Hoeveel mogen twee websites op elkaar lijken?
Weinig websites zijn écht origineel. Volgens mij is het ook een wet binnen het grafisch design dat je altijd op elkaar voortbouwt. Maar juridisch gezien kun je wel degelijk problemen krijgen als je site te veel op die van een ander lijkt. Zeker als blijkt dat je je ook echt hebt laten inspireren - in de zin van ctrl-c/ctrl-v.
Op 22 mei diende er weer eens een geschil over dit onderwerp. Twee sites over hetzelfde onderwerp (bemiddeling in tijdelijke woonruimte) kregen ruzie over de vraag of er afgekeken zou zijn. In het vonnis (via Boek9.nl) oordeelt de rechtbank dat uiteindelijk geen sprake is van inbreuk op auteursrecht of van slaafse nabootsing.
Hoofdregel is dat je alleen inbreuk kunt plegen door andermans uitwerking over te nemen (eventueel in gewijzigde vorm). Concepten en ideeën zijn niet beschermd. Je mag dus rustig een webwinkel bouwen met tabs voor categorieën producten. Dat is een concept en niet beschermd. Maar het plaatje van een winkelwagentje dat Bol.com gebruikt mag je niet overnemen, dat is auteursrechtelijk beschermd. In de hierboven aangehaalde zaak bleken bijvoorbeeld in eerste instantie stukken tekst uit de FAQ en de gebruiksvoorwaarden overgenomen te zijn. Dit is over het algemeen niet zo moeilijk te zien.
Een stuk lastiger wordt het als je niet letterlijk copypaste maar meer conceptueel de gelijkenis zoekt. Je komt dan in het grijze gebied van stijl versus uitwerking terecht. Op zich is het toegestaan om een website te bouwen in dezelfde stijl als een andere, en je mag zelfs elementen overnemen die zo’n andere site ook heeft. Heeft een site de loginknop op een handige plek, dan mag je dat idee overnemen. Zet men elke week een product in de schijnwerpers met een bepaald kader, dan mag jij dat ook doen. En als er technische redenen zijn (zoals dat je steentjes op LEGO moeten passen) dan is er ook geen auteursrechtelijk bezwaar.
Maar er zijn wel degelijk grenzen. Wanneer je nodeloos iets overneemt dat concreet van een andere site komt, dan pleeg je “slaafse nabootsing” en dat is onrechtmatig. Zie het voorbeeld van de Monkeytown-zaak, waarin elk overgenomen element afzonderlijk te rechtvaardigen was maar de combinatie toch onrechtmatig omdat het alles bij elkaar gewoon te veel werd.
Het is alleen heel moeilijk om harde regels voor die grenzen te geven. Het gaat om de totaalindruk, en dat iets iets dat eigenlijk alleen van geval tot geval bepaald kan worden. “I’ll know it when I see it” heet dat bij pornografie, en ook bij deze vorm van inbreuk.
Arnoud

Via
Auteursrechtenorganisaties zitten er maar mee in de maag: het internet. Het publiek kan dankzij dit medium heel gemakkelijk auteursrechtelijk beschermde werken met elkaar uitwisselen. Burgers zien geen enkel moreel bezwaar en dus wordt er op grote schaal
Partijen die zelf een belang hebben in de zaak kunnen zelf niet effectief opkomen voor de belangen van de klant. De belangen van de klant zijn immers veelal tegenover gesteld aan de gezamenlijke belangen van de internet provider en de auteursrechtenorganisaties. De belangen van de auteursrechtenorganisaties worden niet geschonden op het moment dat klanten onterecht worden afgesloten. Maar de belangen van die klant worden wel geschonden door dit onderonsje tussen de internetprovider en deze auteursrechtenorganisaties.
Nee, die
Auteursrechtenclub Cozzmoss haalt bakzeil bij de rechter,
Oudere internetters betalen eerder voor auteursrechtclaims dan jongeren. Dat was voor mij de meest verrassende uitkomst van het
De tijd van graduated response tegen inbreuk op auteursrecht is gekomen, zo citeert
Een lezer wees me op dit interessante
Verkopen van “genuine replica” merkproducten is een populaire bezigheid. Je moet natuurlijk wel kunnen adverteren, en onlangs maakte Google het met haar nieuwe Adwords-policy bedrijven een stuk gemakkelijker. In de EU is het nu toegestaan om advertenties te kopen op andermans merknaam. Daar maken verkopers van “echte replicaproducten” handig gebruik van. In Frankrijk werd Louis Vuitton daar 
