Waarom zou je een idee deponeren?

16 januari 2012, 8:10 | Innovatie | 14 reacties

brievenbus-deponeren-idee.jpgVele, vele lezers vragen me:

Ik heb een geweldig idee voor [iets] en dat wil ik graag beschermen. Ik las dat je het bij de Belastingdienst, het BBIE of de notaris kunt deponeren, dus dat heb ik gedaan. Ben ik nu beschermd of kan ik nog meer doen?

Nee, met een depot bij een van die diensten (of bij een commerciële club zoals File-reg) ben je niet beschermd. Je krijgt géén wettelijk recht dan waarmee je anderen kunt verbieden je idee te gebruiken.

Dat kan ook helemaal niet, want ideeën zijn niet beschermbaar.

Een uitgewerkt idee kan beschermd zijn via het auteursrecht, en als het een technisch idee is dan is een octrooi (dat wél moet worden aangevraagd) wellicht een optie. Met auteursrecht of octrooi kun je verbieden dat anderen hetzelfde gaan doen. Maar voor die rechten is deponeren bij zo’n dienst niet nodig.

Als je een idee wilt beschermen naar een specifieke partij toe, dan kun je dat onder geheimhouding doen. Je sluit dan een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) met de wederpartij en vertelt hem dan wat je wilt delen.

De enige reden om een idee, een tekst of iets dergelijks te deponeren is om sterker bewijs te vergaren dat het idee bestond op de datum van depot. Een datum van een onafhankelijke derde heeft meer waarde dan een zelfgeschreven datum op het origineel. Alleen: dergelijk bewijs is zelden nodig. Je ziet vrijwel nooit discussie over “wanneer bestond dit”. Heel soms bij informatie onder NDA, omdat van geheimhouding uitgezonderd is informatie die de ontvanger zelf al had voordat de NDA werd getekend.

Discussie over “wie heeft het bedacht” speelt iets vaker, en daarbij kan een datum van een deponeringsdienst handig zijn. Alleen, formeel bewijst dat depot niets: ik kan bij elk van die diensten, en bij elke commerciële dateringsdienst, een kopie van de nieuwste Harry Potter deponeren en daar zetten zij dan braaf een datum op. En iedere dateringsdienstverlener die vertelt dat zijn dienst wél iets van bescherming pretendeert, faalt op dit punt.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Mag Wordfeud eigenlijk wel van Scrabble?

18 november 2011, 8:15 | Auteursrecht, Innovatie | 12 reacties

Winkeliers zijn dolblij met Wordfeud. Dankzij de hype rond de letterlegapp vliegt het originele Scrabble over de toonbank, meldde Metro. Of Mattel, de spellenfirma achter Scrabble®, daar ook blij mee is, is niet bekend. Maar stel dat ze dat niet zijn, kunnen ze dan wat doen tegen Wordfeud?

In principe kan er auteursrecht op een spel rusten. Het moet dan gaan om een creatief en origineel uitgewerkt ontwerp, en daarvan zal bij een bordspel al snel sprake zijn. De bordlayout, icoontjes, poppetjes en dergelijke zijn vrijwel altijd creatief lijkt me zo. In het arrest MB/Impag werd dat met zo veel woorden bevestigd. Een abstract spelconcept of idee is niet beschermd, de concrete vormgeving of uitwerking daarvan is dat wel.

Rust er auteursrecht op Scrabble? De bedenker is nog geen 70 jaar overleden, dus dat is goed mogelijk. Het bord is ook een creatief, origineel werk, want dat ontwerpen is zeker niet triviaal. Ook de uitgewerkte spelregels lijken me wel creatief, hoewel je daar goed over kunt twisten: waar ligt de grens tussen het idee “letters leggen” en de spelregels van Scrabble?

De punten die aan de letters worden toegekend, lijken me echter niet creatief. Die punten volgen uit de frequentie waarmee de letters in de Nederlandse taal voorkomen en zijn daarmee vooral een weerslag van feitelijke kennis. Je kunt voor een spelconcept met letters leggen niet anders dan de E maar één punt laten zijn en de Q tien. Net zo voor de woordenlijst: dat is een lijst met zo veel mogelijk Nederlandse woorden, en volgens het Van Dale/Romme-arrest is die niet beschermd.

Leggen we nu de Scrabble- en Wordfeud-borden naast elkaar, dan zie je zeker enige gelijkenis maar ook genoeg verschillen:

scrabble-wordfeud-vergeleken.png

Het voornaamste verschil is dat de vakjes met dubbele of drievoudige letter- of woordwaarde in een ander patroon liggen. Daarmee is de grootste angel vermeden: de layout van het bord is het grootste deel van het creatieve werk Scrabble, en die is hier duidelijk anders. De letters en hun punten zijn hetzelfde, maar dat is onvermijdelijk.

Auteursrechtelijk afwijken is echter niet genoeg. Er is ook nog de slaafse nabootsing, en laat daar nu net door Scrabble over geprocedeerd zijn. In 1960 was de vraag of het gezelschapsspel “Board Script” een nabootsing zijn van Scrabble. Auteursrecht stond hier niet ter discussie: de vraag was of Board Script wel genoeg had gedaan om af te wijken van Scrabble.

De Hoge Raad bevestigde in haar arrest nogmaals dat het onrechtmatig is om andermans spel na te maken, óók als daar geen auteursrechten op rusten. Het criterium daarbij is of je zonder technische of functionele problemen ook een andere vorm of keuze had kunnen maken bij het ontwerp van jouw spel. Je hoeft echter niet op álle punten anders te zijn als dat in theorie had gekund. Genoeg is dat je alles doet dat redelijkerwijs nodig is om af te wijken en aldus verwarring te vermijden.

Bij het Board Script-spel was dat zo. Belangrijk voor dat oordeel was dat de layout van de dubbel- en tripelwaardevakjes anders was. Ook kleur en begeleidende tekst was compleet anders. Bepaalde letters hadden daarnaast een andere waarde. En als laatste had het spel duidelijk een eigen naam die ook in de presentatie naar voren kwam. Vergelijk zelf maar:

scrabble-board-script.png

Met al deze verschillen was er voldoende afstand genomen van Scrabble (hoewel ik persoonlijk de grote S wel dubieus vind). Dat het wellicht niet netjes is om andermans spel na te maken, was volgens de Hoge Raad irrelevant. Concurrentie staat iedereen vrij, juridisch gezien. Sindsdien zijn er een hele batterij Scrabble-imitaties op de markt verschenen, en als daartegen geprocedeerd is dan kan ik het niet vinden.

Een Amerikaanse rechtszaak tegen Scrabulous (een soort-van Wordfeud avant la lettre) werd ingetrokken nadat de laatste het spel op een aantal punten had aangepast.

Wordfeud lijkt me dus zonder meer legaal.

Wie wel moeten uitkijken, zijn al die winkeliers die nu Scrabble gaan verkopen en daarbij de merknamen Wordfeud en Scrabble door elkaar gaan gebruiken. Een tekst als “Scrabble, het offline Wordfeud” is merkenrechtelijk dubieus. Net als al die sites die “online scrabbelen” zeggen om Wordfeud (of kloon daar weer van) aan te prijzen. Met Wordfeud wordfeud je, met Scrabble scrabble je. Pardon, speel je een gezelschapsspel waarbij de deelnemers op een bord woorden moeten vormen van losse letters.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Zijn cijferpuzzels auteursrechtelijk beschermd?

22 april 2011, 8:07 | Auteursrecht | 16 reacties

binaire-puzzel.pngEen lezer stuurde me een forumbericht met een vraag over puzzels. De plaatser daar schrijft:

Ben “uitvinder” van de cijferpuzzel Binero. In 2006 heb ik het concept laten registreren door de Belgische federale overheid. Sinds 2008 wordt het onder mijn naam ondermeer gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift EOS. Thans wordt het op grote schaal en schaamteloos gebruikt door Denksport (Keesing) die weigert mijn auteursrechten te respecteren.

De vraag is natuurlijk: heeft deze uitvinder een auteursrecht en kan hij daarmee het publiceren van puzzels voorkomen?

Ik moest even zoeken, maar de term “Binero” verwijst naar cijferpuzzels die beter bekend zijn als binaire puzzels: in een grotendeels leeg raster moeten enen en nullen worden ingevuld zodanig dat elke rij uniek is en bestaat uit evenveel nullen als enen. Daarbij mogen steeds maximaal 2 nullen of enen naast elkaar staan.

Op het niveau waarop ik het hierboven uitleg, kan geen auteursrecht uitgeoefend worden. Iedereen mag de principes van zo’n puzzel uitleggen in eigen woorden en puzzels maken die volgens deze principes opgelost worden. De naam Binero kan als merk gedeponeerd worden, zodat concurrenten een andere naam moeten gebruiken.

Een concrete zelfgemaakte puzzel kan wel degelijk beschermd zijn door auteursrechten. Er gaat immers de nodige creativiteit zitten in het opzetten van zo’n raster: waar vul je alvast de nullen en enen in, en hoe moeilijk wil je het de puzzelaar maken? Dergelijke creativiteit levert auteursrechtelijke bescherming op voor de puzzel.

Binaire puzzels zijn echter ook prima met software te maken. Hoewel zulke software ook beschermd is, zijn de puzzels die uit die software komen dat niet. Die puzzels zijn immers zonder menselijke creativiteit gemaakt. Héél misschien ligt dat anders als je een heel creatief algoritme bedenkt om deze puzzels te maken, maar dan moet die creativiteit wel blijken uit de puzzel. En dat lijkt me bij deze puzzels lastig denkbaar.

De vraagsteller heeft volgens mij dus auteursrechtelijk geen punt om op te staan als Denksport alleen het concept van de binaire puzzel gebruikt en zelf de puzzels genereert.

En oh ja, die registratie. Ik vermoed dat dat net zoiets is als bij ons een registratie bij de Belastingdienst of een i-Depot. Mensen denken vaak dat dat rechten geeft, maar dat is dus niet zo. Zo’n registratie legt alleen vast wat er bestond op die datum, maar schept zelf geen auteurs- of andere rechten.

Arnoud

of lees de 16 reacties

Het idee van een paspoort met een chip

2 november 2010, 8:31 | Innovatie | 17 reacties

chip-paspoort.jpgRegelmatig krijg ik mails van mensen die hun idee willen beschermen, of zich afvragen wat het ze oplevert om het idee vast te laten leggen bij bv. het Benelux-Bureau voor de IE, de Belastingdienst of een commerciële instantie. Niet zo heel veel, antwoord ik dan: een idee of concept is in abstracto niet beschermd. Octrooi- en auteurswetten eisen een behoorlijke mate van uitwerking of concretisering voordat een concept beschermd kan worden.

Het idee opschrijven en ergens deponeren (’vastleggen’) biedt maar zeer weinig bescherming. Het bewijst dat het idee bestond op die tijd, en daarmee sta je iets sterker als er ruzie komt over wie het als eerste bedacht heeft. Maar als het opgeschreven idee niet meer is dan een tekst als “Een first person-paardrijspel op de computer”, dan verlies je het nog steeds als iemand je gedeponeerde idee steelt.

In een vonnis van een tijdje terug speelde iets vergelijkbaars. Een uitvinder had in 1997 de Nederlandse Staat een idee gepresenteerd van een paspoort met een chip erin. Daar bleek na enig onderzoek geen interesse voor, maar in 2003 verschenen er toch ineens paspoorten met chips. Mijn idee is gestolen, zo concludeerde deze uitvinder(*), en stapte naar de rechter.

De Staat meldde dat er al diverse systemen bestonden die werkten met chips in paspoorten. Zo bleek er een rapport met de voor ambtenaren gebruikelijke humoristische titel “Een haalbare card” uit 1996 te zijn. Maar dat argument is op zich niet genoeg: van het algemene idee “paspoort met chip ter identificatie” is het wel degelijk mogelijk een eigen uitwerking te doen die voor octrooi of auteursrecht in aanmerking komt.

Echter, dan moet je wel een octrooiaanvraag indienen of een creatieve tekst geven die ook als zodanig wordt overgenomen. En dat was hier niet het geval. De uitvinder had niet veel meer dan zakelijke teksten en enkele technische uitwerkingen en specificaties. Daar zit geen auteursrecht op. Een dergelijke uitwerking moet via een octrooi beschermd worden, en dat was er niet.

Daar komt bij dat als je al een auteursrechtelijk beschermde methode zou hebben, de wederpartij wel jouw creatieve elementen uit die methode moet hebben gebruikt. En ook daar was hier geen sprake van:

Weliswaar maakt de Staat ook gebruik van een op een chip opgeslagen foto in het paspoort, maar die enkele overeenkomst is onvoldoende om ontlening aan te nemen. De door de Staat gebruikte methode voor beveiliging en fraudepreventie van paspoorten is voor het overige immers geheel verschillend van de door […] bedachte methode. De essentiële verschillen tussen de methode van […] en het systeem van de Staat overheersen naar het oordeel van de rechtbank. (…)

Ik begin steeds meer te neigen naar het standpunt: registreren van een idee is praktisch waardeloos. Vraag octrooi aan (als dat kan) of regel iets met een geheimhoudingsovereenkomst, maar vertrouw niet op dat papiertje bij een registrerende instantie. Alle opmerkingen over ‘claim uw intellectueel eigendom’ of ‘bescherm uw rechten’ ten spijt.

Arnoud
(*) Iets heel anders: vanwaar de neiging van journalisten om in elk artikel over uitvinders de naam “Willie Wortel” te noemen? Als ik elke journalist “Kuifje” of “razende reporter” zou noemen, zou men daar vrij snel genoeg van krijgen.

of lees de 17 reacties

De waarde van registratie van een idee

15 januari 2010, 8:44 | Auteursrecht, Innovatie | 18 reacties

Regelmatig krijg ik vragen van lezers die hun idee willen vastleggen en zich afvragen of ze dan “beschermd” zijn.

Ja en nee.

Er zijn vele diensten waar je een idee, tekst, afbeelding of ander werk kunt vastleggen. In Nederland hebben we het i-Depot van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, en ook commerciële diensten als File-Reg of CCProof zijn in Nederland beschikbaar. De Belastingdienst zet datumstempels op alles dat je op de afdeling Registratie & Successie op de balie legt. Daarmee kun je bewijzen dat het werk op die datum bestond.

Dat is handig, want als iemand anders claimt dat hij het werk gemaakt heeft, kun je die registratie laten zien - en alleen de auteur kon dat werk al zo vroeg gedateerd hebben, dus dan moet je de auteur wel zijn. Maar dat is dan ook het enige.

Wat zo’n registratie je niet geeft, is dwingend bewijs dat je de auteur bent of een rechtsmiddel waarmee je anderen die hetzelfde gaat doen, kunt tegenhouden. Registratie heeft dus geen juridisch voordeel, behalve als je bang bent voor ruzies over wanneer het werk gemaakt is of over hoe het eruit zag op een bepaalde datum.

Ik kan me dan ook geweldig ergeren aan opmerkingen als

File-Reg kan gezien worden als een ‘internet depot’, ook wel ‘i-depot’, voor het vastleggen van uw intellectueel eigendom. Copyright vastleggen via File-Reg is rechtsgeldig en kan als bewijs in gerechtelijke procedures worden toegelaten.

En nee, niet vanwege de flauwe poging om te scoren op de zoekterm “i-depot” van het BBIE. Met deze tekst wordt de indruk gewekt dat je een recht vestigt, of dat het nodig is om auteursrecht (copyright) te registreren. Wat betekent “is rechtsgeldig” immers anders dan “dit levert u een juridisch afdwingbaar recht op bij de rechter”?

(Spitsvondige juristen zullen nu zeggen “rechtsgeldig betekent alleen dat de rechter het niet meteen van tafel veegt”, maar in die betekenis zal de leek het niet opvatten. En de informatiewaarde van de opmerking is in die betekenis nul, net als “uw commentaar onder deze blog is rechtsgeldig.”)

Juridische bescherming van een idee krijg je op twee manieren: 1. Een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) afsluiten waarin staat dat de wederpartij het idee niet mag doorvertellen. 2. Het idee uitwerken tot een handboek of draaiboek en daarmee een auteursrechtelijk beschermd werk maken. Wie dan op basis van het handboek het idee hergebruikt, pleegt inbreuk op auteursrechten. Maar je moet dan wel bewijzen dat ze je handboek hebben gebruikt als basis, want zonder toegang tot het origineel kan er per definitie niet uit gekopieerd zijn.

Hierbij kan een depot handig zijn, omdat dan vaststaat welke aspecten van het idee bij de bedenker bekend waren. Maar meer dan dat kan ik niet bedenken.

Arnoud

of lees de 18 reacties

Hoe word ik rijk met mijn idee?

23 november 2009, 8:36 | Innovatie | 20 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb een idee bedacht dat volgens mij echt super origineel en waardevol is. Het moet alleen nog worden uitgewerkt. Dus nu dacht ik, ik laat het vastleggen en dan kan ik het verkopen voor veel geld. Maar wat is de beste manier, en hoe promoot ik het idee?

Deze vraag, in diverse varianten, krijg ik zo ongeveer elke week de laatste tijd. Ik snap waarom mensen het vragen, maar ik ben toch wel erg skeptisch over de achterliggende gedachte.

Een idee heeft op zichzelf nul waarde, hoe origineel of creatief het ook is. En nee, een depot voegt daar niks aan toe. Van een idee naar een uitgewerkt concept kost een hoop tijd en geld, en het is en blijft een open vraag of dat concept ook echt een succes gaat worden. In de situatie van de vraagsteller worden alle risico’s in feite bij de koper gelegd, en die mag daar nog geld voor betalen ook. Ik zie werkelijk niet in waarom dat een aantrekkelijke deal is.

Als je je idee uitwerkt, dan ligt er een concreet iets waar potentiële kopers wat van kunnen vinden. Het kan dan zeker een commercieel aantrekkelijke deal zijn om te betalen voor die uitwerking, want dat spaart je tijd en geld die je anders nodig had gehad om die uitwerking zelf te maken.

Rijk worden van een idee alleen kun je dus wel vergeten.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Hoe bescherm ik mijn idee tegen mijn programmeur?

17 september 2009, 8:39 | Contracten | 23 reacties

Een lezer vroeg me:

Al een tijd werk ik aan een internetspel. Het concept is uniek en de uitwerking heb ik in de vorm van schetsen en een draaiboek. Maar nu moet de site worden gebouwd, en daar heb ik een designer/programmeur voor nodig. Alleen: ik ben bang dat die er vandoor gaan met mijn idee. Hoe kan ik dit spel nu vastleggen zodat dit niet mogelijk is?

Een idee, zoals een spelconcept, is moeilijk te beschermen. Hoe verder het is uitgewerkt, hoe meer bescherming mogelijk is. In dit geval is er een duidelijke uitwerking: schetsen van het spelverloop en een draaiboek met spelregels en andere concrete zaken. Dat is waarschijnlijk wel genoeg om auteursrecht te kunnen claimen op het spel. En daarmee kan de vraagsteller anderen verbieden het idee te kopiëren.

Of beter gezegd, verbieden zijn uitwerking te kopiëren. Want als die ander het idee achter dat spel neemt en daar zijn eigen draaiboek bij maakt, is dat geen inbreuk op het auteursrecht. Ideeën zijn vrij, ook als je het idee tegenkwam in een auteursrechtelijk beschermd werk. Wel moet je als overnemer natuurlijk uitkijken dat je werkelijk het idee en niet de uitwerking overneemt.

Als je iemand inhuurt om werk voor de realisatie van het spel te doen, is er meer mogelijk. Je kunt dan in het contract vastleggen dat hij geheimhouding over het spelconcept zal betrachten, dat de realisatie jouw eigendom wordt en bovendien dat hij geen concurrerende spellen zal ontwikkelen gedurende een zekere periode. Natuurlijk is de andere partij vrij om die eisen af te wijzen, maar dan krijgt hij de opdracht niet. En tekent hij wel, dan zit hij er aan vast.

Arnoud

of lees de 23 reacties

Jostiband claimt auteursrecht op muzieknotatie met kleur

13 maart 2008, 8:40 | Auteursrecht, Innovatie | 10 reacties

De Jostiband overweegt juridische stappen tegen een pianobedrijf in Voorthuizen, las ik op zibb.nl. Inzet is de muziekmethode voor kleuters die het bedrijf aanbiedt: die is, net als het systeem van de Jostiband, gebaseerd op kleuren in plaats van de traditionele notatie. De Jostiband blijkt nu copyright te claimen op haar methode en daarmee het gebruik door dit bedrijf te willen verhinderen. Beide partijen blijken ondertussen het geschil bijgelegd te hebben, maar ik wilde toch nog even terugblikken op de principiële vraag.

Het beschermen van concepten en technieken via auteursrecht is een lastige zaak. Uitgangspunt is dat ideeën en concepten vrij zijn, en dat alleen een concrete uitwerking beschermd wordt. Iedereen mag een boek over een jongen op een toverschool schrijven, maar J.K. Rowling mag iedereen tegenhouden die haar uitwerking Harry Potter kopieert. Maar waar ligt de grens? Dat is altijd een kwestie van de specifieke feiten van het geval. Waarop legt men de claim van auteursrecht, wat is er nu eigenlijk overgenomen en hoe uitgewerkt is het allemaal?

Het idee om toetsen op een piano met een gekleurd stickertje te markeren is niet auteursrechtelijk te beschermen. Dat is te algemeen. Er moet dus meer zijn, dit idee moet verder uitgewerkt zijn. Bij de kleurennotatie van de Jostiband zijn zeer weldoordachte keuzes gemaakt over welke kleuren voor welke tonen staat. Daaruit zou goed kunnen blijken dat het Jostiband-systeem voldoende uitgewerkt is en niet alleen maar een idee “muzieknotatie met kleur”.

Als vervolgens blijkt dat exact hetzelfde systeem door dit bedrijf wordt gebruikt, dan zou dat inbreuk op het auteursrecht kunnen zijn. Maar hoe meer afwijkingen er zitten in de uitwerking, hoe kleiner de kans dat inbreuk bewezen kan worden.

Bij de Barneveldse Krant meldt de bedenker dat hij het systeem geheel los van de Jostiband heeft bedacht. Iets zelf bedenken is een heel sterk verweer tegen inbreuk op auteursrecht: wie niet overneemt maar zelf maakt, kan geen inbreuk plegen. Het is alleen natuurlijk altijd lastig om te bewijzen dat je niet stiekem toch overgenomen hebt, zeker als het gaat om iets dat in een boek staat dat gewoon in de winkel te koop is.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Deponeer uw idee online via het i-Depot

14 december 2007, 8:55 | Innovatie | Geen reacties


Registratie
van werk
Sinds eind november is het mogelijk om online een i-depot te doen. De i-depot envelop blijft bestaan maar een elektronisch depot is goedkoper, handiger en sneller.

Het i-depot is een vorm van ideeregistratie, aangeboden door het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Het BBIE omschrijft het zelf als

een middel dat kan dienen als officieel bewijs, waarmee iemand kan aantonen dat hij op een bepaalde datum een bepaald idee, concept of uitvinding heeft ontwikkeld

maar dat is niet helemaal juist. Ik kan tenslotte prima andermans idee, concept of uitvinding opsturen naar het BBIE en dan krijg ik keurig een i-depot registratiebewijs. Het is dan maar te hopen voor die ander dat hij bewijs heeft van nog eerdere datum, want in zulke gevallen zal de rechter snel geneigd zijn de persoon met de oudste datum als bedenker of uitvinder aan te merken.

Een idee beschermen blijft dus een lastige zaak. Zoals dit voorbeeld laat zien, levert depot van een idee op zichzelf nog geen recht op. Het bewijst alleen dat iemand op de datum van depot in het bezit was van de gedeponeerde tekst of afbeelding.

Sommige mensen denken dat je net zo goed het idee in een envelop naar jezelf kunt sturen. De datumstempel van de post zou dan het bewijs zijn. Niet helemaal. Je kunt tenslotte enveloppen opsturen die niet dichtgeplakt zijn, en dan op een later moment er elke brief instoppen die je wilt.

Ook bij aangetekende post zou ik twijfelen. Mag je niet-dichtgeplakte enveloppen aangetekend versturen? Of is het mogelijk zo’n envelop nadien open te weken en weer dicht te plakken?

Het grote voordeel van een i-Depot is dan ook dat het BBIE een uitspraak doet over de inhoud die men op de de datum van depot ontving. Omdat het BBIE onafhankelijk is, zal de rechter dan minder snel twijfelen aan de datering.

Arnoud

als eerste

Hergebruik van andermans idee, mag dat?

Een lezersvraag over de mogelijkheid andermans idee te hergebruiken:

In een Amerikaans boek kwam ik iets interessants tegen. Een bekende designer heeft een systeem ontworpen waarmee hij alle vrouwen in kan delen in 48 types (wel zo gemakkelijk toch?). Helaas doet hij hier verder weinig mee (hij heeft dus alleen dat boek geschreven). Ik vind dat zijn ideeën ook in Nederland verspreid moeten worden. De inhoud, titel, vormgeving moet dan echter wel drastisch worden veranderd (te Amerikaans). De opzet van het boek is verder prima. In hoeverre schend ik zijn auteursrecht wanneer ik “zijn theorie en ideeën” als uitgangspunt neem voor een eigen boek?

Een idee is vrij. Je mag dus je eigen boek schrijven over 48 types vrouwen. Wat niet mag, is de uitwerking uit dat boek vertalen en in je eigen boek overnemen. De namen en beschrijvingen van die 48 types zul je dus zelf moeten invullen. Maar ik denk dat Nederlandse vrouwen onvergelijkbaar zijn met Amerikaanse, dus dat zou geen probleem moeten zijn. (Toch? Dames, laat van u horen, tot nu toe is deze blog men only gebleken)

Vermeld je zijn theorie, dan mag je stukken citeren uit zijn boek (ook in vertaling), mits je dat maar zo kort mogelijk houdt en uiteraard de bronvermelding noemt.

Geheel los van het auteursrecht en andere juridische zaken denk ik dat het wel zo netjes is om te noemen op wiens werk je je baseert. Het kan worden gezien als plagiaat om zonder bronvermelding je eigen uitwerking van andermans idee te presenteren. Ook als er geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht.

Arnoud

als eerste
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress