore covers any form of economic activity, including that of public service enterprises, but does not cover activities which are primarily non-economic and which are not in competition with television broadcasting, such as private websites and services consisting of the provision or distribution of audiovisual content generated by private users for the purposes of sharing and exchange within communities of interest.

Arnoud

als eerste
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress